Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15
November 2021
Status: Ontwerp
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15
Plannaam: Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 IMRO-nummer: NL.IMRO.0177.BP20210010-ON01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: November 2021
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9
HOOFDSTUK 2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN HUIDIGE SITUATIE ...................................... 10 2.1 2.2
GEBIEDSBESCHRIJVING ................................................................................................................................ 10 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ..................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2
GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 16 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 25
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 31 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 31 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 32 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 34 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 35 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 38 GEUR ...................................................................................................................................................... 40 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 41 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 43 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 45
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 47 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 47 VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 47 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 49
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 50 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 50 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 50 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 51
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 53 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 54 9.1 9.2 9.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 54 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 54 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 54
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 55 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7
RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 56 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 57 LUCHTKWALITEITSONDERZOEK .............................................................................................................. 58 GEURONDERZOEK .............................................................................................................................. 59 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 60 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 61 STANDAARD WATERPARAGRAAF ........................................................................................................... 62
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Aan de Witteveensweg 15 te Heeten bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf. Het betreft een melkveehouderij. Op het erf staat een bedrijfswoning en circa 1.515 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing. Deze bebouwing heeft geen vervolgfunctie en is deels als landschapsontsierend aan te merken. Initiatiefnemer is voornemens om in het kader van de Rood voor Rood regeling de landschapsontsierende bebouwing te slopen. Het gaat om het slopen van 949 m2 aan bebouwing. Op basis van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid, dat is vertaald in de beleidsnota ‘Erven in beweging’ is het mogelijk om ter compensatie van deze sloop een woning te realiseren. Het overige deel van de bebouwing, met een totale oppervlakte van 606 m 2, bestaat uit een ligboxenstal, werktuigenberging, schuilhut en garage. Deze bebouwing is niet landschapsontsierend en nog in gebruik. Initiatiefnemer is voornemens om deze bebouwing te behouden en aan te wenden voor het hobbymatig houden van dieren en het stallen van (landbouw)machines. Van deze gebouwen zal het asbest gesaneerd worden. Het noordelijke bijgebouw wordt in gebruik genomen ten behoeve van de compensatiewoning. Het zuidelijk bijgebouw blijft in gebruik bij de bestaande woning. De gemeente Raalte heeft een positief principebesluit genomen in relatie tot bovenstaand voornemen. Samengevat bestaat de ontwikkeling uit het volgende: • • • • • • •
Het slopen van circa 949 m2 aan landschapsontsierende gebouwen in het kader van de Rood voor Rood ontwikkeling; Het verwijderen van overtollige erfverharding; Het realiseren van een compensatiewoning in het kader van Rood voor Rood, op het voormalig agrarische erf; Het behoud van de bestaande bedrijfswoning en het omzetten van deze woning tot reguliere woning; Het saneren van asbest op de te behouden gebouwen; Het behouden van 606 m2 aan bebouwing, ten behoeve van het hobbymatig agrarisch gebruik; Het landschappelijk inpassen van het geheel, hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader en toont aan dat de ontwikkeling vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. De gewenste ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologisch-juridische kaders om het voornemen mogelijk te maken en toont eveneens aan dat het voornemen in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Witteveensweg 15, in het buitengebied van de gemeente Raalte, ten zuiden van de kern Heeten. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied indicatief met rode ster en stippellijn weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: Pdok)
