CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Totaalversie wijziging omgevingsplan d.d. 14 april 2026

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling TAM-omgevingsplan Schalm 924.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

126 alinea's met “omgevingsplan”: 2 7 23 29 31 33 37 40 43 44 45 53 56 61 65 70 75 78 87 90 93 97 99 100 109 116 119 121 123 128 133 140 143 145 148 153 155 157 158 165 …

Gemeente Renswoude

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude Motivering, regels en verbeelding

16 juni 2026

Kenmerk 0339-49-T02 Projectnummer 0339-49

Motivering

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1 1.1. Aanleiding 1 1.2. Ligging plangebied 2 1.3. Toetsing aan omgevingsplan 2 1.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010/Herziening Buitengebied Renswoude 2010 2 1.3.2. Wijzigingsplan Buitengebied 2010, Schalm 9 5 1.3.3. Bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur 5 1.3.4. Inpassingsplan Grebbelinielandschap 5 1.4. Leeswijzer 8

2.

Planbeschrijving 2.1. Geschiedenis 2.2. Huidige situatie 2.3. Toekomstige situatie

10 10 10 11

3.

Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht 3.2.2. Omgevingsverordening 3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005) 3.3.2. Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 3.4.2. Welstandsnota

14 14 14 15 15 16 17 17 19 19 19 20

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1. Inleiding 4.2. m.e.r.-beoordeling 4.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.4. Duurzaamheid & gezondheid 4.4.1. Duurzaamheid 4.4.2. Gezondheid 4.4.3. Conclusie 4.5. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren 4.6. Flora & Fauna 4.6.1. Algemeen

22 22 22 22 23 23 23 24 24 26 26

4.6.2. Gebiedsbescherming 4.6.3. Soortenbescherming 4.6.4. Conclusie 4.7. Luchtkwaliteit 4.8. Geluid 4.9. Geur 4.10. Milieuzonering 4.11. Omgevingsveiligheid 4.12. Trilling 4.13. Welstand 4.14. Archeologie en cultuurhistorie 4.14.1. Algemeen 4.14.2. Archeologie 4.14.3. Cultuurhistorie 4.15. Bodem 4.16. Weging van het waterbelang

26 27 28 28 29 30 31 33 36 36 37 37 38 38 39 39

5.

Juridische planbeschrijving 5.1. Algemeen 5.2. Regels

41 41 42

6.

Uitvoerbaarheid 6.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg 6.1.2. Participatie omgeving 6.2. Financiële haalbaarheid 6.3. Ontwerp TAM-Omgevingsplan

45 45 45 45 45 45

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding De nertsenhouderij op het perceel Schalm 9 is in 2021 beëindigd, nadat het houden van nertsen in Nederland was verboden, omdat deze een risico vormden voor de volksgezondheid vanwege uitbraken van het coronavirus op nertsenfokkerijen. De eigenaar van het perceel heeft daarom in 2023 een principeverzoek ingediend om een deel van de stallen te vervangen door een gebouw voor statische opslag. In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) worden op dat opslaggebouw en ten zuiden daarvan binnen het huidige agrarisch bouwvlak circa 4.000 zonnepanelen geplaatst met een opwekcapaciteit van 1,6 GWh. Deze ontwikkelingen passen niet in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan Renswoude. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Omdat door de initiatiefnemer een principeverzoek is ingediend voor inwerkingtreding van het Afwegingskader functieverandering 2024 is het overgangsrecht uit dit afwegingskader van toepassing. Het verzoek voldoet grotendeels aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid in artikel 30, lid 30.3.2 het bestemmingsplan Buitengebied 2010, die wijziging van de bestemming "Agrarisch" naar "Bedrijf" mogelijk maakt. Alhoewel niet aan alle onderdelen wordt voldaan, hebben burgemeester en wethouders in hun antwoord op dit principeverzoek van 4 maart 2025 aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan dit initiatief. Het initiatief levert namelijk een substantiële bijdrage aan de RES en er is sprake van gedwongen bedrijfsbeëindiging. Hierdoor is initiatiefnemer (eerder dan gepland) zijn bedrijf en inkomen kwijtgeraakt. Wel-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

2

iswaar heeft een compensatieregeling van het rijk voorzien in een tijdelijke vergoeding van inkomstenderving, maar deze situatie is anders dan bijvoorbeeld de behandeling van andere bedrijfsbeëindigingen, zoals in het kader van de LBV+, waar bedrijfsbeëindiging op vrijwillige basis plaatsvindt en compensatie plaatsvindt in de vorm van een sloopvergoeding en daarnaast ook in de vorm van functieverandering. Van precedentwerking is geen sprake, omdat Renswoude maar één voormalige nertsenfokkerij kent. Om deze functieverandering mogelijk te maken, is dit TAM-omgevingsplan vervaardigd. Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat hiervan sprake is, wordt in deze motivering onderbouwd.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de zuidoostkant van Renswoude aan de oostzijde van de Schalm.

1.3.

Toetsing aan omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle vigerende bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan. Voor het plangebied betreft dit het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied Renswoude 2010". Daarnaast is het Inpassingsplan Grebbelinie van toepassing.

1.3.1. Bestemmingsplan Buitengebied 2010/Herziening Buitengebied Renswoude 2010 Het bestemmingsplan Buitengebied 2010 is op 5 oktober 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. Op 12 november 2013 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied Renswoude 2010" vastgesteld. Hiermee is het bestemmingsplan uit 2010 op onderdelen aangepast. Voor het voorliggende plangebied is de verbeelding uit 2010 ongewijzigd gebleven. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming "Agrarisch" en is bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven en het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem en de landschapsstructuur. Omdat de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – nertsenhouderij' op de verbeelding is aangegeven is ook een nertsenhouderij toegestaan. Binnen die bestemming is een bouwvlak aangegeven waarbinnen de bebouwing dient te worden gerealiseerd. Wonen is binnen die bestemming alleen toegestaan voor de agrariër, die het bedrijf exploiteert. Burgerwoningen zijn niet toegestaan. Het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone- verwevingsgebied', als bedoeld in artikel 30 van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010".

