Uitvoeringsplan inburgering
Tekst van het document
Uitvoeringsplan Inburgering
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
1.1
Wie moet er inburgeren?
3
1.2
Waarom een nieuw inburgeringsstelsel?
3
1.3
Leeswijzer
4
2
Veranderopgave inburgering
5
2.1
Instrumenten
5
2.2
Kengetallen
6
3
Inburgeren in Raalte
8
3.1
Inburgeren vanaf het eerste begin
8
3.2
Financieel ontzorgen
9
3.3
Brede intake
9
3.4
Participatie en Inburgeringsplan
10
3.6
Financiële zelfredzaamheid
13
3.7
Regie
14
3.8
Maatschappelijke begeleiding
14
3.9
Handhaving
14
4
Wat nog meer?
15
4.1
Informatievoorziening
15
4.2
Ondertussen-groep
15
4.3
Communicatie
16
4.4
En verder?
16
5
Financiën
17
5.1
1. Invoeringsbudget
17
5.2
2. Uitvoeringsbudget
17
5.3
3. Budget kosten inburgeringsvoorzieningen
18
2
1 Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking. Door middel van deze wet wordt het inburgeringsstelsel hervormd en krijgen gemeenten een centrale rol in de manier waarop nieuwkomers inburgeren. Gemeenten gaan zorgen voor het aanbod van leerroutes en voeren regie over de gehele inburgeringsroute van de statushouder. Ook wij zijn ons aan het voorbereiden op deze inburgeringsopgave. In dit plan staat beschreven op welke wijze we dit doen.
1.1
Wie moet er inburgeren?
Als het over inburgeren gaat, dan wordt er veelal gesproken over statushouders. De wet maakt onderscheid tussen twee groepen:
•
Asielmigranten
•
Gezins- en overige migranten
Asielmigranten zijn de statushouders waar veel over wordt gesproken. Dit zijn vreemdelingen tussen de 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Deze groep komt via het AZC Nederland binnen en wordt vervolgens aan een gemeente gekoppeld. De eventueel nareizende gezinsleden van de asielmigrant vallen ook onder deze groep.
Gezinsmigranten zijn mensen die overkomen uit een ander land en bij hun Nederlandse partner of familielid komen inwonen. De term ‘overige migranten’ is een verzamelnaam voor kleine groepen migranten die om een andere reden in Nederland komen en moeten inburgeren. Dit zijn bijvoorbeeld geestelijk bedienaren. Nieuw is dat met ingang van 1 januari 2022 ook Turkse nieuwkomers inburgeringsplichtig zijn.
De gemeente heeft minder verantwoordelijkheden omtrent de inburgering voor gezins- en overige migranten dan voor asielstatushouders. Hier wordt later in het plan verder op ingegaan. 1.2
Waarom een nieuw inburgeringsstelsel?
De huidige wet Inburgering 2013 voldoet niet aan de doelstelling om statushouders zo goed mogelijk mee te laten doen in de Nederlandse samenleving. Inburgeraars doen te lang over hun inburgering en door de prestatieverplichting1 doen veel inburgeraars op een lager niveau examen dan dat ze zouden kunnen. Daarnaast wordt in het algemeen de verbinding met de Participatiewet nog te weinig gelegd, waardoor statushouders vaak pas ná het behalen van hun inburgeringsdiploma in aanraking komen met arbeidsparticipatie.
In plaats van de fouten in het stelsel aan te passen heeft het kabinet besloten om het gehele stelsel te hervormen. Gemeenten krijgen op veel vlakken in het nieuwe stelsel een regiefunctie om dicht bij de statushouder beter passende ondersteuning te kunnen bieden. Overigens is de wet Inburgering geen decentralisatiewet. Dit betekent dat er een beperkte mate van beleidsvrijheid is en we voornamelijk keuzes kunnen maken in de manier waarop we een goed aanbod organiseren om statushouders in staat te stellen in te burgeren en volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving. 1 Inburgeraars krijgen van DUO een lening van € 10.000 om hun inburgering te kunnen bekostigen. Wanneer zij
binnen drie jaar hun inburgeringsdiploma behalen, wordt deze lening omgezet in een gift.
3
1.3
Leeswijzer
In dit plan informeren wij u over de verschillende elementen uit de nieuwe wet, de wijze waarop we in Raalte invulling gaan geven aan de veranderopgave inburgering en wat ons hierin nog te doen staat.
In hoofdstuk 2 lichten we de veranderopgave toe aan de hand van de beleidsopgave die we hebben. Hierbij noemen we een aantal relevante kengetallen om de omvang in Raalte duidelijk te maken.
In hoofdstuk 3 beschrijven we één voor één de instrumenten die we op grond van de nieuwe wet in handen krijgen om onze regierol uit te kunnen voeren en statushouders te kunnen ondersteunen bij hun integratie in Raalte.
In de voorbereiding op onze nieuwe rol moeten we met nog een aantal zaken rekening houden. Zo moeten we een goede informatievoorziening inrichten om gegevens vast te kunnen leggen en informatie met externe partijen te kunnen delen. Ook moeten we aandacht besteden aan de statushouders die nog onder de huidige wetgeving moeten inburgeren en dus geen voordeel hebben van het nieuwe stelsel. Dit komt aan de orde in hoofdstuk 4.
Als laatste benoemen we in hoofdstuk 5 de financiële aspecten van de nieuwe wet Inburgering.
