CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsrapportage Grip op kosten sociaal domein

Informatievoorziening raad 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Voortgangsrapportage Grip op kosten sociaal domein5.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsrapportage

Grip op kosten sociaal domein Juni 2025

1

Inhoud 1.

Inleiding ......................................................................3

2.

Opbouw.......................................................................3

3.

Landelijke ontwikkelingen ..........................................4

4.

Trends en ontwikkelingen binnen het sociaal domein..5

5.

Voortgang geplande maatregelen .............................12

6.

Financieel ..................................................................21

7.

Conclusie en aandachtspunten ..................................22

2

1.

Inleiding

In 2024 heeft Berenschot een onderzoek uitgevoerd naar besparingsmaatregelen in het sociaal domein. De aanleiding voor dit onderzoek waren de dreigende tekorten in het sociaal domein, de wens om de effectiviteit van het sociaal domein te vergroten en de ontwikkeling van een groter beroep op voorzieningen. Dit terwijl we minder middelen van het Rijk ontvangen als gevolg van het ravijnjaar. In mei 2025 is het bijbehorende Plan van aanpak vastgesteld door het college om invulling te geven aan de aanbevelingen uit het onderzoek. Daarin is afgesproken dat college en raad halfjaarlijks geïnformeerd worden over de voortgang. In deze rapportage staan ook de algemene ontwikkelingen in het sociaal domein met bijbehorende cijfers. Deze stonden eerder in de Informatienota Sociaal Domein. De informatienota komt daarmee te vervallen.

2.

Opbouw

De opbouw van deze rapportage gaat van breed naar concreet. We starten met de relevante landelijke ontwikkelingen. Daarna schetsen we de lokale trends en ontwikkelingen per wet om vervolgens in te gaan op de specifieke maatregelen waar we in de eerste helft van 2025 aan gewerkt hebben. In de financiële paragraaf zetten we op een rij welke besparingen behaald zijn en hoe zich dat verhoudt tot de prognose van Berenschot. We eindigen met een conclusie over de afgelopen periode en geven een inschatting van het komende halfjaar.

In het Plan van aanpak gaven we al aan dat het rapport van Berenschot gebaseerd is op onderbouwde aannames die we in de praktijk zullen moeten toetsen en mogelijk bijstellen. In deze rapportage geven we steeds de meest actuele ontwikkelingen en voortgang weer. Ook gebruiken we deze rapportage om waar nodig verwachtingen bij te stellen en de consequenties aan te geven van die bijstellingen.

3

3.

Landelijke ontwikkelingen

3.1 Ontwikkelingen jeugd De Commissie van Ark heeft in haar rapport ‘Groeipijn’ geconcludeerd dat de middelen voor Jeugdzorg te laag zijn. Ze hebben berekend dat het tekort landelijk is opgelopen tot € 828 miljoen in 2024. Het rijk heeft besloten de helft van dat tekort voor haar rekening te nemen. Voor Raalte betekent dat een structurele verhoging van het gemeentefonds met € 800.000 vanaf 2025. Het ingroeipad van de maatregelen hervormingsagenda die moeten leiden tot een landelijke besparing van € 1 miljard is verzacht. Hiervoor is in 2026 landelijk € 498 miljoen en in € 2027 € 447 miljoen beschikbaar gesteld. Voor Raalte een toevoeging van € 0,94 miljoen in 2026 en € 0,85 miljoen in 2027. Ondertussen gaat het rijk wel uit van een groter besparingspotentieel in 2028 aangezien zowel het prijs- als het volumepeil ten opzichte van 2019 zijn toegenomen. Landelijk is daarom de taakstelling verhoogd van € 1 miljard naar € 1,5 miljard vanaf 2028. Voor Raalte betekent dat een verhoging van de taakstelling in 2028 met ca € 900.000 structureel. De commissie van Ark komt in 2027 met een nader advies. Met ingang van 1 januari 2028 wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor de mensen die Jeugdzorg ontvangen. De verwachting is dat dit budgetneutraal uitvalt voor gemeenten.

3.2 Val van het kabinet De verwachting is dat de behandeling van het wetsvoorstel Participatiewet in Balans in de Eerste kamer geen vertraging oploopt door de val van het kabinet. Deze nieuwe wet beoogt vereenvoudiging en meer ruimte voor maatwerk. De wetsvoorstellen Pro-actieve dienstverlening (Wet SZW) en het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid liggen bij de Raad van State. Vooral rond het voorstel over Handhaving sociale zekerheid liggen gevoeligheden die kunnen zorgen voor uitstel van de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027. Deze wet zorgt ervoor dat bij handhaving van de regels in de sociale zekerheid meer wordt uitgegaan van vertrouwen. Bij Pro-actieve dienstverlening zijn minder gevoeligheden, maar ook daar is niet zeker of het ministerie vasthoudt aan de oorspronkelijke planning. Deze wet maakt het mogelijk dat de overheid mensen actief wijst op rechten en financiële ondersteuning waar ze voor in aanmerking komen. De invoer van een inkomensafhankelijke bijdrage voor Wmo-ondersteuning die gepland staat voor 1 januari 2027 wordt mogelijk ook uitgesteld. Omdat het kabinet demissionair is worden voorlopig geen nieuwe beleidsmaatregelen verwacht.

