CConstaterende datRenswoude
Koppel je AI →
Document · PDF

2026 AVU Ontwerpbegroting 2026

Gemeenteraad 1 april 2025, gemeente RenswoudeBij agendapunt: Voorstel tot instemming met de Ontwerpbegroting 2026 Afval Verwijdering Utrecht (AVU)14.752 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PROGRAMMA– EN PRODUCTBEGROTING 2026 Ontwerpbegroting

Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 25 juni 2025

Inhoudsopgave Aanbieding ......................................................................................................................................4 Leeswijzer .......................................................................................................................................5 Inleiding ..........................................................................................................................................6 De AVU en de actuele afvalwereld .............................................................................................6 De AVU als aanbestedende dienst...............................................................................................7 De AVU als platform voor de gemeenten ...................................................................................9 De AVU in CirkelWaarde ...........................................................................................................9 De AVU voor kostenbesparing..................................................................................................10 Deel I: Programmabegroting 2026................................................................................................13 Inleiding ........................................................................................................................................13 Hoofdstuk 1:

Programma’s ...........................................................................................................14 Programma 1: Huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft ..............................14 Programma 2: Glas en Oud papier ............................................................................................16 Programma 3: Overhead ............................................................................................................17 Hoofdstuk 2: Financieel beleid .....................................................................................................18 §1. Omschrijving kosten en baten .............................................................................................18 §2. Meerjarenbegroting: Indexatie ............................................................................................19 §3. Meerjarenbegroting: Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing ...............................................19 §4. Meerjarenbegroting 2026-2029 ...........................................................................................21 §5. Geprognosticeerde balans 2026-2029 .................................................................................22 §6.

Verschillenanalyse ...............................................................................................................23 Hoofdstuk 3: Overige informatie ..................................................................................................24 §1. Inleiding ...............................................................................................................................24 §2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing...........................................................................24 §3. Bedrijfsvoering ....................................................................................................................25 §4. Verbonden Partijen ..............................................................................................................25 §5. Treasury c.q. financiering ....................................................................................................26 Grafiek : Ontwikkeling afvalhoeveelheden ...............................................................................30 Deel II: Productbegroting .............................................................................................................31 Inleiding ........................................................................................................................................31

2

Hoofdstuk 1: Uitgangspunten van de productbegroting ...............................................................32 Hoofdstuk 2: Hoeveelheden, tarieven en kosten...........................................................................34 §1. Hoeveelheden per AVU-deelnemer.....................................................................................34 §2. Tarieven voor AVU-deelnemers .........................................................................................35 §3. Tarieven en kosten voor huishoudelijk rest- en grof afval ..................................................36 §4. Tarieven en kosten voor gft-afval ........................................................................................37 §5. Kosten injectienaalden/oude medicijnen .............................................................................37 §6. Infrastructurele kosten .........................................................................................................38 §7.

Kosten sorteeranalyses ........................................................................................................38 Hoofdstuk 3: Beheerskosten .........................................................................................................39 Deel III: Overige activiteiten welke de AVU uitvoert ..................................................................40 Administratie kunststof verpakkingen, drankenkartons en blik ................................................40 Textiel ........................................................................................................................................40 Bijlagen .........................................................................................................................................41

3

Aanbieding Voor u ligt de begroting 2026 - 2029 van de Afvalverwijdering Utrecht. Deze geeft een getrouw beeld van de financiële verwachtingen bij de vastgestelde kaders. De omschreven hoofdtaak van de AVU - het organiseren van de verwijdering en de verwerking van de huishoudelijke afvalstoffen – wordt al jaren volgens een vaste blauwdruk uitgevoerd en is op hoofdlijnen niet aan grote veranderingen onderhevig. Dit heeft tot gevolg dat de kaders ook weinig veranderlijk zijn. Het grootste deel van de uitgaven - 98,7% -, ligt vast in de vorm van “hoeveelheden x tarieven”. Op de hoeveelheden heeft de AVU geen invloed, die worden door de gemeenten opgegeven en de tarieven liggen contractueel langjarig vast, echter wel met een mogelijkheid om te indexeren of bij te stellen als externe omstandigheden dat rechtvaardigen. De beïnvloedbare uitgaven belopen zo’n 1,3%. Echter een groot gedeelte daarvan, - zo’n 80% -, bestaat uit loonkosten en vaste lasten, welke zonder ingrijpende gevolgen voor de kleine organisatie ook niet heel beïnvloedbaar zijn. Hierdoor kan beeld ontstaan dat de begrotingen door de jaren heen ook diezelfde onveranderlijkheid als de kaders zouden laten zien. Dat is ten dele waar. De geopolitieke en de economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren zorgden al voor oplopende loonkosten in de afvalbranche en hoge energietarieven.

Heden leiden deze ook tot stagnatie van de afzet van gerecyclede grondstoffen. Het lijkt erop dat deze trend zich voortzet. Dit vertaalt zich via indexatie in hogere verwerkingstarieven voor afvalstoffen en lagere opbrengsten voor recyclebare grondstoffen. Fiscale, politiek-gestuurde maatregelen zullen de komende jaren zorgen voor fors oplopende heffingen op het verbranden van afval en op CO2-uitstoot. Deze heffingen worden contractueel doorberekend en komen dan ook rechtstreeks ten laste van de verwerkingstarieven. Bij het doen van uitspraken, aannames en schattingen op de middellange termijn om te komen tot een evenwichtige begroting voor 2026 worden alle ontwikkelingen meegenomen, voor zover deze bekend zijn of worden voorzien. De verwachting is dan ook dat de tarieven in de komende jaren zullen blijven stijgen, waarbij aangenomen wordt dat de belasting-component hiervan het leeuwendeel zal gaan uitmaken. Vermindering van de hoeveelheid te verbranden restafval en verbetering van de kwaliteit van de grondstofstromen blijven daarom de belangrijkste opdrachten voor de komende jaren.

4

Leeswijzer Deel I omvat de Programmabegroting 2026. Daarin wordt achtereenvolgens ingegaan op: • • • • •

een omschrijving van de activiteit (de “wat” vraag); de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de activiteit (de “hoe” vraag); kosten en baten; een aantal paragrafen, welke op basis van de comptabiliteitsvoorschriften (BBV) verplicht moeten worden opgenomen.

Deel II omvat de Productbegroting 2026, waarin onder meer zijn opgenomen kerngegevens en specificaties van de door de gemeenten (individueel) te betalen vergoedingen. Deel III betreft activiteiten die niet voor alle gemeenten worden uitgevoerd: de inzameling en de verwerking van textiel en overige activiteiten die niet onder de kostenverevening vallen.

Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, zijn alle in deze begroting weergegeven bedragen exclusief BTW.

5

Inleiding De AVU is de gemeenschappelijke regeling van 25 Utrechtse gemeenten1. Met een kleine bureauorganisatie die “in een notendop gezegd”, de regeling uitvoert en organiseert dat het afval dat de gemeenten inzamelen op een verantwoorde wijze wordt afgevoerd en wordt verwerkt. In de gemeenschappelijke regeling zijn de onderlinge afspraken tussen de gemeenten vastgelegd, kortom het “wat en het hoe”. De AVU betekent meer voor de gemeenten, naast het vervullen van haar basistaak adviseert zij de gemeenten over allerhande afvalonderwerpen én vergaart zij kennis op het vakgebied. Kennis, die de gemeenten weer ten goede komt.