4
2 Veranderopgave inburgering Het doel van het nieuwe inburgeringsstelsel is dat statushouders snel en volwaardig mee gaan doen in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Dit moet nadrukkelijk samen met andere wetgeving binnen het sociaal domein, met name de Participatiewet. Deze doelstelling moet bereikt worden door statushouders te stimuleren op B1 taalniveau in te burgeren, vanaf het begin te participeren en kennis te ontwikkelen van de Nederlandse maatschappij (KNM). Dit vereist een inburgeringsstelsel dat een tijdige start en snelheid van de inburgering borgt, dat uitgaat van maatwerk en dualiteit (combineren van het leren van de taal en participatie) en dat kwaliteit garandeert. Het nieuwe inburgeringsstelsel kent ook een centraal principe: gemeenten voeren de regie op de uitvoering van de inburgering, maar inburgeringsplichtigen blijven zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht2.
Deze beleidstheorie is hieronder in beeld gebracht:
Beleidstheorie van memorie van toelichting
2.1
Instrumenten
Om de doelstellingen van de veranderopgave te bereiken, worden de volgende instrumenten ingezet: •
Brede intake
•
Plan inburgering en Participatie (PIP)
•
Financieel ontzorgen
•
3 leerroutes
•
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
•
Module Kennis van de Nederlandse Maatschappij
•
Participatieverklaringstraject
•
Maatschappelijke begeleiding
De uitwerking van bovenstaande onderdelen wordt in hoofdstuk 3 behandeld.
2 Bron: Memorie van toelichting nieuwe Wet Inburgering
5
We zijn niet verplicht om alle genoemde instrumenten voor alle inburgeraars aan te bieden. Voor gezins- en overige migranten heeft de gemeente minder verplichtingen dan voor asielmigranten. In onderstaande tabel is te zien voor welke groep we wettelijk verplicht zijn de instrumenten aan te bieden.
Aanbod
Asielstatushouders
Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen
X X
Begeleiding bij de inburgering (brede intake, PIP, advies, voortgangsgesprekken)
X
Alfabetisering (voor zover opgenomen in het PIP)
X
Een van de 3 leerroutes, inclusief KNM
X
Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)
X
X
Participatieverklaringstraject (PVT)
X
X
In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatiecomponenten
X
*
2.2
Gezins- en overige migranten
X
Kengetallen
Iedere gemeente krijgt elk half jaar van het Rijk een taakstelling opgelegd. Deze taakstelling schrijft voor hoeveel statushouders we moeten huisvesten. De hoeveelheid statushouders dat de afgelopen jaren in de gemeente Raalte is komen te wonen is wisselend geweest. In 2016 is een duidelijke piek te zien als gevolg van de situatie in Syrië, waarna de taakstelling weer afnam. Ook in 2021 is er weer een groei te zien. De taakstelling is sterk afhankelijk van (geopolitieke) ontwikkelingen op wereldniveau en van landelijk overheidsbeleid. De groei in 2021 heeft voornamelijk te maken met het inlopen van achterstanden van behandeling van de asielaanvragen door de IND. In 2022 zien we nog steeds een verhoging van de taakstelling ten opzichte van de jaren voor 2021. Dit is deels nog te verklaren door een uitloop van de verwerkingen door de IND, maar bijvoorbeeld ook door de krappe woningmarkt, waardoor het plaatsingsproces wordt vertraagd.
Over de huisvesting van statushouders worden jaarlijks afspraken gemaakt met Salland Wonen. Dit is opgenomen in het programma Wonen. De afspraken worden vanuit domein Samenleving gemonitord.
6
Het is goed te noemen dat Raalte veelal grote gezinnen huisvest. Tot deze grote gezinnen behoren veel kinderen onder de achttien jaar. Deze kinderen tellen wel mee voor de taakstelling, maar zijn niet inburgeringsplichtig. Gebaseerd op de ervaringen van de laatste jaren is ongeveer 60 % van de statushouders die in Raalte komen wonen inburgeringsplichtig.
Op basis van prognoses van het ministerie van BZK verwachten we in geheel 2022 de taakstelling te krijgen om 44 statushouders te huisvesten in onze gemeente. Dit betekent dat ongeveer 27 statushouders inburgeringsplichtig zijn. Aan deze personen zullen we op grond van de nieuwe wet een inburgeringsaanbod moeten doen. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk verder op in.
Cijfers omtrent de taakstelling zegt iets over de omvang van het taalaanbod dat we als gemeente vanaf volgend jaar moeten organiseren. Daarnaast is het interessant om te weten hoeveel statushouders in Raalte wonen en hoeveel daarvan aan het werk is, een opleiding volgt en een bijstandsuitkering ontvangt3.
Statushouders in Raalte (per 31-12-2020)
Aantal (asiel)statushouders: 295 waarvan 18-65 jaar: 170
Van 18-65 jarigen is 30 % aan het werk, volgt 19 % onderwijs en ontvangt 57 % een bijstandsuitkering.
Gezinsmigranten en overige migranten Raalte kent weinig gezins- en overige migranten. Het aantal gezins- en overige migranten dat in Raalte komt wonen ligt gemiddeld op 6 migranten per jaar. Dit betreffen inburgeringsplichtige migranten.
3 Bron: benchmark statushouders van Divosa 2020, Het gaat hier om statushouders die vanaf 2014 een status
hebben gekregen. Groepen die al langer in de gemeente wonen, zijn hierin niet meegenomen. Groepen die vanaf 2014 een status hebben kunnen nu dus ook al een verblijfsstatus voor onbepaalde tijd hebben.