Verwevingsgebieden zijn ruimtelijk begrensde gedeelten van het reconstructiegebied, gericht op de verweving van landbouw, wonen en natuur, waar uitbreiding van de intensieve veehouderij mogelijk is mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten. In verband daarmee bevat het bestemmingsplan een aantal wijzigingsbevoegdheden, die niet relevant zijn voor de gevraagde planontwikkeling.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

3

De gronden hebben daarnaast de dubbelbestemmingen "Waarde – Archeologie - 2" (westelijk deel plangebied) "Waarde – Archeologie - 3" (oostelijk deel plangebied) en zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. Bij bodemingrepen groter is dan respectievelijk 100 m² en 1.000 m², waarbij de grond dieper dan respectievelijk 0,4 meter en 0,5 meter zal worden geroerd, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan.

In artikel 30, lid 30.3.2 van het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt de bestemming "Agrarisch" onder voorwaarden te wijzigen in de bestemming "Bedrijf". Die voorwaarden zijn: ▪ het bedrijf is gelegen binnen de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' of de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Het perceel Schalm 9 ligt in het verwevingsgebied; ▪ aangetoond moet zijn dat het agrarisch bedrijf is beëindigd en voortzetting van het agrarisch gebruik niet reëel is. Het agrarisch bedrijf is noodgedwongen beëindigd en, mede gelet op de recente ontwikkelingen in de agrarische sector, is de kans niet reëel dat hier nog een ander agrarisch bedrijf gevestigd wordt ; ▪ de wijziging ten behoeve van de bestemming "Bedrijf" omvat ten hoogste de bestaande bebouwing en het daarbij behorende erf binnen het bouwvlak. Het plan wijkt op dit punt af. In dit TAM-omgevingsplan wordt een deel van het agrarisch bouwvlak gewijzigd in de functie "Bedrijf". Daarnaast is legaal tot stand gekomen bestaande bebouwing binnen de functie "Bedrijf" gelegd; ▪ de wijziging ten behoeve van de bestemming "Bedrijf" omvat in elk geval de voormalige bedrijfsbebouwing, (…) en de woonruimten binnen het betreffende bouwvlak, waarbij het aantal woningen binnen het bouwvlak niet mag worden vergroot.

In dit TAM-omgevingsplan alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing opgenomen, waarbij de agrarische bedrijfswoning behouden blijft als bedrijfswoning bij het niet-agrarische opslagbedrijf. ▪ het resterende deel van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming "Agrarisch" zonder aanduiding of bouwvlak. Het plan wijkt op dit punt af. De overige gronden krijgen in dit TAM-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

4

▪

▪

▪

▪

▪

▪

omgevingsplan de functie "Agrarisch" zonder bouwvlak, maar wel met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneveld'; de gezamenlijke oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak of bestemmingsvlak mogen niet toenemen ten opzichte van de bestaande situatie. Het plan wijkt op dit punt af. De loods zal met de bestaande afmetingen blijven bestaan. Deze voldoet ook aan de maximale maatvoering in het bestemmingsplan (maximaal 6 meter goothoogte en 10 meter bouwhoogte). Voor de nieuw te bouwen bedrijfsbebouwing is ook deze maatvoering uit het vigerende bestemmingsplan aangehouden, namelijk 6 meter maximale goothoogte en 10 meter maximale bouwhoogte. Deze keuze is gemaakt omdat de huidige bedrijfsgebouwen (nertsenhuisvesting) een beperkte bouwhoogte hebben, die niet hierdoor te laag is om doelmatig te gebruiken; de gronden mogen worden onder meer gebruikt voor opslag- en stallingsbedrijven, behorende tot maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Statische opslag valt onder deze categorie; wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. In vergelijking met de situatie die bestond op het moment dat nog een intensief agrarisch bedrijf actief was, is met name de verkeersaantrekkende werking relevant.

De impact op de omgeving (met name mobiliteit/verkeer) is nader in beeld gebracht (zie paragraaf 4.5). Conclusie is dat geen onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen optreedt; wijziging wordt slechts toegepast indien ten minste 50% van de aanwezige oppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing, niet zijnde de bedrijfswoning, wordt gesloopt, waarbij ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied' ten hoogste 1.000 m² gehandhaafd mag worden. Het plan wijkt op dit punt af. Aan de sloopeis van ten minste 50 % wordt voldaan, maar het plan houdt in dat 5.576 m² aan bedrijfsbebouwing aanwezig zal zijn. Deze afwijking wordt in dit geval aanvaardbaar geacht omdat in dit geval sprake was van een gedwongen bedrijfsbeëindiging. Hierdoor is initiatiefnemer (eerder dan gepland) zijn bedrijf en inkomen kwijtgeraakt. Weliswaar heeft een compensatieregeling van het rijk voorzien in een tijdelijke vergoeding van inkomstenderving, maar deze situatie is anders dan bijvoorbeeld de behandeling van andere bedrijfsbeëindigingen, zoals in het kader van de LBV+, waar bedrijfsbeëindiging op vrijwillige basis plaatsvindt en compensatie plaatsvindt in de vorm van een sloopvergoeding en daarnaast ook in de vorm van functieverandering. Van precedentwerking is geen sprake, omdat Renswoude maar één voormalige nertsenfokkerij kent.

