CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling inkoopmodel regio IJsselland

Informatievoorziening raad 7 april 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel inkoop specialistische jeugdhulp vanaf 202214.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel Ambulante Jeugdhulp Wonen / verblijf Crisisfunctie

_____________________________________________________________________________ Van: RSJ IJsselland Auteur(s): Esther van den Broeke, Wouter Kwakman, Rob van Renen Datum: 17 februari 2021 ______________________________________________________________________________

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 1 van 44

Inleiding Voor u ligt het uitvoeringsplan ‘Doorontwikkeling inkoopmodel Regio IJsselland’. De Regio IJsselland heeft in het bestuurlijk overleg van 18 september 2019 besloten om het huidige inkoopmodel door te ontwikkelen voor de nieuwe contracten met aanbieders met ingang van 1 januari 2022. Dit doet Regio IJsselland op basis van vier te onderscheiden onderdelen: -

Ambulante Jeugdhulp Wonen / Verblijf Crisisfunctie Dyslexiezorg1

Dit uitvoeringsplan geeft een volledige omschrijving van het doorontwikkelde inkoopmodel dat voor de drie onderdelen per 1 januari 2022 in werking treedt. Dit uitvoeringsplan is op basis van intensieve samenwerking met een afvaardiging van alle betrokken partijen opgesteld. Er is op verschillende momenten in 2020 veelvuldig gesproken met een afvaardiging van: -

gemeentelijke toegangen gemeentelijke financials gemeentelijke backoffice contractmanagers aanbieders

Een veel gebruikte term in het uitvoeringsplan is ‘inkoopmodel’. Het inkoopmodel omvat de gehele werkwijze vanaf het moment een jeugdige zich meldt bij een verwijzer tot en met de accountantsverklaring voor de geleverde hulp. Stapsgewijs omvat het inkoopmodel de volgende onderdelen: -

Toewijzen: het proces waarbij een verwijzer de hulpvraag in kaart brengt, resultaten opstelt en een jeugdige zo nodig doorverwijst naar specialistische jeugdhulp; Hulpverlenen: alle vormen van dienstverlening die door een aanbieder wordt geboden in het kader van specialistische jeugdhulp; Bekostigen: de wijze waarop de geboden hulpverlening wordt bekostigd; Administreren: de administratieve handelingen en verplichtingen die door alle betrokken partijen moeten worden verricht; Verantwoorden: alle handelingen en verplichtingen die worden verricht om de geleverde hulpverlening te verantwoorden; Beheersen: het geheel van monitoring, beheersing en sturing die wordt uitgevoerd op de hierboven genoemde onderdelen van het inkoopmodel.

Het inkoopmodel omschrijft de systematiek van toewijzen, hulp verlenen, bekostigen, administreren, verantwoorden en beheersen voor alle soorten en maten van hulpverlening. Dit geldt dus ook voor hulpverlening in aanvulling op een woonplek / Verblijf of hulpverlening geboden als onderdeel van de crisisfunctie. Hiermee uniformeert Regio IJsselland het organiseren en verlenen van hulpverlening met als doel samenwerking makkelijker te maken en de administratie te vereenvoudigen.

1

Dyslexiezorg wordt niet verder omschreven in dit uitvoeringsplan omdat de huidige werkwijze wordt gecontinueerd. In bijlage drie is dyslexie volledigheidshalve opgenomen in het voorzieningenboek

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 2 van 44

Leeswijzer Het uitvoeringsplan is een uitgebreid document waarin uitgangspunten, definities en alle stappen van het inkoopmodel worden omschreven. Het is op onderdelen overstijgend en op andere onderdelen al gedetailleerder uitgewerkt. Het uitvoeringsplan start met een korte schets van de context waarbinnen dit uitvoeringsplan tot stand is gekomen. Daarna wordt ingegaan op de uitgangspunten die voor het doorontwikkelde inkoopmodel van toepassing zijn, gevolgd door de definities die we hanteren. Vervolgens neemt het uitvoeringsplan de lezer stapsgewijs mee door de facetten van het inkoopmodel. Per facet van het inkoopmodel wordt ingegaan op de onderdelen: -

Ambulante Jeugdhulp Wonen / Verblijf Crisisfunctie

Door deze opzet (met het inkoopmodel als leidraad) willen we op een gestructureerde manier alle betrokkenen meenemen in wat het inkoopmodel per 1 januari 2022 voor hen betekent.

Doel: Met dit inkoopmodel beoogd regio IJsselland met elkaar, zowel lokaal (waar nodig of wenselijk) als regionaal meer en beter grip te krijgen op de kwaliteit, continuïteit en kosten, de beoogde transformatie wordt gefaciliteerd en administratieve lasten worden verlaagd. De inhoud van het inkoopmodel beoogt integrale jeugdhulp te bevorderen door het zodanig te organiseren dat het niet belemmerend werkt voor de transformatieopdrachten, er vertrouwen is in en ruimte voor professioneel handelen door verwijzers en hulpverleners en administratieve lasten tot een minimum worden beperkt voor zover de beheersings-behoefte dit toelaat.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 3 van 44

INHOUDSOPGAVE INLEIDING

2

LEESWIJZER

3

1. CONTEXT: VAN OPDRACHT TOT OVEREENKOMST

5

2. UITGANGSPUNTEN

6

3. DEFINITIES

10

3.1 AMBULANTE JEUGDHULP ....................................................................................................... 10 3.2 WONEN / VERBLIJF .............................................................................................................. 12 3.3 CRISISFUNCTIE ..................................................................................................................... 16 4. HET INKOOPMODEL

17

4.1 HET BASISPRINCIPE AMBULANTE JEUGDHULP .............................................................................. 19 4.2 TOEWIJZEN ......................................................................................................................... 19 4.3 HULPVERLENEN ................................................................................................................... 28 4.4 BEKOSTIGEN ....................................................................................................................... 31 4.5 ADMINISTREREN .................................................................................................................. 33 4.6 VERANTWOORDEN ............................................................................................................... 33 4.7 BEHEERSEN......................................................................................................................... 34 BIJLAGE 1 FUNCTIEGROEPEN JEUGD

35

BIJLAGE 2 HET BEHEERSINGSMODEL

37

BIJLAGE 3 VOORZIENINGENBOEK

44

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 4 van 44

1. Context: van opdracht tot overeenkomst Op 18 september 2019 hebben de bestuurders van de elf regiogemeenten akkoord gegeven op de Contourenschets doorontwikkeling inkoopmodel IJsselland. Deze contourenschets geldt als formeel startschot voor het project doorontwikkeling inkoopmodel IJsselland. In de contourenschets is de onderstaande opdracht aan het RSJ IJsselland gegeven inclusief een prioritering van de bestuurlijke doelstellingen waaraan het inkoopmodel moet voldoen. Opdracht RSJ IJsselland ontwikkelt het resultaatgerichte model door met elementen uit de P*Q financiering (inspanningsgericht). Bestuurlijke doelstellingen 1.

2. 3. 4.

Normaliseren (zorg dichter bij het kind, zo normaal en zo kort mogelijk, zoveel mogelijk ambulant en betrekken van de algemene voorzieningen in het voorliggend veld) en inzetten op effectieve en efficiënte jeugdhulp. Beheersing van de (lokale) uitgaven. Administratieve lastenverlichting. Versterken vertrouwen in professionals.

Om tot een goede uitvoering van de opdracht te komen, onderscheidt het RSJ IJsselland: 1. 2.

