2 zienswijze 581106 geanonimiseerd
Tekst van het document
Docnr2
VanWestreenen
ADVISEURS RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
Gemeente Renswoude
Van Westreenen B.V.
t.a.v. gemeenteraad
I
I I
www.vanwestreenen.nl
Postbus 8
3927 ZL RENSWOUDE
Uw kenmerk
Ons kenmerk
WS(004522)
Inzake
Ontwerpbestemmingsplan - Schalm 5
Betreft
zienswijze namens
I
Lichtenvoorde, 23 okt. 23
Geachte lezer,
Vanaf 20 september 2023 tot 3 november 2023 ligt het 'Ontwerpbestemmingsplan - Schalm 5' ter
inzage. Tijdens deze inzagetermijn kunnen reacties bij uw gemeenteraad kenbaar worden gemaakt.
Namens onze cliënt,
maken wij gebruik van deze
mogelijkheid. In aanloop naar de ter inzagelegging heeft cliënt meerdere malen ambtelijk contact met uw gemeente
dan wel initiatiefnemers van het plan 'Schalm 5' gehad. Vooropgesteld dat cliënt dit overleg als prettig
heeft ervaren wenst meneer toch gebruik te maken van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze.
Bestaand planologisch regime-Schalm 5 Voor het plangebied geldt het 'Bestemmingsplan Schalm 5' vastgesteld op 31 oktober 2017. Ter plaatse
heerst de 'enkelbestemming - maatschappelijk' met nadere functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - hospice en revalidatie'. Het bouwvlak (opgelicht in navolgende afbeelding) kent een
maatvoering voor het maximum bebouwd oppervlak (900 m2) en voor de maximum bouw- en goothoogte. Eveneens heeft het plangebied de dubbelbestemming respectievelijk 'Waarde archeologie -2' en 'Waarde - archeologie -3'.
Locatie Lunteren
▼ Scherpenzeelseweg 11, 6741 LX
▼ T 0342 47 42 55
Locatie Tubbergen
▼ Haarweg 9a, 7651 KE
▼ T 0546 70 65 86
Locatie Lichtenvoorde ▼ Varsseveldseweg 65d, 7131 JA
▼ T 0544 37 97 37
VanWestreenen
ADVISEURS RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
Voor het gehele bestemmingsvlak geldt de nadere functieaanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. Een kaartuitsnede van het bestemmingsplan is opgenomen in onderstaande afbeelding.
4
*c«s
©o
B
Ruimtelijkeplannen.n
©
KIAMUUM UI HLMMEE
schaim9
X Q
Bestemmingsplan Schalm 5
onherrsepeijk (wasegesteld 2017-10-31) PLEKINFD
GEMEEMTE(61
E,
Gemeente Renswnude
bestemminesplan
DOCUMEMTLN
KENMERKEM
PRONVINK
165129,452044.5
f BESTEMMINGSPLANNEN uutateins: warbereidi ngsbesh t
Erkelbestemmning Matschppeliik
+--
wstgeslek/222-11-
Parpluherzlening
keren E
woni ngsplting «i kamerverhuur besbemminsaplan arbemoepejk vastgesteld 2021 -or-1
* Dub bel bestemming
__
LIJ Waarde - rcheolgie - 2
Bestemmingsplan 5chalm 5 besremmingsplas onheroopelik (usigrsrdd 201 7 10 31
Bouwvlak
—1
LJ
Functieaanduiding bedrijfswoning uitgesloten
STRUCTUURVISIES
Functiesanduiding specifieke worm van
* VerberE plannen
maatschappelijk - hospiteen revalidatie
"m
!
:
Maatvoering : aximum bebouwd oppervlak: 900
m2
L_.