4

4. Trends en ontwikkelingen binnen het sociaal domein 4.1 Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) In de gemeente Raalte ligt het beroep op ondersteuning vanuit de Wmo relatief iets hoger dan gemiddeld in Nederland. Het beroep op begeleiding, hulp bij het huishouden, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen is de afgelopen jaren gestegen. Dat komt doordat inwoners langer zelfstandig (met ondersteuning vanuit de Wmo) thuis wonen. Een andere oorzaak is de toenemende vergrijzing. Het percentage ouderen in de gemeente Raalte stijgt van 22% in 2020 naar 32% in 2040 en is hoger dan gemiddeld in Nederland. Dat betekent dat het aantal ouderen in die periode met circa 9000 toeneemt. Dit is van invloed op de toekomstige zorgvraag, beschikbaarheid van mantelzorgers en de vraag naar maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo. Dit is ook terug te zien in het WMO-voorspelmodel. De invoering van het abonnementstarief Wmo (invoer 2020) heeft nog steeds invloed op de toegenomen zorgvraag. Dit is een vast laag tarief voor de eigen bijdrage voor Wmo ondersteuning en is voor iedereen gelijk. Sinds de invoering is de vraag in heel Nederland gestegen. De geplande invoering van een inkomensafhankelijke bijdrage zorgt naar verwachting dat het aantal aanvragen afneemt of in ieder geval minder hard stijgt. Met de val van het kabinet is de geplande ingangsdatum van januari 2027 onzeker geworden.

5

6

4.2 Jeugdwet Het aandeel jongeren met specialistische jeugdhulp ligt lager dan het gemiddelde in Nederland. In Raalte ontvangt 10,8% van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp. Landelijk is dit 11,5% (voorlopige cijfers). Het grote verschil zit erin dat we veel van die jeugdhulpvragen voorliggend oppakken in het CJG. Dat percentage is in Raalte 35% ten opzichte van 10% landelijk. Na een lichte stijging van het aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontvangt, laat het eerste kwartaal van 2025 een stabilisatie zien. De lichte daling in het najaar van 2024 die we zagen in het aantal jeugdigen dat door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) ondersteund wordt, laat ook een stabilisatie zien. Het CJG werkt sinds het voorjaar van 2024 met de methode Van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag (positieve gezondheid). Deze persoonsgerichte en activerende aanpak heeft het effect dat meer vragen voorliggend kunnen worden beantwoord, de regie meer teruggelegd wordt bij ouders en jeugdigen of een oplossing wordt gevonden vanuit een andere wet. Ook heeft het CJG nog meer collectief aanbod geboden, zoals een lessenreeks op de Taalschool en inloopspreekuren op diverse scholen, waardoor minder jeugdigen en ouders een individueel traject starten bij het CJG.

7

4.3 Participatiewet Het aantal bijstandsuitkeringen in Raalte ligt relatief laag ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit komt onder andere door de demografische opbouw, een sterke mkb-sector en goede samenwerking met werkgevers. Toch zien we, ondanks de krappe arbeidsmarkt, een stijging in het aantal Participatiewet-uitkeringen. Deze landelijke trend is vooral zichtbaar in kleinere gemeenten. De instroom neemt toe, met name onder jongeren en statushouders, terwijl de uitstroom achterblijft. Dit komt door een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, veroorzaakt door multiproblematiek en structurele veranderingen, zoals hogere eisen aan werknemersvaardigheden. Bijna de helft van de bijstandsaanvragen is gerelateerd aan het verkrijgen van een verblijfsstatus. Door de opening van een doorstroomlocatie voor statushouders in de gemeente hebben we onze taakstelling huisvesting statushouders ruimschoots gehaald. Daarmee lopen we voor op veel anderen gemeenten, maar is ook de instroom gestegen. Ook zagen we dat de instroom van statushouders voornamelijk bestond uit (volwassen) alleengaanden en alleenstaanden, die individueel recht hebben op een bijstandsuitkering. Dit is in tegenstelling tot voorgaande jaren waarin we voornamelijk gezinnen met jonge kinderen door het COA toegewezen kregen, waarvan de kinderen tot 18 jaar niet bijstandsgerechtigd zijn.

Beide ontwikkelingen zien we als de voornaamste oorzaak voor de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Daarnaast is er een stijging in het gebruik van bijzondere bijstand en minimaregelingen, mede door de toename van statushouders en aanvragen voor beschermingsbewind. Ook maatregelen tegen niet-gebruik, zoals automatische toekenning van de meedoenregeling, dragen bij aan deze stijging.