De AVU en de actuele afvalwereld De afvalsector staat de laatste jaren onder hoge druk. Geopolitieke ontwikkelingen in de afgelopen jaren leidden al tot hoge energiekosten die samen met toegenomen personele kosten de verwerkingstarieven flink deden stijgen. Desondanks is de afzet van gft-compost op een constant niveau en kunnen het ingezamelde verpakkingsglas en oud papier ook probleemloos als grondstoffen worden afgezet na sortering en bewerking. Actueel zijn met name afzetproblemen voor de pmd- en textielsectoren. Goedbedoelde Europese en nationale politieke initiatieven om te komen tot meer circulariteit van ingezamelde grondstoffen in 2030 lijken vooralsnog te stranden en wetgeving laat op zich wachten. De stok achter de deur ontbreekt waar het gaat om het nemen van verantwoordelijkheid door producenten. Met name plastic- en textielrecyclingbedrijven hebben moeite om het hoofd boven water te houden, meerdere zijn er al omgevallen. Bedrijven die vol goede intenties waren gericht op circulariteit. Of het nou gaat om het recyclen van plastic verpakkingen, of om de keten van gedragen kleding en textiel, het is van essentieel belang dat zowel op Europees als nationaal niveau de urgentie van deze problematiek wordt erkend.

Gemeenten spelen hierbij een rol, bijvoorbeeld in het informeren van inwoners over het scheiden van plastic verpakkingen of over de noodzaak van de keuze voor kwaliteitskleding boven goedkope, snel geproduceerde troep. Een stijgende vraag naar gerecycled pmd en textiel zal de keten vervolgens een impuls geven en positieve effecten hebben tot en met de gemeentelijke inzameling. Factoren die deze vraag positief beïnvloeden zijn wetgeving, een betere kwaliteit van grondstoffen en de vraag naar producten waarin gerecyclede grondstoffen zijn verwerkt door de consumenten. Wereldwijd zijn er initiatieven om te komen tot efficiënt grondstofgebruik en duurzame afvalverwerking. Deze ontwikkeling is cruciaal omdat wereldwijd de gemiddelde levensstandaard de komende decennia eerst zal toenemen. In de meer welvarende landen hebben we inmiddels geleerd dat meer welvaart eerst meer afval betekent, vooral het aantal kort-cyclische producten neemt toe. Er wordt overigens wel een punt bereikt in de welvaartsontwikkeling waarbij de hoeveelheid restafval zich stabiliseert, maar wereldwijd zal er dus in de komende periode eerst meer afval zijn. De vrees bestaat dat de lineaire economie die wereldwijd nog de boventoon voert, zal leiden tot tekorten aan grondstoffen.

Het is daarom belangrijk dat er instrumenten worden ontwikkeld die ertoe leiden dat meer welvaart betekent dat er juist minder afval komt en dat

1

De gemeente Vianen is na de herindeling met de gemeenten Leerdam en Zederik tot gemeente Vijfheerenlanden per 1/1/2021 geen AVU-deelnemer meer. Deze gemeente neemt nu deel in de g.r. Gevudo.

6

circulariteit en duurzaamheid als sleutelwoorden bij de verwerking van het afval de hoogste prioriteit krijgen. Overheden moeten kritischer worden en zullen met wetgeving en gerichte aanpak de problematiek met betrekking tot de afvalfase van producten moeten oplossen. Dat alle ketenpartners hierbij een grote verantwoordelijkheid hebben, moge duidelijk zijn. Zo kennen we de in Nederland afvalstoffenbelasting op iedere ton te verbranden afval en Europees de CO2-heffing welke ook bij afvalverwerking is opgelegd en financiële consequenties gaat krijgen vanaf 2026. Buiten het feit dat het niet meer dan normaal is om ernaar te streven zo min mogelijk afval te produceren en te verbranden uit het oogpunt van duurzaamheid, is dit ook economisch gezien belangrijk. Als met dit soort maatregelen een omslag in denken wordt bereikt en voor producenten al dan niet gedwongen door uitgebreide producenten verantwoordelijkheid (UPV) in de fabricage en samenstelling van producten én in de wijze waarop in de afvalfase ervan met die producten duurzaam en circulair het uitgangspunt wordt, is dat wereldwijde winst. De AVU zet zich in om bij te dragen aan deze ontwikkelingen in de afvalwereld (zie ook bladzijde 9: De AVU in CirkelWaarde).

De AVU als aanbestedende dienst De basistaak van de AVU, het afvoeren en verwerken van het door 25 Utrechtse gemeenten ingezamelde afval bestaat uit het overslaan het afval uit de kraakperswagen in grote transportvrachtwagens of in schepen, waarna het naar de verwerkers gaat. Het plaatje laat zien waar het afval van de AVU-gemeenten wordt overgeslagen. De overslagwerkzaamheden in Utrecht zijn uitbesteed aan AVR, dit bedrijf is ook eigenaar van deze overslaglocatie. Deze opdracht wordt periodiek Europees aanbesteed. Zowel in Amersfoort als in Ede is met respectievelijk ROVA (AVU is

7

aandeelhouder) en BV Afvaloverslag (een gezamenlijke BV van AVU en ACV Ede) een dienstverleningsovereenkomst gesloten voor de overslag en het transport naar de verwerkers, dat betekent dat deze werkzaamheden niet worden aanbesteed. Voor de verwerking van huishoudelijk restafval en grof huishoudelijk restafval is een overeenkomst gesloten met de bedrijven AVR en Attero die voor deze opdracht een combinatie hebben gevormd. Het huishoudelijk restafval dat in Utrecht wordt overgeslagen, wordt verwerkt door AVR in Rozenburg, het huishoudelijk restafval van de overslagen Amersfoort en Ede wordt verwerkt door Attero in Wijster. Het grof huishoudelijk restafval van alle gemeenten wordt onder de verantwoordelijk van AVR en Attero in onderaanneming verwerkt door Renewi in Nieuwegein.

Het gft-afval wordt verwerkt door Attero, op 2 locaties. Het gft-afval van de overslagen Amersfoort en Ede wordt (deels) vergist en gecomposteerd in Wilp en het gft-afval dat in Utrecht wordt overgeslagen wordt in Wijster tot compost verwerkt. Daarnaast organiseert de AVU de verwijdering van door inwoners bij apotheken of milieustraten ingeleverde oude medicijnen en injectienaalden. Deze dienstverlening is opgezet om te voorkomen dat deze afvalstoffen in het restafval, in andere afvalstromen of op straat terechtkomen en om te voorkomen dat deze via bijvoorbeeld de riolering in het milieu terechtkomen. Stadsbedrijven Utrecht verzorgt deze dienstverlening voor de AVU op basis van een dienstverleningsovereenkomst. Oude medicijnen en injectienaalden worden op afroep opgehaald bij milieustraten, apotheken en apotheekhoudende huisartsen. De verwerking ervan wordt door Renewi gedaan. Ook glas en oud papier behoren tot de aan de AVU overgedragen afvalstromen. De inzameling van het glas uit de glascontainers wordt voor 14 gemeenten uitgevoerd door Stadsbedrijven Utrecht, op basis van een dienstverleningsovereenkomst met de AVU. Voor de overige gemeenten wordt de glasinzameling verzorgd door ROVA, RMN of ACV. Het glas wordt op basis van een contract

8

verwerkt door het bedrijf Maltha in Heijningen. Voor de inzameling van het oud papier heeft de AVU een contract met het bedrijf Remondis. Gemeenten die niet zelf de inzameling in eigen beheer of op een andere wijze laten verzorgen, kunnen hiervan gebruikmaken. Het oud papier wordt op basis van een contract in de regio verwerkt door het bedrijf Smurfit Kappa op de locatie Renkum. Andere afval- en grondstofstromen vallen buiten de regeling, maar ook die kan de AVU overnemen op verzoek van de gemeenten. De AVU besteedt de contracten voor inzamelmiddelen, transport en verwerking periodiek Europees aan en beheert deze vervolgens voor de gemeenten. Het blijven echter wel contracten tussen de gemeenten en de opdrachtnemers. Voorbeelden hiervan zijn de textielcontacten van 11 AVU-gemeenten en de contracten voor de afvoer en de verwerking van de milieustraatstromen voor inmiddels 9 gemeenten. Tevens draagt de AVU zorg voor de financiële afwikkeling, wat inhoudt dat de opdrachtnemers dienen te worden betaald en dat de kosten en (in het geval van glas en oud papier) de opbrengsten worden doorberekend aan de gemeenten. Hiervoor wordt naast de financiële administratie ook een registratie van hoeveelheden bijgehouden.

