VVD-Algemene beschouwingen.pdf
Tekst van het document
VZ, Na jaren van bezuinigingen lijkt het dan nu voor de derde keer op rij te lukken om met een positief saldo af te sluiten. Complimenten daarvoor aan het college en de organisatie. Maar ook aan mijn college raadsleden hier aanwezig van coalitie en oppositie. Dit is echt een prestatie van formaat en dat hebben we samen met elkaar gedaan. Maar laten we vooral ook de inspanningen van onze inwoners niet vergeten. Zij die vrienden en familie zijn verloren in de pandemie, die hun werk zijn verloren, eindeloze diensten hebben gedraaid in de zorg, die hun huis niet uit konden, die een normale school of studeerperiode hebben moeten missen of die hun eigen zaak hebben moeten sluiten. En ook aan de mensen die nu geen huis kunnen kopen om een gezin te stichten of die met man en macht proberen met hun eigen zaak snel hun schuldenlast te verlichten. Onze gedachten zijn bij hen. Deze inwoners hebben ook de afgelopen jaren extra gemeentelijke lasten moeten dragen door rijksbeleid zonder voldoende geld voor de gemeenten. Nu die situatie iets verbeterd is, vindt de VVD dat we conform afspraak die inwoners weer wat terug moeten geven. Het blijft voorlopig spannend voor onze financiën. Maar nu het kan zouden we moeten doen wat we vorig jaar aan onze inwoners hebben beloofd.
De helft van het verwachte overschot van 2020, zijnde 149.000 euro gaat wat ons betreft in ieder geval eenmalig terug naar onze inwoners en ondernemers in de vorm van een eenmalige OZB belasting verlaging in 2022. Daarvoor hebben we dan ook een amendement voorbereid waarbij ik de andere partijen oproep zich hier ook achter te scharen, om zo als overheid betrouwbaar te blijven. Ik zal hierbij het dictum voorlezen. Overigens willen wij het college complimenteren met het niet klakkeloos belasten van de waardestijging van de woningen van onze inwoners. Voor de meeste van ons zijn dit geen euro’s in de hand en daarom is het terecht dat er primair gekeken naar de lasten voor onze inwoners. Het is tenslotte nog niet zo lang geleden dat waardedaling van het onroerend goed ook niet werd vertaald in lastenverlichting met als argument dat de gemeentelijke inkomsten op peil moesten blijven. Renkum heeft een groot probleem: we hebben veel jeugd met een ondersteuningsvraag en veel ouderen met een zorgvraag. De PvdA zou zeggen, de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Maar hebben wij wel genoeg sterke schouders nog in onze gemeente? Daarin blijken we in Renkum zo ongeveer de meest ongunstige bevolkingsopbouw van heel Gelderland te hebben. Wat de VVD betreft zijn er dan ook vier hoofdprioriteiten om te zorgen dat onze gemeente ook op termijn er voor haar inwoners kan zijn: -
-
-
Eén: Het bouwen van voldoende woningen, zodat opstartende gezinnen voor hun toekomst in Renkum kunnen blijven . Ook leidt meer bouwen tot meer middelen voor onze gemeente. Wat ons betreft geeft de huidige concept omgevingsvisie hiervoor nog te weinig ruimte. Graag horen wij van het college of nu alle seinen op groen staan om de bestaande bouwlocaties in ieder geval vlot te trekken of dat er nog meer nodig is. En twee: Zuiniger omgaan met het belastinggeld dat opgaat aan zorg. We willen dan ook graag weten of het extra geld dat we hebben vrijgemaakt om wat te doen aan onjuiste zorgdeclaraties ook de resultaten oplevert. Daarnaast willen we extra praktijkondersteuners jeugd aannemen, die onze overbelaste huisartsen moeten gaan helpen om minder vaak naar onnodig dure of nog erger, verkeerde, zorg te verwijzen. Graag horen we een toezegging of de POH jeugd een belangrijk speerpunt wordt in die transformatie. Drie: zorgen dat we eventuele overschotten van de toerismebelasting boven het huidige begrote bedrag besteden aan onze toerisme ondernemers zodat die wat kunnen terugverdienen van wat ze hebben verloren en ook zodat onze lokale economie er straks
-
sterker voorstaat dan nu en aantrekkelijk blijft. Daarvoor zullen wij ten tijde van de voorjaarsnota volgend jaar eventueel een amendement indienen voor de vorming van een toerisme reserve. En als laatste prioriteit: beheersbare lasten voor onze inwoners en ondernemers, oftewel de som van lokale belastingen en heffingen die zij moeten dragen.
Tot slot VZ. We hebben nog een aantal vragen die wat ons betreft onvoldoende beantwoord waren: Optimalisatie van de warmtepomp, et cetera bij Doelum leidt bij hen tot lagere energielasten terwijl het gebouw al een hele tijd geleden is opgeleverd en onze gemeente niet langer eigenaar is, waarom valt dit dan bij de gemeente als last? Over de leges van de ODRA: in onze ogen moeten de leges ons inziens gewoon omhoog, omdat het kostendekkend moet zijn. Dat de ODRA capaciteitsproblemen heeft om dit tijdig door te voeren is wat ons betreft niet relevant voor de dekking. Daarnaast speelt het probleem met de Wet kwaliteitsborging. Al twee jaar waarschuwt het college terecht voor de financiële gevolgen van deze wet zonder deze te kunnen benoemen. Duidelijk lijkt dat minder werkzaamheden in het vergunningtraject onder de legesheffing kunnen vallen terwijl er wel sprake lijkt te zijn van extra werkzaamheden. Als we dan nog steeds ambiëren kostendekkend te zijn heeft dat ook in die zin consequenties voor het peil van de leges. Hoe kijkt de portefeuillehouder hier tegenaan en is deze bereid om op basis van die kostendekkendheid aanpassingen te doen en wat zou dit betekenen voor de begroting? Het blijft in onze ogen raar dat het aantal uitkeringsgerechtigden daalt en dat onze inspanningskosten daarvan blijven stijgen. Graag hierop nog een extra toelichting van de portefeuillehouder.
Wij willen daarnaast weten hoe de kwaliteitsmedewerker werk en inkomen wordt ingezet om een kostenbesparing te realiseren, maar dat deze kostenbesparing niet zichtbaar wordt in de begroting. Hoe zit dit nu precies en wat is dan de verwachting voor die kostenbesparing per jaar? Tot zover voor onze eerste termijn.