Aantal unieke klanten per regeling t/m april 2025

Meedoen regeling wordt sinds maart 2024 automatisch toegekend aan inwoners met een bijstandsuitkering.

Verloop aantal Participatiewet uitkeringen tot en met mei 2025

8

Reden aanvang uitkering t/m mei 2025

9

Reden aanvang uitkering t/m mei 2025

Donkerpaars is geheel 2024 en lichtpaars is tot juni 2025 Let op: Bij einde uitkering is ‘wijziging norm’ buiten beschouwing gelaten, omdat het niet gaat om een daadwerkelijke beëindiging van de uitkering maar om een wijziging in de gezinssituatie waardoor er een nieuw uitkeringsdossier wordt aangemaakt. Vaak is dit bij gezinshereniging het geval.

10

4.4 Schulden Net als het aandeel inwoners met een bijstandsuitkering, ligt het aandeel huishoudens met problematische schulden in Raalte (om vergelijkbare redenen) lager dan het landelijk gemiddelde. Sinds de start van vroegsignalering van betalingsachterstanden is het aantal gedeelde meldingen gestegen. Dit komt doordat we meer samenwerkingen zijn aangegaan met zogeheten signaalpartners en betalingsachterstanden nog eerder met ons worden gedeeld.

De afgelopen jaren bleef het beroep op schuldhulpverlening achter bij de verwachtingen. Sinds 2024 is echter sprake van een stijging. Dit is het gevolg van eerder contact tussen gemeenten en inwoners dankzij vroegsignalering. In verreweg de meeste situaties lukt het om schulden zonder tussenkomst van de rechter in overleg met schuldeisers op te lossen. Actie gemeente

Percentage categorie Melder

Aantal meldingen RIS Vroeg Er Op Af

11

5.

Voortgang geplande maatregelen

In het eerdere plan van aanpak hebben we de planning weergegeven van de maatregelen. Het groene kader geeft aan welke maatregelen gepland zijn voor het eerste half jaar en waarover we in deze voortgang rapporteren. Een aantal maatregelen is gestart in deze periode en een aantal is al (bijna) afgerond. Daarbij maken we onderscheid tussen de maatregelen die een directe besparing opleveren op een van de wetten (J4, P1, P2, W1, W4, W5) en de maatregelen die het behalen van die besparingen en de gewenste beweging naar de voorkant ondersteunen (A2, A5, A9, A10, A11). Eerst geven we de voortgang per wet weer over de maatregelen die een besparing moeten opleveren. Daarbij geven we ook de bredere voortgang op die wet weer. Daarna volgt de voortgang over de maatregelen zonder besparingsopgave.

12

5.1 Voortgang Jeugd Algemeen Het CJG is bezig om haar inrichting duurzaam te maken door de medewerkers in dienst te nemen bij de gemeente Raalte. Hiervoor is in het eerste kwartaal een implementatieplan gemaakt. Dit plan wordt momenteel uitgevoerd. Ondertussen is een eerste inschatting gemaakt hoeveel fte’s nodig zijn om nog meer voorliggend op te pakken als CJG (Maatregel J1). Berenschot schatte de benodigde extra fte’s in op 11,5. Dat zou bijna een verdubbeling van het huidige aantal fte’s betekenen. Omdat er al veel gebeurt binnen het CJG en we eerst willen toetsen of een uitbreiding van het CJG daadwerkelijk leidt tot minder verwijzingen naar geïndiceerde zorg, kiezen we voor een gefaseerde aanpak. Voor de begroting 2026 wordt een uitbreiding gevraagd van 3,5 fte en voor 2027 nog eens 1,5 fte. Het CJG ziet met name kansen op het zelf uitvoeren van diagnostiek, relatiebeheer met verwijzers, spoed- en crisiszorg en Kansrijke start. Geplande maatregelen 1e helft 2025 J4 Meer juridische capaciteit en kennis afbakening jeugdhulp: Het vergroten van de juridische kennis van de jeugdhulp om deze zodoende beter te kunnen afbakenen. Dat vraagt om een aangescherpte visie (wat verstaan we onder de jeugdhulp en wat niet?) maar ook om het vergroten van de kennispositie hierover binnen de organisatie.

De huidige gemeentelijke Verordening Sociaal Domein en de bijbehorende regels beschrijven een uitnodigend toegangsproces tot zorg. De uitdaging is om een groter beroep te doen op de eigen oplossingsmogelijkheden en opvoedverantwoordelijkheid van de ouders en hun netwerk en die van aanpalende domeinen als het onderwijs.