Het doorontwikkelen van het inkoopmodel Het uitwerken en uitvoeren van transformatieopdrachten

Het inkoopmodel beschrijft de werkwijze van toewijzen, hulpverlenen, bekostigen, administreren, verantwoorden en beheersen om te komen tot uitvoering van specialistische jeugdhulp. De transformatieopdrachten omvatten de wenselijke veranderopgaven binnen de jeugdhulp. De transformatieopdrachten kennen een ander tijdspad en zijn de verantwoordelijkheid van de kwartiermaker transformatie. Het inkoopmodel moet faciliterend zijn aan de transformatie. Dit uitvoeringsplan richt zich op het inkoopmodel. Dit onderscheid ziet er schematisch als volgt uit. Het inkoopmodel: alle jeugdhulp  Ambulante jeugdhulp - Individuele en dagverblijf  Wonen en verblijf - Alle bedden (deeltijd, voltijd, kortdurend en langdurig)  Crisisfunctie - Crisisfunctie  Dyslexiezorg

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

De transformatie: alle opdrachten  Concretiseren transformatiedoelen ambulante jeugdhulp en wonen  Organiseren van kleinschalig gezinsgerichte woonvormen voor moeilijk plaatsbare jeugdigen  Verblijfsduur verkorten  Netwerk samen leren en ontwikkelen  Ontwikkelen ambulante alternatieven

Pagina 5 van 44

2. Uitgangspunten Het uitvoeringplan kent de volgende set van uitgangpunten. Een aantal van deze uitgangspunten zijn generiek voor de jeugdhulp in het algemeen. Daarnaast hebben een aantal uitgangspunten een meer specifiek karakter gericht op het onderdeel binnen de jeugdhulp. Vertrouwen in elkaar Het jeugdveld is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Verwijzers en aanbieders staan klaar voor jeugdigen in de Regio IJsselland die hulp nodig hebben. Verwijzers en aanbieders werken vanuit vertrouwen samen en kennen en respecteren elkaars expertise. Zij zoeken elkaar op wanneer krachten moeten worden gebundeld om de juiste hulp te bieden. Verwijzers geven resultaten en kaders af waarbinnen de aanbieder de ruimte krijgt om te doen wat nodig is. Ontkokeren van domeinen Het jeugdhulpveld kent drie domeinen bestaande uit Jeugd- en Opvoedhulp (J&O), hulp vanwege een Licht Verstandelijke Beperking (LVB) en Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). Het uitgangspunt is de zorginhoudelijke expertise van deze domeinen te behouden, maar tevens de jeugdhulp zodanig in te richten dat samenwerking wordt bevorderd en makkelijker wordt. Dat doet veel meer recht aan de leefwereld van jeugdigen en gezinnen. De Regio IJsselland beoogt de kennis en kwaliteit vanuit de bovengenoemde domeinen voor de verschillende doelgroepen beschikbaar te stellen en waar nodig in samenhang in te kunnen zetten (vb.

een kind met een verstandelijke beperking en autisme). Jeugdhulp in een breed kader We zien de jeugdige in de context van het hele systeem. Een jeugdige maakt dus altijd deel uit van een groter geheel: zijn gezin, zijn vriendengroep, zijn school, vrije tijd. Om een jeugdige te kunnen helpen, moet zijn bredere context begrepen worden en moet zijn context ook de jeugdige (gaan) begrijpen. Dat betekent dat zowel de verwijzer als de jeugdhulpverlener goed moet luisteren en kijken naar die jeugdige en zijn context. Daarnaast is de slagingskans van jeugdhulp sterk afhankelijk van de samenwerking met of toeleiding naar andere hulpvormen. Tijdig de verbinding leggen met andere hulpvormen in het sociaal domein is noodzakelijk. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokkenen om verbindingen te signaleren, maar hier ook naar behoren op te acteren. Niet limitatieve voorbeelden van verbindingen met jeugdhulp zijn: -

Lokaal voorliggende voorzieningen Onderwijs(zorg) Participatiewet Wet maatschappelijke ondersteuning Schuldhulpverlening Overgang naar volwassenzorg (zorgverzekeringswet) Andere vormen van jeugdhulp; verblijf en wonen

Jeugdhulp is echt jeugdhulp Alle betrokkenen dienen alert te zijn op het oneigenlijk inzetten van professionele jeugdhulp. Bij opgroeien horen ook tegenslagen en ontdekken hoe je daarmee om kunt gaan, met vallen en opstaan. Het NJi geeft in het document ‘Het groeiend jeugdzorggebruik, duiding en aanpak (NJI 2019)’ aan: “Wij lijken steeds minder te accepteren dat problemen erbij horen. We problematiseren en individualiseren het normale opgroeien en de hobbels en teleurstellingen die daarbij horen.”

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 6 van 44

Het is dus niet altijd nodig om jeugdigen professionele hulp te bieden. Het is ook niet altijd nodig om jeugdigen hulp te bieden onder de voorwaarden van de contracten ambulante jeugdhulp. De Regio IJsselland wil dat alle betrokkenen zich realiseren dat ook andere voorzieningen ingezet kunnen worden, zoals: -

Voorliggend veld (lokaal voorveld): Gemeenten organiseren hun eigen lokaal voorveld met preventieve en/of laagdrempelige hulpvormen. Hulp die valt onder een andere wet, zoals Wet passend onderwijs, Zorgverzekeringswet, Wet maatschappelijke ondersteuning en/of Wet langdurige zorg.

Keuzevrijheid en acceptatieplicht Keuzevrijheid van jeugdige en gezin voor een jeugdhulpaanbieder staat centraal. Dit bevordert namelijk de passendheid en effectiviteit van de jeugdhulp en doet recht aan de positie van de jeugdige en het gezin. Het is echter wel van belang dat alle betrokkenen bewust zijn dat keuzevrijheid beperkt is tot aanbieders die jeugdhulp leveren die passend is bij de aard en omvang van de problematiek van de jeugdige: niet te licht en niet te zwaar. Niet alleen verwijzers, maar ook aanbieders dienen te werken vanuit dit uitgangspunt. Het uitgangspunt is dat jeugdhulp voldoende breed wordt ingekocht en daarom geldt de keuzevrijheid in beginsel alleen voor zover het gaat om gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. Wanneer het aanbod van een aanbieder niet aansluit bij de aard en omvang van de problematiek, dan heeft een aanbieder geen acceptatieplicht. Daarmee bedoelt regio IJsselland dat de aanbieder een acceptatieplicht heeft, mits het hulpaanbod aansluit bij de aard en omvang van de problematiek. Wanneer de Screening niet leidt tot acceptatie van aanbieder en/of jeugdige moet de aanbieder in overleg met de jeugdige contact zoeken met de gemeentelijke toegang. Het is de aanbieder zijn verantwoordelijkheid dat een jeugdige niet los wordt gelaten tot het vervolg is georganiseerd of een verwijzer de verantwoordelijkheid overneemt.

De aanbieder heeft hierbij altijd meldingsplicht van doorverwijzing aan de initiële verwijzer die de jeugdige heeft verwezen. Als een jeugdhulpaanbieder zich heeft ingeschreven op een woonintensiteit of op een functiegroep, dan heeft de jeugdhulpaanbieder acceptatieplicht. Dus een jeugdhulpaanbieder kan keuzes maken aan de voorkant, maar ingeschreven betekent ook leveren, met wel oog op een goede matching voor Wonen en Respijtzorg. Een aanbieder mag een jeugdige niet weigeren op andere gronden, zoals leeftijd, geslacht, afkomst, geaardheid, inkomen, levensbeschouwing, gezondheidstoestand. Zorgcontinuïteit Wanneer een aanbieder een jeugdige heeft geaccepteerd, blijft gedurende de hulpverlening de verantwoordelijkheid voor zorgcontinuïteit bij de aanbieder. Zorgcontinuïteit heeft hiermee betrekking op jeugdigen die al hulp ontvangen van een aanbieder. In het geval de hulp moet worden gestopt, omdat de hulp niet passend is of niet werkzaam blijkt, blijft een aanbieder verantwoordelijk voor de zorgcontinuïteit en heeft zij zorgplicht tot het moment dat een andere aanbieder de hulp start.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 7 van 44

Het tussentijds stopzetten van de hulp wanneer het hulpverleningstraject nog niet is afgerond, kan slechts in enkele situaties plaatsvinden en altijd in voorafgaand overleg met de toegang. Indien de aanbieder van mening is dat zij de noodzakelijk hulp om inhoudelijk redenen niet kan bieden of indien de inzet niet of onvoldoende werkt, blijft de verantwoordelijkheid voor (overbruggings-) hulp en veiligheid van deze jeugdige bij de initiële aanbieder tot het moment waarop de hulp gestart wordt bij een andere aanbieder. Jeugdhulp is maatwerk De term Maatwerk is uitgewerkt in de Memorie van Toelichting bij de Jeugdwet. Hierin staat dat de hulp afgestemd wordt op de lokale situatie en uitgaat van de mogelijkheden (eigen kracht) en de behoeften van de jeugdigen en hun ouders. De professional zet in wat nodig is en weet ook tijdig te stoppen met de inzet die niet of onvoldoende werkt, met inachtneming van de zorgcontinuïteit. En de goede hulpverlener weet ook wanneer de jeugdhulp beëindigd dient te worden omdat het resultaat voldoende is. Scheiden Wonen-Verblijf en Ambulante Jeugdhulp Er wordt een knip gemaakt tussen Wonen-Verblijf en de individuele hulpverlening (Ambulante Jeugdhulp) in de toewijzing en de bekostiging.

