Uitvoeringsagenda Energie Overijssel
Tekst van het document
Uitvoeringsagenda Energie Overijssel
Inhoudsopgave
2
1 De logica achter een gezamenlijke uitvoeringsagenda
4
2 De Uitvoeringsagenda in relatie tot de regionale plannen en samenwerking
5
3 De agenda als instrument: uitvoering, autonomie en verantwoordelijkheid
6
4 Wat gaan we doen
7
5 Monitoring
17
6 Uitvoering
19
3
1
De logica achter een gezamenlijke uitvoeringsagenda
De Uitvoeringsagenda in relatie tot de regionale plannen en samenwerking
De afgelopen jaren is zowel regionaal als provinciaal hard gewerkt aan het stellen van doelen voor de energietransitie. Begin 2025 is de provinciale energievisie vastgesteld en er wordt toegewerkt naar vaststelling van de provinciale omgevingsvisie, waarin energie een belangrijk onderdeel is. Daarnaast zijn nog twee belangrijke koers documenten opgesteld: de Energiestrategie Twente en de Bestuurlijke Routekaart West-Overijssel. Deze Bestuurlijke Routekaart is in 2025 uitgewerkt in de Regionale Samenwerkingsagenda Energie West-Overijssel (Samenwerkingsagenda W-O). Waar de focus eerder op 2030 lag, richten we ons nu op 2050: waar willen we dan staan als Overijssel en welk energiesysteem is daarvoor nodig?
De basis van deze uitvoeringsagenda ligt in de provinciale energievisie en de beide koersdocumenten van de energieregio’s. Belangrijk om te benadrukken: niet alle activiteiten die we uitvoeren staan in deze agenda, enkel de belangrijkste acties voor de komende jaren met het oog op de energiedoelen. Het doel van de agenda is om de inzet van partijen op deze acties goed op elkaar af te stemmen. Als we álle acties zouden opnemen, beperkt dat het effect van deze agenda.
Om die ambities te realiseren is samenwerking
Iedere partij heeft daarbij zijn eigen rol en verant-
cruciaal: niemand voert de regie over het hele
woordelijkheden, maar onderlinge afstemming is van
energiesysteem, dus we hebben elkaar nodig. Maar
groot belang. We willen dingen niet dubbel doen of
op welke acties moeten we dan samenwerken? Om
elkaar in de weg zitten. En sommige onderwerpen
daar duidelijkheid over te geven is, in opdracht
kunnen niet anders dan gezamenlijk worden opge-
geverschap van de gedeputeerde energie en de
lost. Een goed voorbeeld is de gewenste samenwer-
voorzitters van beide energieregio’s, besloten tot het
king op deelnetniveau. Maar ook binnen thema’s
opstellen van een gezamenlijke uitvoeringsagenda
waar het vooral gaat om afstemming kan samenwer-
van provincie, gemeenten in energieregio1-verband,
king van belang zijn door bijvoorbeeld gezamenlijk
waterschappen en netbeheerders. Deze agenda helpt
tools te ontwikkelen of een lobby te starten, in plaats
ons om focus te houden op de lange termijn doelen.
van iedereen zelf het wiel te laten uitvinden. Dat bespaart tijd en kosten. Van medio tot eind 2025 is een participatief proces doorlopen met decentrale overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke partners en marktpartijen. Op basis van die input beschrijft deze agenda de belangrijkste acties en rolverdeling om de gestelde doelen uit te voeren.
2.1 Hoe verhoudt deze agenda zich tot andere plannen?
2
2.2 Samen bereiken we meer Het eigenaarschap van de acties op deze agenda ligt
Een groot deel van de acties in deze uitvoeringsa-
bij provincie, gemeenten, waterschappen en netbe-
genda komt ook terug in de Samenwerkingsagenda
heerders, maar de uitvoering doen we samen.
W-O en/of de Energiestrategie Twente. Soms omdat
Bedrijven, maatschappelijke organisaties en coöpera-
ze daar al een plek hadden, maar we onderlinge
ties zijn daarbij onmisbaar. Hun kennis, ervaring en
afstemming belangrijk vinden. Soms ook andersom:
inzet maken het verschil en zorgen ervoor dat we
tijdens gesprekken over deze uitvoeringsagenda is
onze ambities waarmaken. Dat is ook de reden dat
geconcludeerd dat bepaalde onderwerpen juist
veel van deze partijen betrokken zijn geweest bij de
regionaal moeten worden opgepakt.
totstandkoming van deze agenda.
De agenda is daarmee vooral een vertrekpunt om
Op dit moment organiseren we betrokkenheid per
met elkaar focus te houden op die zaken waar we
actie, maar het belang van samenwerking is zó groot
prioriteit aan geven: acties die het meest bijdragen
dat we dit nadrukkelijk willen benoemen in deze
aan de lange termijn doelen voor energie, waar goede
uitvoeringsagenda: we hebben elkaar nodig om
afstemming essentieel is en waar we bestuurlijk de
vooruitgang te boeken. Samen zorgen we voor
voortgang willen volgen. Daarom is de agenda dyna-
impact, versnelling en een toekomst waarin iedereen
misch, en wordt deze tijdens de uitvoering aangepast
kan meedoen. Daarom verkennen we hoe we deze
en aangevuld.
samenwerking niet alleen op actieniveau, maar ook op agendaniveau structureel kunnen versterken.
