CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanbiedingsbrief ontwerp-begroting 2025

Gemeenteraad 7 mei 2024, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Raadsvoorstel tot instemming met de Ontwerpbegroting 2025 en concept jaarstukken 2023 Afval Verwijdering Utrecht (AVU)1.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AVU Lange Brinkweg 81 Postbus 3250 3760 DG Soest telefoon 035-6032303

Soest, 14 februari 2024

Aanbiedingsbrief bij de ontwerp-begroting 2025 Geachte leden van de Raad, Uitvoering gevend aan artikel 36 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht, bieden wij u de ontwerp-begroting 2025 aan. Deze is door het Dagelijks Bestuur op 14 februari jl. voorlopig vastgesteld, waarna de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Wij verzoeken u uw zienswijzen voor 15 mei 2024 schriftelijk en ter attentie van het Algemeen Bestuur van de AVU in te dienen, dan wel aan te geven dat u geen zienswijzen indient. Begrotingsgegevens In de ontwerp-begroting 2025 is uitgegaan van de afvalhoeveelheden die in de begroting 2024 zijn opgenomen. Hierbij wordt gekeken of deze in lijn zijn met de werkelijke hoeveelheden van 2023. Omdat de ontwerp-begroting 2025 al in oktober 2023 wordt opgesteld, kan het voorkomen dat gegevens die door derden moeten worden verstrekt, nog niet voorhanden zijn of door gewijzigd gemeentelijk beleid alsnog wijzigen. De ervaring leert dat de gegevens meestal voor de behandeling van de begroting in het Dagelijks Bestuur, voorafgaand aan de definitieve vaststelling door het Algemeen Bestuur, - voor 2025 is dit op 3 juli 2024 -, bekend zijn.

Waar dit niet het geval is, wordt op basis van jarenlange ervaring een inschatting gemaakt, of wordt indexering van de bekende gegevens (hoeveelheden en tarieven) toegepast. Voor het wijzigen van begrotingsgegevens voor zover het hoeveelheden afval betreft, behoeven overigens geen zienswijzen te worden ingediend, deze wijzigingen kunnen ambtelijk worden afgedaan met de AVU. Over het algemeen geldt dat in 2025 de kosten voor de verwijdering en de verwerking van afval als gevolg van de economische ontwikkelingen zijn gestegen. Deze kostenstijging vertaalt zich via indexaties door naar de begroting van 2025. Dit leidt aldus tot een hoger begrotingstotaal voor 2025 in vergelijking met 2024. Inhoudelijk In de begroting zelf zijn in een apart hoofdstuk “Uitgangspunten Programma- en Productbegroting” de uitgangspunten verwoord, waarnaar wij u graag verwijzen. In deze aanbiedingsbrief willen wij met betrekking tot de productbegroting een algemene toelichting geven en de opvallende ontwikkelingen kort nader beschouwen. Over het algemeen vertonen de hoeveelheden huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval weinig schommelingen over de jaren. Na een aanvankelijke piek in het coronajaar 2020 zijn deze weer op een wat lager niveau gestabiliseerd. Belangrijk om te melden is wel dat afwijkingen tussen de begrote en de werkelijke hoeveelheden van 2 á 3% normaal zijn.

Hoewel er door alle gemeenten wel naar wordt gestreefd, is gemiddeld genomen nog geen scherpe daling van de hoeveelheid restafval 1

ingezet. Ook voor wat betreft het gft-afval zijn de hoeveelheden redelijk stabiel. Afwijkingen als gevolg van weersomstandigheden kunnen 5 á 10% tussen opeenvolgende jaren belopen, die zijn echter niet te voorspellen. Wel lopen in het bijzonder de hoeveelheden glas en oud papier (lees: oud papier en karton) terug. Na aanvankelijk een piek in 2020, volgde een lichte corrigerende daling in 2021 en vervolgens een forse neerwaartse correctie in 2022. Deze correctie is met zekerheid het gevolg van het koopkrachtverlies van de consumenten in 2022. Er wordt minder in de winkels verkocht en minder via internet besteld. Daarnaast wordt v.w.b. papier een afname in de aantallen kranten en tijdschriften geconstateerd en er wordt minder reclamedrukwerk verspreid. Dit brengt met zich mee dat er minder verpakkingen op de markt worden gebracht die als glas of oud papier worden afgevoerd. Deze daling van de hoeveelheden glas en oud papier heeft zich tot in 2024 doorgezet. In 2025 lijkt de hoeveelheid glas te stabiliseren, terwijl de hoeveelheid oud papier blijft dalen. In principe is dit geen verontrustende ontwikkeling, zolang geen toename van het glas en oud papier in andere afvalstromen wordt geconstateerd, wat overigens niet het geval is. Ook zien we geen significante toename in de hoeveelheid plastic verpakkingen.