Het uitgangspunt is dat het scheiden van WonenVerblijf en de individuele hulpverlening een dynamisch model oplevert, dat meer maatwerk mogelijk maakt: de juiste hulpverlening kan worden uitgevoerd bij het juiste bed van de jeugdige door de juiste aanbieder. De individuele hulpverlening kan door een andere aanbieder geleverd worden dan de aanbieder die het Wonen-Verblijf levert. Het gaat erom dat de best passende hulp geleverd wordt door de best passende aanbieder. Door het scheiden van Wonen en individuele hulpverlening tracht de regio IJsselland te voorkomen dat jeugdigen moeten verhuizen van woonplek wanneer de individuele hulpverlening is afgerond. Voor Respijtzorg herstelgericht moet het juist wel van dezelfde hulpverlener zijn die de begeleiding biedt zowel aan het gezin als op de Respijtzorglocatie, zodat er een doorgaande lijn zit in het hulpverleningstraject. Voor Verblijf geldt de mogelijkheid door het scheiden van Verblijf en individuele hulpverlening dat de individuele hulpverlening in een doorgaande lijn kan worden voortgezet. Elke jeugdige verdient het om gezond en veilig op te groeien Voor het onderdeel Wonen hanteren we een belangrijk uitgangspunt, dat is vastgelegd in de (Jeugd)wet en dat bijdraagt aan de transformatie in onze regio. Elke jeugdige verdient het om gezond en veilig op te groeien.

Dit betekent voor elke jeugdige uit onze regio een liefdevolle, veilige en stabiele leefomgeving die perspectief biedt, zo kleinschalig en gezinsgericht als mogelijk en bij voorkeur in de buurt van de huidige leefomgeving. Verplaatsingen van jeugdigen moet tot een minimum worden beperkt Uit onderzoek blijkt dat verplaatsen van jeugdigen een negatieve jeugdervaring is en dat een verplaatsing de kans op een toename van internaliserend en externaliserend probleemgedrag vergroot. Daarom is het uitgangspunt dat verplaatsingen zoveel als mogelijk worden beperkt. Om jeugdigen gelijk op een goede plek te krijgen en verplaatsingen te verminderen is goede matching van belang.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 8 van 44

Samenwerken, juist wanneer het moeilijk wordt. Voor onderdelen Crisisfunctie en bij complexe hulpvragen maken we ons sterk voor het uitgangspunt Samenwerken, juist wanneer het moeilijk wordt. Dit betekent jeugdhulp voor elke jeugdige uit onze regio die dit nodig heeft, ook wanneer er geen standaardoplossing is. Herstel van het gewone leven in het gewone leven In principe vindt de hulpverlening plaats in de eigen omgeving van de jeugdigen en het gezin. Het uitgangspunt van de geleverde hulp is ‘herstel van het gewone leven in het gewone leven’. Als er hulp geboden wordt, dan is deze hulp zo ambulant, systeemgericht en netwerk-inclusief als mogelijk, zodat het hele gezin geholpen wordt om het samen weer aan te kunnen. Als dit thuis echt niet kan, dan is het uitgangspunt ‘samen uit, samen thuis’. Dat houdt in dat alle gezinsleden werken aan verandering en dat als dat niet thuis kan, de hulp plaats kan vinden op een verblijfsbed.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 9 van 44

3. Definities Om elkaar zo goed mogelijk te verstaan en met elkaar in gesprek te kunnen gaan over de onderdelen binnen de jeugdhulp hanteren we voor dit uitvoeringsplan de volgende definities. De definitief worden achtereenvolgens gegeven voor: -

Ambulante Jeugdhulp Wonen / Verblijf Crisisfunctie

3.1 Ambulante Jeugdhulp Ambulante jeugdhulp is als volgt gedefinieerd: Ambulante jeugdhulp is ondersteuning van, hulp en zorg (niet zijnde preventie) aan jeugdigen en hun ouders/voogd bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders en hen zodanig te versterken dat zij hun eigen situatie kunnen veranderen.

Binnen deze ruime definitie valt een waaier van begeleiding, behandelingen, methodieken en interventies die kunnen worden ingezet. De Regio IJsselland wil de hulpverlening binnen de ambulante jeugdhulp afbakenen met als doel vast te leggen wanneer inzet van ambulante jeugdhulp wenselijk is en wordt vergoed. 3.1.1 Hulpverlening binnen ambulante jeugdhulp 3.1.2 Verwijzing ambulante jeugdhulp 3.1.3 Doelgroep ambulante jeugdhulp 3.1.1 Hulpverlening binnen ambulante jeugdhulp Ambulante jeugdhulp omvat alle vormen van hulpverlening conform de Jeugdwet welke individueel of in groepsverband wordt geleverd. Dit kan tijdelijk of langdurend zijn. Hulpverlening binnen ambulante jeugdhulp dient te voldoen aan onderstaande voorwaarden: 1. Hulpverlening Voor wie de hulpvraag niet kan worden opgelost door het eigen netwerk of door vrij toegankelijke voorzieningen. 2. Hulpverlening is ambulant Hulpvormen die in aanmerking komen voor vergoeding binnen ambulante jeugdhulp dienen ten minste te voldoen aan de volgende criteria: - De hulpverlening vindt primair plaats in de eigen omgeving van de jeugdige (thuis en/of op school). - De hulpverlening kan ook op een vestiging van de aanbieder of een andere geschikte locatie plaatsvinden wanneer dit van meerwaarde is voor de hulpverlening en naar het gedeeld inzicht van de jeugdhulpverlener en de jeugdige is afgestemd.

- De hulpverlening kan ook worden geboden in het kader van een hulptraject aanvullend of ondersteunend aan wonen, verblijf of Respijtzorg, maar is geen onderdeel van de woon, verblijf of logeervoorziening.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 10 van 44

3. Hulpverlening is integraal Integrale jeugdhulp is hulp waarin de jeugdige en het gezin uitgangspunt is. Deze hulp is zo dichtbij, licht en gewoon mogelijk, maar ook direct intensief waar nodig en kan meerdere domeinen of leefgebieden omvatten. Er wordt gewerkt vanuit het principe één gezin - één plan. Dit vraagt naast verbinding binnen specialistische jeugdhulp (sectoraal) ook om een goede verbinding en snel schakelen tussen het voorliggend veld, onderwijs, de gemeentelijke toegang en volwassenzorg. Het gaat daarbij om hulp op verschillende levensgebieden: hulp bij ontwikkeling en opvoeding, veiligheid, psychische problemen van jeugdige en ouders en (jeugdhulp gerelateerde) problemen bij deelname aan onderwijs2 en vrije tijd. 4. Hulpverlening is maatwerk De hulp, die wordt ingezet, is afgestemd op de hulpvragen en behoeften en gaat uit van de mogelijkheden (eigen kracht) van de jeugdigen en hun ouders. Het gaat er om dat die hulp wordt ingezet, die bijdraagt aan het te behalen resultaat van de jeugdige en zijn gezin. En die eraan bijdraagt dat de jeugdige en zijn gezin zonder de hulp weer verder kunnen, indien dat gelet op de problematiek haalbaar is. 5.