De AVU als platform voor de gemeenten Gemeenten staan voor de uitdaging om hun bijdragen te leveren aan diverse maatschappelijk relevante en gewenste transities met als gemeenschappelijk doel een duurzame samenleving. Bij de transitie van het afvalbeheer leggen de gestelde duurzaamheidsdoelen, kwaliteitseisen van de te recyclen grondstoffen en fiscale maatregelen van de Rijksoverheid op het verbranden van afval forse druk op de beleids- én financiële capaciteit van de gemeenten. Tegelijk worden er steeds hogere eisen gesteld aan de duurzaamheid van het huishoudelijk afvalbeheer, een wettelijke zorgplicht van elke gemeente. Transities stoppen niet bij de grenzen van de eigen organisatie, de sector of markt. Het sleutelwoord blijkt telkens weer samenwerking te zijn. Samenwerking is het fundament, niet om veranderingen het hoofd te bieden, maar om deze met open vizier tegemoet te treden en te omarmen. Samenwerking in AVU-verband op de huidige provinciebrede schaal, biedt goede kansen en mogelijkheden om zowel bestuurlijk, strategisch als operationeel in te spelen op de actuele en toekomstige ontwikkelingen van de afval- en grondstoffenketen, ervaringen te delen en gezamenlijk initiatieven te ontplooien.

De AVU is daarmee voor de deelnemende gemeenten het samenwerkingsplatform waar het de afvalketen betreft en wil zich door ontwikkeling zodanig positioneren dat dit platform in de toekomst van toegevoegde waarde blijft voor zowel gemeenten als publieke inzamelorganisaties.

De AVU in CirkelWaarde Om de ontwikkelingen te begrijpen, aan de discussies deel te nemen, een mede-bepaler van het landelijk beleid te zijn én tegenwicht te bieden aan de afvalverwerkers en de producenten op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau, moet “publieke massa” worden gecreëerd. Daarom heeft de AVU samen met de partner-organisaties ROVA (regio Zwolle) en Circulus (regio DeventerApeldoorn) de samenwerking CirkelWaarde opgezet, een samenwerking gebaseerd op kennisvergaring en het verwaarden van grondstofstromen, waarin gezamenlijk vorm en inhoud

9

wordt gegeven aan duurzaamheid en aan de Circulaire Economie. Deze samenwerking strekt zich uit over 59 gemeenten, met gezamenlijk ongeveer 2,55 miljoen inwoners. De focus ligt met name voor circulariteit op keukenafval en gft, oud papier, AEEA, textiel, en luiers. Voor restafval worden de verschillende bestaande en nieuwe technieken zorgvuldig gemonitord. Het uiteindelijke doel is het duurzaam en verantwoordelijk verwerken van afval, hergebruik en effectief recyclen van afval en grondstoffen en het voorkomen van afval door afvalpreventie-campagnes. Naar de markt toe is CirkelWaarde een samenwerking die eenheid en expertise uitstraalt én van een onderscheidende grootte is voor wat betreft het aantal gemeenten dat wordt vertegenwoordigd. Meer efficiency wordt nog toegevoegd met het bundelen van dezelfde aanbestedingsopdrachten voor de 3 CirkelWaarde-partners. Er is veel marktkennis nodig om de afvalsector en de ontwikkelingen te volgen en te begrijpen. In CirkelWaarde is de expertise van drie organisaties daartoe gebundeld. Met deze gecombineerde kennis kunnen contracten met externe partijen, zoals onder andere aanbestedingen, in eigen beheer efficiënt en strategisch inhoudelijk slim worden opgezet. Ook blijft de verworven kennis die ten behoeve van de aanbestedingen wordt vergaard, behouden voor de drie organisaties.

Gezamenlijke aanbestedingen zijn ook goedkoper en de drie organisaties staan samen sterker ten opzichte van marktpartijen waardoor lagere tarieven kunnen worden behaald en duurzaamheidseisen kunnen worden gesteld. Een gezamenlijke aanbesteding van de grote afvalcontracten biedt dan ook de gelegenheid om meer volume in de markt te zetten op een wijze waardoor beter gebruik gemaakt kan worden van de behoefte van de markt én om eisen met name op het gebied van duurzaamheid te formuleren. Het gezamenlijk aanbesteden met de CirkelWaarde-partners vermindert de werkdruk bij de AVU. Voor de AVU blijft er hierdoor meer tijd over om de gemeenten te adviseren en te ondersteunen bij het afvalbeleid. Via CirkelWaarde nemen de medewerkers van de drie organisaties deel in activiteiten van landelijk opererende organisaties (NVRD, VNG, BKN) en zijn zij aanspreekpunt voor organisaties als het CBS, en het Ministerie van IenW. Dit “netwerken” stelt de medewerkers in staat te participeren in en te anticiperen op bepaalde ontwikkelingen en invloed te hebben op die ontwikkelingen. Een recent voorbeeld is de betrokkenheid van CirkelWaarde in het overleg over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). De AVU onderhoudt met de CirkelWaardepartners inmiddels dan ook een uitgebreid relatienetwerk met overheden en andere organisaties.

De AVU legt met CirkelWaarde in de regio verbindingen tussen kennisinstituten, brancheorganisaties, nonprofitorganisaties en het bedrijfsleven ter bevordering en ontwikkeling van de Circulaire Economie en afvalpreventie.

De AVU voor kostenbesparing Kostenbesparing op de verwerkingskosten Met een bruto overhead van 1,3% (beheerskosten) liggen de meeste kansen voor kostenbesparingen bij de overige 98,7% van de begroting, de verwerkingskosten. Omdat de tarieven contractueel meerjarig vastliggen, zullen besparingen moeten worden gevonden in het terugdringen van de hoeveelheden afval. Als gevolg van de toenemende kostendruk door het jaarlijks verhogen van de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing op iedere ton afval die wordt verbrand - zie blz. 19 -, is het terugdringen van de hoeveelheid te verbranden restafval één van de meest efficiënte kostenbesparingen. Weliswaar kunnen bij aanbestedingen soms lagere (maar som ook hogere)

10

tarieven worden behaald, echter deze gelden slechts voor een meerjarige periode. Lagere hoeveelheden te verbranden afval zijn over het algemeen blijvend. De achterliggende jaren laten zien dat de hoeveelheden restafval, grof restafval en gft-afval al jaren min of meer constant zijn en dat deze zonder additionele maatregelen niet fors zullen verminderen, de grafiek op bladzijde 30 laat hierover geen misverstand bestaan. Hoeveelheden zijn afhankelijk van het gemeentelijke afvalbeleid. Daar gaat de AVU niet over. Een aanbeveling kan echter wel zijn om per gemeente te onderzoeken of er beleidsmaatregelen kunnen worden getroffen om de hoeveelheid door inwoners aangeboden afval te verminderen. Te denken is dan aan : ● Preventie, het voorkomen van afval; ● Verbetering van het afvalscheidingsgedrag, stimuleren van hergebruik; ● Sturing door drempelverhoging zoals “omgekeerd inzamelen”; ● Beprijzing van afval, diftar. Wel is belangrijk om bij iedere maatregel die wordt getroffen te beseffen dat de kwaliteitseisen die aan de verschillende deelstromen (grondstoffen) zoals pmd, oud papier en karton, glas en gft worden gesteld, - bijvoorbeeld ten aanzien van het vervuilingspercentage -, steeds hoger worden.

