Bijlage 1 Erfinpassingsplan 17 november 2025
Tekst van het document
Erfinpassingsplan Kooiweg 18 Renswoude
Colofon Erfinpassingsplan Kooiweg 18 Renswoude
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 15 7122RP Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852
Opdrachtgever:
eigenaar
Projectnummer en versie: 6411 versie 1.2 Ligging plangebied: Kooiweg 18, Renswoude Auteur: Ing. P. Leemreise + K. ten Haaff
Status: Definitief Rapportdatum: 17-11-2025
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding.................................................................................................................................. 3
1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 5 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 5 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 2.3 Landschap............................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 3
Het ontwerp .......................................................................................................................... 12
3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................. 12 3.2 Uitgangspunten ...................................................................................................................................... 12 3.3 Kansen voor versterking van het erf ...................................................................................................... 12 3.4 Het ontwerp ........................................................................................................................................... 13 Hoofdstuk 4
Inrichting en beheer.............................................................................................................. 15
4.1 Inleiding .................................................................................................................................................. 15 4.2 Inrichting ................................................................................................................................................ 15 4.3 Beheer .................................................................................................................................................... 18
2
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf op het adres Kooiweg 18 te Renswoude. Het voornemen bestaat de agrarische bestemming te wijzigen en de vrijkomende agrarische opstallen te slopen. Ter compensatie voor de sloop van de agrarische opstallen (stallen), wordt een nieuwe schuur op het erf gebouwd. De gemeente Renswoude heeft initiatiefnemer gevraagd een plan voor landschappelijke inpassing van het niet nieuwe erf op te stellen (erfinpassingsplan). In voorliggend inpassingsplan, wordt een erfinpassingsplan voor het uiteindelijke eindbeeld van het erf gegeven.
1.2 Voorgenomen ontwikkeling Op onderstaande afbeelding wordt de te slopen en te behouden gebouwen op het erf weergegeven.
Verbeelding van de te slopen (geel) en behouden (oranje) gebouwen in het plangebied.
Nadat de overtollige agrarische gebouwen (stallen) geamoveerd zijn, wordt een nieuwe schuur gebouwd. Op onderstaande afbeelding wordt de wenselijke erfinrichting weergegeven.
3
Weergave van het wenselijke eindbeeld. 1 geeft de bestaande woning aan. 2 geeft de bestaande garage aan. 3 geeft de bestaande erfverharding aan. 4 geeft de bestaande watergang aan. 8 geeft de nieuwe schuur aan. 12 geeft de contouren van de te slopen stallen aan.
4
HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd op het adres Kooiweg 18 te Renswoude. Het ligt in het buitengebied, net ten noordwesten van de stedelijke bebouwing van Veenendaal. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl, 2022).
ligging van het erf op de topografische kaart.
5
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een agrarisch erf en bestaat uit bebouwing, erfverharding en een eenvoudige siertuin aan de voorzijde van de woning. Het erf grenst aan de oost- en zuidzijde aan zijtak van het Valleikanaal en is bereikbaar via een erftoegangspad met brug. Het erf grenst aan de oost- en noordzijde aan agrarisch cultuurland.
Luchtfoto van het erf (bron luchtfoto: kadaster.nl).
Aanzicht op het erf vanaf de Kooiweg, kijkend in westelijke richting.
6
Aanzicht op de entree van het erf..
Aanzicht op het erf vanaf de dijk ten westen van het erf.
Aanzicht op het erf vanaf de dijk ten westen van het erf.
7
Aanzicht op achterkant (noordkant) van het erf, met op de achtergrond zichtbaar een van de te slopen gebouwen
Enkele bestaande beplanting/bomen achter op het erf, rechts op de afbeelding is de watergang naast het erf ook zichtbaar
8
Gebouwen (midden op het erf) die gesloopt gaat worden, met op de achtergrond de bestaande woning
Een van de gebouwen (midden op het erf) die gesloopt gaat worden
9
Een van de gebouwen (aan de westkant van het erf) die gesloopt gaat worden
Een van de gebouwen (midden op het erf) die gesloopt gaat worden
Behoudens enkele zomereiken langs de rand van het erf, ontbreekt erfbeplanting nagenoeg volledig op het erf. Langs de erftoegangsweg staan enkele (jonge) bolboompjes.
10
2.3 Landschap Het erf ligt aan de zuidzijde van de ‘Emmikhuizerberg’. Dit is een stuwwal welke begin 20e eeuw grotendeels in gebruik was als es. Deze werd omgeven door een veenontginningslandschap, overgaand in een kampenlandschap rondom Renswoude. Het gebied rond het plangebied valt niet te classificeren binnen een bepaald landschapstype. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied weergegeven op de historische topografische kaart anno 1925.
Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 2024.
Kenmerkende beplanting in de drogere delen van het landschap bestaat uit ruwe berk, lijsterbes en zomereik, terwijl in de nattere delen (veenontginningslandschap) gekenmerkt worden door wilgen, essen en zwarte elzen. Als gevolg van de verregaande ontwatering, zijn de oorspronkelijke verschillen in beplanting, vervaagd.
11
HOOFDSTUK 3
HET ONTWERP
3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.
