Beatw. TV Voorjaarsrapportage 2025
Tekst van het document
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
1.
2.
Onderdeel
Onderwerp
Dorpsbelang
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Tabel regel: Leges omgevingsvergunningen
SGP
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Ontwikkeling bijdrage gemeenschappelijke regelingen
Blz. Vraag
Antwoord
Voor 2026 en de daaropvolgende jaren is in de meeropbrengsten rekening gehouden met de verwachte In 2025 zijn de verwachte meeropbrengsten (105) aanzienlijk hoger toename door de nieuwbouw in Beekweide II. De hogere dan in de jaren daarna, voor 2026/2027/2028 staat dit op 45. Gezien raming in 2025 komt doordat rekening is gehouden met 5 het bouwvolume in 2026 op Beekweide II wat zal starten vragen we nieuwbouw in het duurdere segment en doordat enkele ons af of het niet realistisch is om hier voor 2026 ook al een hoger buitenplanse aanvragen zijn meegenomen. Voor de jaren na bedrag op te nemen? 2025 wordt het uitgangspunt van voorzichtig ramen gehanteerd, waarbij alleen met voldoende zekere ontwikkelingen rekening wordt gehouden.
De ontwikkeling van de bijdragen aan de gemeenschappelijke 5 regelingen laten een ‘behoorlijke’ stijging zien. Kan er een uitsplitsing gemaakt worden van de verschillende GR’s?
1
Zie onderstaande tabel. De tabel geeft per gemeenschappelijke regeling en per jaar de bijraming weer.
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
3.
4.
5.
Onderdeel
Onderwerp
OPR
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Rentelasten
CDA
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Rentelasten
SGP
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Rentelasten
Blz. Vraag
Antwoord
Te lezen in de tabel is dat de budgetten voor ontwikkeling rentelasten worden aangepast, van -292K in 2025 naar -1.220K in 2028. Zoals te lezen is dit helder gemaakt door het rapporteren van 5 het moment dat de lening begroot wordt, i.p.v. de lening daadwerkelijk aangegaan wordt. Hierdoor is de significante stijging inzichtelijk. Waaraan is deze forse stijging toe te wijzen?
5
Ontwikkelingen rentelasten in tabel nemen per jaar fiks toe. Wat is hiervan de oorzaak?
Enkele jaren geleden lag de rente op aangetrokken leningen rond 0%. Voor toekomstige investeringen wordt gerekend met het rentepercentage van de meest recent aangetrokken lening, namelijk 3,2%. In de komende jaren staan investeringen gepland die niet uit eigen middelen kunnen worden gefinancierd. Hiervoor zullen externe leningen worden aangetrokken, wat leidt tot een toename van de rentelasten.
Zie het antwoord op vraag 3.
Zie het antwoord op vraag 3. Aanvullend: De stijging van de rentelasten op aangetrokken geldleningen houdt verband met de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente. Deze rente is de afgelopen jaren opgelopen. De dotatie aan de pensioenvoorziening voor wethouders wordt bepaald op Wat wordt er bedoeld met “financieringslasten worden begroot basis van actuariële rekenrente. Deze rente volgt niet de vanaf het moment dat een investering is gepland”? kapitaalmarktrente, maar wordt gebaseerd op de gemiddelde Er wordt in de toelichting gesproken over een gestegen martkrente. 5 rente op langlopende staatsobligaties over een langere Hoeveel is deze gestegen dan? En met hoeveel rente wordt er nu periode. In 2024 lag de rekenrente voor gerekend? In de jaarrekening wordt een extra dotatie gedaan aan de pensioenvoorzieningen lager dan in voorgaande jaren, voorziening pensioenen wethouders, omdat de rente daalt? ondanks de stijging van de actuele marktrente op de kapitaalmarkt. Beide rentes (kapitaalmarktrente en actuariële rente) zijn gebaseerd op verschillende marktindicatoren en systematieken, en ontwikkelen zich daardoor niet altijd synchroon.
2
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
6.
7.
8.
