Bijlage 1 Voorjaarsrapportage 2026
Tekst van het document
Voorjaarsrapportage 2026
1
Inhoudsopgave 1
Inleiding .............................................................................................................................................................3 Aanbiedingsbrief................................................................................................................................................3
2
Leeswijzer ..........................................................................................................................................................4
3
Geactualiseerde begroting en meerjarenraming ..............................................................................................4 Financiële hoofdlijnen .......................................................................................................................................4 Toelichting financiële gevolgen .........................................................................................................................5 Gevolgen circulaires en voorjaarsnota van het Rijk...........................................................................................5 Gevolgen actuele financiële inzichten ...............................................................................................................5 Gevolgen mutaties reserves ..............................................................................................................................6
4
Geactualiseerde overzichten .............................................................................................................................7 Structureel en reëel evenwicht .........................................................................................................................7 Vermogenspositie en weerstandsratio..............................................................................................................8
5
Bijlagen ..............................................................................................................................................................9 Wijzigingen investeringskredieten ....................................................................................................................9 Meerjaren investeringsplan (MJIP)..................................................................................................................12 Overzicht baten en lasten per programma......................................................................................................13
Voorjaarsrapportage 2026
2
1
Inleiding
Aanbiedingsbrief Renswoude, 26 mei 2026 Aan de leden van de raad van de gemeente Renswoude, Met deze brief bieden wij u de Voorjaarsrapportage 2026 aan. De Voorjaarsrapportage bevat een actualisatie van de begroting voor 2026 en van het meerjarenperspectief voor 2027 tot en met 2029. De rapportage geeft u als raad inzicht in de financiële stand van zaken en is daarmee een belangrijk tussentijds document in de planning- en controlcyclus. De financiële uitgangspositie van onze gemeente op de korte termijn is solide. De geactualiseerde begroting 2026 laat een positief saldo zien, de weerstandsratio en de Algemene reserve bieden ruimte om de geraamde tekorten in 2028 en 2029 op te vangen. Inhoudelijk zijn de afgelopen periode stappen gezet die passen bij de schaal en het karakter van onze gemeente, op het gebied van wonen, het sociaal domein, de openbare ruimte en de voorzieningen. De inzet voor passende ondersteuning aan inwoners die dit nodig hebben, de voorbereiding van nieuwe woningbouwlocaties en de aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het rioolstelsel zijn daarvan voorbeelden. Het is van belang dat de begroting ook op langere termijn structureel in evenwicht blijft. Het tot stand brengen van dat evenwicht vraagt om keuzes.
Bij de uitwerking van die keuzes wordt zorgvuldig gekeken naar de balans tussen het op orde brengen van het structurele evenwicht en het behoud van het voorzieningenniveau dat past bij de gemeente Renswoude. Het uitgangspunt is dat we vanuit een solide korte termijn de tijd hebben om deze keuzes weloverwogen voor te bereiden, in plaats van onder druk te beslissen. De oplossingsrichtingen worden in een volgend planning- en controldocument aan de raad voorgelegd, zodat raad en college hierover gezamenlijk het gesprek kunnen voeren. Lokaal bereiden we maatregelen voor om de financiële positie van onze gemeente toekomstbestendig te houden. Met deze Voorjaarsrapportage geven we u het inzicht dat u nodig heeft om uw rol als raad te vervullen en om in de komende periode gezamenlijk richting te geven aan de financiële koers van de gemeente. Wij nodigen u uit tot behandeling van de Voorjaarsrapportage 2026 over te gaan. Burgemeester en wethouders van Renswoude, Burgemeester, Mw. A.M.A. Pennarts-Pouw
Voorjaarsrapportage 2026
de Secretaris, Dhr. E. Jansonius
3
2
Leeswijzer
