Bijlage 1 Ontwerp-wijziging TAM-omgevingsplan (totaalversie 26 november 2025) (GEPARAFEERD)
Tekst van het document
de afstand van een tijdelijke unit tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen bedraagt ten minste 2 meter; h. de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; i.= de omgevingsvergunning wordt verleend voor de duur van de periode waarin mantelzorg wordt geboden. 6.6.2= Afwijken ten behoeve van woningsplitsing Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5.1, sub m en het splitsen van een woning in meer dan één wooneenheid toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het te splitsen bouwwerk is het oorspronkelijke hoofdgebouw en er heeft niet reeds eerder een woningsplitsing plaats gevonden; b. bij het splitsen van de woning mag slechts één wooneenheid toegevoegd worden; c. de oorspronkelijke deel ook van het woongedeelte mag worden afgesplitst, mits niet eerder een woningsplitsing heeft plaats gevonden; d. de door de splitsing gerealiseerde wooneenheden dienen een minimale gebruiksoppervlakte ten behoeve van de woonfunctie van 50 m2 te hebben; e. na splitsing dient voldaan te worden aan de Nota parkeernormen; f. minimaal 50% van het oorspronkelijke perceel moet onverhard zijn en blijven;
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
19
g.
voor elke wooneenheid geldt dat deze dient te beschikken over een bergruimte van minimaal 5 m2, waarin in ieder geval fietsen en kliko's gestald kunnen worden; h. voor elke wooneenheid geldt deze dient te beschikken over een buitenruimte van minimaal 4 m2; i.= de woningsplitsing mag geen nadelige gevolgen hebben voor naastgelegen bedrijven; j.= de initiatiefnemer dient aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft de aspecten: 1. geurhinder; 2. wegverkeerslawaai; 3. bedrijven en milieuzonering; 4. externe veiligheid; k. de te splitsen woning moet ouder zijn dan 10 jaar; I.= bij woningsplitsing dient een compensatie overeenkomstig de Menukaart regio Foodvalley plaats te vinden. 6.6.3
Afwijken ten behoeve van kamergewijze verhuur Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.5.2 en het verhuren van meer dan één onzelfstandige woonruimte binnen een bestaande woning met toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de eigenaar moet in het pand wonen waar de onzelfstandige woonruimten verhuurd worden; b. de onzelfstandige woonruimte heeft een minimale afmeting van: 1. 10 mz voor een eenpersoonskamer 2. 15 mz voor een tweepersoonskamer c. een onzelfstandige woonruimte mag aan maximaal twee personen huisvesting bieden; d. er moet voldaan worden aan de Nota parkeernormen; e. er moet voldaan worden aan de nieuwbouweisen ten aanzien van brandveiligheid zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving; f.= per hoofdgebouw mogen maximaal 4 onzelfstandige woonruimten gecreëerd worden; g. de afstand tussen hoofdgebouwen waarvoor deze afwijkingsbevoegdheid wordt toegepast, is ten minste 50 meter. De afstand wordt gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevel.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
20
Artikel 7
Waarde - Archeologie-2
7.1= Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-2".
7.2=
Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-2" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.
7.3=
Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 7.2 genoemde functie; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3.
de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; c. het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1, vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
2~
7.4=
Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1= Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 7.1 bedoelde gronden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2= Uitzondering vergunningplicht Het verbod, als bedoeld in lid 7.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e.
reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 nodig is. 7.4.3= Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 kan slechts worden verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
22
Artikel 8 8.1=
Waarde - Archeologie-3
Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als "Waarde - Archeologie-3".
8.2=
Functieomschrijving Een als "Waarde - Archeologie-3" aangewezen locatie heeft behalve de andere toegelaten functies, een functie voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden.
8.3=
Beoordelingsregels voor het bouwen In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende functie(s) zijn bouwwerken slechts toelaatbaar, indien voldaan wordt aan één van onderstaande voorwaarden: a. b.
c.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een bouwhoogte van ten hoogste 2 meter ten behoeve van de in lid 8.2 genoemde functie; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies en activiteiten mag - met inachtneming van de voor de betrokken functies en activiteiten geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; 2. niet is voldaan aan het bepaalde onder 1: de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 3. de betrokken archeologische waarden, gelet op het onder 2 genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige; het bepaalde sub b, onder 2 en 3 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
23
8.4= Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1= Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in lid 7.1 bedoelde gronden werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen; c. het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.4.2= Uitzondering vergunningplicht Het verbod, als bedoeld in lid 8.4.1 is niet van toepassing indien de werken en werkzaamheden: a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 8.3 in acht is genomen; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; d.
mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien: g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologisch deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen aanlegvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 nodig is. 8.4.3= Toetsingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.4.1 kan slechts worden verleend, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3.
begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
24
Hoofdstuk 3= Artikel
Algemene regels
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
25
Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
26
Artikel 11 Algemene bouwregels 11.1
Ondergronds bouwen
11.1.1 Bouwen ondergrondse werken Voor het bouwen van beneden het maaiveld gelegen bouwwerken gelden, met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk 2, de volgende bepalingen: a. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en onder een gebouw dat geheel boven het maaiveld is gelegen; b. het bouwen van bedoelde ruimten is uitsluitend toegestaan tot 1 bouwlaag, de bouwdiepte bedraagt maximaal 4 meter onder peil; c. externe toegangen zijn gesitueerd in de achtergevel van het gebouw. 11.1.2 Vergunningplicht voor afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 11.1.1, sub b voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat de waterhuishouding niet wordt verstoord. b. lid 11.1.1, sub c teneinde de toegangen aan andere zijden van het gebouw toe te staan, met dien verstande dat geen onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek mag plaatsvinden.
11.2
Bestaande afstanden en andere maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. indien afstanden, goot- of bouwhoogte, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten als ten minste toelaatbaar worden gehouden; c. in het geval van heroprichting van gebouwen is het bepaalde in a en b uitsluitend van toepassing indien de heroprichting geschiedt op dezelfde plaats. d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in Artikel 14, lid 14.1 niet van toepassing.
11.3
Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde functiegrenzen, mogen in afwijking van de regels worden overschreden door: a.
tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt;
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
27
b. c.
11.4
tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt.
Afstanden van woningen tot wegen
11.4.1 Aan te houden afstanden tot wegen Ingeval van nieuwe woningen ingevolge herbouw van een woning elders op een bouwvlak, mag de afstand van de woning (inclusief aan- en uitbouwen) tot de as van de weg — ter beperking van geluidhinder — in geen geval minder bedragen dan 14 meter,
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
28
Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1
Algemeen gebruiksverbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
12.2
Voorwaardelijke verplichting parkeren Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd en in stand wordt gehouden, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de parkeernormering uit de Nota parkeernormen.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
29
Artikel 13 Algemene afwijkingsregels 13.1
Afwijken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a.
de beoordelingsregels voor het bouwen en toestaan dat bouwgrenzen, mits geen grenzen van functies en activiteiten als bedoeld in Hoofdstuk 2 zijnde, worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de beoordelingsregels voor het bouwen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; c. afwijkingen van maten (waaronder percentages) metten hoogste 10%; d. de beoordelingsregels voor het bouwen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot maximaal 40 meter indien het niet mogelijk is gebruik te maken van een reeds bestaande mast, onder de volgende voorwaarden: 1. losse masten met hekwerken, gebouwtjes e.d. zijn alleen toegestaan in landschappelijk minder gevoelige gebieden, langs grote verkeerswegen en dan bij voorkeur bij parkeerplaatsen, benzinestations, knooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en horecagelegenheden; 2.
installaties op of aan een gebouw zijn alleen toegestaan: • op hoge gebouwen; bij voorkeur op een plat dak en zo ver mogelijk van een dakrand, met dien verstande dat bijzondere en waardevolle gebouwen in beginsel geheel dienen te worden ontzien, zo nodig in overleg met de monumentencommissie; tegen gevels aan; wanneer de invloed van die installaties geen afbreuk doen aan de aanwezige kwaliteiten; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, anders dan de ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in lid 2.3 mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; f.&= de minimale afstand van de weg voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits dit geen problemen oplevert voor de verkeersveiligheid.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
30
Hoofdstuk 4=
Overgangsregels
Artikel 14 Overgangsrecht 14.1
Overgangsrecht bouwwerken a.
b. c.
14.2
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld sub a met maximaal 10%. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan op de locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
ontwerp gemeente Renswoude - bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Schalm 3
Analoge verbeelding
Plangebied Plangebiedsgrens
Functies en activiteiten A W + WRA2 WR-A-3
Agrarisch Wonen
Waarde-Archeologie - 2
Waarde - Archeologie - 3
Aanduidingen bouwvlak
Verklaringen BGT en kadastrale gegevens
Gemeente Renswoude TAM-Omgevingsplan Schalm 3 Renswoude analoge verbeelding
buRO
projectnummer=
0339-50
tekeningnummer= 0339-50-P01 ION:=
NLIMRO.0339.TO202SSchalm3-ow01
bureau voor ruimtelijke ordening en advies
datum: september 2028
schaal:
kobantseskoot 17= 3812 PJ Amersfoort=
status:= ontwerp
formaat: A3
teletoon 033 463 43 31 .-,nol Nroabwo.N
1:1000