8. Bijlage Was-wordt beleidsregels
Tekst van het document
Inhoud – Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Renswoude 2022 ............................................................................................................................................... 2 – Was-wordt tabel – vervanging Nader besluit Uitvoering van de Re-integratieverordening............... 8 – Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet ............................................................................................................................. 17 – Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregel scholingsplicht gemeente Renswoude ...................... 37 – Was-wordt tabel – vervanging Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017 gemeente Renswoude .............................................................. 42 – Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregel over vaststelling vermogen gemeente Renswoude ... 46
Pagina 1 van 48
– Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Renswoude 2022 Huidige tekst (was) Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Renswoude 2015 1. Begrippen 1. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: • vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de samenleving; • tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing van de arbeidsmarkt; • mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 2. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IQAW), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IQAZ) en de Algemene wet bestuursrecht.
Pagina 2 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Renswoude 2022 Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; b. cliënt: inwoner die een vorm van ondersteuning ontvangt van de gemeente op grond van de Wmo, Pw etc.; c. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renswoude; d. gemeente: gemeente Renswoude; e. ingezetene of inwoner: een natuurlijke persoon die zijn woonstede heeft in Renswoude. Dit kan ook een ex-gedetineerde betreffen van wie duidelijk is dat hij zijn woonstede heeft in Renswoude, althans voor zover niet blijkt dat hij door zijn wil en daden zijn woonstede in Renswoude heeft willen opgeven (zie artikelen 1:10 en 1:11 BW); f. mantelzorg: mantelzorg als bedoeld als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wmo; g. Pw: Participatiewet h. tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing van de arbeidsmarkt; i. uitkering: een uitkering op grond van de Pw, de IOAW en de IOAZ; j. vrijwilligerswerk: werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht, voor anderen of de samenleving;
Type wijziging
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Artikel 2. Procesomschrijving a) De medewerker van de gemeente informeert belanghebbende dat van hem/haar een tegenprestatie wordt verwacht. b) De belanghebbende krijgt de gelegenheid om aantoonbaar te maken dat hij of zij reeds iets doet dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie of redelijkerwijs noodzakelijk is (bv mantelzorg, vrijwilligerswerk of parttime betaalde arbeid). c) De medewerker van de gemeente beziet of belanghebbende in aanmerking komt voor een ontheffing of vrijstelling. d) Als er geen sprake kan zijn van een ontheffing of vrijstelling krijgt belanghebbende 8 weken de tijd om op zoek te gaan naar een geschikte tegenprestatie. Deze zoekperiode van 8 weken kan door het college tweemaal met 4 weken worden verlengd. e) Belanghebbenden die zelf geen tegenprestatie kunnen vinden ondersteunen we door handvatten te bieden bij het gericht zoeken. Hierbij kan gedacht worden aan de vrijwilligerscentrale, initiatieven in de wijk, activiteiten bij (sport)verenigingen enz. f) Indien het college niet binnen 8 weken na het verstrijken van de zoekperiode zoals bedoeld in sub d. van dit artikel een geschikte activiteit kan aanbieden aan betrokkene, kan het college betrokkene Pagina 3 van 48
Artikel 2. Procesomschrijving 1. Het college informeert belanghebbende dat van hem/haar een tegenprestatie wordt verwacht. 2. De belanghebbende krijgt de gelegenheid om aantoonbaar te maken dat hij of zij reeds iets doet dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie of redelijkerwijs noodzakelijk is zoals mantelzorg, vrijwilligerswerk of parttime betaalde arbeid. 3. Het college beziet of belanghebbende in aanmerking komt voor een ontheffing. 4. Als er geen sprake kan zijn van een ontheffing krijgt belanghebbende 8 weken de tijd om op zoek te gaan naar een geschikte tegenprestatie. Deze zoekperiode van 8 weken kan door het college tweemaal met 4 weken worden verlengd. 5. Belanghebbenden die zelf geen tegenprestatie kunnen vinden ondersteunen we door handvatten te bieden bij het gericht zoeken. Hierbij kan gedacht worden aan de vrijwilligerscentrale, initiatieven in de wijk, activiteiten bij (sport)verenigingen enz. 6. Indien het college niet binnen 8 weken na het verstrijken van de zoekperiode zoals bedoeld in lid 4 een geschikte activiteit kan aanbieden aan belanghebbende, kan het college belanghebbende tijdelijk ontheffen van de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie. 7. Belanghebbenden die echt niet willen krijgen een aanbod. 8.
Als belanghebbende uiteindelijk niet wil voldoen aan de verplichting tot tegenprestatie kan op basis van artikel 7 van de afstemmingsverordening
Technisch Reden: Verbeterede formulering
tijdelijk ontheffen van de verplichting tot het verrichten van een Tegenprestatie g) Belanghebbenden die onvoldoende gemotiveerd zijn om een tegenprestatie te verrichten krijgen een aanbod. Als iemand uiteindelijk niet wil voldoen aan de verplichting tot tegenprestatie kan op basis van de afstemmingsverordening een maatregel worden opgelegd. Artikel 3. Duur en omvang In de verordening is de maximale duur en omvang van een tegenprestatie opgenomen. De tegenprestatie wordt opgedragen voor 4 tot 8 uur per week, voor de maximale duur van één jaar. Artikel 4. Vergoedingen a) Een belanghebbende mag van een desbetreffende organisatie een onkostenvergoeding op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten ontvangen. b) Wanneer een Verklaring omtrent gedrag noodzakelijk is voor het uitvoeren van' de tegenprestatie wordt deze bekostigd door de organisatie waarvoor de tegenprestatie wordt uitgevoerd. c) Wanneer de belanghebbende niet onder de verzekering valt van de organisatie waar de tegenprestatie wordt uitgevoerd, sluit de gemeente hiervoor een verzekering af.
Artikel 5. Verplichting en controle a) De verplichting tot een tegenprestatie naar vermogen wordt middels een beschikking door de medewerker van de gemeente opgelegd, met als bijlage een plan Pagina 4 van 48
een maatregel worden opgelegd.
