CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzennota bestemmingsplan Den Alerdinck ll 24 oktober 2024 geanonimiseerd

Raadsvergadering 28 november 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Landgoed den Alerdinck, partiële herziening nr. 1, omgeving Zuthemerweg (bespreekstuk)5.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijzennota Bestemmingsplan ‘Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg’

Gemeente Raalte November 2024

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ...................................................................................... 2 1.1. 1.2

ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................... 2 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 2

HOOFDSTUK 2 ZIENSWIJZEN ............................................................................... 3 2.1 INGEDIENDE ZIENSWIJZEN .............................................................................................................................. 3 ZIENSWIJZE 1: ......................................................................................................................................................... 4 ZIENSWIJZE 2: ......................................................................................................................................................... 5 ZIENSWIJZE 3: ......................................................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 3 AMBTELIJKE AANPASSINGEN .......................................................... 15 HOOFDSTUK 4 WIJZIGINGEN ............................................................................. 16 HOOFDSTUK 5 BIJLAGEN .................................................................................. 17 BIJLAGE 1 ZIENSWIJZE 1: ......................................................................................................................................... 17 BIJLAGE 2 ZIENSWIJZE 2: ......................................................................................................................................... 20 BIJLAGE 3 ZIENSWIJZE 3: ......................................................................................................................................... 33

1

HOOFDSTUK 1 INLEIDING

1.1.

Zienswijzen

Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Raalte heeft het bestemmingsplan ‘Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg’ als ontwerp ter inzage gelegd. Het plan heeft van donderdag 14 december 2023 tot en met woensdag 24 januari 2024 ter inzage gelegen. In deze periode zijn drie zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en voorzien van de benodigde gegevens.

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 van deze zienswijzennota bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijze. In hoofdstuk 3 zijn de ambtelijke aanpassingen opgenomen en in hoofdstuk 4 zijn de wijzigingen in het plan beschreven.

2

HOOFDSTUK 2

2.1

ZIENSWIJZEN

Ingediende zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 14 december 2023 tot en met woensdag 24 januari 2024 voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er drie zienswijzen ingediend bij de gemeenteraad. De zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend en voorzien van de benodigde gegevens.

Zienswijzen

Datum zienswijze ontvangen

Ontvankelijk / niet-ontvankelijk

1. xxxxxx

22 januari 2024

Ontvankelijk

2. xxxxxx

22 januari 2024

Ontvankelijk

3. xxxxxx

24 januari 2024

Ontvankelijk

Hieronder zijn de zienswijzen samengevat en voorzien van een beantwoording.

3

Zienswijze 1: De indiener heeft kort samengevat het volgende in de zienswijze naar voren gebracht: 1.

De indiener van de zienswijze begint de zienswijze met een aantal vragen. Deze vragen gaan onder andere over het initiatief, geur, licht, participatie en inspraak.

Beantwoording: De gemeente heeft het verzoek beoordeeld zoals deze is ingediend door de eigenaren van Landgoed Den Alerdinck. De gemeente is zelf geen initiatiefnemer. Landgoed Den Alerdinck heeft de gemeente verzocht de vijf bouwrechten van de Hofstee te verplaatsen naar het perceel aan de Zuthemerweg. Op basis van dit principeverzoek heeft het College van Burgemeester en wethouders een principebesluit genomen waarin zij vermelden in principe bereid zijn medewerking te verlenen. De gemeenteraad besluit uiteindelijk of het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Landgoed Den Alerdinck heeft in het voortraject met Plaatselijk Belang Laag Zuthem afgestemd dat zij een informatiebijeenkomst voorafgaand aan het publiceren van het ontwerp bestemmingsplan organiseren. De gemeente verwacht van Landgoed Den Alerdinck dat zij participeren met omwonenden en belanghebbenden. Het is een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om de betrokkenen voldoende te informeren.

2.

De indiener van de zienswijze geeft aan verrast te zijn dat Landgoed Den Alerdinck ll op deze locatie wil bouwen.

Beantwoording De initiatiefnemer heeft een verzoek bij de gemeente ingediend voor het verplaatsen van de vijf bouwkavels. Het wijzigen van het standpunt is een weloverwogen keuze geweest van Landgoed Den Alerdinck.

3.

De indiener van de zienswijze benoemt dat er actieve boeren aanwezig zijn in de omgeving van het plangebied. Daarnaast dat de laatste open en donkere onbebouwde hoek van het landgoed zal worden ontsierd met woningen. Indiener van de zienswijze vreest voor aantasting van de natuur van het oude landgoed.