Maatvoering maximum bouwhoogte: 7 m
0 maximum goothoogte: 5 m
Afbeelding 1 Vigerend planologisch regime Schalm 5
Lid 3.5 van het bestemmingsplan omvat een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Wonen. Als
voorwaarde is hierin o.a. opgenomen dat het aantal woningen op het bestemmingsvlak niet mag
worden vergroot (sub b). Uit de toelichting (paragraaf 2.3) van het vigerende bestemmingsplan volgt dat de bestaande
bebouwing zal worden aangepast t.b.v. 16 onzelfstandige tijdelijke verblijfseenheden. De eenheden
worden hierbij voorzien van een eigen sanitair, zonder kookvoorziening. Het pand zal niet gebruikt worden voor tijdelijke dan wel permanente bewoning maar het verblijf van cliënten is afhankelijk van de zorgaanvraag welke te allen tijde een beperkt karakter hebben, aldus de toelichting.
Pagina 2 van 7
202
.v
VanWestreenen
ADVISEURS RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
Beoogd planologisch regime- Schalm 5 In onderstaande afbeelding is een kaartuitsnede opgenomen van het beoogd planologisch regime van
het plangebied. Uit de verbeelding volgt de 'enkelbestemming - Wonen' alsmede de aanwijzing van
drie bouwvlakken. De functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - hooiberg' maakt de realisatie van een berging van 70 m2 mogelijk.
Schalm 5
Ruimtelijkeplannen.nl 41163
FLAMNNAM w -MLMMII
schalm 9 GEMEENTE (B)
v-
X Q
FROWNINCIE (9)
RIIKG0)
BESTEMMINGSPLANNEN
Welk bestemmingsplan meet ik kiezen?
SaRin, f - •20
r
oooo
4
.f OPLNMGLUIMNIUILP
O
Vporhereidingsbesluit hyperscale datatenters woo ibereldi ngbesluit wzzgeted 225-01 -12
bestem mningsp la n anturarp(2025-09-08) PLEKIMFO
Ea
DUCUMEMTEN
KEMERKEN
166125.9, 452072
f
__ _ Enkelbestemnming Wonen
_
□
Schaam?
© bestemingsplem. one-evpuosi
@
Gemeente Rerswnude
;
Bouwvlak
:
Funetieaanduiding 1 eke . or vanw e et hooiberg
STRUCTUURV1SIE5 Vesberg plannen
Afbeelding 2 Beoogd planologisch regime Schalm 5
Op grond van de bouwregels (artikel 3.2) mag per bouwvlak één woning, inclusief aan- en uitbouwen
worden gebouwd. De inhoud van de woning bedraagt maximaal 600 m3 (inclusief aan- en uitbouw). De oppervlakte aan bijgebouw en overkapping bedraagt 80 m2 per woning. Met toepassing van artikel
3.5.1 (wijzigingsbevoegdheid) kan onder voorwaarden het bouwvlak van een woning maximaal 10 meter worden verplaatst t.o.v. de nu toegekende positie. Uit de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 2.2.2) volgt dat onderhavig plan is geënt op
artikel 9.7 (instructieregel bestaande stedelijke functies, anders dan wonen) voortkomend uit de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.
Primair
Een vergelijking tussen het bestaande en beoogde planologisch regime leert ons dat:
In de vigerende planologische situatie is een bedrijfswoning uitgesloten, ook is het op grond van de planregels niet mogelijk deze (binnenplans) op te richten;
Het vigerende bestemmingsplan omvat een wijzigingsbevoegdheid naar de functie Wonen waarbij het aantal wooneenheden niet mag worden vergroot; M.a.w. het vigerende bestemmingsplan staat geen permanente bewoning toe; Planologisch is er in de bestaande situatie 900 m2 aan bebouwing toegestaan; Pagina 3 van 7
202 .v
VanWestreenen ADVISEURS
RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
In de beoogde situatie mogen er drie woningen (600 m3) met bijgebouw (80 m2), en één hooiberg (70 m2) met de functie opslag worden gerealiseerd; •
Overigens kan op grond
bijlage II, artikel 4, vergunningsvrij een
bijbehorend bouwwerk worden opgericht tot 150 m2;
Functieverandering wordt toegepast van een stedelijke functie naar een andere stedelijke functie, met toepassing van artikel 9.7.