Artikel 3. Duur en omvang In artikel 4 van de Verordening is de maximale duur en omvang van een tegenprestatie opgenomen.
Technisch
Artikel 4. Vergoedingen 1. Een belanghebbende mag van een desbetreffende organisatie een onkostenvergoeding op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten ontvangen. 2. Wanneer een Verklaring omtrent gedrag noodzakelijk is voor het uitvoeren van de tegenprestatie wordt deze bekostigd door de organisatie waarvoor de tegenprestatie wordt uitgevoerd. 3. Wanneer de belanghebbende niet onder de verzekering valt van de organisatie waar de tegenprestatie wordt uitgevoerd, sluit de gemeente hiervoor een verzekering af. Artikel 5. Verplichting en controle 1. De verplichting tot een tegenprestatie naar vermogen wordt middels een beschikking door het college opgelegd, met als bijlage een
Geen
Reden: Verbeterede formulering
Technisch Reden: Verbeterede formulering
van aanpak waarin de afspraken met de klant en de tegenprestatieplaats zijn vastgelegd. b) Als de belanghebbende niet of in onvoldoende mate meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie naar vermogen, wordt deze gedraging conform de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Renswoude 2015 gesanctioneerd.
Artikel 6. Klussen die in aanmerking komen voor de tegenprestatie 1. Bij de tegenprestatie gaat het om maatschappelijk nuttige activiteiten; er is sprake van maatschappelijk nuttige activiteiten als de gemeenschap kan profiteren van het resultaat van de inspanningen. 2. De belanghebbende krijgt altijd eerst de keuze en de ruimte om zelf activiteiten te vinden die aansluiten bij zijn of haar behoeften en kwaliteiten. 3. Bij de uitvoering van de tegenprestatie moet verdringing worden voorkomen. De medewerker van de gemeente hanteert hierbij de volgende spelregels: Spelregels ter voorkoming van verdringing In artikel 2 van de verordening is opgenomen dat voorkomen van verdringing één van de criteria is bij de keuze van de tegenprestatie, respectievelijk de maatschappelijk nuttige activiteiten. a) Het mag niet gaan om activiteiten waarvoor betrokkene of een ander Pagina 5 van 48
plan van aanpak waarin de afspraken met de belanghebbende en de tegenprestatieplaats zijn vastgelegd. 2. Als de belanghebbende niet of in onvoldoende mate meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie naar vermogen, wordt deze gedraging gesanctioneerd op grond van de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Renswoude 2022. Artikel 6. Klussen die in aanmerking komen voor de tegenprestatie 1. Bij de tegenprestatie gaat het om maatschappelijk nuttige activiteiten. 2. De belanghebbende krijgt altijd eerst de keuze en de ruimte om zelf activiteiten te vinden die aansluiten bij zijn of haar behoeften en kwaliteiten. 3. Bij de uitvoering van de tegenprestatie wordt verdringing voorkomen. Het college hanteert hierbij de volgende spelregels: a. het mag niet gaan om activiteiten waarvoor belanghebbende of een ander, normaal gesproken betaald wordt of eerder (minder dan één jaar geleden) nog betaald werd. Dit is het geval als eerder bestaande arbeidsplaatsen met vergelijkbare werkzaamheden binnen deze periode zijn wegbezuinigd bij de betreffende (overheids-) organisatie; b. er mag geen vacature openstaan voor dezelfde of bijna dezelfde activiteiten als die bij de
Technisch Reden: Verbeterede formulering
normaal gesproken betaald wordt of eerder (minder dan één jaar geleden) nog betaald werd. Dit is het geval als eerder bestaande arbeidsplaatsen met vergelijkbare werkzaamheden binnen deze periode zijn wegbezuinigd bij de betreffende (overheids-) organisatie. b) Er mag geen vacature openstaan voor dezelfde of bijna dezelfde activiteiten als die bij de tegenprestatie zouden worden uitgevoerd. c) Het gaat om onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid (additioneel) en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. d) Additionele werkzaamheden omvatten aanvullende activiteiten die onder normale bedrijfseconomische omstandigheden niet rendabel zijn om een gezonde bedrijfsvoering op orde te houden. e) Het betreft kortdurende werkzaamheden, beperkt in omvang en duur. Artikel 7. Hardheidsclausule Het College kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid. In gevallen waarin Pagina 6 van 48
tegenprestatie zouden worden uitgevoerd; c. het gaat om onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid (additioneel) en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; d. het gaat om additionele werkzaamheden die aanvullende activiteiten omvatten die onder normale bedrijfseconomische omstandigheden niet rendabel zijn om een gezonde bedrijfsvoering op orde te houden; e. het betreft kortdurende werkzaamheden, beperkt in omvang en duur.
Komt te vervallen
Technisch Reden: Dit is al een bevoegdheid vanuit de Gemeentewet
deze beleidsregels niet voorzien, beslist het College.
Nieuw artikel
Artikel 8. Inwerkingtreding De Beleidsregel treedt in werking na vaststelling door het College
Artikel 7. Intrekking oude regeling De Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Renswoude 2015, wordt ingetrokken. Artikel 8. Inwerkingtreding De Beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Artikel 9. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als "Beleidsregel Tegenprestatie Participatiewet gemeente Renswoude 2015".
