Zienswijze 2 anoniem Z61035-2024
Tekst van het document
ZIENSWIJZE BETREFFENDE UITBREIDINGSPLANNEN VARKENSHOUDERIJ HEETENSEWEG 9a-9c te HEETEN 11 oktober 2024 Mail: Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning is een uitgebreide combi-MER ingediend. Hierin zijn veel berekeningen opgenomen voor wat betre de te verwachten uitstoot van ammoniak, de te verwachten deposi e van s kstof, de te verwachten uitstoot van fijnstof en de te verwachten geuroverlast. Het ammoniakgat RIVM-onderzoek van de laatste jaren gee aan dat berekende waarden voor met name de s kstofemissie vaak niet overeenkomen met de gemeten waarden. De rekenmodellen geven regelma g een onderscha ng van de emissie. Dit is het ammoniakgat. De verklaring hiervoor is complex, kan gelegen zijn in nog niet-op male rekenmodellen. Maar ook kunnen genomen maatregelen voor het emissie-arm maken van stallen en mestopslag, zoals speciale vloeren en luchtwassystemen minder effec ef blijken dan verondersteld. (Bron: J.W. Erisman e.a. in: S kstof. De sluipende effecten op natuur en gezondheid. Biowetenschap en Maatschappij, 2021) Daarom is voorzich gheid op zijn plaats bij de interpreta e van de cijfers in de combi-MER. Er kan geen absolute waarde aan de rekenuitkomsten worden toegekend. Wel kan een verwacht effect worden aangegeven. Maar de mate waarin genomen maatregelen effec ef zijn zal in de prak jk moeten worden beves gd en gemonitord.
Het bouwplan In de huidige situa e is er uitzicht en ruimte. In de eventuele nieuwe situa e staat er een veel groter gebouwencomplex, dat veel ruimte in beslag neemt en het uitzicht beperkt. Ruimte wordt schaars in Nederland, en we moeten zuinig zijn op plekken waar we nog in de verte kunnen kijken. Alom wordt gewaarschuwd tegen de oprukkende verdozing van het landschap. Houden we in deze casus hiermee rekening, of doen we ook hier het veelgeprezen Sallandse landschap geweld aan? En: éénmaal bebouwd, het uitzicht is voor al jd weg.
Wat gaat het nieuwe bedrijf in volgens de combi-MER? Wat in de eventuele nieuwe situa e het bedrijf in gaat is redelijk eenvoudig. De varkens krijgen ongeveer 14000 ton per jaar aan droogvoer. In de combi-MER wordt de herkomst van het droogvoer beschreven en wordt rekening gehouden met de nodige vervoersbewegingen. Er wordt grondwater opgepompt, ongeveer 75000 m3 per jaar, waarvan een groot deel drinkwater voor de dieren is, en water om het voer mee te bereiden. Het totaal aan grondwater is een flinke plas. Het jaarlijks aan de bodem te on rekken grondwater komt overeen met een laag water van ruim 4 cen meter op een oppervlakte ter groo e van het Boetelerveld (170 hectare). Frappant dat drie kilometer verderop in het Boetelerveld met man en macht wordt geprobeerd het waterpeil te verhogen. En dat burgers wordt gemaand om spaarzaam te zijn met het sproeien van de tuin ter bescherming van de grondwaterstand. In de combi-MER wordt deze waterwinning niet als problema sch gezien, ook niet in de vorm van verdroging van het naastgelegen natuurgebied van landgoed Schoonheten! Wat gaat het nieuwe bedrijf uit volgens de combi-MER? Varkens: Per jaar 53000 dieren van ongeveer 110 kilogram. Met de nodige vervoersbewegingen is in de combi-MER rekening gehouden. Mest: 26000 m3 drijfmest per jaar. Met de afvoer hiervan is ook rekening gehouden.