De ruimtelijke aanvaardbaarheid van deze forse afwijking moet daarnaast in relatie gezien worden met de bijdrage die dit initiatief levert aan het RES-bod van Renswoude; wijziging van de bestaande maatvoering op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 is uitsluitend toegestaan in geval van sloop van bedrijfsgebouwen, waarbij deze wijziging is gericht op het verminderen van de maximaal toelaatbare oppervlakten van bestaande bouwwerken voor het betreffende perceel met de oppervlakte aan bebouwing die wordt gesloopt. Aan deze bepaling wordt voldaan door sloop van 50% van de totale bedrijfsbebouwing; cultuurhistorisch waardevolle bebouwing mag niet worden gesloopt. Aan deze bepaling wordt voldaan. De monumentale boerderij blijft bestaan;

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

5

▪ het parkeren behorende bij de bedrijfsactiviteit dient binnen het betreffende bestemmingsvlak plaats te vinden. Aan deze bepaling wordt voldaan. Het perceel is dermate groot dat parkeren geen probleem oplevert. Daarnaast veroorzaken statische opslag en grootschalige energie-opwek geen grote parkeerbehoefte; ▪ in vergelijking met het agrarisch gebruik mag geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvinden. Uit onderzoek (zie paragraaf 4.5) blijkt dat geen onaanvaardbare grotere verkeersbelasting plaatsvindt. Wel wordt geadviseerd om door middel van een verkeersplan aandacht te besteden aan spreiding van bezoekersverkeer en het vermijden van in- en uitrijbewegingen van de N224 tijdens de spitsuren, ter bevordering van de verkeersveiligheid. ▪ er vindt geen opslag van goederen in de open lucht plaats.

Dit is als gebruiksverbod worden opgenomen; ▪ wijziging wordt slechts toegepast indien:  uit een beeldkwaliteitsplan, inclusief een erfinrichtingsplan, blijkt dat een kwalitatief hoogwaardige invulling wordt gegeven aan de architectuur van het hoofdgebouw en de inrichting van omliggende terreinen in hun ruimtelijke samenhang;  voorzien wordt in een goede landschappelijke inpassing, afgestemd op de kenmerken van de omgeving; alvorens het plan te wijzigen vragen burgemeester en wethouders hierover advies van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige;  zorg wordt gedragen voor ruimtelijke kwaliteitswinst;  een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en de ruimtelijke kwaliteitswinst. Er is een landschappelijk inpassingsplan vervaardigd. De ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing zijn door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd worden vastgelegd. Daarin zijn afspraken over aanleg en instandhouding vastgelegd. 1.3.2. Wijzigingsplan Buitengebied 2010, Schalm 9 Op 9 juli 2014 hebben Burgemeester en Wethouders van Renswoude het Wijzigingsplan Buitengebied 2010, Schalm 9 vastgesteld. In verband met dierenwelzijnseisen is door middel van dit plan het agrarisch bouwvlak vergroot om hetzelfde aantal nertsen te kunnen houden. 1.3.3.

Bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur De gemeenteraad van Renswoude heeft op 13 juli 2021 het bestemmingsplan parapluherziening parkeren & woningsplitsing en kamerverhuur vastgesteld. Zoals de naam van deze parapluherziening aangeeft, zijn hierin uniforme regels opgenomen met betrekking tot parkeren, woningsplitsing en kamerverhuur. Deze parapluherziening is van toepassing op alle op die datum vigerende bestemmingsplannen. 1.3.4. Inpassingsplan Grebbelinielandschap Het Inpassingsplan Grebbelinielandschap is op 8 december 2014 vastgesteld. Een inpassingsplan is een bestemmingsplan dat door de provincie wordt vastgesteld. Het doel van dit Inpassingsplan is het borgen van de waarden van de Grebbelinie bij de toepassing van afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden in vigerende bestemmingsplannen. Het inpassingsplan leidt tot de

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

6

inspanningsverplichting voor gemeenten om bij hun nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de waarden van de Grebbelinie. Bij het opstellen van het voorliggende TAMomgevingsplan moet met de regelingen uit het inpassingsplan rekening worden gehouden. Het inpassingsplan heeft betrekking op het gebied rondom de als rijksmonument aangewezen delen, dat wil zeggen de hoofdverdedigingslijn en de militaire objecten van de Grebbelinie. Deze gebieden liggen ten westen en oosten van de hoofdverdedigingslijn en worden gezien als het Grebbelinielandschap. Het beleid is gericht op de bescherming van de kwaliteiten van de Grebbelinie, met name de zichtbaarheid en herkenbaarheid van de Grebbelinie. Afbeelding 3: Inpassingsplan Grebbelinielandschap.

Door middel van het Inpassingsplan is aan de gronden rondom de Grebbelinie de dubbelbestemming "Waarde - Grebbelinielandschap" toegekend. Dat wil zeggen dat de gronden tevens zijn aangewezen voor het behoud, herstel en bescherming van de herkenbaarheid en de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarden van de Grebbelinie. Deze waarden worden in het Beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage bij de regels van het inpassingsplan is opgenomen, beschreven. Het plangebied behoort tot het deelgebied 'half-open linie'. In de half-open linie staan de openheid en zicht van en naar de linie-elementen centraal. Het gebied wordt gekenmerkt door een verspreide ligging van erven en beplantingen. De ligging van de erven beperkt zich niet alleen tot de kop van het perceel maar zijn vaak ook dieper op het perceel te vinden. Duidelijke structuren die zichtlijnen markeren, zoals houtsingels of bomenrijen, zijn over het algemeen afwezig. Hierdoor is het zicht op de linie-elementen zeer wisselend. Het doel is dan ook het erf een compacte indeling te geven waardoor deze het verlies aan openheid en zicht beperkt.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

7

Afbeelding 4: BKP Grebbelinielandschap.

In het Beeldkwaliteitsplan zijn voor de 'halfopen linie' de volgende beeldkwaliteitscriteria opgenomen: ▪ algemeen  houd rekening met zichtlijnen richting het linie-element;  behoud de openheid rondom de Grebbelinie en het erf door een compacte erfindeling, ▪ uitbreiding van het erf  plaats het nieuwe gebouw op een wijze zodat het erf een blokvormige, compacte vorm heeft;  plaats het nieuwe gebouw met de kopgevel haaks op het linie-element, indien hiermee een compacte erfvorm te realiseren is;  onttrek bedrijfsmatige elementen (zoals silo's en/of sleufplaten) zoveel mogelijk uit het zicht, door een goede positionering tussen gebouwen of door gebruik van transparante tot dichte erfbeplanting, ▪ functieverandering van het erf  plaats het nieuwe gebouw(en) rondom een gemeenschappelijk erf, zodat een compacte erfvorm te realiseren is;  versterk openheid rondom het linie-element door op vrijkomende grond weinig hoog opgaande elementen te plaatsen (zoals bebouwing en beplanting) en nieuwe bebouwing op afstand van de linie te leggen Door het langgerekte gebouw, dat evenwijdig aan de landschapsrichting wordt gebouwd, sluit het gebouw vanuit noord en zuid gezien beter aan bij het bebouwingsbeeld. Ook speelt deze vorm beter in op de relevante zichtlijnen en op de structuur van landschap en gebouwen.