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. IMRO-nummer: NL.IMRO.0177. BP20210010-ON01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte”, inclusief 1e correctieve herziening en 2e correctieve herziening. Het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” is op 8 juni 2012 vastgesteld door de gemeenteraad en in werking getreden op 17 oktober 2012. De correctieve herzieningen zijn nadien vastgesteld. Ter plaatse van het plangebied geldt eveneens het geconsolideerde bestemmingsplan “Buitengebied Raalte geconsolideerd”, welke is geconsolideerd op 25 februari 2016. Tot slot gelden ter plaatse de bestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 27 september 2018) en “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” (vastgesteld op 10 september 2020). In dit geval is met name het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” relevant. Tevens is het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” relevant, aangezien daar de meest actuele regelgeving in staat. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen met daarin een globale weergave het plangebied (rode lijn). Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte’ (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ (met bouwvlak en de aanduiding ‘intensieve veehouderij’). Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ is een intensieve veehouderij toegestaan. Daarnaast zijn bij de bestemming behorende voorzieningen toegestaan. Ondergeschikte functies als een bed & breakfast, evenementen en extensieve dagrecreatie zijn eveneens toegestaan. Tot slot is het gehele plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Ten aanzien van deze zone zijn in de agrarische bestemming aanvullende bepalingen opgenomen. 1.4.3
Strijdigheid
Het realiseren van een compensatiewoning en het regulier bewonen van de huidige woning is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd om het voornemen mogelijk te maken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in de benodigde juridisch-planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de Provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING EN HUIDIGE SITUATIE
Gebiedsbeschrijving
Het plangebied ligt in een overwegend agrarische omgeving. Naast agrarische bedrijven komen er ook verspreid liggende woonfuncties en natuurgebieden voor.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied zelf bestaat uit gronden behorend bij een voormalige melkveehouderij. Het erf bestaat uit een bedrijfswoning met meerdere bedrijfsgebouwen. Tussen de gebouwen is veelal erfverharding aanwezig. Rondom de bedrijfswoning ligt een tuin. In het noordelijk deel van het bouwvlak zijn de gronden in agrarisch gebruik. Het erf ligt vrij ver van de Witteveensweg af en wordt via één in- en uitrit aan de westzijde op deze weg ontsloten. Het erf wordt aan alle zijden begrensd door agrarische percelen. Daarnaast ligt er ten zuidoosten van het erf een woonerf, dat via dezelfde in- en uitrit wordt ontsloten op de Witteveensweg. Langs deze in- en uitrit bevindt zich een bomenrij. Verder staan op het erf enkele solitaire bomen. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: Google maps)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
3.1
Gewenste ontwikkeling
3.1.1
Te slopen en behouden bebouwing
Initiatiefnemer heeft de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse gestaakt. Voor een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing is geen passende vervolgfunctie gevonden. Daarom zal er niet meer in het onderhoud van de bebouwing worden geïnvesteerd, waardoor het aannemelijk is dat de bebouwing in de loop der tijd zal verpauperen. Om dit te voorkomen is initiatiefnemer voornemens om deze agrarische bedrijfsbebouwing te slopen. In totaal bedraagt de te slopen bebouwing circa 949 m2. De agrarische bedrijfsbebouwing die behouden blijft (circa 606 m2) zal gebruikt worden voor het hobbymatig houden van dieren en het stallen van (landbouw)machines. Wel zal van deze gebouwen het asbest worden gesaneerd. Daarnaast blijft de bedrijfswoning behouden, deze wordt omgezet naar een reguliere woning. De te slopen en te behouden bebouwing is met rode en groene omlijning weergegeven in afbeelding 3.1.
Afbeelding 3.1 Te slopen en te behouden bebouwing (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp 3.1.2
Compensatiewoning en landschappelijke inpassing
De compensatiewoning wordt gebouwd ter plaatse van een te slopen stal, achter (ten noorden van) de bestaande woning. De compensatiewoning krijgt geen nieuw bijgebouw, er kan namelijk een deel van de bestaande te behouden gebouwen aangewend worden als bijgebouw ten behoeve van de compensatiewoning. Het noordelijke bijgebouw (nummer 4 in afbeelding 3.2) wordt in gebruik genomen ten behoeve van de compensatiewoning. Het zuidelijk bijgebouw (nummer 5 in afbeelding 3.2) blijft in gebruik bij de bestaande woning. Door de sloop van de landschapontsierende bebouwing en het opruimen van de erfverharding ontstaat er ruimte om het erf en de compensatiewoning op passende wijze landschappelijk in te passen. De bestaande houtsingel ten zuiden en westen van het erf blijft behouden, waardoor er geen aantasting plaatsvind aan de landschappelijke structuur. De houtsingel wordt daarnaast ook deels versterkt met een rij ruwe berk. Bij de bestaande woning en de compensatiewoning worden daarnaast hagen aangeplant, enkele lindes en fruitbomen. Ter plaatse van de stallen wordt daarnaast gras ingezaaid, zodat de gronden als weiland/tuin gebruikt kunnen worden. Het erf blijft met de bestaande ontsluiting op de Witteveensweg ontsloten. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de landschappelijke inpassing opgenomen. Het volledige plan is als bijlage 1 opgenomen.