Drijfmest is de bron van ammoniak-emissie, van methaan-emissie en ook van geuroverlast. Ammoniakuitstoot leidt tot veel ongewenste effecten, zie de bijlage. Door de technische maatregelen van het Meest Milieuvriendelijke Alterna ef, namelijk speciale vloersystemen en luchtwassers, daalt volgens het rekenmodel de ammoniakuitstoot ten opzichte van de huidige situa e. En blij s kstof meer in de mest gebonden. Althans, dit zijn de goede bedoelingen. De rekenmodellen geven regelma g een onderscha ng van de daadwerkelijke uitstoot. Zie de alinea over het ammoniakgat. Het is daarom nodig dat de ammoniakuitstoot goed wordt gemonitord. Echter voor real- me-me ngen bij varkensstallen is nog geen haalbaar en betaalbaar instrumentarium beschikbaar (bladz. 122 van de combi-MER). Wel kunnen rendementsme ngen van de luchtwassers worden uitgevoerd. De vergunningvrager hee zulke me ngen laten doen bij andere bedrijven met vergelijkbare luchtwassers. De resultaten waren volgens verwach ng. Het is van belang dat deze me ngen ook in de eventuele nieuwe bedrijfssitua e worden
uitgevoerd. Bij voorkeur periodiek. Stank: de geuroverlast zou in de nieuwe situa e ondanks het bijna dubbele aantal dieren door technische maatregelen en ook door hogere afvoerpijpen volgens de rekenmodellen kunnen afnemen. Ook hier geldt hetzelfde als bij het ammoniakgat: er is kans op onderscha ng van de overlast. Geuroverlast is zeer hinderlijk, daarom is ook hier monitoring van belang om te controleren of alles wel werkt zoals berekend is. De vraag is: hoe? Als er klachten over stank komen hee de aanpak zijn doel gemist, en zijn de omwonenden de dupe! Fijnstof: de uitstoot neemt fors toe, vanwege het veel grotere aantal dieren. Ondanks technische maatregelen lijkt dit volgens de rekenmodellen niet te voorkómen. Echter: de te verwachten, berekende concentra es liggen ruim onder de grenswaarde. De details en de onderbouwing hiervan zouden moeten staan in bijlage 28. Maar in bijlage 28 staan deze gegevens niet en ze zijn ook elders niet te vinden! Helderheid hierover is belangrijk. Meer fijnstof van dieren betekent ook: meer endotoxinen, met mogelijk schadelijk effect voor de volksgezondheid. Er zal ook uitstoot zijn van methaan. Dit is een sterk broeikasgas, twin g keer sterker dan CO2. In de combi-MER wordt de uitstoot niet erg belangrijk geacht, en dit wordt verder niet concreet gemaakt. Tegenstrijdige belangen In het voorgaande is tot in detail gekeken naar de combi-MER.
Het is inmiddels de zoveelste versie van de MER, en bij elke versie zijn er verbeteringen en worden er voor gesignaleerde knelpunten rekenkundige oplossingen aangedragen, waarvan het goede effect door extra me ngen kracht wordt bijgezet. Maar er is nog lang niet voor alle knelpunten een oplossing. Het belang voor de betreffende ondernemer is groot, kosten noch moeite lijken te worden gespaard om de bedrijfsuitbreiding tot stand te brengen. De vasthoudendheid en ambi e van de ondernemer zijn prijzenswaardig, maar het betre een individueel belang. Dit individuele belang is ofwel gestoeld op economische gronden, ofwel op de wens tot het opbouwen van een toekomstbestendig bedrijf, ofwel op de ambi e om een mooi bedrijf neer te ze en. Op zich is dit natuurlijk rechtma g. Er is echter ook een belang dat geldt voor de hele gemeenschap, de vele bewoners van deze omgeving en de natuur rondom. Is het in het kader van het algemene belang noodzakelijk om zoveel varkensvlees te produceren?
En voor wie? Een groot deel hiervan wordt ge-exporteerd. En de gemeenschap hier blij zi en met de mest, het s kstofoverschot, de geuroverlast, een groot gebouwencomplex dat beslag legt op ruimte en uitzicht, de verlaging van de grondwaterstand en de natuurschade. Daar komt bij dat door het s kstofoverschot sectoren als de woningbouw op slot zi en, en dat de afvoer van de mest een steeds moeizamer exerci e wordt. En dan zijn er nog de dieren zelf. Wat is hun belang bij deze grootschalige plannen? Waarden en keuzes Belangrijk is dus welke waarden en belangen we in de maatschappij willen nastreven en welke keuzes we daarin maken: schone lucht, bescherming van landschap, biodiversiteit en klimaat, ten opzichte van uitbreiding van veeteelt. Willen we overproduc e van vlees ten koste van het gebruik van veel wereldwijde landbouwgrond voor de voeding van het vee. Of kiezen we voor efficiënter gebruik van de beschikbare landbouwgrond voor plantaardig voedsel voor mensen. Hiervoor is veel minder grondoppervlak nodig.
