CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Gemeentelijke uitwerking functieverandering en nevenactiviteiten in het (agrarisch) buitengebied, versie april 2026

Gemeenteraad 16 juni 2026, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling Visie Landelijk Gebied13.832 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 1

VERSIE TER VASTSTELLING | APRIL 2026 GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG

FUNCTIEVERANDERING EN NEVENACTIVITEITEN IN HET (AGRARISCH) BUITENGEBIED EEN GEZAMENLIJK TOEKOMSTPERSPECTIEF EN TOETSINGSKADER VOOR VRIJKOMENDE (AGRARISCHE) BEDRIJFSBEBOUWING IN HET BUITENGEBIED GEMEENTELIJKE UITWERKING VAN HET REGIONAAL AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID 2024

BUREAU NIEUWE GRACHT stedenbouw & landschap

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 2

Inhoudsopgave

03

INLEIDING Achtergrond en doelstelling

16

DEEL 4: Toetsingskader per deelgebied

06

DEEL 1: Algemene uitgangspunten

26

TOT SLOT Aanvullende uitwerkingen

29 Gebiedsanalyse BIJLAGE:

08 11

DEEL 2: Passende functies in het buitengebied DEEL 3: Gebiedsindeling

33

COLOFON

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 3

INLEIDING Achtergrond Het totaal aantal landbouwbedrijven in Nederland neemt al jaren gestaag af. Agrarische ondernemers stoppen om uiteenlopende redenen met hun bedrijfsactiviteiten. Door vergrijzing en het gebrek aan opvolgers, door de hoge regeldruk en toenemende milieueisen, of door de onzekere financiële toekomst die daarmee samenhangt. De structurele afname van het aantal agrarische bedrijven in Nederland leidt tot leegstaande of vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) in het landelijk gebied. Ook in de provincie Utrecht komt steeds meer agrarische bebouwing vrij. Het aantal boerenbedrijven krimpt ook hier structureel en (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen verliezen hun functie. De verwachting is dat een kwart tot de helft van de boeren in de provincie gaat stoppen. Dat zal leiden tot (gedeeltelijke) functieverandering in het landelijk gebied.1 De daarmee samenhangende leegstand en de introductie van nieuwe functies en nevenactiviteiten op het platteland leveren allerlei vraagstukken op met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, economische vitaliteit en leefbaarheid. Agrarische bedrijfsbebouwing die niet meer in gebruik is, kan verpauperen. Leegstaande gebouwen kunnen aanleiding zijn voor ongewenst gebruik en criminaliteit aantrekken.

Nieuwe functies en activiteiten kunnen meer verkeer en publiek aantrekken, of een ongewenst (milieu)effect hebben op de omgeving. Veranderingen in de agrarische sector hebben daarmee ook gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit en uitstraling van het buitengebied. De bedrijfsbeëindigingen en functieveranderingen zorgen zo voor een ander karakter van het landelijk gebied. Al met al leiden die veranderingen in het agrarische gebied op verschillende vlakken tot impact op de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. 1

Topografische kaart van het buitengebied van de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg.

Functieverandering in het landelijk gebied verwijst naar het wijzigen van de bestemming van een vrijkomend gebouw of terrein in het buitengebied. Vaak heeft dit als doel het herbestemmen van leegstaande (agrarische) bedrijfsgebouwen voor andere functies, zoals wonen of recreatie. Daarmee verandert de hoofdfunctie van het gebouw of terrein. Er kan ook sprake zijn van een nevenactiviteit. In dat geval blijft de hoofdfunctie behouden, maar wordt daar een extra bedrijfsactiviteit aan toegevoegd.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 4

Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 Er is perspectief nodig voor de (agrarische) ondernemers die op hun erf iets anders, of iets erbij willen doen. Om die reden hebben de regio Amersfoort en regio Foodvalley in 2024 een afwegingskader voor het functieveranderingsbeleid opgesteld. Ook de provincie Utrecht was betrokken bij dit afwegingskader en is bezig met het (door)ontwikkelen van haar functieveranderingsbeleid. Het nieuwe functieveranderingsbeleid heeft als doel om de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Bijvoorbeeld door de toepassing van de sloopmetersystematiek bij (vrijkomende) overtollige bebouwing, maar ook door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van nieuwe woon- of werkfuncties op de (vrijkomende) bedrijfspercelen in het buitengebied. Aanvulling op regionaal beleidskader Het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 biedt op hoofdlijnen kaders voor de gemeenten in de regio Amersfoort en Foodvalley. Het is aan de deelnemende gemeenten om deze beleidskaders verder te vertalen in gebiedsspecifieke uitwerkingen, die zijn afgestemd op de lokale (ruimtelijke) opgaven, de schaal en de gewenste ontwikkelrichting van de betreffende gemeente.

Het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 nodigt gemeenten daarbij uit om lokale ruimtelijke afwegingen te maken over welke functies in welk gebied gewenst zijn. Het is belangrijk om te vermelden dat de gemeentelijke uitwerkingen aanvullend zijn op het regionale beleidskader. Het is dan ook belangrijk om de voorliggende gemeentelijke uitwerking in samenhang met het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 te lezen.

Een gezamenlijke gemeentelijke uitwerking Eén buitengebied, drie gemeenten De gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg hebben besloten om samen invulling te geven aan de gemeentelijke uitwerking van het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024. Het agrarische buitengebied van deze drie gemeenten kent veel overeenkomsten en de opgaven zijn over het algemeen vergelijkbaar. Er is daarom gewerkt aan een gezamenlijke uitwerking voor het hele buitengebied van de gemeenten.

In het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 is de uitnodiging aan de deelnemende gemeenten als volgt geformuleerd: De gemeentelijke uitwerking richt zich op het opstellen van een gezamenlijk afwegingskader voor het functieveranderingsbeleid, waarmee een werkwijze c.q. systematiek wordt ontwikkeld voor veranderende agrarische functies. Deze werkwijze kan binnen de eigen gemeente ook op andere functies toegepast worden, bijvoorbeeld voor niet-agrarische bedrijvigheid en recreatie. Met een brede blik Het huidige VAB-beleid van de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg is vastgelegd in het Bestemmingsplan Buitengebied van de betreffende gemeente. Dit beleid is gericht op vrijkomende agrarische bebouwing. De uitnodiging die in het Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 aan de deelnemende gemeenten is gedaan, richt zich eveneens primair op de vraag waar (welke) ruimte wordt geboden aan (welke) nieuwe functies op vrijkomende agrarische bedrijfspercelen in het buitengebied. De gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg willen echter dat ook niet-agrarische bedrijfsmatige functies in het landelijk gebied met het nieuwe beleid uit de voeten kunnen. Daarom richt deze uitwerking zich met een brede blik op de ontwikkelkansen voor nieuwe functies en nevenactiviteiten in het buitengebied.

De gemeentelijke uitwerking van het regionale functieveranderings­beleid kan dus worden toegepast voor agrarische én niet-agrarische bedrijfs­bestemmingen in het buitengebied. Geen statisch document Deze gemeentelijke uitwerking is gebaseerd op de huidige stand van zaken, waarbij gebruik is gemaakt van actuele bedrijfsgegevens en inzichten in de agrarische sector binnen de drie gemeenten. In de toekomst kunnen er echter veranderingen optreden, die mogelijk ook gevolgen kunnen hebben voor de keuzes die in deze gemeentelijke uitwerking zijn gemaakt. Om te bezien of het toetsingskader dan nog altijd aansluit bij de praktijk, vindt op termijn een evaluatie plaats. Op dat moment zal de balans worden opgemaakt en wordt het toetsingskader indien nodig geactualiseerd. Het is echter niet de bedoeling dat het toetsingskader constant wordt aangepast.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 5