In Twente wordt gesproken over de RES Twente, terwijl in West-Overijssel sprake is van een energietafel. Omwille van de leesbaarheid spreken we in deze agenda over de energieregio’s.
1
4
5
3
De agenda als instrument: uitvoering, autonomie en verantwoordelijkheid
Deze agenda is een flexibel, praktisch en actiegericht
zullen dienen als input voor de herijking van de
instrument. Voor de meeste doelen en acties ligt er al
Energievisie Overijssel in 2028.
een mandaat om ze op te pakken, maar vaak is nog onduidelijk hoe en door wie. Waar mandaat
Met deze agenda nemen we geen verantwoordelijk-
ontbreekt, volgt besluitvorming via de gebruikelijke
heden over. Het doel is juist om elkaar te onder-
routes, zoals in energieregio’s, colleges en raden,
steunen en te versterken. Iedereen neemt verant-
staten en Algemeen Besturen. Hoewel deze agenda
woordelijkheid voor de acties op deze agenda, omdat
geen formeel beleidsdocument is, kunnen sommige
ze een gezamenlijk belang dienen. Als de uitvoering
acties wel input leveren voor beleidsontwikkeling.
van deze agenda in gevaar komt, bespreken we dit
Voorbeelden hiervan zijn de voorgestelde verken-
tijdig via de bestuurlijke tafels van de energieregio’s
ningen rondom biogas of kernenergie, die niet alleen
(BBO en BET). We informeren elkaar voortdurend en
richting geven aan de uitvoering, maar ook vragen om
verrassen elkaar niet. Lukt het niet om samen tot een
beleidsmatige verdieping en besluitvorming. En niet
oplossing te komen, dan maken we gebruik van het
in de laatste plaats: diverse acties uit deze agenda
Huis van Thorbecke om duidelijkheid te creëren over ieders taken en verantwoordelijkheden.
Wat gaan we doen?
4
In dit hoofdstuk geven we een beknopt overzicht van de belangrijkste acties. We hanteren daarbij een themagerichte indeling, met de kanttekening dat in de praktijk veel thema’s met elkaar samenhangen.
Per thema beschrijven we eerst kort wat de opgave is,
Daarnaast zijn er in de praktijk – vanzelfsprekend –
wie (wettelijk gezien) de regie heeft (indien aan de
veel meer partijen betrokken. We beschrijven in deze
orde) en wat de focus van de acties is. Daarna
agenda wie de primaire actiehouders zijn. Indien dat
beschrijven we per actie het doel waar de actie aan
de energieregio is, bedoelen we daarmee de werk
bijdraagt, de planning en wie ervoor aan de lat staat.
organisatie van de (twee) regio’s en indirect daarmee
Dat laatste volgt niet altijd uit wie wettelijk regie heeft
ook alle partijen die onderdeel uitmaken van de
voor een bepaalde opgave. Als voorbeeld: de
energieregio (gemeenten, provincie, netbeheerders
gemeente heeft de regierol in de warmtetransitie,
en waterschappen).
maar een van de acties is dat de provincie werkt aan een interprovinciaal warmtebedrijf ter ondersteuning van de warmtetransitie.
6
7
4.1 Energiedragers en i nfrastructuur
Elektriciteitsinfrastructuur
dat gemeenten binnen een deelnet, samen met net
De opgave voor de energie-infrastructuur draait om twee grote vragen. Enerzijds moeten we het huidige elektriciteitsnet zo goed mogelijk benutten, wetende dat de capaciteit de komende jaren beperkt is. Dat betekent dat we keuzes moeten maken: wat krijgt p rioriteit in een gebied en wat niet? Anderzijds moeten we zorgen voor een snelle uitbreiding en een robuuste infrastructuur die klaar is voor de toekomst.
beheerders en de provincie, afspraken maken over het
Gemeenten zijn in de meeste gevallen bevoegd gezag
Om dit goed te organiseren, is samenwerking en
elektriciteitsinfrastructuur ligt bij de netbeheerders, die
voor zonprojecten.
afstemming op zogenoemd ‘deelnetniveau’ cruciaal.
verantwoordelijk zijn voor aanleg en uitbreiding van het
Deelnetten zijn gebieden binnen het hoogspanningsnet
netwerk. De provincie vervult een coördinerende rol
Met de huidige planvoorraad aan zonneprojecten ligt
waar ontwikkelingen elkaar sterk beïnvloeden. In
voor regionale afstemming en koppeling met ruimte-
het behalen van de zonambities binnen handbereik.
Overijssel onderscheiden we vier (toekomstige)
lijke ordening, terwijl gemeenten zorgen voor vergun-
Op het gebied van windenergie werken we met elkaar
Tennet-deelnetten. Het doel van deze samenwerking is
ningen. Samenwerking is daarmee essentieel.
Elektriciteitsopwekking De opgave voor elektriciteitsopwekking kent twee fasen. Tot 2030 werken we aan het realiseren van het bod uit de RES’en van beide energieregio’s: in totaal jaarlijks 3,3 TWh (11,9 PJ) uit zon en wind. De provincie is hierbij primair verantwoordelijk voor de windopgave (vanuit haar bevoegd gezag-rol).
benutten en ontwikkelen van c apaciteit en over belangrijke ontwikkelingen in de vraag. Deze samenwerking is des te belangrijker omdat, in tegenstelling tot opwek-opgaven zoals zon en wind, het energiesysteem een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle betrokken partijen. De regie over de provinciale
aan diverse projecten die naar verwachting in de eerste jaren na 2030 worden opgeleverd.