Deze leeswijzer beschrijft de opbouw van de voorjaarsrapportage 2026 en geeft inzicht in de inhoud en volgorde van de opgenomen onderdelen. In hoofdstuk 3 vindt u de financiële hoofdlijnen van de geactualiseerde begroting 2026 en de meerjarenraming 2027–2029. Aansluitend wordt in dit hoofdstuk een toelichting gegeven op de belangrijkste financiële effecten die in de actualisatie zijn verwerkt. In hoofdstuk 4 zijn de geactualiseerde overzichten opgenomen van het structurele begrotingssaldo, de vermogenspositie en de weerstandsratio. De overzichten laten zien hoe de financiële positie van de gemeente zich ontwikkelt en in hoeverre deze bestand is tegen risico’s. De rapportage sluit af met de bijlagen, waarin overzichten zijn opgenomen van de wijzigingen in investeringskredieten en het geactualiseerde Meerjaren Investeringsplan (MJIP). In de voorjaarsrapportage wordt aangegeven welke afwijkingen er zijn ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 en de meerjarenraming 2027–2029. De financiële gevolgen worden als volgt gepresenteerd: • Meer baten dan begroot zijn weergegeven als + • Minder baten dan begroot zijn weergegeven als • Meer lasten dan begroot zijn weergegeven als • Minder lasten dan begroot zijn weergegeven als +
3
Geactualiseerde begroting en meerjarenraming
Financiële hoofdlijnen In dit hoofdstuk wordt de geactualiseerde begroting 2026 en de bijgestelde meerjarenraming 2027-2029 gepresenteerd. Het vertrekpunt is de vastgestelde begroting 2026. Sindsdien zijn de decembercirculaire 2025, de voorjaarsnota 2026 van het Rijk, actuele financiële inzichten en enkele technische mutaties bekend geworden. In afwijking van vorig jaar is de voorjaarsnota van het Rijk niet verwerkt, omdat de verwachting is dat bij de meicirculaire wezenlijke aanpassingen in de berekening van de algemene uitkering zullen worden doorgevoerd. Deze informatie leidt tot een herijking van zowel baten als lasten. Het totaalbeeld laat in 2026 en 2027 nog een overschot zien, maar vanaf 2028 ontstaan structurele tekorten. Hieronder worden de hoofdlijnen en belangrijkste oorzaken toegelicht.
Totaal begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
(Bedragen * € 1.000) 2026
Vastgestelde begroting 2026 en meerjarenraming Gevolgen decembercirculaire 2025 Gevolgen voorjaarsnota 2026 van het Rijk Gevolgen actuele financiële inzichten Totaal begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
2027 281 653 0 1.816 2.750
516 294 0 -478 332
2028 -528 80 0 -284 -732
2029 -267 88 0 -692 -871
Het meerjarenperspectief laat in 2026 een positief saldo van € 2.750.000 zien. Dit saldo komt voor een groot deel voort uit incidentele baten. Het structurele saldo is in 2026 positief en in 2027 nagenoeg in evenwicht. In 2027 bedraagt het totale saldo € 332.000. In dit bedrag is, conform de vastgestelde begroting 2026, voor de jaarschijf een bedrag van € 500.000 opgenomen vanuit het surplus van de algemene reserve. Vanaf 2028 zijn de saldi negatief: -€ 732.000 in 2028 en -€ 871.000 in 2029. Deze ontwikkeling sluit aan bij het beeld uit de najaarsrapportage 2025 en de begroting 2026-2029. De structurele lasten, onder andere in het sociaal domein, de cao-lasten en de rentelasten, nemen meer toe dan de structurele baten.
Voorjaarsrapportage 2026
4
Het positieve saldo in 2026 hangt samen met enkele incidentele baten. Het gaat hierbij om de specifieke uitkering voor de opvang van Oekraïense ontheemden, hogere opbrengsten uit woningverkopen en de specifieke uitkering realisatiestimulans woningbouw. Deze baten lopen in de meerjarenraming af. Het structurele nadeel komt voort uit een toename van de lasten in de jeugdzorg en de Wmo, hogere lasten op aangetrokken leningen, de afschrijvingslasten en lagere huuropbrengsten uit het woningbedrijf. In de volgende paragraaf worden de financiële effecten per mutatie financieel en beleidsmatig toegelicht.
Toelichting financiële gevolgen Gevolgen circulaires en voorjaarsnota van het Rijk Circulaires en voorjaarsnota van het Rijk Gevolgen decembercirculaire 2025 Ontwikkeling voorjaarsnota 2026 van het Rijk Gevolgen circulaires en voorjaarsnota van het Rijk
2026 653 0 653
2027
(Bedragen * € 1.000) 2028 294 80 0 0 294 80
2029 88 0 88
De decembercirculaire 2025 leidt tot een bijstelling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. In 2026 neemt de uitkering toe met € 653.000, in 2027 met € 294.000 en in 2028 met € 80.000. In 2029 bedraagt de bijstelling € 88.000. De omvang van de algemene uitkering blijft afhankelijk van landelijke besluitvorming en wordt periodiek bijgesteld via de circulaires van het gemeentefonds. De huidige bijstelling biedt op korte termijn ruimte in de begroting, maar weegt niet op tegen de toename van de structurele lasten in de meerjarenraming. In afwijking van vorig jaar is de voorjaarsnota van het Rijk niet verwerkt, omdat de verwachting is dat bij meicirculaire wezenlijke aanpassingen in de berekening van de algemene uitkering zullen worden doorgevoerd. De financiële effecten worden meegenomen in de eerstvolgende planning- en controlproducten.