Doelstelling

Bestuurlijke betrokkenheid

In deze gemeentelijke uitwerking van het regionale Afwegingskader Functie­veranderingsbeleid 2024 leggen de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg vast welke nieuwe hoofdfuncties of nevenactiviteiten in de plaats van (of naast) de huidige (agrarische) bedrijfsfuncties in het buitengebied kunnen komen. Dit geeft initiatiefnemers inzicht in de mogelijkheden voor functieverandering en nevenactiviteiten. Hiermee willen de gemeenten een toekomstperspectief bieden aan gestopte (of stoppende) agrariërs en andere ondernemers voor hun vrijkomende bebouwing. Daarnaast biedt deze gemeentelijke uitwerking ruimte aan verbreding voor ondernemers die de (agrarische) bedrijfsvoering willen voortzetten met een nevenactiviteit. Dit helpt ondernemers die willen doorgaan met het (agrarisch) bedrijf om hun inkomen te diversifiëren en hun bedrijf toekomstbestendig te maken. De doorlopen stappen in het plan- en participatieproces

Bij de totstandkoming van de gemeentelijke uitwerking zijn de bestuurders en de gemeenteraad van de drie gemeenten op verschillende manieren betrokken. Eind januari 2025 is in elke gemeente een informatieve raadsbijeenkomst georganiseerd waarin het proces van de uitwerking is toegelicht. Voor de zomervakantie zijn raadsinformatiebrieven verzonden met informatie over de stand van zaken rondom de uitwerking. In het najaar zijn de eerste concept resultaten bestuurlijk teruggekoppeld. In december 2025 zijn de eindresultaten in concept gepresenteerd in elke gemeente. Vaststelling is in het voorjaar van 2026 voorzien, nadat de ter inzage legging heeft plaatsgevonden in elke gemeente en de reacties zijn verwerkt.

Participatie met de omgeving

Opzet en leeswijzer

De bedrijfsbeëindigingen en functieveranderingen leiden niet alleen tot ruimtelijke veranderingen in het buitengebied, maar ook tot sociale transities op het platteland. Boeren die stoppen doen dat soms na vele generaties. Nieuwe bewoners en gebruikers strijken neer in het buitengebied. Dat doet iets met de huidige ondernemers, bewoners en gebruikers van het landelijk gebied. Mede om die reden zijn de ondernemers, bewoners en stakeholders uit het buitengebied betrokken bij de totstandkoming van deze uitwerking.

De rapportage is opgebouwd uit vier delen. Het eerste deel beschrijft beknopt de veranderingen die plaatsvinden in de agrarische sector in de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg en bevat de algemene uitgangspunten die worden gesteld aan nieuwe initiatieven voor een functieverandering of nevenactiviteit op een (vrijkomend) bedrijfsperceel in het buitengebied.

Op 5 maart 2025 is een startbijeenkomst georganiseerd voor alle betrokkenen uit het buitengebied. Op die druk bezochte avond kon iedereen aangeven welke kansen en/of zorgen zij zien voor de vrijkomende (agrarische) bebouwing in het buitengebied. Dat leverde veel informatie en inspiratie op. Om daar verder invulling aan te geven, zijn verdiepende werksessies georganiseerd met een werkgroep, waarin agrariërs, ondernemers, inwoners en belangenorganisaties uit het buitengebied zijn vertegenwoordigd.

STARTBIJEENKOMST

WERKSESSIE 1

De doelstelling van deze gemeentelijke uitwerking is hiermee drieledig: 1. Het bieden van ruimte en flexibiliteit om nieuwe, passende functies in het buitengebied te faciliteren, die bijdragen aan de vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. 2. Het bieden van duidelijkheid aan initiatiefnemers over wat wel en niet mogelijk is in verschillende deelgebieden en welke voorwaarden daarbij van toepassing zijn. 3. Het bieden van een helder toetsingskader (per deel­gebied) voor initiatieven voor functieveranderingen en nevenactiviteiten op (vrijkomende) bedrijfspercelen in het buitengebied.

WERKSESSIE 2

TERUGKOPPELING

Op 10 april 2025 gingen we met deze werkgroep in gesprek over een passende invulling van het buitengebied: welke functies zijn wenselijk, of wat is juist niet of minder wenselijk? De tweede verdiepende werksessie vond plaats op 14 mei 2025. Tijdens die werksessie bespraken we met de werkgroep de voorwaarden die aan nieuwe functies en nevenactiviteiten moeten worden gesteld. Begin juli is aanvullend een gesprek gevoerd met rentmeesters van landgoederen in het buitengebied. Eind 2025 vond in elke gemeente een terugkoppeling plaats en volgde een inspraakperiode, waarbij in elke gemeente de gelegenheid is geboden tot het indienen van reacties op de gemeentelijke uitwerking.

In deel 2 beschrijven we in algemene zin welke functies passend zijn in het buitengebied. Daarbij is gebruik gemaakt van de resultaten van de uitgevoerde beleidsinventarisatie en de werksessies met agrariërs, ondernemers, inwoners en stakeholders die betrokken zijn bij het buitengebied. Met behulp van een functie-tabel geven we aan welke functies wel of niet passend zijn op (vrijkomende) bedrijfslocaties in het buitengebied. In deel 3 wordt de gebiedsindeling voor het buitengebied van de drie gemeenten toegelicht. Een gebiedsanalyse van het buitengebied, die hier mede aan ten grondslag heeft gelegen, is opgenomen in de bijlage. In deel 4 presenteren we per deelgebied een toetsingskader voor de beoordeling van nieuwe initiatieven in het landelijk gebied. Dit betreft een gezamenlijk toetsingskader voor de drie gemeenten, maar is in elke gemeente afzonderlijk toe te passen. Mogelijk kan later alsnog de afweging worden gemaakt om een separaat toetsingskader per gemeente op te stellen. Tot slot volgt een hoofdstuk waarin de keuzes worden toegelicht, die de drie gemeenten in deze gemeentelijke uitwerking hebben gemaakt ten aanzien van aanvullende uitwerkingen.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 6

DEEL 1. ALGEMENE UITGANGSPUNTEN In het buitengebied van de gemeenten Leusden, Renswoude en Wou­ denberg vormt het agrarisch grondgebruik van oudsher de belangrijkste hoofdfunctie. De agrarische sector staat echter onder druk. Stoppende boerenbedrijven zullen leiden tot functieveranderingen in het landelijk gebied. De vraag is hoe we omgaan met de (geheel of gedeeltelijk) vrijko­ mende agrarische bedrijfsgebouwen en met de gebouwen van al eerder gestopte agrarische bedrijven. In deel 1 beschrijven we de veranderingen die plaatsvinden in het agrarisch buitengebied van de drie gemeenten en de algemene uitgangspunten die gelden voor nieuwe initiatieven voor een functieverandering of nevenactiviteit op een (vrijkomend) bedrijfsperceel.

Veranderingen in het (agrarisch) buitengebied In de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg bestaat de agrarische sector vooral uit bedrijven die zich bezig houden met veehouderij (met name melkvee, maar ook varkens of pluimvee) en in mindere mate met akker­bouw en vollegrond tuinbouw. Ruimtelijk gezien liggen de agrarische bedrijven sterk verspreid over de drie gemeenten. De agrarische bedrijven zijn over het algemeen in de afgelopen decennia gegroeid, tegelijkertijd is het totaal aantal bedrijven sterk afgenomen. Het gevolg is dat veel voormalige agrarische bedrijven een andere functie hebben gekregen. In 2023 waren er 221 agrarische bedrijven gevestigd in het buitengebied van de drie gemeenten tezamen. De onderstaande tabel geeft een beeld van de verdeling per gemeente en de ontwikkeling van de aantallen sinds 2010. Daaruit blijkt dat in de periode 2010-2023 het aantal agrarische bedrijven in de gemeenten met bijna een kwart is afgenomen (van 289 naar 221). De verwachting is dat in de hele provincie Utrecht in de komende 10 tot 15 jaar nog eens circa 40% van de agrariërs stopt (bron: Provincie Utrecht, 2023). Aantal agrarische bedrijven per gemeente in de periode 2010-2023 Gemeente Leusden Renswoude Woudenberg