7
3 Inburgeren in Raalte Een statushouder krijgt met veel instanties te maken vanaf het moment dat hij in het AZC te horen krijgt dat hij gekoppeld is aan de gemeente Raalte. Vluchtelingenwerk, Salland Wonen, de Belastingdienst, de zorgverzekeraar, de gemeente en de taalaanbieder, om er een paar te noemen. Het is voor een statushouder veel om allemaal te overzien. Om overzichtelijk te maken welke stappen een statushouder moet zetten tijdens het inburgeringsproces, is onderstaande routekaart ontwikkeld:
3.1
Inburgeren vanaf het eerste begin
Koppeling met
Kennismakings-
Starten met
Overdrachts-
Verhuizing
gemeente Raalte
gesprek met
voor-inburgering
gesprek met
naar eigen
gemeente
COA
gemeente
huis
We zetten in op een vroege start voor statushouders. Tijdens het verblijf in het AZC neemt de casemanager van het COA contact op met de regisseur statushouders voor een kennismakingsgesprek. Deze kennismaking vindt plaats op het AZC. De meeste statushouders komen van een AZC op reisbare afstand (Schalkhaar, Hardenberg of Zutphen). Maar het komt ook voor dat we een koppeling krijgen van een AZC in bijvoorbeeld het westen of zuiden van het land. Dan biedt een gesprek via de huidige digitale mogelijkheden (Teams of Zoom) uitkomst. Tot de tijd dat een statushouder een woning heeft toegewezen gekregen, stimuleren we de statushouder om de voorinburgering op het COA te volgen. Afhankelijk van de duur van het verblijf in het AZC zullen meerdere gesprekken worden gepland, om het contact met de statushouder warm te houden. Om de statushouder de mogelijkheid te geven alvast kennis te laten maken me de gemeente Raalte, zal één van deze gesprekken in Raalte plaatsvinden.
8
3.2
Financieel ontzorgen
Vanaf het moment dat de statushouder in de gemeente Raalte komt wonen, verstrekken we in vrijwel alle
Starten financieel
gevallen ook een bijstandsuitkering. Om te voorkomen dat de statushouder zonder kennis van het
ontzorgen
complexe Nederlandse financiële stelsel de transacties op zijn rekening niet meer overziet, ontzorgen wij de statushouder door vaste lasten (in ieder geval huur, energie, water en zorgverzekering) in te houden op de uitkering en deze rechtstreeks te betalen. Het doel is te voorkomen dat geldzorgen afleiden van inburgering en arbeidsdeelname en statushouders in financiële problemen raken. Op de dag van de inschrijving in de Basisregistratie Personen vindt een gesprek bij de gemeente plaats. Hierbij zijn de consulent statushouders van de gemeente, een maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk en de verhuurmakelaar van Salland Wonen aanwezig. Tijdens dit gesprek wordt het huurcontract getekend, vindt de sleuteloverdracht plaats en wordt de bijstandsuitkering aangevraagd. Het gesprek wordt vertaald met behulp van de tolkentelefoon. Vluchtelingenwerk ondersteunt bij het afsluiten van een contract voor water en gas/elektra en bij het regelen van een passende zorgverzekering.
3.3
Brede intake
Om de statushouder goed te leren kennen en zo goed mogelijk te helpen met het kiezen van de juiste
Brede intake
inburgeringsroute, voeren we een brede intake uit. Deze brede intake bestaat uit twee elementen: één of meerdere gesprekken met de regisseur statushouders en een leerbaarheidstoets.
De volgende onderwerpen worden in ieder geval besproken tijdens de brede intake: •
Leerbaarheid
•
Opleiding
•
Werkervaring/vrijwilligerswerk
•
Praktische competenties
•
Werknemersvaardigheden
•
Taalniveau
•
Motivatie/interesse
•
Mate van zelfredzaamheid
•
Digitale vaardigheden
•
Gezinssituatie
•
Fysieke gezondheid
•
Mentale gezondheid
•
Sociaal netwerk
Door in een vroeg stadium deze leefgebieden goed in beeld te brengen, zijn we in de positie om snel te bepalen op welke gebieden hulp nodig is. En kunnen we de verschillende domeinen als bijvoorbeeld taal, participatie, schulddienstverlening, zorg, onderwijs en gezondheid met elkaar verbinden.
Naast het voeren van een gesprek met de regisseur maakt de statushouder ook een leerbaarheidstoets. Deze leerbaarheidstoets wordt afgenomen door DUO. De gemeente is verantwoordelijk voor het begeleiden van de afname, wat betekent dat we een afspraak inplannen, een locatie beschikbaar stellen en begeleiding bieden bij de daadwerkelijke toetsafname. De leerbaarheidstoets geeft antwoord op de vraag of de statushouder in staat is om binnen drie jaar de inburgering op B1 niveau af te kunnen ronden.
9
Aanvullend op deze toets kunnen er eventueel nog assessments en capaciteitentesten worden afgenomen om inzicht te krijgen in arbeidscompetenties en mate van zelfredzaamheid. Op basis van de uitslag van de leerbaarheidstoets, de gesprekken die we zelf hebben gevoerd en eventueel de uitslag van het assessment of de capaciteitentest bepalen we welke leerroute de statushouder gaat volgen.