Met andere woorden, er wordt wat minder glas en papier verbruikt, hetgeen gezien de economische ontwikkelingen te duiden is. Hierbij de kanttekening dat een weer aantrekkende economie een daling snel naar een stijging kan ombuigen. Omdat glas en oud papier zogenaamde opbrengsten-stromen zijn, - de afnemers betalen een vergoeding per ton -, kunnen economische omstandigheden van financiële invloed zijn op de begroting. Voor wat betreft glas waarbij de inzamelkosten per ton hoger zijn dan de opbrengsten en deze laatste contractueel vastliggen voor enkele jaren, betekent meer of minder glas een evenredige verhoging of verlaging van de begrote kosten voor de inzameling en verwerking van glas. Bij oud papier ligt dit wat genuanceerder. De opbrengsten van het oud papier dekken doorgaans de inzamelkosten en laten soms daarbij ook een “plusje” zien. De opbrengsten zijn echter gerelateerd aan de opbrengsten van het oud papier op de papiermarkt en kunnen daardoor fluctueren. In het recente verleden waren ook al forse prijsschommelingen te zien. Momenteel, - begin 2024 -, ligt deze net onder € 70,00 per ton. Dit is het gevolg van de verminderde vraag naar oud papier, omdat er minder vraag is naar verpakkingen en omdat de productie van gerecycled papier niet meer rendabel is vanwege de hoge energieprijzen.

Uiteindelijk zal ook hier vraag en aanbod wel weer in evenwicht komen, maar desondanks wordt voor 2025 de opbrengst van het oud papier conservatief geraamd op € 50,00 per ton. Dit betekent dat de inzamelkosten niet meer geheel of grotendeels worden gedekt door de opbrengsten en ook het “plusje” in veel gevallen zal verdwijnen. Kortom, minder oud papier en lagere opbrengsten betekenen voor de begroting over het algemeen minder dekking van de kosten. Voor het begrotingsjaar 2025 blijven de beheerkosten (kosten voor het AVU-bureau) voor wat betreft de opzet in lijn met de voorgaande jaren. De lichte stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de personele kosten en de accountantskosten. Kadernota Gezien het feit dat de AVU-begroting voor het grootste deel (meer dan 98%) wordt bepaald door tonnages welke de deelnemende gemeenten opgeven, de tarieven contractueel zijn vastgelegd en de AVU zelf geen beleid ontwikkelt, zijn de kaders beperkt en afgebakend. Er is daarom gekozen om deze kaders niet in een aparte kadernota te beschrijven, maar om deze te combineren met de ontwerpbegroting. Financiële kaders Een apart hoofdstuk “Uitgangspunten Programma- en Productbegroting” is gewijd aan de uitgangspunten welke zijn gehanteerd bij het opstellen van deze ontwerp-begroting.

In hoofdstuk 2 van deze ontwerp-begroting voor 2025 worden voorts de financiële kaders beschreven waarop de productbegroting is gebaseerd. In de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is vastgelegd dat deze financiële kaders voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten moeten worden toegezonden. Daaraan wordt door het toezenden van deze ontwerp-begroting 2025 op of rond 14 februari 2024 voldaan. 2

Met deze ontwerp-begroting 2025 gaan wij ervan uit u een reëel inzicht te geven in de te verwachten financiële ontwikkelingen binnen de AVU. Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur, Was getekend, F.A. van Dijk, Secretaris

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14003283/1