2010 94 88 107

Bron: CBS Landbouwtelling

2016 80 75 85

2018 77 76 76

2020 77 71 73

2023 71 69 71

Een aanvullend of alternatief verdienmodel Om het bedrijf toekomstbestendig te maken en de economische basis te verbreden, richten steeds meer agrariërs zich op het toevoegen van nevenactiviteiten aan de bedrijfsvoering. Door het inzetten op nevenfuncties, proberen zij op een andere wijze tot een verdienmodel te komen. Uit landelijke cijfers blijkt dat 42% van de agrarische bedrijven één of meerdere verbredingsactiviteiten heeft als aanvullende inkomstenbron (CBS, oktober 2023). Recente cijfers van de provincie Utrecht geven aan dat 21% van deze verbrede bedrijven meer dan 50% van hun inkomsten uit nevenactiviteiten haalt. De voornaamste verbredingsactiviteit bestaat uit agrarisch natuurbeheer, maar ook het aantal bedrijven met verkoop van landbouwproducten aan huis is de laatste jaren sterk toegenomen. Daarnaast zijn er agrarische bedrijven die zich richten op loonwerk, agro-educatie, stalling, zorglandbouw en agrotoerisme. Initiatieven voor een functieverandering of nevenactiviteit zijn ook aan de orde bij niet-agrarische bedrijfsbebouwing die vrijkomt als gevolg van bedrijfsbeëindiging of -verplaatsing. Ook voor deze niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied kan het nieuwe functieveranderingsbeleid worden toegepast.

Met deze gemeentelijke uitwerking van het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 willen we dus perspectief bieden voor álle ondernemers in het buitengebied, die op hun erf iets anders, of iets erbij willen doen.

Algemene uitgangspunten Als een (agrarisch) bedrijf stopt, dan vindt in veel gevallen een functieverandering plaats van werken naar wonen. Daarnaast zijn er ondernemers die blijven, maar op zoek zijn naar een aanvullend of alternatief verdienmodel. Vaak gaat het dan om niet-agrarisch gerelateerde bedrijfsactiviteiten. Dat leidt tot meer variatie aan functies en nevenactiviteiten in het buitengebied. Een grotere variatie past op zichzelf bij een economisch en sociaal vitaal landelijk gebied. Belangrijke voorwaarde is dan wel dat bestaande en nieuwe functies elkaar niet in de weg zitten. Hiertoe zijn algemene uitgangspunten geformuleerd, die gelden voor nieuwe functies en nevenactiviteiten op (vrijkomende) bedrijfspercelen in het buitengebied.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 7

Algemene uitgangspunten voor nieuwe hoofd­ functies en nevenactiviteiten op (vrijkomende) bedrijfspercelen in het buitengebied Bij het bieden van (planologische) ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe functies en nevenactiviteiten in gebouwen op (vrijkomende) bedrijfspercelen in het buitengebied, dient rekening te worden gehouden met de aanwezige kwaliteiten van het landelijk gebied. Daarbij staat behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied centraal. Er dient te worden voorkomen dat er een ongewenste dynamiek gaat ontstaan in het buitengebied en functies elkaar in de weg zitten (fysiek, visueel, beleving, milieueffect). Voor het creëren van een vitaal landelijk gebied met ruimtelijke kwaliteit zijn de volgende algemene uitgangspunten van belang:

2

De landelijke overheid is aan het onderzoeken of de Omgevingswet, met betrekking tot ‘geurnormen en veehouderij’ in het Besluit kwaliteit leefomgeving, aangescherpt moet worden. Bij de uitvoering van dit VABbeleid worden nieuwe gevoelige functies mede beoordeeld op basis van de toekomstige beleidsontwikkelingen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Dat houdt in dat voor een goed woon- en leefklimaat in de nieuwe gevoelige functie sprake zal zijn van voldoende afstand tot een agrarisch bedrijf.

- Geen functies met een sterke verkeersaantrekkende werking De mate waarin nieuwe functies in het buitengebied kunnen worden gevestigd, wordt bepaald door de (beperkte) capaciteit van het wegennet. Hiermee dient verstoring van de kenmerkende kwaliteiten van het buitengebied te worden voorkomen. - Geen belemmerende (milieu)effecten op andere functies in de omgeving Nieuwe functies mogen geen (milieu)belemmering vormen voor de huidige en toekomstige (agrarische) bedrijven in het buitengebied. Voorkomen moet worden dat (agrarische en niet-agrarische) ondernemers in het buitengebied belemmerd worden bij het uitvoeren van hun bedrijfsactiviteiten. Dat vraagt om de juiste functie op de juiste plek.2 Initiatieven voor nieuwe hoofdfuncties en nevenactiviteiten in het buitengebied dienen te voldoen aan de algemene uitgangspunten zoals die hierboven zijn beschreven. Functies en activiteiten die niet voldoen aan deze algemene uitgangspunten, zijn niet wenselijk in het buitengebied.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 8

DEEL 2. PASSENDE FUNCTIES IN HET BUITENGEBIED

Functie-tabel met passende functies in het buitengebied van de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg

FUNCTIES

PASSENDE ACTIVITEITEN IN HET BUITENGEBIED VOORBEELDEN

WONEN wonen in bestaande gebouwen: • in de voormalige (agrarische) bedrijfswoning • in een vrijkomend (agrarisch) bedrijfsgebouw wonen (nieuwbouw): • nieuwbouw op het voormalige bedrijfsperceel • nieuwbouw op een bouwlocatie elders

bedrijfswoning omzetten naar burgerwoning woning of wooneenheden in stal, schuur of loods extra woning(en) op een compact erf kleine woningbouwlocatie in de omgeving

WERKEN agrarische bedrijven: • aan agrarische functies verwante bedrijven

loonwerkbedrijf, veehandelsbedrijven, fouragehandel, paardenpension/-stalling, landwinkel, boerderij verkooppunt

opslag en stalling (statische goederen)

stalling van caravans, boten, inboedel, houtopslag

niet-agrarische bedrijven • ambachtelijke bedrijven • innovatieve bedrijven

aannemer, houtbewerking, reparatiebedrijf voor kleine gebruiksgoederen, dakdekker, rietdekker, schildersbedrijf, meubelmaker, installatiebedrijf, constructiebedrijf, imker, hovenier, dierenpension, agri-techbedrijf, milieutechnologie, energie-opwek en -opslag (batterijen/accu’s)

kleinschalige zakelijke dienstverlening

adviesbureau, kantoor- en vergaderruimte, computerbedrijf of computerservicebureau

MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIES zorg en educatie (dagactiviteiten)

kinderopvang, zorgboerderij (dagbesteding), agro-educatie, cursussen, workshops, leerbedrijf

zorg met een verblijfsfunctie

kleinschalige woonzorgvoorziening, zorgboerderij (met overnachting)

kleinschalige dagrecreatie: • in de buitenlucht • indoor activiteiten

speeltuin, fietsverhuur, kleinschalige horeca, zoals theetuin, terras, ijs- of snackverkooppunt

kleinschalige verblijfsrecreatie: • kamperen • gebouwde verblijfsaccommodaties

kampeerboerderij, mini-camping, B&B, recreatie-appartementen

In deel 2 van deze uitwerking beschrijven we welke functies in algemene zin als passend worden gezien in het buitengebied. Het huidige functie­ veranderingsbeleid van de gemeenten Leusden, Renswoude en Wou­ denberg vormt hiervoor het vertrekpunt. Daarnaast is gebruik gemaakt van recent uitgevoerde verkenningen en beleid in ontwikkeling van buur­ gemeenten in de regio Amersfoort en regio Foodvalley en de provincies Utrecht en Gelderland.