3.4
Participatie en Inburgeringsplan
Op basis van de bevindingen uit de brede intake stellen we samen met de statushouder een Participatie
Maken Participatie
en Inburgeringsplan (PIP) op. Dit plan is een persoonlijk programma, waarin de doelen van de
en Inburgerings-
statushouder voor het leren van de taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of een stage
Plan (PIP)
staan beschreven. Eventuele belangrijke randvoorwaarden, zoals kinderopvang, kunnen ook in het plan worden opgenomen. De afspraken en doelstellingen in het PIP bepalen wanneer de statushouder aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. Het PIP moet binnen tien weken nadat de statushouder gehuisvest is in de gemeente worden vastgesteld. Het PIP mondt uit in een beschikking. De inburgeringstermijn start op het moment dat het PIP is vastgesteld door de gemeente.
Gedurende de looptijd van het PIP voeren we periodiek voortgangsgesprekken om te kijken of de afspraken uit het PIP nog steeds houdbaar zijn en of de statushouder en andere betrokken partijen zich aan deze afspraken houden. Waar dit nodig en mogelijk is, stellen we het PIP bij. Het PIP is een beschikking , wat betekent dat de afspraken niet vrijblijvend zijn. Als de afspraken verwijtbaar niet worden nagekomen, leggen we een boete op. De hoogte van de boetes zijn in de wet vastgelegd.
3.5
Sluitend inburgeringsaanbod
Volgen leerroute
Op basis van de nieuwe wet zijn we verplicht om een sluitend inburgeringsaanbod te doen. Dit aanbod bestaat uit verschillende componenten, die we hieronder één voor één toelichten: •
Leerroutes;
•
Participatie (als onderdeel van de leerroute);
•
Module Arbeidsmarkt en Participatie;
•
Module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (onderdeel van de leerroute) en
•
Participatieverklaringstraject.
3.5.1
Leerroutes
Een leerroute is een traject, waarin inburgeraars de Nederlandse taal leren en kennis van de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt opdoen. Het nieuwe inburgeringsstelsel kent drie verschillende leerroutes:
•
De B1-route: het reguliere traject waarin statushouders op B1 taalniveau inburgeren en uitstromen naar werk.
•
De onderwijsroute: een taalschakeltraject op B1 taalniveau gericht op het doorstromen naar onderwijs.
•
De zelfredzaamheidsroute: een re-integratie route gericht op het meedoen naar vermogen in de samenleving.
10
B1-route De B1-route is de meest reguliere inburgeringsroute. Het doel van deze route is dat inburgeraars op B1 taalniveau de Nederlandse taal leren en door middel van de module ‘Kennis van de Nederlandse Maatschappij’ (KNM) inburgeren in Nederland. De kans op het vinden van werk, tijdens of na de inburgering, wordt met de verhoging van het taalniveau vergroot.
Een kleine gemeente als Raalte kent een lage instroom van statushouders, die verdeeld over het jaar vanuit het AZC naar Raalte verhuizen. Dit betekent dat we met dit aantal geen klas kunnen samenstellen (zie ook de tabel op de volgende pagina). En zeker geen gedifferentieerd aanbod kunnen doen. Om die reden heeft het college in maart 2021 besloten om het taaldeel van de B1-route regionaal in te kopen. Dit betekent dat we gezamenlijk met andere gemeenten uit de arbeidsmarktregio Zwolle de aanbesteding zijn gestart. We vinden het belangrijk dat de participatie-activiteiten wel in de lokale situatie kunnen worden uitgevoerd. Deze zijn niet volume-afhankelijk, waardoor we het taaldeel kunnen verknopen met lokale partners en werkgevers .
Onderwijsroute De onderwijsroute is voor statushouders die de potentie en motivatie hebben om na de inburgering in te stromen in het Nederlands beroeps- en hoger onderwijs. In deze route volgen zij een taalschakeltraject, dat hen in relatief korte tijd (ongeveer 1,5 jaar) Nederlands op B1-niveau leert en hen voorbereidt op vervolgonderwijs op minimaal MBO2 niveau. Een diploma op minimaal dit niveau geeft hen later een startkwalificatie, wat betere kansen op de arbeidsmarkt biedt. Het diploma van de onderwijsroute biedt op zichzelf geen toegang tot het vervolgonderwijs. Het staat namelijk niet gelijk aan een Nederlands diploma van het voortgezet onderwijs. Beoogd wordt dat het diploma van het taalschakeltraject in combinatie met de eventuele opleidingen en/of werkervaring (die de inburgeraar in het land van herkomst heeft opgedaan) voldoende basis biedt voor instroom in het vervolgonderwijs. Gelet op het gemeente-overstijgende karakter van deze route (middelbaar beroepsonderwijs kan nog in Raalte worden gevolgd, maar voor het hoger beroepsonderwijs moet men naar omliggende steden reizen) kopen we ook deze route regionaal in.