Artikel 9. Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel tegenprestatie naar vermogen Renswoude 2022
Pagina 7 van 48
en daarvoor niet nodig om op te nemen in een beleidsregel Technisch Reden: Actualisatie van de tekst Technisch Reden: Actualisatie van de tekst Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
– Was-wordt tabel – vervanging Nader besluit Uitvoering van de Re-integratieverordening Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening Artikel 1. Alle begrippen die in dit Uitvoeringsbesluit gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, IOAZ, de Reintegratieverordening ende Algemene wet bestuursrecht. Artikel 2. In dit Besluit wordt verstaan onder: • Doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet • Grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; • Korte afstand tot de arbeidsmarkt; deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; • Langdurig werkloze: een persoon die 12 maanden of langer geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; • Loonkosten: het brutoloon inclusief vakantiegeld en wettelijke werkgeverslasten; • De wet: de Participatiewet, Artikel 3. Scholing Het college betrekt bij de beoordeling of een in artikel 7 van de Verordening bedoeld scholingstraject wordt aangeboden ook: Indien van toepassing, het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de werkzaamheden uitvoert: a. de scholingswens van de belanghebbende; en b. de capaciteiten van de belanghebbende.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 Komt te vervallen
Artikel 1. Scholing Het college betrekt bij de beoordeling of een in artikel 7 van de Verordening bedoeld scholingstraject wordt aangeboden ook: Indien van toepassing, het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de werkzaamheden uitvoert: a. de scholingswens van de belanghebbende; en b. de capaciteiten van de belanghebbende.
Geen
Artikel 4. Persoonlijke ondersteuning 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 11 van de Verordening,
Artikel 2. Persoonlijke ondersteuning 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 11 van de Verordening,
Geen
Pagina 8 van 48
Type wijziging
Technisch Reden: Staat reeds in de verordening
Komt te vervallen
Technisch Reden: Staat reeds in de verordening
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening aanbieden aan de belanghebbende in de vorm van jobcoaching op de werkplek. 2. Jobcoaching kan ook tot doel hebben de werkgever te leren de persoon uit de doelgroep te ondersteunen bij het verrichten van de aan hem opgedragen taken. 3. Het college bepaalt de omvang van het aantal in te zetten uren van de jobcoach en beoordeelt minimaal iedere 12 maanden of voortzetting wenselijk is. 4. Een jobcoach wordt niet langer ingezet dan voor de duur van de proefplaatsing, de arbeidsovereenkomst of werkervaringsplaats met een maximum van 3 jaar. 5. Indien de belanghebbende als bedoeld in lid 1 vanwege in de persoon gelegen factoren langdurig aangewezen is op jobcoaching, kan een jobcoach, in afwijking van het voorgaande lid, langer worden ingezet. 6. Het college betrekt de persoon en de werkgever bij de keuze voor een externe jobcoach. 7. Als de werkgever de begeleiding zelfstandig wil uitvoeren dan wordt voor de aanvraag en de verantwoording gebruik gemaakt van de door het college beschikbaar gestelde formulieren. 8. Het college kan naar aanleiding van de aanvraag besluiten dat jobcoaching door de werkgever zelf plaatsvindt als de persoonlijke ondersteuning wordt verzorgd door: a. een collega medewerker die: i. een training heeft gevolgd om werknemers met beperkingen te begeleiden op de werkplek; Pagina 9 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 aanbieden aan de belanghebbende in de vorm van jobcoaching op de werkplek. 2. Jobcoaching kan ook tot doel hebben de werkgever te leren de persoon uit de doelgroep te ondersteunen bij het verrichten van de aan hem opgedragen taken. 3. Het college bepaalt de omvang van het aantal in te zetten uren van de jobcoach en beoordeelt minimaal iedere 12 maanden of voortzetting wenselijk is. 4. Een jobcoach wordt niet langer ingezet dan voor de duur van de proefplaatsing, de arbeidsovereenkomst of werkervaringsplaats met een maximum van 3 jaar. 5. Indien de belanghebbende als bedoeld in lid 1 vanwege in de persoon gelegen factoren langdurig aangewezen is op jobcoaching, kan een jobcoach, in afwijking van het voorgaande lid, langer worden ingezet. 6. Het college betrekt de persoon en de werkgever bij de keuze voor een externe jobcoach. 7. Als de werkgever de begeleiding zelfstandig wil uitvoeren dan wordt voor de aanvraag en de verantwoording gebruik gemaakt van de door het college beschikbaar gestelde formulieren. 8. Het college kan naar aanleiding van de aanvraag besluiten dat jobcoaching door de werkgever zelf plaatsvindt als de persoonlijke ondersteuning wordt verzorgd door: a. een collega medewerker die: i. een training heeft gevolgd om werknemers met beperkingen te begeleiden op de werkplek;
Type wijziging
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening ii. minimaal zes maanden aantoonbare ervaring heeft met het geven van werkinstructies; iii. aantoonbare ervaring heeft met de werkzaamheden die de werknemer uitvoert; en, iv. is vrijgesteld voor een deel van de werkuren om de begeleiding te kunnen bieden. b. een jobcoach in dienst bij de werkgever die: i. ten minste hbo werk- en denkniveau heeft; en, ii. een opleiding tot jobcoach heeft gevolgd waarvoor een certificaat is behaald. c. een jobcoach ingehuurd door de werkgever die: i. werkzaam is voor een jobcoachorganisatie waar de gemeente een contract mee heeft gesloten; ii. erkend is door het UWV op grond van het meest actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’; of, iii. een hbo werk- en denkniveau heeft en een opleiding tot jobcoach heeft waarvoor een certificaat is behaald. Pagina 10 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 ii. minimaal zes maanden aantoonbare ervaring heeft met het geven van werkinstructies; iii. aantoonbare ervaring heeft met de werkzaamheden die de werknemer uitvoert; en, iv. is vrijgesteld voor een deel van de werkuren om de begeleiding te kunnen bieden. b. een jobcoach in dienst bij de werkgever die: i. ten minste hbo werk- en denkniveau heeft; en, ii. een opleiding tot jobcoach heeft gevolgd waarvoor een certificaat is behaald. c. een jobcoach ingehuurd door de werkgever die: i. werkzaam is voor een jobcoachorganisatie waar de gemeente een contract mee heeft gesloten; ii. erkend is door het UWV op grond van het meest actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’; of, iii. een hbo werk- en denkniveau heeft en een opleiding tot jobcoach heeft waarvoor een certificaat is behaald.