Deze is oost-west gericht; het landschap blijft met een smaller gebouw in oost-westrichting meer open/transparant. Door de aanvullende kavelgrensbeplanting wordt de bedrijfsbebouwing op

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

8

het erf meer aan het zicht onttrokken. Daardoor wordt tevens de lengte van de stal gebroken en voor een afwisselend silhouet gezorgd. Hierdoor doet de planontwikkeling geen afbreuk aan de beleefbaarheid van de Grebbelinie. In haar advies over het landschappelijk inpassingsplan heeft MooiSticht dit bevestigd.

1.4.

Leeswijzer Deze motivering bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de juridische regeling. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid en is een samenvatting gegeven waaruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

9

Afbeelding 5: Historische topografie.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

10

2.

Planbeschrijving

2.1.

Geschiedenis De Gelderse Vallei kenmerkt zich als een gevarieerd, relatief kleinschalig agrarisch landschap. Er is een grote afwisseling van grasland- en akkerpercelen, bosjes, houtwallen en enkele natte natuurgebiedjes. Het gebied wordt gekenmerkt door dekzandruggen en (van oudsher) kronkelende beken. Het landschap heeft, door zijn grote variatie in landschapstypen, een grote aantrekkingskracht op recreanten. Het landschapstype rondom de kern Renswoude staat bekend als kampen- of coulissenlandschap. Het ligt op lange smalle dekzandruggen langs de oost – west gerichte beeklopen. Het is een kleinschalig landschap van individuele ontginningen. Het gebied rondom de Schalm behoort tot het broek- en heideontginningenlandschap. Dit landschapstype kent een regelmatiger verkavelingspatroon en is grootschaliger en minder besloten. Het landschap is meestal arm aan beplanting, Door gelijkmatige verdeling van de bebouwing en het ontbreken van beplanting mist het landschap variatie en geleding. De bebouwing bepaalt het beeld van het landschap. Het plangebied maakte tot ver in de 20e eeuw onderdeel uit van een bosperceel. In 1940 (bron: BAG-viewer) is op het perceel een boerderij gebouwd. Bij de gemengde veehouderij waren van oudsher maar een beperkt aantal voornamelijk houten stallen aanwezig.

In 1976 zijn de eerste nertsensheds opgericht en in de loop van de jaren uitgebreid tot het bedrijf zoals in afbeelding 6 aan de linkerzijde is te zien. De oorspronkelijke sheds zijn met het oog op dierenwelzijn vanaf 2010 vervangen door een ander type stallen. Per saldo is daardoor het bebouwd oppervlak gereduceerd. Afbeelding 6: Bebouwing 2009 en 2015.

2.2.

Huidige situatie Het plangebied ligt ten zuidoosten van Renswoude aan de oostzijde van de Schalm. Op het perceel was een nertsenhouderij gevestigd. De boerderij is een gemeentelijk monument.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

11

Afbeelding 7: Huidige situatie plangebied.

Het agrarisch bouwvlak heeft een oppervlakte van 16.105 m². Op het perceel is 11.151 m² bedrijfsbebouwing aanwezig, die bestaat uit 10 nertsensheds (9.630 m²), een loods voor de werkplaats met zonnepanelen van 1.252 m² en 269 m² overige bedrijfsbebouwing. Vanaf de zijde van de Schalm zijn de boerderij en de daarachter gesitueerde bedrijfsbebouwing nauwelijks zichtbaar. Aan de noord- en zuidzijde wordt de agrarische bedrijfsbebouwing aan het zicht onttrokken door een houtsingel. Aan de oostzijde van de nertsensheds is voor een deel een houtsingel aanwezig. Buiten het bouwvlak dat op de verbeelding van het tijdelijk omgevingsplan (Wijzigingsplan Buitengebied 2010, Schalm 9) is aangegeven, staat ten zuiden van de bedrijfswoning een veldschuur. Aan de achterzijde van het perceel is ook nog een mestkelder aanwezig, die gedeeltelijk binnen het bouwvlak is gesitueerd.

2.3.

Toekomstige situatie De monumentale boerderij en de loods van 1.250 m² behouden. Omdat de nertsensheds een beperkte bouwhoogte hebben, zijn deze niet efficiënt bruikbaar voor andere doeleinden. De sheds worden daarom gesloopt en vervangen door een opslaggebouw van 4.200 m². Dit gebouw een langgerekt volume met zadeldak. Aanvankelijk zijn ook de mogelijkheden onderzocht om een meer compacte erf-opzet te bereiken en de het opslaggebouw dichter bij de boerderij te bouwen. Het grote volume blijkt echter lastig in te passen binnen het bestaande ensemble van boerderij en bijgebouwen, dat uit kleinschaliger elementen bestaat. Ook zou het verder naar voren bouwen (westwaarts opschuiven) ten koste gaan van bestaande beplanting.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

12

Het opslaggebouw zal worden gebruikt voor de stalling van caravans en/of campers of voor statische opslag. Statisch houdt in dat het moet gaan om de opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, een beperkt aantal laad- en losactiviteiten tot gevolg hebben. Hierdoor is de verkeersgeneratie relatief beperkt. Er zal geen opslag plaatsvinden in de vorm van storage boxen voor consumentenhuishoudens. Er vindt ook geen buitenopslag van goederen plaats. Afbeelding 8: Toekomstige situatie.