Provinciale verordening In onderstaand kader is artikel 9.7 van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (10 maart
2021) opgenomen, evenals het begrip stedelijke functie.
Artikel 9.7 Instructieregel bestaande stedelijke functies, anders dar» wonen 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Landelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat: a. percelen voor specifieke stedelijke functies bestemmingen een andere stedelijke functie krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een recreatiewoning, kantoor of detailhandel, onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; b. stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden ander het vigerende planologisch regime, Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak, Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing, waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan.
Bijlage 1, begrippen:
stedelike functie: functie die door de intensiteit van de bebouwing en gebruik, door afhankelijkheid van geconcentreerde infrastructuur en door de intensieve wisselwerking met andere functies primair Is aangewezen op of verbonden is met aaneengesloten bebouwd gebied;
Kader 1 Planregel Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Met in achtneming van bovenstaand artikel is cliënt van mening dat het voornemen tot
bestemmingsplanherziening
onzorgvuldig tot
stand
is
gekomen.
In
de
toelichting
in
het
bestemmingsplan wordt slechts zeer summier getoetst aan de instructieregel: "Dit plan voorziet in een functiewijziging van een zorginstelling naar een woonfunctie. Op basis van artikel 7.9 is een
dergelijke functieverandering van een stedelijke functie naar een andere stedelijke functie
toegestaan. De ontwikkeling zal zorgen voor een afname van de invloed op de omgeving. Er verdwijnt namelijk een maatschappelijke functie, waar een woonfunctie voor in de plaats komt ".
Wellicht ten overvloede benoemen we dat in de toelichting is gerefereerd naar een foutief artikel uit de provinciale verordening.
Ten eerste wordt er voorbij gegaan aan de motivering waarom de functie 'maatschappelijk' met nadere functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - hospice en revalidatie' kan worden
beschouwd als een 'stedelijke functie' en waarom artikel 9.7 in onderhavige situatie van toepassing is. Alhoewel de aangeboden toegestane diensten in verband staan met de samenleving kan niet op
voorhand worden verondersteld dat er sprake is van een bestaande stedelijke functie. Het plangebied is namelijk niet gelegen in een dorp, of in de onmiddellijke nabijheid hiervan.
Pagina 4 van 7
202 .v
VanWestreenen ADVISEURS
RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
Ten tweede dient bij toepassing van artikel 9.7, op grond van lid 2 te worden gemotiveerd dat wordt
voldaan aan de voorwaarde opgenomen in lid 1 sub a. In het kader van het criterium "een goede ruimtelijke ordening" moet de invloed die de wijziging in stedelijke bestemmingen heeft op de
omgeving, breed worden beoordeeld. Het gaat hierbij om een integrale beoordeling, waarbij in ieder geval milieuhinder, onevenredige verkeerstoename en verstoring van het landschap tot relevante aspecten worden gerekend (toelichting op artikel 9.7, pagina 187 provinciale verordening). Cliënt is van mening dat niet wordt voldaan aan lid 1 sub a en daarmee ook lid 2, artikel 9.7. Er wordt
bij de toetsing aan de instructieregel namelijk alleen verondersteld dat "De ontwikkeling zal zorgen
voor een afname van de invloed op de omgeving”. Deze stellingname is in de toelichting op het bestemmingsplan niet nader gemotiveerd. Het plan maakt namelijk geen beschouwing tussen de bestaande functie en de hierbij behorende milieu- en omgevingsaspecten, versus de beoogde functie en hierbij behorende milieu- en omgevingsaspecten. Daartoe is niet op voorhand te stellen dat er een
"afname van invloed op de omgeving is" daar waar dit niet door de planopsteller inzichtelijk wordt
gemaakt. Het aspect verkeer maakt hierbij zelfs geen onderdeel uit van de toelichting. In de landschappelijke inpassing (paragraaf 3.2.2) wordt slechts ingegaan op de wijze waarop het
toekomstig erf zal worden aangekleed. Echter wordt niet ingegaan op het type landschap, de oorsprong van het gebied en op welke wijze het erf passend wordt vormgegeven waardoor er geen
verstoring van het landschap op treedt. Ook is er geen beplantingstabel (renvooi) opgenomen van het beplantingsplan. Bovendien valt het op dat de inpassing niet is opgenomen als zijnde voorwaardelijke
verplichting in de planregels. M.a.w. het ontwerpbestemmingsplan waarborgt niet de uitvoering van de inpassing en het behoud van landschappelijke waarden zoals het provinciale beleid dit vraagt.