Acties elektriciteitsinfrastructuur
In de provinciale energievisie is opgenomen dat er in Overijssel na 2030 aanvullend 19 PJ elektriciteit
heeft. Zon (op dak, langs infra, boven parkeren en op
opgewekt moet worden om de doelen voor 2050 te
land) biedt nog veel potentieel, er loopt onderzoek
halen, zoals opgenomen in de provinciale energie-
naar Small modular reactors (kernenergie), en ook
visie. De komende jaren bepalen we de juiste mix van
wind blijft belangrijk. Ook nieuwe technieken kunnen
technieken, hoe we die ontwikkelen en wie welke rol
een rol spelen.
Projectorganisatie deelnetten (voor inzicht, programmeren, prioriteren en balanceren per deelnet): verkennen aanpak elektrische infra op deelnetniveau (de inzet van andere energiedragers is mede van invloed op de behoefte aan elektrische infra en zal daarmee ook beschouwd moeten worden) Doel: het inrichten van (ambtelijke) samenwerking in deelnetten, om de wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkeling en energiesysteem vorm te geven. Wie: energieregio’s, gemeenten, netbeheerders, waterschappen en provincie in gezamenlijkheid. Per deelnet bekijken samenstelling en rolverdeling. Provincie initieert afstemming aan de voorkant
Acties elektriciteitsopwekking Uitvoering huidige RES-biedingen zon en wind tot 2030, inclusief gesprek met de regio’s over de rest-opgave op windenergie Doel: realisatie van de jaarlijkse opwek van 3,3TWh aan elektriciteit Wie: provincie (wind), gemeenten (zon) Wanneer: 2025-2030 (zon), 2025-2033 (wind)
tussen de beoogde deelnetten over scope/inhoud v.d. samenwerking. Wanneer: Q1 en Q2 van 2026 (uitwerken van het concept en implementeren in de manier van samenwerking en besluitvorming)
Sneller bouwen (door o.a. onafhankelijke regisseurs, ruimtelijke reserveringen en opstellen afsprakenkader – dit laatste lopend vanuit een opdracht van de Energyboard Overijssel) Doel: de samenwerking tussen netbeheerders, overheden en overige stakeholders op beleidsniveau en ook op projectniveau versterken om in ieder geval vertragingen bij de realisatie van energie
Ontwikkelen toolbox tijdelijke oplossingen voor projecten tot 2030 Doel: het inventariseren en bundelen van huidige beschikbare interventies om huidige knelpunten te kunnen overbruggen, zodat opwekprojecten ondanks de netcongestie wel door kunnen gaan Wie: gemeenten (in energieregio-verband) en provincie Wanneer: 2026
infrastructuur te voorkomen en waar mogelijk versnelling te realiseren. Wie: de provincie neemt hierin het voortouw • Verkennen onafhankelijke regisseurs – mogelijk via Expertpool MIEK/PEH na gezamenlijke wens bij netbeheerders en overheden in specifieke projecten. Voortouw bij provincie in opdracht van de Energyboard – Q1 2026. • Ruimtelijke reserveringen – aanhaken bij Energie en Ruimte (zie paragraaf C) • Afsprakenkader wordt op verzoek van de Energyboard door Provincie opgesteld – Q1 2026. (uitvoering ligt bij de provincie)
Voorbereiden keuze elektriciteitsmix opwek 2050 in de nieuwe energievisie door middel van (gebiedsgericht) onderzoek naar vraag en potentie opwek diverse (combinaties van) technieken, waaronder zon op dak/land, windenergie en kernenergie Doel: inzicht krijgen in de potentie van de verschillende technieken om op basis daarvan in de toekomst keuzes te kunnen maken Wie: provincie en energieregio’s (studies onder coördinatie provincie) Wanneer: Q1 2026 – Q1 2027 (proces inzake wat onderzocht wordt en wie welke rol speelt moet Q1 2026 duidelijk zijn)
8
Taskforce flex, opslag en voorbereiding op mogelijke congestie op kleinverbruik (Flevoland-GelderlandUtrecht situatie) Doel: verkennen wat de rol van flex vermogen is, de rollen van diverse partijen daarin en hoe hierop samen te werken Wie: TenneT + regionale netbeheerders (Enexis als aanspreekpunt namens de RNB’s) + decentrale overheden (taskforce provincie-breed, uitvoering per deelnet, onder regie Energyboard) Wanneer: opstart in 2026, start uitvoering 2027
9
Waterstof Waterstof moet een belangrijke rol spelen in de toekomstige energiemix van Overijssel. In de energie visie wordt een aandeel van 15% voorzien, goed voor ongeveer 9 van de 58 PJ. Dit maakt waterstof een strategische pijler voor de lange termijn.
Acties waterstof Aanbod - lokale initiatieven (productie/ vulpunten) waterstof aanjagen (ondersteuning bestaande en nieuwe initiatieven / H2-hubs inclusief afname)
De waterstofmarkt bevindt zich nog in de ontwikkelfase. Vraag en aanbod sluiten nog niet goed op elkaar
Doel: inzicht krijgen in benodigde lokale
aan en we zijn afhankelijk van externe factoren zoals
productie en aanbod van waterstof en
marktprijzen en nationaal beleid. Ook is er geen
hiervoor de juiste ondersteuning
centrale regiehouder voor waterstof op provinciaal
bieden.
niveau. Landelijk ligt de regie bij het Ministerie van
Wie: provincie en energieregio’s
KGG en Gasunie/Hynetwork voor infrastructuur. De
gezamenlijk
provincie heeft een stimulerende en coördinerende
Wanneer: start gezamenlijke aanpak 2026
rol, terwijl gemeenten vooral verantwoordelijk zijn
grond te krijgen.
