Bijlage 1 Totaalversie wijziging omgevingsplan d.d. 14 april 2026
Tekst van het document
3.35
nevenactiviteit niet-agrarische activiteiten die in ruimtelijk opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een agrarisch bouwvlak.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
9
3.36
nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
3.37
opslag opslag van goederen die naar hun aard geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze een bewerking ondergaan en zonder dat deze verhandeld worden.
3.38
overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.
3.39
paardenfokkerij een agrarisch bedrijf, gericht op het fokken van paarden, het bieden van leefruimte aan opgroeiende paarden en/of het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden, eventueel in combinatie met (en daaraan ondergeschikte) trainingsfaciliteiten en verkoop ten behoeve van de eigen gefokte paarden.
3.40
paardenhouderij een agrarisch bedrijf, gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en de in- en verkoop van paarden.
3.41
peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
3.42
perceelgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.
3.43
prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
3.44
seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
10
3.45
Staat van Bedrijfsactiviteiten de in bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten.
3.46
statische opslag binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (seizoen)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke, alsmede opslag van grove partijen handelsgoederen, winkelinventaris, bouwmaterialen, landbouwwerktuigen, of naar aard en omvang te vergelijken goederen.
3.47
streekeigen producten al dan niet bewerkte agrarische producten, afkomstig van het eigen agrarische bedrijf of van andere agrarische bedrijven uit de streek.
3.48
teeltondersteunende voorzieningen bouwwerken, ten behoeve van de bescherming van teeltgewassen en/of de voorkweek van ten behoeve van het eigen bedrijf benodigd plantmateriaal en/of de voorkoming van de verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen, ten behoeve van grondgebonden agrarische teelten, zoals: a. boog-, tunnel- en gaaskassen: al dan niet verplaatsbare gebouwen overtrokken met en omsloten door lichtdoorlatend materiaal anders dan glas; b. afdekfolie: folie die op de bodem wordt aangebracht; c. containervelden: al dan niet verharde of met worteldoek afgedekte percelen ten behoeve van de teelt van planten in potten; d. overkappingconstructies: bouwwerken zonder wanden, geen gebouwen zijnde, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas; e. stellingen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarop planten worden geteeld; f. tijdelijke kassen: kassen, die gedurende een beperkte periode, die afhankelijk is van de teelt, maar die maximaal 8 maanden per jaar bedraagt, worden opgericht en eenvoudig te monteren en te demonteren zijn.
3.49
voorgevellijn de lijn gelegen: a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een gebouw; b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een gebouw.
3.50
waterbassins voorzieningen, niet zijnde bouwwerken, ten behoeve van de opslag van water, zoals foliebassins en daarmee vergelijkbare vormen van wateropslag.
3.51
zonnepaneel een paneel waarin met fotovoltaïsche cellen zonne-energie wordt omgezet in elektriciteit.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
11
3.52
zonneveld een gebied ingericht met zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen zoals de draagconstructie, onderhouds- en nutsgebouwen, ontsluitingspaden, erfafscheidingen en landschappelijke voorzieningen
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
12
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen
De bepalingen in dit artikel zijn een aanvulling op en gaan bij strijdigheid vóór op de meet- en rekenbepalingen zoals bedoeld in artikel 22.24 van dit omgevingsplan. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
4.1
afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
4.2
bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.
4.3
de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
4.4
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
4.5
de goothoogte van een bouwwerk tussen het peil en de horizontale snijlijn van elk dakvlak met de daaronder gelegen buitenzijden van de gevels en/of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren.
4.6
de inhoud van een bouwwerk tussen het peil, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
4.7
inhoud van een bouwwerk voor mestopslag, mest(na)vergisting of kadaveropslag tussen de bovenkant van de onderste vloer en de binnenzijde van de gevels en de onderkant van de bovenste vloer /het dak.
4.8
de oppervlakte van een bouwwerk tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
13
4.9
ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, stofkappen en andere onderdelen van technische installaties, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. functiegrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
4.10
vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
14
Hoofdstuk 2 Artikel 5 5.1
Functies en activiteiten
Agrarisch
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Agrarisch".