Afbeelding 3.2 Uitsnede erfinrichting Witteveensweg 15 (Bron: De Erfontwikkelaar)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt voor de parkeerbehoefte aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’, en voor de verkeersgeneratie bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW. De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. 3.3.2
Parkeerbehoefte
In het voorliggend bestemmingsplan wordt een extra woning mogelijk gemaakt. Op basis van de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ geldt voor deze functie de volgende parkeernorm: Woningtype Koop, vrijstaande woning
Locatie Buitengebied
Parkeernorm 2,4 p.p. waarvan 0.3 bezoekers
De extra parkeerbehoefte in het plangebied komt per woning uit op 2,4, naar boven afgerond 3 parkeerplaatsen. Het nieuwe erf is ruim genoeg opgezet om op eigen terrein in deze parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In afbeelding 3.2 is dit zichtbaar. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels. 3.3.3
Verkeersgeneratie en ontsluiting
Gekeken wordt naar de verkeersgeneratie als gevolg van voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de huidige planologische situatie. Er wordt een extra woning toegestaan. Per saldo is er echter sprake van een afname aan verkeersbewegingen, aangezien de agrarisch gerelateerde verkeersbewegingen komen te vervallen. Bovendien beschikt de Witteveensweg over voldoende capaciteit om het verkeer te kunnen afwikkelen. De nieuwe woningen zullen beide gebruik maken van de bestaande in- en uitrit, zodat er geen nieuwe in- en uitrit wordt gerealiseerd. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid is dit wenselijk.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties
4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2
Toetsing aan het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Toename van het ruimtebeslag is een belangrijke factor en daarnaast heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat bij het realiseren van een dergelijk aantal woningen, het plan niet voorziet in
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het realiseren van een extra woning in het kader van een Rood voor Rood regeling. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3
Conclusie toets aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1
Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •
Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.
Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 4.2.2
De Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.
Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan Provinciaal beleid
Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes (Of-Vraag) Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn artikel 2.1.3, artikel 2.1.5, artikel 2.1.6, artikel 2.2.2 en artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1.
2.
dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 Door het toepassen van de Rood voor Rood regeling neemt de hoeveelheid landschapontsierende bebouwing in het buitengebied af en wordt één compensatiewoning teruggebouwd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist van een afname. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats op een bestaand erf. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, door sloop van ontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van de nieuwe situatie. Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In de komende subparagrafen wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) 1.
Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel In het in bijlage 1 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan is uitgebreid op de KGO ingegaan. Hierna wordt een samenvatting gegeven. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende model gevolgd:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp Gebiedseigen ontwikkeling Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en wonen (mixlandschap). In voorliggend geval is dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Schaal en impact op de omgeving De activiteiten zullen plaatsvinden op een plek waar al bebouwing staat. Het bedrijf wordt gestaakt. Een vervolgfunctie ontbreekt waarmee sloop de enige oplossing is. De totale bebouwde oppervlakte neemt fors af. De schaal van de ontwikkeling is klein, mede door de positionering van de gebouwen middels de één erfgedachte. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opheffen van een geurcontour. Daarnaast is rekening gehouden met de omliggende agrarische bedrijven door minimaal 50 (m) uit het bouwvlak te blijven. Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woongenot en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op het erf staan landschapsontsierende bebouwing met asbest.
Middels de sloop van het geheel en het opruimen van veel verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Tegenprestatie Al met al worden er bovenop de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie. Deze tegenprestatie zal bestaan uit het slopen van 949 m2 aan landschapsontsierende gebouwen en het saneren van asbest op de overige te behouden bebouwing. Artikel 2.2.2, lid 1 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft onder andere de realisatie van een compensatiewoning in het buitengebied van de gemeente Raalte. De woning voldoet aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale (eigen) behoefte. Daarom is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel.
Artikel 4.6.4 Vergunningplicht reservering Salland Diep 1.
2.
3.
4.
Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt. Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent.
Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is geen sprake van onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp beneden het maaiveld. Er is op basis hiervan ten behoeve van het voornemen dan ook geen vergunning noodzakelijk. Gesteld wordt dat het voornemen niet strijdig is met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de boringsvrije zone (artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening). Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode cirkel aangegeven.
Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)
"Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: • • •
zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem.
Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ De woonfunctie is passend in het mixlandschap, waar een mix van functies, waaronder wonen, nagestreefd wordt. Omliggende bedrijven en functies worden door deze ontwikkeling niet beperkt. Daarnaast zorgt de landschappelijke inpassing van het totale erf voor een bijdrage aan het versterken van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggende situatie is vanwege de ligging in het buitengebied de ‘Stedelijke laag’ niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 1.
