Bijlage 1.0 Verzoek wijziging omgevingsplan met bijlagen
Tekst van het document
aan
tel.nummer referentie Datum Opstellers Betreft
Gemeente Renswoude T.A.V. college van Burgemeester en Wethouders Postbus 8 3927 ZL Renswoude
088 236 82 36 665006085 14-7-2025 G.J. Festen / E.W. Lamberts Verzoek wijziging omgevingsplan
Geachte college,
1 Aanleiding Initiatiefnemer exploiteert aan de Kooiweg 18 in Renswoude een intensieve veehouderij met als nevenactiviteit een honden-trimsalon en de verhuur van een vergaderruimte. Het bedrijf neemt deel aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV). Hiermee draagt initiatiefnemer bij aan het verlagen van de stikstofuitstoot en daarmee aan het verbeteren van de natuurdoelstellingen in de Natura 2000-gebieden. Voorwaarde van deelname aan de LBV regeling is de sloop van alle dierenverblijven toebehorende voorzieningen tevens wordt vastgelegd dat op de locatie geen landbouwhuisdieren meer mogen worden gehouden. Ter compensatie van de agrarische activiteiten wenst initiatiefnemer te starten met een kleinschalig transportbedrijf. Een dergelijke activiteit valt onder de bedrijvenbestemming. Het functieveranderingsbeleid van de regio Foodvalley kent de mogelijkheid om de functie van een perceel te wijzigen naar ‘Bedrijf’ (gebiedspassende bedrijven). Ten behoeve van deze nieuwe bedrijfsfunctie wenst initiatiefnemer een nieuwe loods te bouwen. Ook wil de initiatiefnemer de bestaande nevenactiviteiten handhaven. 2
Inleiding
Voor het bovenstaande voornemen is op 19 september 2024 een principeplan ingediend voor functieverandering van het agrarisch bedrijf. Op 4 juni 2025 heeft de gemeente Renswoude planologische medewerking toegezegd voor de wijzigen van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming.
Jufferenwal 30
t
Postbus 432
e info@rombou.nl
088 236 82 36
8000 AK Zwolle
i
www.rombou.nl
3 Tijdelijk omgevingsplan Het geldend planologisch regime is vastgelegd in het omgevingsplan van de gemeente Renswoude met identificatienummer /akn/nl/act/gm0339/2020/omgevingsplan. Ter plekke van de locatie geldt het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Renswoude. De enkelbestemming van het perceel is ‘Agrarisch met waarden- landschapswaarden – Relief’. Op de agrarische gronden is een bouwvlak gesitueerd van circa 5.900 m2 met daaraan gekoppeld de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. Tot slot valt de locatie onder de gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Dit gebied wordt gekenmerkt door een verweving van landbouw, wonen en natuur. Zie afbeelding 1 voor de uitsnede van de verbeelding van het geldende omgevingsplan.
Afbeelding 1: Verbeelding projectlocatie. Bron: regels op de kaart
4 Bestaande situatie De locatie van initiatiefnemer ligt in het buitengebied, net ten noordwesten van de stedelijke bebouwing van Veenendaal. Ten noorden, op ongeveer 150 meter afstand, ligt de Rijksweg A12. In de directe nabijheid van de bedrijfslocatie nog twee intensieve veehouderijen aanwezig en een aantal burgerwoningen. Zie ook afbeelding 2
DHR. VAN DEN BROEK
2
Afbeelding 2: functies in de omgeving van de Kooiweg 18
De locatie van initiatiefnemer bestaat uit bebouwing, erfverharding en een eenvoudige siertuin aan de voorzijde van de woning. Het erf grenst aan de oost- en zuidzijde aan zijtak van het Valleikanaal en is bereikbaar via een erftoegangspad met brug. Het erf grenst aan de oost- en noordzijde aan agrarisch cultuurland. De intensieve veehouderij van de initiatiefnemer heeft in de bestaande situatie de beschikking over een 4-tal stallen (no. 1 t/m 4 in afbeelding 3), een stal /ziekenboeg (no. 5 ) en een kapschuur (no. 6). Aan de achterzijde liggen twee sleufsilo’s voor de opslag van ruwvoer (no. 7). Tot slot heeft het bedrijf de beschikking over één bedrijfswoning (no. 8).
