Beantwoording zienswijze bestemmingsplan N224
Tekst van het document
Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ‘Fietspad 224’. Nr. 1.
2.
Verkorte weergave inspraakreactie De verbreding van het fietspad ten noorden van de N224 is gedeeltelijk voorzien in de rand van het bosgebied op die plek. Dit plandeel maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In het plan moet duidelijk naar voren komen op welke manier met de belangen van het NNN wordt omgegaan. Dit is momenteel niet voldoende geborgd. De realisatie van het fietspad leidt tot de aantasting van de aanwezige waarden van het “Domineesbosje”, vanwege een afname van omvang van het bos. Hiervoor moet een passende compensatie getroffen worden.
Antwoord In de definitieve toelichting van het bestemmingsplan is in paragraaf 2.2 een nadere toelichting gegeven over de nut en noodzaak van het voornemen. Hierin is nader onderbouwd waarom het fietspad deels in het NNN komt te liggen. Conclusie: nadere onderbouwing is toegevoegd in paragraaf 2.2 van de toelichting, regels en verbeelding behoeven geen aanpassing.
Initiatiefnemer heeft minnelijke overeenstemming bereikt met de indiener van de zienswijze betreffende de aantasting van de aanwezige waarden. Indiener heeft de zienswijze ingetrokken. Conclusie: de zienswijze is ingetrokken en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Fietspad 224’. Nr. 1
Reden Optimalisatie in ontwerp
2
Actualisatie beleidskader
Wijziging door een optimalisatie in het ontwerp is gebleken dat de bomen in het plangebied niet gekapt hoeven te worden. De optimalisatie houdt in dat de watergang naast het fietspad niet wordt verlegd maar versmald. De ontwerpwijziging heeft geleid tot inhoudelijke aanpassingen in de paragraaf 4.9 Natuur en 4.10 Water van de toelichting. Conclusie: nadere onderbouwing is toegevoegd in paragraaf 4.9 en 4.10 van de toelichting, regels en verbeelding behoeven geen aanpassing. In het beleidskader, hoofdstuk 3 van de toelichting, zijn in paragraaf 3.2 de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht toegevoegd. Het voorgenomen initiatief is in overeenstemming met deze beide beleidsstukken. De paragraaf over de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 en Verordening 2013 is verwijderd. Deze zijn niet langer in werking vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie. Conclusie: beleidsstukken toegevoegd in paragraaf 3.2 toelichting, regels en verbeelding behoeven geen aanpassing.