De onbedoelde en ongewenste neveneffecten van maatregelen om de hoeveelheid restafval terug te dringen zijn dikwijls een toenemende vervuiling van deze deelstromen waardoor grote hoeveelheden worden afgekeurd omdat deze dan niet meer geschikt zijn voor recycling en uiteindelijk toch weer als restafval worden verwerkt. Kostenbesparing door taakoverdracht In veel gevallen kent gemeentelijk beleid dezelfde uitgangspunten, met de Wet Milieubeheer en het Landelijk Afvalstoffen Plan als de twee voornaamste pijlers. Er is hierover veel kennis bij de AVU en binnen CirkelWaarde. Ook beleidskennis. In de huidige organisatiestructuur van de AVU past het nog niet, maar wat als de AVU zou uitbreiden en voor de gemeenten op verzoek (delen van) het beleidswerk over zou nemen, bijvoorbeeld op projectbasis? Een besparing voor de gemeenten op beleidsuren, omdat collectief op te stellen beleid voor een aantal gemeenten minder uren vraagt dan nodig zijn om de som van het individueel beleid per gemeente te ontwikkelen. Naast het feit dat bespaard kan worden op personeelskosten bij gemeenten, geldt ook dat hiermee een arbeidsmarktprobleem kan worden opgelost. Het is tegenwoordig immers niet meer zo eenvoudig om vacatures in te vullen.

Kostenbesparing door CirkelWaarde De samenwerking in CirkelWaarde maakt het mogelijk om gft onderling uit te ruilen en gebruik te maken van de gecontracteerde verwerkingslocaties van de CirkelWaardepartners. AVU en ROVA ruilen op die manier 25.000 ton gecontracteerde verwerkingscapaciteit uit en besparen hierdoor veel transportkilometers, voor de AVU zo’n 200.000 km per jaar. Goed voor het milieu én de portemonnee. Ook zijn contracten die ROVA en Circulus al in gezamenlijkheid hadden afgesloten voor de afvoer en de verwerking van de afvalstromen van de milieustraten, beschikbaar gekomen voor de AVUgemeenten. In oorsprong beheert de AVU de milieustraatstromen niet, dat doen de gemeenten zelf.

11

Aan de AVU-gemeenten wordt nu de mogelijkheid geboden dat CirkelWaarde de milieustraatstromen onderbrengt bij de reeds gecontracteerde transporteurs en verwerkers of nieuwe contracten sluit. CirkelWaarde besteedt die contracten periodiek aan. Maatwerk voor gemeenten, met plaatselijke of regionale transporteurs en verwerkers blijft mogelijk, CirkelWaarde ontzorgt de gemeenten en voert de contractonderhandelingen. Voor de AVU-gemeenten blijft de AVU het vertrouwde aanspreekpunt. 12 gemeenten maken reeds gebruik van deze mogelijkheid en hebben daardoor flinke kostenbesparingen gerealiseerd. CirkelWaarde onderzoekt ook een vorm van aanbesteden in meerdere kleinere percelen in een opvolgende reeks, waardoor de verwerkingstarieven minder gevoelig zullen zijn voor prijsschommelingen en er een tarief ontstaat dat zich tussen een maximum- en een minimumtarief beweegt. AVU, Circulus en ROVA willen aldus het afval “bundelen” en verdelen in meerdere kleinere percelen waarbij de verwachting is dat er meerdere inschrijvers zullen zijn. Jaarlijks wordt er een klein perceel op de markt aangeboden en geldt de aanname dat bij meerdere inschrijvers er als gevolg van concurrentie marktconforme of iets gunstiger verwerkingstarieven zullen worden aangeboden.

Wanneer op basis van de marktomstandigheden onverhoopt tóch ongunstige verwerkingstarieven worden verwacht, kan ervoor worden gekozen nog een jaar te wachten en het betreffende contract te verlengen. Deze wijze van “gespreid” aanbesteden garandeert echter niet telkens de laagste tarieven. Het probleem van aanbesteden is altijd dat de aanbestedende dienst afhankelijk is van de verwerkingstarieven op het moment van aanbesteding en daar altijd enkele jaren aan vastzit. Het “spelen” met de markt bevordert de kans op gunstige, marktconforme verwerkingstarieven, maar garandeert dit niet. Soms kan het zijn dat een contract gewoonweg aanbesteed móet worden, echter dan is de invloed op de tarieven van de andere contracten juist niet zo groot, omdat het om een beperkte hoeveelheid afval gaat. Tenslotte biedt deze vorm van aanbesteding wel de kans om met kleinere hoeveelheden afval de duurzaamheidsontwikkelingen te volgen en innovatie mogelijk te maken. Met grote volumes is dat lastiger omdat innovatie vrijwel altijd kleinschalig begint. In gesprek De verschillende mogelijkheden voor kostenbesparingen zullen door het Dagelijks Bestuur worden voorgelegd aan het algemeen Bestuur, waarna voorstellen met de gemeenten zullen worden besproken. Participatie in het proces is hierbij een belangrijke slagingsfactor.

12

Deel I: Programmabegroting 2026 Inleiding De programmabegroting omvat in feite de kaders waarbinnen de AVU opereert, zijnde de contracten én de bedrijfsvoering. Aanbestedingen met een looptijd van circa 4 jaar of langer en de mogelijkheid om te verlengen, garanderen stabiliteit in de begrotingen. Grote veranderingen in de contractafspraken met betrekking tot de afvalstromen of wijziging ervan door externe factoren worden, indien deze tijdig bekend zijn, in de begrotingen verwerkt of er vinden na vaststelling van de begrotingen begrotingswijzigingen plaats. Huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval Er worden voor 2026 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent deze afvaldeelstromen die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de begroting. Voor 2026 bedraagt de CO2-heffing € 5,00 per ton te verbranden afval en deze zal gaan oplopen tot € 43,00 in 2030. Glas Er worden voor 2026 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent deze deelstroom die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de productbegroting. Oud papier Er worden voor 2026 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent deze deelstroom die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de productbegroting. Huishoudelijk textiel 12 AVU-gemeenten hebben een textielcontract dat collectief door de AVU is aanbesteed.

In 2024 zijn de contractuele voorwaarden als gevolg van de malaise in de textielketen fors naar beneden bijgesteld. Voor 2026 worden geen grote tariefsschommelingen met betrekking tot de opbrengst verwacht. Omdat de textiel geen aan de AVU overgedragen afval- of grondstofstroom is, wordt deze nog niet opgenomen in de programma- en de productbegroting voor 2026. De AVU streeft ernaar de deelstroom textiel uiteindelijk in beheer te krijgen overgedragen van de gemeenten. AVU-bedrijfsvoering Er worden voor 2026 geen wijzigingen voorzien in de AVU-bedrijfsvoering die van invloed kunnen zijn op de productbegroting. Relatie met de productbegroting De geraamde uitgaven in de programmabegroting, worden in de productbegroting nader gespecificeerd.