Gevolgen actuele financiële inzichten Deze onderstaande tabel omvat bijstellingen op basis van realisatiecijfers (jaarrekening 2025 en eerste kwartaal 2026) en nieuwe informatie sinds de vaststelling van de primaire begroting 2026. De belangrijkste posten zijn: (Bedragen * € 1.000) Ramingsbijstellingen voorjaarsrapportage 2026 Opvang Oekraïense ontheemden Rentebaten schatkistbankieren Ontwikkeling lasten Jeugdzorg en Wmo (sociale verstrekkingen in natura) Hogere verkoopopbrengst woningen Specifieke uitkering realisatiestimulans Huuropbrengsten Actualisatie afschrijvingen Overige ontwikkelingen Mutaties reserves Gevolgen ramingsbijstellingen voorjaarsrapportage 2026
Incidenteel (I) / Structureel (S)
I S S I I S S I/S I/S
2026 1.024 -90 -242 440 441 40 -53 243 12 1.816
2027 -74 -90 -242 0 119 -40 -250 87 12 -478
2028 -74 -90 -242 0 294 -66 -397 247 44 -284
2029 -74 -90 -242 0 140 -340 -397 267 44 -692
Opvang Oekraïense ontheemden Bij het opstellen van de primaire begroting 2026 was er nog geen volledig inzicht in de hoogte en de toekenning van de specifieke uitkering voor de opvang van Oekraïense ontheemden. Hierdoor waren zowel de baten als een deel van de bijbehorende lasten op dat moment nog niet volledig in de begroting verwerkt. Inmiddels is de uitkering toegekend en daarom ook in de ramingen geactualiseerd. In deze voorjaarsrapportage zijn de baten en de bijbehorende lasten opgenomen. Per saldo leiden deze in 2026 tot een voordeel van € 1.024.000 en in 2027 tot en met 2029 tot een nadeel van € 74.000 per jaar. In de meerjarenraming is de specifieke uitkering (SPUK) niet geraamd, omdat de regeling een tijdelijk karakter heeft en afhankelijk is van landelijke besluitvorming. De kosten voor gas, water en licht en overige samenhangende kosten lopen in die jaren (2027 tot en met 2029) wel door, wat bijdraagt aan het nadelige saldo.
Voorjaarsrapportage 2026
5
Rentebaten schatkistbankieren De rentebaten uit schatkistbankieren zijn neerwaarts bijgesteld. Dit hangt samen met een lagere verwachte liquiditeitspositie als gevolg van investeringen, een aangepast renteperspectief en het verplicht aanhouden van middelen bij het Rijk. De rentebaten vallen daardoor structureel lager uit dan eerder geraamd. Dit leidt tot een structureel nadeel van € 90.000 per jaar. Ontwikkeling lasten Jeugdzorg en Wmo (sociale verstrekkingen in natura) De lasten voor Jeugdzorg en de Wmo zijn in deze voorjaarsrapportage naar boven bijgesteld. Het gaat om een toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van ondersteuning, een toename van de complexiteit van de zorgvraag en hogere tarieven als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen in de zorgsector. Zowel Jeugdzorg als de Wmo zijn open-einde-regelingen. De gemeente heeft een wettelijke verplichting om passende ondersteuning te bieden, ongeacht het beschikbare budget. Deze uitgaven zijn daardoor beperkt beïnvloedbaar. Vanuit het Rijk worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld, maar deze wegen niet op tegen de kostenontwikkeling. Het structurele nadeel bedraagt € 242.000 per jaar. Het college blijft inzetten op beheersmaatregelen zoals preventie, vroegsignalering en het versterken van het voorliggend veld. Het effect van deze maatregelen op de autonome kostenontwikkeling is beperkt.