Het parkeren, afkoppelen caravans of het laden en lossen van goederen vindt plaats op eigen terrein. Hier wordt voldoende manoeuvreerruimte gerealiseerd. De bestaande inrit naar de Schalm langs de noordzijde van het perceel zal hiervoor in gebruik blijven. Ten zuiden van het nieuwe opslaggebouw worden binnen de begrenzing van het huidige agrarische bouwvlak ongeveer 4.000 zonnepanelen geplaatst. Nabij de inrit worden een trafogebouw, een gebouw voor de omvormers van de zonnepanelen en de accuopslag gerealiseerd. Uit het oogpunt van veiligheid zullen deze op 15 meter afstand van het opslaggebouw worden gesitueerd. Voor de netaansluiting wordt een transformator met een capaciteit van 1.750 kVA geplaatst. Door netcongestie is het op korte termijn nog niet in te schatten wanneer dit volledige vermogen benut kan worden. Een deel van het vermogen is wél beschikbaar. Dankzij een batterijopslagsysteem van 920 kWh is het mogelijk om de overdag opgewekte stroom tijdelijk op te slaan en gespreid aan het net te leveren. Dit draagt bij aan netbalancering, lokaal energiegebruik en is congestieverlichtend. Het totale oppervlak aan bedrijfsbebouwing op het perceel wordt hierdoor gereduceerd tot maximaal 5.576 m² (50% van 11.151). Het nieuwe opslaggebouw krijgt overeenkomstig de mo-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

13

gelijkheden die het tijdelijk Omgevingsplan Renswoude (Bestemmingsplan Buitengebied 2010) biedt een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. De veldschuur, die buiten het bouwvlak is gesitueerd, ten zuiden van de boerderij wordt gedeeltelijk geamoveerd. In het te handhaven deel zal een waterpomp worden geplaatst. De mestkelder wordt gehandhaafd ten behoeve van de bemesting van de agrarische gronden rondom het perceel. Aan de oost- en zuidkant van het opslaggebouw en op de bestaande bebouwing worden zonnepanelen geplaatst. Door de plaatsing van ongeveer 4.000 zonnepanelen met een verwachte jaarlijkse opbrengst van circa 1,6 GWh aan duurzame elektriciteit levert de planontwikkeling een belangrijke bijdrage aan de opwekking van duurzame energie in de gemeente Renswoude. In totaal gaat het om bijna 8% van het Regionale Energiestrategie (RES)-bod van 20 GWh. Op deze manier kunnen ongeveer 500 huishoudens in de gemeente voorzien van groene stroom. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing is een inpassingsplan vervaardigd. De houtsingel aan de oostzijde wordt daarin aangeheeld.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

14

3.

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden.

De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen.

Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

15

▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Van de 21 nationale belangen is de opgave om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Doordat er een agrarisch bedrijf wordt beëindigd, vindt er een reductie plaats van ammoniak, geur en fijnstof. De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie provincie Utrecht Op 10 maart 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. De Omgevingsvisie is op 1 april 2021 in werking getreden. Met vaststelling van de Omgevingsvisie en de (Interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht leggen Provinciale Staten de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast (Omgevingsvisie) en de juridische doorwerking hiervan (Omgevingsverordening). De Omgevingsvisie van de provincie Utrecht bevat een uitwerking in thema's en in gebieden. De uitwerking is in 7 thema's gevat: ▪ stad en land gezond; ▪ klimaatbestendig en waterrobuust; ▪ duurzame energie; ▪ vitale steden en dorpen; ▪ duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; ▪ levend landschap, erfgoed en cultuur; ▪ toekomstbestendige natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie staan zowel de ambities, als de wijze waarop de provincie daar uitvoering aan wil geven. De uitwerking in gebieden valt uiteen in drie regio's: U16, Amersfoort en Foodvalley. Renswoude behoort tot de regio Foodvalley. In de uitwerking van het beleid brengt de provincie gebiedsgericht samenhang aan tussen de thematische ambities. Door de plaatsing van ongeveer 4.000 zonnepanelen levert de planontwikkeling een belangrijke bijdrage aan de opwekking van duurzame energie in de gemeente Renswoude.

In totaal gaat het om bijna 8% van het Regionale Energiestrategie (RES)-bod van 20 GWh.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

16

Het bouwplan wordt gerealiseerd door middel van functieverandering. Door de sloop van niet meer in gebruik zijnde voormalige agrarische bedrijfsbebouwing vindt een ontstening in het buitengebied van de Regio Food Valley plaats. Door de uitvoering van het inrichtingsplan wordt de landschappelijke waarde van de Regio Food Valley versterkt en wordt een bijdrage aan de vitaliteit van het platteland gegeven. De onderhavige planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. 3.2.2. Omgevingsverordening Om de Omgevingsvisie in de praktijk goed te laten werken, zijn op onderdelen regels nodig. Deze regels zijn vastgelegd in één Omgevingsverordening. Deze verordening is op 1 januari 2024 samen met de Omgevingswet in werking getreden. Om de Omgevingsverordening actueel te houden, wordt de verordening regelmatig op onderdelen gewijzigd. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Hierbij kan worden gedacht aan het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en bebouwingsmogelijkheden in het stedelijk en het landelijk gebied. Planspecifiek Het plangebied ligt in het 'landelijk gebied'. Verstedelijking is in principe alleen mogelijk in het stedelijk gebied.

Op grond van artikel 9.3 van de Omgevingsverordening staat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen landelijk gebied geen verstedelijking toe, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Verstedelijking wordt daarbij gedefinieerd als: 'de vestiging of uitbreiding van al bestaande stedelijke functies. Denk daarbij aan nieuwvestiging of de vergroting van de gebruiksoppervlakte of bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Artikel 9.11 van de Omgevingsverordening bepaalt dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied regels kan bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: ▪ het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een Concentratiegebied glastuinbouw; ▪ door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij:  het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening; of  het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt

aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat;

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

17

het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn;  het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied;  er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of  de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; ▪ te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind; ▪ de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en ▪ de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. 

Het areaal aan bedrijfsbebouwing wordt met 50% gereduceerd. Door één bedrijfsgebouw te realiseren in plaats van de nertsensheds en rekening te houden met manoeuvreerruimte ontstaat een zo compact mogelijk opzet van het perceel. De monumentale boerderij wordt behouden en de landschappelijke inpassing van het perceel wordt versterkt. Doordat de stikstofemissie van het opslagbedrijf aanzienlijk lager is dan van de nertsenhouderij heeft de planontwikkeling ook een positief effect op de natuurwaarden. Opslag is ten slotte een functie die omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmert. Uit de Omgevingsverordening vloeien verder geen specifieke aandachtspunten voor de toepassing van de ruimte-voor-ruimte regeling. De Omgevingsverordening heeft daarom geen gevolgen voor de planontwikkeling.