Zelfredzaamheidsroute (Z-route) De Z-route is voor statushouders die niet kunnen inburgeren op B1-niveau of niet kunnen deelnemen aan de onderwijsroute. Doordat deze groep mensen over het algemeen een lagere leerbaarheid heeft en minder zelfredzaam is, ligt de focus van deze route op het (praktisch) leren van de taal in combinatie met activering en participatie. Het doel is de statushouder te helpen zo zelfstandig mogelijk mee te doen in onze samenleving. De route wordt niet afgesloten met een inburgeringsdiploma, maar er geldt een inspanningsverplichting. In het oude stelsel kon voor deze groep onder voorwaarden een ontheffing worden verleend. In de praktijk bleef deze groep na de ontheffing echter veel moeite houden met integreren. Het nieuwe stelsel kent deze ontheffing als zodanig niet. Alleen ontheffingen op grond van medische redenen zijn mogelijk. Voor deze groep mensen is het extra belangrijk dat zij zich vertrouwd voelen in Raalte, hier een (sociaal) netwerk opbouwen en de weg kennen naar lokale voorzieningen. Daarom hebben we ervoor gekozen voor deze route zowel het taalaanbod als de participatie-activiteiten lokaal te organiseren.
11
Het Rijk heeft een inschatting gemaakt hoeveel procent van de inburgeraars de verschillende routes gaan volgen. De verdeling ziet er als volgt uit:
Leerroute
Percentages inburgeraars
B1-Route
60%
Onderwijsroute
25%
Zelfredzaamheidsroute
15%
Op basis van de verwachte taakstelling in 2022 (44 statushouders) en het geschatte aantal inburgeringsplichtigen daarvan (27 statushouders), zullen 16 inburgeraars de B1-route, 7 inburgeraars de onderwijsroute en 4 inburgeraars de Z-route volgen.
De ervaring van de afgelopen jaren heeft echter een ander beeld laten zien, waardoor we er rekening mee houden dat een veel kleinere groep taalniveau B1 kan halen en dat de Z-route zeer waarschijnlijk omvangrijker zal zijn.
3.5.2
Kwalitatief taalaanbod
Eén van de redenen om het inburgeringsbeleid te veranderen is de kwaliteit van het huidige taalaanbod. Ondanks het verplichte keurmerk ‘Blik Op Werk’ bleek het nog te makkelijk om een ondermaatse kwaliteit van taal aan te bieden, waardoor teveel statushouders ook na het behalen van hun inburgeringsdiploma onvoldoende de Nederlandse taal beheersten. Onder de nieuwe wet is het de taak van de gemeente om de kwaliteit te bewaken. In de aanbesteding hebben we hiermee rekening gehouden door in het programma van eisen en in de gunning- en selectiecriteria kwaliteitseisen op te stellen.
3.5.3
Participatie
Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk in te zetten op participatie. Taal en participatie zien we niet los van elkaar, maar combineren we al in het inburgeringstraject. De participatie-activiteiten4 organiseren we voor de B1-en de Z-route lokaal, waarbij het van belang is dat er een stevige verbinding tussen taal en participatie wordt gelegd. Bij de inkoop van de taallessen stellen we als eis dat er een taalportfolio wordt opgesteld, waarmee zichtbaar wordt welke taal- en participatie-activiteiten de inburgeraar volgt. Het is daarom belangrijk dat de taalaanbieder samenwerkt met lokale partners in de gemeente, zoals werkgevers, vrijwilligers- en welzijnsorganisaties en het non-formele taalonderwijs (Taalpunt). Welke organisaties betrokken zijn, is per statushouder verschillend.
Gelet op de lage aantallen gaan we niet op voorhand dichtgetimmerde trajecten opzetten, maar gaan we bewust uit van maatwerk. Zo kunnen we de statushouder zoveel mogelijk een plek bieden die aansluit bij zijn interesses en mogelijkheden. Wel willen we continuïteit in het proces waarborgen. Daarom hebben we aandacht voor een tijdige opvolging van de participatie-activiteiten. We kijken hierbij naar kansrijk werk, zoals productiewerk, of sectoren waar momenteel tekorten zijn, zoals de zorgsector. 4 Onder participatie-activiteiten verstaan we taalstages, vrijwilligerswerk, werkervaringsplaatsen en betaald werk.
12
We realiseren ons dat het van een ondernemer iets extra’s vraagt om een statushouder een participatieplaats te bieden, zeker wanneer de Nederlandse taal nog niet goed is ontwikkeld. Daarom gaan we met ondernemers in gesprek: wat verwachten we van een participatieplaats en wat is er nodig om een plaatsing succesvol te maken?
Ook in de MAP (zie hieronder) zien we de onderlinge verbinding terug, doordat deze in gezamenlijkheid tussen taalaanbieder, participatie-aanbieder en gemeente wordt uitgevoerd.
3.5.4
Module Arbeidsmarkt en Participatie
De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) laat inburgeraars kennis maken met de
Volgen Module Arbeidsmarkt
Nederlandse arbeidsmarkt. De MAP vervangt het onderdeel Oriëntatie van de Nederlandse
en participatie
Arbeidsmarkt wat in het huidige stelsel door de taalaanbieders gegeven wordt. De MAP helpt inburgeraars de vaardigheden te verwerven om deel te kunnen nemen aan de Nederlandse arbeidsmarkt, onder andere door verplicht werkervaring op te doen, passend bij de capaciteiten en ambities van de statushouder. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van deze module en we werken hierin samen met de taalaanbieder en de aanbieder(s) van de participatie-activiteiten.
3.5.5
Module Kennis van de Nederlandse Maatschappij
Zoals benoemd, is deze module een vast onderdeel van de leerroute. In deze module komen onderwerpen als de Nederlandse geschiedenis, ons onderwijssysteem, onze gezondheidszorg en hoe we met elkaar omgaan aan bod. Daarnaast worden belangrijke instanties als de Belastingdienst, de politie en de lokale overheid nader toegelicht. De module wordt afgerond met een eindgesprek met de gemeente.