Afbeelding 3: aanwezig bebouwing en voorzieningen
De oppervlakte van de aanwezige bebouwing en voorzieningen is in tabel 1 is weergegeven.
3
Tabel 1: Fysiek aanwezige bebouwing en voorzieningen
Bebouwing / voorziening 1. stal 2. stal 3. stal 4. stal 5. stal / ziekenboeg Totaal sloop bedrijfsgebouwen 6. kapschuur Totaal bedrijfsgebouwen 7. ruwvoeropslagen
Oppervlakte in m² 530 392 474 674 91 2.161 127 2.288 650,0
Het bedrijf heeft in de huidige situatie de beschikking over 2.288 m2 aan bedrijfsgebouwen. In bijlage 1 is een gemaatvoerde tekening opgenomen van de bebouwing in de huidige situatie. 5
Gewenste situatie
5.1 Beëindigen intensieve veehouderij De locatie aan de Kooiweg 18 ligt in de directe nabijheid van enkele (burger) woningen en de bebouwing van Veenendaal. Hierdoor zijn de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden van de locatie beperkt. In het bestemmingsplan “Buitengebied” en “Buitengebied Herziening” worden binnenplans mogelijkheden genoemd voor het wijzigen van een agrarisch bestemming naar bedrijfsbestemming. De LBV-regeling laat het toe dat 15% van de vergunde stikstofemissie wordt gebruikt voor een nieuwe activiteit (zie paragraaf 4.2 voor de nieuwe activiteit). Voorwaarde is dat in de regels van het omgevingsplan deze maximale stikstofemissie wordt vastgelegd. De vergunde stikstofemissie bedraagt 2.590 kg NH3 / jaar. Er is daarom (15% x 2.590=) 388,5 kg NH3/jaar beschikbaar voor de nieuwe functie. Uit Aerius berekeningen de stikstofdepositie van het beoogde transportbedrijf minder bedraagt dan 0,005 mol/ha/jaar. De beoogde activiteiten in de nieuwe situatie vallen niet onder de vergunningplicht van de activiteit natuur. Voor de beoogde activiteiten is geen omgevingsvergunning voor de activiteit natuur noodzakelijk. 5.2 Start gebiedspassend bedrijf Omdat initiatiefnemer stopt met de intensieve veehouderij moet hij op zoek naar een andere inkomstbron.
Initiatiefnemer is al enigszins bekend met de transportsector waardoor een overstap naar een kleinschalig transportbedrijf een voor de hand liggende keuze is. Het transportbedrijf zal als een éénmans-onderneming worden geëxploiteerd. Ten behoeve van de stalling van een vrachtauto, trailer en enige op-/overslag bestaat de behoefte aan een nieuwe loods. In deze loods zal ook de bestaande nevenactiviteit (honden-trimsalon) worden ondergebracht.