Type wijziging
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening 9. Als de werkgever de begeleiding zelfstandig uitvoert dan komt de werkgever voor een door het college vastgestelde vergoeding in aanmerking die is gebaseerd op de bedragen zoals vastgelegd in de “Normbedragen Voorzieningen 2018” (e.v.) van het UWV.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 9. Als de werkgever de begeleiding zelfstandig uitvoert dan komt de werkgever voor een door het college vastgestelde vergoeding in aanmerking die is gebaseerd op de bedragen zoals vastgelegd in de “Normbedragen Voorzieningen 2018” (e.v.) van het UWV.
Type wijziging
Artikel 5. Participatievoorziening Beschut werk 1. Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college de voorziening Beschut Werk aanbieden als hij nog niet in staat is regulier of begeleid te werken. 2. De voorziening Beschut Werk wordt aangeboden na positieve indicatie van het UWV dat betrokkene is aangewezen op deze voorziening en alleen als vanuit het belang tot arbeidsparticipatie een beschutte werkplek meerwaarde biedt. 3. Het college kan, als er plekken in dit kader beschikbaar zijn, kandidaten voordragen voor deze voorziening, rekening houdend met het bepaalde in artikel 9 van de Verordening en artikel 10b van de Pw. Artikel 6. Loonkostensubsidie als reintegratievoorziening 1. De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 50% van het brutoloon inclusief werkgeverslasten. 2. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt indien: a. de werkgever in de afgelopen 3 jaar voor dezelfde medewerker loonkostensubsidie heeft ontvangen, met uitzondering van de situaties waarin het dienstverband voortijdig is beëindigd en de reden hiervan niet aan de werkgever verwijtbaar is;
Artikel 3. Participatievoorziening Beschut werk 1. Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college de voorziening Beschut Werk aanbieden als hij nog niet in staat is regulier of begeleid te werken. 2. De voorziening Beschut Werk wordt aangeboden na positieve indicatie van het UWV dat betrokkene is aangewezen op deze voorziening en alleen als vanuit het belang tot arbeidsparticipatie een beschutte werkplek meerwaarde biedt. 3. Het college kan, als er plekken in dit kader beschikbaar zijn, kandidaten voordragen voor deze voorziening, rekening houdend met het bepaalde in artikel 9 van de Verordening en artikel 10b van de Pw. Artikel 4. Loonkostensubsidie als reintegratievoorziening 1. De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 50% van het brutoloon inclusief werkgeverslasten. 2. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt indien: a. de werkgever in de afgelopen 3 jaar voor dezelfde medewerker loonkostensubsidie heeft ontvangen, met uitzondering van de situaties waarin het dienstverband voortijdig is beëindigd en de reden hiervan niet aan de werkgever verwijtbaar is;
Geen
Pagina 11 van 48
Geen
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening b. de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of er sprake is van verdringing; c. de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer, met uitzondering van mogelijke belastingvoordelen.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 b. de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of er sprake is van verdringing; c. de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer, met uitzondering van mogelijke belastingvoordelen.
Type wijziging
Artikel 7. Niet-uitkeringsgerechtigden 1. Het college kan aan nietuitkeringsgerechtigden met een korte afstand tot de arbeidsmarkt re-integratievoorzieningen aanbieden. 2. De re-integratievoorzieningen die kunnen worden aangeboden zijn bij voorkeur groepsgerichte activiteiten en begeleiding door gespreksvoerders of andere ambtenaren. 3. Bij het aanbieden van reintegratievoorzieningen anders dan bedoeld in lid 2 wordt een afweging gemaakt tussen de op korte termijn te verwachten baten en de kosten van de in te zetten voorziening, waarbij de goedkoopste adequate voorziening het uitgangspunt is.
Artikel 5. Niet-uitkeringsgerechtigden 1. Het college kan aan nietuitkeringsgerechtigden met een korte afstand tot de arbeidsmarkt re-integratievoorzieningen aanbieden. 2. De re-integratievoorzieningen die kunnen worden aangeboden zijn bij voorkeur groepsgerichte activiteiten en begeleiding door gespreksvoerders of andere ambtenaren. 3. Bij het aanbieden van reintegratievoorzieningen anders dan bedoeld in lid 2 wordt een afweging gemaakt tussen de op korte termijn te verwachten baten en de kosten van de in te zetten voorziening, waarbij de goedkoopste adequate voorziening het uitgangspunt is.
Geen
Artikel 8. Premie bij uitstroom naar betaald werk 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid. Om voor een uitstroompremie in aanmerking te komen moet in ieder geval aan het volgende worden voldaan:
Artikel 6. Premie bij uitstroom naar betaald werk 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid. Om voor een uitstroompremie in aanmerking te komen moet in ieder geval aan het volgende worden voldaan:
Geen
Pagina 12 van 48