In de raming is nog geen rekening gehouden met de effecten van eigen bijdrage in de kosten van Jeugdzorg en/of Wmo. Hogere verkoopopbrengst woningen De verkoopopbrengsten van woningen zijn naar boven bijgesteld. Dit betreft een incidentele opbrengst in 2026, doordat één woning die oorspronkelijk in 2025 verkocht zou worden, niet was verkocht en daarom in 2026 wordt gerealiseerd. Gezien het incidentele karakter wordt deze opbrengst niet structureel doorgetrokken in de meerjarenraming. Specifieke uitkering realisatiestimulans De specifieke uitkering realisatiestimulans is in deze voorjaarsrapportage verwerkt. Deze door het Rijk beschikbaar gestelde middelen zijn gekoppeld aan specifieke doelen op het gebied van woningbouw en leiden tot hogere baten. Daartegenover staan bijbehorende lasten voor de uitvoering van de betreffende activiteiten. Dit leidt tot een voordeel van € 441.000 in 2026, € 119.000 in 2027, € 294.000 in 2028 en € 140.000 in 2029. Huuropbrengsten De huuropbrengsten zijn geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten. Door wijzigingen in de planning van woningbouwprojecten en het (latere) moment van oplevering van woningen verschuiven de huuropbrengsten over de jaren heen.
Dit leidt tot een wisselend beeld in de meerjarenraming: in 2026 een voordeel van € 40.000, in 2027 een nadeel van € 40.000, in 2028 een nadeel van € 66.000 en in 2029 een nadeel van € 340.000. Actualisatie afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd op basis van de meest recente investeringsplanning. Door deze actualisatie ontstaat een meer realistische weergave van de afschrijvingslasten in het meerjarenperspectief. De bijstelling leidt tot een nadeel van € 53.000 in 2026, oplopend tot € 397.000 in 2028 en 2029. Overige ontwikkelingen Onder deze post zijn diverse bijstellingen opgenomen die afzonderlijk beperkt van omvang zijn. Het gaat om actualisaties van budgetten op basis van recente realisatiecijfers, verschuivingen tussen budgetten en functionele eenheden, en autonome ontwikkelingen vanuit de actualisatie van het meerjareninvesteringsplan. De aframingen betreffen onder andere budgetten waar de uitgaven structureel onder het geraamde niveau liggen, zoals opleidings- en personeelsbudgetten, energie- en verzekeringskosten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De bijramingen hangen samen met hogere kosten voor energie en vergunningverlening, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en rentelasten als gevolg van externe financiering vanuit het meerjareninvesteringsplan.
Gezamenlijk leiden deze bijstellingen tot een voordeel van € 243.000 in 2026, € 87.000 in 2027, € 247.000 in 2028 en € 267.000 in 2029. Gevolgen mutaties reserves In de najaarsrapportage 2025 is het krediet voor het groot onderhoud en de verduurzaming van Woningbedrijf complex 23-25 verhoogd van € 800.000 naar € 1.030.000. Dit hogere krediet leidt in de komende jaren tot hogere kapitaallasten (rente en afschrijving). Om deze lasten te kunnen blijven dekken, wordt in 2026 € 230.000 uit de Algemene reserve overgeheveld naar de Reserve kapitaallasten gemeentelijke woningen. Per saldo verandert het eigen vermogen van de gemeente hierdoor niet; het geld verschuift binnen de reserves.
Voorjaarsrapportage 2026
6
Daarnaast zijn de jaarlijkse onttrekkingen aan de Reserve kapitaallasten geactualiseerd op basis van het meerjareninvesteringsplan. Ter dekking van de kapitaallasten wordt in 2026 en 2027 € 12.000 per jaar onttrokken aan de Reserve kapitaallasten en in 2028 en 2029 € 44.000 per jaar. In onderstaand overzicht zijn de mutaties opgenomen.