Beantwoording Middels een geurrapportage is onderbouwd dat de omliggende agrarische bedrijven niet worden belemmerd door de verplaatsing van de vijf bouwrechten. Tevens is een natuurtoets opgesteld waarbij de aanwezige natuurwaarden zijn onderzocht. Verschillende organisaties zijn in het voortraject betrokken geweest bij de totstandkoming van de locatiekeuze, waaronder het Oversticht en provincie Overijssel.

4.

De indiener van de zienswijze merkt op dat er betere alternatieven zijn om de woningen te laten landen op het landgoed.

Beantwoording: Er heeft een zorgvuldig proces ten aanzien van het verplaatsen van de vijf bouwrechten plaatsgevonden waar de initiatiefnemer, gemeente Raalte, provincie Overijssel en het Oversticht bij zijn betrokken. Er heeft een afweging plaatsgevonden ten aanzien van het bepalen van de landingslocatie. De onderbouwing betreffende de alternatieve locaties is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan.

4

Zienswijze 2: Indiener heeft kort samengevat het volgende in de zienswijze naar voren gebracht: 1.

De indiener geeft aan dat door vijf woningen te bouwen het karakteristieke coulissenlandschap wordt aangetast. De indiener van de zienswijze is van mening dat de ontwikkeling in strijd is met de Structuurvisie en het principe van goede ruimtelijke ordening.

Beantwoording Doel van het Natuurnetwerk Nederland is het beschermen, duurzaam ontwikkelen en in stand houden van een samenhangend netwerk van natuurgebieden, en het daarmee veiligstellen van de wezenlijke waarden en kenmerken in Overijssel (artikel 4.56 Omgevingsverordening Overijssel). Het plangebied ligt in het deelgebied ‘Landgoederen Salland’. Dit is een uitgestrekt gebied met verspreid liggende natuurgebieden en landgoederen die tezamen een structuurrijk en natuurrijk cultuurlandschap vertegenwoordigen. De gevarieerde landgoederen hebben een kleinschalig karakter en omvatten een mozaïek aan bossen, graslanden, akkers, houtwallen, lanen, weteringen en poelen. Met voorliggend plan wordt binnen het coulisselandschap een nieuw erf gerealiseerd. Dit past in de structuur van het coulisselandschap met zijn verspreid liggende erven. 2.

De indiener geeft aan dat bouwen op de voorgenomen locatie in strijd is met het bestaande beeldkwaliteitsplan voor Den Alerdinck ll. In het huidige beeldkwaliteitsplan is aangegeven dat de nieuwe woningen door de Zuthemerweg worden ontsloten maar zich niet aan deze weg moeten presenteren. Het nieuwe beeldkwaliteitsplan geeft niet aan op welke wijze dit beleid moet worden aangepast, de afwijking is onvoldoende gemotiveerd.

Beantwoording Voor het bestemmingsplan en de beoogde locatie is een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is geen aanvulling of doorvertaling op het beeldkwaliteitsplan behorende bij het destijds vastgestelde bestemmingsplan voor locatie de Hofstee. 3.

De indiener van de zienswijze merkt op dat de inrit NNN doorkruist. In de ecologische quickscan wordt enkel aangegeven dat de planlocatie grenst aan NNN.

Beantwoording Het klopt inderdaad dat een klein deel van het plangebied in het NNN ligt, dat staat in de toelichting van het plan niet juist vermeld. Dit zal in de toelichting worden aangepast. Het betreft een strook NNN langs de Zuthemerweg. De strook NNN betreft een rij laanbomen langs de Zuthemerweg. In de oosthoek van het perceel ligt de bestaande toegang naar het agrarische perceel om met landbouwvoertuigen het land op te kunnen. Deze blijft gehandhaafd en zal ook de toegang zijn naar het toekomstige woonerf. De inrit is breed genoeg voor al het verkeer (ook bouwverkeer) en er hoeven geen bomen te worden gekapt. Lanen zijn een wezenlijk onderdeel van landgoederen en deze bestaande laan blijft met voorliggend plan in stand. Er is derhalve geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden dan wel van het areaal NNN.

5

4.

De indiener geeft aan dat de ecologische quickscan onvolledig is en dient te worden aangepast. Een klein deel van het plangebied (de inrit) is in het bestemmingsplan niet aangemerkt alszijnde NNN.

Beantwoording De informatie in de ecologische quickscan en toelichting is niet volledig. De ecologische quickscan en toelichting wordt aangepast op dit onderdeel, de inrit is wel degelijk onderdeel van NNN.

5.

In het ontwerpbestemmingsplan wordt geen argumentatie aangevoerd met dwingende redenen van groot openbaar belang waarom doorkruising van een NNN gebied nodig zou zijn.