OPR
Onderdeel
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Onderwerp
Jeugdzorg
OPR
3.2.2. Gevolgen actuele financiële inzichten
Overige ontwikkelingen
OPR
3.2.3. Gevolgen onontkoombare ontwikkelingen
Ontwikkeling loonkosten CAO 2025
Blz. Vraag
Antwoord
Te lezen in de tabel is dat de budgetten Ontwikkeling lasten Jeugdzorg en WMO in de begroting 2025 tot 2028 zijn verhoogd met nagenoeg gelijk bedrag. In een eerdere presentatie betreffende Jeugdzorg werd een landelijke trend geschetst met een structurele 5 stijging van 7,7% per jaar. Ook in de jaarrekening 2024 zien we een stijging van de lasten met 310K t.o.v. begroot. In hoeverre zijn deze punten meegenomen in het verhogen vande budgetten in de Voorjaarsrapportage 2025?
De raming van de jeugdzorglasten (en Wmo) is gebaseerd op de meest actuele inzichten uit de rapportages van JFV. JFV levert jaarlijks drie rapportages aan: twee voortgangsrapportages en een jaarrapportage. Deze bevatten concrete gegevens over het gebruik van voorzieningen door onze inwoners en vormen daarmee een betrouwbaardere basis dan landelijke groeicijfers of trends. Landelijke groeipercentages geven een algemene richting aan, maar sluiten niet altijd aan op de specifieke ontwikkelingen in onze gemeente. In een kleine gemeente als Renswoude kan de zorgvraag van één jeugdige met een verblijfvoorziening al zorgen voor een afwijking groter dan 7,7%. De stijging van de lasten jeugdzorg 2024 is verwerkt in de bijstelling van het budget in de Voorjaarsrapportage 2025. Deze bijstelling kon niet worden meegenomen in de begroting 2025, omdat de tweede bestuursrapportage van JFV toen nog niet beschikbaar was. Voor komende jaren wordt gestreefd naar eerdere ontvangst van de rapportages JFV, zodat bijstellingen op basis van realistische inzichten vroeger in het begrotingsproces kunnen worden verwerkt.
In de tabel zien we de aanpassing van de budgetten voor overige ontwikkelingen. In de toelichting wordt geschreven dat dit o.a. veroorzaakt wordt door hogere lasten groenonderhoud door 5 uitbreiding van het areaal. Welke uitbreiding betreft het, en in hoeverre was deze uitbreiding van het areaal onvoorzien dat hiervoor een aanpassing in de begroting voor moet komen?
Nadat de begroting is vastgesteld, is het groenonderhoud opnieuw aanbesteed. Hierbij is met de uitvoerende partij tevens naar het volledige huidige areaal gekeken. Door capacitietsgebrek heeft dit niet eerder plaats gevonden. De areaaluitbreiding betreft onder andere Beekweide II.
Door een nieuwe CAO is er meer budget nodig voor de loonkosten. Gaat deze toevoeging van het budget alleen over de huidige invulling De bijramingen zijn bedoeld door de huidige bezetting én de 6 van alle FTE in dienst van de gemeente, of wordt hierin ook rekening vacatureruimte. Ongeveer 15% van de bijramingen heeft gehouden met de wens voor meer personeel in dienst, en minder betrekking op de vacatureruimte. zzp in de toekomst? Zo ja, welk deel van het budget?
3
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
9.
CDA
10. OPR
Onderdeel
3.2.3. Gevolgen onontkoombare ontwikkelingen
3.2.4. Gevolgen mutaties reserves
Onderwerp
Ontwikkeling loonkosten CAO 2025
Kapitaallasten Dorpshuis
Blz. Vraag
Antwoord
Waarom wordt de verrekening van de nieuwe CAO niet door een bijdrage van rijksoverheid gecompenseerd?
De loonstijging als gevolg van de nieuwe cao wordt niet rechtstreeks door het rijk gecompenseerd. Gemeenten ontvangen hiervoor geen specifieke bijdrage. Loonkosten worden verondersteld te worden gedekt uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. De omvang van deze uitkering groeit op basis van de gemiddelde jaarlijkse groei van het Bruto Binnenlands Product (BBP) over de afgelopen 8 jaar. De groei van de algemene uitkering staat niet in directe relatie tot de loonontwikkeling bij gemeenten.
Er wordt aangegeven dat de onttrekking van de reserve een jaar 7 verschuift van 2027 naar 2028, echter was dit in de vastgestelde begroting 2025 ook al het geval.
