CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Renswoude 2022

Raadscommissie 22 februari 2022, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel inzake vaststelling van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Renswoude1.886 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Renswoude 2022 Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Renswoude Gelet op: - Artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, - Artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs, - Artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en - De Verordening bekostiging leerlingenvervoer Renswoude 2022. Besluit vast te stellen: de beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Renswoude 2022. Uitgangspunten van de regeling zijn: • Leerlingen reizen zo zelfstandig en veilig mogelijk naar school; • Niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van de leerling en de ouder(s)/verzorger(s) staan centraal. Leerlingenvervoer draagt zo mogelijk bij aan de groei naar zelfstandigheid van leerlingen; • Stimuleren gebruik van fiets en openbaar vervoer; • Een zo voordelig mogelijke vergoeding. Artikel 1. Berekening afstandsgrenzen Voor de berekening van de afstand tussen de woning van de leerling en de school en het bepalen of het de dichtstbijzijnde school betreft, wordt de routeplanner Routenet (www.routenet.nl), instelling kortste route met de auto gebruikt. Artikel 2 Leidraad vergoedingsmogelijkheden De wetgeving, jurisprudentie en de Verordening Bekostiging Leerlingenvervoer gemeente Renswoude 2022 beschrijven niet wat passend vervoer precies inhoudt. Daardoor moet er op individueel niveau een beoordeling plaatsvinden.

Op welke vergoeding een leerling recht heeft, wordt bepaald door de mogelijkheden van de leerling en de infrastructurele mogelijkheden (bijvoorbeeld openbaar vervoer verbindingen, fietsinfrastructuur en openbare wegen) op het traject woning-school en vice versa. Bevorderen zelfstandig reizen De gemeente Renswoude wil zelfstandig(er) reizen stimuleren en helpen mogelijk te maken. Op ieder moment kunnen ouders en leerlingen met de gemeente in gesprek gaan over de mogelijkheden om (meer) zelfstandig te gaan (leren) reizen. Ook de gemeente kan contact zoeken met ouders en leerlingen. Als het nodig is om te oefenen met de leerling, zijn ouders en het eigen netwerk in eerste instantie zelf verantwoordelijk om dit te doen. Wanneer er geen ondersteuning is in het eigen netwerk, kan er gekeken worden naar de mogelijkheden van de inzet van een vrijwilliger. Artikel 2. Woning / woningen Het begrip woning wordt uitgelegd in art. 1 van de verordening. Het gaat hierbij om een feitelijk en structureel verblijf van minimaal één nacht per week. Een leerling kan twee woningen hebben in de zin van de verordening. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van co-ouderschap, waarbij het kind zowel bij de ene als bij de andere ouder verblijft, is er sprake van twee hoofdverblijven.

Het kan ook zijn dat een kind gedeeltelijk bij een pleeggezin verblijft en gedeeltelijk thuis verblijft Ook hier is sprake van twee hoofdverblijven. Waar de leerling staat ingeschreven doet niet ter zake, doorslaggevend is de feitelijke verblijfplaats van de leerling. Om aanspraak te maken op leerlingenvervoer moet iedere (pleeg)ouder afzonderlijk een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. De betreffende gemeente toetst de aanvraag aan de eigen verordening leerlingenvervoer, waarbij onder meer wordt bekeken of er sprake is van een woning in de zin van de verordening, of de school de dichtstbijzijnde toegankelijke is en of voldaan is aan de afstandsgrens. Het komt voor dat slechts in één van beide adressen aanspraak op leerlingenvervoer bestaat. Artikel 3. Tweede opstap- of afzetadres Het college verstrekt alleen bekostiging van vervoer vanaf een tweede opstap- en/of naar een tweede afzetadres als aan de volgende criteria wordt voldaan:

• • •

• •

een leerling heeft recht op bekostiging van het vervoer van de woning naar school en/of vice versa; het tweede adres voldoet aan het afstandscriterium uit de verordening; het opstap- of afzetadres is structureel. Structureel betekent in dit verband dat er sprake moet zijn van een vast, (twee-)wekelijks terugkerend patroon voor een periode van tenminste drie maanden. Bijvoorbeeld: alle dagen van de week met uitzondering van dinsdag- en vrijdagmiddag naar adres 1, dinsdag en vrijdagmiddag naar adres 2; het tweede adres bevindt zich binnen de gemeente; er is geen voorliggende voorziening die het vervoer van het tweede adres naar school of van school naar het tweede adres voor haar rekening neemt of zou moeten nemen.