De functie-tabel hiernaast geeft aan welke functies in algemene zin passend zijn in het buitengebied.3 De tabel bevat passende functies voor het buitengebied, die aansluiten bij de algemene uitgangspunten zoals die hiervoor zijn beschreven. Functies die niet voldoen aan deze algemene uitgangspunten, zijn niet wenselijk in het buitengebied. De tabel kan worden toegepast voor nieuwe hoofdfuncties, maar ook voor neven­activiteiten die de economische basis van een (agrarisch) bedrijf versterken. De hoofdfunctie van het bedrijf blijft in dat geval intact. In deel 4 van deze uitwerking gaan we verder in op de gebiedsspecifieke voorwaarden die aan de hoofdfuncties en nevenactiviteiten worden gesteld in de verschillende deelgebieden. In de functie-tabel zijn vier hoofdfuncties onderscheiden: wonen, werken, maatschappelijke functies en recreatie. Voor elke hoofdfunctie zijn passende activiteiten en enkele voorbeelden opgenomen. De in de tabel opgenomen voorbeelden zijn bedoeld om een globale indicatie te geven van de mogelijkheden op vrijkomende bedrijfspercelen. Deze lijst is niet limitatief. Aan de lijst kunnen ook geen rechten worden ontleend.

RECREATIE 3

In de huidige situatie kunnen bestaande functies en activiteiten voorkomen in het buitengebied, die volgens de nevenstaande functie-tabel als ‘niet passend’ worden beschouwd. Deze ‘niet passende’ functies en activiteiten worden conform het vigerende beleid (bestemmingsplan buitengebied / omgevingsplan) gehandhaafd in het buitengebied. Als deze functies willen uitbreiden, dan vindt een passende beoordeling plaats met toepassing van de voorwaarden zoals die zijn vastgelegd in deze gemeentelijke uitwerking.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 9

UT HO

SH OP

E NI

UW

BO

UW

(W

O

NE

N)

N

U IE

W

BO

Passende functies in het buitengebied Toelichting bij de functies in de functie-tabel Wonen Een voormalige (agrarisch) bedrijfsfunctie kan worden omgezet naar een woonfunctie. Voor de verandering van een (agrarische) bedrijfsfunctie naar een woonfunctie zijn in principe de volgende mogelijkheden voorhanden: • gebruik van de voormalige (agrarische) bedrijfswoning als een burgerwoning; • realisatie van een extra woning of wooneenheden in een voormalig (agrarisch) bedrijfsgebouw, mits de (vaak karakteristieke) uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw behouden blijft. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verbouwing van een schuur of stal tot een (of meer) zogenaamde schuurwoning(en) met behoud van de landelijke bouwstijl; • bouw van een nieuwe woning op de oorspronkelijke bedrijfskavel, mits alle voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Het gaat dan om een extra woning, dus niet om een woning ter vervanging van reeds aanwezige bedrijfswoning(en); • bouw van een (of meer) nieuwe, extra woning(en) op een locatie elders in het buitengebied, of aan de rand van de kern. Dit laatste kan aan de orde zijn als woningbouw op de oorspronkelijke bedrijfskavel ruimtelijk niet gewenst is of als om andere redenen woningbouw ter plekke niet mogelijk is. De sloopmeters kunnen dan worden ingezet om elders bouwrechten te creëren voor het bouwen van woningen.

UW

(W

O

NE

N)

L

AN

O DB

UW

P

RO

DU

CT

EN

VE

RW

ER

KE

N

D BE

JV RI

EN

(

E NI

TA

GR

I AR

SC

H)

S OP

LA

G

Werken Aan agrarische functies verwante bedrijven Agrarische bedrijven passen in het buitengebied en zijn onlosmakelijk verbonden met het landelijk gebied. Dat geldt zowel voor bedrijven die verwant zijn aan de agrarische sector (zoals bijvoorbeeld een loonwerkbedrijf) als voor bedrijven die landbouwproducten verwerken (zoals een zuivelmakerij). Ook de verkoop van landbouwproducten is een passende functie in het buitengebied, zoals een landwinkel of een boerderijverkooppunt. Niet-agrarische bedrijven Een niet-agrarische bedrijfsfunctie kan een passende nieuwe functie zijn in het buitengebied. Hiervoor geldt dan wel dat ze niet te grootschalig mogen zijn en weinig (vracht)verkeer aantrekken. Er mag geen sprake zijn van detailhandel, anders dan de verkoop van ter plaatse vervaardigde landbouwproducten of (ambachtelijke) streekproducten. Wij beschouwen het bedrijfsmatig toepassen van energieopslag en opwek op het eigen erf (niet voor eigen gebruik) ook als een niet-agrarische bedrijfsmatige activiteit. Deze nieuwe bedrijfsvorm is dus eveneens toegestaan op voormalige (agrarische) erven, mits de opwek/opslag binnen het perceel wordt gerealiseerd. Grootschalige bedrijven die veel (vracht)verkeer aantrekken horen thuis op een bedrijventerrein en zijn niet passend in het buitengebied.

Grootschalige batterij-parken zijn niet wenselijk om op een (vrijkomend) bedrijfsperceel toe te staan.

Opslag van statische goederen Voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen in het buitengebied kunnen geschikt zijn voor de opslag van statische goederen, zoals bijvoorbeeld de stalling van caravans, inboedel of hout­opslag. Zolang de omvang van de gebouwen beperkt blijft, het aantal verkeersbewegingen beperkt is en de ruimtelijke kwaliteit er niet onder lijdt, is dit acceptabel. Omdat de vervoersbewegingen niet te aanzienlijk mogen zijn, is de opslag van dynamische goederen (waarbij een dagelijkse magazijnvoorraad wordt aangehouden) niet wenselijk in het buitengebied. Kleinschalige zakelijke dienstverlening Activiteiten die betrekking hebben op het bieden van dienstverlening of werkplekken in de vorm van kantoor- en vergaderruimten passen in het landelijk gebied, als ze kleinschalig zijn en het aantal medewerkers en bezoekers beperkt is. De adviesdiensten kunnen bijvoorbeeld variëren van financiële en juridische ondersteuning tot ICT-oplossingen, waarbij de dienstverlening bij voorkeur is gericht op bedrijven in het buitengebied. Vanwege de verkeersaantrekkende werking zijn grote zelfstandige kantoorgebouwen, zakelijke bijeenkomsten in vergadercentra en congresruimten onwenselijk in het buitengebied.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 10

ZO

RG

EN

ED

UC

I AT

E

KL

EI

N

H SC

AL

IG

E EV

RB

J LI

FS

RE

E CR

AT

IE

DA

GR

R EC

EA

TI

O E(

PE

N

LU

CH

T)

Maatschappelijke functies

Recreatie

Zorg Kleinschalige zorgverlening, waarbij het bedrijfsmodel gebaseerd is op de kwaliteiten van het landelijk gebied, past goed in het buitengebied. Het gaat dan om het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak. Dat kan verschillende vormen aannemen, zoals dagbesteding of (kinder)dagopvang, maar ook zorg met huisvesting in een kleinschalige setting. Zo zijn er in het buitengebied bijvoorbeeld mogelijkheden voor kleinschalige woonzorgconcepten of begeleid wonen, die een meer persoonlijke en huiselijke sfeer bieden.

Dagrecreatie Dagrecreatie past in het landelijk gebied als het bedrijfsmodel gebaseerd is op de kwaliteiten van het landelijk gebied en/of daarin gelegen locaties, zoals landgoederen en cultuurhistorisch erfgoed. Het gaat dan in principe om kleinschalige, extensieve vormen van recreatie in de groene omgeving (recreatieve routes, beleving van landschap en erfgoed), kleinschalige horeca (zoals bijvoorbeeld een theetuin met een terras) en recreatieve activiteiten (indoor of in de buitenlucht). De bezoekersaantallen zijn over het algemeen gering.

Gezien de grotere afstanden in het landelijk gebied vormt de bereikbaarheid van zorg in het buitengebied een uitdaging. Grootschalige zorginstellingen zijn daarom niet wenselijk in het buitengebied.

Grootschaliger recreatieve ondernemingen, die hoofdzakelijk zijn gericht op binnenactiviteiten in een gebouw, zijn veelal bezoekers­intensief en hebben hierdoor een grote verkeersaantrekkende werking. Deze functies zijn niet wenselijk in het buitengebied.