4
Geactualiseerde overzichten
Structureel en reëel evenwicht Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet ziet de raad erop toe dat de begroting voor het komende jaar structureel en reëel in evenwicht is. De raad kan hiervan afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en de meerjarenraming volledig en realistisch zijn. (Bedragen * € 1.000) Ramingsbijstellingen voorjaarsrapportage 2026 Opvang Oekraïense ontheemden Rentebaten schatkistbankieren Ontwikkeling lasten Jeugdzorg en Wmo (sociale verstrekkingen in natura) Hogere verkoopopbrengst woningen Specifieke uitkering realisatiestimulans Huuropbrengsten Actualisatie afschrijvingen Overige ontwikkelingen Mutaties reserves Gevolgen ramingsbijstellingen voorjaarsrapportage 2026 Waarvan: Structureel Incidenteel Totaal begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029
Incidenteel (I) / Structureel (S)
I S S I I S S I/S S
2026 1.024 -90 -242 440 441 40 -53 243 12 1.816 -211 2.027 1.816
2027
2028
2029
-74 -90 -242 0 119 -40 -250 87 12 -478
-74 -90 -242 0 294 -66 -397 247 44 -284
-74 -90 -242 0 140 -340 -397 267 44 -692
-567 89 -478
-628 344 -284
-892 200 -692
In de tabel hierboven is voor de jaren 2026 tot en met 2029 weergegeven welk deel van het begrotingssaldo structureel en welk deel incidenteel is. Voor deze weergave zijn de mutaties uit de Voorjaarsrapportage als volgt gerubriceerd: Mutatie Aard Opvang Oekraïense ontheemden Incidenteel Rentebaten schatkistbankieren Structureel Ontwikkeling lasten Jeugdzorg en Wmo (sociale verstrekkingen Structureelin natura) Hogere verkoopopbrengst woningen Incidenteel Specifieke uitkering realisatiestimulans Incidenteel Huuropbrengsten Structureel Actualisatie afschrijvingen Structureel Overige ontwikkelingen Incidenteel en structureel, beide voor de helft Mutaties reserves Incidenteel
De rubricering van Overige ontwikkelingen is gebaseerd op een inschatting. Deze post bestaat uit een groot aantal bijstellingen van uiteenlopende aard. Aangezien op voorhand geen eenduidig onderscheid is te maken tussen het incidentele en het structurele deel, wordt deze post voor de helft aan het incidentele saldo en voor de helft aan het structurele saldo toegerekend.
Voorjaarsrapportage 2026
7
Het uitgangspunt is dat de begroting van het eerstvolgende begrotingsjaar structureel in evenwicht is. Het structurele tekort wordt in een volgend planning- en controldocument aan de raad voorgelegd, met daarbij een voorstel om het tekort op te lossen.
Vermogenspositie en weerstandsratio De Algemene reserve vormt het vrij besteedbare deel van het eigen vermogen van de gemeente. De reserve dient als buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers en risico's en is daarmee een belangrijk onderdeel van de financiële positie van de gemeente. In onderstaande tabel is de prognose opgenomen van de stand van de Algemene reserve voor de jaren 2026 tot en met 2029. De financiële effecten van de Voorjaarsrapportage en de begrotingssaldi zijn in de prognose verwerkt.
De onttrekkingen aan de Algemene reserve in de jaren 2026 tot en met 2029 zijn voor het grootste deel besloten in de najaarsrapportage 2025. Het gaat om de onttrekkingen van € 580.000 in 2026 (oorspronkelijke geraamde tekort van € 350.000 en de dotatie aan de bestemmingsreserve kapitaallasten van € 230.000 ter dekking van het investeringskrediet voor complex 23-25), € 550.000 in 2027, en de onttrekkingen ten gunste van de Reserve kapitaallasten gemeentelijke woningen van € 872.000 in 2028 en € 1.668.600 in 2029. Daarnaast wordt de verwachte ontwikkeling van de saldi verrekend met de algemene reserve. Op basis van deze prognose blijft de Algemene reserve in alle jaren ruim boven het bedrag dat als buffer voor financiële risico's wordt aangehouden. De omvang van de reserve biedt daarmee voldoende ruimte om de geraamde onttrekkingen op te vangen. Een prognose van de weerstandsratio is in deze rapportage niet opgenomen. De ontwikkeling van de risico's en de daarmee samenhangende benodigde weerstandscapaciteit is in dit stadium nog onzeker.
Voorjaarsrapportage 2026
8
5
Bijlagen
Wijzigingen investeringskredieten Investeringen vormen een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk beleid, met effect op zowel de fysieke leefomgeving als de meerjarenbegroting. Met het overzicht van wijzigingen in investeringskredieten informeert het college de raad over bijstellingen van eerder vastgestelde kredieten en over nieuwe voorgenomen investeringen. Hieronder zijn de bijstellingen per krediet toegelicht.
ICT-apparatuur 2026 Voor de vervanging en aanvulling van ICT-apparatuur in 2026 is een nieuw krediet van € 40.000 nodig. Het gaat hier zowel om uitbreiding van het aantal aan te schaffen laptops (vanwege informatieveiligheid wordt alleen nog gewerkt met door de gemeente verstrekte middelen), ipads voor raadsleden, als bijstelling op basis van de actuele vervangingsplanning.