Beantwoording De toelichting wordt op dit onderdeel aangepast, zie ook beantwoording onder 3. De natuurwaarden worden niet onevenredig aangetast, het is op dit moment ook al een inrit ten behoeve van het perceel.

6.

De indiener van de zienswijze merkt op dat de beoogde locatie zich bevindt in de zone ‘Ondernemen met Natuur en Water (ONW)’, het bouwen van woningen op deze locatie draagt niet bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwerp is derhalve in strijd met de Omgevingsverordening Overijssel.

Beantwoording De functie van het perceel is primair agrarisch. Er is geen sprake van bestaand bos of bestaande natuur, maar van meer algemene natuur- en landschapswaarden die samenhangen met het landgoedkarakter. Binnen de zone ‘Ondernemen met Natuur en Water’ zijn verschillende functies mogelijk, niet enkel Natuur. De provincie heeft ingestemd met het plan om de ontwikkeling te verplaatsen naar voorliggende locatie.

6

7.

De beoogde locatie heeft de bestemming Agrarisch met waarden – Natuur en landschapswaarden. Het ontwerp bestemmingsplan geeft niet weer dat gezocht is naar alternatieven, er is geen juiste belangenafweging gemaakt.

Beantwoording Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden’. De functie is primair agrarisch. Er is geen sprake van bestaand bos of bestaande natuur, maar van meer algemene natuur- en landschapswaarden die samenhangen met het landgoedkarakter. Voorliggend plan voorziet in de verplaatsing van vijf bouwrechten. Deze ontwikkeling kan en mag niet los worden gezien van de groene investeringen die reeds zijn gedaan, waaronder de aanleg van 26 hectare nieuwe natuur. Verder zijn in het kader van voorliggend plan ook een inrichtingsplan, beeldkwaliteitsplan en een beplantingsplan opgesteld en voorwaardelijk verplicht gesteld in de regels. Hiermee wordt ook geïnvesteerd in nieuwe landschappelijke en ecologische kwaliteiten (onder andere de aanleg van een boomgaard en bloemrijk grasland). Deze gronden behouden de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden’. Ten slotte voorziet het plan op de voormalige bouwlocatie De Hofstee in de aanleg van nog eens circa 2.600 m² bos. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan ruim voldoende voorziet in behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden. Een onderbouwing ten aanzien van het onderzoek naar alternatieve locaties is toegevoegd aan de toelichting.

8.

Het rapport van SRO doet vragen oproepen bij de indieners van de zienswijze omtrent onafhankelijkheid, zorgvuldigheid en kwaliteit het van het adviesbureau.

Beantwoording De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de benodigde documenten en onderzoek rapportages behorende bij het bestemmingsplan. De gemeente beoordeelt of de documenten volledig zijn en voldoen aan de gestelde eisen.

9.

Indieners van de zienswijze willen de Raad erop wijzen dat de gemeente Raalte op geen enkele wijze is gebonden mee te werken aan verplaatsing van de bouwlocatie.

Beantwoording Het College van Burgemeester en Wethouders heeft op 20 december 2022 een principebesluit genomen waarin zij aangeven in principe bereid te zijn medewerking te verlenen aan het plan. De gemeenteraad bepaalt uiteindelijk of het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

10. De indiener van de zienswijze merkt op dat tijdens de informatiebijeenkomst georganiseerd door Den Alerdinck is aangegeven dat geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. De indiener van de zienswijze merkt op dat het recht is verkregen door sloop van de stallen op het perceel Grote Hagenweg 1 en 1a. Het zou logisch zijn om de vijf woningen naar deze locatie te verplaatsen. Beantwoording Er heeft een zorgvuldig proces ten aanzien van het verplaatsen van de vijf bouwrechten plaatsgevonden waar de initiatiefnemer, gemeente Raalte, provincie Overijssel en het Oversticht bij zijn betrokken. Er heeft een afweging plaatsgevonden ten aanzien van het bepalen van de landingslocatie. De onderbouwing betreffende de alternatieve locaties is opgenomen als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. 11. De indiener van de zienswijze geeft invulling aan de wens van de achterliggers van Den Alerdinck ll. Er zijn geen alternatieven beschikbaar volgens de initiatiefnemer.