3.3.

Regionaal beleid

3.3.1. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005) In het Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (LOP) stellen de gemeenten Amerongen, Barneveld, Leersum, Leusden, Maarn, Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg het landschapsbeleid op elkaar af. Het LOP is een uitwerking van het voormalige reconstructieplan en het (oude) streekplan. Voor de Gelderse Vallei zet het LOP in op het versterken van het landschappelijke raamwerk. Hiervoor worden beplantingen langs wegen aangevuld, bosgebieden versterkt en het bekensysteem verder ontwikkeld. Een verbetering van het recreatief netwerk is een kans die verder uitgewerkt wordt in het LOP. Naast de ruimte voor landgoederen en landelijk wonen wordt bijzondere aandacht besteed aan het behoud van het agrarische karakter en de versterking van

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

18

streekeigen landschapselementen, zoals waterlopen en de EVZ en inpassingen van agrarische erven en ook kleinschalige natuurontwikkeling. Afbeelding 9: Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei.

Op de visiekaart van het LOP ligt het plangebied in het gebied dat is aangeduid als 'behouden en versterken van het broek- en heideontginningenlandschap'. Het broek- en heideontginningenlandschap kent grootschalige intensieve (grondgebonden) bedrijven met de daarbij behorende functionele architectuur. De erven zijn ruimer en moderner dan in de oude kampenlandschappen en liggen vooral langs de wegen verspreid. Boerderijen, voormalige boerderijen, woningen en overige bebouwing staan individueel naast elkaar. Het meest voorkomende historische type boerderij is de langhuisboerderij of hallehuis, voorgevels zijn vaak op de weg gericht, de bijgebouwen staan achter het woongedeelte van de boerderij of de woning (ten opzichte van de weg) soms haaks op elkaar. Bij uitbreiding van het erf dient ernaar te worden gestreefd bebouwing compact te clusteren en de typische orthogonale erfopbouw behouden. In het heideontginningslandschap zijn de erven weinig voorzien van erfbeplanting. Nadruk ligt vooral op functionaliteit. De nieuwe bebouwing op het perceel wordt op een zo compact mogelijke wijze geclusterd, waarbij de orthogonale erfopbouw als uitgangspunt voor de situering van het nieuwe opslaggebouw is gehanteerd. Aanvankelijk zijn ook de mogelijkheden onderzocht om een meer compacte erf-opzet te bereiken en de het opslaggebouw dichter bij de boerderij te bouwen.

Het grote volume blijkt echter lastig in te passen binnen het bestaande ensemble van boerderij en bijgebouwen, dat uit kleinschaliger elementen bestaat. Ook zou het verder naar voren bouwen (westwaarts opschuiven) ten koste gaan van bestaande beplanting. Door middel van het aanhelen van de houtsingel aan de oostzijde van dit gebouw met gebiedseigen beplanting wordt de landschappelijke inpassing van het perceel versterkt.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

19

3.3.2. Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 Op 17 september 2024 heeft de gemeenteraad van Renswoude het regionaal afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024 vastgesteld. In dit afwegingskader functieveranderingsbeleid is door gemeenten in de Regio FoodValley vastgelegd hoe de deelnemende gemeenten om willen gaan met voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Het beleid stelt agrarische bedrijven in staat om de bedrijfsvoering op een maatschappelijk en ruimtelijk verantwoorde wijze (gedeeltelijk) te beëindigen. Het wijzigen van de agrarische functie in een andere functie, zoals een woon- of werkfunctie, is de daadwerkelijke functieverandering. Dit leidt op verschillende manieren tot kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Door de sloopverplichting van overtollige bebouwing, landschappelijke inpassing bij hergebruik/nieuwbouw voor nieuwe woon- of werkfuncties, en natuurontwikkeling of landschapsverbetering in de wijdere omgeving. Op de slooplocatie kent de overtollige agrarische bebouwing een waarde. Deze waarde wordt sloopmeters. Genoemd. Nieuwe functies, zoals wonen, werken, het vergroten van de woninginhoud of oppervlakte aan bijgebouwen worden door de inzet van sloopmeters mogelijk gemaakt. Om de oppervlakte aan bebouwing in het landelijk gebied niet toe te laten nemen werken we met een omrekening van de sloopmeters.

Dit betekent dat de vrijkomende sloopmeters niet één op één ingezet kunnen worden voor een nieuwe functie. De sloopmeters zijn door de reikwijdte van het functieveranderingsbeleid tussen de deelnemende gemeenten uitwisselbaar. Omdat de aanvraag om functieverandering is ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Afwegingskader functieveranderingsbeleid 2024, is op grond van het overgangsrecht in artikel 3.7.3 het voorgaande functieveranderingsbeleid van toepassing. In de Utrechtse gemeenten van de Regio FoodValley werd functieverandering tot die tijd voornamelijk toegepast door middel van maatwerk. De gemeente Renswoude hanteerde daarbij de wijzigingsregels uit artikel 30, lid 30.3.2 uit het bestemmingsplan Buitengebied 2010 en de Provinciale Omgevingsverordening als leidraad. Gelet het feit dat enerzijds sprake is geweest van een gedwongen bedrijfsbeëindiging waarbij de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing incourant is voor andere doeleinden en anderzijds dat een substantiële bijdrage wordt geleverd aan de RES, zijn de in paragraaf 1.3.1 geconstateerde afwijkingen van de wijzigingsregels in dit specifieke geval aanvaardbaar. Op de inpasbaarheid binnen de Provinciale Omgevingsverordening is ingegaan in paragraaf 3.2.2.

3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 De Omgevingsvisie Renswoude 2018-2030 die op 3 juli 2018 is vastgesteld door de gemeenteraad van Renswoude loopt vooruit op de totstandkoming van de Omgevingswet. Het doel van de Omgevingsvisie is het creëren van een strategische visie voor de langere termijn voor de hele fysieke leefomgeving van Renswoude, die antwoord geeft op de vraag: Hoe ziet Renswoude er in 2030 uit?