13

Hoofdstuk 1: Programma’s Programma 1: Huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft Wat te doen In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat de AVU zorgdraagt voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van het door de gemeenten ingezamelde huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval. Realisatie (hoe) De AVU heeft op 1 januari 2026 de volgende contracten voor de verwerking van huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval: Afvalverwerking Omschrijving

Contract

Verwerking restafval en grof restafval Verwerking gft

Ingang

Einde

Verlenging Einde na verlenging

AVR-Attero 1-1-2021

31-12-2026

2x 2 jaar

31-12-2030

Attero

31-12-2026

2x 2 jaar

31-12-2030

1-1-2021

Voor overslag en transport voor de regio’s Utrecht, Amersfoort en Veenendaal heeft de AVU een contract met AVR en als aandeelhouder DVO’s met ROVA en BV Afvaloverslag afgesloten: Afvaloverslag en -transport Omschrijving

Contract / DVO

Ingang

Einde

Verlenging Einde na verlenging

O&T restafval en gft regio I

AVR

1-1-2021

31-12-2026

2x 2 jaar

O&T restafval en gft regio II

ROVA NV

1-1-1984

Onbepaalde tijd, opzegtermijn onbepaald

O&T restafval en gft regio III

BV Afvaloverslag

1-1-2012

Onbepaalde tijd, opzegtermijn 2 jaar

31-12-2030

Met Stadsbedrijven Utrecht zijn er DVO’s afgesloten inzake de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden, maar ook voor de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. Met CirkelWaarde is de AVU een pilotproject gestart voor de verwerking van deze afvalstroom. Oude medicijnen & injectienaalden en luiers & incontinentiemateriaal Omschrijving

Contract

Ingang

Einde

Verlenging Einde na verlenging

Inzameling oude med. & inj.

Stadsbedrijven

1-1-2025

31-12-2025

5x 1 jaar

31-12-2030

Inzameling luiers en incomat.

Stadsbedrijven

1-4-2022

30-6-2026

5x 1 jaar

30-6-2031

14

Kosten en baten Overzicht van kosten en baten Kosten

●

●

Afvoer, hergebruik en verwerking van afval en grondstoffen Vereveningsregeling Advisering en ondersteuning van gemeenten Personele kosten

●

Bijdragen deelnemende gemeenten

● ● Totaal Baten Totaal

2025

2026

2027

55.211.349

59.276.146

61.027.500

-

-

-

100.000

100.000

100.000

315.500 55.626.849 55.626.849 55.626.849

323.000 59.699.146 59.699.146 59.699.146

337.000 61.464.500 61.464.500 61.464.500

Verschillenanalyse De kosten van dit programma vallen in 2026 7,3% hoger uit dan de kosten in de begroting van 2025. Deze stijging komt grotendeels voort uit de stijging van de verwerkingstarieven en kent 2 oorzaken: • De contractuele indexatie. Deze indexatie is het gevolg van de stijgende kosten voor logistiek, energie en personeel. • De CO2-heffing die in 2026 voor het eerst een netto bedrag per ton is. Vanaf 2021 t/m 2025 is deze door dispensatierechten voor de AVI’s € 0,00 geweest. Afbouw van dispensatierechten en verdere beperking van de CO2-uitstootrechten leiden per 2026 tot een netto heffing. De CO2heffing à € 4,00 per ton restafval en € 3,00 per grof huishoudelijk restafval wordt 1 op 1 doorberekend in het tarief. Beleidsindicatoren Gezien het beleidsarme karakter van de AVU-taken, zijn geen beleidsindicatoren voor dit programma geformuleerd. Wel wordt bij de aanbesteding van de opdrachten naar zoveel mogelijk duurzaamheid gestreefd, met name beperking van de CO2-uitstoot, de duurzaamheid van het verwerkingsproces, uitstoot-arm transport en de transportafstand hebben hierbij de aandacht. Daarnaast maken PSO (de Prestatieladder Sociaal Ondernemen) en/of SROI (Social Return On Investment) altijd deel uit van de gunningscriteria.

Informatie en verwijzing • De aan overslag, transport en verwerking van huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval verbonden kosten en baten zijn vermeld in hoofdstuk 2: Financieel beleid, in deel II: De productbegroting en in bijlagen 1.1 en 1.2; • Een overzicht van het ingezamelde pmd in bijlage 1.5 is slechts ter informatie opgenomen ter vaststelling van de administratieve bijdrage; • Een totaaloverzicht van de kosten wordt gegeven in bijlage 1.6.

15

Programma 2: Glas en Oud papier Wat te doen In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat de AVU zorgdraagt voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van het door de gemeenten ingezamelde glas en oud papier. Realisatie (hoe) Activiteit - omschrijving

Contract / DVO

Ingang

Einde

Verlenging

Inzameling papier

Remondis

1-1-2018

31-12-2021

5 jaar

Einde na verlenging 31-12-2026

Overslag, transport, verwerking papier

Smurfit Kappa

1-1-2022

31-12-2026

2x 1 jaar

31-12-2028

Inzameling glas

Stadsbedrijven

1-1-2018

31-12-2022

4x 1 jaar

31-12-2026

Overslag, transport, verwerking glas

Maltha

1-1-2024

31-12-2027

2x 1 jaar

31-12-2029

2026 214.006 -2.256.494 50.000 -1.992.488 -1.992.488 -1.992.488

2027 590.000 -2.632.000 50.000 -1.992.000 -1.992.000 -1.992.000

Kosten en baten Overzicht van kosten en baten Kosten

Totaal Baten Totaal

● ● ●

Inzameling en verwerking van glas Inzameling en verwerking van oud papier Personele kosten

●

Bijdragen deelnemende gemeenten

2025 149.836 -2.208.637 50.000 -2.008.801 -2.008.801 -2.008.801

Informatie en verwijzing • De aan de inzameling, transport en verwerking van glas en oud papier verbonden kosten en baten zijn vermeld in de bijlagen 1.3 en 1.4; • Ondanks de stijging van de markttarieven voor het oud papier wordt op basis van berichten vanuit de oud papiermarkt en de betrekkelijk lange periode tot 2026, de conservatieve raming voor 2025 van € 50,00 per ton ook in 2026 aangehouden; • De contractueel overeengekomen bonus (= extra opbrengst) staat gedurende de contractperiode vast en kan daarom voor 2026 worden begroot op € 40,32 per ton oud papier. Beleidsindicatoren Gezien het beleidsarme karakter van de AVU-taken, zijn geen beleidsindicatoren voor dit programma geformuleerd. Wel wordt bij de aanbesteding van de opdrachten naar zoveel mogelijk duurzaamheid gestreefd, met name beperking van de CO2-uitstoot, de duurzaamheid van het verwerkingsproces, uitstoot-arm transport en de transportafstand hebben hierbij de aandacht. Daarnaast maken PSO (de Prestatieladder Sociaal Ondernemen) en/of SROI (Social Return On Investment) altijd deel uit van de gunningscriteria.

16

Programma 3: Overhead Wat te doen Overhead betreft alle niet direct aan de programma’s toe te rekenen kosten en baten. Realisatie (hoe) Het totaal aan beheerskosten bedraagt voor 2026 € 744.000, terwijl aan baten € 137.597 wordt verwacht. Van de directeur-secretaris wordt 0,7 fte en van de projectmanager/adviseur gemeenten en de projectmanager/adviseur circulaire economie worden van beiden 1,0 fte direct aan de programma’s toegerekend, in totaal € 373.000. Daarnaast worden kosten voor inhuur van derden ten laste van de overige kosten begroot op € 100.000. Deze mogen conform de BBV ook worden toegerekend aan de programma’s. In totaal kan naar schatting € 473.000 van de beheerskosten aan de programma’s worden toegerekend, waardoor de uiteindelijke bruto-overhead op € 271.000 komt (beheerkosten minus de aan de programma’s toegerekende kosten) oftewel 0,5% van het begrotingstotaal. Na verrekening van de administratieve vergoedingen (baten) voor glas en papier en verpakkingsafval, blijft netto over € 133.403. Verschillenanalyse De totale overheadkosten in 2026 dalen licht ten opzichte van de totale overheadkosten 2025. De afname van de bureaukosten en de afname van de overige kosten dekken de stijging van de personele kosten ruimschoots. Er is daardoor een geringe daling van 1,6% te noteren ten opzichte van 2025. Kosten en baten Overzicht van kosten en baten Kosten

Totaal Baten

● ● ● ●

Personele kosten Huisvestingskosten Bureaukosten Overige kosten

● ●

Overige inkomsten Bijdragen deelnemende gemeenten

Totaal Saldo

2025 150.500 42.000 21.500 61.500 275.500 137.872 137.628 275.500

2026 162.000 43.500 8.500 57.000 271.000 137.597 133.403 271.000

2027 185.500 45.000 9.000 60.000 299.500 138.000 161.500 299.500

0

0

0

Er zijn m.b.t. de bruto-overheadkosten geen beleidsindicatoren gedefinieerd.