7

Beantwoording Voor het antwoord wordt verwezen naar punt 10. 12. Den Alerdinck ll heeft op 11 juni 2013 een zienswijze gestuurd t.a.v. het voorontwerpbestemmingsplan voor de Kleine Hagen. De indiener van de zienswijze benoemt dit aangezien Den Alerdinck ll destijds heeft aangegeven veel waarde te hechten aan een open landschap. De locatie aan de Zuthemerweg tast het landschap aan. Beantwoording We begrijpen het sentiment. Echter betreft dit een bestemmingsplan dat dateert uit 2013. Eenieder is vrij om een zienswijze in te dienen tegen een voorontwerp of ontwerp bestemmingsplan. De zienswijze is destijds ongegrond verklaard. Met de initiatiefnemer is de ingediende zienswijze besproken en op welke wijze de visie is gewijzigd ten opzichte van 2013. 13. De indieners van de zienswijze vinden de dialoog met de inwoners van Laag Zuthem onvoldoende. Het doel van de avond was uitsluitend om de omgeving en inwoners van het dorp te informeren. Gezien de impact van de vijf woningen vindt de indiener van de zienswijze het noodzakelijk dat een dialoog met de omgeving plaats vindt. Daarnaast was de gemeente niet aanwezig om haar standpunt toe te lichten. Beantwoording De initiatiefnemer heeft tijdens het traject van planontwikkeling meerdere malen met omwonenden gesproken: met de bewoners van 11 adressen in de directe omgeving zijn persoonlijke gesprekken gevoerd.

In maart 2022 is er een wandeling over het landgoed geweest waar 23 personen aan hebben deelgenomen. Landgoed Den Alerdinck heeft in het voortraject met Plaatselijk Belang Laag Zuthem afgestemd dat zij een informatiebijeenkomst voorafgaand aan het publiceren van het ontwerp bestemmingsplan organiseren. De gemeente Raalte verwacht van Landgoed Den Alerdinck dat zij participeren met omwonenden en belanghebbenden. Het is een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om de betrokkenen voldoende te informeren. De initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om de informatiebijeenkomst te laten plaatsvinden, zonder aanwezigheid van de gemeente.

8

Zienswijze 3: Indiener heeft kort samengevat het volgende in de zienswijze naar voren gebracht: 1. De indiener van de zienswijze geeft aan dat de zienswijze zich richt tegen het gehele plan. Beantwoording

Dit punt heeft geen beantwoording nodig.

2. De indiener geeft aan dat een concrete onderbouwing voor aanvaardbaarheid bouwen in het buitengebied ontbreekt. Door geen gebruik te maken van de bouwmogelijkheden op de Hofstee, heeft Den Alerdinck ll het risico op verval van de bouwmogelijkheden zelf aanvaard. De indiener van de zienswijze meent dat alsnog voor de locatie aan de Zuthemerweg in een bestemming Natuur moet worden voorzien net als voor de voormalig beoogde bouwlocatie De Hofstee. Het gegeven dat elders een ongerealiseerde bestemming ligt, maakt niet dat thans niet geheel en opnieuw dient te worden onderbouwd dat de bouw van vijf woningen in het buitengebied in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De indiener stelt dat niet aan de Omgevingsverordening Overijssel is getoetst, de Omgevingsverordening staat geen nieuwvestiging in de groene omgeving toe. Daarnaast had aan het geldende beleid te worden getoetst, voor het toestaan van de compensatiewoningen. Beantwoording

Het College van burgemeester en wethouders heeft op 20 december 2022 een positief principebesluit genomen voor het verplaatsen van de vijf bouwrechten bij locatie De Hofstee naar de locatie aan de Zuthemerweg. De initiatiefnemer heeft voldaan aan de eerder gestelde verplichtingen waardoor het recht voor vijf bouwkavels niet is komen te vervallen. Op basis van een locatie onderzoek en afweging op verschillende aspecten is de locatie aan de Zuthemerweg gekozen.

3. 1. Indiener geeft aan dat in de toelichting aan voorbij wordt gegaan dat gronden rond het plangebied zijn aangewezen als bestaande natuur van het Natuurnetwerk Nederland. De inen uitrit van de woningen doorsnijdt het NNN. Dit heeft in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Wonen’ gekregen. Gesteld wordt dat ca. 50 m² NNN verloren gaat. Voorts is indiener van mening dat de verdere gronden die als bestaande natuur zijn aangemerkt ten onrechte niet zijn bestemd als Natuur maar als Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden. 2. Indiener stelt dat de opgenomen bestemming strijdig is met het beschermingsregime volgens artikel 2.7.3 van de Omgevingsverordening, waarin staat dat NNN-gebieden die zijn aangeduid als ‘Bestaand’ een bestemming krijgen die uitsluitend gericht is op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Ook is het niet in overeenstemming met het door de gemeente gevoerde beleid om aan het NNN de bestemming ‘Natuur’ toe te kennen. 3. Indiener stelt dat de voorziene ontwikkeling strijdig is met de regels van de Omgevingsverordening Overijssel 2024 voor bos- en natuur buiten het NNN, omdat de bestaande bestemming mede is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden.