Artikel 4. Stimuleren zelfstandig reizen De gemeente wil zelfstandig(er) reizen stimuleren en helpen mogelijk te maken. In artikel 4 van de Verordening is geregeld dat hierover een gesprek kan plaats vinden met ouders en de leerling. Bij de beoordeling van de huidige en toekomstige mogelijkheden in zelfredzaamheid van de leerling zijn de volgende aspecten van belang: • situatie en behoefte van de leerling en ouders; • lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke en/of psychische beperking van de leerling; • persoonskenmerken van de leerling; • leeftijd van de leerling; • route naar school; • ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling. Het college beoordeelt de zelfredzaamheid van de leerling aan de hand van de bij de aanvraag aangeleverde informatie door de ouders, de leerling en school en zo nodig een gesprek met de ouders en de leerling. Bij twijfel over het zelfstandig kunnen reizen van de leerling kan het college een (onafhankelijk) deskundige raadplegen. Artikel 5. Begeleiding door ouders, voogden of verzorgers Begeleiding is primair een taak van de ouders, voogden of verzorgers. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen, bijvoorbeeld door een oppas, buren, familie of vrijwilligers in te schakelen. Dit geldt ook als beide ouders werken. Artikel 6.

Ernstige benadeling van het gezin In de verordening artikel 18 onder c is opgenomen dat er recht bestaat op aangepast vervoer indien er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders kan worden gevergd. Er is sprake van een ernstige benadeling van het gezin, als één van de volgende situaties aanwezig is: a) Er is sprake van een eenouder gezin en • andere kinderen van negen jaar of jonger zijn thuis. Deze kinderen hebben aantoonbaar begeleiding nodig naar school, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; • de ouder heeft een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is; • de ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet.

b) Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment omdat bij hen beiden sprake is van: • een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap bij beide ouders; • een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet bij beide ouders. • één ouder een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap heeft en de andere ouder heeft zorg voor de andere kinderen van negen jaar of jonger, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;

c)

Het reizen per openbaar vervoer kost de begeleider meer dan de acceptabel te achten begeleidingstijd, te weten: • méér dan zes uur reistijd per dag voor leerlingen van regulier basisonderwijs; • méér dan drie uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.

Artikel 7. Dichtstbijzijnde toegankelijke school vol Soms komt het voor dat de dichtstbijzijnde school vol zit en geen leerlingen kan toelaten waardoor de leerling naar een verder weg gelegen school moet worden vervoerd. Indien de dichterbij gelegen school weer ruimte heeft om leerlingen te plaatsen vervalt het recht om naar de verder weg gelegen school te worden vervoerd bij het einde van het schooljaar. Indien de leerling in het nieuwe schooljaar in het laatste jaar van de school zit blijft er wel een recht op vervoer naar de verder weg gelegen school bestaan. Artikel 8. Stage Is de stage een onderdeel van het onderwijsprogramma dan gelden de voorwaarden uit de Verordening bekostiging leerlingenvervoer naar het stageadres. De gemeente verlangt van school, dat de school inspanning verricht om een stageadres te vinden dat zich op de route van het leerlingenvervoer bevindt. Om het plannen van stageritten beter mogelijk te maken, vindt aangepast vervoer naar en van een stageadres op schooldagen plaats op vaste uren aansluitend aan de schooltijden zoals die in de schoolgids zijn opgenomen, met een marge van plus of min dertig minuten. Aangepast vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties. Op het moment dat een school een studie(mid)dag heeft en de stage doorgang vindt wordt vervoer geboden naar het stageadres. Artikel 9.

Terugval in inkomen Voor de bepaling van het drempelbedrag en de bijdrage van ouders op basis van de financiële draagkracht (artikelen 22 en 23 van de verordening) wordt als peiljaar voor het inkomen op grond van de WPO (artikel 4, zevende lid) aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd, begint. Indien het inkomen van de betrokken ouders in de periode die ligt tussen het peiljaar waarin het inkomen wordt bepaald en het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, op een structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in het voordeel van de ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 25 van de verordening. Door het kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders in dat latere peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven te betalen Om te bepalen wanneer het redelijk is van de peildatum af te wijken, is aangesloten bij artikel 6.12 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF). De toe te passen regel luidt: 1. Op aanvraag van de ouder wordt bij de toepassing van artikel 22 en 23 van de verordening uitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, indien: a.

sprake is van een terugval in inkomen over het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, of b. sprake is van een terugval in inkomen over het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van het verzamelinkomen van de ouder(s) van ten minste vijftien procent ten opzichte van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld. Artikel 10. Individueel vervoer Uitgangspunt voor het aangepast vervoer is dat leerlingen gezamenlijk in een taxibusje worden vervoerd. Met individueel vervoer is bedoeld, dat een leerling niet samen met andere leerlingen kan

worden vervoerd. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling tijdelijk individueel vervoerd moet worden. Als dit type vervoer noodzakelijk is, dienen ouders dit aan te tonen en wordt dit toegestaan op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek. Individueel vervoer kent het college in beginsel toe voor de duur van maximaal drie maanden, tenzij uit het onderzoek van een onafhankelijke deskundige blijkt dat individueel vervoer langer nodig is. Bij een eventuele verlenging maakt het college opnieuw een belangenafweging. Artikel 14. Slotbepalingen 1 Dit besluit treedt in werking 1 dag na de bekenmaking ervan. 2 Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Renswoude 2022. Vastgesteld in de vergadering van 25 januari 2022, zaaknummer 539394. Het college voornoemd,

E.J. Jansonius Secretaris

P. Doornenbal-van der Vlist burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11140775/1