Infrastructuur: organiseren aansluitingen (T-stukken) voor 1-3 aftakkingen op de backbone (in Nederland en/of Duitsland)
Deze situatie biedt echter ook kansen. Door een
Doel: zicht krijgen en houden op een tijdige
onzekerheden maken het lastig om projecten van de
helder en aantrekkelijk toekomstperspectief te
aansluiting op de backbone om
schetsen, kunnen we vertrouwen creëren en de markt
daarmee perspectief te kunnen bieden
in beweging brengen. Belangrijk is om regionale vraag
aan bedrijven in Overijssel
en aanbod te bundelen en samen te werken aan concrete acties, ook in afwezigheid van een duidelijke landelijke rolverdeling. Daarbij kijken we ook naar
De acties op warmte richten zich daarom op het
Met de Wet Collectieve Warmte (WCW) en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) krijgt de regierol van gemeenten in de warmtetransitie concreet vorm. Deze wet moet de ontwikkeling van warmtenetten versnellen. In Overijssel is de ambitie hoog: één op de vier woningen moet overstappen op collectieve warmte via een warmtenet. Om dat te bereiken, moeten we snel stappen zetten – niet alleen gemeenten als regiehouder, maar ook provincie, netbeheerders en partijen zoals woningcorporaties.
samen inzicht krijgen in de voortgang en het tijdig bijsturen waar nodig, zodat we de ambities voor 2030 en 2050 kunnen waarmaken.
Aan de andere kant gaat de elektrificatie van verwarming autonoom door. Daardoor worden de kansen voor warmtenetten kleiner, zelfs op plekken waar een warmtenet eigenlijk de voorkeur heeft. Dit vraagt om snelle en gezamenlijke actie.
voor vergunningen en ruimtelijke inpassing als het gaat over lokale projecten. Deze onduidelijkheden en
Warmte
Wie: provincie, in afstemming met gemeenten en energieregio’s Wanneer: focus op duidelijkheid in 2026,
kansen over de grens in Duitsland, bijvoorbeeld als
realisatie backbone door Overijssel
het gaat om aanvoer wat waterstof. Zo zorgen we dat
wordt nu verwacht tussen 2031-2033,
Overijssel klaar is om waterstof op te schalen zodra
planning aftakkingen nog onduidelijk
de markt zich verder ontwikkelt.
Acties warmte Inzicht krijgen in beschikbare warmte- en koude bronnen (waaronder potentie geothermie) en (opstellen regels ten aanzien van) de verdeling van bovenlokale bronnen. In Twente betreft het een aanvulling op de regionale bronnenstrategie voor wat betreft koude bronnen. In West moet een studie in de breedte nog georganiseerd worden, met daarbij input vanuit diverse lopende verkenningen. Doel: voor een goede benutting van bronnen is
Doel: bedrijven – op termijn – de overstap naar waterstof laten maken en hen waar mogelijk een aansluiting op de backbone laten aanvragen
Doel: gemeentegrens overstijgende vraagstukken in samenwerking oppakken. Hierbij kan je denken aan een expertpool waar vanuit regionale uitvoeringsvraagstukken worden opgepakt en kennis middels de werkplaatsen wordt gedeeld. Wie: energieregio’s in samenwerking met de provincie en kennispartners (bv onder-
inzicht in de beschikbaarheid van bronnen een noodzakelijk vertrekpunt.
Vraag - interesse bedrijven en logistiek aanjagen: via gebiedsgerichte aanpak en energiehubs
Kennisdeling en uitvoering borgen via samen werking (werkplaatsen en mogelijke expertpool)
Wie: energieregio’s (stellen samen met
wijsinstellingen en BEON) Wanneer: 2026
gemeenten een bronnenstrategie op met transitiepaden hoe deze bronnen kunnen worden ingezet voor korte, midden en lange termijn), gemeenten en provincie
Realisatie warmtebedrijven Doel: om alle bronnen te ontsluiten en warmtenetten te ontwikkelen is het belangrijk dat
(bovenlokale coördinatie). Input vanuit
warmtebedrijven ontstaan. Sommige
o.a. BEON.