3.5.6
Participatieverklaringstraject
Het Participatieverklaringstraject (PVT) is gericht op het kennis laten maken met de Nederlandse kernwaarden als gelijkwaardigheid, vrijheid van meningsuiting en solidariteit. In het nieuwe stelsel is het verplicht om ten minste één excursie of activiteit aan te bieden die een Nederlandse kernwaarde belicht en hier een praktische vertaling aan geeft. Dit kan een excursie zijn in Raalte zelf, bijvoorbeeld een bezoek aan de Bibliotheek of aan een lokale voetbalvereniging. Sommige gemeenten kiezen er ook voor om een bezoek aan de Tweede Kamer te organiseren. In de huidige situatie is de uitvoering van de PVT belegd bij Vluchtelingenwerk. In de praktijk organiseren wij zelf nog aanvullende bijeenkomsten van Salland Wonen, de gemeente, WijZ Welzijn (Vrijwilligerspunt) en de GGD. In de nieuwe situatie vragen we Vluchtelingenwerk het volledige traject te organiseren.
3.1
Financiële zelfredzaamheid
Zoals eerder in dit plan beschreven, starten we met financieel ontzorgen zodra er een uitkering is verstrekt. Het financieel ontzorgen alleen helpt statushouders echter niet om ook financieel zelfredzaam te worden in de Nederlandse samenleving. Om statushouders te helpen wegwijs te worden in het Nederlands financiële stelsel en leren om te gaan met geld in Nederland, bieden we
Volgen cursus Financiële zelfredzaamheid
de cursus Eurowijzer van Vluchtelingenwerk aan. Elders in het land zijn er al positieve ervaringen opgedaan met deze cursus. We evalueren na een jaar of Eurowijzer voldoende aansluit bij de behoefte en mogelijkheden van de statushouders en of deze de financiële zelfredzaamheid bevordert.
13
3.2
Regie
De gemeente voert de regie op het inburgeringsproces. Door de regiefunctie hebben we zicht op de voortgang van de inburgering en kunnen we snel bijstellen waar dit nodig en mogelijk is. Het geeft ons ook de mogelijkheid om verbindingen te maken in het sociaal domein en met onze partners. Om die reden kiezen we ervoor om de regiefunctie niet uit te besteden, maar deze zelf uit te voeren. Onze consulenten statushouders voeren nu al de regie op werk en inkomen en dit wordt in de nieuwe situatie uitgebreid met de regievoering op het gehele PIP.
3.3
Maatschappelijke begeleiding
De maatschappelijke begeleiding bestaat uit twee componenten:
•
Begeleiding bij praktische zaken;
•
Voorlichting over leefgebieden en maatschappelijke instituties
Het doel is het versterken van de zelfredzaamheid en de participatie van de statushouder. In Raalte wordt op dit moment de maatschappelijke begeleiding uitgevoerd door Vluchtelingenwerk op basis van een budgetsubsidie. Er zijn ook gemeenten die zelf uitvoering geven aan de maatschappelijke begeleiding of deze beleggen bij een welzijnsorganisatie of samenwerkingsverband. Wij kiezen er echter voor om de maatschappelijke begeleiding onder de nieuwe wet af te blijven nemen bij Vluchtelingenwerk. Vluchtelingenwerk is namelijk een grote organisatie met veel kennis en kunde ten aanzien van de doelgroep. Wel scherpen we de afspraken met Vluchtelingenwerk verder aan, zodat we beter zicht krijgen in hoeverre de maatschappelijke begeleiding bijdraagt aan de zelfredzaamheid en (sociale) participatie van statushouders.
3.4
Handhaving
Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de handhaving van het PIP; DUO is primair verantwoordelijk voor het handhaven van de inburgeringsplicht. Wanneer de verplichtingen die voortvloeien uit het PIP of uit de inburgeringsplicht verwijtbaar niet worden nagekomen, zijn wij of DUO verplicht om een boete op te leggen. De nieuwe wet schrijft dit dwingend voor. Omdat er informatie van de gemeente nodig is om de handhaving uit te kunnen voeren en omdat gemeenten informatie nodig hebben van DUO over de handhaving, zal er samenwerking op dit gebied nodig zijn.
14
4 Wat nog meer? 4.1
Informatievoorziening
Vanaf 2022 moeten we meer gegevens van statushouders gaan verwerken. Op dit moment vindt gegevensuitwisseling met COA plaats in TVS (Taakstellings Volg Systeem) en met DUO via het inburgeringsportaal in Suwinet. Nieuw is dat we ook structureel gegevens gaan uitwisselen met de taal- en participatieaanbieders. Dit betekent dat we over een systeem moeten beschikken waarin deze gegevens kunnen worden geregistreerd. Bij de inkoop van de nieuwe applicatie in het sociaal domein houden we hiermee rekening. Tot die tijd passen we ons huidige systeem hierop aan. Omdat gemeenten Deventer en Olst-Wijhe hierin dezelfde opgave hebben, doen we dit in DOWR-verband.
