CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuursvoorstel Gemeenschappelijke Regeling SWZOU 2023

Raadscommissie 30 mei 2023, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Zuid- Oost Utrecht2.137 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESTUURSVOORSTEL: 1. AANLEIDING Het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” is per 1 juli 2022 in werking getreden. De wet versterkt de positie bij besluitvorming en de controlerende rol van raden door hen meer inspraak te geven bij het treffen, wijzigen, toetreden en uittreden van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door de besturen daarvan. Gemeenschappelijke regelingen (verder GR’en) hebben tot 1 juli 2024 de tijd om het wetsvoorstel te implementeren en de regelingen aan te passen. In dit voorstel wordt aangegeven welke aanpassingen in de bestaande Gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening zuid-oost Utrecht (verder GR SWZOU) nodig zijn om aan de wet te voldoen. 2. BEOOGD EFFECT Versterken van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regeling sociale werkvoorziening zuid-oost Utrecht. 3. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

AANPASSINGEN vanwege de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen Zienswijze op ontwerpregeling Bepalingen omtrent wijziging, opheffing, toetreding, uittreding Zienswijze op voorgenomen besluiten Betrekken van burgers Evaluatie Actieve informatieplicht Gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht) Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Data P&C-cyclus

1. Zienswijze op ontwerpregeling In de gewijzigde wet krijgen raden de mogelijkheid bij het treffen of wijzigen van een GR door colleges of burgemeesters vooraf een zienswijze te geven op het ontwerp daarvan. Achtergrond van deze wijziging is dat raden bij dergelijke regelingen alleen wordt gevraagd toestemming te verlenen aan het college of de burgemeester om een GR aan te gaan. De raad kan daarbij zijn toestemming alleen onthouden als het voorstel in strijd is met het recht of het algemeen belang. Inhoudelijk kan de raad bij het verlenen van toestemming dus niet op de regeling ingaan. Bij een regeling waarbij de raad zelf deelnemer is speelt dit niet omdat de raad dan zelf ook de betreffende GR moet vaststellen en daarmee ook inhoudelijk behandelt. Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van november 2022 overwogen om een zienswijze ronde te doorlopen ondanks dat die in artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder Wgr) niet is voorgeschreven bij een regeling die mede getroffen wordt door raden. Besloten is om geen zienswijze te vragen en het voorstel ter vaststelling voor te leggen aan de raden en colleges. De raden hebben daarbij, zoals hierboven beschreven, de gelegenheid om inhoudelijk te reageren op het voorstel. 2.

Bepalingen omtrent wijziging, opheffing, toetreding, uittreding Alle GR’en moeten regels bevatten over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (art. 9 lid 1 Wgr). Niet alleen de gevolgen van uittreding moeten worden vastgelegd, ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden moeten in de GR zelf worden opgenomen. De bepalingen over uittreding omvatten in ieder geval bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de GR voor de deelnemende gemeenten. Voor de GR SWZOU geldt dat het e.e.a. al goed verwoord staat in de huidige GR. Om ook de uittreding goed in de GR op te nemen is aan artikel 32 een aantal bepalingen toegevoegd. Artikel 32 – Uittreding … 5.

6.

Na ontvangst van de in het derde lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een uittredingsplan op te stellen. Op grond van het in het vijfde lid bedoelde uittredingsplan besluiten de raad en het college dat een kennisgeving als bedoeld in het derde lid heeft gedaan, of tot uittreding wordt overgegaan.

7.

8. 9.

Het college besluit hier niet toe dan nadat het toestemming heeft gekregen van zijn raad als bedoeld in artikel 1, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Wanneer toepassing wordt gegeven aan het zesde lid, stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De in het uittredingsplan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende raad en college bindend met dien verstande dat een geschil over het uittredingsplan en de daarin omschreven financiële verplichtingen overeenkomstig artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen aan Gedeputeerde Staten kunnen worden voorgelegd. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen 6 maanden de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen te voldoen. De kosten van het opstellen van het uittredingsplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.