Ook stelt artikel 9.7 dat gemotiveerd dient te worden dat omliggende agrarisch bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt hier niet specifiek op ingegaan, anders dan dat er gebruik is gemaakt van de systematiek behorend bij de
VNG-bedrijven en milieuzonering. In paragraaf 4.1.3 van de toelichting wordt op basis van deze
systematiek verondersteld dat het bedrijf van cliënt (Schalm 9) planologisch behoord tot een milieucategorie 3.1 bedrijf, i.p.v. een milieucategorie 4.1 bedrijf vanwege het verbod op het houden
van pelsdierhouderijen. Alhoewel er feitelijk geen nertsen meer gehouden mogen worden op het
bedrijf van cliënt, betekend dit echter planologisch bezien niet dat deze milieucategorie zondermeer is "vervallen". Planologisch is deze bestemming ter plaatste toegestaan wat betekend dat getoetst
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Fokken en houden van overige dieren:______________________ - nertsen en vossen
GEUR
dient te worden aan de richtafstanden zoals deze zijn opgenomen bij milieucategorie 4.1 bedrijven:
200
30
30 C
0
200
4.1
De VNG-richtafstanden dienen gemeten te worden tussen de bestemmingsvlakken. De onderlinge afstand tussen de bestemmingsvlakken bedraagt slechts 100 meter. Derhalve wordt niet aan de
richtafstand voldaan. Op voorhand kan niet worden verondersteld dat het bedrijf van cliënt niet onevenredig wordt geschaad.
Pagina 5 van 7
202 .v
VanWestreenen
ADVISEURS RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
Bovendien wordt geen integrale afweging gemaakt waarom het bedrijf van cliënt niet wordt
belemmerd in de bedrijfsvoering. Met de beoogde functieverandering worden drie hindergevoelige
objecten aan het buitengebied toegevoegd, welke directe toetsingspunten zijn voor het agrarische
bedrijf voortkomend uit milieuwetgeving. Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan Schalm 5 is geen rekening gehouden met de planologisch (en milieutechnische) bedrijfsmogelijkheden welke rusten op Schalm 9. Zo wordt
verondersteld dat een grondgebonden agrarisch bedrijf op grond van het bestemmingsplan in milieucategorie 3.1 valt met een bijbehorende richtafstand van 50 meter. Daar waar de onderlinge
afstand tussen de bouwvlakken groter is, is er geen sprake van nadelige gevolgen, aldus de toelichting. Echter betekent het toetsen van een categorie 3.1 bedrijf niet automatisch dat er kan worden voldaan aan alle milieu toetsingsaspecten welke hiermee gepaard zijn. Het houden van schapen is bijvoorbeeld grondgebonden maar deze diercategorie heeft wel een flinke geuremissiefactor. Daar waar cliënt
morgen op grond van het bestemmingsplan de dieren mag houden, is niet onderzocht of het beoogd voornemen planologisch nadelig is voor de bestaande dan wel toegestane bedrijfsvoering c.q.
milieugebruiksruimte voor de Schalm 9.