9

Beantwoording

3.1 Het klopt inderdaad dat een klein deel van het plangebied in het NNN ligt, in de toelichting van het plan staat deze informatie niet juist vermeld. Dit is in de toelichting aangepast. Het betreft een strook NNN langs de Zuthemerweg. Doel van het Natuurnetwerk Nederland is het beschermen, duurzaam ontwikkelen en in stand houden van een samenhangend netwerk van natuurgebieden, en het daarmee veilig stellen van de wezenlijke waarden en kenmerken in Overijssel (artikel 4.56 Omgevingsverordening Overijssel). Het plangebied ligt in het deelgebied ‘Landgoederen Salland’. Dit is een uitgestrekt gebied met verspreid liggende natuurgebieden en landgoederen die tezamen een structuurrijk en natuurrijk cultuurlandschap vertegenwoordigen. De gevarieerde landgoederen hebben een kleinschalig karakter en omvatten een mozaïek aan bossen, graslanden, akkers, houtwallen, lanen, weteringen en poelen. De strook NNN betreft een rij laanbomen langs de Zuthemerweg. In de oosthoek van het perceel ligt de bestaande toegang naar het agrarische perceel om met landbouwvoertuigen het land op te kunnen. Deze blijft gehandhaafd en zal ook de toegang zijn naar het toekomstige woonerf. De inrit is breed genoeg voor al het verkeer (ook bouwverkeer) en er hoeven geen bomen te worden gekapt. Lanen zijn een wezenlijk onderdeel van landgoederen en deze bestaande laan blijft met voorliggend plan in stand.

Er is derhalve geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden dan wel van het areaal NNN.

3.2 In het vigerende bestemmingsplan is ervoor gekozen om specifiek de zeedijk met laanbomen te bestemmen voor ‘Natuur’ met ook een dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’. Ter hoogte van het plangebied ’steekt’ de zeedijk de weg over. Dit was 10

reden om destijds de overige laanbomen niet de bestemming ‘Natuur’ te geven, maar in de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’ onder te brengen. De laanbomen worden ook op andere wijze beschermd (zoals een kapvergunning). Hoewel niet noodzakelijk is er geen bezwaar tegen om de laan alsnog de bestemming ‘Natuur’ te geven, aangezien het de ambitie van het landgoed is om de laan in stand te houden. De bestemming ‘Wonen’ wordt ter hoogte van de in-/uitrit versmald. 3.3 Opgemerkt wordt dat indiener het plan hier langs de Omgevingsverordening 2024 legt, terwijl het ontwerpbestemmingsplan onder de werking van de ‘oude’ Omgevingsverordening in 2023 ter inzage is gelegd en dus ook hieraan is getoetst. Het klopt dat er met invoering van de Omgevingswet per 01-02-2024 een 'nieuwe' Omgevingsverordening geldt. De inhoudelijke toetsing verschilt echter niet met de 'oude' verordening uit 2023. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden’. De functie is primair agrarisch. Er is geen sprake van bestaand bos of bestaande natuur, maar van meer algemene natuur- en landschapswaarden die samenhangen met het landgoedkarakter. Voorliggend plan voorziet in de verplaatsing van vijf wooneenheden.

Deze ontwikkeling kan en mag niet los worden gezien van de groene investeringen die zijn gedaan, waaronder de aanleg van 26 hectare nieuwe natuur. Verder zijn in het kader van voorliggend plan ook een inrichtingsplan, beeldkwaliteitsplan en een beplantingsplan opgesteld en voorwaardelijke verplichtingen gesteld in de regels. Hiermee wordt ook geïnvesteerd in nieuwe landschappelijke en ecologische kwaliteiten (o.a. de aanleg van een boomgaard en bloemrijk grasland). Deze gronden behouden de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en Landschapswaarden’. Ten slotte voorziet het plan op de voormalige bouwlocatie De Hofstee in de aanleg van circa 2.600 m² bos. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan ruim voldoende voorziet in behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden.