Voorjaarsrapportage 2026
9
Flexwoningen fase I modulaire woningen Binnen de Beken Zuid-Zuidwest (30 stuks) Voor de realisatie van 30 flexwoningen in Binnen de Beken Zuid-Zuidwest is door de raad een investeringskrediet van € 5.000.000 beschikbaar gesteld. Door prijsstijgingen en meerwerk is een aanvullend krediet van € 500.000 nodig om de werkzaamheden conform de planning en de gestelde kwaliteitsnormen af te ronden. Het totale krediet komt daarmee uit op € 5.500.000. Dorpshuis De Hokhorst Voor de realisatie van Dorpshuis De Hokhorst is door de raad een krediet van € 1.049.794 beschikbaar gesteld. Op basis van de actuele projectplanning en aanvullende inzichten in de uitvoeringskosten is een aanvullend krediet van € 600.000 nodig om uitbreiding met ruimte voor GGD en consultatiebureau mogelijk te maken. Deze extra kapitaallasten werken budgetneutraal door in de exploitatie vanwege het wegvallen van de huur van de huidige locatie. Het totale krediet komt daarmee uit op € 1.649.794. Woningbedrijf complex 23-25 groot onderhoud en verduurzaming (fase II) Voor het groot onderhoud en de verduurzaming van complex 23-25 is door de raad een krediet van € 1.030.000 beschikbaar gesteld. Op basis van actuele inzichten in de onderhouds- en verduurzamingsopgave is een aanvullend krediet van € 470.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 1.500.000.
Emminkhuizerlaan Voor de werkzaamheden aan de Emminkhuizerlaan is door de raad een krediet van € 700.000 beschikbaar gesteld. Door prijsstijgingen van materialen en diensten is een aanvullend krediet van € 200.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 900.000. Overlagen Hopeseweg Voor het overlagen van de Hopeseweg is door de raad een krediet van € 600.000 beschikbaar gesteld. Op basis van actuele inzichten in de uitvoeringskosten is een aanvullend krediet van € 100.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 700.000. Woningbedrijf Kleine Meent (begane grond en eerste verdieping) Voor de werkzaamheden aan het pand Kleine Meent is door de raad een krediet van € 566.460 beschikbaar gesteld voor werkzaamheden op de begane grond. Om overlast voor de bewoners te beperken wordt onderhoud van de bovenverdieping alsmede verduurzaming direct meegenomen. hier is een aanvullend krediet van € 165.000 voor nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 731.460. Grond modulaire woningen Binnen de Beken Zuid-Zuidwest Voor het bouw- en woonrijp maken van de grond voor de modulaire woningen in Binnen de Beken Zuid-Zuidwest is door de raad een krediet van € 468.910 (incl. verwerving € 900.000) beschikbaar gesteld. Op basis van actuele inzichten is een aanvullend krediet van € 200.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 668.910.
Riool fase 3: Dickerijst, Beukenlaan (tweede deel) en Kastanjelaan Voor de rioleringswerkzaamheden van fase 3 is door de raad een krediet van € 539.000 beschikbaar gesteld. Op basis van de actualisatie van de scope en de uitvoeringskosten is een aanvullend krediet van € 377.745 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 916.745. Dit bedrag is inclusief een verschuiving van ‘fase 4’ (- € 124.000) die bij deze werkzaamheden als één project worden meegenomen. IBOR fase 3: Dickerijst, Beukenlaan (tweede deel) en Kastanjelaan Voor de herinrichting (IBOR) van fase 3 is door de raad een krediet van € 374.000 beschikbaar gesteld. Op basis van de actualisatie van de scope en de uitvoeringskosten is een aanvullend krediet van € 542.745 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 916.745. Dit bedrag is inclusief een verschuiving van individuele posten als omvorming groen, vervanging openbare verlichting 2025, straatmeubilair en ‘fase 4’ (totaaal - € 248.600).
Voorjaarsrapportage 2026
10
Brug Emminkhuizerlaan Voor de werkzaamheden aan de brug aan de Emminkhuizerlaan is door de raad een krediet van € 150.000 beschikbaar gesteld. Op basis van actuele inzichten is een aanvullend krediet van € 25.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 175.000. Vervanging voertuigen openbare ruimte 2026 Voor de vervanging van voertuigen voor de openbare ruimte in 2026 is door de raad een krediet van € 130.000 beschikbaar gesteld. Op basis van de actuele vervangingsplanning is een aanvullend krediet van € 50.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 180.000. Het krediet voor uitbreiding van € 30.000 komt hiermee te vervallen. Skatebaan Voor de realisatie van de skatebaan is door de raad een krediet van € 90.000 beschikbaar gesteld. Op basis van actuele inzichten in de uitvoeringskosten is een aanvullend krediet van € 25.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 115.000. Rioolgemalen mechanisch en elektrisch (pompen 2026) Voor de vervanging van de mechanische en elektrische pompen van de rioolgemalen in 2026 is door de raad een krediet van € 60.000 beschikbaar gesteld. Op basis van verschuiving van twee individuele kredieten (€ 16.000 en € 12.000) naar één krediet komt deze daarmee uit op € 88.000. Groot onderhoud brug Hopeseweg Voor het groot onderhoud van de brug aan de Hopeseweg is door de raad een krediet van € 25.000 beschikbaar gesteld.