gemeenten kunnen dit zelf maar niet elke
Wanneer: 2026-2027
gemeente kan zijn eigen warmtebedrijf
Wie: provincie (o.a. vanuit CES6 aanpak), in afstemming met gemeenten Wanneer: medio 2025-2026
oprichten. Regionale/provinciale warmteRegionaal dashboard en monitoring op warmtedoelstellingen ontwikkelen (om inzicht te krijgen in het behalen van de doelstelling) Doel: tijdig inzicht en daarmee kunnen sturen als het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving achterblijft Wie: provincie in co-creatie met vertegenwoordiging beide energieregio’s (projectgroep monitor, als onderdeel bredere monitor, zie hoofdstuk 5) Wanneer: 2026
10
bedrijven kunnen hierin ondersteunen. Wie:
• Warmtebedrijf Drenthe Overijssel: provincie Drenthe, provincie Overijssel, Enexis/Enpuls, Cogas, Rendo/N-TRA, EBN • Regionaal Warmtebedrijf Twente: gemeenten Borne, Enschede en Hengelo, Twence, Enexis/Enpuls, Cogas, EBN, provincie Overijssel, ECO, Energie van Hengelo, Ennatuurlijk
Wanneer: 2026-2028
11
Biogas en groen gas
diverse complicerende factoren:
Voor biogas is een forse opschaling nodig: van circa 0,6 PJ nu naar 2 PJ in 2030 en uiteindelijk 4 PJ. Dit kan alleen door zowel op kleinschalige vergisting (op boerderij- of buurtniveau) als grootschalige installaties in te zetten. Naast mest kunnen ook andere reststromen worden benut, zoals uit de voedingsindustrie en rioolwaterzuiveringen. Over deze aanpak bestaat brede overeenstemming, maar de uitvoering is complex.
• De toekomst van de veestapel en verschillen tussen landbouwgebieden • Vergunningenproblematiek als gevolg van de stikstofimpasse • Aanpassingen in het gasnet • Financiering en lange vergunningprocedures • Onzekerheden over subsidies die zorgen voor vertraging
In tegenstelling tot de warmteopgave ontbreekt een centrale regie. Veel partijen zijn betrokken bij de
Acties in deze agenda richten zich vooral op het
productie en het transport van biogas2: gemeenten,
wegnemen van de knelpunten, zodat opschaling
provincie, netbeheerders en producenten zoals
mogelijk wordt en we onze doelen voor 2030 en 2050
agrariërs en afvalverwerkers. Daarbovenop spelen
kunnen halen.
4.2 Energievragers Hoewel het ‘energie-domein’ eigen doelstellingen heeft, blijft energie uiteindelijk een middel om gewenste maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Denk hierbij aan ontwikkelingen op het gebied van wonen, mobiliteit en economie. Deze sectoren hebben ieder hun eigen ambities voor verduurzaming. Vanuit het energieperspectief is het belangrijk om aandacht te besteden aan acties die zich bevinden op het snijvlak van energie en deze sectoren. In deze uitvoeringsagenda is daarom bewust nagedacht over dergelijke acties.
Acties energievragers Acties biogas en groen gas Harmoniseren van lokale ruimtelijke beleidskaders om vergunningstraject te versnellen
Wonen
Netbewust bouwen en netbewuste keuzes bestaande bouw verankeren in gemeentelijk en/ of provinciaal beleid: ervaring opdoen, verkennen juridische verankering (van inspireren tot verplichten) en provincie breed c ommitment organiseren Doel: zoveel mogelijk woningen op het bestaande net aansluiten vanwege de urgente woningbouwopgave Wie: energieregio’s en gemeenten met een faciliterende rol van de provincie
Doel: vlot en voorspelbaar vergunningstraject voor ruimtelijke inpassing van nieuwe
Wanneer: 2025-2027
boerderij- en buurtvergisters door heldere en haalbare eisen in gemeentelijke omgevingsplannen. Zo wordt de inpassing van (gemeentegrens-overschrijdende) initiatieven gefaciliteerd en vergunningsprocedures versneld. Wie: energieregio’s gezamenlijk (voorstel maken, met input BEON), gemeenten (implementatie) Wanneer: eind 2026 uniform beleidsdocument klaar, eind 2030 bij alle gemeenten (en waar nodig provincie) geïmplementeerd
Eindgebruikers kosten en maatschappelijke waarden: inzicht in eindgebruikerskosten bij verduurzaming, inzicht in maatschappelijke kosten en baten van verduurzaming, de mogelijke rol van energiegemeenschappen vanuit maatschappelijke realisatiekracht. Doel: bij verduurzaming ook rekening houden met kosten voor eindgebruikers, naast maatschappelijke kosten en baten Wie: energieregio’s met een faciliterende rol van de provincie Wanneer: 2026-2027
Studie naar potentie voor mest en biomassavergisting (kleinschalig) en uitvoeren locatieanalyse centrale (buurt en grootschalig) vergistingslocaties (ten behoeve van mogelijke reserveringen en ontwikkeling)
Samenwerken uitvoerende partijen: capaciteit effectiever inzetten door optimalisatie van planvorming naar realisatie. Bijvoorbeeld het proces van toedelen netcapaciteit en aanleggen nutsvoorzieningen bij nieuwbouwprojecten Doel: betere afstemming tussen planning en realisatie nieuwbouwprojecten en aanleg n utsvoorzieningen
Doel: Inzicht in gebieden in Overijssel waar mest en biomassa duurzaam beschikbaar
(zie experiment No Nuts No Glory vanuit Woonaanpak)
blijven voor vergisting (potentiekaart) en inzicht in meest geschikte gebieden om
Wie: energieregio’s
nieuwe grootschalige vergisters te ontwikkelen (locatieanalyse)
Wanneer: 2026
Wie: energieregio’s samen met provincie en BEON Wanneer: 2026
Economie Inzetten op het verbeteren van financiële en juridische randvoorwaarden en draagvlak voor mestvergisting. Omvat lobby voor gunstige financiële en juridische randvoorwaarden en inzet op kennisdeling- en ontwikkeling over de bijdrage van mestvergisting aan maatschappelijke opgaven (o.a. landbouw- en stikstofopgaven). Doel: creëren en behouden van gunstige (financiële) randvoorwaarden en draagvlak voor biogasprojecten in Overijssel. Wie: energieregio’s en provincie, samen met maatschappelijke partners (bv. BEON, NMO). Wanneer: werkgroep begin 2026 operationeel
Smart energy hubs: faciliteren van realisatie 5 pilot SEH’s en standaardiseren van de aanpak (leren en delen) Doel: het beter benutten van het net, het aanpakken van netcongestie door het realiseren van energy hubs in Overijssel Wie: provincie (als opdrachtgever), Oost NL (uitvoerend), bedrijven, gemeenten en netbeheerders (faciliterend) Wanneer: 2026-2027 5 pilots, vanaf 2028 standaardisering
Gebiedsgerichte aanpak CES6: inzet op collectieve afspraken Doel: verduurzamen van de grootste energieverbruikers. En daarbij rekening houden met de verduurzaming van het energiesysteem in Overijssel. Wie: provincie, tenzij de gemeente reeds actief is met betreffende private partners.