In de afgelopen periode hebben we een aantal afwijzingen van ondersteuningsaanvragen voorbereid. Ons inhoudelijk onderzoek stond juridisch goed. Helaas hielden deze afwijzingen geen stand. Onze verordening heeft namelijk onvoldoende strakke kaders om de afwijzingen te ondersteunen. Zolang onze verordening niet is aangepast op de reikwijdte, houden de afwijzingen geen stand. Daarom zijn we nu een aanscherping van de verordening aan het voorbereiden die beter past bij onze visie op jeugdhulp en die toekomstige afwijzingen ondersteunt. We hebben juridische expertise ingehuurd om aanvragen te helpen afpellen naar de bedoeling van de wet. Daardoor hebben onze eigen medewerkers al geoefend in het doen van gedegen onderzoek. Ondertussen wordt gezocht naar interne versterking van de juridische capaciteit die ingezet kan worden om de juridische kennis van de betrokken medewerkers verder te vergroten. Dit jaar is met deze maatregel een besparing beoogd van €135.000 bruto (€100.000 netto). Zo lang de verordening niet is aangescherpt is het niet waarschijnlijk dat we dit bedrag gaan behalen. Na de aanscherping zien we wel mogelijkheden om te besparen omdat de kans dan groter is dat afwijzingen standhouden.

Vooruitblik 2e helft 2025 In het najaar wordt een praktijkdag georganiseerd met Internbegeleiders (IB’ers), en directeuren van betrokken onderwijsorganisaties en jeugd- en leerplichtprofessionals. Deze dag staat in het teken van afbakening en verantwoordelijkheden rondom de Jeugdwet en vanuit het onderwijs. Het doel is om een gedeeld beeld te krijgen wie waarvoor aan de lat staat omdat daar nu vaak verschillende opvattingen over zijn. Hiermee zorgen we ook dat we vanuit een gedeelde visie met het onderwijs kunnen werken.

13

5.2 Voortgang Participatie Algemeen Als gemeente hebben we stappen gezet om de rechtmatigheid van de collectieve zorgverzekering voor minima beter te waarborgen. We controleren actief of alleen inwoners die tot de doelgroep behoren gebruikmaken van deze regeling. Zo zorgen we ervoor dat het beleid eerlijk en doelgericht wordt uitgevoerd. Daarnaast hebben we een keuzetool ingezet om inwoners te ondersteunen bij het kiezen van het zorgpakket dat het beste bij hun situatie past. In samenwerking met Salland Zorgverzekeringen is bovendien een extra pakket ontwikkeld voor inwoners met een lage zorgvraag. Dit voorkomt oververzekering en leidt tot een lagere gemeentelijke bijdrage. We werken momenteel aan het aanpassen van de beleidsregels. Het doel is om het aanvraagproces eenvoudiger te maken. Dit vermindert zowel de uitvoeringslast voor de gemeente als de administratieve belasting voor de inwoner. Ook willen we via de beleidsregels de duur van budgetbeheer beperken. Hiermee stimuleren we inwoners om, waar mogelijk, weer zelf de regie over hun financiën te nemen. Geplande maatregelen 1e helft 2025 P1 Herzie collectieve zorgverzekering: Beschrijving maatregel: Deze maatregel betreft het herzien van de voorwaarden voor het gebruik van de collectieve zorgverzekering en het gerichter adviseren over de inzet hiervan.

Aangenomen wordt dat in ruime mate het meest uitgebreide verzekeringspakket is aangeboden zonder dat dit aansluit bij de zorgbehoefte van inwoners. In de gemeente Raalte maakt

99% van de gebruikers gebruik van het meest uitgebreide pakket, terwijl dit in andere gemeenten slechts 70% betreft. Inwoners kunnen beter geadviseerd en gestuurd worden in de keuze voor hun zorgpakket. Deze maatregel draagt indirect bij aan het overbrengen van de financiële schaarste van de middelen en stelt in staat om op een evenwichtige manier te bezuinigen, zonder dat dit direct raakt aan de meest kwetsbare mensen in de gemeente Raalte. Deze maatregel is afgerond. Uit onderzoek bleek dat 49 mensen geen recht meer hadden op de collectieve zorgverzekering (€ 22.900) en 45 mensen met een lager pakket toe konden (€ 15.700). Berenschot voorspelde een besparing van € 72.000. Het werkelijke resultaat is € 38.900 euro.

P2 Bouw budgetbeheer GKB af: Beschrijving maatregel: De veronderstelling is dat een deel van de inwoners het niet meer nodig heeft dat de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) dit voor hen uitvoert. In deze gevallen kan de cliënt zelf het budgetbeheer uitvoeren, of zijn netwerk hiervoor inzetten of dit laten uitvoeren door de begeleider (Wmo). Door de inwoner zijn of haar regie te laten nemen en daar waar mogelijk ondersteuning te laten zoeken in zijn of haar omgeving worden en blijven de inwoners minder afhankelijk. De schulddienstverleners hebben met een aantal inwoners gebeld waarvan het GKB had aangegeven dat ze hun budgetbeheer waarschijnlijk zelf konden uitvoeren. Dit gesprek heeft de inwoners overvallen. Daarom gaan we inwoners nu eerst schriftelijk informeren over de doelstelling van het gesprek, waarna de schulddienstverleners contact kunnen leggen. In juni

14

zijn deze informatieve brieven verstuurd. Berenschot voorspelde een besparing van € 20.000. Tot op heden is hier nog geen besparing gerealiseerd. Vooruitblik 2e helft 2025 In de tweede helft van 2025 wordt verder gewerkt aan de afbouw of beëindiging van budgetbeheer voor mensen waar dat kan. We verwachten hierop nog een besparing te behalen. Daarnaast gaan we bekijken of we een maximale duur aan budgetbeheer kunnen stellen. Die ontbreekt nu, waardoor er geen prikkel is om budgetbeheer af te ronden waar dat kan.