Educatie Kleinschalige activiteiten op het gebied van educatie, met een aantoonbare relatie met het agrarisch bedrijf of het landelijk gebied, zijn passend in het buitengebied. Zo richt agro-educatie zich op het opleiden van professionals in de landbouw en aanverwante sectoren. Ook zijn er projecten die zich richten op het betrekken van leerlingen bij natuurbeheer en het creëren van een groene leeromgeving op school. Overige maatschappelijke functies zoals regulier onderwijs, sport, medisch verwante dienstverlening en culturele voorzieningen zijn sterk gebonden aan het stedelijk gebied en zijn daarom niet wenselijk om in het buitengebied toe te staan.

Kleinschalige verblijfsrecreatie Verblijfsrecreatie waarbij kleinschalige overnachtingsmogelijkheden worden aangeboden, kunnen passen in het buitengebied. Het gaat dan bijvoorbeeld om recreatiewoningen, kamperen bij de boer, een mini-camping, kleine groepsaccommodaties of andere vormen van kleinschalig recreatief nachtverblijf. Grootschaliger vormen van verblijfsrecreatie, zoals een hotel of vakantiewoningen op een recreatiepark zijn niet wenselijk in het buitengebied.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 11

DEEL 3. GEBIEDSINDELING In het Regionaal Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 worden gemeenten uitgenodigd om aan te geven in welke gebieden/zones welke functies en van welke omvang gewenst zijn, zodat duidelijk is waar be­ paalde functieveranderingen wel of niet passen. Om hier invulling aan te geven, presenteren we in dit derde deel van de gemeentelijke uitwerking een gebiedsindeling voor het gehele buitengebied van de drie gemeenten. Daarbij sluiten we zo veel mogelijk aan bij het bestaande ruimtelijk beleid van de drie gemeenten, zoals vastgelegd in de omgevingsvisie, structuur­ visie en bestemmingsplannen voor het buitengebied.

In alle deelgebieden staat de agrarische hoofdfunctie centraal. Naast agrarische functies zijn echter ook andere of aanvullende functies mogelijk. De mate waarin dat mogelijk of wenselijk is, kan per deelgebied verschillen. Het karakter van een deelgebied kan bovendien in de loop der tijd veranderen. Zo kan een agrarisch gebied transformeren naar een multifunctioneel agrarisch gebied, als veel boeren in het betreffende gebied stoppen met de agrarische bedrijfsvoering en gebruik maken van het functieveranderingsbeleid. Er zal daarom altijd gekeken moeten worden naar de actuele stand van zaken in het betreffende deelgebied.

Gebiedstypen en zones We onderscheiden in het gehele buitengebied van de drie gemeenten drie gebieds­typen: • multifunctionele agrarische gebieden; • agrarische gebieden; • agrarische gebieden met waarden. Daarnaast hanteren we een zonering voor de kernrandzones die zijn gelegen nabij stedelijk gebied en voor zones langs de belangrijkste hoofdontsluitings­wegen in het buitengebied.

agrarische gebieden multifunctionele agrarische gebieden agrarische gebieden met waarden

Op de volgende pagina’s zijn de gebiedstypen beknopt beschreven en ruimtelijk vertaald naar deelgebieden (per gemeente), die globaal op kaart zijn aangegeven. De deelgebieden kunnen elkaar aan de randen soms (deels) overlappen. Bij locaties op de grens van deelgebieden zal de feitelijke beoordeling van de locatie en haar omgeving bepalend zijn voor de vraag welk toetsingskader aan de orde is (zie deel 4). Bij de begrenzing van de gebieden is zo veel als mogelijk aangesloten bij het bestaande ruimtelijk beleid voor het buitengebied van de drie gemeenten, zoals vastgelegd in de omgevingsvisie, structuurvisie en bestemmingsplannen voor het buitengebied.4 hoofdontsluitingswegen 4

Op 29 januari 2026 heeft de gemeenteraad van Leusden de Omgevingsvisie Leusden vastgesteld. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie zijn de deelgebieden op kleine onderdelen aangepast. De aangepaste deelgebieden zijn overgenomen in deze gemeentelijke uitwerking.

kernrandzones

Globale gebiedsindeling met gebiedstypen en zones

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 12

Deelgebieden in de gemeente Leusden Voor de gemeente Leusden is de gebiedsindeling voor het buitengebied overgenomen uit de Omgevingsvisie Leusden (2023). Daarin zijn de volgende vijf deelgebieden onderscheiden. Omgeving Hessenweg Enkele decennia geleden was in dit deelgebied sprake van een mix aan agrarische functies. In het kader van de reconstructie zijn hier echter veel agrarische bedrijven gestopt. Daardoor is het aantal agrarische bedrijven nu nog relatief beperkt. In dit deelgebied werken we toe naar een dynamisch en multifunctioneel platteland met hoge landschappelijke kwaliteiten. Daarbij willen we ruimte geven aan nieuwe economische dragers. Dit deelgebied is opgevat als ‘multifunctioneel agrarisch gebied’. Omgeving Hessenweg

Randzone met slagenlandschap

Zuidoostelijk kampenlandschap

Randzone met slagenlandschap Dit deelgebied ligt direct aan het bebouwde gebied van Leusden en is belangrijk voor Leusden als recreatief uitloopgebied. De meeste agrarische bedrijven die in dit deelgebied voorkomen, betreffen grondgebonden veehouderijen. We zien hier ruimte voor nieuwe economische activiteiten, maar we willen geen functies in het gebied die de milieukwaliteit negatief beïnvloeden of die onveilige situaties creëren. Ook dit deelgebied is opgevat als ‘multifunctioneel agrarisch gebied’. Zuidoostelijk kampenlandschap In dit deelgebied komen voornamelijk grondgebonden veehouderijbedrijven voor, met enkele opvallende recreatieve functies langs de Asschatterweg en Postweg. We willen in dit gebied voldoende economisch draagvlak houden om het landschap te kunnen onderhouden. We zien kansen om hier nieuwe functies te creëren die de kwaliteit van rust en stilte respecteren in hun bedrijfsvoering. Dit gebied is opgevat als ‘agrarisch gebied met waarden’.

Centraal Buitengebied en landgoederenzone

Deelgebieden in het buitengebied van de gemeente Leusden.

Leusderheide

Centraal Buitengebied en landgoederenzone In dit deelgebied komen enkele agrarische bedrijven voor. Veel van de boerderijen in dit deelgebied betreffen pachtboerderijen die al heel lang onderdeel van een landgoed zijn. We verwachten relatief weinig veranderingen in dit gebied. We vinden rust en stilte in dit gebied belangrijk. Ook dit gebied is opgevat als ‘agrarisch gebied met waarden’. Leusderheide Dit deelgebied is opgevat als een ‘gebied met waarden’ maar bevat geen bedrijfsfuncties. Het functieveranderingsbeleid is hier niet van toepassing.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 13

Deelgebieden in Renswoude en Woudenberg In de Omgevingsvisie Renswoude 2030 (2018) en de Structuurvisie Woudenberg 2030 (2013) worden in het buitengebied geen specifieke deelgebieden onderscheiden. Voor die twee gemeenten wordt daarom voortgebouwd op het vigerende Bestemmingsplan Buitengebied, dat voor beide gemeenten gezamenlijk is opgesteld. Daarin is een onderscheid gemaakt tussen gebieden met de bestemming ‘agrarisch’ en ‘gebieden met waarden’. Binnen de bestemming ‘agrarisch’ hebben we een nader onderscheid aangebracht tussen ‘multifunctionele agrarische gebieden’ en ‘agrarische gebieden’.5 De ‘agrarische gebieden met waarden’ zijn samengesteld uit de waardevolle landschappen in de beekdalen en de landgoederen met hoge landschaps­ecologische en cultuurhistorische waarden. Agrarische gebieden

5

In het verleden is een deel van het agrarisch buitengebied van Renswoude en Woudenberg in het kader van de Reconstructiewet Concentratiegebieden aangeduid als landbouwontwikkelingsgebied (LOG). In dit LOG werd ruimte geboden aan perspectiefvolle intensieve veehouderij. De Reconstructiewet is in 2014 komen te vervallen. Daarmee is het LOG niet langer in gebruik als beleidscategorie in het landbouw- en ruimtelijk beleid.