4. 1. Indiener stelt dat de uitgangspuntennotitie van het waterschap met concrete uitgangspunten voor het plan ontbreekt en dat niet is verantwoord hoe deze in het plan zijn verwerkt. Voorts wordt gesteld dat er van een te kleine toename aan verharding wordt uitgegaan (volgens toelichting 900 m²). 2. Het plangebied ligt in de zone ‘Ondernemen met natuur en water’ waar volgens het provinciaal beleid ontwikkelingen gericht dienen te zijn op de ontwikkeling van natuur, landschap en water. Beantwoording

4.1 De uitkomst van de digitale watertoets was dat de normale procedure moet worden doorlopen vanwege de ligging in overstroombaar gebied en de toename aan verharding. Op deze onderwerpen is in de toelichting vervolgens (weliswaar vrij beknopt) ingegaan. Gelet op beperkte omvang van de ontwikkeling (5 woningen) in relatie tot de oppervlakte van het plangebied (bijna 1,1 ha) kan immers worden aangenomen dat er voldoende mogelijkheden zijn voor waterberging. Hoe dit eruit komt te zien kan dan bij verdere ontwikkeling van de bouwplannen worden opgepakt. Naar aanleiding van de zienswijze is besloten om in de waterparagraaf de relevante wateraspecten uitvoeriger te beschrijven (zie toelichting behorende bij het bestemmingsplan). In de waterparagraaf

11

is gerekend met een toename aan verhard oppervlak van 1000 m² voor bebouwing en 900 m² aan verharding. Het waterschap heeft haar akkoord op deze waterparagraaf gegeven.

4.2 Voorliggend plan is geen op zichzelf staande ontwikkeling. Het plan kan niet los worden gezien van het totale landgoedplan voor Den Alerdinck II, waarin o.a. 26 ha nieuwe natuur en twee waterbergingen annex natuurstapstenen zijn aangelegd. Het voorliggende plan betreft geen nieuwe ontwikkeling, maar een verplaatsing van het bouwrecht voor 5 woningen. Op het totale landgoed is reeds in ruime mate geïnvesteerd in natuur, landschap en water. Met voorliggend bestemmingsplan wordt op de eerdere bouwlocatie De Hofstee nog eens ca. 2.600 m² bos aangelegd.

5. 1. Indiener geeft aan dat op basis van het archeologisch onderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek op die plekken waar de grond geroerd wordt. Omdat het proefsleuvenonderzoek nog niet is uitgevoerd stelt indiener dat daarmee niet zeker is dat het plan uitvoerbaar is. 2. In het archeologisch rapport wordt geadviseerd om voor de terreingedeelten waar geen bodemingrepen plaatsvinden, een planregeling op te nemen waarbij tot maximaal 500 m2 een vrijstelling geldt. Indiener constateert dat dit niet in de planregels is verwerkt en hierin oppervlak van 2500 m2 wordt gehanteerd. Beantwoording

5.1 Het klopt dat er nog geen proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd. Dat is in dit het kader van het bestemmingsplan ook nog niet noodzakelijk, wel zal dit onderzoek uitgevoerd moeten zijn voordat de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangevraagd. De kosten en risico’s zijn voor de initiatiefnemer. Behalve een proefsleuvenonderzoek zijn (in overleg) ook andere opties denkbaar. Er kan bijvoorbeeld ook worden gekozen voor archeologievriendelijk bouwen of het opstellen van een archeologisch werkprotocol inclusief archeologische begeleiding gedurende de bouwfase. Ten behoeve van het proefsleuven onderzoek is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. 5.2 Het archeologisch rapport van Transect is beoordeeld door de regio-archeoloog van Het Oversticht. De regioarcheoloog heeft aangegeven een aanscherping van de dubbelbestemming op dit moment niet te kunnen verantwoorden. Op de gronden is zeker tot 30-50 cm geploegd. Een eventuele aanpassing van de drempel waarboven archeologisch onderzoek nodig is, wil de archeoloog laten afhangen van de uitkomsten van het proefsleuvenonderzoek. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ met een drempelwaarde van 2.500 m² uit het geldende bestemmingsplan is daarom gehandhaafd. Het Advies van de regioarcheoloog wordt als bijlage bij de toelichting gevoegd. 6.

De indiener van de zienswijze is van mening dat het uitgevoerde geuronderzoek te beperkt is opgezet, waardoor een goede beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening ontbreekt. Dier categorieën waarvoor geen emissienorm is vastgesteld, zijn niet meegerekend in de beoordeling. De geurhinder had cumulatief dienen te worden beschouwd. In de geurberekeningen lijkt rekening te zijn gehouden met stalsystemen die reductie van emissie zouden moeten bewerkstelligen, terwijl de daadwerkelijke reductie van dergelijke systemen vaststaat. Ook valt uit het onderzoek onvoldoende deugdelijk te bepalen of wel rekening is gehouden met de reële maximale planologische invulling van de

12

veehouderijen en de daaruit vloeiende geurbelasting. Berekeningen die alleen uitgaan van de actuele feitelijke situatie geven immers onvoldoende inzicht of een goed woon- en leefklimaat wel is geborgd. Beantwoording