DHR. VAN DEN BROEK
4
Ten opzichte van de exploitatie van de locatie als intensieve veehouderijbedrijf zullen de verkeersbewegingen door de exploitatie van een kleinschalige transportbedrijf per saldo niet toenemen. De verwachting is eerder dat het aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie afneemt. Op het erf is verder voldoende ruimte om te voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Om op de locatie een kleinschalig transportbedrijf te exploiteren is een functieverandering naar ‘Bedrijf’ noodzakelijk. Voorheen kon er gebruik gemaakt worden van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Het (tijdelijk) omgevingsplan kent geen wijzigingsbevoegdheden meer. De provincie beidt middels het functieveranderingsbeleid wel mogelijkheden. Dit is geregeld in de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Artikel 9.11 geeft een instructieregel voor functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie (anders dan wonen): 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan regels bevatten die toestaan dat op agrarische bedrijfspercelen waar het agrarisch gebruik is beëindigd de bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen een stedelijke functie, niet zijnde wonen, krijgen, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een Concentratiegebied glastuinbouw; b. door sloop wordt de oppervlakte van de fysiek aanwezige bebouwing met 50% gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken, tenzij: 1. het gaat om een nieuwe functie die voorziet in een kleinschalige woonzorgvoorziening; of 2. het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve beleving of recreatief gebruik waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; 3. het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; 4. het gaat om vestiging van bedrijven die vanwege hun werkzaamheden met zwaar rijdend materieel zich voornamelijk richten op het landelijk gebied; 5. er is sprake van twee of meer bouwpercelen waar de agrarische functie is beëindigd en op de betrokken bouwpercelen gezamenlijk wordt het vereiste slooppercentage van 50% wel gehaald; of
5
6. de ruimtelijke kwaliteit wordt op een andere wijze verhoogd dan alleen door sloop van bebouwing, in een mate die een lager slooppercentage dan 50% rechtvaardigt; c.
te handhaven en nieuw op te richten bedrijfsgebouwen worden zo compact mogelijk gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel en het bouwperceel wordt evenredig met de oppervlakte gesloopte gebouwen verkleind;
d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 2. De motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing instructieregel Lid 1.a: Op het bouwperceel is een intensieve veehouderij aanwezig. Omschakeling naar een grondgebonden landbouwbedrijf is vanwege de ingesloten ligging van de locatie en het ontbreken van (voldoende) landbouwgrond niet mogelijk. Ook biedt het kleine bouwperceel onvoldoende fysieke ruimte voor het starten van een grondgebonden landbouwbedrijf. Bovendien is het aanhouden van voldoende ruimtelijke scheiding tussen het bouwperceel en de dichtbijgelegen woningen van derden onvoldoende mogelijk. Kortom, het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, Derhalve voldoet het plan aan dit lid. Lid 1.b: Op het perceel is 2.288 m2 aan bebouwing aanwezig (excl. bedrijfswoning). Zie ook tabel 1. Alle stallen worden gesloopt. De kapschuur van 127 m2 blijft gehandhaafd. Ten behoeve van het kleinschalig transportbedrijf is de wens een loods te bouwen van 864 m2 (zie ook paragraaf 4.3) In de gewenste situatie bedraagt het maximale oppervlak aan bedrijfsbebouwing op de locatie (127 + 864) 991 m2.
Uitgaande van 50% reductie zou maximaal 1.144 m2 mogen blijven staan. Ter plaatse van de reconstructiewetzone- verwevingsgebied is ten hoogste 1.000 m² aan bedrijfsbebouwing toegestaan aan deze sloopeis wordt dus ruimschoots voldaan. Lid 1.c: In de huidige situatie zijn binnen het bouwperceel 6 bedrijfsgebouwen aanwezig (excl. de bedrijfswoning). Tussen de gebouwen is erfverharding aanwezig in verband met de logistiek en bereikbaarheid. In de beoogde situatie wordt het aantal bedrijfsgebouwen teruggebracht naar twee. Hierdoor is er minder erfverharding en logistieke ruimte nodig. De nieuwe loods (zie paragraaf 4.3) wordt dicht achter de bedrijfswoning gesitueerd. Als gevolg van de sloop van de stallen, het amoveren van de ruwvoederopslagen en het opruimen van de overtollige erfverharding, ontstaat een compacter bouwperceel. In de huidige situatie heeft het bedrijf de beschikking over een bouwperceel met een oppervlakte van circa 5.900 m2. In de
DHR. VAN DEN BROEK
6
beoogde situatie wordt het bouwperceel verkleind tot circa 3.781 m2. Zie ook afbeelding 4 waarin het beoogde bouwperceel indicatief in ingetekend.
