CConstaterende datRenkum
Koppel je AI →
Document · PDF

Ter info Beheerplan Water en Riolering.pdf

Raadscommissie 11 september 2024, gemeente RenkumBij agendapunt: 7: Kostendekkingsplan 2025 Water en Riolering.22.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beheerplan Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026

Oktober 2021 September 2021

Beheerplan Water en Riolering Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Renkum

2022 en verder

Team Regie en Projecten & wethouder Projectgroep bestaande uit: A Migon Hover B Frank Velmans C Lisette Fladijn-Jansen D Manon Wille Ondersteund door: 1 RioolEnzo: Stanley Roozen 2 HdG Advies: Hermen de Gelder

Versie 06 oktober 2021

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Versie-historie

Versie-nr

Datum

Steller

Opmerkingen(en)

01

11 februari 2021

Manon Wille

Werkdocument, stramien

02

14 juni 2021

Manon Wille

Concept ter bespreking in kernteam en met externe waterbeheerders

03

28 juli 2021

Manon Wille

Eindversie werkdocument

04

9 augustus 2021

Manon Wille

Collegebehandeling

05

19 augustus 2021

Manon Wille

Aangeleverd voor raadsbehandeling

06

1 oktober 2021

Manon Wille

Aangenomen amendement over KDP verwerkt, raadsbesluit verwerkt

2

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Samenvatting Doel van het beheerplan Water en Riolering Water is een kostbaar goed en is belangrijk voor onze gezondheid en een veilige en mooie leefomgeving. De inzameling en afvoer van afvalwater via de riolering heeft een grote bijdrage geleverd aan de verbetering van de volksgezondheid. In de riolering is dan ook veel kapitaal geïnvesteerd. Voor heel Nederland is dat ongeveer 70 miljard euro. Dat vraagt om een gedegen beheer om de volgende generatie te behoeden voor een onbetaalbare opgave van herstel. In het beheerplan wordt inzicht te geven in de activiteiten die nodig zijn voor het water- en rioleringsbeheer in Renkum en de mensen en middelen die daarvoor nodig zijn.

Overzicht aanwezige objecten Gegevens Water en riolering

eenheid

hoeveelheid

Vrijvervalriolering (totaal)

m

193.000

•

Gemengde riolering

m

160.000

•

Gescheiden regenwaterriool

m

9.000

• Gescheiden afvalwaterriool Drukriolering

m

24.000

•

Aantal

77

• Drukriolering Rioolgemalen in beheer gemeente

m

27.000

Aantal

13

Waarvan hoofdgemaal Rioolgemalen in beheer waterschap

Aantal

3

Aantal

1

Persleidingen

m

2.000

Betonnen bergbezinkvoorzieningen

Aantal

3

Bergbezinkleidingen

Locaties

2

Regenwatervoorzieningen

Aantal

Ongeveer 550

Open berging (regenwater én afvalwater)

Aantal

4

Infiltratievelden (open berging voor

Aantal

4

Meetpunten hemelwater

Aantal

2

Meetpunten afvalwater

Aantal

44

Meetpunten grondwater

Aantal

19

Pompunits

regenwater)

Evaluatie vorige planperiode In het vGRP+ Water Stroomt 2016-2020 waren diverse onderzoeken en maatregelen voorzien. Naast het reguliere beheer en onderhoud van de aanwezige voorzieningen is een groot gedeelte van de verbetermaatregelen en onderzoeken uitgevoerd. Enkele zaken zijn niet meer opgepakt, omdat zij inmiddels ingehaald waren door de tijd. Ook zijn maatregelen niet uitgevoerd door gebrek aan capaciteit. Als betreffende maatregelen nog relevant zijn, zijn ze ook in dit beheerplan opgenomen.

De opgave Vanuit de uitgesproken ambities staat de gemeente Renkum voor de periode 2022-2026 voor een omvangrijke taak, waarbij onderscheid te maken is in: Team Regie en Projecten

3

Beheerplan water en riolering - Versie 06

Activiteit 2022

Vrijvervalriolering Pompen en gemalen, elektromechanisch

oktober 2021

Dagelijks

Grote

beheer en

reparaties/ver

Maatregelen

onderhoud

vangen

351.300

1.769.219

-

72.000

-

1.000

1.100

10.000

10.500

Pompen en gemalen, bouwkundig Persleidingen

-

40.397

-

Randvoorzieningen

15.500

-

75.000

Meet- en monitoringssysteem

26.000

-

-

Oppervlaktewatervoorzieningen

5.000

26.538

-

Hemelwatervoorzieningen

133.000

1.318231

68.000

Klimaatadaptatie en bewustwording1

32.833

-

-

Activiteit 2023

Vrijvervalriolering

Dagelijks

Grote

Maatregelen

beheer en

reparaties/ver

onderhoud

vangen

355.300

1.769.219

328.500

72.000

-

34.000

1.100

-

15.500

-

1.117

-

Randvoorzieningen

10.000

-

500.000

Meet- en monitoringssysteem

26.000

-

-

Pompen en gemalen, elektromechanisch Pompen en gemalen, bouwkundig Persleidingen

Oppervlaktewatervoorzieningen

5.000

26.538

-

Hemelwatervoorzieningen

142.252

1.341.231

-

Klimaatadaptatie en bewustwording

32.833

-

-

Activiteit 2024

Vrijvervalriolering

Dagelijks

Grote

Maatregelen

beheer en

reparaties/ver

onderhoud

vangen

352.800

1.769.219

15.000

72.000

8.500

600.000

1.100

-

10.500

-

-

-

Randvoorzieningen

15.500

-

110.000

Meet- en monitoringssysteem

26.000

-

-

Oppervlaktewatervoorzieningen

5.000

26.538

-

Hemelwatervoorzieningen

151.504

1.318231

20.000

Klimaatadaptatie en bewustwording

32.833

-

-

Pompen en gemalen, elektromechanisch Pompen en gemalen, bouwkundig Persleidingen

1

4

Dit onderdeel kent geen beheerareaal; er zijn dus geen kosten voor vervanging

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Activiteit 2025

Dagelijks

Grote

beheer en

reparaties/ver

onderhoud

vangen

Vrijvervalriolering

Maatregelen

342.800

1.769.219

-

72.000

7.000

-

1.100

100.000

10.500

-

-

-

Randvoorzieningen

10.000

-

-

Meet- en monitoringssysteem

26.000

-

-

Pompen en gemalen, elektromechanisch Pompen en gemalen, bouwkundig Persleidingen

Oppervlaktewatervoorzieningen

5.000

26.538

-

Hemelwatervoorzieningen

160.765

1.318231

-

Klimaatadaptatie en bewustwording

32.833

-

-

Activiteit 2026

Dagelijks

Grote

beheer en

reparaties/ver

onderhoud

vangen

Vrijvervalriolering

Maatregelen

353.300

1.769.219

30.000

72.000

4.000

-

1.100

-

10.500

Pompen en gemalen, elektromechanisch Pompen en gemalen, bouwkundig Persleidingen

-

-

-

Randvoorzieningen

15.500

-

-

Meet- en monitoringssysteem

26.000

-

-

Oppervlaktewatervoorzieningen

5.000

26.538

-

Hemelwatervoorzieningen

170.008

1.318231

-

Klimaatadaptatie en bewustwording

32.833

-

-

Uren van de interne organisatie die nodig zijn voor diverse activiteiten zijn niet in deze tabel opgenomen.

Formatiebeleid Aan de hand van de Leidraad riolering van de Stichting RIONED is de minimaal benodigde formatie voor beheer van water- en rioleringsvoorzieningen en voor het invullen van de Renkumse ambities berekend. Er is een discrepantie tussen de benodigde formatie en de beschikbare formatie. Rol conform

Toezicht-

Operatio-

Strate-

Beleidsme-

beheersystematiek

houder

neel

gisch

dewerker

beheerder

beheerder

totaal

Benodigde formatie

2,2

3,2

1,7

1,1

8,2

Beschikbare

1

1

0,8

0,9

3,7

1,2

2,2

0,9

0,2

4,5

formatie verschil

Het tekort aan personeel wordt zoveel mogelijk opgelost door capaciteit in te huren (investeringsprojecten) of de capaciteit binnen het samenwerkingsverband te zoeken. Lokale kennis van het systeem blijft echter onmisbaar. Team Regie en Projecten

5

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

De gemeente Renkum ontkomt er niet aan om additionele capaciteit aan te nemen, als zij de vastgestelde ambities waar wil maken en de kwaliteit van het reguliere werk wil waarborgen. Voor de rol van toezichthouder is wenselijk om een 2e toezichthouder aan te gaan stellen.