Multifunctionele agrarische gebieden

Agrarische gebieden In het buitengebied van de gemeenten Renswoude en Woudenberg zijn enkele gebieden aangewezen waar agrarische productie de hoofdfunctie vormt. Op basis van bedrijfsgegevens en actuele inzichten in de agrarische sector binnen de gemeenten Renswoude en Woudenberg zijn die gebieden indicatief op kaart aangeduid. In deze gebieden staat een duurzaam toekomstperspectief voor de agrarische sector centraal. De toevoeging van nieuwe functies mag geen belemmering gaan vormen voor de nog aanwezige en blijvende agrarische bedrijven. Multifunctionele agrarische gebieden De overige delen van het agrarisch buitengebied zijn aangeduid als multifunctioneel agrarisch gebied met kansen voor verbrede landbouw. In die delen van het agrarisch buitengebied willen we aanvullende mogelijkheden bieden voor economische ontwikkelingen en nevenactiviteiten, als extra bron van inkomsten voor de (agrarische) ondernemers.

Agrarische gebieden met waarden

Deelgebieden in het buitengebied van Renswoude en Woudenberg (in aanvulling op Leusden).

Agrarische gebieden met waarden In de waardevolle agrarische gebieden staat behoud en bescherming van de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden centraal. We zijn in deze gebieden terughoudend in het toestaan van grootschalige functies die deze kwetsbare waarden kunnen aantasten. Er kan wel ruimte worden geboden aan functies die goed samengaan met de aanwezige waarden. Zo zien we kansen om hier extensieve recreatieve functies te creëren, die de kwaliteit van de groene omgeving gebruiken in hun bedrijfsvoering.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 14

Zonering In aanvulling op de hiervoor beschreven deelgebieden in de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg hanteren we in het buitengebied een zonering langs hoofdontsluitingswegen en in kernrandzones.6 Hoofdontsluitingswegen In de gemeente Leusden fungeren de Hessenweg, Horsterweg, Asschatterweg en de Arnhemseweg (N226) als de belangrijkste hoofdontsluitingswegen in het buitengebied. In de gemeente Woudenberg gaat het om de Zeisterweg (N224) en Geeresteinselaan (N226). In Renswoude zijn de Arnhemseweg/Utrechtseweg (N224), Hopeseweg, Emminkhuizerlaan en Barneveldsestraat de belangrijkste hoofdwegen in het buitengebied. Kernrandzones De kernrandzone maakt deel uit van het landelijk gebied, maar biedt ruimte aan een breed scala aan functies die gelieerd zijn aan de kern. Dat biedt ontwikkelkansen voor vrijkomende (agrarische) bedrijfspercelen die in de kernrandzone zijn gelegen. In een kernrandzone kunnen bijvoorbeeld sloopmeters worden ingezet van vrijkomende (agrarische) bedrijfsgebouwen, die zich elders in het buitengebied bevinden. Dat biedt de mogelijkheid om in een kernrandzone meerdere woningen en een grotere variatie aan woningtypen te realiseren, dan in het buitengebied mogelijk is.

Hoofdontsluitingswegen

Kernrandzones

6

De vorm van de kernrandzone verschilt per kern. De provincie Utrecht hanteert in algemene zin een contour van 500 meter rondom elke kern, zoals in de kaartbijlage van de provinciale Omgevingsverordening is vastgelegd. Gemeenten worden daarbij uitgenodigd om deze zones nader te begrenzen op basis van een kernrandzonevisie. De gemeente Leusden heeft de kernrandzone nader begrensd op 250 meter rondom de bebouwde kom van Leusden, Achterveld en Stoutenburg. De gemeenten Woudenberg en Renswoude hebben geen nadere begrenzing aangegeven. Hiervoor hanteren we daarom de algemene zone van 500 meter die door de provincie wordt aangehouden. Ook voor de omliggende kernen die buiten de gemeentegrenzen zijn gelegen (Amersfoort, Scherpenzeel en Veenendaal) is deze 500 meter-zone aangehouden.

DEELGEBIEDEN EN ZONES IN HET (AGRARISCH) BUITENGEBIED

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 15

multifunctionele agrarische gebieden

agrarische gebieden

agrarische gebieden met waarden

hoofdontsluitingswegen

kernrandzones

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 16

DEEL 4. TOETSINGSKADER VOOR INITIATIEVEN (PER DEELGEBIED) Hoe gaan we om met initiatieven voor functieveranderingen of neven­ activiteiten, die zich nu al in het buitengebied voordoen of in de toekomst worden ingediend? Om hier antwoord op te kunnen geven, bevat deel 4 van de uitwerking een toetsingskader. Dit toetsingskader beschrijft voor de verschillende deelgebieden de gewenste ontwikkelrichting op hoofd­ lijnen en formuleert gebiedsspecifieke voorwaarden voor initiatieven voor functieveranderingen en nevenactiviteiten op (vrijkomende) bedrijfs­ locaties in het buitengebied.

Naar een vernieuwd functieveranderingsbeleid Deze gemeentelijke uitwerking van het regionale Afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 vormt het kader voor het voeren van een vernieuwd functieveranderingsbeleid voor het buitengebied van de gemeenten Leusden, Renswoude en Woudenberg. Dat kan er voor zorgen dat de huidige agrarische ondernemers in het buitengebied (meer) inkomsten genereren, naast de productie van vlees en zuivel, of andere (landbouw)producten. Een vernieuwd functieveranderingsbeleid kan bijdragen aan een vitaal landelijk gebied met agrariërs die zich ontwikkelen tot toekomstgerichte ‘plattelandsondernemers’.7 Maar het nieuwe beleid biedt niet alleen de boeren, maar ook de niet-agrarische ondernemers in het buitengebied perspectief. Het mag echter niet leiden tot belemmeringen voor omliggende agrarische bedrijven of overlast voor omwonenden. Meer ruimhartigheid op de ene plek, kan daarbij gepaard gaan met een strengere toepassing van het functieveranderingsbeleid op een andere plek. Ruimhartigheid mag uiteraard niet leiden tot verrommeling van het waardevolle landschap, aantasting van kwetsbare natuur- of groengebieden, of tot een wildgroei aan activiteiten in het landelijk gebied.

Daarom dient een zorgvuldige ruimtelijke afweging te worden gemaakt tussen wat er al aanwezig is in het betreffende gebied, welke initiatieven er verder nog zijn in de omgeving en wat we beschouwen als passend in het landschap. Naast deze ruimtelijke aspecten spelen ook economische factoren een rol. Wat heeft een ondernemer nodig voor een passend verdienmodel? En hoeveel vraag is er naar bepaalde functies vanuit de markt?

Het ‘maximaal laadvermogen’ van een gebied wordt dus enerzijds bepaald door de aanwezige omgevingskwaliteiten van het landelijk gebied en anderzijds door het mechanisme van vraag en aanbod. Door met beide aspecten rekening te houden, kan worden voorkomen dat er een ongewenste dynamiek gaat ontstaan in het buitengebied.

De toepassing van het toetsingskader Om initiatieven voor functieveranderingen op (vrijkomende) agrarische en niet-agrarische bedrijfspercelen in het buitengebied te kunnen beoordelen, bevat deze gemeentelijke uitwerking een toetsingskader op gebiedsniveau. Het toetsingskader kan in principe worden toegepast bij alle nieuwe initiatieven van (vrijkomende) bedrijven in het buitengebied. Het toetsingskader bevat hiervoor gebieds­specifieke voorwaarden, die per deelgebied kunnen verschillen. Deze gebiedsspecifieke voorwaarden zijn op de volgende pagina’s verder uitgewerkt voor de verschillende deelgebieden. In algemene zin kan worden gesteld dat in de multifunctionele agrarische gebieden en de agrarische gebieden ruimere mogelijkheden worden geboden voor economische bedrijfsactiviteiten. In de agrarische gebieden worden daarbij strikte voorwaarden gesteld aan nieuwe woonfuncties en worden nieuwe verblijfsfuncties met overnachtingsmogelijkheden niet toegestaan. In de agrarische gebieden met waarden worden beperkingen opgelegd aan de maximale bedrijfsomvang. Daarmee kan beter worden aangesloten bij de ruimtelijke karakteristiek en kwaliteit van het waardevolle gebied.