17

Hoofdstuk 2: Financieel beleid §1. Omschrijving kosten en baten Kosten voor overslag, transport en verwerking van huishoudelijke afval- en grondstoffen De kosten van de AVU betreffende de overslag, transport en verwerking van de afvalstoffen worden bepaald door met derden gesloten overeenkomsten. Het is gebruikelijk dat in dit soort overeenkomsten bepalingen zijn opgenomen voor een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de hand van een indexcijfer. Beheerskosten De beheerskosten bestaan voornamelijk uit uitgaven ten behoeve van het exploiteren van de bureauorganisatie, waarbij circa 80% niet direct beïnvloedbaar is, zonder gevolgen voor de organisatie. Het gaat hierbij om personele lasten, huisvesting en accountantskosten. Een conclusie is dat de personele kosten slechts veranderen als gevolg van Cao-afspraken, Niet-personele kosten zijn markt- en economieafhankelijk. In het bijzonder zijn in de voorgaande jaren de accountantskosten fors toegenomen. Niet zozeer vanwege de stijgende tarieven, maar omdat de wetgever een steeds intensievere en meer uitgebreide controle vereist. Personele lasten Met de invoering van de WNRA volgt de AVU met ingang van 1 januari 2020 de Cao-sgo. Organisatie-eigen afspraken worden in een aanvullend handboek vastgelegd. De personele administratie is uitbesteed aan de afdeling HRM van RMN.

De salarisverwerking wordt gevoerd door het bureau IJK, alwaar ook RMN de salarisverwerking heeft ondergebracht. Baten deelnemende gemeenten Van de kosten die de AVU-begroting kent is 98,7% voor de verwijdering en de verwerking van het gemeentelijke afval. Circa 1.3% betreft de beheers- en overige kosten. De baten zijn de bijdragen van de deelnemende gemeenten en dienen de kosten 100% te dekken. Los van de bijdragen van de gemeenten staat de uitbetaling van de opbrengsten van het glas en oud papier die eén op één worden doorberekend aan de gemeenten. De AVU is niet bedoeld om winst te maken. Reserves en voorzieningen De begroting van de AVU kent geen reserves of voorzieningen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden in datzelfde jaar verrekend met de deelnemende gemeenten. Rente- en dividendbaten Omdat rente- en dividendbaten niet vooraf kunnen worden bepaald, worden deze op nihil vastgesteld. Rente wordt weer gegeven op de gelden welke bij het Ministerie van Financiën zijn

18

ondergebracht, - het zogenaamde “Schatkistbankieren”. Dividend wordt doorgaans jaarlijks uitbetaald door ROVA, de collega-organisatie waar de AVU aandeelhouder is. Dit vanwege de overslagactiviteiten welke ROVA voor de AVU verzorgt in Amersfoort. Dit betekent niet dat ieder jaar op dividend kan worden gerekend, dan wel dat de hoogte van de uitkering vaststaat.

§2. Meerjarenbegroting: Indexatie Voor de meerjarenbegroting 2026 t/m 2029 gelden ongewijzigde kerngegevens zoals opgenomen in Hoofdstuk II en de Productbegroting. Waar nog geen indexatie kan worden berekend op de met derden gesloten overeenkomsten, gold jarenlang waar van toepassing een voorlopige indexatie van 2%, ongeveer gelijk aan de inflatie destijds. Echter, in de voorliggende jaren hebben we te maken gehad met veel hogere indexaties als gevolg van de buitengewone economische omstandigheden. De 2%-indexatie lijkt voorlopig tot het verleden te behoren, voor 2026 is dan ook geraamd met 3% t.o.v. 2025. Omdat de economische situatie zich wel lijkt te stabiliseren, weliswaar op een hoog niveau, wordt er bij de meerjarenbegroting ook uitgegaan van de meer realistische indexatie van 3% voor de jaren 2027 t/m 2029. De beste en meest effectieve vorm van beperking van de te betalen afvalstoffenbelasting is en blijft terugdringen van de hoeveelheid te verbranden restafval.

§3. Meerjarenbegroting: Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing Op iedere te verbranden ton afval wordt door de Rijksoverheid afvalstoffenbelasting geheven. Deze is bedoeld om de verwerkers te dwingen om zo min mogelijk afval te verbranden. Aangezien deze belasting 1 op 1 wordt doorberekend aan de “ontdoeners”2 betekent dit simpelweg een verhoging van de verwerkingskosten. Omdat voor 2026 het tarief van de afvalstoffenbelasting nog niet bekend is, wordt het tarief voor 2025 van € 39,70 geïndexeerd met 3%, waardoor de afvalstoffenbelasting voor 2026 op € 40,89 per verbrande ton afval komt. De verwerkingstarieven in de begrotingstabellen 1.1a, 1.1b en 1.1c zijn inclusief de afvalstoffenbelasting. Naast de afvalstoffenbelasting wordt op iedere te verbranden ton afval door de Rijksoverheid ook een belasting op de daaraan gerelateerde uitgestoten hoeveelheid fossiele3 CO2 (verder: CO2) geheven. Deze Nederlandse heffing is een extra heffing naast de Europese heffing, het EU Emission Trade System (EU-ETS). Broeikasgas-uitstotende bedrijven dienen via het ETS emissierechten te kopen. De kosten worden door afvalverwerkers 1 op 1 in de tarieven doorberekend. Om dubbele heffing te voorkomen, mag het emissierecht per ton CO2 worden afgetrokken van de CO2-belasting per ton.

Het voert te ver om hier nu op in te gaan, maar het komt hierop neer dat bij een positief saldo, dit saldo dient te worden bijbetaald. Bij een negatief saldo is de netto CO2-heffing 0. Ook de CO2-heffing wordt door de afvalverwerkers 1 op 1 doorberekend aan de “ontdoeners” van het afval. Vanaf 2026 wordt daarom ook rekening gehouden met een te betalen CO2-heffing, waardoor het tarief per ton te verbranden restafval verder oploopt. Het AVU-restafval wordt verwerkt door AVR en Attero, respectievelijk circa 160 kTon en 70 kTon. Renewi verwerkt voor AVR als onderaannemer daarbij nog zo’n 30 kTon grof huishoudelijk afval, waarvan 23 kton wordt verbrand.