Toekomstgerichte analyse Het vernieuwen van verouderde riolering is één van de grootste uitgavenposten van de gemeentelijke watertaken, terwijl er ook steeds meer de noodzaak is om maatregelen uit te voeren waardoor goed met hevige neerslag kan worden omgegaan. Gemeenten waar veel uitbreiding plaatsvindt beschikken over relatief nieuwe riolering die niet uit de rioolheffing (maar uit de grondexploitatie van uitbreidingen) betaald is. Vervanging laat nog lang op zich wachten. Het vooraf ramen van de kosten is daarom een belangrijke opgave voor de tariefberekening. Deze raming is van invloed op de noodzakelijke hoogte van de rioolheffing. Deze planning kan op korte termijn redelijk precies zijn, maar hoe verder weg in de tijd, hoe globaler de planning zal zijn. Op dit punt zijn essentiële keuzes te maken: de rioolbeheerder moet de keuze maken om de vervangingsplanning van de gemeentelijke riolen cyclisch (op basis van aanlegjaar vermeerderd met de afschrijvingstermijn) te benaderen of af te laten hangen van andere factoren, zoals de risico’s van ‘niets doen’ en kansen voor werk-met-werk. Dit maakt het vooraf ramen lastig en de financiële raming vooraf zal altijd een ‘educated guess’ zijn van de in de praktijk gerealiseerde werken. De planning op basis van kwaliteit (restlevensduur) is in planperioden van 5 jaar verdeeld (‘blokken’ in de legenda).

Op langere termijn zijn zelfs 2 planperioden samengenomen. Voor deze planperiode wordt uitgegaan van 7,3 km in totaal, verdeeld over 5 jaar. Deze verdeling wordt zichtbaar gemaakt in onderstaande figuur.

Te vervangen meters vuilwaterriool 25000 20000 15000 10000 5000

2090

2086

2082

2078

2074

2070

2066

2062

2058

2054

2050

2046

2042

2038

2034

2030

2026

2022

0

Op basis van kwaliteit (inspecties) per jaar Op basis van kwaliteit (inspecties) als blokververdeling

Een riool wordt in principe pas aangepakt als het versleten is.

Financiën Het totaal aan lasten bestaat uit de exploitatielasten, BTW, ‘oude’ en nieuwe kapitaallasten en kosten die gemaakt worden door versneld af te boeken als er ruimte is. 6

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Exploitatielasten, BTW en kapitaallasten die ontstaan zijn door investeringen uit het verleden zijn nauwelijks te beïnvloeden. De verhouding tussen de nieuwe kapitaallasten en de kosten voor versneld afboeken is daarentegen wél te beïnvloeden. Deze lasten moeten gedekt worden door opbrengsten uit de rioolheffing. In de gemeente Renkum wordt rioolheffing betaald door eigenaren en gebruikers van gebouwde objecten met een directe of indirecte aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel. Om verschillen tussen jaren te egaliseren én om te sparen om versneld af te boeken, bestaat er een voorziening. Deze voorziening mag aan het eind van de bekeken periode van 70 jaar niet negatief zijn. In de volgende figuur is de ontwikkeling van de rioolheffing (oranjebruine lijn, linker verticale as) en het verloop van de voorziening groot onderhoud en vervangingsinvesteringen riolering en water (onderbroken groene lijn, rechter verticale as) weergegeven. De staven laten het verloop van de kosten per jaar zien, ook af te lezen op de linker verticale as.

In de eerste jaren zijn de kosten hoger dan de inkomsten uit de rioolheffing. Om de rioolheffing in overeenstemming te laten zijn met de geplande uitgaven, zal deze de eerste jaren moeten stijgen. De stijging die voorzien is, is 2,2% per jaar gedurende de 1e 20 jaar. De direct aan de riolering gerelateerde kosten (de staafjes zónder de groene onderdelen) zijn vergelijkbaar met gemeenten om ons heen. Ook zullen zij stijgen met de rioolheffing, omdat zij regionale en landelijke afspraken op het gebied van klimaatverandering ook moeten invullen. De voorziening groot onderhoud en vervangingsinvesteringen riolering en water neemt de eerste jaren flink af tot bijna 0. Vanaf 2035 neemt de voorziening weer toe omdat er meer spaarbedragen worden toegevoegd dan worden onttrokken. Deze spaarbedragen zijn nodig om de later oplopende lasten te kunnen betalen.

Team Regie en Projecten

7

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Deze grafiek is tot stand gekomen door uit te gaan van 60% versneld afboeken t/m 2031, in de jaren daarna 30% en van 2052-2071 weer 60%. Ook is uitgegaan van 7,3 km te vervangen of te renoveren riool, waarbij een verhouding nagestreefd wordt om 10% te relinen en 90% te vervangen.

8

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 11 1.1

Context Beheerplan Water en Riolering ............................................................. 11

1.2

Gemeentelijke zorgplichten ............................................................................. 12

1.3

Geldigheidsduur ............................................................................................. 12

1.4

Voorstel ........................................................................................................ 13

1.5

Leeswijzer ..................................................................................................... 13

2 Wat hebben we ....................................................................................................... 14 2.1

Inleiding ....................................................................................................... 14

2.2

Onderdelen gemeentelijk water- en rioleringssysteem ........................................ 16

2.2.1

Groep A: vrijvervalstelsels ........................................................................ 16

2.2.2

Groep B/C Decentrale zuiveringen ............................................................. 18

2.2.3

Groep B/C pompen en gemalen ................................................................. 19

2.2.4

Groep D Persleidingen .............................................................................. 19

2.2.5

Groep E Randvoorzieningen ...................................................................... 20

2.2.6

Groep F: Meet en monitoringssysteem ....................................................... 20

2.2.7

Groep G: Oppervlaktewatervoorzieningen................................................... 21

2.2.8

Groep H: Hemelwatervoorzieningen (geleiding, berging en infiltratie) ............ 21

2.2.9

Groep I Klimaatadaptatie en bewustwording ............................................... 22

3 Wat moeten we doen ............................................................................................... 23 3.1

Wet en regelgeving ........................................................................................ 23

3.2

Instandhouding kapitaalgoederen ..................................................................... 24

4 Wat willen we doen? ................................................................................................ 29 4.1

Ambitie als uitgangspunt ................................................................................. 29

4.2

Ambities ter verbetering van de kapitaalgoederen .............................................. 31

4.2.1

Groep A: Vrijvervalstelsels........................................................................ 31

4.2.2

Groep B Elektromechanisch (pompen, gemalen, decentrale zuiveringen) ........ 36

4.2.3

Groep C Bouwkundig (pompen, gemalen en decentrale zuiveringen) .............. 37

4.2.4

Groep D Persleidingen .............................................................................. 38

4.2.5

Groep E Randvoorzieningen ...................................................................... 38

4.2.6

Groep F Meet- en monitoringssysteem ....................................................... 39

4.2.7

Groep G Oppervlaktewatervoorzieningen .................................................... 40

4.2.8

Groep H Hemelwatervoorzieningen (geleiding, berging en infiltratie) .............. 41

4.2.9

Groep I Klimaatadaptatie en bewustwording ............................................... 43

5 Wie doet dat en wat is nodig ..................................................................................... 45 5.1

Formatie en verdeling over de rollen ................................................................. 45

5.1.1

Benodigde formatie ................................................................................. 45

Team Regie en Projecten

9

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

5.1.2

Beschikbare formatie ............................................................................... 46

5.1.3

strategie oplossen formatietekort .............................................................. 47