12
2
Met biogas bedoelen we ook groen gas
Wanneer: 2026-2029 (afspraken per Cluster klaar (10 in Overijssel))
13
Energiebesparing: energietoezicht op bedrijven en ontzorgingsprogramma MKB
4.3 Energieplanologie Bijna alle fysieke ontwikkelingen hebben energie en
Doel: het handhaven van energiebesparing via energietoezicht door omgevingsdiensten
ruimte nodig. Dat in een land waar de ruimte steeds
in opdracht van gemeenten. En het versnellen van de verduurzaming van het
schaarser wordt. Daarom is het noodzakelijk dat bij
bedrijfsmatig vastgoed waar energiebesparing de eerste stap is.
ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden
Wie: omgevingsdiensten in opdracht van gemeenten (voor de meeste bedrijven) en
met de energetische mogelijkheden en vice versa. Dit
provincie. Ontzorgingsloket ligt bij provincie. Wanneer: doorlopend
is echter geen staande praktijk. We staan dan ook voor een grote gezamenlijke opgave om ons dit eigen te maken.
Mobiliteit Logistiek
Onderzoek goederenvervoer: wat zijn de mogelijkheden voor efficiënter vervoer, vermijden lege kilometers, meer gebruik van schone brandstoffen en mogelijke verbetering samenwerking transportbedrijven. Doel:
optimaliseren van de logistiek en efficiëntere inzet van (duurzame) energie
Daarnaast is het van belang dat, waar nodig, ruimte wordt gereserveerd voor het toekomstige energie systeem. Niet alleen om sneller te kunnen bouwen
Het in samenhang sturen op energie en ruimte is per
(zie het thema elektriciteitsinfrastructuur), maar ook
definitie een gedeelde verantwoordelijkheid. Onder-
om op die manier bij ruimtelijke ontwikkelingen
staande acties zullen dan ook gezamenlijk opgepakt
rekening te kunnen houden met de (on)mogelijk-
moeten worden waarbij het een zoektocht zal zijn om
heden van de (toekomstige) energie infrastructuur.
met elkaar te kijken naar wat werkt.
Wie: Logistics Overijssel en bedrijven Wanneer: onderzoek in 2026, uitvoering tot 2028
Aanpak realisatie van Clean Energy Hubs. Hubs waar hernieuwbare brandstoffen waaronder elektriciteit en waterstof beschikbaar zijn. Doel: De verduurzaming van logistiek. Een dekkend netwerk van vulpunten. Zodat het voor ondernemers makkelijker wordt de overstap te maken naar een schonere brandstof. Wie: Logistics Overijssel, Gemeenten, NAL-Oost en bedrijven. Wanneer: 2026/2027
Onderzoek naar truckparking langs corridors inclusief vulpunten en faciliteiten en mogelijke locaties. Doel: Door slim gebruik te maken van de beschikbare ruimte combineren van truckparking en schonere vulpunten geef je op meerdere manieren invulling aan de verduurzaming van logistiek. Wie: Logistics Overijssel, RWS, NAL-Oost, Clean Energy Hub Wanneer: onderzoek 2026, uitvoering tot 2030 Personenvervoer
De implementatie van netbewust laden in provincie Overijssel. Dit wordt uitgerold op alle publieke laadpalen in Overijssel.
Acties energieplanologie Ontwikkel het decentrale energiesysteem en mobiliseer e nergiegemeenschappen hiervoor Doel: Het mobiliseren van partijen die het decentrale energiesysteem slim benutten en daarmee een cruciale rol spelen om energie infrastructuur beter te benutten en regionale en nationale hoofdinfrastructuur te ontlasten en betaalbaar te houden. Wie: energieregio’s (gemeenten, netbeheerders, waterschappen en provincie in gezamenlijkheid) Wanneer: Q2 2026 - Q2 2027
Inzichtelijk maken benodigde ruimte voor energie infrastructuur en waar nodig tijdig deze ruimte reserveren voor het toekomstige energiesysteem (op provinciaal en gemeentelijk niveau): Doel: doorlooptijd van toekomstige uitbreidingen aan energie infrastructuur sterk te verkorten zodat we flexibeler zijn en langdurige nieuwe netcongestie te voorkomen. Wie: netbeheerder als trekker om benodigde ruimte voor infra waar mogelijk inzichtelijk te maken, in samenwerking met decentrale overheden (die de reserveringen moeten doen). Wanneer: Q1 2026 – Q2 2027
Doel: Het elektriciteitsnet te ontlasten. Op de piekmomenten van energievraag neemt het vermogen van de laadpalen af om zo ruimte te creëren op het net. Wie: NAL-Oost, netbeheerders, gemeentes en concessiehouder Wanneer: Winter 2026 en 2027 Verdere uitrol van een publiek dekkend netwerk van laadinfrastructuur. De plaatsingsperiode duurt tot en met 2027. Komend jaar werken we aan een nieuwe concessie voor alle gemeenten. Doel: Ervoor zorgen dat laden nooit een beperkende factor is in de overstap naar EV. Zorgen voor een publiek dekkend netwerk waar je tegen een goede prijs kan laden.