5.3 Voortgang Wmo Algemeen We zijn bezig met de aanbesteding voor hulpmiddelen. We onderzoeken daar of we meer met creatieve oplossingen kunnen werken zoals deelmobiliteit waarbij bv meerdere mensen gebruik maken van een scootmobiel.

Aantal unieke cliënten beschermd wonen op peildatum door de tijd heen

We zijn gestopt met de rolstoeluitleen. De rolstoelen uit de rolstoelpool zijn geschonken aan de locaties waar ze veel gebruikt werden, zoals woonzorglocaties. Dat bespaart onderhoudskosten terwijl zelden onderhoud nodig was. De stoelen worden nog steeds goed gebruikt. Vanaf januari is de wooncommunity De Ware geopend als een tussenvoorziening van Beschermd wonen. Hierdoor hebben we instroom in beschermd wonen voorkomen. De jaarlijkse kosten van een inwoner met een hulpvraag die instroomt binnen de wooncommunity zijn de helft van een beschermd wonen plek op jaarbasis.

15

Geplande maatregelen 1e helft 2025 W5 Terugroepactie hulpmiddelen en vervoerspassen: Beschrijving maatregel: De gemeente heeft enkele jaren terug een terugroepactie georganiseerd voor hulpmiddelen die niet meer nodig waren. Destijds bracht 33% van de inwoners met een hulpmiddel die werden benaderd dit hulpmiddel terug. De insteek is om deze actie te herhalen. Deze maatregel draagt ook bij aan het overbrengen van het gevoel van schaarste. In mei hebben de gebruikers van hulpmiddelen een brief ontvangen met het verzoek om niet-gebruikte hulpmiddelen in te leveren. Dat heeft t/m 4 juni 11 reacties opgeleverd. De totale besparing die dat heeft opgeleverd is € 7.194,45. Door het doornemen van de administratie zijn op dit moment nog 10 zaken in onderzoek. Het inleveren van vervoerspassen heeft geen besparing opgeleverd, omdat er geen kosten worden gemaakt als ze niet gebruikt worden. Het kan zijn dat er nog een klein bedrag bij deze besparing komt vanuit de zaken in onderzoek, maar het geschatte bedrag in het Berenschotrapport van € 83.500 zal zeker niet behaald worden. De in het rapport genoemde aantallen lijken ook hoog ingeschat. Het onderzoek uit 2011 waarop de getallen gebaseerd zijn betrof alleen scootmobielen waar 9,5% van werd geretourneerd.

W1 Individuele begeleiding voorliggend: Beschrijving maatregel: Binnen de Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen de algemene voorzieningen en de maatwerkvoorzieningen. Het advies is om een groot deel van de ‘individuele begeleiding’ als algemene voorziening aan te bieden in plaats van als maatwerkvoorziening. Concreet betekent dit dat professionals voorliggend worden ingezet om een deel van de ondersteuning aan te bieden die momenteel als individuele begeleiding wordt geïndiceerd. Dat scheelt een indicatieproces, verlaagt de drempel om ondersteuning te vragen en vermindert de belasting op het toegangsproces. Zonder urenverantwoording heeft de professional meer mogelijkheden zelf de tijd te verdelen en te doen wat nodig is.

We hebben een eerste analyse gedaan om te zien waar overeenkomsten en verschillen zitten tussen individuele begeleiding in de WMO en die in de sociale basis. Hiermee brengen we in kaart welke onderdelen van de individuele ondersteuning in aanmerking komen voor verschuiving. De volgende stap is om vanuit deze informatie een businesscase op te stellen zodat we een reële weging kunnen maken van de inhoudelijke voordelen, de (investerings)kosten en de opbrengsten.

Uiteraard verandert dit niets aan de achterliggende gedachte van het overbrengen van het gevoel van schaarste en het gezamenlijk betaalbaar houden van de Wmo. Voor een duurzaam resultaat wordt nu gekeken hoe het niet gebruik van hulpmiddelen in onze standaard werkprocessen opgenomen kan worden.