Afbeelding 4: indicatieve ligging bouwperceel beoogde situatie
Lid 1.d:
Lid 1.e:
Lid 2.:
In de nieuwe situatie is sprake van compacte bebouwing binnen een verkleind bouwperceel. De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden. Dit is verwerkt in de landschappelijke inpassing. Zie hiervoor ook paragraaf 4.4 en bijlage 2. Omliggende bedrijven worden niet belemmerd in de bedrijfsvoering omdat er geen nieuwe gevoelige functies (zoals woningen) worden gerealiseerd binnen het bouwperceel. Bij een positief besluit op het principeverzoek zal in het kader van de aanpassing van het (tijdelijk) omgevingsplan een ETFAL motivering geschreven worden waarin uitgebreid wordt aangetoond dat aan alle voorwaarden wordt voldaan.
Conclusie
7
Het plan voldoet aan de gestelde voorwaarden van instructieregel 9.11 van de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Een omschakeling naar een stedelijke functie (Bedrijf) is daarom mogelijk. 5.3 Bouw loods In de gewenste situatie worden alle bedrijfsgebouwen gesloopt behalve de bedrijfswoning en de kapschuur. Via het functieveranderingsbeleid van de regio Foodvalley wil de initiatiefnemer de functie wijzigen naar ‘Bedrijf’ en de sloopmeters inzetten voor een nieuwe loods. In afbeelding 5 is de gewenste situatie weergegeven. De gemaatvoerde tekening van de gewenste situatie is als bijlage 3 aan dit verzoek toegevoegd. Op de situatietekening is te zien dat achter de bedrijfswoning een loods wordt gebouwd van 864 m2 (18 m bij 48 m). Op 8 meter uit de voorgevel zal in de loods een wand worden geplaatst. In deze voorste 8 meter is op de begane grond ruimte gereserveerd voor de hondentrimsalon en de garage voor de privéauto van initiatiefnemer.
Afbeelding 5: gewenste situatie
DHR. VAN DEN BROEK
8
De toegestane oppervlakte van de bedrijfsbebouwing van gebiedspassende bedrijven is afhankelijk van de beschikbare inzetbare sloopmeters. De totale oppervlakte aan te slopen bebouwing bedraagt 2.161 m2. Om feitelijk aanwezige sloopmeters om te zetten in inzetbare sloopmeters voor het functieveranderingsbeleid is in de Regio FoodValley een rekenmethode ontwikkeld, waarbij sloopmeter worden omgerekend in m2 bedrijfsrecht voor gebiedspassende bedrijven. In onderstaande tabel 2 is de methode weergegeven en zijn omrekeningseenheden opgenomen
Tabel 2: Regeling voor gebiedspassende bedrijven (Regio FoodValley, 2018)
In onderstaande tabel 3 is de berekening weergegeven van het bedrijfsrecht voor het plan van initiatiefnemer. Tabel 3: Berekening inzetbare sloopmeters
Inzetbare sloopmeters 1.000 m2 1.288 m2 bedrijfsrecht
Compensatie sloopmeters 2 m2 sloopmeters 3 m2 sloopmeters Totaal
Oppervlakte bedrijfsbebouwing 500 m2 429 m2 100 m2 1.029 m2
Conform de rekenmethode in de regio FoodValley komt initiatiefnemer in aanmerking voor in totaal 1.048 m2 aan bedrijfsbebouwing. Voor gebiedspassende bedrijven is de maximale toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen 1.000 m2. De beoogde situatie heeft betrekking op een maximaal oppervlak van 991 m2 aan bedrijfsbebouwing. Voldaan wordt aan het beleid van de FoodValley.