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

20

In de Omgevingsvisie wordt een aantal belangrijke thema's behandeld. Voor dit bestemmingsplan zijn met name de thema's buitengebied en voorzieningen van belang. Voor het buitengebied wordt geconstateerd dat het prachtige natuurlijke maar ook agrarische buitengebied een van de trekpleisters van de gemeente is. Het is belangrijk dat het buitengebied in balans blijft en dat kansen op het gebied van natuurontwikkeling en vrijkomende agrarische bebouwing worden benut. Daarnaast is het belangrijk dat ook agrariërs de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Alle ontwikkelingen in het buitengebied gaan altijd gepaard met het nodige onderzoek vooraf, het blijft immers maatwerk, waarbij nadrukkelijk aandacht geschonken wordt aan de belangen van agrariërs, landschaps- en natuurwaarden en een gezonde leefomgeving. Het doel is om hiertussen te allen tijde de juiste balans te vinden. Verrommeling van het buitengebied dient te allen tijde voorkomen te worden. Als er agrarische bebouwing vrijkomt, kunnen hieraan uiteraard nieuwe functies worden toegekend zoals wonen of werken, maar er kan ook worden gekozen om bebouwing te slopen en de gronden te gebruiken voor naburige agrariërs die op zoek zijn naar extra gronden of voor natuurontwikkeling.

De inpassing in het landschap en bescherming van aanwezige natuurwaarden is daarbij van groot belang, alsmede dat bij vrijkomende agrarische bebouwing alleen bedrijfsactiviteiten mogen worden ontwikkeld die niet hinderlijk, gevaarlijk en/of schadelijk zijn voor de omgeving of het leefmilieu. Een van de meest ingrijpende veranderingen in de komende decennia is de omschakeling van fossiele brandstoffen en energiebronnen naar schone CO 2-neutrale brandstoffen en energiebronnen. Ingezet wordt op een energieneutraal Renswoude in 2035. In dit geval krijgt het perceel Schalm 9 een nieuwe functie: werken. In combinatie met de plaatsing van ongeveer 4.000 zonnepanelen en door de herinrichting van het erf en de landschappelijke inpassing, past de planontwikkeling binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.4.2. Welstandsnota In artikel 4.19 van de Omgevingswet is aangegeven dat 'als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, (…) de gemeenteraad beleidsregels vast[stelt] voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken.' Via dit artikel is vastgelegd dat het welstandstoezicht onder de Omgevingswet loopt via het omgevingsplan.

In artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen waarin een welstandsnota na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijkgesteld wordt aan een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet. De gemeenteraad van Renswoude heeft op 22 juni 2004 de Welstandsnota vastgesteld. Het doel van de Welstandsnota is het behouden en waar mogelijk versterken van de ruimtelijke kwaliteit. In de Welstandsnota van de gemeente Renswoude zijn gebiedsgerichte criteria opgenomen. Met de gebiedsgerichte benaderingswijze zijn de karakteristieken van wijken en sa-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

21

menhangende gebieden in heel de gemeente vastgelegd en gewaardeerd. Hiermee moeten de ontwerpers van nieuwe bouwplannen rekening houden en het biedt de welstandscommissie handvatten voor het formuleren van een welstandsadvisering. De gemeente Renswoude heeft de welstandscriteria gedifferentieerd naar gebieden. Per gebied zijn specifieke criteria opgesteld. Voor het buitengebied, waartoe het plangebied behoort, zijn aanvullende criteria voor massa en vorm bebouwing en voor detaillering, kleur- en materiaalgebruik geformuleerd. ▪ Algemeen  de bouwwerken passen in de omgevingskarakteristiek (bebouwing) en houden rekening met de bestaande organisatie op het perceel en gerelateerd aan de landschappelijke inrichting. ▪ Massa en vorm bebouwing  de bebouwing wordt terughoudend vormgegeven;  de gevelindeling wordt gekenmerkt door een evenwichtige, hiërarchische opbouw. ▪ Detaillering, kleur en materiaalgebruik  de hoofdkleuren zijn gedempte (aard-)kleuren. In paragraaf 4.13 wordt nader op de welstandstoets ingegaan.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

22

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

4.1.

Inleiding In het kader van de totstandkoming van dit TAM-omgevingsplan is onderzoek uitgevoerd naar verschillende milieu- en omgevingsaspecten om de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling aan te tonen en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlage deel uit van deze motivering.

4.2.

m.e.r.-beoordeling Algemeen De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er hoeft niet (meer) getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid (meer) gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure. Toetsing Door de planontwikkeling wordt het bebouwingsareaal aanzienlijk gereduceerd, ook de bebouwingsmogelijkheden worden aanzienlijk ingeperkt doordat het agrarisch bouwvlak in dit TAMomgevingsplan wordt verwijderd. Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat uit de samenvatting van de onderzoeken in dit hoofdstuk, volgt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3.

Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

23

Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Toetsing In de overzichtsuitspraak over de ladder (ABRvS 201608869/1/R3) is destijds bepaald dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. De bebouwing op het perceel wordt met 5.576 m² gereduceerd. Door de planontwikkeling neemt het bebouwingsareaal derhalve aanzienlijk af. De initiatiefnemer is de voormalige agrariër die al jaren op het perceel woont en werkt. Gelet daarop is het gebruikmaken van beschikbare gronden, herontwikkeling of transformaties van bestaande locaties elders niet van toepassing. De ladder hoeft daarom niet te worden doorlopen.

Conclusie De planontwikkeling hoeft niet te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.4.