7

Een ‘plattelandsondernemer’ is een agrarisch ondernemer die een bedrijf exploiteert in een landelijke omgeving, waarbij de activiteiten vaak een breder of ander karakter hebben dan traditionele landbouw. Het kunnen bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten zijn die zich richten op recreatie, educatie ter plekke of verkoop van eigen en/of streekproducten, of een combinatie van meerdere activiteiten. Het betreft veelal activiteiten waarmee de burger en de agrariër aan elkaar worden verbonden.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 17

TOETSINGSKADER VOOR INITIATIEVEN “Gaat het om een initiatief voor een functieverandering of nevenactiviteit op een (vrijkomend) bedrijfsperceel in het buitengebied?”

“Voldoet het initiatief aan de algemene uitgangspunten die gelden voor nieuwe functies in het buitengebied?” zie algemene uitgangspunten (deel 1)

“Betreft het een functie die in algemene zin als passend wordt gezien in het buitengebied?” zie functie-tabel (deel 2)

“Bepaal en beargumenteer in welk deelgebied het initiatief moet worden beoordeeld.” zie gebiedsindeling (deel 3)

“Voldoet het initiatief aan de basisvoorwaarden die gelden voor alle deelgebieden?” zie basisvoorwaarden (deel 4)

“Voldoet het initiatief aan de gebiedsspecifieke voorwaarden die gelden voor het betreffende deelgebied?” zie gebiedsspecifieke voorwaarden (deel 4)

“Voldoet het initiatief aan de wet en daarop gebaseerde regelgeving?”

Bij een initiatief tot functieverandering of een nevenactiviteit dient te worden bepaald en beargumenteerd binnen welk deelgebied het initiatief wordt beoordeeld. Dit is met name aan de orde bij ontwikkelingen aan de randen van de globaal aangegeven deelgebieden, maar kan ook voorkomen als deelgebieden en zones elkaar (deels) overlappen. Het toetsingskader moet zorgen voor een soepele en vlotte afhandeling van initiatieven voor een functieverandering of nevenactiviteit. Het toetsingskader biedt daarbij ruimte en perspectief voor nieuwe ontwikkelingen, die bijdragen aan de vitaliteit van het landelijk gebied. Daarnaast biedt het bescherming tegen aantasting van de omgevingskwaliteit in het buitengebied. De te doorlopen planologische procedure Nadat een initiatief bij de gemeente is ingediend, doorlopen initiatiefnemers de planologische procedure binnen de eigen gemeente. Het initiatief wordt dan beoordeeld aan de hand van de geldende gemeentelijke beleidskaders. Nieuwe functies of activiteiten kunnen daarbij worden aangevraagd voor een (voormalig) agrarisch of niet-agrarisch bedrijfsperceel, als nieuwe hoofdfunctie (in plaats van de bestaande bedrijfsactiviteit) of als neven­ activiteit (naast de hoofdfunctie).

Agrarische bedrijfsgebouwen welke inmiddels geen agrarische bestemming meer hebben, maar in het verleden wel agrarisch in gebruik zijn geweest, vallen eveneens binnen de kaders van de sloopmetersystematiek van het functieveranderingsbeleid.8 Als een initiatief het toetsingskader heeft doorlopen, dan wil dat niet automatisch zeggen dat iemand recht heeft op een bepaalde functieverandering. In uitzonderlijke gevallen kan daarbij van de in het toetsingskader geformuleerde voorwaarden worden afgeweken. Er moet altijd ook nog worden getoetst aan de wet- en daarop gebaseerde regelgeving. In die gevallen zal alsnog maatwerk moeten worden geleverd.

8

Onder (voormalige) agrarische bouwpercelen verstaan we de in het geldende (tijdelijke) omgevingsplan opgenomen agrarische bouwpercelen, als ook locaties met een woon­bestemming en een aanduiding vrijkomend of voormalig agrarisch bouwperceel en woonbestemmingen die in het Bestemmingsplan Buitengebied 1996 (Leusden) danwel de bestemmingsplannen Buitengebied 1995 van Renswoude en Woudenberg als agrarisch bouwperceel waren aangeduid en daarna gewijzigd zijn in wonen. Voor zover daar nog agrarische bebouwing aanwezig is, die de omvang van reguliere bijgebouwen overschrijdt.

Basisvoorwaarden voor nieuwe initiatieven Het toetsingskader bevat de volgende basisvoorwaarden voor nieuwe initiatieven. Deze basisvoorwaarden gelden voor alle deelgebieden. • Bij initiatieven voor functieverandering dient de sloopmetersystematiek te worden toegepast. Dit leidt er toe dat overtollige bedrijfsbebouwing eerst moet worden gesloopt en vervolgens kan worden omgezet naar inzetbare sloopmeters. • Bij niet-agrarische bedrijven kunnen de sloopmeters op het eigen perceel worden ingezet voor de beoogde functieverandering, of worden verhandeld zodat het elders binnen de gemeente ingezet kan worden. Bij agrarische bedrijven kunnen de sloopmeters eventueel ook binnen andere gemeenten worden ingezet. • Nevenactiviteiten worden alleen toegestaan in (delen van) bestaande bedrijfsbebouwing op het eigen perceel. Het toevoegen van nieuwe, extra bebouwing voor de uitoefening van een nevenactiviteit is niet aanvaardbaar. Met omgevingskwaliteit als doel is vervangende nieuwbouw (onder voorwaarden) wel denkbaar. • Verhuur van het bedrijfspand (of delen van de opstallen) voor de uitoefening van een nevenactiviteit door een derde partij is toegestaan, mits de ondernemer/eigenaar zelf te allen tijden de eindverantwoordelijkheid behoudt. • Het is ongewenst dat in het buitengebied bedrijfsverzamelgebouwen gaan ontstaan.

• Bij bestaande niet-agrarische bedrijven mag in de gemeente Leusden maximaal één nevenactiviteit worden uitgeoefend. Hiervoor gelden dan de gebiedsspecifieke voorwaarden van het betreffende deelgebied. In de gemeenten Renswoude en Woudenberg worden bij niet-agrarische bedrijven geen nevenactiviteiten toegestaan. • Het is voor agrarische ondernemers (plattelandsondernemers) toegestaan om meerdere nevenactiviteiten te combineren op één agrarisch bedrijfsperceel. Indien er meerdere nevenactiviteiten op het agrarisch bedrijfsperceel worden uitgeoefend, dan mag hiervoor in totaal maximaal 50% van het bebouwd oppervlak worden gebruikt. • Het is denkbaar dat een nevengebruiksfunctie de opstap vormt naar het definitief beëindigen van de hoofdactiviteit op een later moment. Op dat moment zal opnieuw gekeken worden naar de situatie op het erf en gelden dezelfde voorwaarden als voor een nieuwe hoofdfunctie.

MULTIFUNCTIONELE AGRARISCHE GEBIEDEN Ontwikkelingsrichting De multifunctionele agrarische gebieden zijn belangrijk voor de landbouwproductie. In deze gebieden hebben zich in de afgelopen jaren al meerdere functieveranderingen naar wonen en werken voorgedaan. De agrarische bedrijven hebben in dit deelgebied voldoende ruimte voor een verantwoorde bedrijfs­economische ontwikkeling. Daarnaast willen we de (agrarische) ondernemers in de multifunctionele agrarische gebieden mogelijkheden bieden voor nevenactiviteiten op het eigen bedrijfsperceel, als extra bron van inkomsten. Daarbij kan landbouw worden gecombineerd met diverse andere functies, zoals recreatie en toerisme, zorg en educatie en niet-agrarische bedrijvigheid die past in het buitengebied. Daarmee kan economische en maatschappelijke meerwaarde worden gecreëerd, waarbij de relatie tussen landbouw en de samenleving wordt versterkt. De multifunctionele agrarische gebieden bieden mogelijkheden voor verbrede landbouw, met kansen voor agrarische ondernemers om zich te ontwikkelen tot ‘plattelandsondernemers’ in een dynamisch en vitaal platteland. Daarnaast kunnen in de multifunctionele agrarische gebieden - bij een functieverandering naar wonen - sloopmeters eventueel ook worden ingezet voor de realisatie van één extra woongebouw (met maximaal twee wooneenheden) op het eigen perceel.