2

De AVU is namens 25 Utrechtse gemeenten de ontdoener. Fossiele CO2 is afkomstig van afvalcomponenten die zijn gebaseerd op aardolie, zoals plastics. Ruwweg de helft van de CO2-uitstoot bij verbranding van restafval. 3

19

Dit leidt tot het onderstaande inzicht in de geschatte CO2-heffing die deze bedrijven per ton zullen moeten afrekenen met de fiscus en zullen doorbelasten aan de AVU. Het voert te ver om op de onderliggende berekeningen in te gaan, maar in de tabel zijn de gewogen gemiddelde verwachte maximale CO2-heffing per ton restafval zonder uitstootbeperkende maatregelen en de verwachte CO2-heffing bij uitstootbeperkende maatregelen weergegeven. AVR gaat CO2-afvang realiseren (geschat 50% reductie), terwijl Attero geen CO2-afvang realiseert, maar het restafval voorsorteert en kunststoffen verwijdert (geschat 10% reductie). Contractueel zijn door de AVU eisen voor wat betreft de CO2-afvang vastgelegd, waardoor wordt uitgegaan van de verwachte CO2-heffing bij uitstootbeperkende maatregelen. CO2-heffing per ton HRA AVU restafval, geen reductie CO2

2024 €0

2025 €0

2026 €5

2027 € 12

2028 € 19

2029 € 31

2030 € 43

AVU restafval wel reductie CO2

€0

€0

€4

€9

€ 16

€ 26

€ 37

Er zijn verschillende manieren om de CO2-uitstoot te beperken. Dit kan met behulp van CO2afvanginstallaties of door het voorsorteren van het brandbaar afval voordat het wordt verbrand. Bij de eerste methode wordt de al door verbranding geproduceerde CO2 afgevangen voordat het wordt uitgestoten in de atmosfeer. Hierbij moet worden gedacht aan de afvang van 40% -50% CO2. Bij de voorsortering van het brandbaar afval worden bestanddelen die fossiele koolstof bevatten uit het te verbranden afval gehaald, belangrijk zijn hierbij plastics. Bij deze methode worden reducties van CO2-uitstoot verwacht van ongeveer 10%. De beste en meest effectieve vorm van beperking van CO2-uitstoot is en blijft terugdringen van de hoeveelheid te verbranden restafval.

20

§4. Meerjarenbegroting 2026-2029 UITGAVEN

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Verwijdering brandbaar afval, gft en pmd

46.334.741

52.252.847

54.532.252

58.581.926

60.339.000

62.149.000

64.013.000

Verwijdering glas en oud papier, containers

-2.570.533 340.568

-1.901.027 425.000

-2.008.801 425.000

-1.992.488

-1.992.000

-1.992.000

-1.992.000

437.750

451.000

465.000

479.000

Infrastructurele kosten

76.025

77.546

79.097

81.470

84.000

87.000

90.000

Sorteeranalyses

150.650

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

Personeelskosten

449.905

491.756

516.000

535.000

551.000

568.000

585.000

Huisvestingskosten

32.755

42.000

42.000

43.500

45.000

46.000

47.000

Bureaukosten

8.164

21.500

21.500

8.500

9.000

9.000

9.000

Overige kosten

39.274

156.500

161.500

157.000

160.000

160.000

160.000

Uitbetaald resultaat

390.407

0

0

0

0

0

0

45.251.956

51.691.122

53.893.548

57.977.657

59.772.000

61.617.000

63.516.000

44.838.291

51.575.542

53.755.676

57.840.060

59.634.000

61.479.000

63.378.000

413.665

115.580

137.872

137.597

138.000

138.000

138.000

45.251.956

51.691.122

53.893.548

57.977.657

59.772.000

61.617.000

63.516.000

Verwijdering medicijnen en injectienaalden

INKOMSTEN Bijdragen deelnemers Rente opbrengsten en overige baten Bedragen in €

21 21

§5. Geprognosticeerde balans 2026-2029 Activa in Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2026 83 0 15.000 250

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

15.333 Activa in Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2027 83 0 15.000 250

Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2028 83 0 15.000 250

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2029 83 0 15.000 250

31-12-2027 0 0 0 15.333 15.333

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

15.333 Activa

0 0 0 15.333 15.333

15.333 Activa

31-12-2026

31-12-2028 0 0 0 15.333 15.333

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

15.333

31-12-2029 0 0 0 15.333 15.333

(bedragen x € 1.000)

22

§6. Verschillenanalyse ➢ De grootste hoeveelheden, - brandbaar afval en gft -, vertonen in vergelijking met die van 2025 geen spectaculaire stijging of daling, brandbaar afval +4,2%, gft-afval -0,1%. Hierbij moet wel worden gerealiseerd dat op de hoeveelheden die de AVU omzet, afwijkingen van de werkelijke hoeveelheden op de begroting van 3 % normaal zijn. Omdat zowel voor 2025 en 2026 de hoeveelheden zijn gebaseerd op schattingen, kan pas bij de jaarafrekening iets worden gezegd over de ontwikkeling van de hoeveelheden. ➢ De begroting voor 2026 voor de overslag, transport en verwerking van restafval, grof huishoudelijk afval, gft-afval, glas, papier en de overige kosten welke worden overgeslagen per ton, - zie “Meerjarenbegroting 2026 - 2029” -, komt 7,6% hoger uit t.o.v. de begroting 2025. Dit is het resultaat van de begrote hoeveelheden, de contractuele indexatie van de tarieven, de verhoging van de afvalstoffenbelasting én de doorberekening van de CO2-heffing. ➢ De beheerskosten van 2026 ten opzichte van de beheerskosten 2025 verschillen nauwelijks. Dit is het resultaat van “plussen” en “minnen”. Stijgende personele lasten worden gedeeltelijk gecompenseerd door lagere bureau- en overige lasten.

Daardoor is de geringe stijging van 0,4% vooralsnog éénmalig en zullen volgende jaren mogelijk hogere procentuele stijgingen laten zien, alleen al als gevolg van de jaarlijkse Cao-onderhandelingen. ➢ De begrote hoeveelheid verpakkingsglas voor 2026 is licht lager dan de begrote hoeveelheid voor 2025, -1,9% oftewel -520 ton. Het is te vroeg om hierover conclusies te trekken. Bij het opstellen van de begroting voor 2025 werd een neerwaartse trend zichtbaar, hoewel het er wel op lijkt dat de hoeveelheid glas zich stabiliseert. Of de neerwaartse trend hiermee is gekeerd, daar is mogelijk pas medio 2026 iets van te zeggen. Een aantrekkende economie laat een stijging van de hoeveelheid verpakkingsglas laten zien, terwijl een krimpende economie zomaar weer een daling kan betekenen. De glasopbrengsten, - de vergoedingen per kleur in €/ton -, liggen contractueel meerjarig vast en wijzigen daarom niet per begrotingsjaar. ➢ De hoeveelheid oud papier daalt in 2026 met -1,2 % oftewel 610 ton ten opzichte van de begroting 2025, terwijl in 2024 de hoeveelheid oud papier ook al achterblijft bij de begrote hoeveelheid. De begroting 2025 is meer in lijn met de jaarrekening 2023. Verwacht wordt dat voor 2024 hetzelfde beeld geldt. Dit betekent dat er steeds minder oud papier wordt ingezameld. Een daling van de ingezamelde hoeveelheid met 610 ton in 2026 past in dit beeld.

Omdat er geen toename van het oud papier in het restafval wordt gesignaleerd, lijkt het erop dat het papiergebruik vermindert. Dat is een goede zaak. Het aandeel verpakkingen in het oud papier (karton) is vastgesteld op 40%, maar stijgt wel. De papieropbrengst wordt vanwege de dalende lijn van de ingezamelde hoeveelheid ook voor 2026 conservatief geraamd op € 50,00 per ton. Enerzijds is de oud papiermarkt volatiel waardoor voorzichtigheid is geboden, anderzijds lijkt de prijs niet mee zakken, omdat er mogelijk een evenwicht ontstaat tussen vraag en aanbod. De contractueel vastgelegde bonus per ton bedraagt € 40,32.

23

Hoofdstuk 3: Overige informatie §1. Inleiding Op grond van de comptabiliteitsvoorschriften en het Besluit Begroting en Verantwoording dient in de begroting een aantal verplichte paragrafen te worden opgenomen. Dit betreft: a. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; b. Bedrijfsvoering; c. Verbonden Partijen; d. Treasury c.q. financiering; e. Onderhoud van kapitaalgoederen; f. Grondbeleid; g. Lokale heffingen. De verplichte paragrafen onder e., f. en g. zijn niet van toepassing op de gemeenschappelijke regeling AVU.