5.2
Functieomschrijving Een als "Agrarisch" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. grondgebonden agrarische bedrijven; b. het behoud, herstel en de ontwikkeling van het waterhuishoudkundig systeem; c. het behoud, herstel en de ontwikkeling van de landschapsstructuur; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneveld' voor een zonneveld voor het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen zoals nutsvoorzieningen, alsmede voor: e. aan de functies sub a tot en met sub c ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; f. de bij deze functies sub a tot en met sub d behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen; g. beweiding voor recreatieve of hobbydoeleinden.
5.3
Beoordelingsregels voor het bouwen
5.3.1
Beoordelingsregels voor het bouwen Voor het bouwen geldt dat: a. er uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en overkappingen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf en ten behoeve van extensieve dagrecreatie zoals zitbanken en routeborden, mogen worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter; b. in afwijking van het bepaalde sub a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneveld' zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van zonnepanelen met de daarbij behorende voorzieningen toegestaan mogen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. er één type zonnepanelen wordt toegepast; 2. er één soort plaatsingssysteem wordt toegepast; 3. de zonnepanelen in één oriëntatierichting worden geplaatst; 4. het kleur- en materiaalgebruik eenduidig is. 5. de bouwhoogte van de draagconstructie met zonnepanelen mag niet meer bedragen dan 2,0 meter;
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
15
c.
6. met het oog op beïnvloeding van de gastransportleiding W-523-05 door het zonneveld, burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de beheerder van de gastransportleiding, alvorens over het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen; 7. met het oog op de veiligheid van de energie-opslag, burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), alvorens over het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen; in afwijking van het bepaalde sub a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - mestkelder' een mestkelder mag worden gebouwd waarbij de bouwdiepte maximaal 4 meter onder peil mag bedragen.
5.4
Specifieke functieregels
5.4.1
Voorwaardelijke verplichting Landschappelijke inpassing Teneinde te komen tot een zorgvuldige landschappelijke inpassing dienen, binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de eerste omgevingsvergunning voor de plaatsing van een zonnepaneel in de bestemming "Agrarisch" danwel voor de bouw van een gebouw ten behoeve van statische opslag in de bestemming "Bedrijf", de gronden die zijn aangeduid met de Romeinse cijfers I en V op de tekening Gewenste situatie (Bijlage 1), te zijn ingericht en ingericht te blijven als groensingel met hoogopgaand groen.
5.4.2
Strijdig gebruik Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden te gebruiken ten behoeve: a. detailhandel, anders dan het verkopen van streekeigen producten of ter plaatse geproduceerde producten met een oppervlakte van ten hoogste 150 m², is niet toegestaan; b. niet-agrarische bedrijfsmatige nevenactiviteiten zijn niet toegestaan; c. fokkerijen en mesterijen van eenden, ganzen en kalkoenen in de open lucht alsmede vis-, wormen- en madenkwekerijen zijn niet toegestaan; d. de opslag van goederen en materialen is niet toegestaan; e. teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend gedurende de periode van maart tot en met september toegestaan; f. het gebruik van afdekfolie buiten een bouwvlak is niet toegestaan; g. containervelden zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; h. waterbassins zijn niet toegestaan; i. mestbassins, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; j. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie als bedoeld in lid 5.2 gerichte gebruik van de grond; k.
het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen is niet toegestaan, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie als bedoeld in lid 5.2 gerichte gebruik van de grond; l. het gebruik van gebouwen voor statische opslag tenzij binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de eerste omgevingsvergunning voor een gebouw in het de groensingel als bedoeld in lid 5.4.1 is aangeplant en aangeplant dient te blijven.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
16
5.5
Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.5.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen, vergraven, verruimen, uitdiepen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren; b. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting.
5.5.2
Uitzondering vergunningplicht Het verbod van lid 5.5.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die: a. behoren tot normaal onderhoud en beheer waaronder begrepen worden de normale agrarische exploitatie ten dienste van de functie als bedoeld in lid 5.2; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
5.5.3
Toetsingscriteria Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 5.2, sub b en c genoemde waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
5.5.4
Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.5.1 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de waterbeheerder, omtrent de voorwaarden zoals genoemd in lid 5.5.3.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
17
Artikel 6 6.1
Bedrijf
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Bedrijf".
6.2
Functieomschrijving Een als "Bedrijf" aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. ter plaatse van de aanduiding 'opslag': een opslagbedrijf behorende tot maximaal categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneveld' tevens voorzieningen ten behoeve van een zonneveld; alsmede c. de hierbij behorende voorzieningen, zoals wegen en paden, tuinen, erven, groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.