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 18

MULTIFUNCTIONELE AGRARISCHE GEBIEDEN

UITWERKING AFWEGINGSKADER FUNCTIEVERANDERINGSBELEID VOOR DE GEMEENTEN LEUSDEN, RENSWOUDE EN WOUDENBERG | 19

FUNCTIES WONEN

VOORBEELDEN

wonen in de voormalige (agrarische) bedrijfswoning

omzetten van bedrijfswoning naar burgerwoning

• De (bedrijfs)woning wordt planologisch omgezet naar de functie ‘wonen’. • Omzetten van de (bedrijfs)woning naar 1 woongebouw met maximaal 2 zelfstandige wooneenheden is aanvaardbaar.

één extra woongebouw

extra woning of wooneenheden in stal of schuur, of in de vorm van nieuwbouw op het erf

• Het toevoegen van één woonvolume op het eigen perceel is toegestaan door middel van het toepassen van de sloopmetersystematiek. Onder één woonvolume verstaan we: - één vrijstaande woning van max. 600 m3, of; - één woongebouw met twee wooneenheden van in totaal maximaal 800 m3.

KERNRANDZONES

WERKEN aan agrarische functies verwante bedrijven

opslag (statische goederen)

VOORWAARDEN

HOOFDFUNCTIES

loonwerkbedrijf, veehandelsbedrijf, fouragehandel, • Voor aan agrarische functies verwante bedrijven en de opslag van statische goederen paardenpension/-stalling, landwinkel*, boerderijals hoofdfunctie wordt een halvering van de bestaande bedrijfsgebouwen (sloop van verkooppunt* ten minste 50% van de gebouwen) met een maximum van 1.500 m2 aan bebouwd oppervlak als passend beschouwd. • Van bovenstaande omvang kan worden afgeweken, o.b.v. onderstaande sloopmetereis: * uitsluitend toegestaan als nevenactiviteit bedrijfsfunctie sloopmeters stalling van caravans, boten, inboedel, houtopslag bedrijfsrecht 100 m2 tot en met 1.000 m2 - per m2 vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing 2 m2 sloopmeters meer dan 1.000 m2 - per m2 vloeroppervlakte bedrijfsbebouwing 3 m2 sloopmeters

In multifunctionele agrarische gebieden worden in de kernrandzones en zones langs hoofdontsluitingswegen geen extra of aanvullende mogelijkheden geboden voor woonfuncties.

NEVENACTIVITEITEN

KERNRANDZONES

• Als nevenactiviteit mag voor aan agrarische functies verwante bedrijven en opslag van statische goederen maximaal 25% van de gezamenlijke oppervlakte aan bestaande bedrijfsgebouwen worden gebruikt tot een maximum 1.500 m2. • De verkoop van landbouw producten (bijvoorbeeld in een landwinkel of boerderijverkooppunt) kan uitsluitend als nevenactiviteit worden uitgevoerd. De uitoefening van deze (neven)activiteit is als hoofdfunctie niet toegestaan. • Detailhandel ten behoeve van de verkoop van ter plaatse vervaardigde landbouwproducten of (ambachtelijke) streekproducten is tot maximaal 100 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) toegestaan, tenzij in het geldende beleid (al) een andere maatvoering is opgenomen.

In multifunctionele agrarische gebieden worden in de kernrandzones en zones langs hoofdontsluitingswegen geen extra of aanvullende mogelijkheden geboden voor werkfuncties.

niet-agrarische bedrijven • ambachtelijke bedrijven • innovatieve bedrijven

aannemer, houtbewerking, reparatiebedrijven voor • Voor niet-agrarische bedrijven als hoofdfunctie wordt een halvering van de bestaande • Voor niet-agrarische bedrijfsfuncties als nevenactiviteit mag maximaal 25% van de kleine gebruiksgoederen, dakdekker, rietdekker, bedrijfsgebouwen (sloop van ten minste 50% van de gebouwen) met een maximum van gezamenlijke oppervlakte bedrijfsgebouwen worden gebruikt tot een maximum van schildersbedrijf, meubelmaker, installatiebedrijf, 500 m2 aan bebouwd oppervlak als passend beschouwd. 350 m2. constructiebedrijf, imker, hovenier, dierenpension, agri-techbedrijf, milieutechnologiebedrijf, energie-opwek en -opslag (batterijen/accu’s)

kleinschalige zakelijke dienstverlening

adviesbureau, kantoor- en vergaderruimte, computerbedrijf of computerservicebureau

KERNRANDZONES

kinderopvang, zorgboerderij (dagbesteding), agro-educatie, cursussen, workshops, leerbedrijf

zorg met een verblijfsfunctie

kleinschalige woonzorgvoorziening, zorgboerderij (met overnachting)

HOOFDWEGEN

• Voor zakelijke dienstverlening als hoofdfunctie wordt een halvering van de bestaande • Voor zakelijke dienstverlening als nevenactiviteit mag maximaal 25% van de bedrijfsgebouwen (sloop van ten minste 50% van de gebouwen) met een maximum van gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen worden gebruikt tot een maximum 250 m2 aan bebouwd oppervlak als passend beschouwd. van 250 m2.

MAATSCHAPPELIJKE FUNCTIES zorg en educatie (dagactiviteiten)

HOOFDWEGEN

• Voor maatschappelijke functies als hoofdfunctie wordt een halvering van de bestaande • Voor maatschappelijke functies als nevenactiviteit mag maximaal 25% van de bedrijfsgebouwen (sloop van ten minste 50% van de gebouwen) met een maximum van gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen worden gebruik tot een maximum van 500 m2 aan bebouwd oppervlak als passend beschouwd. 350 m2. • Voor een zorgboerderij wordt sloop van ten minste 50% van de bestaande bedrijfs• Voor een zorgboerderij mag maximaal 25% van de gezamenlijke oppervlakte aan be2 gebouwen met een maximum van 1.500 m aan bebouwd oppervlak als passend bestaande bedrijfsgebouwen worden gebruikt tot een maximum 1.500 m2. schouwd.

RECREATIE kleinschalige dagrecreatie • in de buitenlucht • indoor activiteiten

speeltuin, fietsverhuur, kleinschalige horeca, zoals theetuin, terras, ijs- of snackverkooppunt

• Voor kleinschalige dagrecreatieve functies als hoofdfunctie wordt een halvering van • Voor kleinschalige dagrecreatieve functies als nevenactiviteit mag maximaal 25% van de bestaande bedrijfsgebouwen (sloop van ten minste 50% van de gebouwen) met een de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen worden gebruik tot een maximum 2 maximum van 500 m aan bebouwd oppervlak als passend beschouwd. van 350 m2. • Kleinschalige horeca is niet toegestaan als zelfstandige hoofdfunctie, maar kan wel als • Kleinschalige horeca is uitsluitend toegestaan als een ondergeschikte nevenactiviteit ondergeschikte (neven)activiteit onderdeel uitmaken van een recreatieve hoofdfunctie. bij een recreatieve hoofdfunctie.

kleinschalige verblijfsrecreatie • kamperen • gebouwde verblijfsaccommodaties

kampeerboerderij, mini-camping, B&B, recreatie-appartementen

• Voor kleinschalige verblijfsrecreatie als hoofdfunctie wordt een halvering van de bestaande bedrijfsgebouwen (sloop van ten minste 50% van de gebouwen) met een maximum van 500 m2 aan bebouwd oppervlak als passend beschouwd. • Voor kamperen als hoofdfunctie geldt een maximum van 25 kampeerplekken per bedrijf (met uitzondering van stacaravans).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16947727/1