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening a. belanghebbende is een uitkeringsgerechtigde van de gemeente Renswoude van 27 jaar of ouder; b. belanghebbende was langdurig werkloos; c. belanghebbende is gestart met betaald werk of met zelfstandige arbeid, waardoor hij niet langer is aangewezen op een uitkering; d. belanghebbende heeft na uitstroom naar werk minimaal 9 maanden geen beroep gedaan op een uitkering en is na 9 maanden aan het werk. e. Voor uitkering van het tweede deel van de premie (zie lid 3) geldt dat na de eerste aanvraag de belanghebbende minimaal 18 maanden geen beroep heeft gedaan op de uitkering en 18 maanden na indiensttreding nog aan het werk is. 2. De uitstroompremie kan worden aangevraagd door belanghebbende vanaf de negende maand tot 1 jaar na de indiensttreding via het aanvraagformulier ‘uitstroompremie’ . 3. De hoogte van de uitstroompremie bedraagt bij een volledige uitstroom uit de uitkering maximaal € 1500,00 waarbij geldt dat deze gefaseerd wordt vastgesteld: a. over de eerste periode, van 9 maanden tot 18 maanden na uitstroom: € 750,00; b. over de volgende periode, van 18 maanden of langer na uitstroom nogmaals: € 750,00. 4. Uitbetaling van de premie vindt plaats wanneer belanghebbende Pagina 13 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 a. belanghebbende is een uitkeringsgerechtigde van de gemeente Renswoude van 27 jaar of ouder; b. belanghebbende was langdurig werkloos; c. belanghebbende is gestart met betaald werk of met zelfstandige arbeid, waardoor hij niet langer is aangewezen op een uitkering; d. belanghebbende heeft na uitstroom naar werk minimaal 9 maanden geen beroep gedaan op een uitkering en is na 9 maanden aan het werk. e. Voor uitkering van het tweede deel van de premie (zie lid 3) geldt dat na de eerste aanvraag de belanghebbende minimaal 18 maanden geen beroep heeft gedaan op de uitkering en 18 maanden na indiensttreding nog aan het werk is. 2. De uitstroompremie kan worden aangevraagd door belanghebbende vanaf de negende maand tot 1 jaar na de indiensttreding via het aanvraagformulier ‘uitstroompremie’ . 3. De hoogte van de uitstroompremie bedraagt bij een volledige uitstroom uit de uitkering maximaal € 1500,00 waarbij geldt dat deze gefaseerd wordt vastgesteld: a. over de eerste periode, van 9 maanden tot 18 maanden na uitstroom: € 750,00; b. over de volgende periode, van 18 maanden of langer na uitstroom nogmaals: € 750,00. 4. Uitbetaling van de premie vindt plaats wanneer belanghebbende
Type wijziging
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening aan de voorwaarden van lid 1 voldoet. 5. De uitstroompremie kan, vanaf datum uitstroom en indien de persoon langdurig werkloos is geweest, slechts eenmaal per 4 jaar aan dezelfde persoon worden toegekend. Artikel 9. Overige vergoedingen Voor de hieronder genoemde noodzakelijke kosten van re-integratie en plaatsing op arbeid kunnen éénmalig vergoedingen “om niet” worden verstrekt aan werkgever of klant tot een maximum van 1500 euro. Het gaat hierbij onder meer om de volgende kosten: a. kosten voor werkkleding; b. reiskosten; c. studiekosten. Artikel 10. Vrijlating van inkomsten 1. Om voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in de Participatiewet artikel 31 tweede lid onder n in aanmerking te komen, moet er in ieder geval sprake zijn van: a. de door belanghebbende te verrichten arbeid is door een rapportage vastgesteld dat deze een bijdrage levert aan de arbeidsinschakeling van belanghebbende; b. de belanghebbende ontvangt inkomsten uit arbeid, waarbij de werkzaamheden na de ingangsdatum van de uitkering zijn begonnen, en; c. de inkomsten uit arbeid zijn in een periode van vier opeenvolgende weken verdiend. 2. Aan het voorschrift opgenomen in lid 1 sub c hoeft slechts één keer te worden voldaan.
Als deze periode van vier opeenvolgende weken is bereikt, begint de periode van inkomstenvrijlating met terugwerkende kracht ingaande de datum van aanvang van bedoelde vier weken.
Pagina 14 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 aan de voorwaarden van lid 1 voldoet. 5. De uitstroompremie kan, vanaf datum uitstroom en indien de persoon langdurig werkloos is geweest, slechts eenmaal per 4 jaar aan dezelfde persoon worden toegekend. Artikel 7. Overige vergoedingen Voor de hieronder genoemde noodzakelijke kosten van re-integratie en plaatsing op arbeid kunnen éénmalig vergoedingen “om niet” worden verstrekt aan werkgever of klant tot een maximum van 1500 euro. Het gaat hierbij onder meer om de volgende kosten: a. kosten voor werkkleding; b. reiskosten; c. studiekosten. Artikel 8. Vrijlating van inkomsten 1. Om voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub n Pw in aanmerking te komen, moet er in ieder geval sprake zijn van: a. de door belanghebbende te verrichten arbeid is door een rapportage vastgesteld dat deze een bijdrage levert aan de arbeidsinschakeling van belanghebbende; b. de belanghebbende ontvangt inkomsten uit arbeid, waarbij de werkzaamheden na de ingangsdatum van de uitkering zijn begonnen; en c. de inkomsten uit arbeid zijn in een periode van vier opeenvolgende weken verdiend. Indien het in het voordeel is van belanghebbende kan ervoor gekozen worden om de periode van vier opeenvolgende weken in te laten gaan vanaf de eerste van de maand volgend op de in diensttreding. 2.
Aan het voorschrift opgenomen in lid 1 sub c hoeft slechts één keer te
Type wijziging
Geen
Inhoudelijk Reden: Praktischer in de uitvoering Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening 3. De inkomstenvrijlating wordt achteraf vastgesteld en toegekend door het college.
Artikel 11. Individuele studietoeslag 1. De hoogte van de toeslag wordt gelijkgesteld met het maximale jaarbedrag voor een vrijwilligersvergoeding dat door de gemeente en Belastingdienst als inkomsten buiten beschouwing wordt gelaten. 2. De toeslag wordt betaald in twaalf gelijke maandelijkse termijnen. De bedragen worden afgerond op hele euro’s. 3. De individuele studietoeslag wordt verstrekt in de vorm van periodieke bijzondere bijstand. 4. Er wordt geen individuele studietoeslag toegekend als er sprake is van een gezamenlijke huishouding en de inkomsten en vermogen de norm overschrijden.
Artikel 12. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze regeling afwijken, indien toepassing van de regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 13. Inwerkingtreding Deze regeling treedt vanaf datum van vaststelling van de Reintegratieverordening Participatiewet Renswoude 2019 met terugwerkende kracht in werking op 1 oktober 2019.