Hulpverlening is kwalitatief op orde Iedere hulpverlener werkt vanuit de actuele kennis (erkende interventies, zoals beschreven zijn in de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI3) en benut deze en past deze aan waar nodig, om aan te sluiten bij de hulpvraag en het resultaat van de jeugdige. 3.1.2 Hulpverlening buiten ambulante jeugdhulp Er wordt in dit document uitsluitend gesproken over jeugdhulp en niet over jeugdzorg. In de definitie jeugdzorg valt ook de jeugdbescherming en jeugdreclassering en dit valt buiten deze aanbesteding. Dyslexiezorg wordt als hulpvorm separaat ingekocht. 3.1.3 Verwijzing ambulante jeugdhulp Om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van geleverde jeugdhulp door gemeenten heeft een aanbieder naast een geldige overeenkomst het volgende nodig: 1. 2. 3.

Een verwijzing van jeugdige door een wettelijk verwijzer; of Een bepaling jeugdhulp (door een gecertificeerde instelling op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering); of Een toewijzing door de gemeente.

Aanvullend op het bovenstaande kan regio IJsselland aanvullende eisen stellen voor de toeleiding voor specifieke hulpverleningsvormen.

2 3

Dit met uitzondering van onderwijsproblematiek en/of wet passend onderwijs https://www.nji.nl/nl/Databank/Effectieve-Jeugdinterventies/Interventies/Erkend

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 11 van 44

3.1.4 Doelgroep ambulante jeugdhulp Wanneer een jeugdige voldoet aan onderstaande drie criteria valt de jeugdige binnen de doelgroep die aanspraak kan maken op ambulante jeugdhulp. 1.

2. 3.

Die de leeftijd van 18 nog niet hebben bereikt; a. Of: die ouder zijn dan 18 en voldoen aan de uitzonderingen beschreven in artikel 1.1 van de jeugdwet, onder de definitie van ‘jeugdige’, lid 2 en 3. b. Of: die ouder zijn dan 18 en voor wie de gemeente die volgens het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is voor de hulp expliciet aangeeft dat hij of zij binnen het kader van ambulante jeugdhulp geholpen kan worden. Die geremd of bedreigd worden in het gezond en veilig opvoeden en opgroeien en waaraan ambulante jeugdhulp een bijdragen kan leveren. Voor wie herstel van de gezonde en veilige ontwikkeling door ambulante jeugdhulp mogelijk en waarschijnlijk is, op zo’n manier dat verdere jeugdhulp niet meer nodig is; a. Of: voor wie door ambulante jeugdhulp een blijvend hoger functionerings- of zelfredzaamheidsniveau haalbaar en waarschijnlijk is, ook als vorm van langdurig begeleiding nodig zal blijven; b. Of: voor wie zonder jeugdhulp een terugval in het functionerings- of zelfredzaamheidsniveau wordt verwacht, terwijl deze terugval door die inzet blijvend kan worden voorkomen.

Voor punt twee en drie behoren ook de ouder(s)/verzorger(s) van deze jeugdigen en hun bredere netwerk tot de doelgroep, maar alleen voor zover dit binnen de wettelijke kaders passend is en: -

Opvoedkundige hulp aan ouder(s)/verzorger(s) direct en primair een positief effect heeft via de opvoeding op de gezonde en veilige ontwikkeling van hierboven beschreven jeugdige. Opvoedkundige hulp aan het netwerk direct en primair van positief effect is via de betrokkenheid van het netwerk op de gezonde en veilige ontwikkeling van hierboven beschreven jeugdige.

3.2 Wonen / Verblijf 3.2.1 Onderscheid Wonen en Verblijf In de regio maken we een duidelijk onderscheid tussen Wonen en Verblijf. Onder Wonen vallen alle voorzieningen die te maken hebben met elders dan bij de biologische ouders wonen en/of Respijtzorg. Onder Verblijf vallen alle verblijfsbedden waar jeugdige kortdurend op verblijven. Het onderscheid tussen Verblijf en Wonen is hieronder weergegeven. Bij Verblijf ligt het accent op de tijdelijkheid en het gericht zijn op herstel. Bij Wonen ligt het accent op gezond en veilig opvoeden, opgroeien en ontwikkelen: het gewone leven. Verblijf Perspectief naar thuis Herstelgericht en stabiliseren Tijdelijk Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Wonen Perspectief biedend thuis of de weg naar zelfstandig / begeleid wonen Gezond en veilig opvoeden, opgroeien en ontwikkelen Langdurig Pagina 12 van 44

Hieronder zijn de huidige voorzieningen onderverdeeld in verblijf en wonen om duidelijkheid te creëren over het verschil. Verblijf

Wonen

Respijtzorg Crisisbed Behandelbed (Moederkindzorg valt hier onder) Drie-milieuvoorzieningen Gesloten jeugdzorg (GGZ/ J&O/ LVB)

Pleegzorg Gezinshuis Leefgroep (incl. begeleid/beschermd wonen)

3.2.2 Wonen Wonen is als volgt gedefinieerd: Wonen is het bieden van 24-uurs hulpverlening, waarbij veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling (de leefomgeving) centraal staat, aan jeugdigen (tot 21 jaar) die niet meer bij hun biologische ouders kunnen wonen, vanwege ernstige problemen thuis of vanwege hun eigen gedrag of beperkingen of biologische ouders zijn er niet (meer). Regio IJsselland erkent hierbij vier woonvormen, namelijk: -

Pleegzorg; Gezinshuis;

-

Leefgroep.

Het streven voor de komende jaren is elke vorm van Wonen kleinschalig en gezinsgericht met maximaal 6 kinderen (zie hoofdstuk 2. Uitgangspunten). De mate van begeleiding door pleegouders, gezinshuisouders of hulpverleners op een woonvorm kan verschillen. Ambulante hulpverlening aanvullend op het Wonen gericht op herstel of duurzame hulpverlening valt niet onder Wonen. Dit wordt indien nodig separaat toegewezen conform de systematiek van Ambulante Jeugdhulp. Het Wonen vindt zoveel als mogelijk plaats binnen het netwerk van de jeugdige, zodat onderwijs en vrije tijd door kunnen gaan als een jeugdige (tijdelijk) niet thuis kan wonen. 3.2.3 Pleegzorg Pleegzorg is het voor korte of lange tijd opvoeden en verzorgen van een jeugdige door vervangende ouders (het pleeggezin), niet door de biologische ouders. Pleegouders bieden jeugdigen een gezinsgerichte woonplek, waar ze kunnen rekenen op aandacht en een eigen plek, tot de jeugdige terug naar huis kan of zelfredzaam is. Pleegzorg is voor de jeugdige die zich in de eigen gezinssituatie niet veilig kan ontwikkelen en/of gezond kan opgroeien. In het pleeggezin staat het 'zo gewoon mogelijk opgroeien' centraal. Onder pleegzorg vallen de volgende vormen van pleegzorg: -

kortdurende pleegzorg; langdurige pleegzorg; deeltijd pleegzorg; netwerkpleegzorg.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 13 van 44

3.2.4 Gezinshuis Een gezinshuis combineert het gewone leven met de professionele begeleiding van gezinshuisouders. Deze gezinshuisouders zijn de vaste opvoeders en zij vormen de vaste basis, waardoor er continuïteit in de opvoedingsrelatie is. Dit geeft de jeugdige de gelegenheid om een gezonde hechtingsrelatie te ontwikkelen en een zo gewoon mogelijk ‘thuis’ te hebben. De gezinshuisouders bieden naast veiligheid en rust, ook professionele begeleiding. Gezinshuisouders zijn beroepsopvoeders die 7 dagen per week 24 uur per dag hun beroep uitoefenen. In een gezinshuis wonen gezinshuisouders met meerdere geplaatste jeugdigen en soms ook eigen kinderen. Een gezinshuis is een gezinsvorm voor jeugdigen met een opvoed- of opgroeivraag die niet in de (netwerk)pleegzorg terecht kunnen. Een jeugdige wordt (in principe) in staat geacht in een gezinsstructuur te kunnen functioneren. Zorgboerderij Net als een gezinshuis combineert een zorgboerderij het gewone leven op de boerderij met de professionele begeleiding van de zorgboer(in). De zorgboer en -boerin zijn de vaste gezichten voor de jeugdigen en zij nemen het overgrote deel van de opvoeding/ begeleiding voor hun rekening. Daarmee is er stabiliteit in de zorgverlening en wordt er voorkomen dat er te veel wisseling van begeleiding zijn.