6 Landschappelijke inpassing Door de Natuurbank Overijssel is een erfinpassingsplan gemaakt voor de nieuwe situatie. Dit rapport is bijgevoegd als bijlage 2. In dit hoofdstuk zijn de hoofdlijnen van de erfinpassingen opgenomen alsmede het landschappelijk ontwerp. 6.1 Landschap Het erf ligt aan de zuidzijde van de ‘Emmikhuizerberg’. Dit is een stuwwal welke begin 20e eeuw grotendeels in gebruik was als es. Deze werd omgeven door een veenontginningslandschap, overgaand in een kampenlandschap rondom Renswoude. Het gebied rond het perceel valt niet te classificeren binnen een bepaald landschapstype. Kenmerkende beplanting in de drogere delen van het landschap bestaat uit ruwe berk, lijsterbes en zomereik, terwijl in de nattere delen (veenontginningslandschap) gekenmerkt
9
worden door wilgen, essen en zwarte elzen. Als gevolg van de verregaande ontwatering, zijn de oorspronkelijke verschillen in beplanting, vervaagd. 6.2 Het ontwerp Kansen voor versterking van het erf Het erf ligt op enige afstand van de meest nabij gelegen doorgaande weg. De nieuwe schuur is vanaf de Dijkweg, ten westen van het erf, nadrukkelijk zichtbaar. Geadviseerd wordt beplanting naast de nieuwe schuur te plaatsen om het zicht op de zijgevel te verminderen. Langs de watergang is ruimte voor de aanplant van enkele knotwilgen. Het plan voorziet in het aanleggen van een hoogstamfruitboomgaard en het planten van knotbomen. Op onderstaande afbeelding, wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.
Afbeelding 6: Landschappelijke inpassing
In het ontwerp van de erfinpassing is te zien dat het aandeel verharding significant afneemt op het perceel. 7 Verbetering ruimtelijke kwaliteit Er vindt een aanzienlijke afname plaats van de fysiek aanwezig bebouwing. In de huidige situatie is 2.288 m2 aan bebouwing aanwezig (excl. bedrijfswoning). In de nieuwe situatie blijft er slechts 991 m2 aan bedrijfsbebouwing ‘over’. Er vindt een afname aan bebouwing plaats van maar liefst 60%. Met deze ontstening van het gebied wordt een belangrijke ruimtelijke kwaliteitswinst behaald.
DHR. VAN DEN BROEK
10
Naast een afname aan bebouwing vindt ook een aanzienlijke afname plaats aan verharding. Zowel de twee sleufsilo’s achter op het erf als een groot deel van de erfverharding wordt geamoveerd. Kortom, in de beoogde situatie treedt een aanzienlijk vergroening van het erf plaats. In het kader van de klimaatadaptatie heeft dit een positief effect omdat meer groen zorgt voor verkoeling in de hetere perioden en bovendien kan het regenwater beter in de bodem infiltreren. De beëindiging van de intensieve veehouderij van initiatiefnemer gaat samen met het vervallen van bedrijfsemissies in de vorm van met name stikstof, fijnstof en geur. Het wegvallen van deze bedrijfsemissies heeft tevens een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit en levert een bijdrage aan het verbeteren van een gezonde fysieke leefomgeving. Tevens zorgt het wegvallen van de stikstofemissie ervoor dat de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden verminderd. Hiermee draagt initiatiefnemer bij aan het verwezenlijken van de natuurdoelstelling in de Natura 2000-gebieden. In de nieuwe situatie wordt het bouwperceel van het bedrijf ongeveer met 36% ingekrompen. Het nieuwe verkleinde bestemmingsvlak met de nieuwe loods wordt landschappelijk zorgvuldig ingepast. Ook dit zorgt voor een blijvende verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 2.