Kiezen we voor overproduc e van vlees, waarvan het grootste deel bestemd is voor export terwijl wij blijven zi en met de mest en de s kstof? Of willen we een kleinschaliger aanpak zonder overproduc e en met minder milieu- en omgevingsschade, maar dan wel in combina e met betere prijzen voor de producent? Kiezen we voor de spiraal van steeds grotere bedrijven, met overproduc e en lagere prijzen, waardoor een verdergaande schaalvergro ng steeds nodig is, en waarbij de boer en het milieu (en de burger) uiteindelijk het onderspit delven? Of voor een visie die rekening houdt met de verdere toekomst, met minder vleesconsump e en meer nadruk op milieu, en circulaire, kleinschalige bedrijfsvoering, in combina e met landschapsbeheer? Ik pleit bij voorgaande keuzemogelijkheden steeds voor het tweede alterna ef. Op langere termijn is een stringenter wordend overheidsbeleid inzake s kstofemissie te verwachten. Het is onontkoombaar om hier rekening mee te houden. Dit geldt voor de betreffende ondernemer en ook voor de gemeente. Bestrijding van uitstoot aan de bron Meer dieren betekent meer ontlas ng en urine, en meer produc e van s kstof. Die s kstof moet ergens blijven. In vaste mest, in de vloeibare mest, in de lucht.
In het Meest Milieuvriendelijk Alterna ef moeten uitgebreide technische voorzieningen ervoor zorgen dat schade en hinder worden beperkt, onder andere door schoorstenen te verhogen. De beoogde guns ge effecten hiervan zijn berekend, maar de prak jk hee geleerd dat de guns ge effecten gemakkelijk worden overschat en in de prak jk niet worden gehaald. De beste manier om uitstoot te voorkomen is het nemen van maatregen “aan de bron “, dat wil zeggen: minder vee gee minder uitstoot. De essen e Voor het betreffende plan zijn er inhoudelijke bezwaren en zijn er grote vraagtekens te ze en bij de uiteindelijke effecten op de nabije en verdere omgeving. Het is nu aan College van Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad om de plannen kri sch te beoordelen, rekening houdend met de duidelijk veranderende trend in het milieubeleid. Belangrijk hierbij is te beseffen dat alles met elkaar samenhangt: kwaliteit van bodem, lucht, water, biodiversiteit, maar ook het klimaat. Ook de s jging van de temperatuur op aarde wordt mede beïnvloed door de intensieve veehouderij (onder andere door vorming van lachgas in de atmosfeer door overmaat aan s kstof. Lachgas is een sterk broeikasgas). Dat we andere keuzes moeten maken dan voorheen is al lang duidelijk. Het is nu zaak om dat ook te gaan doen.
Het gaat om de afweging van het belang van 1 plan ten opzichte van het veel grotere belang van aarde, mens en dier. Raalte hee de verantwoordelijkheid om hierin de juiste keuze te maken, namelijk niet kiezen voor een mega-stal. Een nog expliciet te noemen aspect is de kwaliteit van het landschap: De extra stallen in de nabije omgeving van landgoed Schoonheten komen het landschappelijk schoon niet ten goede. Dit moet in de besluitvorming worden meegenomen.
BIJLAGE Nadelige gevolgen van de uitstoot van ammoniak Ammoniakuitstoot leidt tot veel ongewenste effecten op: -- de natuur: verlies van biodiversiteit, daardoor afname van insecten en andere nadelige vervolgeffecten. – water: algengroei, verandering in de visstand, etc. – de bodem: veranderingen in het bodemleven, verschuiving naar meer
bacteriën en minder schimmels; verminderde beschikbaarheid van kalium, calcium en fosfor, met een overmaat aan s kstof, waardoor bijvoorbeeld jonge vogels niet de juiste voedingsstoffen binnenkrijgen en niet kunnen uitgroeien tot gezonde volwassen vogels. – de luchtkwaliteit: overlast door ammoniak, toename van fijnstof. – het klimaat, door toename van broeikasgassen als lachgas en methaan in de atmosfeer. Voorgaande alinea geeft al aan dat de nadelige effecten van te veel stikstofdepositie in welke vorm dan ook uitgebreid en zeer complex zijn, en betrekking hebben op alles wat leeft. Deze alinea is natuurlijk onvoldoende om hiervan een goed beeld te geven. Daarom raad ik iedereen die betrokken is bij de belangrijke besluitvorming over stikstof ten zeerste aan om het volgende boekje te lezen, dit dus ter bevordering van een verantwoorde besluitvorming: Stikstof. De sluipende effecten op natuur en gezondheid. Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, 2021. ISBN 978 90 8803 1144. Graag leen ik mijn exemplaar uit.