De zorgboer of -boerin is de beroepsopvoeder die 7 dagen per week 24 uur per dag hun beroep uitoefenen, zij kunnen als fungeren als respijtzorg (zie 3.2.8 Respijtzorg) 3.2.5 Leefgroep Jeugdigen met een complexe opvoed- of opgroeivraag, die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen en voor wie pleegzorg of een gezinshuis, of gezinsgroep of zorgboerderij niet passend is, moeten de mogelijkheid hebben om in een kleinschalige en gezinsgerichte leefgroep op te groeien. Het gaat om een woonvorm voor jeugdigen die in een leefgroep met 4 tot en met 6 jeugdigen wonen en (deels) 24 uur per dag begeleid worden door een beperkt aantal professionele opvoeders. Afhankelijk van de leeftijd en situatie is ook deeltijd begeleiding mogelijk. Opvoeden en opgroeien staat bij deze woonvorm centraal. Deze hulpverleners bieden een veilige en beschermde leefomgeving om op te groeien en optimaal te ontwikkelen. De jeugdigen worden voorbereid en begeleid naar zelfredzaamheid. 3.2.6 Verblijf Het verblijfsbed is een tijdelijke toevoeging aan de ambulante hulp of de crisisfunctie die nodig is. Op een verblijfsbed verblijft het hele gezin, een deel van het gezin of alleen de jeugdige. Er wordt altijd gewerkt aan terugkeer naar huis en wat daarvoor nodig is. Hierdoor wordt de kans op terugkeer naar huis vergroot en de duur in verblijf verkort.

Het verblijfsbed is als dat echt nodig is binnen 24 uur beschikbaar.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 14 van 44

De regio hanteert vijf soorten verblijfsbedden: -

-

-

-

Crisisbed voorziet in een leefklimaat dat is gericht op het beslechten van de crisis en de inzet van de juiste vervolgondersteuning. Behandelbed voorziet in een leefklimaat bestaande uit een stabiele ontwikkelings-en behandeling omgeving. De behandeling is altijd multidisciplinair ingebed en is gericht op: herstel, een gedragsverandering teweegbrengen, voorkomen van verergering, organiseren van perspectief. De behandeling gaat gepaard met intensieve ondersteuning aan de thuissituatie gericht op terugkeer van de jeugdige naar de ouders/ verzorgers dan wel het netwerk. Naast dit leefklimaat kunnen jeugdigen individuele behandeling ontvangen. De jeugdigen kunnen de hele dag en nacht bij de instelling verblijven. De instelling is dan de (tijdelijke) vaste verblijfplaats. Drie-milieuvoorzieningen voor jeugdigen die vanwege de problematiek een samenhangende behandeling in de drie leefgebieden, verblijf, scholing/ werken en vrijetijd, nodig hebben en in een open setting kunnen verblijven. Er is sprake van een orthopedagogisch leefklimaat waarin reguleren van gedrag, ondersteuning en behandeling kernwaarden zijn. JeugdzorgPlus voor jeugdigen met ernstige gedrags- en opvoedproblemen die een gevaar vormen voor zichzelf en/of hun omgeving. Het betreft verblijf zoals de driemilieuvoorziening, maar onderscheidt zich doordat er beperkende maatregelen (vasthouden) kunnen worden toegepast.

Deze maatregelen kunnen worden ingezet o.b.v. een machtiging van de rechter. Het leefklimaat is erop gericht om de impact van de beperkende maatregelen zo passend mogelijk te laten zijn, en de jeugdige voor te bereiden op een tijd waarin er geen noodzaak meer is voor beperkende maatregelen. Specialistische klinische opname voor jeugdigen met ernstige psychiatrische problematiek waarbij een intensieve klinische behandeling (in een gesloten setting) de enige manier is om gevaar voor henzelf of hun omgeving te voorkomen. Het betreft een (korte) klinische opname voor jeugdige, als onderdeel van hun totale GGZ-behandeling.

3.2.7 Respijtzorg Respijtzorg is ter voorkoming van uithuisplaatsing en valt daardoor onder Verblijf. De regio kent twee varianten van Respijtzorg, namelijk: 1. Respijtzorg duurzaam: Respijtzorg als duurzaam traject draagt eraan bij dat jeugdigen langer thuis kunnen wonen en heeft als doel het (tijdelijk) ontlasten van de opvoeders/ verzorgers en/of de omgeving en/of ter preventie van ontsporing. Bij Respijtzorg duurzaam kan er gewerkt worden aan een situatie waarin afgebouwd wordt naar een minimaal niveau. Voor opvoeders/ verzorgers is dit een belangrijke vorm van hulp, omdat het hen in de gelegenheid stelt de zorg voor hun kind langer en beter vol te houden. 2. Respijtzorg herstelgericht: Respijtzorg herstelgericht is een preventief middel om zwaardere hulp te voorkomen of om zwaardere hulp af te bouwen. Bij Respijtzorg herstelgericht wordt er gewerkt aan de resultaten die binnen een hulpverleningstraject voor het gezin of jeugdige gesteld zijn. Respijtzorg wordt daarmee een element van het hulpverleningstraject. Herstelgerichte Respijtzorg is tijdelijk en gericht op volledig terugkeer naar thuis. Daarom is het wenselijk dat dezelfde hulpverlener de begeleiding biedt zowel aan het gezin als op de Respijtzorglocatie, zodat er een doorgaande lijn zit in het hulpverleningstraject.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 15 van 44

3.3 Crisisfunctie De Crisisfunctie is als volgt gedefinieerd: De specialistische zorg bij de crisisfunctie is bedoeld voor jeugdigen in een zeer kwetsbare positie. Met 24uurs bereikbaar- en beschikbaarheid van hulp moet de stabiliteit, veiligheid en positieve interactie tussen de jeugdige en zijn of haar omgeving herstellen om zo ‘het normale leven’ weer op te pakken. Een beperkte groep aanbieders staat 24/7 paraat voor gemeentelijke toegangen en Gecertificeerde Instellingen (GI) met de crisisfunctie bestaande uit de crisisdienst GGZ en het beschikbaar- en bereikbaar hebben van spoedhulp IJsselland.

3.3.1 Toelichting Crisisfunctie De crisisfunctie binnen dit contract bestaat uit de 24/7 beschikbaar- en bereikbaarheid van de crisisdienst van de GGZ, de crisisinterventie uitgevoerd door de crisisdienst GGZ en de 24/7 beschikbaar- en bereikbaarheid van de spoedhulp IJsselland. De crisisopvolging valt onder deelproject Ambulante Jeugdhulp (ambulante spoedhulp) of verblijfsbed (crisis (GGZ) bed). Crisis

Er is sprake van een crisis als een acute situatie direct ingrijpen noodzakelijk maakt teneinde direct gevaar voor de Jeugdige, of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen.

Crisisdienst (GGZ)

De crisisdienst GGZ doet de crisisinterventie, gericht op een eerste beoordeling van de crisis en de eerste stabilisatie. De crisisdienst beoordeelt binnen 4 uur na melding of de situatie dusdanig bedreigend is voor de ontwikkeling/ veiligheid van de jeugdige dat er direct (binnen 24 uur) hulp beschikbaar moet zijn om het acute gevaar te beperken. Ook wordt beoordeeld wat de volgende stap moet zijn: geen vervolg, reguliere hulp of crisisopvolging.

Crisisinterventie GGZ

De crisisinterventie is de beoordeling en de eerste stabilisatie van de jeugdige, waarbij indien noodzakelijk een opname wordt gerealiseerd.

Crisisopvolging

Crisisopvolging is de hulp die na een crisisinterventie wordt ingezet op verzoek van de gemeentelijke toegang, GI of van de Crisisdienst.

Spoedhulp IJsselland

Spoedhulp IJsselland bestaat uit de organisaties: Ambiq, Pactum, Trias en Vitree, die voor de regio IJsselland 24/7 ambulante spoedhulp leveren bij nieuwe crisissen.