8 Ruimtelijke aspecten milieu In dit hoofdstuk worden een aantal relevante milieuaspecten beoordeeld. 8.1 Milieuzonering In de gewenste situatie wordt de functie van het perceel van initiatiefnemer gewijzigd naar ‘Bedrijf’, waarbinnen hij een kleinschalig transportbedrijf wil beginnen. Voor het transportbedrijf, in de VNG-handleiding wordt deze weergegeven als: Goederenwegvervoerbedrijven ≤ 1000m2 bvo (SBI: 494) geldt voor het aspect geluid in een gemengd gebied een richtafstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Zelfs als er sprake zou zijn van een rustig buitengebied, dan wordt nog steeds aan de richtafstand voldaan; in dat geval geldt namelijk een richtafstand 50 meter. De functieverandering heeft derhalve geen gevolgen voor de omliggende gevoelige functies. Door het staken van de intensieve veehouderij kan worden gesteld dat ter plaatse van de omliggende gevoelige functies de leefomgeving verbeterd. 8.2 Archeologie Ter plaatse van de locatie waar de nieuwe loods is voorzien geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie – 3’. Binnen deze dubbelbestemming geldt een vrijstelling voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek, indien het bouwplan betrekking heeft op het realiseren van een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m².
De nieuwe loods is kleiner dan deze vrijstellingsoppervlakte, waardoor archeologisch onderzoek niet aan de orde is.
11
8.3 Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging en/of het toevoegen van nieuwe verblijfsruimten dient te worden beoordeeld of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Het voorliggende plan betreft een functiewijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’. Er is geen sprake van een functieverzwaring. In de nieuw te bouwen loods verblijven mensen gemiddeld minder dan 2 uur per dag. Een bodemonderzoek is in verband met de functiewijziging en de bouw van de loods niet noodzakelijk.
8.4 Waterhuishouding Indien sprake is van het realiseren van verhard oppervlak dient te worden beoordeeld op welke wijze om wordt gegaan met de afhandeling van het hemelwater dat valt op deze nieuwe verhardingen. Het voornemen voorziet is een grote afname van het verharde oppervlakte. Voor de waterkwantiteit is dit een positieve ontwikkeling. Er is geen sprake van de verplichting tot het uitvoeren van watercompensatie. 9 Verzoek wijziging omgevingsplan Om deel te kunnen nemen aan de LBV regeling is de voorwaarde dat planologisch wordt vastgelegd dat op de locatie aan de Kooiweg 18 in Renswoude geen landbouwhuisdieren meer gehouden mogen worden. Verzoek 1: aan de gemeente wordt verzocht om in te stemmen met het aanpassen van het (tijdelijk) omgevingsplan om het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren op de locatie te verbieden. Om een kleinschalige transportbedrijf te kunnen starten is een functiewijziging naar “Bedrijf’ noodzakelijk. Verzoek 3: aan de gemeente wordt verzocht om in te stemmen met de wijziging van de bestemming (functie) van zijn locatie naar ‘Bedrijf’ in (tijdelijk) omgevingsplan. Ten behoeve van het kleinschalig transportbedrijf en de nevenactiviteiten wil de initiatiefnemer zoals bovenstaand beschreven een nieuwe loods realiseren. Verzoek 4: aan de gemeente wordt verzocht om in te stemmen met bouw van een nieuwe loods van 864 m2 incl.
hondentrimsalon conform die in afbeelding 5 weergegeven positie.
Tot slot Indien u naar aanleiding van dit wijzigingsverzoek aanvullende informatie wenst, dan verzoek ik u om met ondergetekende contact op te nemen.
Met vriendelijke groet,
DHR. VAN DEN BROEK
12
E.W. Lamberts Senior adviseur fysieke leefomgeving
Bijlagen: 1. Gemaatvoerde tekening bebouwing huidige situatie 2. Landschappelijke inpassing 3. Gemaatvoerde tekeningen gewenste situatie
13
Bijlage 1. Gemaatvoerde tekening bebouwing huidige situatie
DHR. VAN DEN BROEK
14
Bijlage 2. Landschappelijke inpassing
15
Bijlage 3. Gemaatvoerde tekeningen gewenste situatie
DHR. VAN DEN BROEK
16