4.2
Ondertussen-groep
De ‘ondertussen-groep’ zijn de inburgeraars die voor 2022 in Raalte (zijn) komen wonen en gestart zijn of nog starten met inburgeren onder de huidige wetgeving. Zij hebben dus geen profijt van het nieuwe inburgeringsstelsel. Het Rijk heeft gemeenten opgeroepen om deze groep wel te begeleiden in de geest van de nieuwe wet. Dit betekent dat we al bij deze statushouders een brede intake afnemen, een plan van aanpak opstellen en de inburgering actief volgen. Op dit moment volgt het gros van de inburgeringsplichtigen hun inburgering bij Vluchtelingenwerk in Deventer. Met deze partij zijn afspraken gemaakt om drie maandelijks de voortgangsrapportage te delen met de consulent statushouders, zodat we de voortgang actief kunnen monitoren en kunnen acteren wanneer het inburgeringstraject dreigt te stagneren. Bijvoorbeeld door in te zetten op extra taalondersteuning.
Er is daarnaast een specifieke groep inburgeraars, die hun inburgeringsexamens nog niet hebben behaald, maar waarvan de inburgeringstermijn binnen 6 maanden afloopt, terwijl van het budget van 10.000 euro al minimaal 7.500 euro is benut. Vanwege het (taal)niveau van deze groep is het niet de verwachting dat zij hun inburgeringsexamen halen binnen gestelde termijn en het beschikbare budget. Deze groep wordt de ELIP genoemd, (Einde Lening Inburgeringsplicht). DUO geeft inzicht in welke personen uit onze gemeente hiertoe behoren. Ook ten aanzien van deze groep worden gemeenten opgeroepen om extra ondersteuning te geven en eventueel te faciliteren. Het faciliteren kan bijvoorbeeld bestaan uit het betalen van extra taallessen en/of examens. Ook hier is weer maatwerk geboden. Beter nog is het voorkomen dat iemand een ELIPs-inburgeraar wordt. Mede daarom is het belangrijk dat we nu inzicht krijgen in de voortgang van de inburgering, zodat een aanstaande overschrijding van de inburgeringstermijn tijdig kan worden gesignaleerd en nog kan worden bijgestuurd.
15
4.3
Communicatie
We communiceren vanaf het moment na de eerste kennismaking al over elementaire zaken met statushouders. Denk aan de persoonlijke situatie (brede intake), maar ook over het huurcontract, de bijstandsuitkering met bijbehorende rechten en plichten, de inburgering en het PIP. In de eerste fase moet de statushouder nog de Nederlandse taal gaan leren. In onze gesprekken zullen we waar nodig een tolk inzetten. Maar ook onze schriftelijke communicatie, bijvoorbeeld beschikkingen waarin de rechten en plichten zijn opgenomen, moeten we ervoor zorgen dat de statushouder begrijpt wat wij zeggen. Dit betekent dat we, waar nodig, onze brieven en beschikkingen vertalen.
4.4
En verder?
In veel opzichten zal 2022 een pilotjaar worden. We moeten gaan ondervinden of onze werkprocessen tot de gewenste resultaten leiden en of het taal- en participatieaanbod aansluit bij de doelen die we hebben gesteld. Maar ook of andere ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld een verhoogde toestroom van statushouders, van invloed zijn op onze processen. We stellen in ieder geval halverwege het jaar en aan het einde van het jaar een evaluatiemoment in. We monitoren daarbij de kwantitatieve gegevens zoals verdeling instroom leerroutes en aanmelding participatieaanbod, maar ook tussentijds houden we een vinger aan de pols om te kunnen schakelen wanneer dit nodig is.
16
5 Financiën Om uitvoering te geven aan de Wet Inburgering hebben we vanuit het rijk de volgende budgetten ontvangen: 1. Invoeringsbudget € 75.000 eenmalig 2. Vergoeding uitvoeringskosten: € 129.000 in 2022 aflopend naar structureel € 118.000 in 2026 3. Vergoeding kosten inburgeringsvoorzieningen: € 231.710 in 2022
Uitgangspunt is om de Wet Inburgering budgetneutraal uit te voeren. Of dit daadwerkelijk haalbaar is, moeten we vanaf 2022 monitoren. Er zijn nog onzekerheden over de uitvoering, mede doordat de regionale aanbesteding vertraging heeft opgelopen.
5.1
1. Invoeringsbudget
In aanloop naar de invoering van de wet op 1 januari 2022 hebben we in 2020 van het rijk een eenmalige bijdrage van € 75.000 voor de invoering van de wet ontvangen. Het bedrag is gebaseerd op het aantal inwoners van de gemeente. De middelen zijn bedoeld om de implementatie van de wet vorm te geven en om medewerkers op te leiden en te werven.
De middelen in Raalte zijn ingezet voor de inkoop van Eurowijzer, het trainingsprogramma consulenten, de inkoop van leerroutes (regionale aanbesteding) en wervingskosten van nieuwe medewerkers.
5.2
2. Uitvoeringsbudget
Via de integratie-uitkering inburgering ontvangen we een vergoeding voor uitvoeringskosten van de Wet inburgering. Vanaf 2021 tot en met 2025 ontvangen we op basis van de meicirculaire 2021 de volgende middelen: Middelen Wet Inburgering
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Ondertussen groep
15.000
9.500
6.000
3.000
1.000
400
Compensatie uitstel
36.000
13.500
6.000
5.000
2.000
600
Uitvoeringskosten vanaf 2022
106.000 117.000 117.000 117.000 117.000 129.00 129.00 125.00 120.00 118.00 51.000 0 0 0 0 0
Totaal
Het bedrag wordt opgebouwd op basis van het aantal inwoners (78%) en het aantal personen met een nietwesterse migratieachtergrond (22%). De gemeente Raalte ontvangt van het Rijk middelen voor de uitvoering van de volgende processen en diensten: - Regierol uitvoering inburgeringskosten; - Brede intake en opstellen persoonlijk Participatie en Inburgerings Plan (PIP); - Financieel ontzorgen; - Beleid en sturing; - Ondersteunende processen.