Pagina 15 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022 worden voldaan. Als deze periode van vier opeenvolgende weken is bereikt, begint de periode van inkomstenvrijlating met terugwerkende kracht ingaande de datum van aanvang van bedoelde vier weken. 3. De inkomstenvrijlating wordt achteraf vastgesteld en toegekend door het college. Artikel 9. Individuele studietoeslag 1. De hoogte van de toeslag wordt gelijkgesteld met het de normen die zijn opgenomen in het wetsvoorstel Breed offensief. Het bedraagt € 300,- per maand voor studenten van 21 jaar en ouder. Voor studenten jonger dan 21 jaar hanteren we toepasselijk jeugdminimumloon een lager bedrag. 2. De toeslag wordt betaald in twaalf gelijke maandelijkse termijnen. De bedragen worden afgerond op hele euro’s. 3. De individuele studietoeslag wordt verstrekt in de vorm van periodieke bijzondere bijstand. 4. Er wordt geen individuele studietoeslag toegekend als er sprake is van een gezamenlijke huishouding en de inkomsten en vermogen de norm overschrijden. Komt te vervallen
Type wijziging
Inhoudelijk Reden: Anticiperend op op het wetsvoorstel Breed offensief.
Technisch Reden: Is reeds een bevoegdheid vanuit de gemeentewet
Artikel 10. Intrekking oude regeling Het Besluit ter uitvoering van de Reintegratieverordening Participatiewet Renswoude 2015 vastgesteld door het college op 8 november 2015, laatstelijk gewijzigd op 22 oktober 2019, wordt ingetrokken. Artikel 11. Inwerkingtreding Dit Besluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
Technisch Reden:
Huidige tekst (was) Besluit uitvoering van de Reintegratieverordening
Artikel 14. Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Uitvoeringsbesluit Participatiewet Renswoude 2019
Pagina 16 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels uitvoering van de Reintegratieverordening 2022
Artikel 12. Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Re-integratie Renswoude.
Type wijziging
Actualisatie van de tekst Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
– Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet Als gevolg van de notitie kwijtschelding zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. Awb: de Algemene wet bestuursrecht; b. boete: bestuurlijke boete genoemd in artikel 18a van de Participatiewet, artikel 20a Ioaw en artikel 20a Ioaz; c. bruteren: het verhogen van de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waardoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renswoude; e. fraudevordering: vordering ontstaan als gevolg van schending van de inlichtingenplicht; f. inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid Participatiewet, Pagina 17 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 Artikel 1. Definities In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. boete: bestuurlijke boete genoemd in artikel 18a van de Pw, artikel 20a IOAW en artikel 20a IOAZ; b. bruteren: het verhogen van de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waardoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; c. college het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renswoude; d. inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid Pw, artikel 13, eerste lid van de IOAW, artikel 13, eerste lid van de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; e. invorderen: het innen van de vordering; f. uitkering: de door het college verleende uitkering in het kader van de Pw, de IOAW of de IOAZ; g. verhaalsbijdrage kosten van de uitkering die worden verhaald op een onderhoudsplichtige zoals
Technisch Reden: Verbeterde formulering Verplaatsen van begrippen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet artikel13,eerste lid van de Ioaw, artikel 13, eerste lid van de Ioaz en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; g. invorderen: het innen van de vordering; h. Ioaw: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; i. Ioaz: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; j. PW: Participatiewet k. uitkering: de door het college verleende uitkering in het kader van de Participatiewet, deWwb, de Ioaw of de Ioaz; l. verhaalsbijdrage; kosten van de uitkering die worden verhaald op een onderhoudsplichtige zoals bedoeld in paragraaf 6.5 van de Participatiewet; m. Wwb: Wet werk en bijstand. 2. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en de Awb. Artikel 2. Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot het opschorten, herzien, intrekken, terugvorderen, Pagina 18 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 bedoeld in paragraaf 6.5 van de Pw;
Artikel 2. Algemene bepaling over de bevoegdheid tot het opschorten, herzien, intrekken, terugvorderen, verrekenen,
Technisch Reden:
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet verrekenen, bruteren, invorderen en verhalen van bijstand 1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: a. het opschorten, herzien of intrekken van het recht op uitkering ingevolge artikel 54, derde en vierde lid Participatiewet en artikel 17, derde en vierde lid van de Ioaw en Ioaz, indien de uitkering ten onrechte, dan wel tot een te hoog bedrag is verleend; b. het terugvorderen, zoals dit haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de Ioaw en Ioaz toekomt; c. het verrekenen van de bijstand zoals dit haar op grond van artikel 58, vierde lid van de Participatiewet, alsmede artikel 25, vierde lid van de Ioaw en Ioaz toekomt; d. het verrekenen van de vordering van de Participatiewet, Ioaw- of Ioaz-uitkering, zoals dithaar op grond van artikel 60, derde lid Participatiewet alsmede artikel 28, derde lid Ioaw ofIoaz toekomt; e. het bruteren van de vordering; f. het invorderen van de vordering via een dwangbevel, zoals dit haar op grond van artikel60, tweede lid van de Participatiewet alsmede artikel 28, eerste lid Ioaw en Ioaz toekomt; en g. het verhalen van kosten van de uitkering, zoals bedoeld in paragraaf 6.5 van de Participatiewet. 2.
De bevoegdheden genoemd in eerste lid, onderdelen a tot en met g gelden voor het college als algemene verplichtingen behoudens de in deze
Pagina 19 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 bruteren, invorderen en verhalen van bijstand 1. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot: a. het opschorten, herzien of intrekken van het recht op uitkering ingevolge artikel 54, derde en vierde lid Pw en artikel 17, derde en vierde lid van de IOAW en IOAZ, indien de uitkering ten onrechte, dan wel tot een te hoog bedrag is verleend; b. het terugvorderen, zoals dit is opgenomen artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Pw alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ; c. het verrekenen van de bijstand zoals dit is opgenomen in artikel 58, vierde lid van de Pw, alsmede artikel 25, vierde lid van de IOAW en IOAW; d. het verrekenen van de vordering van de Pw, IOAW- of IOAZ-uitkering, zoals dit is opgenomen in artikel 60, derde lid Pw alsmede artikel 28, derde lid IOAW of IOAZ; e. het bruteren van de vordering; f. het invorderen van de vordering via een dwangbevel, zoals dit is opgenomen in artikel 60, tweede lid van de Pw alsmede artikel 28, eerste lid IOAW en IOAZ; en g. het verhalen van kosten van de uitkering, zoals dit is opgenomen in paragraaf 6.5 van de Pw. 2. De bevoegdheden genoemd in eerste lid, onderdelen a tot en met g gelden voor het college als algemene verplichtingen behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen.
Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet beleidsregels beschreven uitzonderingen. Artikel 3. Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onderdeel b vordert het college een door haar na ontvangst van een signaal over ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook na zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden. 2. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid onderdeel b stelt het college, voor zover de vordering is ontstaan als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht bestaande uit het gedurende een langere periode beschikken over een geringe overschrijding van het vrij te latenbescheiden vermogen, deze vordering vast op het bedrag dat zou zijn teruggevorderd indien de belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht zou hebben voldaan. 4.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid onderdeel e ziet het college af van bruteringindien sprake is van een vordering, die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem dit niet kan worden verweten dat Pagina 20 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022
Artikel 3. Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, onderdeel b vordert het college, na ontvangst van een signaal, een ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook na zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden. 2. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid onderdeel b stelt het college, voor zover de vordering is ontstaan als gevolg van het schenden van de inlichtingenplicht bestaande uit het gedurende een langere periode beschikken over een geringe overschrijding van het vrij te laten bescheiden vermogen, deze vordering vast op het bedrag dat zou zijn teruggevorderd indien de belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht zou hebben voldaan. 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, eerste lid onderdeel e ziet het college af van brutering indien sprake is van een vordering, die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem dit
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft. Artikel 4. Kruimelbedragen Het college ziet af van het nemen van een besluit tot terugvordering, indien het terug te vorderen bedrag na beëindiging van de uitkering, lager is dan € 50,- tenzij: a. er nog andere vorderingen op de belanghebbende openstaan; b. verrekening mogelijk is; of c. sprake is van terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht. Artikel 5. Algemeen 1. Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en/of het besluit boeteoplegging en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van zes weken. 2. Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit en/of boetebesluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij de volgende punten: a. de hoogte van (het saldo van) de vordering; b. de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen;. c. de datum waarop de betalingsverplichting ingaat; d. de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 van de Awb een betalingsregeling te treffen; e. de rechtsgevolgen bij nietnakoming van de Pagina 21 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft Artikel 4. Kruimelbedragen Het college ziet af van het nemen van een besluit tot terugvordering, indien het terug te vorderen bedrag na beëindiging van de uitkering, lager is dan € 150,- tenzij: a. er nog andere vorderingen op de belanghebbende openstaan; b. verrekening mogelijk is; c. sprake is van terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht. Artikel 5. Algemeen 1. Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering of het besluit boeteoplegging en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van zes weken. 2. Het gelijktijdig met het terugvorderingsbesluit of boetebesluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij de volgende punten: a. de hoogte van (het saldo van) de vordering; b. de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen; c. de datum waarop de betalingsverplichting ingaat; d. de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen zes weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4:87 van de Awb
Inhoudelijk Reden: Verlaging van de regeldruk voor de uitvoering Soepeler richting de inwoners
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet betalingsverplichting als beschreven in afdeling4.4.2 Awb over verzuim en wettelijke rente en afdeling 4.4.4 Awb over aanmaning en invordering bij dwangbevel f. de vermelding dat het aangaan van nieuwe schuldverplichtingen niet leidt tot een nieuwevaststelling van een opgelegde betalingsverplichting behoudens bijzondere onvoorziene omstandigheden.
Artikel 6. Verrekening 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de Participatiewet en artikel 28, tweede lid van de Ioaw en Ioaz en ongeacht de in artikel 5 genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een uitkering in het kader van de Ioaw of Ioaz. 2. Bij beëindiging van de uitkering wordt het recht op vakantietoeslag en eventuele nog te betalen bijstand/uitkering verrekend met de openstaande vordering(en) en/of de boetes. Artikel 7. Uitstel van betaling 1. Het college verleent uitstel van betaling indien haar ambtshalve dan wel op basis Pagina 22 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 een betalingsregeling te treffen; e. de rechtsgevolgen bij nietnakoming van de betalingsverplichting als beschreven in afdeling 4.4.2 Awb over verzuim en wettelijke rente en afdeling 4.4.4 Awb over aanmaning en invordering bij dwangbevel; f. de vermelding dat het aangaan van nieuwe schuldverplichtingen niet leidt tot een nieuwe vaststelling van een opgelegde betalingsverplichting behoudens bijzondere onvoorziene omstandigheden. Artikel 6. Verrekening 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de Pw en artikel 28, tweede lid van de IOAW en IOAZ en ongeacht de in artikel 5 lid 1 genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ. 2. Bij beëindiging van de uitkering wordt het recht op vakantietoeslag en eventuele nog te betalen bijstand/uitkering verrekend met de openstaande vordering(en) of de boetes.
Artikel 7. Uitstel van betaling 1. Het college verleent uitstel van betaling indien haar ambtshalve dan wel op basis
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde termijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan. 2. Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat belanghebbende deze aflossingscapaciteit aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college aan de verlening van (verder)uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende indien hij over vermogen beschikt dan wel komt te beschikken, dit vermogen – voor zover dit meer bedraagt dan € 1.500,00 - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 4. Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid wordende vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten; 5. Het uitstel wordt ingetrokken indien de belanghebbende de nader overeengekomen aflossing niet nakomt. Artikel 8. Volgorde van invordering 1. Het college vordert de vorderingen op volgorde van boete, fraudevordering, overige vorderingen en geldlening in zolang de belanghebbende Pagina 23 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 van een gemotiveerd verzoek van belanghebbende duidelijk is dat belanghebbende geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde termijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan. 2. Voor zover belanghebbende beschikt over aflossingscapaciteit verbindt het college aan het verleende uitstel de voorwaarde dat belanghebbende deze aflossingscapaciteit aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat belanghebbende indien hij over vermogen beschikt dan wel komt te beschikken, dit vermogen – voor zover dit meer bedraagt dan € 1.500,00 - aanwendt ter aflossing van de openstaande schuld. 4. Bij de vaststelling of belanghebbende over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten. 5. Het uitstel wordt ingetrokken indien de belanghebbende de nader overeengekomen aflossing niet nakomt.