In de begroting 2025 was de eerste onttrekking uit de reserve kapitaallasten Dorpshuis gepland in 2027. In de Voorjaarsrapportage is deze onttrekking verschoven naar 2028. Dit komt doordat, op basis van de actuele planning, de gereedkoming van het Dorpshuis begin 2027 wordt verwacht. De afschrijvingen starten daardoor in 2028, wat aanleiding is om de onttrekking met één jaar te verschuiven.
6
4
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
11. Dorpsbelang
Onderdeel
3.2.4. Gevolgen mutaties reserves
Onderwerp
Algemene reserve
Blz. Vraag
Antwoord
De algemene reserve van gemeente Renswoude bestaat uit twee delen met elk een eigen functie. Voor het beoordelen van de financiële weerbaarheid wordt primair naar de Algemene reserve vaste buffer gekeken, omdat deze bedoeld is voor het opvangen van de financiële risico’s. Deze reserve is op dit moment en de komende jaren voldoende toereikend: het saldo ligt structureel boven het totaalbedrag van de De onttrekkingen die waren voorzien voor latere jaren worden risico’s. De ratio weerstandsvermogen blijft daardoor van een voorlopig opgeschort, als maatregel die moet bijdragen aan de uitstekend niveau. De Algemene reserve niet geblokkeerd effecten van de negatieve begrotingssaldi in de jaren 2026 t/m 2028. heeft een bredere functie: deze wordt gebruikt voor het Wat betekent dit concreet voor de algemene reserve/ons handelen opvangen van incidentele financiële tegenvallers én het 7 als raad? Waar moeten we als raad rekening mee houden? De dekken van negatieve begrotingssaldi. Het saldo van deze algemene reserve dient immers als buffer voor het opvangen van reserve neemt naar verwachting de komende jaren af. De financiële tegenvallers en risico’s.
Als we die niet kunnen aanvullen ruimte voor nieuwe onttrekkingen, bijvoorbeeld voor het zijn we dan voldoende toegerust om eventuele financiële vormen van bestemmingsreserves kapitaallasten, komt tegenvallers/risico’s op te vangen? daardoor onder druk te staan. Dit betekent dat de raad bij nieuwe beleidskeuzes of investeringen nadrukkelijker moet kijken naar financiële dekking, omdat de vrije bestedingsruimte afneemt. Tegelijkertijd blijft de gemeente voldoende toegerust om bestaande risico’s op te vangen, zolang het risicoprofiel niet wijzigt. De vaste buffer is daarvoor toereikend.
5
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
12. CU
Onderdeel
Onderwerp
4.1.2 Vermogenspositie en Tabel ratio weerstandsratio weerstandsvermogen
Blz. Vraag
Antwoord
In 2024 is het weerstandsvermogen gedaald van 4,5 naar 3,8 en te 9 zien is dat dit in de komende jaren zo blijft. - Wat zijn de gevolgen van de daling?
De weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit) moet minimaal 1 zijn. Een waarde hoger dan 1 geeft aan dat tegenvallers kunnen worden opgevangen zonder grote ingrepen te doen in het voorzieningenniveau. In Renswoude is in de Nota reserves en voorzieningen 2023 gekozen voor een minimale waarde van 1,4. Een weerstandsratio tussen 1,4 en 2,0 wordt als ruim voldoende beoordeeld. Een weerstandsratio boven 2,0 geldt als uitstekend. De weerstandsratio daalt van 4,5 naar 3,8 doordat de risico's ultimo 2024 opnieuw beoordeeld en toegenomen zijn. De weerstandsratio blijft echter uitstekend. De situatie is voldoende robuust om financiële risico's te kunnen opvangen, zolang het risicoprofiel niet wijzigt. Wel is het belangrijk om te blijven volgen hoe de financiële positie zich ontwikkelt.