De bereikbaarheid (telefonisch) en beschikbaarheid (‘uitrukken’) in geval van crisis bij jeugdigen en gezinnen is in regio IJsselland georganiseerd via de crisisroute, een set afspraken tussen de regio, een aantal jeugdhulpaanbieders, de gecertificeerde instellingen (GI) en Veilig Thuis. De huidige crisisroute die is vastgesteld in de regio blijft van kracht.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 16 van 44

De gemeenten en jeugdhulpaanbieders in de regio IJsselland willen crisissituaties zoveel mogelijk voorkomen en wanneer er crisishulp nodig is, willen we dat dit zo snel mogelijk en op de juiste plek wordt geboden, met zo min mogelijk verplaatsingen van de jeugdige en met de juiste ouderbetrokkenheid. Jeugdhulpaanbieders en gemeentelijke toegangen/ GI zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor jeugdigen uit onze regio die crisishulp nodig hebben. We vinden het belangrijk dat jeugdhulpaanbieders zich gezamenlijk committeren aan het garant staan voor het leveren van passende hulp bij crisis voor alle jeugdigen uit de regio die deze hulp nodig hebben. We hechten er daarom veel waarde aan dat een integrale beoordeling van de problematiek plaatsvindt en dat goed wordt samengewerkt, zodat ondersteuning waar nodig integraal wordt geboden, waarbij recht wordt gedaan aan de specifieke expertise van betrokkenen. De regio IJsselland verwacht dat deskundige hulpverleners 24/7 beschikbaar en bereikbaar zijn voor crisissen en inzet van ambulante hulp voor jeugdigen en gezinnen in crisis. Het betreft hulp zowel binnen als buiten kantoortijden. Naast bereikbaarheid en beschikbaarheid is aanwezigheid van voldoende juiste expertise van belang om een juiste inschatting van de situatie te kunnen maken en de juiste hulp te kunnen inzetten.

Het crisisbed is ondergebracht onder het verblijfsbed (paragraaf 1.3). 3.3.2 Veilig Thuis De reguliere crisisdienst door Veilig Thuis valt buiten dit contract.

Bron: Unsplash, foto van Kelly Sikkema

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 17 van 44

4. Het inkoopmodel Dit hoofdstuk neemt je stapsgewijs mee door het inkoopmodel. Het inkoopmodel is opgesteld aan de hand van de cliëntroute waarbij stapsgewijs elk onderdeel van de route wordt beschreven. De cliëntroute omvat ook de aanpalende taken van betrokken partijen. Een overzicht van alle stappen is hieronder weergegeven. Onderdeel 4.2 Toewijzen

4.3 Hulpverlenen 4.4 Bekostigen 4.5 Administreren 4.6 Verantwoorden 4.7 Beheersen

Toelichting Het proces waarbij een verwijzer de hulpvraag in kaart brengt, resultaten opstelt en een jeugdige zo nodig doorverwijst naar specialistische jeugdhulp. Alle vormen van dienstverlening die door een aanbieder wordt geboden in het kader van specialistische jeugdhulp. De wijze waarop de geboden hulpverlening wordt bekostigd. De administratieve handelingen en verplichtingen die door alle betrokken partijen moeten worden verricht. Alle handelingen en verplichtingen die worden verricht om de geleverde hulpverlening te verantwoorden. Het geheel van monitoring, beheersing en sturing die wordt uitgevoerd op de hierboven genoemde onderdelen van het inkoopmodel.

De onderdelen ‘Toewijzen’, ‘Hulpverlenen’ en ‘Bekostigen’ verschillen op de onderdelen Ambulante Jeugdhulp, Wonen / Verblijf en Crisisfunctie en worden daarom per onderdeel uitgelegd. Voor de onderdelen ‘Administreren’, ‘Verantwoorden’ en ‘Beheersen’ wordt de uitvoering generiek beschreven, van toepassing voor zowel ‘Ambulante Jeugdhulp’, ‘Wonen / Verblijf’ en ‘Crisisfunctie’. Op hoofdlijnen is de jeugdhulpverlening als volgt ingedeeld. Deelproject Ambulante Jeugdhulp

Voorzieningenboek - Alle individuele hulp - Alle dagverblijf

Wonen / Verblijf

-

Alle bedden op basis van intensiteiten: o Pleegzorg o Gezinshuizen o Leefgroepen o Respijtzorg o Behandelbed o Crisisbed o Driemilieuvoorziening o JeugdzorgPlus o GGZ bed

Crisisfunctie

-

Crisisdienst Crisisinterventie Spoedhulp IJsselland

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 18 van 44

4.1 Het basisprincipe Ambulante Jeugdhulp Het inkoopmodel Ambulante Jeugdhulp is opgebouwd vanuit een basisprincipe. Het is van belang dit basisprincipe te doorgronden om de werking van het inkoopmodel Ambulante Jeugdhulp goed te begrijpen. Het basisprincipe gaat uit van een duidelijke scheiding van de manier van toewijzen en de manier van bekostigen. Dit is anders dan binnen het huidige inkoopmodel. Op dit moment is binnen het huidige inkoopmodel ‘Segment midden’ bekostiging gelijk aan de toewijzing: resultaatfinanciering. Binnen het huidige inkoopmodel ‘Segment top’ is de bekostiging gelijk aan het toegewezen product: inspanningsgericht. In dit uitvoeringsplan wordt een combinatie van beide gevormd. In het inkoopmodel per 1 januari 2022 de verwijzer stelt naast het resultaat een keuzebudget vast op basis van de hulpvraag. Dit is geen gestandaardiseerd resultaat, maar een resultaat op maat per jeugdige. De verwijzer geeft naast het resultaat een keuzebudget af (driehoek in afbeelding). Dit keuzebudget bevat een maximale financiële waarde en een maximale tijdsduur. Een verwijzing omvat dus twee componenten: 1. Resultaat: waar moet de hulpverlening zich op richten? 2. Keuzebudget: budgettaire financiële ruimte en periode waarbinnen aan het resultaat wordt gewerkt.

In het inkoopmodel per 1 januari 2022 bepaalt de aanbieder welke hulpverlening nodig is om aan het resultaat te werken. De aanbieder heeft binnen het afgegeven keuzebudget de vrijheid om te doen wat nodig is. Alle geleverde hulpverlening binnen de kaders van het resultaat en keuzebudget wordt vergoed (euroteken in afbeelding). Een aanbieder krijgt dus niet het gehele budget uitbetaald, maar alleen uitbetaald voor de hulpverlening die is geleverd. De bekostiging wordt hierdoor inspanningsgericht. Het budget wat overblijft na afronding van de hulpverlening is niet besteed geld en blijft van de gemeente. Hieronder een schematische weergave. Het vervolg van hoofdstuk 4 geeft een nadere toelichting hoe dit basisprincipe tot uitvoering komt in het inkoopmodel.

€ Resultaat en keuzebudget

bekostiging

Basisprincipe

4.2 Toewijzen 4.2.1 Ambulante Jeugdhulp Een verwijzing van een wettelijk verwijzer is nodig om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van ambulante jeugdhulp. Dit hoofdstuk beschrijft drie verwijsroutes: de gemeentelijke toegang (toegang), (huis)arts en Gecertificeerde Instelling (GI). 1. Verwijzing via toegang De toegang bepaalt de te behalen resultaten op basis van de hulpvraag. Zij maakt als verwijzer het waardeoordeel of een jeugdige toegang krijgt tot ambulante jeugdhulp. Deze resultaten dienen concreet omschreven te zijn om richting te bieden waar een aanbieder de hulpverlening op inzet.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 19 van 44

Is de resultaatomschrijving niet concreet genoeg, dan is het risico groot dat er een mismatch ontstaat tussen de verwachting van de toegang en de hulpverlening van de aanbieder. Als tweede bepaalt de toegang of de in te zetten ambulante jeugdhulp relatief standaard is of dat er intensief overleg nodig is over de in te zetten hulpverlening. Deze afweging bepaalt de mate van afstemming tussen toegang en aanbieder voorafgaand aan de hulpverlening. Hieronder volgt een verdere toelichting. Standaard keuzebudget Wordt er gekozen voor een standaard keuzebudget, dan maakt de toegang de keuze of het resultaat herstelgerichte hulpverlening of duurzame hulpverlening behoeft. Het onderscheid tussen beide is de periode van hulpverlening en totstandkoming van budget. Een hersteltraject heeft een begin en eind en is hiermee eindig. Duurzame hulpverlening is bedoeld voor een bepaalde mate van continue hulpverlening wat meerdere jaren kan duren. Met het onderscheid herstel en duurzaam stelt de toegang dus de periode van een keuzebudget vast. Vervolgens bepaalt de toegang wat de financiële omvang is van het keuzebudget. Dit gebeurt op basis van een inschatting van de wenselijke hulpverlening gekoppeld aan een financiële waarde.