Artikel 8. Volgorde van invordering 1. Het college vordert de vorderingen op volgorde van boete, fraudevordering, overige vorderingen en geldlening in zolang de belanghebbende
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet geen verzoek heeft gedaan op grond van artikel4:92,tweede lid van de Awb. 2. Van het gestelde in het eerste lid wordt afgeweken: a. bij beslaglegging door een derde schuldeiser wegens wettelijk preferente vordering, dan wordt eerst de (fraude)vordering ingevorderd; b. als brutering van de (fraude)vordering voorkomen kan worden door eerst de (fraude)vordering in te vorderen; c. als het restant van de (fraude)vordering(en) in minder dan zes maandelijkse termijnen vanaf de datum van boeteoplegging zal zijn voldaan.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 geen verzoek heeft gedaan op grond van artikel 4:92, tweede lid van de Awb. 2. Van het gestelde in het eerste lid wordt afgeweken: a. bij beslaglegging door een derde schuldeiser wegens wettelijk preferente vordering, dan wordt eerst de (fraude)vordering ingevorderd; b. als brutering van de (fraude)vordering voorkomen kan worden door eerst de (fraude)vordering in te vorderen; c. als het restant van de (fraude)vordering(en) in minder dan zes maandelijkse termijnen vanaf de datum van boeteoplegging zal zijn voldaan.
Artikel 9. Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een uitkering 1. Indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz bedraagt de aflossingscapaciteit 6% (met ingang van de inwerking treding van de wet vereenvoudiging beslagvrije voet 5%) van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5, derde lid en volgende van de Ioaw en Ioaz per maand inclusief vakantietoeslag, maar niet meer dan het bedrag dat in
Artikel 9. Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbende met een uitkering 1. Indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de Pw, de IOAW of de IOAZ bedraagt de aflossingscapaciteit 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5, derde lid en volgende van de IOAW en IOAZ per maand inclusief vakantietoeslag, maar niet meer dan het bedrag dat in gevolge het bepaalde in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Pagina 24 van 48
Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet gevolge het bepaalde in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voorbeslag in aanmerking zou komen. 2. In geval van beslaglegging door een derde, kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel 10. Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Participatiewet, Ioaw of Ioaz en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz. 1. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende minimaal zes maanden na de verzenddatum van dit besluit gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de uitkeringsperiode. 2. Indien tijdens het nemen van het terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Ioaw of Ioaz, wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld aan de hand van de draagkracht van belanghebbende. Het bedrag naar draagkracht wordt berekend aan de hand van de Pagina 25 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 voorbeslag in aanmerking zou komen. 2. In geval van beslaglegging door een derde, kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Artikel 10. Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Pw, IOAW of IOAZ en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de Pw, de IOAW of de IOAZ 1. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende minimaal zes maanden na de verzenddatum van dit besluit gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de uitkeringsperiode. 2. Indien tijdens het nemen van het terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Pw, IOAW of IOAZ, wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld aan de hand van de draagkracht van belanghebbende. Het bedrag naar draagkracht wordt berekend aan de hand van de “draagkrachtberekening bij terugvordering”.
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet “draagkrachtberekening bij terugvordering”. 3. In afwijking van het gestelde in het tweede lid wordt met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt. Artikel 11. Rente en kosten 1. Er wordt geen wettelijke rente in rekening gebracht. 2. Als een derde partij de invordering overneemt of uitvoert, zullen de in verband daarmee gemaakte kosten op belanghebbende worden verhaald. Artikel 12. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college 1. Als uit een signaal van het inlichtingenbureau blijkt dat het inkomen van belanghebbende is gewijzigd met een bedrag van tenminste € 300,00 bruto per maand wordt een onderzoek ingesteld naar een mogelijke wijziging van de aflossingscapaciteit. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit wordt berekend aan de hand van de “draagkrachtberekening bij terugvordering”. 2. Wanneer het college als gevolg van het onderzoek besluit tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan bij beschikking in kennis gesteld. 3. In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt Pagina 26 van 48
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 3. In afwijking van het gestelde in het tweede lid wordt met een betalingsvoorstel van de belanghebbende ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt.
Artikel 11. Rente en kosten 1. Er wordt geen wettelijke rente in rekening gebracht. 2. Als een derde partij de invordering overneemt of uitvoert, zullen de in verband daarmee gemaakte kosten op belanghebbende worden verhaald. Artikel 12. Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college 1. Als uit een signaal van het inlichtingenbureau blijkt dat het inkomen van belanghebbende is gewijzigd met een bedrag van tenminste € 300,00 bruto per maand wordt een onderzoek ingesteld naar een mogelijke wijziging van de aflossingscapaciteit. De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit wordt berekend aan de hand van de “draagkrachtberekening bij terugvordering”. 2. Wanneer het college als gevolg van het onderzoek besluit tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan bij beschikking in kennis gesteld. 3. In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt
Geen
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet deze opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking. Artikel 13. Verzoek tot wijziging van een betalingsverplichting door belanghebbende 1. Belanghebbende kan een schriftelijk verzoek doen, onder bijvoeging van zijn financiële en andere relevante gegevens met bijbehorende afschriften van bewijsstukken, tot: a. wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting; b. tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting, omdat de belanghebbende meent de eerder vastgestelde periodieke betalingsverplichting niet te kunnen voldoen. 2. Na ontvangst van dit verzoek neemt het college een besluit en deelt dit aan belanghebbende mee. 3. Het verzoek tot wijziging van de betalingsverplichting schort de lopende verplichting niet op tenzij er sprake is van dringende redenen. Artikel 14. Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsregeling niet meer nakomt, wordt belanghebbende tenminste eenmaal schriftelijk aangemaand. Als belanghebbende dan nog niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet wordt een dwangbevel, als bedoeld in artikel 4:114 Awb afgegeven.