Duurzaamheid & gezondheid

4.4.1. Duurzaamheid De eisen met betrekking tot de milieuprestatie en energiezuinigheid van gebouwen zijn opgenomen in artikel 4.148-4.160 (Duurzaamheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin is onder meer aangegeven dat een bouwwerk bijna energie neutraal (BENG) dient te zijn. Er gelden echter geen eisen voor de gebruiksfuncties 'industriefunctie', 'overige gebruiksfuncties' en 'bouwwerken geen gebouw zijnde'. Toetsing duurzaamheid Ten aanzien van de duurzaamheid gelden er geen eisen op grond van het Bbl. Door de plaatsing van ongeveer 4.000 zonnepanelen worden een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de duurzame energieproductie in de gemeente Renswoude. 4.4.2. Gezondheid Ook de bevordering van gezondheid is een afwegingscriterium bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komt een aantal (milieu)aspecten, zoals geluidsoverlast, bodemverontreiniging, externe veiligheid, enzovoort, aan de orde waarbij de gezondheid van de toekomstige bewoners een rol speelt. Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van gezondheid. Daarnaast kan bij grotere planontwikkelingen ook gezondheidsbevordering gestimuleerd worden. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffec-

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

24

ten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Toetsing Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er vanuit het oogpunt van gezondheid geen belemmeringen zijn voor de instandhouding van een goed woon- en leefklimaat. Voor het overige is het onderdeel van het bevorderen van de gezondheid minder relevant, omdat er geen leefomgeving op een groter schaalniveau wordt ingericht. 4.4.3. Conclusie Het aspect duurzaamheid en gezondheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5.

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie en -afwikkeling en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Toetsing Het perceel wordt ontsloten via de Schalm. Voor autoverkeer is de Schalm een doodlopende weg. In de ASVV2021 zijn geen kengetallen opgenomen voor de verkeersaantrekkende werking voor statische opslag of voor caravanstallingen. Gelet hierop is verkeerskundig onderzoek1 uitgevoerd om de verkeerskundige gevolgen van de planontwikkeling in beeld te brengen. De verkeersbewegingen die werden gegenereerd door de nertsenhouderij zijn komen te vervallen. Het maatgevende transport op het agrarische bedrijf bestond jaarlijks namelijk uit: ▪ vrachtwagencombinatie voer (40 ton):  zomer: 15 weken, 8 x per week => 120 vrachtwagens = 240 vervoersbewegingen;  winter: 37 weken 10 x per week => 370 vrachtwagens = 740 vervoersbewegingen; ▪ vrachtwagencombinatie afvoer mest:  jaarlijks: 25 vrachten = 50 vervoersbewegingen; ▪ personeel (auto's):  300 dagen/ jaar, 2 personeelsleden => 300 auto's = 1.200 vervoersbewegingen. Over een periode van één jaar vonden er gemiddeld dagelijks 6,1 vervoersbewegingen plaats ten behoeve van het agrarisch bedrijf, waarbij een substantieel gedeelte uit zware vrachtwagencombinaties bestond.

Het realiseren van een statische opslag, voor goederen of caravans leidt tot 1.200 tot 1.800 ritten per jaar. Worst case uitgaand van 1.800 ritten is dit een geringe toename van minder dan

1

BOOT organiserend ingenieursburo B.V., Verkeer en afwikkeling, Schalm 9, P26-0174, Veenendaal, 10 maart 2026

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

25

twee procent ten opzichte van het bestaande verkeer op de Schalm. Door de planontwikkeling vermindert derhalve het aantal verkeersbewegingen in kwantitatief opzicht. Gezien de beperkte breedte van de Schalm is het wenselijk om sterke pieken te voorkomen. Om het transport ten behoeve de statische opslag gestructureerd te laten verlopen, wordt uitgegaan van de volgende maatregelen: ▪ heeft het de voorkeur om tijdens de spits, gelet op de verkeersintensiteit op de N224, de verkeersgeneratie zoveel mogelijk te reduceren. ▪ op zondag is de statische opslag gesloten; ▪ gemiddeld worden per uur maximaal 4 bezoekers toegestaan; ▪ aan- en afkoppelen, of laden en lossen vindt plaats op het binnenterrein bedrijf; ▪ er wordt niet langs de Schalm geparkeerd. De vanuit de initiatiefnemer aangeven beperkingen leiden tot een maximale toename van 8 voertuigen per uur op een drukke dag. Doordat verkeer in beginsel niet in de spits mag arriveren en vertrekken is deze toename, ook met het smalle profiel van de Schalm, acceptabel te noemen. In de praktijk zal soms gebruik gemaakt moeten worden van de berm, maar daar dit niet structureel is zal dit niet tot overmatige bermschade leiden. Voor oprijdbaarheid van de N224 geldt dat deze voor overige voertuigen ín het spitsuur goed is. Voor het verkeer buiten het spitsuur zijn hier dan ook geen problemen te verwachten.

Mocht door omstandigheden een enkel voertuig toch in de spits aankomen of vertrekken heeft dit geen invloed op de oprijdbaarheid vanuit de Schalm of de afwikkeling van verkeer op de N224. Bij het hanteren van een maximum van vier bezoekers (of transporten) per uur en het zo veel mogelijk voorkomen van verkeer in de spitsuren, zijn er geen verkeerskundige bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Burgemeester en wethouders van Renswoude hebben op 30 mei 2016 de "Nota parkeernormen gemeente Renswoude" vastgesteld. Op basis van deze nota kan een prognose worden gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor opslag bedraagt de parkeernorm 0,9 parkeerplaatsen per 100 m² BVO. Derhalve zijn op grond van de nota parkeernormen voor 5.576 m² opslagruimte 51 (50,2) parkeerplaatsen noodzakelijk. Gelet op het extensieve karakter van statische opslag en mede gelet op de te verwachten verkeersaantrekkende werking, is die theoretisch berekende parkeerbehoefte veel te hoog voor statische opslag. Gelet op de afspraak om gelijktijdig 2 bezoekers per tijdvak toe te staan, kan worden volstaan met 2 parkeerplaatsen op eigen terrein. Op eigen terrein is voldoende ruimte om die parkeerbehoefte te realiseren. Conclusie Het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Motivering Gemeente Renswoude – TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 Renswoude

26

4.6.

Flora & Fauna

4.6.1. Algemeen De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG). Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het Natuurbeschermingsrecht is ongewijzigd ten opzichte van de Wnb. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom een verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna 2 uitgevoerd. 4.6.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16946060/1