Het geurrapport is opgesteld conform de werkwijze van de Omgevingsdienst IJsselland. Omgevingsdienst IJsselland heeft het rapport akkoord bevonden. Voor dier categorieën waarvoor geen emissiefactor is vastgesteld, geldt een vaste afstand waaraan getoetst moet worden. Het is gebruikelijk dat wordt gerekend in een geurrapport met de vergunde situatie van een bedrijf in de omgeving. Uit diverse berekeningen blijkt dat als de in 2013 vergunde geuremissie van het bedrijf Lierderholthuisweg 69/71 op de grens van de bestemmingsvlak van het bedrijf wordt gelegd de geurbelasting op de beoordelingspunten op maximaal 4,01 OU/m3 (dit is de worse case berekening). Deze waarde is lager dan de toetsingswaarde uit de Wet geurhinder en veehouderij van 8 OU/m3. Dit betekent dat het bedrijf niet wordt belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling en dat het bedrijf nog ontwikkelmogelijkheden heeft. Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkellocatie is 'redelijk goed'. Alleen in de uiterste ZW-hoek van het plangebied (waar geen woningen worden gerealiseerd) is de beoordeling op basis van het worst-case scenario 'matig'. Dit kan nog als aanvaardbaar worden gezien. Dit blijkt ook uit jurisprudentie op dit vlak. In de Wet geurhinder en veehouderij, met bijbehorende Regeling geurhinder en veehouderij zijn een tweetal soorten dieren te onderscheiden, nl.: -

-

OU-dieren: dit zijn dieren waarvoor een geuremissiefactor (uitgedrukt in odour units per seconde) is opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Met behulp van deze geuremissiefactor kan de geurbelasting op een ‘geurgevoelig object’ worden berekend en worden getoetst aan de geurnorm. Het gaat hier onder andere om vleeskalveren en stieren, schapen en geiten, varkens en pluimvee. VA-dieren: Dit zijn dieren waar geen geuremissiefactor is bepaald. Voor deze dieren geldt een minimale, vaste afstand tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de buitenzijde van een ‘geurgevoelig object’ en worden vaste-afstand dieren genoemd. Het gaat hier onder andere om melk- en kalfkoeien, vrouwelijk jongvee, paarden en pony’s.

Op pagina 8 van het geurrapport is aangegeven dat binnen de veehouderij aan de Lierderholthuisweg 69-71 naast geurdieren ook nog VA -dieren worden gehouden. De afstand tussen het bedrijf en de ontwikkellocatie bedraagt meer dan 500 meter. In de Wet geurhinder en veehouderij wordt in artikel 4 het eerste lid onder b. geteld dat de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter bedraagt. Dit betekent dat ruimschoots aan deze bepaling wordt voldaan. De dichtbijgelegen veehouderij met VA dieren betreft de locatie Zuthemerweg 22. De grens van het bestemmingsvlak tot aan de rand van de ontwikkellocatie bedraagt ongeveer 185 meter. Hiermee wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4. Hiermee ligt het bedrijf niet op ‘slot’. Bij het berekenen van de geurbelasting is gewerkt aan de hand van de handleidingen behorende bij de geurberekeningsmodellen V-Stacks Vergunningen en V-Stack Gebied. Inderdaad het is waar dat bepaalde emissiearme stalsystemen (met een luchtwassysteem) in de ‘schijnwerpers’ staan met betrekking tot hun reductievermogen wat lager is dan in eerste instantie is gedacht/verwacht. Het gaat hier meestal om de reductie van de stikstofuitstoot (lees ammoniak) en in minder mate de reductie van geur. •

Voor de achtergrondberekening is zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van de gegevens uit de milieuvergunningen c.q. -meldingen. Uit de berekening blijkt dat de maximale cumulatieve geurbelasting op de rand van de ontwikkellocatie maximaal 3,57 OU/m3 13

•

bedraagt. Dit geeft een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. Wij vermoeden als er een worst case benadering wordt toegepast zal de geurbelasting niet de 6,5 OU/m3 zal gaan overschrijden. Dit de bovengrens van de milieukwaliteitsklasse ‘redelijk goed’. Er wordt in de zienswijze gezegd dat de bedrijven ontwikkelruimte hebben. Dat is qua geur misschien wel het geval, maar er spelen nog aan andere aspecten mee die belemmerend kunnen werken voor het uitbreiden van een agrarisch bedrijf. Denk hierbij aan onder andere het stikstofvraagstuk. Op dit moment worden nauwelijks vergunningen door de provincie Overijssel op dit vlak verleend.