De ‘Natuurlijke laag’
Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied ligt op de gebiedskenmerkenkaart van de "Natuurlijke laag" binnen het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen”. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.3 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.
De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’
In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Oude hoevenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.
Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Om de locatie op een zorgvuldige wijze in te passen is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In hoofdstuk 3 is hier al nader op ingegaan. Er wordt voorzien in het aanbrengen van groenstructuren op het erf, aansluitend bij het daarvoor voorkomende gebiedskarakter. Hiermee wordt in voldoende mate rekening gehouden met de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.
De ‘Laag van de beleving’
In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Het plangebied (rode lijn) ligt in het gebiedstype ‘Donkerte’.
Afbeelding 4.5 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)
“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in een onevenredige toename van kunstlicht, zeker omdat de met de stallen gepaarde verlichting komt te vervallen. Overigens is een zekere lichtuitstraling inherent aan een woonfunctie. Wel zal onnodig lichtgebruik worden voorkomen. Hiermee is het initiatief in overeenstemming met de ‘laag van beleving’. 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveau’s. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. 4.3.1
Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040
4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kerkopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 4.3.1.2 Kernopgave 1: Buitengebied Allereerst wordt ingegaan op de algemene ambitie ten aanzien van het buitengebied. Deze luid: ‘Raalte als groen en innovatief productielandschap’. Het groene en agrarische karakter van het buitengebied is de kern van de identiteit. Dit krachtige en afwisselende landschap vormt de onderlegger van een nieuwe toekomst voor het landelijk gebied en zal daarom verder ontwikkeld worden en waar nodig worden beschermd. In de toekomst is het buitengebied een divers en modern productie- en werklandschap met toekomstbestendige landbouw, dat vitaal is, reuring kent, maar waar ook gewoond wordt en waar aandacht is voor de natuur- en landschapswaarden. Innovatie, technologie, klimaatdiensten en duurzame energieopwekking maken nadrukkelijk onderdeel uit van het nieuwe verdienmodel van het buitengebied, evenals brede nevenactiviteiten door agrariërs, zoals zorg, educatie of toerisme.
De gemeente onderkent dat de energietransitie voor een groot deel in het buitengebied zal landen en een belangrijke veranderkracht vormt voor de toekomst van het landelijk gebied. Nieuwe vormen van duurzame energieopwekking maken onderdeel uit van de nieuwe horizon en bieden agrarische ondernemers kansen op een nieuw verdienmodel. In het hyperdiverse werkt de gemeente samen aan toekomstbestendigheid, zoals op het gebied van biodiversiteit, robuuste watersystemen, klimaatbestendigheid en bodemkwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen voegen waarde toe: niet alleen voor de huidige generatie, maar ook voor de daarop volgende. Aan de kernopgave zijn verscheidene ontwikkelingsrichtingen gekoppeld, waarbij in dit geval met name ontwikkelingsrichting 1 en 4 van belang zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 48, omgeving Witteveensweg 15 Ontwerp Ontwikkelingsrichting 1: De gemeente kiest voor een sterk en afwisselend landschap door het verder te ontwikkelen, te versterken en te behouden wat waardevol is De gemeente Raalte kent een prachtig afwisselend coulisselandschap met halfopen gebieden, landgoederen, buitenplaatsen en oude wegen, maar ook open gebieden met zeldzame weidevogels. De kracht zit hem in de variatie en diversiteit. Deze afwisseling en (bio)diversiteit wil de gemeente waar nodig beschermen, behouden en ontwikkelen. In gebieden met een hoge landschaps- en natuurwaarde wil de gemeente de ontwikkelruimte beperken. Waar het landschap versterkt kan worden, wil de gemeente het versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen ontstaan kansen om ook de kwaliteit van het landschap te verbeteren. Ook in het nemen van klimaatadaptieve maatregelen ziet de gemeente grote kansen. Het veranderende klimaat leidt tot extremer weer, waarin langdurige droge periodes en extreme regenval, met wateroverlast tot gevolg, elkaar afwisselen. Hierin ziet de gemeente niet alleen grote opgaven, maar ook grote kansen om tegelijkertijd te werken aan landschappelijke kwaliteit. Zo ziet de gemeente het aanplanten van bomen en heggen of het ruimte bieden aan waterberging als ontwikkelingen die het landschap juist versterken.