5.2

Samenwerking in de regio ............................................................................... 47

5.3

Data- en informatiebeheer .............................................................................. 50

5.4

Dienstverlening en communicatie ..................................................................... 51

5.5

Prestaties, kosten, risico’s ............................................................................... 51

6 Wat kost dat? ......................................................................................................... 53 6.1

Inleiding ....................................................................................................... 53

6.2

Kosteneffectief watertakenbeheer .................................................................... 53

6.2.1

Inleiding ................................................................................................. 53

6.2.2

Ontwikkelingen ....................................................................................... 53

6.2.3

Toekomstgerichte analyse ........................................................................ 54

6.3

Kosten .......................................................................................................... 55

6.3.1

Kostentoerekening................................................................................... 55

6.3.2

Financiële uitgangspunten ........................................................................ 58

6.3.3

Vervangingswaarde ................................................................................. 60

6.4

Rioolheffing ................................................................................................... 61

6.5

Voorziening ................................................................................................... 63

7 Besluitvorming ........................................................................................................ 65

10

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

1 Inleiding 1.1 Context Beheerplan Water en Riolering Sinds het einde van de vorige eeuw is het gebruikelijk dat gemeenten vastleggen hoe zij met hun taken omgaan.

Gemeentelijk Rioleringsplan GRP De Wet Milieubeheer (Wm) stelt het verplicht om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) te hebben. Dit plan geeft weer wat er in de gemeente voor infrastructuur aanwezig is en hoe dat beheerd wordt. Ook wordt in dit plan, vaak op basis van een Basisrioleringsplan, een voorstel gedaan voor verbeteringen van het systeem. De link met de gevolgen voor het milieu worden gelegd. Betrokkenheid van waterbeheerders is met name gericht op het goed omgaan met deze verbeteringen voor zowel het ‘gemeentelijk’ deel als voor de rest van het watersysteem. En ‘last-but-not-least’ wordt weergegeven wat hiervan de financiële consequenties zijn.

Basisrioleringsplan BRP Verbeteringen aan het rioleringssysteem volgen vaak uit een modelberekening van de rioleringssituatie in een gemeente. Deze modelberekening en de maatregelen die uit de modelberekening volgen, worden opgenomen in een Basisrioleringsplan (BRP). Vervolgens worden de maatregelen gebudgetteerd en gepland in het GRP. Een nieuw BRP voor de hele gemeente is niet meer gemaakt, omdat het huidige BRP, gebaseerd op een rioolmodel dat is ontwikkeld voor de gemeente Renkum, nog steeds actueel is. Locatiespecifiek is wél nadere detaillering van de modellering wenselijk. Als maatregelen zijn zgn locatiespecifieke ‘rioolstudies’ opgenomen. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het reeds bestaande model, maar worden op locatiespecifieke punten correcties en optimalisaties doorgevoerd. We willen dit reeds bestaande model verder ontwikkelen. Daarover meer in paragraaf 4.1.6

Van GRP naar Beheerplan Water en Riolering Eind 2020 was de bedoeling dat de Omgevingswet (Ow) per 1-1-2022 zou ingaan. Daarmee zou de wettelijke verplichting tot het hebben van een Gemeentelijk Rioleringsplan vervallen. Tegelijkertijd werd binnen de gemeente Renkum het voornemen uitgesproken om voor alle beheerdisciplines een beheerplan te gaan maken; ook voor Water en Riolering. Het beheerplan Water en Riolering beschrijft wat er nodig is voor het aanleggen, onderhouden en te zijner tijd vervangen van infrastructuur ten behoeve van water en riolering. Voor het beheer zijn diverse aspecten van belang: 1. Directe aspecten: directe (riool)infrastructuur die aanwezig is moet bekend zijn en de toestand ervan moet duidelijk zijn; 2. Indirecte aspecten: ook ondersteunende zaken, zoals een beheerpakket, personele capaciteit, ondersteuning op het communicatieve vlak dienen aanwezig en op orde te zijn. Dit beheerplan probeert beide aspecten adequaat te beschrijven. Doel plan: Het doel van dit plan is om inzicht te geven in de activiteiten die nodig zijn voor het water- en rioleringsbeheer in Renkum en de mensen en middelen die daarvoor nodig zijn.

Team Regie en Projecten

11

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Inmiddels is duidelijk dat de invoering van de Omgevingswet niet zal plaatsvinden per 1-12022 en dat de Wet Milieubeheer nog enige tijd van kracht zal zijn. De eisen die aan een GRP gesteld worden, worden grotendeels óók opgenomen in een ‘standaard’ beheerplan. Daar waar de Wet Milieubeheer een inhoudelijke eis expliciet stelt, wordt het ook in dit beheerplan Water en Riolering meegenomen, zodat dit beheerplan onder de Wet Milieubeheer kan dienen als Gemeentelijk Rioleringsplan.

Kostendekkingsplan De activiteiten en mensen die daarvoor nodig zijn worden financieel ‘vertaald’ in een kostendekkingsplan. Het kostendekkingsplan was ook bij een GRP een belangrijk onderdeel. Ondanks het vervallen van de wettelijke verplichting tot het hebben van een GRP staat als een paal boven water dat een kostendekkingsplan ook in de toekomst gehandhaafd wordt, ook als transparante onderbouwing van de rioolheffing die de gemeente bij haar inwoners int. Bovendien stelt de BBV (lokale heffingen) het verplicht om bij het hebben van een voorziening regelmatig (uiterlijk 1x per 5 jaar) een plan vast te stellen, waarbij financieel inzicht geboden wordt in opbouw en gebruik van de voorziening.

1.2 Gemeentelijke zorgplichten De gemeente heeft de zorgplicht voor afvalwater (Wet Milieubeheer 10.33, Omgevingswet 2.16/2.17, de zorgplicht voor hemelwater (Waterwet 3.5, Omgevingswet 2.16) en voor grondwater (Waterwet 3.6, Omgevingswet 2.16). In de bijlagen worden de wetteksten geheel weergegeven.

1.3 Geldigheidsduur Conform de Wet Milieubeheer dient een gemeente te beschikken over een GRP. De gemeente is vrij in haar keuze betreffende de geldigheidsduur van een GRP maar moet dit wel benoemen. Ook na invoering van de Omgevingswet (naar verwachting 1-7-2022), waardoor het niet meer wettelijk verplicht is een GRP te hebben, wil de gemeente graag middels een beheerplan duidelijk vastleggen wat het beheer behelst en wat dat kost. Er worden dan echter geen vormvereisten meer aan het plan gesteld vanuit de inhoudelijke kant. Financieel beveelt de commissie BBV aan dat een gemeente bij het hebben van een voorziening tenminste 1x in de 5 jaar een beheerplan moet vaststellen. De gemeente Renkum ziet de beheerplannen Openbare Ruimte in het algemeen als levende documenten, die zodra het voor de uitvoering van belang is, geactualiseerd worden. Dit zal eerder zijn dan de genoemde 5 jaar in de BBV. Zij zullen geen van te voren bepaalde geldigheidsduur hebben. Zolang dit plan de (wettelijke) status van Gemeentelijk Rioleringsplan ingevolge de Wm heeft, is de geldigheidstermijn vastgesteld op 2022-2026 (conform de GRP’s die tot nu toe zijn vastgesteld in de gemeente Renkum is dit steeds voor 5 jaar geweest). Zodra de Ow van kracht wordt, gaat dit plan als ‘beheerplan Water en Riolering’ verder en vervalt de geldigheidstermijn.

Uitgangspunt is dat een beheerplan geactualiseerd wordt zodra dit voor het beheer van belang is. Verwachting is dat dit éérder plaatsvindt dan 2026. Hierbij wordt rekening gehouden met het gestelde in de BBV.

12

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

1.4 Voorstel Vanaf 1-1-2022 is dit plan het Gemeentelijk Rioleringsplan van de gemeente Renkum. Na invoering van de Omgevingswet vervalt de status als Gemeentelijk Rioleringsplan, maar blijft het plan als beheerplan Water en Riolering van kracht. Het kostendekkingsplan wordt aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. Met vaststellen van het kostendekkingsplan wordt ingestemd met de financiële consequenties van het Beheerplan Water en Riolering.