Programmeer ontwikkeling energie en ruimte samen: doorwerking in samenwerking op deelnetniveau Doel: Gewenste maatschappelijke ontwikkelingen willen we hand in hand laten oplopen met de ontwikkelingen in energie infra, dat vraagt om afstemming op het relevante schaalniveau Wie: energieregio’s (gemeenten, netbeheerders, waterschappen en provincie in gezamenlijkheid). Wanneer: Q1 2026 – Q1 2027
Wie: NAL-Oost, provincie Overijssel, netbeheerders, CPO’s en gemeenten 14
Wanneer: tot en met 2030.
15
5
Om te kunnen programmeren op deelnetniveau is het onder meer van belang om ook op dit niveau te zorgen voor een gebalanceerde energiemix. Belangrijk is daarom dat dat de energiemix gebiedsgericht wordt uitgewerkt. Gemeenten maken hierbij hun eigen energiemix inzichtelijk. De uitwerking hiervan wordt opgepakt door de Projectorganisatie deelnetten. Zo wordt inzichtelijk of de verschillende energiemixen van de deelnetten voldoende bijdragen aan het behalen van de beoogde provincie-brede energiemix of dat bijstelling nodig is (van de mix op deelnetniveau of de provincie-brede mix). Bij het creëren van dit inzicht kijken we ook of de pilot ‘energiebeelden’ vanuit de Interbestuurlijke samenwerkingsagenda Energiesysteem’ ons kan helpen.
Acties lokaal eigendom Een regionale wervingscampagne voor lokale energie-initiatieven
Monitoring
Doel: lokale energie-initiatieven helpen bij het werven van meer leden, wat leidt tot een organisatie met meer realisatiekracht. Wie: thematrekkers lokaal eigendom West-Overijssel en Twente, in samenwerking met (vertegenwoordigers van) energiecoöperaties. Provincie en gemeenten kunnen financieren en
4.4 Lokaal eigendom Provincie en gemeenten werken toe naar minimaal
communicatiekanalen beschikbaar stellen. Wanneer: uitrol campagne Q2 2026.
50% lokaal eigendom in 2030, zodat de lokale omgeving zeggenschap heeft en mee kan profiteren van de opbrengsten. Deze opgave ziet toe op de opwekdoelstellingen die we hebben afgesproken voor wind en zon. De energieregio Twente vertaalt deze doelstelling ook naar warmte. En sommige gemeenten formuleren een hoger percentage lokaal eigendom. Voor het realiseren van lokaal eigendom zijn lokale energie-initiatieven onmisbaar. In de komende jaren liggen de uitdagingen met name op wind. Daarnaast verkennen we de potentie van energie- en warmtegemeenschappen. Met energiegemeenschappen bedoelen we initiatieven die lokaal opgewekte energie ook lokaal gaan delen.
Positioneren energie- en warmte gemeenschappen
Belangrijk is dat we kunnen sturen op de doelen die we met elkaar gesteld hebben en de acties die we daarvoor met elkaar ondernemen. Dat vraagt om een koppeling tussen de acties van de uitvoeringsagenda (korte termijn) en de lange termijn doelen van de ener gievisie. De uitdrukkelijke wens is om hiervoor toe te werken naar één monitor met alle betrokken partijen zodat er een geharmoniseerd beeld ontstaat van de stand van zaken.
Doel: inzicht krijgen in waar energie- en warmtegemeenschappen kansrijk zijn en wat deze projecten in de praktijk
De monitor moet zich gaan richten op drie niveaus: 1. Effectniveau – zoals energieverbruik enCO2-emis-
opleveren. Aan de hand hiervan
sies;
kunnen we bepalen of/hoe we deze
2. Activiteitenniveau – bijvoorbeeld het aantal gere-
initiatieven verder gaan ondersteunen.
aliseerde warmtenetten;
Deelacties: het formuleren en verankeren van
3. Procesniveau – de voortgang van gemaakte
beleid; het identificeren van succes
afspraken en samenwerking.
factoren; het uitvoeren van pilots; het bepalen van een uitvoeringsstrategie. Wie: gedeelde verantwoordelijkheid provincie, gemeenten en (vertegen-
uitvoeringsagenda, die zowel kwalitatief als kwantitatief gemonitord worden. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor een robuuste, toekomstgerichte monitoringssystematiek die niet alleen inzicht biedt in behaalde resultaten, maar ook richting geeft aan toekomstige beleidskeuzes voor alle deelnemende organisaties. Door in te zetten op één monitor zorgen we voor een simpeler systematiek dan voorheen,
Per thema worden de doelen uit de energievisie
waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse
gekoppeld aan de concrete acties uit deze
monitoren3.
woordigers van) lokale energie- initiatieven. Wanneer: beleid - Q2 2026; succesfactoren - Q4 2026; pilots - Q1 2027; uitvoering strategie - Q4 2027.