3. Zienswijze op voorgenomen besluiten Uit de tekst van een GR moet blijken op welke besluiten de raden zienswijzen kunnen indienen voorafgaande aan een besluit (art. 10 lid 5 Wgr). Er mag ook geregeld worden dat de raad in geen enkel geval een zienswijze in kan dienen. Bestaat de mogelijkheid wel en dient een raad een zienswijze in, dan stelt het algemeen bestuur van de GR SWZOU voorafgaand aan de besluitvorming, de raden (voor zover het gaat om een voorgenomen besluit van het algemeen bestuur) schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. In de GR SWZOU worden niet veel ingrijpende besluiten door het algemeen bestuur zelf genomen. Veelal legt het algemeen bestuur – via de colleges – een voorstel voor aan de raden ter besluitvorming zoals dit voorheen ook gebeurde voor belangrijke processen. Daarom wordt voorgesteld om, naast de ontwerpbegroting (zie artikel 27), voor geen andere besluiten een zienswijzeprocedure met de raden te voeren. De artikelen 26 en 27 (oud) over de kaderbrief zijn vervallen omdat de algemene financiële en beleidsmatige kaders in de ontwerpbegroting worden opgenomen (zie artikel 27 lid 1. Daarmee wordt voldaan aan artikel 34b van de Wgr. Artikel 27 – Begroting 1.

Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting, inclusief de algemene financiële en beleidsmatige kaders, vast en zendt deze vóór 30 april aan de raden. 2. De raden kunnen vervolgens voor 15 juli hun zienswijze indienen met betrekking tot de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4. Het dagelijks bestuur legt de ontwerpbegroting met de commentaren waarin de ingediende zienswijzen zijn vervat, voor aan het algemeen bestuur. 5. Het algemeen bestuur stelt vervolgens de begroting definitief vast en het dagelijks bestuur zendt haar vóór 15 september naar GS. 6. Wijkt de definitieve begroting af van de ontwerpbegroting dan wordt de definitieve begroting door het algemeen bestuur toegezonden aan de raden, die daarover een zienswijze kunnen indienen bij GS. 4. Betrekken van burgers De wijziging van de Wgr betekent ook dat burgers (ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden) betrokken kunnen worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van een GR (art. 10 Wgr). In een GR moet worden opgenomen op welke wijze burgers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de GR.

In artikel 27 is opgenomen dat de raden een zienswijze kunnen indienen op de ontwerpbegroting. Via de raden hebben ingezetenen en belanghebbenden de mogelijkheid hun zienswijzen kenbaar te maken via de bestaande procedures binnen de deelnemende gemeenten. In artikel 28 is daarom opgenomen dat ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden alleen bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling worden betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist.

Ook heeft de wetgever na een amendement in de Eerste Kamer de mogelijkheid gecreëerd dat burgers zich met petities rechtstreeks tot het Algemeen Bestuur kunnen richten. Daarmee is het grondwettelijk recht op petitie ook voor gemeenschappelijke regelingen gewaarborgd. Dit is verwoord door toevoeging van artikel 28. Artikel 28 – Inspraak 1. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist. 2. Het algemeen bestuur is wel bevoegd petities van ingezetenen van de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten in ontvangst te nemen en te betrekken bij de voorbereiding van besluiten voor zover deze niet zien op de in artikel 28 opgenomen besluiten. 3. Indien petities betrekking hebben op bevoegdheden of taken van andere bestuursorganen, leidt het algemeen bestuur deze door naar de betreffende bestuursorganen. 5. Evaluatie Iedere GR moet een bepaling bevatten over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan ook inhouden dat niet wordt geëvalueerd. Wordt wel geëvalueerd dan zullen de bepalingen gaan over wat wordt geëvalueerd, hoe vaak en op welke wijze (nieuw art. 11a Wgr). Dit is verwoord in artikel 36.

Artikel 36 – Evaluatie Het algemene functioneren en de werkwijze van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur wordt iedere vier jaar geëvalueerd aan het begin van het kalenderjaar waarin algemene raadsverkiezingen in de gemeenten plaatsvinden. 6. Actieve informatieplicht Er komt een algemene informatieverplichting voor het algemeen bestuur van de GR: het moet de raden van alle deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken (art. 17 lid 2 Wgr). De informatieplicht is dus niet beperkt tot te nemen of genomen besluiten. In de GR SWZOU moet ook worden vastgelegd op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt (art. 17 lid 3 Wgr). Dit is verwerkt in artikel 9, lid 1 is toegevoegd. Artikel 9 – Verantwoording en inlichtingen 1. Het algemeen bestuur voorziet de raden van alle inlichtingen die zij voor de uitoefening van hun taken nodig hebben. …. 7. Gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht) De raden kunnen gezamenlijk met de andere deelnemende raden of provinciale staten, op voorstel van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers aan de GR, een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur door die GR. Een gezamenlijke onderzoekscommissie wordt dan ingesteld, waaraan alle raden deelnemen (nieuwe artikelen 155g en 155h Gemeentewet). Dit behoeft verder geen aanpassing aan de huidige GR SWZOU.

8. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Met de wijziging van artikel 184 Gemeentewet wordt verduidelijkt dat lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, bevoegd zijn onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Toegevoegd is dat een rekenkamer de andere rekenkamers van de deelnemers informeert op het moment dat een dergelijk onderzoek wordt ingesteld. Ook dit behoeft verder geen aanpassing aan de huidige GR SWZOU. 9. Data P&C-cyclus (Art. 27 en 29) Door de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen verandert de planning- en controlecyclus ook. De termijnen worden opgerekt. Voorgesteld wordt om de volgende informatievoorziening aan de raden te hanteren: Ontwerpbegroting (artikel 27)

Uiterlijk 30 april aanbieden voor zienswijzen (dit was 1 april). Tot 15 juli de gelegenheid om zienswijze in te dienen. Algemeen bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling (schriftelijke ronde), maar uiterlijk 15 september de meerjarenbegroting naar GS van de Provincie Utrecht. Jaarrekening (artikel 29) Uiterlijk 30 april de voorlopige jaarrekening aanbieden; ter kennisname (in plaats van zienswijze). Jaarrekening binnen twee weken na vaststelling (uiterlijk 1 juli) aanbieden aan Gedeputeerde Staten, doch uiterlijk 15 juli. 4. OVERIGE WIJZIGINGEN Naast de wijzigingen vanwege de gewijzigde Wgr wordt ook een aantal verbeteringen van de GR SWZOU voorgesteld: Om een en ander meer in lijn met de Wgr te brengen is het aanwijzen van de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur in aparte artikelen opgenomen evenals de vergaderingen en besluitvorming (zie de artikelen 6, 7, 10, 11 en 12) tevens is bij het dagelijks bestuur een informatieen verantwoordingsplicht opgenomen (artikel 13). Daarnaast is met ingang van 1 januari 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking getreden. Dit heeft gevolgen voor de rechtspositie van ambtenaren. Mochten er in de toekomst werknemers voor het Instituut worden aangesteld dan krijgen deze werknemers een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Het ligt voor de hand om dan aan te sluiten bij de CAO Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties. Dit is verwerkt in artikel 23. Tenslotte is een aantal juridisch/ redactionele wijzigingen opgenomen. 5. BETROKKEN PARTIJEN Bij de totstandkoming van de nieuwe GR SWZOU zijn de volgende personen betrokken: • Intermediairs • Jurist gemeente Veenendaal Titel document t.b.v. raden Gemeenschappelijke Regeling SWZOU Toelichting gemeenschappelijke Regeling

Ambtelijke afstemming

Besluitvorming

Jurist Veenendaal + Intermediairs

Vaststelling raden (incl. toestemming aan college) en colleges

6. VERVOLG Een besluit tot het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling wordt genomen door het bestuursorgaan of de bestuursorganen die de regeling ook zijn aangegaan. De GR SWZOU is een regeling die door de raad en het college is aangegaan en op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen is bij wijziging ook toestemming aan het college nodig van de raad. Aan de colleges en de raden wordt gevraagd de wijziging van de regeling vast te stellen, waarbij aan de raden tevens wordt gevraagd toestemming te verlenen aan het college tot wijziging van de GR SWZOU. Het proces ziet er als volgt uit: Wanneer 15 februari 2023 23 februari 2023 14 april 2023 < 1 juli 2023 > 1 juli < 31 aug. september 2023 1 oktober 2023

Wat Aanleveren bestuursvoorstel / -besluit GR SWZOU aan AB AB vergadering Aanbieding wijziging GR aan de colleges en raden (incl. toestemming) van de deelnemende gemeenten Behandeling raden; tevens raden vragen toestemming aan het college te geven t.b.v. wijziging GR SWZOU Vaststelling gewijzigde GR SWZOU door colleges Publiceren Inwerkingtreding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12740812/1