1.5 Leeswijzer Een beheerplan is over het algemeen een lijvig document dat voor een niet-vakmens lastig te lezen is. Bij dit beheerplan water en riolering is gepoogd het document leesbaar te houden voor iemand die niet volledig thuis is in het vakgebied. Hiertoe is het plan op onderdelen compact gehouden; waar de lezer toch behoefte heeft aan verdere verdieping wordt verwezen naar de diverse bijlagen. Voor de opbouw van het water- en rioleringsplan is onderstaande volgorde gehanteerd waarbij elk hoofdstuk logischerwijs volgt op het voorgaande: · In hoofdstuk 2 “wat hebben we” wordt een overzicht gegeven van de aanwezige infrastructuur in Renkum; · In hoofdstuk 3 “wat moeten we doen” wordt omschreven welke maatregelen er in de komende periode worden uitgevoerd om aan de wettelijk verplichte taak tot inzameling en transport van afvalwater en te voldoen aan de zorgplichten voor hemel- en grondwater; · In hoofdstuk 4 “wat willen we doen” worden de verplichtingen en ambities voor elk van de zorgplichten vertaald in activiteiten; · In hoofdstuk 5 “wie doet dat en wat is nodig” wordt omschreven hoe de organisatie er in de komende jaren uit zou moeten zien om de taken uit hoofdstuk 4 in te vullen; · In hoofdstuk 6 “Wat kost dat” wordt in beeld gebracht hoe veel geld er nodig is om het dagelijks beheer en de geplande projecten en verbeteringen uit te voeren en wordt één en ander

doorgerekend naar de benodigde inkomsten uit de rioolheffing.

Team Regie en Projecten

13

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

2 Wat hebben we 2.1 Inleiding Water is alom aanwezig in de gemeente: De gemeente ligt aan de Nederrijn of Rijn en er stromen prachtige beken door de gemeente. Naast een beetje oppervlaktewater, regent het -net als elders in het land- ook in de gemeente Renkum. Zelfs iets meer dan gemiddeld, meer dan 900 mm per jaar 2. In de grond zit ook water, grondwater. De diepte waarop grondwater wordt gevonden verschilt. In de beekdalen kan dit ondiep zijn en vlakbij de Rijn is dit ook ondiep. Bovendien varieert de grondwaterstand hier met de waterstand in de rivier. Elders in de gemeente kan het grondwater heel diep zitten, soms wel dieper dan 7 meter. De sandrvlakte van Renkum is vrij gelijkmatig van opbouw en de grondwaterstand is daar ook gelijkmatig. De stuwwal waar Oosterbeek, Heveadorp en Doorwerth op liggen is in de ondergrond een stuk grilliger en grondwater is daar onvoorspelbaarder. Maar omdat oppervlaktewater het meest zichtbare deel is van water en daar niet veel van is, noemen we Renkum toch geen waterrijke gemeente. Omdat aan het eind van de 19e eeuw steeds duidelijker werd dat veel ziekten voorkomen konden worden door het hygiënisch omgaan met afvalwater, werd riolering aangelegd.

Doel riolering: Het doel van de riolering is om het afvalwater op een efficiënte en milieutechnisch verantwoorde manier in te zamelen en te transporteren, zodat de hygiëne en daarmee de volksgezondheid verbetert. Het huishoudelijk afvalwater wordt inmiddels geloosd op de riolering. De riolering zamelt het afvalwater in en transporteert dit naar de zuivering. Ook regenwater werd tot in de vorige eeuw gezien als afval, waar je zo snel mogelijk vanaf moest. Het rioolstelsel dat toendertijd aangelegd is, verzamelt ook hemelwater. Omdat het hemelwater via het riool afgevoerd kon worden, zijn geen andere oplossingen toegepast om het hemelwater kwijt te kunnen; ook zónder alternatieven was er immers meestal geen sprake meer van wateroverlast. Het rioleringssysteem moet goed beheerd worden; als we dat zouden nalaten, wordt het risico dat je niet voldoet aan je doel steeds groter. Het afvalwater is een deel van de waterketen. Met het woord ‘waterketen’ wordt dat deel van het water bedoeld dat vaak in buizen zit. Het watersysteem is dan het water dat ‘van nature’ voorkomt. Waterketen en watersysteem zijn nauw met elkaar verbonden. De figuur hieronder laat dat zien.

2

Op elke vierkante meter valt er dan meer dan 900 liter water

14

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Een riolering of rioolstelsel is een systeem van buizen (riolen), putten en pompen dat in steden en dorpen ondergronds is aangelegd. Het is bedoeld om het afvalwater op een veilige en gezonde manier af te voeren. Ook regenwater werd van oudsher gezien als afval en wordt vaak nog in dit rioolstelsel verzameld en afgevoerd. Tegenwoordig zien we regenwater (of hemelwater, want sneeuw, dauw en hagel horen er ook bij) bijna nooit meer als afval en willen we het hemelwater zoveel mogelijk van het riool afkoppelen. Daarom zijn in de gemeente Renkum verschillende soorten voorzieningen getroffen om het hemelwater te laten wegzakken in de bodem. Ook zijn er maatregelen getroffen om te zorgen dat het hemelwater (lokaal) getransporteerd wordt naar zo’n voorziening of naar een plek waar het zonder hinder kan wegzakken. Riolering is dan ook niet meer de enige zorgplicht van de gemeente; onlosmakelijk hiermee verbonden zijn de zorgplichten voor hemelwater en grondwater. Doel zorgplichten afvalwater, hemelwater, grondwater: Het doel van de zorgplichten voor water is om toekomstgericht bij te dragen aan een prettige en gezonde leefomgeving. Hierbij wordt rekening gehouden met volksgezondheid, duurzaamheid, milieuverontreiniging en klimaatverandering.

Omdat Renkum aan de Rijn ligt, ondervinden de dorpen invloed van de rivier. Bij lage waterstand is nog geen 3% van de gemeente oppervlaktewater; bij hoge waterstand is ruim 13 % oppervlaktewater. Meer dan 10% verandert dus van land in water als de rivier hoog staat! Als de waterstand van de rivier hoger is, dreigt voortdurend het risico dat rivierwater in de riolering terecht komt. Voor afvalwater in het riool wordt het lastiger om richting Rijn over te storten. Grondwater staat dan plaatselijk hoger, waar de uiterwaarden en laaggelegen percelen hinder van kunnen ondervinden. Doordat het grondwater langs de rivier soms hoger staat, is de ruimte in de bodem om water te infiltreren ook sterk verminderd in deze gebieden. Bijgaande plaatjes laten de gemeente bij lage en hoge rijnwaterstand zien. Aan de donkerblauwe kleur zie je dat de uiterwaarden vol water staan. Ook de mondingen van het Renkums beekdal en de Heelsumse beek staan vol water.

Team Regie en Projecten

15

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Het afvalwater wordt uiteindelijk getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) die in het dorp Renkum ligt.

2.2 Onderdelen gemeentelijk water- en rioleringssysteem 2.2.1 Groep A: vrijvervalstelsels Er zijn verschillende soorten riolering te onderscheiden, onderstaand zijn de belangrijkste soorten in de gemeente Renkum uitgelegd, voor zover dit tot vrijvervalriolering behoort. Deze groep is verreweg het grootst. De andere paragrafen beschrijven de voorzieningen die er zijn die níet tot het vrijvervalstelsel behoren. Een vrijvervalstelsel bestaat uit een geheel van buizen, putten, overstorten, drempelconstructies, straatkolken en aanverwanten. Dit stelsel is gemaakt om tot een efficiënte en milieutechnisch verantwoorde inzameling en transport van afvalwater te realiseren, opdat de hygiënische situatie en daarmee de volksgezondheid verbetert. De gemeente beheert het vrijvervalstelsel vanaf de erfgrensput tot aan het punt waar de gemeentelijke riolering overgaat in het transportstelsel van het waterschap. Waterschapsleidingen (die onder vrijverval werken) worden niet beschreven. In het eerder gebruikte plaatje van de waterketen, werken we het aangeduide nader uit:

16

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Gemengde riolering Bij gemengde riolering wordt afval- en hemelwater samen in één buis opgevangen en getransporteerd. Op kruispunten van rioolbuizen bevindt zich altijd een put. In de gemeente Renkum is in totaal ongeveer 160 km gemengde riolering aanwezig. Als de buis te klein is voor de aangeboden hoeveelheid water, stort het riool over in de openbare ruimte of in het lokale oppervlaktewater. In de gemeente Renkum is op veel plaatsen een flinke inspanning gedaan op het gebied van afkoppelen. Op deze plaatsen spreken we van een slim gemengd stelsel.