Ook in de nieuwe monitor zal in ieder geval aandacht moeten zijn voor de verplichte monitoringsaspecten t.a.v. zon- en windenergie.
3
16
17
6
Wat hebben we hiervoor (wanneer) nodig? De monitor wordt ontwikkeld in de periode Q1-Q3 2026. Daarbij onderscheiden we de volgende acties: Opdrachtformulering en vaststelling door de ambtelijke opdrachtgevers (programmamanagers energieregio’s en Nieuwe Energie Overijssel). Hierin aandacht voor o.a.: governance, inbedding in beleidscyclus, benodigde middelen, procesorganisatie en een mogelijk link met de pilot ‘energiebeelden’ waarvoor de provincie zich heeft aangemeld in het kader van de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Wie: Verantwoordelijken monitoring p rovincie, vertegenwoordiging monitoring vanuit beide energie regio’s. Initiatief bij de provincie. Wanneer: Q1 2026 Formeren expertgroep (afvaardiging van deelnemende organisaties) en een aangestelde (externe) projectleider.
Wie: verantwoordelijken monitoring provincie, vertegenwoordiging monitoring vanuit beide energieregio’s Wanneer: Q1 2026 (inclusief aanstellen projectleider voor opzetten monitor) Taken: afbakenen sturingsinformatie, vertaling naar indicatoren, vertaling naar functionaliteit monitor en data-infrastructuur, organiseren structureel overleg over de inhoud van de monitor (kwaliteit, volledigheid, aansluiting op nieuwe beleidsontwikkelingen) Formeren beheersorganisatie: deze is verantwoordelijk voor onderhoud van de monitor, organiseert en faciliteert de informatie-uitwisseling tussen deelnemende organisaties, en bewaakt de datakwaliteit en actualiteit. Wanneer: Q3 2026 Wie: verantwoordelijken monitoring provincie, vertegenwoordiging monitoring vanuit beide RESsen
Totdat de nieuwe monitor gereed is maken we gebruik van de bestaande instrumenten. Op het activiteitenniveau van de uitvoeringsagenda zullen we tot die tijd een kwalitatieve update doen.
Uitvoering
Aan de slag! Met het opstellen van deze agenda zetten we een volgende stap in afstemming en samenwerking. De echte uitdaging ligt nu in het snel en goed overgaan tot uitvoering. De verantwoordelijkheid voor het tot uitvoering brengen van deze agenda ligt bij de programmamanagers van de beide energieregio’s en de teamleider van het provinciale programma Nieuwe Energie. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande structuren, zorgen we voor een efficiënte aanpak.
bestuurlijk overleg – Overijssel breed – met de deelnemers van het BBO en BET. Dit is een moment om op basis van de voortgangsrapportage dilemma’s te bespreken en de agenda waar nodig aan te passen. De drie programmamanagers bereiden deze overleggen gezamenlijk voor. Vanuit hun eindverantwoordelijkheid stellen zij eventuele aanpassingen van de agenda voor aan het jaarlijkse bestuurlijk overleg.
Aandachtspunten De eerste belangrijke stap is dat elke actie op de
• Deze agenda richt zich op samenwerking binnen
uitvoeringsagenda duidelijk wordt belegd. Omdat het
Overijssel. Tegelijkertijd wordt landelijk – in het
karakter van deze agenda samenwerking vraagt, zijn
kader van de Interbestuurlijke Samenwerkingsa-
vrijwel altijd meerdere partijen betrokken. Tegelijker-
genda – nagedacht over de toekomstige samen-
tijd is het essentieel dat helder is wie de trekker van
werking tussen Rijk, gemeenten, energieregio’s
een actie is, zodat uitvoering kan starten en voortgang
en provincies rond het energiesysteem. Zodra
bewaakt kan worden. De programmamanagers
hierover meer duidelijkheid komt, bekijken we
nemen deze stap op zich en bekijken onderling welke
wat dit betekent voor onze agenda.
praktische ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld in de
• In deze agenda ligt de focus op energiedragers,
vorm van een secretaris.
energievragers en energie-infrastructuur. De energietransitie raakt echter ook andere domeinen, zoals natuur, landschap en water. Hoewel
Zicht op de voortgang Op basis van de gezamenlijke monitor bespreken we de voortgang en wat deze vervolgens vraagt van iedereen die deelneemt aan deze agenda. Dat doen we laagdrempelig en binnen de bestaande structuren. Ambtelijk bespreken de programmamanagers van de beide energieregio’s en de teamleider van het provinciale programma Nieuwe Energie de voortgang elk kwartaal. Daarnaast organiseren we eens per jaar een
18
deze samenhang niet inhoudelijk wordt uitgewerkt in deze uitvoeringsagenda, vormt deze wel een belangrijke context voor de uitvoering. • Tot slot: deze agenda bevat geen financiële paragraaf. De dekking van acties vindt plaats vanuit de plekken waar deze zijn of worden belegd. Mocht er specifiek voor coördinerende of administratieve taken rondom deze agenda budget nodig zijn, dan wordt hiervoor dekking gezocht.
19