6
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
13. CU
14. Dorpsbelang
Onderdeel
Onderwerp
Blz. Vraag
Antwoord
4.1.2 Vermogenspositie en Tabel ratio weerstandsratio weerstandsvermogen
De weerstandsratio wordt berekend door het weerstandsvermogen (algemene reserve vaste buffer, inclusief stille reserves) te delen door de gekwantificeerde financiële risico’s. Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om onverwachte financiële tegenvallers op te vangen. Hoewel in de meerjarenraming negatieve begrotingssaldi zijn opgenomen, wordt de In de voorjaarsrapportage staat beschreven dat de weerstandsratio weerstandsratio hier niet direct door beïnvloed, omdat de 3,8 blijft. In de kadernota is te lezen dat de jaren 2026-2028 een algemene reserve vaste buffer op dit moment toereikend is 9 negatief getal van 2,8 miljoen (samen) laten zien, hoe zorgt de ten opzichte van de bekende risico’s. De negatieve gemeente er voor dat de weerstandsratio hierdoor niet zakt? begrotingssaldi worden ten laste gebracht van de algemene reserve niet geblokkeerd, en niet van de vaste buffer die wordt gebruikt bij het bepalen van de weerstandsratio. Zolang de algemene reserve vaste buffer hoger blijft dan 1,4x het totaal van de gekwantificeerde risico’s, blijft de weerstandsratio op niveau. Bij aanhoudende negatieve saldi of bij toenemende risico’s, kan de ratio in de toekomst wel onder druk komen te staan.
4.1.2 Vermogenspositie en Tabel ratio weerstandsratio weerstandsvermogen
De weerstandsratio wordt uitsluitend berekend op basis van de algemene reserve vaste buffer (inclusief stille reserves) en De getallen in deze tabellen zijn voor 2025 t/m 2028 allemaal de gekwantificeerde risico’s. De algemene reserve niet hetzelfde en daarmee is de weerstandsratio onveranderd. Is dit wel geblokkeerd maakt geen onderdeel uit van deze berekening. 9 correct, de algemene reserve – niet geblokkeerd laat een daling zien Hoewel het saldo van de algemene reserve niet geblokkeerd (staat ook in de tekst eronder). Deze tabel lijkt niet juist. daalt heeft dit geen invloed op de weerstandsratio, zolang het niveau van de vaste buffer en de omvang van de risico’s ongewijzigd blijven. De weergegeven ratio’s zijn dus juist.
7
Technische vragen voorjaarsrapportage 2025 Nr. Fractie
15. SGP
Onderdeel
Onderwerp
Weerstandsvermogen, 4.1.2 Vermogenspositie en risicopositie ontwikkeling weerstandsratio gebied ZZW
Blz. Vraag
Antwoord
Het genoemde risico is niet zichtbaar in de P&Cdocumenten, omdat de gemeente nog geen gronden binnen Er schuilt een potentieel risico in de GREX van ZZW. Het leggen van het voorkeursrechtgebied heeft aangekocht. Zolang er geen voorkeursrecht op gronden in dit gebied geeft een “morele sprake is van daadwerkelijke verwerving, is er ook nog geen afnameplicht” door de Gemeente. De verwachte aanschafwaarde concreet financieel risico dat moet worden opgenomen. Op 9 bedraagt EUR 11 mio en de geschatte taxatiewaarde van deze het moment dat gronden wel worden aangekocht, wordt – gronden in agrarische waarde bedraagt EUR 2 mio. Dit betekent EUR afhankelijk van de dan geldende plannen en 9 mio potentieel risico. Waar zien we dit potentiële risico verwervingsvoorwaarden – een risico-inschatting gemaakt. terugkomen in financiële rapportages? Dit risico zal dan worden gekwantificeerd en opgenomen in de P&C-documenten, bijvoorbeeld in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
5.2 Meerjaren 16. Dorpsbelang investeringsplan
Opmerking tabel
Verzoek – kan deze tabel horizontaal getoond worden in plaats van verticaal, nu zeer lastig leesbaar en ook niet te draaien, dan draait 11 het beeld mee. Bij inzoomen slecht leesbaar. (Zie ook verzoek in email Erik Mandersloot)
5.2 Meerjaren investeringsplan
Opmerking tabel
11
17. CDA
Waarom kan deze pagina niet overdwars gezet worden? En kan er gezorgd worden dat deze dan ook leesbaar is?
8
Bij het gereedmaken van de agendastukken is de lay-out van de documenten Voorjaarsrapportage 2025 en Kadernota 2026 onbedoeld gewijzigd. Hierdoor waren de documenten en met name de tabellen minder goed leesbaar. Op 12 juni zijn de juiste versies van beide documenten in Notubiz geplaatst. Deze nieuwe versies bevatten uitsluitend layoutaanpassingen; de inhoud van de documenten is ongewijzigd gebleven. In de Voorjaarjaarsrapportage 2025 is de tabel op bladzijde 11 gedraaid en beter leesbaar gemaakt. Zie het antwoord op vraag 16.