Gescheiden riolering Bij gescheiden riolering wordt het afval- en het hemelwater apart van elkaar opgevangen in 2 buizen. Hemelwater wordt hierbij in de openbare ruimte of in het lokale oppervlaktewater geloosd en de vuilwaterstroom wordt getransporteerd naar de zuiveringsinstallatie. In de gemeente is ongeveer 9 km hemelwaterriool (exclusief verzamelleidingen naar infiltratievoorzieningen) aanwezig en ongeveer 24 km vuilwaterriool. In Renkum wordt dit systeem nauwelijks aangelegd, vanwege de fysieke omstandigheiden. Lang niet altijd is een transportleiding nodig om het hemelwater naar oppervlaktewater of naar een vooziening te transporteren. Het hemelwater zakt ter plekke weg of wordt in het zicht met bijvoorbeeld een goot naar een plek geleid waar het rustig kan wegzakken. Alleen als dat onwenselijk of onmogelijk is, wordt het hemelwater met een kort verzamelleidinkje geleid naar een voorziening om weg te zakken. Daarom praten we in dat geval niet over ‘gescheiden riolering’ maar over een slim gemengd stelsel.

Slimme gemengde riolering Op veel plaatsen in de gemeente Renkum is sprake van een gemengd stelsel waar heel veel is afgekoppeld. Het afgekoppelde (hemel)water wordt niet in een aparte buis verzameld en getransporteerd over grotere afstanden zoals bij een gescheiden stelsel. Uitzondering is het lokaal verzamelen van hemelwater om dit te transporteren naar een plek waar het kan wegzakken. Het afgekoppelde hemelwater wordt vaak op het maaiveld geloosd, waarna het kan wegzakken in de bodem. Voordeel van een slim gemengd stelsel boven een gescheiden stelsel is dat er geen risico is op ‘foutaansluitingen’ (afvalwater dat per ongeluk op de hemelwaterbuis wordt aangesloten en Team Regie en Projecten

17

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

dan zonder enige vorm van zuivering op de bodem of het oppervlaktewater geloosd wordt). Doordat er in een slim gemengd stelsel minder hemelwater terecht komt, zijn de overstorten uit een slim gemengd stelsel minder frequent en minder groot.

Overstorten In de riolering maken we onderscheid tussen interne en externe overstorten. Bij een interne overstort komt het water uit de buis via een overstortmuur in een andere buis terecht. Deze overstorten zijn niet zichtbaar. Externe overstorten daarentegen zijn plaatsen waar afvalwater in de openbare ruimte terecht komt. Dit gebeurt niet zo vaak en alleen als het hard regent of geregend heeft. Externe overstorten zijn een soort noodventielen van de riolering. Vergelijk het met een snelkookpan: als de druk te hoog wordt, ontsnapt er stoom door het ventiel. Bij de riolering werkt het op vergelijkbare wijze: als er teveel water door het buizenstelsel moet, kan er water ontsnappen via de overstorten. Het water dat ontsnapt is afvalwater, verdund met hemelwater. In bijlage 3 vindt u de 12 externe overstorten die in de gemeente Renkum aanwezig zijn en op oppervlaktewater uitkomen en de 9 overstorten (soms ook nooduitlaten) naar de openbare ruimte.

2.2.2 Groep B/C Decentrale zuiveringen Op plaatsen waar geen riolering is aangelegd, heeft de gemeente ook een inzamelplicht voor afvalwater. Op deze plekken is vaak gekozen voor een decentrale zuivering. Deze voorziening werd voorheen een individueel systeem voor behandeling van afvalwater (IBA) genoemd. De gemeente zorgt voor beheer en onderhoud. In principe zorgt zij ook voor de aanschaf ervan. Voor een overzicht van de aanwezige 12 decentrale zuiveringen (voorheen IBA’s genoemd) wordt verwezen naar bijlage 3. Tussen 2005 en 2010 zijn verschillende IBA’s aangelegd. Inmiddels naderen deze de afschrijvingstermijn. Na een opknapronde kunnen de 6 aangesloten drijvende IBA’s (woonboten Rosandepolder) weer even mee. Dit is gedaan om een zuiveringsmogelijkheid te creëren in afwachting van een structurele oplossing. Aan deze oplossing wordt gewerkt. 5 percelen in het buitengebied zijn voorzien van een gewone decentrale zuivering en 1 van een grotere decentrale zuivering. Hoewel de gemeente meestal geen zuiveringsbeheerder is (in principe is t het waterschap zuiveringsbeheerder), is hij dat in deze gevallen wél.

18

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

2.2.3 Groep B/C pompen en gemalen Op de meeste plaatsen in de gemeente Renkum kan het afvalwater onder invloed van de zwaartekracht naar beneden lopen (vrijvervalstelsels). Op sommige plekken moet het water echter omhoog gebracht worden of over een grote afstand vervoerd met pompen. In de gemeente zijn 3 hoofdgemalen aanwezig. Daarnaast zijn 13 kleine gemalen aanwezig. Al deze gemalen zijn voorzien van 2 pompen. Er wordt er geen regenwater aangesloten op riolering die door pompen worden bemalen. Uitzondering daarop vormen (nu nog) de 3 hoofdgemalen. Daarnaast zijn er nog 77 pompunits (minigemaaltjes) aanwezig, voorzien van 1 pomp voor de drukriolering (zie bijlage 3).

Drukriolering Drukriolering wordt in het buitengebied toegepast om het afvalwater van verspreid liggende woningen en andere gebouwen te vervoeren richting het afvalwaterriool. Bij drukriolering duwt een pomp in een ondergrondse put het afvalwater in een leiding waarna de leiding uiteindelijk op het vrijvervalstelsel loost. In de gemeente ligt 29 km drukriolering waarop 77 pompunits inprikken. Hemelwater mag niet op de drukriolering aangesloten worden. Het beheer van zowel de gemalen als de pompunits vindt plaats met behulp van H2gO, ook de database en ontsluiting ervan voor de meetgegevens in de riolering.

Pompunit

2.2.4 Groep D Persleidingen Er is in de gemeente Renkum 29 km persleiding aanwezig. Dit zijn vaak leidingen met een zeer beperkte doorsnede (63 of 79 mm) gemaakt van kunststof. Vanuit grotere gemalen komen grotere persleidingen met een grotere doorsnede en mogelijk van andere materialen dan van kunststof. Van de belangrijkste persleidingen is de exacte ligging bekend. Van een aantal persleidingen (met name in bosgebieden etc) is de exacte ligging niet bekend. Het risico op graafschade bij deze leidingen wordt geaccepteerd.

Team Regie en Projecten

19

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

2.2.5 Groep E Randvoorzieningen Randvoorzieningen zijn buffermogelijkheden voor afvalwater. In de gemeente liggen er 9. In deze bergingsvoorzieningen komt na hevige neerslag –als de overstort gaat werken- rioolwater uit het gemengde stelsel terecht. Dit water is afvalwater, verdund met hemelwater. Om te voorkomen dat inwoners (kinderen) bij dit afvalwater kunnen komen, zijn open bergingen die in de bebouwde kom liggen meestal voorzien van een hek. Ook zijn ze vaak voorzien van folie, zodat afvalwater niet kan wegzakken in de bodem en zo vervuiling zou kunnen veroorzaken. In bijlage 3 vindt u de randvoorzieningen.