Concluderend Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven
die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen, cliënt is van mening dat dit in onderhavige
situatie onvoldoende is gebeurd: Er wordt volledig voorbijgegaan aan het feit dat ter plaatse Schalm 5 een bedrijfswoning
planologisch niet is toegestaan, dit binnenplans niet geregeld kan worden en bovendien de
wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming Wonen als voorwaarde heeft dat het aantal
woningen op het bestemmingsvlak niet mag worden vergroot; Er wordt een disproportioneel aantal nieuwe woningen toegestaan t.o.v. het gewaarborgd
planologisch bebouwd oppervlak (900 m2) i.r.t. de maatschappelijke functie (met een beperkte omvang, slechts 16 onzelfstandige tijdelijke verblijfseenheden):
o
Wellicht ten overvloede benoemen we dat op basis van de 'Handreiking nieuwe
functies op vrijkomende agrarische bedrijfspercelen' voor de bouw van één nieuwe woning minimaal 1.000 m2 moet worden gesloopt, voor twee woningen minimaal 2.500 m2 en voor drie minimaal 4.000 m2.
o
Gemeente Renswoude heeft eerder aangegeven dat men het liefst woningen aan de rand van het dorp ontwikkeld. Ook in het coalitie akkoord wordt die optie genoemd als voorkeur boven nog meer grote woningen verspreid in het buitengebied;
Er wordt onvoldoende gemotiveerd dat de beoogde ontwikkeling valt onder artikel 9.7 van de
'Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht, 10 maart 2021', ten aanzien van een bestaande stedelijke functie;
Pagina 6 van 7
202 .v
VanWestreenen
ADVISEURS RUIMTELIJKE ONTWIKKELING
In het kader van het criterium "een goede ruimtelijke ordening" dient de invloed die de
wijziging in stedelijke bestemmingen heeft om de omgeving, breed worden beoordeeld (artikel
9.7, sub 2). Deze integrale afweging ontbreekt in voorliggend bestemmingsplan: o
Cliënt is het oneens met de stellingname dat de beoogde ontwikkeling zal zorgen voor
een afname van invloed op de omgeving. Welke invloed? In het plan wordt niet
beargumenteerd op welke wijze het toevoegen van drie forse vrijstaande woningen, een verbetering met zich meebrengt t.o.v. het exploiteren van 16 onzelfstandige tijdeiijke verblijfseenheden.
Cliënt exploiteert een agrarisch bedrijf gelegen aan de Schalm 9, op circa 100 meter afstand
van het plangebied. Cliënt is van mening dat zijn belangen in onderhavige procedure niet zorgvuldig zijn afgewogen. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt niet
specifiek op ingegaan op de mogelijke planologische en milieutechnische gebruiksruimte,
anders dan dat er gebruik is gemaakt van de systematiek behorend bij de VNG-bedrijven en
milieuzonering. Derhalve kan op voorhand niet worden verondersteld dat het bedrijf van cliënt niet zijn belangen wordt geschaad.
Afsluiting
Met inachtneming van de beschreven punten is cliënt van mening dat het plan onvoldoende zorgvuldig is voorbereid, dat aan het ontwerpbestemmingsplan geen zorgvuldige belangenafweging ten grondslag ligt en het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende is gemotiveerd. Cliënt verzoekt dan ook,
vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, niet over te gaan tot vaststelling van het
'Ontwerpbestemmingsplan - Schalm 5'. Uiteraard zijn we bereid het voorliggende verder toe te lichten. U kunt hiervoor contact opnemen met
ondergetekende. Wij verzoeken u om zowel cliënt als ondergetekende schriftelijk van het verdere
verloop van de procedure op de hoogte te houden. In afwachting van uw reactie verblijf ik.
Hoogachtend, VANWESTREENEN B.V.
MSc
Pagina 7 van 7