Hieronder zijn de standaard budgetten opgenomen die worden ingekocht en ter illustratie een categorisering van hulpverlening weergegeven om een inkijk te geven in de werkwijze voor de verwijzers en aanbieders. Keuze- Budget budget Indicatief 1 750 2

1.500

3

3.000

4

4.500

5

7.500

6

12.000

voorbeelden herstel

Voorbeelden duurzaam

Lichte psychologische hulp (8-10 gesprekken) Interventieanalyse lichte opvoeden opgroei hulp - Gemiddelde psychologische hulp - Interventieanalyse gemiddelde opvoed- en opgroeihulp Interventieanalyse zware psychologische en/of opvoed en opgroeihulp Complexe hulpverleningstrajecten Complexe hulpverleningstrajecten

Medicatiecontrole 1 dagdeel dagbesteding in de week gedurende een jaar 2 dagdelen dagverblijf of 1 uur lichte begeleiding per week gedurende een jaar 1 uur begeleiding per week gedurende een jaar 2 uur begeleiding per week gedurende het jaar, 2 uur begeleiding per week gedurende het jaar en dagverblijf

Het doel van het standaard keuzebudget is dat het overgrote deel van de hulpverleningstrajecten hieronder valt, waarbij aan de start alleen de hoognodige afstemming tussen toegang en aanbieder plaatsvindt. Een herstelbudget wordt vastgesteld op basis van een indeling van in de markt beschikbare interventies en behandelingen. Een duurzaam budget wordt afgegeven op basis van de intensiteit en duur van begeleiding. Samen met toegangen en aanbieders worden deze indelingen voor herstel en duurzaam uitgewerkt voor ingang van het contract op 1 januari 2022. De gestandaardiseerde keuzebudgetten dienen dekkend te zijn voor de interventies, behandelingen en begeleidingsvormen die hieronder vallen. Dit betekent dat wanneer tijdens de hulpverlening niet wordt afgeweken van de inschatting die vooraf is gemaakt, een aanbieder prima uit moet kunnen Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 20 van 44

komen met het standaard keuzebudget. Een aanbieder blijft binnen het afgegeven keuzebudget de mogelijkheid houden om op basis van professioneel handelen te doen wat nodig is om aan het resultaat te werken.

Vanaf 1 jaar

Soort keuzebudget

termijn keuzebudget

Budget 1/2/3/4 /5/6

o.b.v. wenselijke hulpverlening

waarde keuzebudget

Offerte keuzebudget Wanneer een standaard keuzebudget niet passend is, wordt gekozen voor een keuzebudget op basis van een offerte. Toegang neemt contact op met een aanbieder waarbij de verwachting is dat die de wenselijke hulpverlening kan bieden. Op basis van gezamenlijk overleg wordt vastgesteld welke hulpverlening nodig is. Op basis van de verwachte in te zetten hulpverlening wordt het keuzebudget vastgesteld. Het doel van deze vorm is dat toegang en aanbieder op basis van een nauwe samenwerking inschatten welke hulpverlening passend is bij de resultaten onder andere wanneer het moeilijk is om resultaten als toegang zelfstandig vast te stellen. Het gaat hier om een klein deel van de hulpverleningstrajecten omdat de benodigde afstemming aan de voorkant intensief is voor toegang en aanbieder. Een offerte keuzebudget kan ook worden ingezet wanneer meerdere aanbieders gelijktijdig aan de slag moeten, zodat onder procesregie van de toegang de hulpverlening goed op elkaar wordt afgestemd. De toegang bepaalt of meerdere aanbieders gelijktijdig hulpverlenen.

Een offerte keuzebudget is nadrukkelijk niet bedoeld om meerdere aanbieders te benaderen en hen in concurrentie met elkaar te zetten, maar is bedoeld om voorafgaand aan de hulpverlening intensief contact te hebben over de benodigde hulpverlening met één of meer aanbieders waarvan de verwachting is dat zij de hulpverlening ook gaan bieden.

Soort keuzebudget

In overleg

In overleg

termijn keuzebudget

waarde keuzebudget

2. Verwijzing via Huisarts De huisarts heeft de bevoegdheid om te verwijzen naar alle vormen van jeugdhulp. Omdat de meeste vragen GGZ gerelateerd zijn, is het advies dat een verwijzing via de huisarts middels twee standaard keuzebudgetten verloopt. -

Keuzebudget herstel 2 Keuzebudget herstel 4

1.500 euro4 4.500 euro5

voor eenvoudige hulpvragen (BGGZ) voor specialistische hulpvragen (SGGZ)

Voor deze keuzes wordt dezelfde grondslag gehanteerd zoals beschreven bij de verwijzing via toegang. Wanneer een huisarts deze keuze niet maakt in de verwijzing is een aanbieder 4 5

Opgenomen budget is indicatief. Ibidem.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 21 van 44

verantwoordelijk om vast te stellen welk keuzebudget passend is welke is gemaximaliseerd tot keuzebudget 4. Wanneer blijkt dat geen van beide keuzebudgetten passend zijn bij de hulpvraag dient een aanbieder contact op te nemen met de toegang. Via de toegang kan namelijk in overleg worden afgeweken van de twee standaard opties. Bij een verwijzing naar een aanbieder via een huisarts ontbreekt soms een breed gesprek gevoerd over alle levensgebieden. Bij deze verwijzing dient aanbieder zich daarom altijd bewust te zijn of de jeugdige ook op andere levensgebieden hulpvragen heeft. Zeker wanneer andere hulpvragen het succes van de eigen hulpverlening in de weg staan. Wanneer de aanbieder een vermoeden heeft van problemen op meerdere leefgebieden en de noodzaak om sterkere procesregie ervaart, dient de aanbieder in overeenstemming met jeugdige en ouders/verzorgers contact op te nemen met de toegang. Indien gewenst kan de toegang aansluiten en meedenken in wat passend is. Wanneer procesregie nodig is, neemt de aanbieder in haar rol als zorgregisseur de verantwoordelijkheid om deel te nemen aan het vormen, naleven en evalueren van een gezamenlijk hulpverleningsplan. 3. Verwijzing via GI De hulpvragen die een GI tegenkomt zijn over het algemeen zwaarder en complexer van aard en kunnen gepaard gaan met een uithuisplaatsing.

Het uitgangspunt is dat de GI, gemeentelijke toegang en aanbieder(s) samen in overleg treden welke hulpverlening wordt ingezet. De GI blijft hierin haar verwijsbevoegdheid houden. De GI zal altijd een offerte budget toepassen. De procesoptimalisatie omtrent het overleg tussen GI, toegang en aanbieder is een separaat project en is geen onderdeel is van dit inkoopmodel. 4. Screening door aanbieder Als de verwijzing verloopt via de toegang of GI dan vindt vaak vooraf overleg plaats met de aanbieder of de jeugdige past. Het proces van screening geldt met name voor de route via de huisarts. Het proces van Screening omvat het moment dat de jeugdige zich meldt bij een aanbieder. Tijdens de Screening bepaalt aanbieder of zijn hulpverlening aansluit bij de hulpvraag van de jeugdige. Aanbieder doet een eerste screening of een jeugdige kan worden geholpen. Als eerste wordt gecontroleerd of de jeugdige in bezit is van een wettelijke verwijzing. Vervolgens controleert de aanbieder of de jeugdige kan worden geholpen. De vorm waarin de Screening wordt uitgevoerd, staat de aanbieder vrij. Voorbeelden zijn; een telefonisch of face-to-face gesprek met jeugdige en/of verwijzer of een online vragenlijst. Er kunnen wel eisen worden gesteld wanneer de vorm van Screening buitenproportioneel wordt zoals bijvoorbeeld een ellenlange vragenlijst.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 22 van 44

Screening dient plaats te vinden voorafgaand aan de definitieve aanmelding bij de gemeente en wordt niet vergoed. De aanbieder maakt de keuze of de hulpverlening aan de jeugdige wordt geboden. Dit is dan ook het moment om als aanbieder vast te stellen of de hulpverlening passend is bij het hulpaanbod van jouw organisatie. De aanbieder kan op basis van de screening ook besluiten geen hulpverlening te bieden aan de jeugdige. Dit kan drie oorzaken hebben: -

Aanbieder heeft niet de benodigde expertise om hulp te verlenen bij de specifieke hulpvraag (te zware hulpvraag voor aanbieder). Aanbieder is overgekwalificeerd ten aanzien van de specifieke hulpvraag (te lichte hulpvraag voor aanbieder). Aanbieder heeft gewichtige redenen.