Berging Kerklaan Doorwerth, foto Stichting Maak je Route

In Renkum zijn 2 open bergingsvoorzieningen in 2013 aangepast. In deze open bergingen komt nu (behoudens calamiteiten) alleen nog regenwater. Hier staat geen hek omheen, noch zijn/worden ze voorzien van folie. Voorheen hoorden zij dus in zijn geheel bij de randvoorzieningen, nu hoort alleen nog het ondergrondse deel daarbij. Het beheer van de ‘groene kuilen’ is niet eenduidig geregeld. Voor zover de vakgroep groen erbij kan (geen hek aanwezig) wordt het groen in de bebouwde kom gemaaid door hen. Na overstorten (deels in deze ‘groene kuilen’) wordt de zichtbare vervuiling opgeruimd.

2.2.6 Groep F: Meet en monitoringssysteem In 2012 is ingezet op het inrichten van een meetnet in de riolering en een grondwatermeetnet, omdat deze voorzieningen inzicht geven in het functioneren van de (afval)waterketen. In de gemeente Renkum zijn diverse meetpunten ingericht op ongeveer 60 locaties. De verzamelde gegevens komen in een database H2gO. Door het uitvoeringsteam van de centrumorganisatie PWVE worden de meetgegevens gevalideerd en geanalyseerd. Ook de beheerdata van de decentrale

Sensor voor niveaumeting in put

zuiveringen en de gemalen worden bijgehouden in het beheerprogramma H2gO. In dit programma staan alle pompunits, de gemalen en alle decentrale zuiveringen tot in detail in beschreven.

20

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

De hoofdpost van H2gO word beheerd door Waterschap Vallei en Veluwe als centrumorganisatie voor het Uitvoeringsteam (UVT). Het UVT kan vanuit H2gO meetgegevens genereren om analyses te maken. Naast de meetvoorzieningen die in de gemeente aanwezig zijn, heeft de gemeente via PWVE een abonnement op de regenradar die ontsloten is door HydoNET. Deze regengegevens worden geïmporteerd in de database H2gO. Ook meetgegevens van de rivierwaterstand die door Rijkswaterstaat verzameld worden, worden voor 3 locaties geïmporteerd in H2gO (Arnhem, Driel-boven de sluis en Driel-beneden de sluis).

2.2.7 Groep G: Oppervlaktewatervoorzieningen In 2016 is een inventarisatie gedaan naar alle civiele constructies die aanwezig zijn in de gemeente Renkum. Dit varieert van duikers, brugleuningen, bankjes aan een brugleuning, vlonderpaden etc. Deze inventarisatie wordt gebruikt als startpunt om te bepalen wélke onderdelen hiervan bij het rioolbeheer horen. Dit is nog niet op detailniveau bepaald, terwijl al wél een inschatting gemaakt moest worden van de mogelijke financiële consequenties. Op hoofdlijnen is echter wél duidelijk dat duikers wél beheerd worden en faunapassages en fonteinen niet.

2.2.8 Groep H: Hemelwatervoorzieningen (geleiding, berging en infiltratie) Al enige tijd zet de gemeente Renkum in op het afkoppelen van hemelwater van de riolering. Al die jaren zijn voorzieningen aangelegd, die niet netjes zijn bijgehouden in het beheersysteem en de eerste periode na aanleg ook niet onderhouden zijn. Niet erg, want nieuwe voorzieningen vragen geen/nauwelijks onderhoud. In het begin is er gezocht naar de meest optimale oplossing, met als gevolg dat we op een aantal plekken maatwerkoplossingen hebben bedacht. De techniek is echter in ontwikkeling. De indertijd gekozen oplossingen vragen nu soms om extra maatregelen (achterstallig onderhoud, versnelde vervanging) omdat ze niet meer optimaal functioneren; anderen gaan veel langer mee dan toendertijd aangenomen. Zoals in paragraaf 2.2.1 wordt gesteld wordt in de gemeente Renkum nauwelijks gescheiden riolering aangelegd vanwege de fysieke omstandigheden. Het hemelwater kan ter plekke wegzakken of wordt in het zicht met bijvoorbeeld een goot naar een plek geleid waar het rustig kan wegzakken. Alleen als dat onwenselijk of onmogelijk is, wordt het hemelwater met een kort verzamelleidinkje geleid naar een infiltratievoorziening. Een aparte transportleiding om hemelwater over grotere afstanden te transporteren is vaak niet nodig. Zeer in het oog springend zijn de open bergingen die aanwezig zijn in de gemeente.

In deze bergingen wordt hemelwater geborgen als het heel hard geregend heeft (infiltratieveld). In enkele voorzieningen komt Regenwaterberging Mr van Damweg (juli 2021) Team Regie en Projecten

ook een noodoverstort uit 21

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

van randvoorzieningen voor afvalwater. Het beheer van de ‘groene kuilen’ is niet eenduidig geregeld. De grasmat in de bebouwde kom wordt vaak door de vakgroep groen gemaaid (Schutterspad, Mr van Damweg, Waterweg). Naast de opvallend zichtbare voorzieningen wordt het water in de openbare ruimte vaak subtiel geleid naar plaatsen waar het minder kwaad kan. Zo wordt het wegprofiel vaak aangepast: hol (zodat het water in het midden blijft), bol (zodat het water langs de stoepranden stroomt of in de bermen terecht kan komen) of juist hellend naar één kant (zodat al het hemelwater aan die zijde terecht komt en daar verder verwerkt wordt). Ook als verkeersremmende voorzieningen aangelegde objecten (drempel of punaise) kunnen een sturende werking voor het wegstromend hemelwater hebben. Sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw is er veel inzet geweest om het rioolsysteem te ‘ontvlechten’. Het grafiekje hiernaast geeft een indruk van de voortgang hiervan.

35 30

Verticaal is uitgezet van welk deel van het

25

verharde gebied regenwater niet meer in

20

het afvalwaterriool terecht komt (%). In 2005 kwam dus regenwater van ongeveer

15

20% van het verharde oppervlak niet meer

10

in het rioolstelsel terecht.

5

Ten behoeve van de infiltratie van dit

0

afgekoppelde hemelwater worden infiltratieputten of andere voorzieningen aangelegd. Op kleine schaal zijn diepinfiltratieputten aangelegd (Weverstraat). Voordat het water weggezakt is, moet het soms geborgen worden. Naast de berging die aanwezig is ín de infiltratievoorzieningen, wordt er indien nodig lokaal ook naar berging gezocht door de aanleg of inrichting van wadi’s. In de loop van de tijd zijn er verschillende oplossingen toegepast voor berging (en infiltratie) van water. Zo zijn er op kleine schaal bollenboxen, tanks of andere maatwerkvoorzieningen aangelegd. In het beheersysteem is dit goed geregistreerd, zodat het beheer erop aangepast kan worden.

2.2.9 Groep I Klimaatadaptatie en bewustwording Deze groep kent geen beheerareaal. Deze groep is echter wél inzichtelijk gemaakt, omdat de gemeente hier een groot belang aan toekent.

22

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

3 Wat moeten we doen 3.1 Wet en regelgeving De verplichtingen van de gemeente rond water en riolering volgen uit wet- en regelgeving. Tot aan de invoering van de Omgevingswet is deze te vinden in diverse wetsartikelen (Wet milieubeheer 10.33 voor afvalwater, Waterwet 3.5 en 3.6 voor hemel- en grondwater). In de Omgevingswet is dit vastgelegd in artikel 2.16. (Omgevingswet, naar verwachting vanaf 1-72022). De basis voor het in rekening mogen brengen van een rioolheffing is te vinden in de Gemeentewet, Artikel 228a. Voor de wetteksten wordt verwezen naar bijlage 2.

3 zorgplichten De wetgeving (zowel de Wet Milieubeheer/Waterwet als de Omgevingswet straks) geeft de gemeente drie zorgplichten: 1 De zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater; 2 De zorgplicht, voor zover doelmatig en niet door een particulier uit te voeren, voor de inzameling en verwerking van hemelwater; 3 De zorgplicht, voor zover doelmatig, om in stedelijk gebied structurele nadelige gevolgen van hoge of lage grondwaterstanden te voorkomen of te beperken.