16

W4 Dagbesteding voorliggend: Beschrijving maatregel: Advies om de dagbesteding gedeeltelijk om te vormen tot een algemene voorziening. Deze maatregel gaat ervan uit dat een deel van de geïndiceerde dagbesteding goedkoper en laagdrempeliger kan worden aangeboden in de vorm van een algemene voorziening. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een deel van de ongeveer 25 cliënten die momenteel gebruik maakt van de ‘dagbesteding plus’ eigenlijk thuishoort binnen de Wlz. We zijn bezig met een analyse wat er nodig is voor een verschuiving van deze voorziening naar de sociale basis en welke voor- en nadelen dat zou hebben voor de gebruikers. De volgende stap is ook hier om vanuit deze informatie een businesscase op te stellen zodat we een reële weging kunnen maken van de inhoudelijke voordelen, de (investerings)kosten en de opbrengsten. Vooruitblik 2e helft 2025 In de tweede helft van 2025 werken we de businesscases verder uit over de verschuivingen van individuele begeleiding en dagbesteding naar de sociale basis.

5.4 Voortgang maatregelen zonder besparing A9 Versimpel toekenning mensen in de bijstand: Het voorstel is om bij gezinnen die in de bijstand zitten gemakkelijker (of misschien wel direct) inkomensafhankelijke regelingen toe te kennen zoals minimaregelingen of het aanbieden van leergeld, et cetera. Op dit moment wordt een formeel aanvraagproces in gang gezet, worden er bankafschriften opgevraagd en wordt een vermogenstoets uitgevoerd. Het komt in principe niet voor dat iemand uit de bijstand niet aan de gestelde criteria voldoet. De verwachting is dat dit zo’n 200 casussen/aanvragen per jaar betreft waarvan de administratieve last minstens één uur per casus bedraagt. Voor de Meedoen-regeling is een vergelijkbaar versimpeld proces inmiddels ingevoerd. We hebben in de eerst helft van 2025 de toekenning van regelingen versimpeld. Individuele inkomenstoeslag (IIT) heeft een eenvoudiger aanvraag- en verlengingsproces gekregen. Na de eerste aanvraag verlengen we jaarlijks standaard. Dit vraagt een aanpassing van de beleidsregels die rond de zomer aan het college wordt voorgelegd. De uitgaven voor deze regeling zelf kunnen dan toenemen, maar tegelijk heeft de uitvoering dan meer ruimte voor andere taken. In diezelfde aanpassing van beleidsregels wordt geregeld dat als een inwoner al in de bijstand zit, we ervan uitgaan dat die onvoldoende draagkracht heeft.

In dat geval vragen we dan niet meer alle gegevens op, maar kennen we de bijzondere bijstand direct toe. Dit bespaart tijd in de uitvoering en versimpelt de aanvraag voor inwoners.

17

A10 Intensiveer samenwerking met aanbieders Jeugdhulp met dezelfde visie: Omdat de regio een groot aantal zorgaanbieders heeft gecontracteerd, is het ingewikkeld om hier gerichte samenwerkingsafspraken mee te maken. Deze maatregel ziet toe op het intensiveren van de samenwerking met een selectie van aanbieders. Concreet betekent dit dat verwijzingen naar deze aanbieders (door bijvoorbeeld huisartsen) wordt gestimuleerd, maar ook dat er actief wordt geïnvesteerd in accounthouderschap. Deze aanbieders kunnen actiever worden meegenomen in het gedachtegoed van de gemeente Raalte en worden uitgenodigd om actief mee te denken over de wijze waarop kosten kunnen worden bespaard. Deze maatregel hebben wij tweeledig opgevat. We werken enerzijds voortdurend aan het versterken van samenwerking met aanbieders met dezelfde visie. Ook investeren we in onze relatie met andere verwijzers zoals de huisartsen om vanuit dezelfde visie te werken. Anderzijds sturen we ook op het niet meer inzetten van aanbieders die niet volgens onze visie werken. Tijdens ons vaste afstemmingsmoment met de huisartsen hebben we daarom aangegeven welke aanbieders wij niet meer in willen zetten omdat zij een andere visie hebben. Een van deze aanbieders heeft inmiddels zelf besloten om te stoppen met de ondersteuning. Deze aanbieder had een contractwaarde van €120.000,-.

Aangezien de ondersteuning voor de jeugdigen binnen de huidige bezetting van het CJG kan worden overgenomen, is daarmee een structurele besparing gerealiseerd. In strakkere sturing op onze aanbieders zijn we ook afhankelijk van de Regionale Samenwerking Jeugd (RSJ) en het daar uitgevoerde contractmanagement, omdat de jeugdzorg regionaal wordt ingekocht.

A2 Zorgkosten voor iedereen inzichtelijk De managementinformatie over de financiën is uitgebreid en gedetailleerd. Deze managementinformatie is op de werkvloer echter niet bij iedereen bekend. Er lijkt wel sprake te zijn van een algemeen kostenbewustzijn, maar er lijkt beperkt zicht te zijn op de concrete kosten die gepaard gaan met het verstrekken van een voorziening. De gewenste situatie is dat de teammanagers en de consulenten zich bewust zijn van de zorgkosten en deze mee laten wegen bij het toekennen van de zorg. Kostenbewustzijn is een voortdurend proces waar we aan werken. Consulenten en teamleiders zijn binnen hun eigen wetten goed op de hoogte van de kosten. De uitdaging is om dit nog meer mee te nemen in de gesprekken met de inwoners en de weging van de verstrekking en om breder te kijken dan de eigen wet. In onze domeinontwikkeling Operatie Kaizen nemen we dit mee in de vernieuwde werkwijze. Daarnaast organiseren we in juli 2025 een domeinmiddag waarin we werken aan kostenbewustzijn dat verder gaat dan de eigen wet- of beleidsterreinen.