7. Indiener merkt op dat het inrichtingsplan onvoldoende is geborgd. Het is onduidelijk wanneer de termijn van de voorwaardelijke verplichting gaat lopen, aangezien sprake is van het bouwen van meerdere woningen. Een aantal werkzaamheden onderdeel van het inrichtingsplan kunnen ook eerder worden uitgevoerd, om zoveel mogelijk van de inpassing en kwaliteitswinst te realiseren, dit geldt onder andere voor de boomgaard en bloemenweide en het ontwikkelen van natuurlijk bloemrijk grasland. Verzoek om de termijn van 18 maanden voor deze werkzaamheden in te korten naar bijvoorbeeld 6 maanden na onherroepelijk worden van de 1e omgevingsvergunning.

Beantwoording

Op dit onderdeel zijn de regels aangepast. Per woning is een voorwaardelijke verplichting opgenomen zodat per kavel na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning binnen 18 maanden het inrichtingsplan dient te worden uitgevoerd. In overleg met de initiatiefnemer is besproken dat de boomgaard, de bloemenweide en het ontwikkelen van natuurlijk bloemrijk grasland in een eerder stadium wordt uitgevoerd. Daarvoor geldt de voorwaardelijke verplichting dat binnen 12 maanden na onherroepelijk van het bestemmingsplan de werkzaamheden conform het inrichtingsplan dienen te worden uitgevoerd.

8. De indiener concludeert dat het plan niet ongewijzigd kan worden vastgesteld maar dat van de vaststelling voor zover het betreft de locatie aan de Zuthemerweg dient te worden afgezien en de locatie De Hofstee van een natuurbestemming dient te worden voorzien. Beantwoording Voorgesteld wordt het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Een aantal punten die zijn genoemd, worden in de wijzigingen meegenomen. Voor de locatie aan de Zuthmerweg en de locatie De Hofstee worden de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bestemmingen gehanteerd.

14

HOOFDSTUK 3

AMBTELIJKE AANPASSINGEN

Er worden zes ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. Het gaat om de volgende zes wijzigingen: Toelichting 1. 2.

De waterparagraaf is aangevuld. Daarnaast is afstemming geweest met Waterschap Drents Overijsselse Delta, zij geven aan dat de waterparagraaf voldoende is uitgewerkt. De natuurtoets en tekst in de toelichting zijn aangepast ten aanzien van de ligging ten opzichte van NNN.

Verbeelding 3.

4.

De bomenlaan langs de Zuthemerweg krijgt de bestemming Natuur (onderdeel NNN) en de bestemming Wonen ter plaatse van de in-/uitrit wordt versmald. In het geldende bestemmingsplan is de bomenlaan niet als Natuur bestemd, maar er is ook geen bezwaar tegen om het wel als zodanig te bestemmen. Voorwaardelijke verplichting per woning opgenomen in plaats van voor het totale plangebied één voorwaardelijke verplichting.

Regels 5. 6.

Voorwaardelijke verplichting per woning opgenomen in plaats van voor het totale plangebied één voorwaardelijke verplichting. Voorwaardelijke verplichting voor het proefsleuvenonderzoek – archeologie opgenomen.

15

HOOFDSTUK 4

WIJZIGINGEN

De ingediende zienswijze geven aanleiding gegeven het bestemmingsplan op enkele onderdelen aan te passen. De volgende wijzigingen worden doorgevoerd.

-

-

De waterparagraaf is aangevuld. Daarnaast is afstemming geweest met Waterschap Drents Overijsselse Delta, zij geven aan dat de waterparagraaf voldoende is uitgewerkt. De Natuurtoets en toelichting bestemmingsplan t.a.v. effecten op NNN zijn aangepast. Er is een nadere motivering opgenomen t.a.v. geen strijdigheid met Omgevingsverordening Overijssel Onderbouwing onderzoek alternatieve locaties op landgoed is verwerkt in de toelichting Het verslag van de participatie bijeenkomst 21 december 2023 is toegevoegd. In de regels is een kwalitatieve verplichting opgenomen t.a.v. realiseren erfinrichtingsplan na onherroepelijk worden omgevingsvergunning, zodat geborgd is dat per kavel aan de verplichting wordt voldaan. Verbeelding: de bomenlaan langs de Zuthemerweg de bestemming Natuur geven (onderdeel NNN) en de bestemming Wonen ter plaatse van de in-/uitrit te versmallen. Er is een voorwaardelijke verplichting voor het proefsleuvenonderzoek – archeologie opgenomen in de regels. Aan de toelichting is het participatieverslag van de bijeenkomst met het dorp Laag Zuthem op 21 december 2023 toegevoegd.

16

HOOFDSTUK 5

BIJLAGEN

Bijlage 1 zienswijze 1:

17

18

19

Bijlage 2 zienswijze 2:

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

Bijlage 3 zienswijze 3:

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c3ac6c42-f983-4970-938e-4f86d285fb55