6.3
Beoordelingsregels voor het bouwen
6.3.1
Beoordelingsregels voor het bouwen van bedrijfsbebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bedrijfsbebouwing en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. binnen bouwvlakken mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd; b. de maximale bebouwingsoppervlakte van gebouwen en overkappingen, waarbij de woning niet is inbegrepen, bedraagt per bouwvlak niet meer dan is aangegeven met de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte (m²)'; c. de goothoogte en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan is aangegeven met de maatvoeringsaanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; d. in afwijking van bepaalde sub a en c mogen voorzieningen ten behoeve van een zonneveld, zoals transformatorstations en gebouwen voor omvormers en accu-opslag, uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneveld' en met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer dan 4 meter mag bedragen; 2. met het oog op beïnvloeding van de gastransportleiding W-523-05 door het zonneveld, burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de beheerder van de gastransportleiding, alvorens over het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen; 3.
met het oog op de veiligheid van de energie-opslag, burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) en bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), alvorens over het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen;
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
18
e. de maximale hoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt niet meer dan 10 meter, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen; f. de maximale hoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt 2 meter. 6.3.2
Beoordelingsregels voor het bouwen van bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak mag één bedrijfswoning, inclusief aan- en uitbouwen, worden gebouwd; b. de inhoud van de bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen bedraagt maximaal 600 m³; c. de goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt maximaal 6 meter en de bouwhoogte maximaal 10 meter; d. de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt 80 m² per bedrijfswoning; e. de goothoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 6 meter.
6.3.3
Beoordelingsregels voor het bouwen buiten het bouwvlak Voor het bouwen buiten het bouwvlak geldt dat uitsluitend erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mogen worden gebouwd met een maximale hoogte van 2 meter.
6.4
Vergunningplicht voor afwijken
6.4.1
Vergroten maximale bebouwingsoppervlakte gebouwen en overkappingen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.3.1, sub b voor het vergroten van de maximale bebouwingsoppervlakte van gebouwen en overkappingen met ten hoogste 15% mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het landschap in de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; b. de bebouwing wordt landschappelijk goed ingepast in de omgeving; c. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
6.4.2
Vergroten bedrijfswoning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.3.2, sub b voor het vergroten van de inhoudsmaat van een bedrijfswoning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting mag maximaal 25% bedragen tot maximaal 800 m³ inclusief aan- en uitbouwen; b. het landschap in de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; c. het ontwerp van de woning sluit goed aan bij het karakter van het buitengebied en de omgeving; d. de woning wordt landschappelijk goed ingepast in de omgeving; e. de maatvoeringseisen voor woningen worden in acht genomen; f. afwijking leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
19
6.5
Specifieke functieregels
6.5.1
Voorwaardelijke verplichting Landschappelijke inpassing Teneinde te komen tot een zorgvuldige landschappelijke inpassing dienen, binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de eerste omgevingsvergunning voor de bouw van een gebouw ten behoeve van statische opslag in de bestemming "Bedrijf", danwel de plaatsing van een zonnepaneel in de bestemming "Agrarisch", de gronden die zijn aangeduid met de Romeinse cijfers I en V op de tekening Gewenste situatie (Bijlage 1), te zijn ingericht en ingericht te blijven als groensingel met hoogopgaand groen.
6.5.2
Strijdig gebruik Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. bedrijfsmatige activiteiten, anders dan aangegeven met de functieaanduidingen, zijn niet toegestaan; b. seksinrichtingen en prostitutie zijn niet toegestaan; c. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van bed en breakfast per bedrijfswoning is niet toegestaan; d. bed & breakfast is niet toegestaan; e. de opslag van goederen en materialen is buiten de bedrijfsbebouwing niet toegestaan; f. permanente of tijdelijke bewoning van bedrijfs- en bijgebouwen is niet toegestaan; g. bewoning anders dan door één afzonderlijk huishouden is niet toegestaan; h. het gebruiken van een bedrijfsgebouw of een bijgebouw bij de woning, ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is niet toegestaan; i. het gebruik van gronden voor de plaatsing van zonenpanelen tenzij binnen twee jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van de eerste omgevingsvergunning voor een gebouw in het de groensingel als bedoeld in lid 5.4.1 is aangeplant en aangeplant dient te blijven.