Kaderrichtlijn water Een goede waterkwaliteit vinden we belangrijk in Nederland. Omdat (oppervlakte)water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn internationale afspraken nodig. Sinds eind 2000 is daarom de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn is daar waar nodig vertaald in de Nederlandse Waterwet (december 2009). Een van de afspraken is dat de doelen voor stroomgebieden vastgelegd worden in stroomgebiedbeheerplannen. Deze plannen geven voor de perioden 2010-2015, 2016-2021 en 2022-2027 aan wat de doelen zijn op het gebied van de ecologische en chemische waterkwaliteit van waterlichamen (de eenheid die voor oppervlaktewatersystemen gebruikt wordt). De gemeente Renkum ligt in het deelstroomgebied Rijn-oost. Waterschap Vallei en Veluwe en Rijkswaterstaat hebben op zich genomen om de stroomgebiedbeheerplannen voor dit gebied te maken. De gemeente Renkum wordt (net als andere gemeenten in dit gebied) geacht om te participeren in een aantal activiteiten (ureninzet).

Maatregelen van bestuur Bij de Waterwet ‘horen’ 3 AmvB’s. De algemene regels uit Blah (besluit lozing afvalwater huishoudens), de Blbi (besluit lozen buiten inrichtingen) en het Activiteitenbesluit worden met de invoering van de Omgevingswet opgenomen in de algemene regels die voor de hele omgeving gelden (Bkl en Bal, Besluit kwaliteit leefomgeving en besluit activiteiten leefomgeving). Deze besluiten zijn een uitwerking van de wet.

Regels over overstorten In het verre verleden zijn er afspraken gemaakt over de vuiluitworp uit overstorten. Dit ging door het leven als de zgn. basisinspanning. Met de invoering van de Waterwet in 2009 en het intrekken van de Wvo (Wet verontreiniging oppervlaktewateren) is de vuiluitworp van rioolstelsels geregeld met een AmvB, het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). De strekking van deze algemene maatregel van bestuur is dat overstorten zijn toegestaan, mits het stelsel beschreven is in een Gemeentelijk Rioleringsplan. Team Regie en Projecten

23

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Hoe deze algemene regels er straks gaan uitzien als de Omgevingswet van kracht is, is nog niet duidelijk.

Evaluatie vorige planperiode In het vGRP+ Water Stroomt 2016-2020 waren diverse onderzoeken en maatregelen voorzien. Naast het reguliere beheer en onderhoud van de aanwezige voorzieningen is een groot gedeelte van de verbetermaatregelen en onderzoeken uitgevoerd. Enkele zaken zijn niet meer opgepakt, omdat zij inmiddels ingehaald waren door de tijd. Ook zijn maatregelen niet uitgevoerd door gebrek aan capaciteit. Als betreffende maatregelen nog relevant zijn, zijn ze ook in dit beheerplan opgenomen.

3.2 Instandhouding kapitaalgoederen In dit hoofdstuk leggen we vast wanneer we iets gaan doen om te zorgen dat de kapitaalgoederen in goede staat blijven. Voor zichtbare delen in de openbare ruimte wordt middels zogenoemde beeldmeetlatten vastgelegd naar welke beeldkwaliteit gestreeft wordt. Voor Water en Riolering is dit een lastig aspect, omdat de overgrote meerderheid van onderdelen van het rioolstelsel niet zichtbaar is en beeldkwaliteit niet belangrijk is. Voor de niet-zichtbare onderdelen wordt vooral gewerkt met zogenoemde ingrijpmaatstaven, waarbij op basis van een technische beoordeling bekeken wordt wat de restlevensduur is van een kapitaalgoed. Met deze informatie wordt vervolgens een integrale afweging gemaakt: kunnen we samen op werken met ‘wegen’ en/of ‘groen’, kunnen we wachten, of moet er nú wat gebeuren en gebeurt het een keer niet integraal. Ook wordt van deze informatie gebruik gemaakt om een risico-inschatting te maken: we kunnen en willen ons niet permitteren om een riool onder een hoofdverkeersader te laten instorten. In een woonstraatje is het ook héél vervelend als zo’n calamiteit zich voordoet, maar zijn de gevolgen wat minder groot. Tot op heden is de kwaliteit van onderdelen van het rioolstelsel niet in beeldkwaliteit uitgedrukt. Het is ook niet aan de orde voor de meeste onderdelen van het rioolstelsel.

Op enkele punten raakt het rioolstelsel onderdelen in de openbare ruimte waar wél een beeldkwaliteit is vastgelegd. Voor deze onderdelen wordt aangesloten bij de beeldkwaliteit van het betreffende onderdeel. De ingrijpmaatstaven worden onderverdeeld in drie hoofdcategorieën; vrijvervalriolering, riolering onder druk en hemelwatervoorzieningen.

24

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Vrijvervalriolering De basiskwaliteit van het rioolstelsel wordt vastgelegd door maatstaven van Rioned en NENnormen. Naar aanleiding van periodieke rioolinspecties wordt de aangetroffen kwaliteit gespiegeld aan onderstaande tabel. Op basis van deze vergelijking wordt besloten welke maatregel genomen wordt en op welk termijn.

Deze standaardindeling met de bijbehorende kleurcodering, gebaseerd op de NEN-norm waar ook de inspecties mee beoordeeld worden, geeft de hoofdcategorie van schadebeelden weer. Niet alle gebreken zijn tot op detailniveau beschreven in bovenstaande tabel. De verfijningsslag van deze hoofdcategorieën leidt niet altijd direct tot ingrijpen maar kan wél belangrijk zijn voor de beoordeling door de rioolbeheerder. Bij de toekenning van de kleurcodering zijn de criteria: -

veiligheid in de openbare ruimte,

-

risico op milieuvervuiling

-

voorkomen van wateroverlast of andere overlast

van belang geweest. De afweging van het risico (en dus kwaliteitsniveau) versus de beheerkosten is met de vaststelling van het kostendekkingsplan door de gemeenteraad gemaakt. Hoe hoger het kwaliteitsniveau, des te meer beheerkosten het handhaven ervan met zich mee zal brengen. Team Regie en Projecten

25

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Daar staat echter een kleiner risico tegenover met betrekking tot het optreden van onvoorziene uitgaven, hinder, overlast of schades. Alle locaties waar de riolen niet aan de basiskwaliteit voldoen komen in principe voor herstel in aanmerking. Op basis van de beoordeling van de rioolinspecties wordt bepaald welke en of objectmaatregelen benodigd zijn. In het kostendekkingsplan zijn voor de uitvoering van objectmaatregelen budgetten opgenomen. Hierbij moet opgemerkt worden dat een deel van de rioolinspecties ontbreekt of verouderd zijn. Hierdoor kunnen de in het kostendekkingsplan gebudgetteerde maatregelen afwijken wanneer nieuwe rioolinspecties zijn uitgevoerd. Daarnaast wordt nagegaan, waar sprake is van niet acceptabele risico’s op het optreden van calamiteiten. Dergelijke situaties worden met prioriteit aangepakt om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten voor stedelijk afval- en hemelwater.

Riolering onder druk Er wordt risicogestuurd ingegrepen op basis van reguliere inspecties. Beoordeling van de (basis)kwaliteit vindt plaats door externe expertise. Deze beoordeling wordt vervolgens door de rioolbeheerder geaccordeerd. Na accordering wordt samen met de externe partij een maatregelenplan opgesteld.