§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden gedefinieerd als het vermogen van de AVU om eventuele financiële risico’s op te kunnen vangen. Zoals al eerder aangegeven kent de gemeenschappelijke regeling AVU geen reserves of voorzieningen. Dit betekent dat eventuele tegenvallers direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten. Zie hoofdstuk 2: Financieel Beleid. De vraag is of er tegenvallers te verwachten zijn. De overslag, het transport en de afvalverwerking zijn tot en met 2026 zeker gesteld. Ook de tarieven kunnen geen onverwachte tegenvallers opleveren. Deze staan vast tot eind 2026 en kunnen uitsluitend worden aangepast door middel van een jaarlijkse indexatie. Wanneer toch tariefsaanpassingen plaatsvinden, zal deze via een wijziging in de begroting worden verwerkt. Voorts worden bij het sluiten van de overeenkomsten de risico’s contractueel bij de opdrachtnemer neergelegd. Als er tegenvallers kunnen ontstaan is dit veelal het gevolg van nieuw Rijksbeleid met name op het belastinggebied én extra kosten als gevolg van de lachgascilinder-problematiek.

Het moge duidelijk zijn dan tegenvallers met name in de tarieven als gevolg van verhogingen als uitkomst van een aanbesteding, van verhoging van Rijksbelastingen of tegenvallers als gevolg van de lachgascilinderproblematiek niet worden gedefinieerd als risico’s waarvoor een weerstandsvermogen moet worden aangehouden. Vanwege de directe doorbelasting van de kosten aan de deelnemende gemeenten, houdt de AVU reserves noch weerstandsvermogen aan. De belangrijkste conclusie die uit de nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 6 juli 2022) kan worden getrokken, is dat een discontinuïteit in de

24

afvoer en de verwerking van met name het huishoudelijk en het grof huishoudelijk restafval en het gft-afval kan worden begroot op een financieel risico van maximaal circa € 6,00 per ton restafval en gft-afval. Indien de gemeenten een voorziening willen treffen in de risicoparagraaf van de gemeentebegroting, is dit het bedrag waarmee rekening kan worden gehouden. De Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt eens per 5 jaar geactualiseerd en opnieuw vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Volgens de BBV moeten in deze paragraaf Weerstandsvermogen de kengetallen netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen), solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte zijn benoemd. Omdat de AVU geen winstoogmerk heeft en niet van tevoren bekend is of er op 1 januari 2026 sprake is van vorderingen op of van gemeenten, worden deze op 0 begroot en in de jaarrekening berekend op basis van de dan bekende werkelijke bedragen.

§3. Bedrijfsvoering De personele bezetting van de AVU is vastgesteld op vijf formatieplaatsen, zijnde 1 directeursecretaris, 1 projectmanager, 1 beleidsmedewerker, 1 financieel-economisch medewerker en 1 administratief (secretarieel) medewerker. Van deze formatieplaatsen worden alleen de directeursecretaris, de projectmanager en de beleidsmedewerker met een vaste medewerker ingevuld. Voor het financieel beheer huurt de AVU een extern bureau in. Dit bureau heeft 2 medewerkers voor de AVU ter beschikking, zodat financiële ondersteuning altijd is geborgd. De inhuur bedraagt gemiddeld een dag per week. Het dynamisch archief en het statisch archief van de AVU worden beheerd door het Archief Eemland en zijn daar ook fysiek ondergebracht. De AVU huurt circa 1 dag per maand een archivaris in van het bedrijf DOX-Support. De kosten voor de inhuur worden ten laste van de post personeelskosten gebracht. De salarisverwerking verloopt via RMN en wordt extern uitgevoerd door het bedrijf IJK uit Heerlen. De uitbetalingen worden door de AVU zelf gedaan.

§4. Verbonden Partijen De AVU heeft bestuurlijke en financiële belangen bij een aantal verbonden partijen. Ten eerste zijn dat uiteraard de in de provincie Utrecht gelegen gemeenten, die deelnemen in de AVU, 25 in totaal. Bij het toetredingsbesluit in 1983/1984 hebben de gemeenten gelijktijdig hun bevoegdheden (zorgplicht) op het gebied van de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen overgedragen aan dit openbaar lichaam. De deelnemende gemeenten hebben als oprichters vanzelfsprekend een grote inbreng in het door AVU te voeren beleid. Zo hebben zij inspraak in de begroting alvorens deze door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Daarnaast is elke gemeente vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur,

25

het orgaan dat de besluiten neemt over onder meer het aangaan van contracten en het beleid. Uit dit Algemeen Bestuur wordt vervolgens een Dagelijks Bestuur gevormd dat onder meer als taak heeft de aansturing van de ambtelijke organisatie. Voor besluiten die een grote invloed hebben op het gemeentelijk beleid of de gemeentelijke financiën, worden de raden geïnformeerd en geconsulteerd. Voorts heeft de AVU een belang in ROVA en in de BV Afvaloverslag. Van beide organisaties is de AVU-aandeelhouder. De voorzitter van de AVU is commissaris bij de BV Afvaloverslag. De directeur van de AVU woont de aandeelhoudersvergaderingen van de BV Afvaloverslag en ROVA bij. ROVA verzorgt voor AVU voor de regio Amersfoort-gemeenten het overladen en transporteren van het restafval, het grof huishoudelijk afval, het gft-afval en het pmd-afval. De BV Afvaloverslag verzorgt dit in Ede voor de regio Veenendaal-gemeenten. Het aandeelhouderschap van de AVU in ROVA en de BV Afvaloverslag versterkt de AVU in haar inkooppositie (gelijke kansen voor iedereen en stimulering marktwerking) bij de verwerking van afval. Beide partijen vinden de betrokkenheid van AVU van belang en voor AVU zijn er geen financiële en bestuurlijke nadelen aan verbonden. In tegendeel: AVU profiteert bij goede resultaten mee van dividenduitkeringen.

In de onderstaande tabel worden de belangrijkste kengetallen weergegeven die bij het opstellen van deze begroting bekend zijn. Verbonden partij / Vestigingsplaats Eigen vermogen 01-01-2024

ROVA / Zwolle BV Afvaloverslag / Ede 43.020 18

Eigen vermogen 31-12-2024

nnb

18

Vreemd vermogen 01-01-2024

59.990

488

Vreemd vermogen 31-12-2024

nnb

nnb

Resultaat 2024

nnb

0

Bedragen x € 1.000

§5. Treasury c.q. financiering 5.1. Algemene ontwikkelingen In deze paragraaf worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst binnen de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, de financiële posities en de geldstromen. Dit zijn : • Externe ontwikkelingen : internationale economische indicatoren en de ontwikkeling op de Europese geld- en kapitaalmarkt. De gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht is ongevoelig voor externe ontwikkelingen omdat kosten één op één aan deelnemers worden doorberekend. • Verwachte wijzigingen in wet- en regelgeving : de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht is ongevoelig voor wijzigingen in wet- en regelgeving. • Kostenverhogingen hieruit voortvloeiend worden één op één doorberekend aan de deelnemers.

26

• Debiteurenrisico : de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht is gevoelig voor dit risico. Aangezien de debiteuren alleen de deelnemende gemeenten zijn, is dit risico praktisch verwaarloosbaar. 5.2. Treasurybeheer 5.2.1. Risicobeheer In de Verordening Financieel beleid c.a. zijn in het kader van het risicobeheer regels vastgelegd met betrekking tot het aantrekken van geldmiddelen of het uitzetten ervan. Conform deze verordening : • Zullen slechts leningen uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt aan door het Algemeen of Dagelijks Bestuur goedgekeurde derde partijen; • Zal de uitzetting van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico; • Is het gebruik van derivaten niet toegestaan. Bij de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht zijn de volgende risico’s actueel: • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15203304/1