6.6
Vergunningplicht voor afwijken van de gebruiksregels
6.6.1
Afwijking ten behoeve van mantelzorg Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5, sub h voor het bieden van mantelzorg in een woning, aan- of uitbouw of een bijgebouw of een tijdelijke unit, met in achtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ter plaatse van een bouwperceel waarop krachtens het plan een bedrijfswoning is toegestaan en ook feitelijk aanwezig is; b. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien sprake is van een goed woon- en leefklimaat; c. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend als een mantelzorgzorgindicatie wordt overgelegd van een daartoe deskundig adviesbureau; d. uit de zorgindicatie moet blijken dat sprake is van mantelzorg voor minimaal zes maanden. e. de indicatie moet na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan zijn afgegeven voor minimaal zes maanden en geldig zijn op het moment van de aanvraag om omgevingsvergunning; f. de oppervlakte in gebruik voor mantelzorg bedraagt maximaal 80 m²;
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
20
g. indien sprake is van een tijdelijke unit dient deze te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. een tijdelijke unit wordt geplaatst aan de achterzijde of zijgevel van de bestaande woning, waarbij plaatsing aan de zijgevel slechts is toegestaan als de afstand tot de voorgevelrooilijn ten minste 3 meter bedraagt; 2. de afstand van een tijdelijke unit tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2 meter; h. de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; i. de omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van de periode waarin mantelzorg wordt geboden.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
21
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie-2
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-2".
7.2
Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-2" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.
7.3
Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 7.2 genoemde functie; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.
de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
22
7.4
Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 7.1 bedoelde gronden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
7.4.2
Uitzondering vergunningplicht Het verbod, als bedoeld in lid 7.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 nodig is.
7.4.3
Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 kan slechts worden verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
23
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie-3
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-3".
8.2
Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-3" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.
8.3
Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 8.2 genoemde functie; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.
de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
24
8.4
Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.4.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 7.1 bedoelde gronden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
8.4.2
Uitzondering vergunningplicht Het verbod, als bedoeld in lid 8.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m²; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 8.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 nodig is.
8.4.3
Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 kan slechts worden verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
25
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
26
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
27
Artikel 11 Algemene bouwregels 11.1
Ondergronds bouwen
11.1.1 Bouwen ondergrondse werken Voor het bouwen van beneden het maaiveld gelegen bouwwerken gelden, met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk 2, de volgende bepalingen: a. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en onder een gebouw dat geheel boven het maaiveld is gelegen; b. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan tot 1 bouwlaag, de bouwdiepte bedraagt maximaal 4 meter onder peil; c. externe toegangen zijn gesitueerd in de achtergevel van het gebouw. 11.1.2 Vergunningplicht voor afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 11.1.1, sub b voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord. b. lid 11.1.1, sub c teneinde de toegangen aan andere zijden van het gebouw toe te staan, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek mag plaatsvinden.
11.2
Bestaande afstanden en andere maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten minste toelaatbaar worden gehouden; c. in het geval van heroprichting van gebouwen is het bepaalde in a en b uitsluitend van toepassing indien de heroprichting geschiedt op dezelfde plaats. d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in Artikel 14, lid 14.1 niet van toepassing.
11.3
Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van de regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt;
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
28
b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt.
11.4
Afstanden van woningen tot wegen
11.4.1 Aan te houden afstanden tot wegen Ingeval van nieuwe woningen ingevolge herbouw van een woning elders op een bouwvlak, mag de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de as van de weg – ter beperking van geluidhinder – in geen geval minder bedragen dan 14 meter.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
29
Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1
Algemeen gebruiksverbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
12.2
Voorwaardelijke verplichting parkeren Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de parkeernormering uit de Nota parkeernormen.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
30
Artikel 13 Algemene afwijkingsregels 13.1
Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de beoordelingsregels voor het bouwen en toestaan dat bouwgrenzen, mits geen grenzen van functies en activiteiten als bedoeld in Hoofdstuk 2 zijnde, worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de beoordelingsregels voor het bouwen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; c. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; d. de beoordelingsregels voor het bouwen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter indien het niet mogelijk is gebruik te maken van een reeds bestaande mast, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2.
installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, anders dan de ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in lid 2.3 mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; f. de minimale afstand van de weg voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits dit geen problemen oplevert voor de verkeersveiligheid.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
31
Hoofdstuk 4
Overgangsregels
Artikel 14 Overgangsrecht 14.1
Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2
Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan op de locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
vastgesteld gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9
Bijlage bij regels
Bijlage 1 Gewenste situatie
II
LEGENDA:
IV I II
ALM
I
SCH
II II 865
trafo
IV
9
bluswater
II
sch
III
uif
po
ort
EO om S + vor me rs
II
VI II .50
0
I
- st a s che ops lag -
II
41
1
5
binnen terrein voor laden / lossen goederen
2. 3. 4.
zonnepanelen - grondopstelling bedrijfsbebouwing - sta schche opslag bedrijfsbebouwing - sta sche opslag / kantoor / opslag machines -
5. 6.
veldschuur mestkelder
I II
bestaande groensingel bestaande scheerhaag
III IV V
bestaande bomen bestaande hoogstam fruit-/notenbomen aanplant groensingel met boomvormers (els/berk)
VI
aanplant scheerhaag (beukenhaag)
mid den spa nnin gsk abe l St edin
I II
1.
laa dku il 360kW EVCharger
4 - st a s 3 che ops lag -
op kanslag m too ach r / ine ops s/ lag
I 10
Het te bouwen bedrijfsgebouw zal qua uitstraling als volgt worden uitgevoerd: Plint: prefab betonelementen, kleur grijs Gevelbekleding: stalen semi-potdekselwerk (horizontale belijning), kleur zwart;
V 0.0
-
Dakbedekking: sandwichbepla ng TR3+, kleur gelijk aanbestaand / volledige dakvlakken worden voorzien van zonnepanelen / daglich oetreding middels lichtnok;
-
Door het toepassen van grote overstekken zowel aan langsgevels als aan de kopgevels (conform bestaande loods) wordt landelijk karakter van het gebouw versterkt;
-
Voorgevel: wat verfraaiing t.b.v. breking van het gevelvlak (def. ter beoordeling welstand bij ontwerp) / overige gevels sobere uitvoering
V
00
-zo nne pan 2 ele no pg ron d-
I I
1255 6
Gewenste situa e 10.000+
Situa e
N
5200+
peil
Schaal 1 : 1000 Kad. Gemeente: Renswoude Sec e: G Kad. Nummer: 865, 1255
Principe doorsnede Schaal1:500
Van Westreenen Adviseurs
PROJECT:
Scherpenzeelseweg 11 3772 MD Lunteren T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl
Bedrijfsontwikkeling
Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl Haarweg 9a 7651 KE Tubbergen T: (0546) 70 65 86 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl
SCHAAL:
OPDRACHTGEVER:
1:1000
GETEKEND:
AV
Boonzaaijer Minkfarm B.V. De Schalm 9 3927 EH RENSWOUDE
FORMAAT: DATUM:
10-06-2025
LOCATIE:
WIJZIGING:
13-11-2025
De Schalm 9 Renswoude
ONDERDEEL:
PROJECTNUMMER:
Maten voor de uitvoering in het werk controleren
2025RO-BOONZAAIJER Blad 2 van 3
Gewenste situa e
Analoge verbeelding
1173 828
Plangebied Sc ha l m
787
Plangebiedsgrens
Agrarisch A 1154 1027
Bedrijf B
Waarde - Archeologie - 2 WR-A-2
Waarde - Archeologie - 3 WR-A-3 1155
158
Aanduidingen (op)
opslag
(sa-mk)
(sa-zv)
9
bouwvlak
(sa-zv)
Sc ha l m
865
6 169
WR-A-2
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
10
m 5576
maximum oppervlakte (m2)
1255
Verklaringen BGT en kadastrale gegevens
Sc ha l m
B (op) WR-A-3
6
m
10
5576
A (sa-zv)
11a
11
(sa-mk)
Gemeente Renswoude 1254
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Schalm 9 analoge verbeelding
bu 3812 PJ Amersfoort
0339-49
tekeningnummer:
0339-49-P01
IDN:
bureau voor ruimtelijke ordening en advies Brabantsestraat 17
projectnummer:
NL.IMRO.0339.TO2025Schalm9-vg01
datum: 16 juni 2026
schaal:
1:1000
status:
formaat: A2
telefoon 033 465 45 31 e-mail info@bu-ro.nl
vastgesteld