18

A5 Versterking sturing partners voorveld: Er is sprake van een vertrouwde samenwerking en een subsidierelatie met een aantal aanbieders in het voorveld. Op basis van ons onderzoek hebben we de indruk gekregen dat de benadering en sturing richting deze partijen redelijk vrijblijvend is. Wij adviseren om de samenwerking bedrijfsmatiger in te steken met een duidelijke opdrachtformulering en een strakkere sturing daarop. Daardoor verschuift de focus meer naar de effecten van de dienstverlening en ligt de focus minder op de inspanningen door de subsidiepartners. Daarnaast is het de uitdaging om de doelstellingen voor de subsidiepartners beter op elkaar af te stemmen en te laten aansluiten bij de gemeentelijke ambities.

Met het programma Toekomstbestendige sociale basis werken we aan de herijking van ons subsidiebeleid. Het Koersdocument Sociaal Domein wordt in de tweede helft van 2025 vastgesteld en geeft ons een duidelijk inhoudelijk kader en daarmee een heldere richting op de inhoud. Dit is de kapstok voor onze toekenning van subsidies, waardoor de doelstellingen van de partners hieruit afgeleid kunnen worden en daardoor beter op elkaar gaan aansluiten. In de tweede helft van 2025 bekijken we welke vormen van financiering het beste passen bij de resultaten die we bereiken in de sociale basis. In de eerste helft van 2025 is in de subsidiegesprekken met partners al het gesprek gevoerd over welke effecten beoogd worden en is meer gestuurd op samenwerking voor een betere ondersteuning voor de inwoner. Deze lijn zal in de rest van het jaar en in 2026 worden voortgezet met het programma.

A8 Van dagbesteding naar beschut werk : Beschrijving maatregel: Op dit moment worden binnen de maatschappelijke onderneming De Productie beschutte werkplaatsen aan de bijbehorende doelgroep aangeboden. Doordat de doelgroep kleiner wordt, ontstaat hier mogelijk een overcapaciteit aan werkplaatsen. Dit nodigt uit om opnieuw te kijken naar de doelstellingen en de ambitie van De Productie. De vraag is in welke mate cliënten die momenteel op basis van een indicatie toegang tot de dagbesteding krijgen in de toekomst bij de Productie ook in aanmerking kunnen komen voor dagbesteding (of een daginvulling). Op deze manier zou de beschikbare infrastructuur beter worden benut. Onderzoek moet uitwijzen of dat voor een deel van deze doelgroep mogelijk is en wat hiervan de financiële voordelen zijn. Hierbij moet worden voorkomen dat de gemeente per saldo betaalt voor de infrastructuur van de Productie en daarnaast ook voor de Wmo-cliënten die gebruik maken van de dagbesteding. De Productie is gestart met een experiment Verlengde werkplek voor een inwoner met een indicatie Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) die de AOWleeftijd heeft bereikt. Deze persoon zou anders naar de dagbesteding gaan. Binnenkort bereiken nog enkele mensen binnen de Productie de AOWleeftijd en wordt gekeken of uitbreiding van het experiment mogelijk is als alternatief op een dagbestedingsvraag.

Daarnaast is er een pilot gestart om ook andere doelgroepen een werkplek binnen De Productie aan te bieden en wordt onderzocht of het mogelijk is om Participatie onderdelen uit het inburgeringstraject voor statushouders bij De Productie onder te brengen. Uiterlijk in 2026 evalueren we deze experimenten inhoudelijk en financieel om te kijken wat er structureel (on)mogelijk is. Wanneer we mogelijkheden zien, zullen we deze vertalen in een businesscase.

19

A11 Voorwerk subsidie peuterwerk voor aanpassing 2026: Momenteel loopt er een initiatief om alle lopende subsidies in beeld te brengen en te onderzoeken in welke mate deze bijdragen aan de gemeentelijke ambities en of de gemeente hiermee door wenst te gaan. Wij moedigen deze ontwikkeling aan en adviseren om gerichtere afspraken te maken met subsidiepartners die betrekking hebben op de effecten van hun dienstverlening (niet zozeer over de inspanning zelf). In de dialoog hierover kwam ook het peuterwerk aan de orde. De indruk ontstond dat de gemeente vrij ruimhartig aan alle gezinnen die hier aanspraak op maken voorziet in peuteropvang terwijl voor veel gezinnen de reguliere kinderdagopvang (beter) passend is. De bijbehorende subsidiebeschikking bedraagt voor 2024 € 306.000,- waarbij onduidelijk is of dit bedrag ook daadwerkelijk wordt ingezet en waarvoor. Volgens ons is het zinvol om nader onderzoek te doen naar de noodzaak voor het inzetten van het peuterwerk en de mogelijkheid om die te versoberen. We willen geen subsidie meer verstrekken voor peuters die al gebruik maken van de kinderopvang. De kwaliteit van de kinderopvang moet daarvoor op dusdanig niveau zijn dat het aanbod binnen de opvang vergelijkbaar is met peuterwerk. Dat vraagt een andere inrichting van organisaties en daarmee om een nieuwe regeling.