Op basis van onlangs uitgevoerde inspectie blijken meer werkzaamheden nodig dan gepland en is een aanvullend krediet van € 35.000 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 60.000. Herinrichting Eikenlaan Voor de herinrichting van de Eikenlaan was eerder per saldo geen krediet meer beschikbaar voor 2026 (-€ 99.344). Door de overheveling van werkzaamheden uit de afgeraamde kredieten Esdoornlaan fase 1, straatmeubilair en openbare verlichting (totaal - € 354.600) en door prijsstijgingen van materialen en diensten is een aanvullend krediet van € 453.600 nodig. Het totale krediet komt daarmee uit op € 354.256. Eikenlaan en diverse kleine maatregelen Voor het project Eikenlaan en diverse kleine maatregelen was eerder per saldo geen krediet beschikbaar voor 2026 (-€ 131.661). Door de overheveling van werkzaamheden uit de afgeraamde krediet Esdoornlaan fase 1 (- € 326.490) en door prijsstijgingen van materialen en diensten is een aanvullend krediet van € 376.490 nodig. Het totale krediet voor 2026 komt daarmee uit op € 244.829.
Afgeronde en vervallen kredieten De volgende kredieten zijn met de Voorjaarsrapportage volledig afgeraamd. Het betreft werkzaamheden die zijn afgerond binnen het beschikbare budget, projecten waarvan de werkzaamheden zijn opgegaan in een ander krediet, of investeringen die niet meer worden uitgevoerd: • • • • • •
Riool fase 1: Esdoornlaan en omgeving (€ 326.490) — werkzaamheden opgegaan in project Eikenlaan IBOR fase 1: Esdoornlaan en omgeving (€ 300.000) — werkzaamheden opgegaan in project Eikenlaan Riool fase 4: Lijsterbeslaan (€ 124.000) — werkzaamheden opgegaan in Riool fase 3 (Dickerijst, Beukenlaan tweede deel en Kastanjelaan) IBOR fase 4: Lijsterbeslaan (€ 170.000) — werkzaamheden opgegaan in IBOR fase 3 (Dickerijst, Beukenlaan tweede deel en Kastanjelaan) Openbare verlichting vervanging armaturen 2025 (€ 31.000) — werkzaamheden binnen Ibor fase 3 Uitbreiding wagenpark openbare ruimte (€ 30.000) — vervallen.
Voorjaarsrapportage 2026
11
• • • • • • •
Groot onderhoud straatmeubilair 2023-2024 (€ 29.600) — werkzaamheden binnen project Eikenlaan Openbare verlichting vervanging masten 2025 (€ 18.000) — werkzaamheden binnen Ibor fase 3 Drukriool besturingskast en CVK 2026 (€ 16.000) — werkzaamheden vinden hun beslag binnen een ander krediet Vervanging openbare verlichting 2022 (€ 15.000) — werkzaamheden binnen project Eikenlaan Drukriool mechanische en elektrische pompen 2026 (€ 12.000) — werkzaamheden vinden hun beslag binnen een ander krediet Omvorming groen 2022 (€ 10.000) — werkzaamheden binnen project Eikenlaan Bijgebouw museum (€ 7.678) — investering komt te vervallen, deze wordt in de vorm van een subsidie verstrekt aan het museum.