In de decembercirculaire 2021 wordt de rijksbijdrage voor de kosten van de implementatie van de informatievoorziening bekend gemaakt.
17
We willen het uitvoeringsbudget onderverdelen in een deel beleid en een deel uitvoering. Op basis van door het rijk beschikbaar gestelde modellen komen we tot ongeveer 1 fte voor de rol van een consulent en 0,5 fte beleid. Kosten 1 fte schaal 9 consulent : 80.000 Kosten 0,5 fte schaal 10 beleid en contracten : 45.000 Van deze laatste gaat 0,1 fte naar bedrijfsvoering en 0,4 fte naar sociaal.
De uitvoeringskosten van de wet inburgering per 1 januari 2022 wordt volgens onderstaande verdeling toegevoegd aan de loonsom sociaal en bedrijfsvoering:
Sociaal
Bedrijfsvoering Totaal
5.3
2022
2023
2024
2025
2026
120.000
120.000
116.000
111.000
109.000
9.000
9.000
9.000
9.000
9.000
129.000
129.000
125.000
120.000
118.000
3. Budget kosten inburgeringsvoorzieningen
Via een specifieke uitkering (SPUK) stelt het ministerie van SZW een bedrag beschikbaar ter compensatie van de kosten van inburgeringsvoorzieningen. Voor Raalte is een voorschot van € 231.710 voor het jaar 2022 beschikbaar gesteld. Voor 2023 is het door het rijk afgegeven indicatiebedrag € 348.072 en voor 2024 € 370.472.
De SPUK kan ingezet worden voor de inburgeringsvoorzieningen: - Leerroutes; - Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); - Participatieverklaringstraject (PVT); - Tolkvoorziening; - Maatschappelijke Begeleiding.
Om deze inburgeringsvoorzieningen te bekostigen, ontvangen we per asielmigrant € 12.712 van het rijk. Daarnaast ontvangt de gemeente Raalte € 589 per gezinsmigrant. Deze budgetten zijn door het Rijk als volgt verdeeld over de volgende onderdelen: Onderdeel Leerroutes Module Arbeidsmarkt en Participatie Maatschappelijke begeleiding Participatieverklaringstraject Tolkvoorziening Totaal
* Budget per statushouder €10.000 €150 €1.808 €250 €504 €12.712
Budget per gezinsmigrant €150 €250 €189 €589
18
* Deze bedragen zijn een raming van verwachte prijzen en nadrukkelijk niet normstellend bedoeld t.b.v. inkoop van diensten. Gemeenten zijn dus vrij om de hoogte van de prijzen zelf te bepalen.
De verwachting is dat de kosten van een inburgeringstraject over een periode van 3 jaar gerealiseerd worden. In onderstaande tabel is een indicatie door het rijk gegeven betreft de verdeling van de kosten over de 3 jaren. Indicatie rijk kostenverdeling inburgeringstraject over 3 jaar Totaal In jaar 1 Jaar 2 In jaar 3 Vergoeding € 12.712 € 7.712 € 4.000 € 1.000 In % 60,7% 31,5% 7,9%
De regionale aanbesteding is op dit moment stilgelegd. Uitgaande van bovenstaande indicatiebedragen en percentages ziet het plaatje van de kosten inburgeringsvoorzieningen voor het jaar 2022 er als volgt uit: Indicatie kosten inburgeringstraject gestart in 2022 (in €)
Onderdelen Leerroutes Participatieverklaringstraject Module Arbeidsmarkt en Participatie Maatschappelijke begeleiding Tolvoorziening Totaal
Indicatie kosten per traject asielmigrante n (in €) 10.000
Aantal Asiel migrante n 29
Indicatie kosten per traject gezinsmigrante n (in €)
Aantal Gezins migrante n
216
29
216
6
136
29
195
6
1.944
29
417
29
179
6
Totaal
2022
290.000 175.935
12.713
590
91.252 22.813
5.096
1.971
493
5.114
3.563
1.241
310
56.376
34.202
17.739
4.435
13.167 372.21 7
8.410 227.20 6
3.805 116.00 9
951 29.00 2
2022. Elk jaar is er sprake van nieuwe instroom/ taakstelling van statushouders.
In de onderstaande tabel zijn de totale kosten per jaar weergegeven uitgaande van een jaarlijkse taakstelling van 41 statushouders per jaar (conform schatting rijk 2022) en de hierboven vermelde indicatieprijzen per traject.
Totaal
2024
7.560
Bovenstaande tabel heeft alleen betrekking op instroom/ taakstelling van huisvesting van statushouders in
Kosten inburgeringstrajecten voor asielstatushouders * Gehuisvest in 2022 Gehuisvest in 2023 Gehuisvest in 2024 Gehuisvest in 2025 kosten voor gezins- en overige migranten in betreffende jaar
2023
2022
2023
2024
2025
223.666
116.009 223.666
29.002 116.009 223.666
3.540
3.540
3.540
3.540
227.206
343.215
372.217
372.217
29.002 116.009 223.666
19
* Uitgaande van taakstelling statushouder 41 per jaar en indicatiebedragen rijk voor kosten inburgeringsvoorzieningen
20