Hemelwatervoorzieningen

Werkzaamheden aan gemaal Nieuwe Keijenbergseweg, april 2021

De gemeente Renkum kent diverse infiltratiesystemen en andere hemelwatervoorzieningen. De infiltratievoorzieningen zijn de afgelopen jaren gedimensioneerd en aangelegd op een statische berging van 40 mm van het aangesloten verhardingsoppervlak. Afhankelijk van de infiltratiecapaciteit van de ondergrond kan de statische berging gereduceerd worden. Onderhoud moet uitgevoerd worden omdat de functionele werking van het systeem niet substantieel mag afnemen ten opzichte van de initiële aanleg. Onderhoud moet doelmatig gebeuren, dat wil zeggen: Geen onderhoud plegen als dat niet nodig is, maar voldoende preventief onderhoud plegen zodat gedurende het kalenderjaar aan de wateroverlasteis voldaan wordt. De vrije doorstroom in ieder infiltratiesysteem, van het ontvangpunt naar het eindpunt, moet voldoende vrij, schoon en vlak zijn om gedurende het gehele kalenderjaar te voldoen aan de wateroverlasteis. Als de instroompunten en toeleidende goten in slechte staat zijn (als gevolg van bijvoorbeeld verzakte of opgedrukte banden, kolken, putranden of roosters) worden zij hersteld. De infiltratievoorzieningen zelf zorgen niet meer voor het bereiken van de wateroverlasteis als gevolg van bijvoorbeeld dichtslibbing.

26

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

Voor wateroverlast wordt het volgende overzicht gehanteerd: gradatie

Definitie

Ambitie regenwater

Normaal

Hemelwater in daarvoor bestemde

Zo vaak als nodig

voorzieningen (infiltratievelden, goten ed); mits de duur niet langer is dan 24 uur (bij bui T=10+10%) Hinder

Kortdurende beperkte hoeveelheden

< 1 keer / maand op

hemelwater-op-straat.

dezelfde locatie

Centrum

Overlast

max 30 minuten

Parken

max 4 uur

Sport

max 4 uur

Werken

max 4 uur

Wonen

max 4 uur

Parkstroken

max 8 uur

Hemelwater-op-straat:

< 1 keer / jaar op

Begraafplaatsen

dezelfde locatie

Bijzondere punten/Entrées Langdurige of forse hoeveelheden hemelwater-op-straat. Centrum

Schade

langer dan 30 min

Parken

langer dan 4 uur

Sport

langer dan 4 uur

Werken

langer dan 4 uur

Wonen

langer dan 4 uur

Parkstroken

langer dan 8 uur

Hemelwater in woningen, bedrijven,

< 1 keer / 100 jaar op

winkels en ernstige belemmering van het

dezelfde locatie

(economische) verkeer

Team Regie en Projecten

27

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

Omdat wateroverlast door afvalwater ook ontstaat door een hevige bui (mits aan het gestelde bij vrijvervalriolering op blz 25 wordt voldaan) is een vergelijkbaar overzicht ook voor afvalwater gemaakt en hier opgenomen: gradatie

definitie

Ambitie afvalwater

Hinder

Kortdurende (korter dan plm 15 minuten)

< 1 keer / jaar op

beperkte hoeveelheden (minder dan plm 5

dezelfde locatie

cm) afvalwater-op-straat in de functionele eenheden parken, sport, werken, wonen en parkstroken. Overlast

Afvalwater op speellocaties,

< 1 keer / 10 jaar op

begraafplaatsen en bijzondere punten/

dezelfde locatie

entrées. Kortdurende en beperkte hoeveelheden afvalwater-op-straat in centra en op ontsluitings-/hoofdwegen; Langdurige of forse hoeveelheden afvalwater-op-straat in andere functionele eenheden (parken, sport, werken, wonen en parkstroken). Schade

Afvalwater in woningen, bedrijven,

< 1 keer / 1000 jaar op

winkels en ernstige belemmering van het

dezelfde locatie

(economische) verkeer

28

Team Regie & Projecten

oktober 2021

Beheerplan water en riolering – versie 06

4 Wat willen we doen? 4.1 Ambitie als uitgangspunt

In maart 2021 is een Ambitienota vastgesteld door de raad. Hierin zijn de ambitieniveaus uit het schema hierboven onderbouwd en vastgesteld. Invulling van de ambitieniveaus vindt in verschillende sporen plaats: -

Voor dit Beheerplan zijn de ambitieniveaus vooral van belang voor de manier waarop we te werk gaan en niet zozeer op de vraag wát we doen. In het beheerplan wordt vooral beschreven wát we gaan doen (dingen doen) en is de Ambitienota minder van belang.

-

De financiële vertaling van dit beheerplan in een Kostendekkingsplan vindt plaats met inachtneming van de ambitieniveaus – omdat de gekozen ambitieniveaus invloed hebben op de manier waarop we te werk gaan (dingen goed doen).

-

Voor een eventueel nog op te stellen Programma Klimaatadaptatie worden de ambitieniveaus vertaald in te bereiken doelstellingen met bijbehorende maatregelen (de goede dingen doen). Vooruitlopend op een eventueel Programma Klimaatadaptatie is er een doelstelling geformuleerd met betrekking tot afkoppelen hemelwater.

Doelstelling rioleringszorg Gegeven het doel van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater wordt het doel van het rioleringsbeheer: -

de voorzieningen die nodig zijn om invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor water als goed huisvader duurzaam te onderhouden. Hiermee worden de laagst mogelijke kosten voor de totale levensduur gerealiseerd (Life Cycle Costs, LCC, dus inclusief aanleg en sloop).

-

In 2050 moet Renkum klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht (afgesproken in het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie DPRA en in het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie). Daar is al mee begonnen en blijven we fors op

Team Regie en Projecten

29

Beheerplan water en riolering - Versie 06

oktober 2021

inzetten. Dit uitgangspunt (landelijk afgesproken in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie) is ook vertaald in de ambitieniveaus die zijn vastgesteld in de Ambitienota 2021. Dit betekent dat we in 2050 volledig afgekoppeld willen zijn.

Algemene strategie beheer Het beheer van de kapitaalgoederen voor Water en Riolering vindt risicogestuurd plaats. Het begint met de vraag wat risicogestuurd precies is. Tot nog toe wordt het uitgelegd als rekening houden met de risico’s die er op een bepaalde locatie gelopen kunnen worden gezien de functie van de locatie. Een riool dat bijvoorbeeld onder een drukke doorgaande weg ligt, waar ook hulpdiensten gebruik van maken, mag niet zomaar instorten en zal bij lichtere schadebeelden al eerder gerepareerd of vervangen worden dan een riool in een woonstraatje. Een ander voorbeeld is een belangrijk gemaal dat de vuilwaterafvoer van een groot gedeelte van een kern verpompt, dat minder risico mag lopen op disfunctioneren dan een klein gemaal dat de afvoer van enkele huizen wegpompt. Op deze manier wordt naar alle voorzieningen gekeken, waarbij het uitgangspunt blijft dat we geen voorzieningen gaan vervangen die nog in goede staat zijn, ook al is de afschrijvingstermijn verstreken. Hiermee willen we duurzaam met het materiaalgebruik omgaan.

Areaaluitbreiding In 2019 is door de Gemeenteraad in het kader van de bezuinigingen besloten om in principe de omvang van het te beheren areaal gelijk te houden en als er tóch sprake moet zijn van areaaluitbreiding in beeld te brengen wat het beheer hiervan kost en het budget navenant op te hogen. Omdat de riolering een systeem vormt is het niet wenselijk om delen van de riolering niet als openbare voorziening te beschouwen. Aan het in stand houden van deze openbare voorziening betalen alle aangeslotenen mee via de rioolheffing. Ook praktisch is het onuitvoerbaar om een (klein) gedeelte van het rioleringssysteem niet in beheer te hebben. Ook zal areaaluitbreiding niet ten laste komen van de Algemene middelen in de Begroting. Daarom staat de vakgroep Water en Riolering op het standpunt dat álle onderdelen van het rioolsysteem beheerd worden zoals dat voorheen ook gebruikelijk was: in de woning en tot aan de erfgrenspunt is de riolering de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. Vanaf de erfgrensput is de gemeente de beheerder. In de periode tot 2027 is de woningbouwopgave in Renkum 900 woningen. Dat komt neer op ongeveer 130 woningen per jaar. Als de woningen op een uitleglocatie komen, of in een grotere inbreidingslocatie, moet op de locatie nog riolering aangelegd worden. De aanleg van deze riolering wordt door de ontwikkelaar van de locatie betaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.renkum.nl/api/v1/meetings/1948/documents/25591