Tot slot kan naast de aanbieder ook de jeugdige besluiten om op basis van de Screening te kiezen voor een andere aanbieder. 5. Aanpassing keuzebudget Het afgegeven keuzebudget dient voldoende ruimte te bieden om de hulpverlening te leveren die nodig is om het resultaat te behalen. Er kunnen echter in enkele gevallen redenen zijn die leiden tot verlenging en/of aanpassing van het afgegeven keuzebudget. Hieronder volgt een toelichting van het proces van aanpassing van het keuzebudget. 5.1 Budgetaanpassing is de uitzondering en niet de regel De toegang wijst standaard budgetten toe op basis van een inschatting van de te verwachten hulpverlening en stemt hier zo nodig over af met een aanbieder. De categorisering van de budgetten zijn ruim genoeg zijn om uitschieters op te vangen wanneer hulpverlening toch iets meer vraagt dan verwacht. Bij een goede toepassing van de standaard budgetten is de norm dat gemiddeld 70 tot 80 procent van het budget wordt gedeclareerd door een aanbieder. Een nieuw budget aanvragen is dus alleen sprake van wanneer er een wezenlijk andere aanpak en/of intensiteit is geleverd. Regio IJsselland wil hier niet achteraf mee geconfronteerd worden en daarom worden hier werkafspraken over gemaakt die hieronder nader zijn toegelicht.

5.2 Altijd via de toegang De toegang is het meldpunt wanneer een aanbieder verwacht dat het keuzebudget niet toereikend is om de resultaten te behalen. Ook wanneer de initiële verwijzing via de andere verwijzers is binnengekomen, dient aanpassing altijd te verlopen via de toegang van de gemeente. Een aanpassing van het keuzebudget gaat altijd in overleg tussen toegang en aanbieder, waarbij de toegang uiteindelijk beslissingsbevoegd is en niet de aanbieder. De aanbieder kan uitsluitend in opdracht van de jeugdige een aanpassingsaanvraag doen. Aanbieder is hier als zorgregisseur verantwoordelijk voor het organiseren van de aanpassing en voert dit uit namens de jeugdige.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 23 van 44

5.3 Tijdig aanpassen De aanvraag voor aanpassing dient tijdig te gebeuren. De belangrijkste reden is dat de zorgcontinuïteit niet in gevaar komt. Wanneer een aanbieder bij een keuzebudget van 1500 euro6 pas na 1450 euro gedeclareerd te hebben een aanvraag indient, is de kans groot dat hulpverlening niet kan worden gecontinueerd. Het is de verantwoordelijkheid van de aanbieder om hier rekening mee te houden. Een aanpassing dient ten minste 8 weken voorafgaand aan het bereiken van het keuzebudget (in tijd en geld) te worden aangevraagd bij de toegang. 5.4 Redenen voor aanpassing Nogmaals dient benadrukt te worden dat we ervan uitgaan dat het keuzebudget aansluit bij de hulpvraag en het resultaat en daarbinnen de benodigde hulpverlening kan worden geleverd. Een groot deel van de vragen volstaat met standaard hulptrajecten. De verwachting is dan ook dat de aanvragen voor aanpassing van een keuzebudget beperkt zullen zijn. De toegang is beslissingsbevoegd of een aanpassingsaanvraag wordt gehonoreerd en niet de aanbieder. De redenen om een aanpassingsaanvraag in te dienen is hierom gelimiteerd tot onderstaande vier redenen: 1. Aanbieder vindt keuzebudget onjuist Een aanbieder heeft, zoals reeds vermeld, geen acceptatieplicht.

Het is de verantwoordelijkheid van de aanbieder om tijdens de Screening vast te stellen of zijn hulpverlening passend is bij de hulpvraag, opgenomen resultaten en het toegewezen keuzebudget. Ervaart de aanbieder bij de Screening dat naar eigen oordeel het keuzebudget niet toereikend is om het resultaat te behalen, dan neemt de aanbieder direct contact op met de toegang voor een aanpassingsaanvraag. Een aanbieder wacht met het starten van de hulpverlening tot de toegang heeft gereageerd op de aanpassingsaanvraag. Is de toegang niet eens met de aanpassingsaanvraag van de aanbieder, dan wordt de jeugdige niet geaccepteerd door aanbieder en dient een andere aanbieder te worden gezocht voor de jeugdige. Deze reden is, zoals hierboven beschreven, alleen mogelijk voorafgaand aan de daadwerkelijke hulpverlening. 2. Hulp slaat niet aan Een aanbieder start vanuit zijn expertise de hulpverlening, maar komt tot de conclusie dat de gekozen aanpak niet aanslaat. In dit geval neemt de aanbieder contact op met de toegang om het vervolgproces te bespreken. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat een aanbieder, zonder tussenkomst van de toegang een tweede traject start. Wanneer de toegang besluit dat de aanbieder de hulpverlening continueert met een andere aanpak, kan dit leiden tot aanpassing van het keuzebudget.

Een aanbieder dient zo vroeg mogelijk tot deze constatering te komen, maar heeft hiervoor uiterlijk zes maanden na start hulpverlening de tijd voor. 3. Gewijzigde omstandigheden Gedurende de hulpverlening kan een aanbieder tegen een wijziging van omstandigheden aanlopen die als gevolg hebben dat het keuzebudget niet toereikend is. Een gewijzigde omstandigheid dient na constatering besproken te worden met de toegang alvorens een aanbieder hiernaar handelt.

6

Opgenomen budget in indicatief.

Uitvoeringsplan Doorontwikkeling Inkoopmodel – Definitief 210217

Pagina 24 van 44

Hiervoor werd tijdens een overleg een illustratief voorbeeld voor gegeven. Een jeugdige wordt geholpen bij het praten over gevoelens en het beheersen van de woede. Echter een trauma blijkt achter het gedrag te zitten. De aanbieder neemt in dit geval eerste contact op met de toegang voordat over wordt gegaan op het behandelen van het trauma. Met dit voorbeeld willen de auteurs benadrukken dat het hier gaat om procesafspraken en dat de aanbieder de toegang bij gewijzigde omstandigheden benaderd, voordat de behandeling breder of dieper wordt ingezet dan oorspronkelijk is afgesproken. 4. Meerdere aanbieders Er kunnen geen twee keuzebudgetten naast elkaar lopen voordat de toegang hier akkoord op heeft gegeven. Verwacht een aanbieder een noodzaak tot het toevoegen van een tweede aanbieder met specifieke expertise, dan dient contact te worden gezocht met de toegang. De toegang zal, in het kader van één gezin, één plan als procesregisseur optreden om te komen tot een sluitende en samenhangende aanpak. Wanneer dit noodzaakt tot het toekennen van een keuzebudget per aanbieder, dan is dit mogelijk. Hiermee wordt hoofd- / onder-aannemerschap niet juridisch afgedwongen. 4.2.2 Wonen / Verblijf Om aanspraak te kunnen maken op het leveren van Wonen-Verblijf heeft een jeugdhulpaanbieder het volgende nodig: 1.

2.

Een bepaling jeugdhulp door een Gecertificeerde Instelling (GI) op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering in combinatie met een zorgtoewijzing van de gemeentelijke toegang; of Een zorgtoewijzing door de gemeentelijke toegang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=b708c191-d0dc-4596-bef4-5b3eb4200948