Meerjaren investeringsplan (MJIP) Het college legt het Meerjareninvesteringsplan (MJIP) als integraal onderdeel van de Voorjaarsrapportage aan de raad voor. Het MJIP geeft inzicht in de investeringen en de bijbehorende kapitaallasten voor de komende jaren. Het overzicht is gebaseerd op het MJIP uit de begroting 2026 en is geactualiseerd met de meest recente ontwikkelingen het GRP en de lopende grote projecten. Bron WB KN 2024 VJR2025 GRP GRP GRP RB 17-09-2024 VJR2025 VJR2025 Begraafplaats KN 2024 WB KN 2024 VJR2025 RB 17-09-2024 GRP GRP GRP KN 2024 IBOR WB GRP GRP GRP VJR2025 WB GRP IBOR WB Totaal
Omschrijving Groot onderhoud/verduurzaming complex 10+24 Openbare Verlichting vervanging masten 2027 Vervanging voertuigen OR2027 Drukriool best.kast en CVK 2027 Drukriool mech.elektr. pompen 2027 Rioolgemalen mech./elektr. pompen 2027 Speelplekken 2027 Aanbod seniorenwoningen Borgwalterrein Huurwoningen Beekweide II fase II (17 stuks) Uitbreiding KN 2024 begraafplaats Openbare Verlichting vervanging armaturen 2026 Groot onderhoud/verduurzaming woningen 2028 Openbare Verlichting vervanging masten 2028 Vervanging voertuigen OR2028 Speelplekken 2028 Rioolpompen 2028 Drukriool mech.elektr. pompen 2028 Rioolgemalen mech./elektr. pompen 2028 Openbare Verlichting vervanging armaturen 2027 Overlaging Woudegge Groot onderhoud/verduurzaming woningen 2029 Rioolpompen 2029 Drukriool mech.elektr. pompen 2029 Vervangen vrijvervalriolering 2029 Vervanging voertuigen OR2029 Flexwoningen fase II (20 stuks) Riool Renswoude Noord fase 5 IBORRenswoude Noord fase 5 Groot onderhoud/verduurzaming woningen 2030
Voorjaarsrapportage 2026
Investering 2027 Investering 2028
Investering 2029
Investering 2030
872.000 18.000 140.000 20.000 12.000 40.000 67.100 12.000.000 4.100.000 500.000 16.000 1.668.600 34.000 40.000 91.500 20.000 18.000 100.000 16.000 90.000 990.000 22.000 18.000 310.000 60.000 2.000.000
17.269.100
2.488.100
3.506.000
263.000 257.000 3.234.000 3.754.000
Levensduur
Jaar gereed
20 40 10 25 15 20 15 50 50 50 15 20 40 10 15 20 15 20 15 20 20 20 15 25 10 30 60 20 20
2028 2027 2027 2027 2027 2027 2027 2028 2028 2028 2028 2029 2028 2028 2028 2028 2028 2028 2029 2029 2030 2029 2029 2029 2029 2029 2030 2030 2030
12
Overzicht baten en lasten per programma Deze bijlage toont een overzicht van de baten en lasten per programma, uitgesplitst naar drie kolommen: de primaire begroting 2026, de begroting na verwerking van de Voorjaarsrapportage 2026, en de realisatie tot en met april 2026. Het overzicht laat zien hoe de baten en lasten zich per programma ontwikkelen tussen de oorspronkelijke begroting en de geactualiseerde begroting. De financiële effecten van de Voorjaarsrapportage zijn in de middelste kolom verwerkt. Het saldo voor bestemming komt na verwerking van de Voorjaarsrapportage uit op een positief resultaat van € 2.749.319. De realisatiekolom geeft de stand van baten en lasten weer tot en met april 2026. Aan deze realisatiecijfers kan op dit moment beperkte waarde worden gehecht. Lasten worden in de loop van het jaar verantwoord en lopen in deze fase van het jaar nog achter op de baten. Een aantal baten worden vroeg in het jaar ontvangen, terwijl de bijbehorende lasten zich pas in de loop van het jaar voordoen. Het beeld dat uit de realisatiekolom ontstaat, is daardoor nog niet representatief voor het verwachte jaarresultaat. Een meer evenwichtig beeld van de realisatie komt beschikbaar bij de Najaarsrapportage 2026 en de Jaarstukken 2026.
- Programma 1 wonen - Programma 2 ruimtelijke ontwikkeling & beheer - Programma 3 samenleving - Programma 4 economische ontwikkeling en toerisme - Programma 5 inwoners, openbare orde en veiligheid, bestuur en organisatie
Saldo baten / lasten programma's - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead - Vennootschapsbelasting Saldo baten / lasten programma's voor mutaties reserves Mutaties reserves Saldo reserves Resultaat voor bestemming
Voorjaarsrapportage 2026
Primaire begroting 2026
Voorjaarsrapportage 2026
baten lasten 4.710.000 3.043.297 1.788.701 3.658.037 1.076.760 6.690.284 75.450 189.597 449.000 1.133.504 -6.614.809 11.837.500 113.971 73.208 5.796.250 0 0 -614.322 1.100.136 205.000 895.136 280.814
baten lasten 5.195.000 3.204.997 2.094.673 3.700.806 1.066.632 7.140.941 75.450 94.297 1.781.500 1.412.093 -5.339.881 12.841.500 -9.220 67.354 5.735.510 0 0 1.842.683 1.341.636 435.000 906.636 2.749.319
13