Het doel is dat we met de subsidie de kinderen bereiken die het nodig hebben: kinderen met een indicatie voor voorschoolse en vroegschoolse opvang (VVE) en gezinnen die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. We willen zo voorschoolse educatie voor alle kinderen beschikbaar maken. In de eerste helft van 2026 is de nieuwe subsidieregeling voorbereid. Deze regeling wordt in juli voorgelegd aan de betrokken partijen. In de zomer wordt de regeling verder ontwikkeld. De planning is om de nieuwe subsidieregeling in september definitief te maken en op 1 januari 2026 in te laten gaan. Daarmee loopt deze maatregel geheel op schema.

20

6.

Financieel

Beoogde besparingen meerjarig De beoogde besparingen in het sociaal domein, waar de maatregelen van Berenschot een bijdrage aan leveren, zijn als volgt opgenomen in de begroting: Jaar

2025

2026

2027

2028

Besparing totaal

0,5 mln

1,25 mln

1,75 mln

1,75 mln

Overzicht besparingen 2025 Voor 2025 is een taakstelling van € 500.000 opgenomen, waarvan de 1e helft van 2025 € 166.094 is gerealiseerd. Hieronder het overzicht welke besparingen in 2025 beoogd zijn en welke al zijn gerealiseerd: Maatregel J4 Meer jurid. capaciteit jeugd

Beoogd volgens Werkelijke besparing Berenschot 1e helft € 100.000 (netto) € 0 nog lopend

P1 Herzie collect. zorgverzekering P2 Bouw budgetbeheer GBK af

€ 72.000

€ 38.900 afgerond

€ 20.000

€ 0 nog lopend

W5 Terugroepactie hulpmiddelen A10 Jeugdhulp zelfde visie

€ 83.500

€ 7.194 nog lopend

€0

€ 120.000 nog lopend

Totaal tot juni 2025

€ 275.500

€ 166.094

Het grotere plaatje De maatregelen van Berenschot zijn bedoeld om bij te dragen aan het vergroten van de grip op de kosten in het sociaal domein. Ondertussen zijn er ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op de financiële vooruitzichten. Het verwachte tekort op jeugd in 2025 is veel minder groot dan verwacht. En ook voor 2026 en 2027 zijn de inkomsten voor Jeugd hoger dan eerder begroot door extra gelden van het rijk. Tegelijk is er een overschrijding op Participatie als gevolg van toename van kosten sociale uitkeringen en bijzondere bijstand. Dit is te verklaren doordat we als Raalte vooroplopen met het realiseren van de taakstelling huisvesting statushouders terwijl het landelijk budget daarop nog niet is aangepast. De verwachting is dat dat tekort in de komende jaren zal afnemen, mede door onze eigen beheersmaatregelen op participatie. Daarom is het belangrijk om naast de voortgang op de specifieke maatregelen ook het grotere plaatje van zowel de inkomsten- als de uitgavenkant in beeld te houden. Hierover wordt gerapporteerd via de paragraaf sociaal domein in de zomernota 2025/ begroting 2026. Dat neemt niet weg dat we scherp blijven op doelmatigheid van onze inzet en aan de maatregelen uit ons plan van aanpak blijven werken.

21

7.

Conclusie en aandachtspunten

We zien bij de maatregelen die we precies zoals voorgesteld konden uitvoeren dat de werkelijke opbrengsten een stuk lager liggen dan Berenschot heeft berekend. Bovendien zien we dat voor een besparing zoals het vergroten van juridische capaciteit op Jeugd, eerst een aanpassing van de verordening nodig is, waardoor de opbrengsten later zullen komen dan gepland. Ondertussen is de beweging die we in het sociaal domein aan het maken zijn in volle gang en zien we op Jeugd, Wmo en Participatie dat we steeds meer werken vanuit dezelfde visie, met meer bewustzijn van de kosten en met strakkere sturing op de resultaten. We denken de bredere uitwerking daarvan al terug te zien in de cijfers van 2025 waar bijvoorbeeld op jeugd de tekorten lager lijken uit te vallen dan verwacht. De komende tijd zullen we die beweging verder vorm blijven geven.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=7a1a2a13-4a79-446a-a3dc-0bf40d82433b