3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Behoud bestaande beplanting Alle bestaande beplanting op het erf blijft behouden. Inheems plantmateriaal Er wordt gebruik gemaakt van inheems plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal opgekweekt is van bomen en struiken met een Nederlandse herkomst. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van autochtoon Nederlands plantmateriaal. Dat is verkrijgbaar, indien men er specifiek om vraagt. Op de nattere delen worden vaak zwarte elzen, wilgen en populieren aangeplant, op de droger delen zomereik, ‘linde’, ‘walnoot’ en ‘iep’. In siertuinen wordt ook gebruik gemaakt van paardenkastanje, tamme kastanje en plataan. Streekeigen beplantingsvormen Streekeigen beplantingsvormen voor het omringende landschap bestaan uit laanbomen, solitaire bomen, erfbosjes, hoogstam fruitbomen, scheerhagen en struweelhagen. Op plekken met een hogere grondwaterspiegel, treffen we ook knotbomen aan. Gelet op de omringende beplanting, vormen zomereik, hoogstamfruitbomen, solitaire (loof)bomen en knotbomen een passende vorm van beplanting op het erf.
3.3 Kansen voor versterking van het erf Het erf ligt op enige afstand van de meest nabij gelegen doorgaande weg. De nieuwe schuur is vanaf de dijkweg, ten westen van het erf, nadrukkelijk zichtbaar. Geadviseerd wordt beplanting naast de nieuwe schuur te plaatsen om het zicht op de zijgevel te verminderen, waaronder knotbomen. Langs de watergang is ook nog enkele ruimte voor de aanplant van knotbomen.
12
3.4 Het ontwerp Het plan voorziet in het aanleggen van hoogstam fruitbomen, knotbomen, en solitaire bomen van zomereik. Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor versterking van het erf middels het aanbrengen van passende erfbeplanting gepresenteerd. Het erfinrichtingsplan omvat de volgende aspecten: Aanplant hoogstam fruitbomen Er worden 12 hoogstam fruitbomen aangeplant, aan de westkant van het erf naast de nieuw te realiseren schuur. De hoogstamfruitbomen nemen lichtelijk het zicht weg van de nieuwe schuur. Ook hebben veel soorten baat bij hoogstam fruitbomen, waaronder steenuil en verschillende soorten insecten en planten in de omgeving. Aanplant knotbomen In totaal worden er 9 knotbomen aangelegd van schietwilg, op verschillende plekken op het erf. Knotbomen van onder andere schietwilg zijn vaak kenmerkende bomen in het Nederlandse cultuurlandschap. Ook bieden (oude) knotbomen veel voor soorten als onder andere steenuil en verschillende soorten planten en mossen. Aanplant solitaire bomen Er wordt 1 solitaire boom van zomereik aangeplant. Deze komt aan de noordwest kant van het erf te staan.
13
Plan voor landschappelijke inpassing van het erf aan de Kooiweg 18 te Renswoude
14
HOOFDSTUK 4
INRICHTING EN BEHEER
4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt er ingegaan op de wijze van het inrichten en het beheer dat daar bij komt kijken om tot het wenselijke eindbeeld te komen.
4.2 Inrichting Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen. Landschapselement 1 Naam landschapselement
Hoogstam fruitbomen
Omschrijving en samenstelling
Er worden 12 hoogstam fruitbomen aangeplant. er wordt hierbij gebruik gemaakt van streekeigen rassen, bij voorkeur oudere rassen van de appel en de peer.
Oppervlakte of aantallen
In totaal worden er 12 hoogstamfruitbomen aangeplant, waarvan 6 appelbomen en 6 perenbomen. De fruitbomen worden aangeplant in een voldoende groot plantgat en de bomen worden elk voorzien van twee boompalen met een boomband.
Soortnamen Nederlands en Wetenschappelijk inclusief maatvoering
De hoogstamfruitbomen moeten bij voorkeur bestaan uit: - Streekeigen (oude) rassen van appel en peer
15
Landschapselement 2 Naam landschapselement
Knotwilgen
Omschrijving en samenstelling
In totaal worden er 9 knotbomen aangelegd van schietwilg, op verschillende plekken op het erf.
Oppervlakte of aantallen
In totaal worden er 9 knotbomen aangeplant
Soortnamen Nederlands en Wetenschappelijk inclusief maatvoering
De knotbomen zullen bestaan uit: - Schietwilg (Salix alba) Aanplant moet gebeuren met een minimale boommaat 10-12 cm (liefst groter), of met 3-jarige onbewortelde stekken.
16
Landschapselement 3 Naam landschapselement
(Solitaire) bomen
Omschrijving en samenstelling
Er wordt 1 solitaire boom aangeplant op het erf, aan de noordwest kant van het erf.
Oppervlakte of aantallen
Er komt 1 solitaire boom van zomereik.
Soortnamen Nederlands en Wetenschappelijk inclusief maatvoering
Er wordt gebruik gemaakt van: - Zomereik (Quercus robur) Bij aanplant wordt er gebruik gemaakt van bomen die niet als laanbomen opgekweekt zijn. Aanplant moet gebeuren met een minimale boommaat 10-12 cm, groter is natuurlijk beter.
17
4.3 Beheer In deze paragraaf wordt het beheer toegelicht om tot het wenselijke eindbeeld te komen. Hoogstam fruitbomen Beheren naar eigen voorkeur. Door snoeien kan het vruchthout verjongen en blijft de boom langer vruchten produceren. De vorm waarin de boom gesnoeid wordt is bij voornamelijk jonge bomen belangrijk. Appelbomen worden meestal in bolvorm gesnoeid, perenbomen in een piramide vorm. Knotbomen De knotwilgen moeten eens in de vier jaar geknot/gesnoeid worden. Het snoeihout kan worden afgevoerd of kan gebruikt worden om een takkentril aan te leggen.
Voorbeeld van hoe het beheer van een knotboom in zijn werking gaat (bron: Regionaal Landschap Lage Kempen)
Solitaire boom Solitaire bomen vereisen geen vast onderhoud. Er zal alleen onderhoud nodig zijn als er sprake is van takken die afsterven, deze zullen dan weggesnoeid moeten worden.
18