Toelichting bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening Flierefluiter (7-3-23)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15
Februari 2023
Ontwerp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15
Plannaam: Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 IMRO-nummer: NL.IMRO.0177.BP2021007-ON01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: Januari 2023
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ....................................................... 10
OMGEVING PLANGEBIED ............................................................................................................................. 10 DE FLIEREFLUITER ...................................................................................................................................... 10
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.3
ONTWIKKELING ......................................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 19
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 22 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 22 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 24 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 35
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 42 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 42 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 42 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 43 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 44 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 46 GEUR ...................................................................................................................................................... 48 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 49 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 52 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 54
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 57 6.1 6.2 6.3 6.4
INLEIDING................................................................................................................................................. 57 VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 57 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 59 OVERSTROMINGSRISICO .............................................................................................................................. 60
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 61 7.1 7.2 7.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 61 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 61 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 63
HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 66 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................... 67 9.1 9.2
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 67 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 67
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 68 BIJLAGE 1
INRICHTINGSPLAN .............................................................................................................................. 69 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ....................................................................................................... 70 VERKEERSKUNDIG ONDERZOEK ............................................................................................................. 71 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 72 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 73 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 74
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Initiatiefnemer is eigenaar van het erf aan de Hogebroeksweg 15 te Raalte. Ter plaatse is speel- en recreatieboerderij de Flierefluiter gevestigd. De Flierefluiter is sinds 1994-1995 op deze locatie gevestigd en is inmiddels uitgegroeid tot de grootste speeltuin van Overijssel. Sinds de oprichting is de locatie in ontwikkeling geweest en ten behoeve van die ontwikkelingen zijn enkele planologische procedures doorlopen. De locatie wordt momenteel gebruikt voor het volgende: • • • • • • •
Een speeltuin (buiten en binnen); Een kinderboerderij met educatieve voorzieningen; Een doolhof; Een minicamping; Ondergeschikte horeca-activiteiten; Wonen in twee bedrijfswoningen; De bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen.
Eigenaar wenst het gebruik van de locatie op onderdelen te wijzigen en uit te breiden. Het doel is om het bezoekersaantal te verhogen van 100.000 per jaar tot maximaal 150.000, met een dagmaximum van 2.500 bezoekers. Hiervoor is bij de gemeente Raalte een principeverzoek ingediend, waarop de gemeente onder voorwaarden een positief principebesluit op heeft genomen. De gewenste ontwikkeling, waar de gemeente dit besluit op heeft genomen, gaat samengevat uit van het volgende: •
• • • •
Het vergroten van het bestaande bouwvlak ten behoeve van uitbreiding van de bebouwing. Voor de toename van bebouwing van maximaal 1.800 m2 wordt elders in het buitengebied maximaal 4.800 m2 gesloopt. Het vergroten van de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’ ten behoeve van het parkeren en de opwekking van duurzame energie; Het realiseren van een brede groenstrook omzoomd langs het uit te breiden deel; Het centraliseren van de horeca op het terrein; Het toestaan van speelvoorzieningen binnen de gehele bestemming ‘Cultuur & Ontspanning’.
In hoofdstuk 3 wordt specifieker ingegaan op bovengenoemde onderdelen van de ontwikkeling. Voorgenomen ontwikkeling is op meerdere punten strijdig met het nu geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient daarom een passend bestemmingsplan te worden opgesteld. In dit bestemmingsplan dienen tevens de ontwikkelingen waar de afgelopen jaren verscheidene vergunningen voor zijn verleend (betreffende de minicamping, doolhof, parkeren en de bedrijfswoning) planologisch te worden ingepast. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend planologisch kader voor de totale ontwikkeling. Aangetoond zal worden dat het voornemen in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied bestaat uit het erf aan Hogebroeksweg 15 te Raalte. Het erf ligt op de hoek van de Hogebroeksweg en de Raarhoeksweg. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Luttenberg en de directe omgeving weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Luttenberg en de directe omgeving (Bron: ArcGIS)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan: “Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15” bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. IMRO-nummer: NL.IMRO.0177.BP20210007-ON01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidige planologische regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied valt binnen de begrenzing van verscheidene bestemmingsplannen. Hierna wordt eerst ingegaan op de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het bestaande plangebied, vervolgens wordt ingegaan op de geldende bestemmingsplannen ter plaatse van de gewenste uitbreiding. Het plangebied van de bestaande speel- en recreatieboerderij ligt binnen de planbegrenzing van de bestemmingsplannen “De Flierefluiter, Raarhoeksweg 49 e.o.” (vastgesteld op 7 juli 2011), het bestemmingsplan “De Flierefluiter, Raarhoeksweg 49, 1e herziening” (26 april 2012) en het “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 27 september 2018). In dit geval zijn met name de eerste twee genoemde bestemmingsplannen van belang. Het bestemmingsplan “De Flierefluiter, Raarhoeksweg 49, 1e herziening” bevat enkele wijzigingen ten opzichte van het eerste plan, die in het kader van een herstelbesluit destijds zijn doorgevoerd. Naast voorgenoemde bestemmingsplannen zijn ter plaatse tevens twee omgevingsvergunningen verleend: “Omgevingsvergunning minicamping, doolhof, parkeren Raarhoeksweg 49 (vastgesteld op 5 september 2017) en de “Omgevingsvergunning RvR-woning Raarhoeksweg 49a” (vastgesteld op 10 maart 2020).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
Ter plaatse van de beoogde uitbreiding gelden de bestemmingsplannen “Buitengebied” (vastgesteld op 8 juni 2012), “Buitengebied Raalte, correctieve herziening” (vastgesteld op 30 mei 2013), “Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening” (vastgesteld op 19 februari 2015), “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 27 september 2018” en “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” (vastgesteld op 10 september 2020). De eerste drie genoemde bestemmingsplannen zijn vervat in een geconsolideerde versie. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de geldende bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (besluitvlakkaarten) weergegeven. Het plangebied is met zwarte stippellijn aangegeven. Opgemerkt wordt dat in voorgaande bestemmingsplannen uitgegaan werd van het adres ‘Raarhoeksweg 49’. Er heeft inmiddels een adreswijziging plaatsgevonden naar Hogebroeksweg 15, vandaar dat onderhavige plannaam afwijkt van voorgaande plannen.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving (dubbel)bestemmingen en aanduidingen
Cultuur en ontspanning Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van het bestaande recreatiebedrijf. Op de bovenstaande afbeelding is het meest recente bestemmingsplan “De Flierefluiter, Raarhoeksweg 49, 1e herziening” weergegeven. Dit plan is opgesteld als partiële herziening op voorgaand plan. Dat is de reden dat binnen deze bestemming de aanduidingen voor horeca, parkeerterrein en dergelijke niet zijn weergegeven. Deze zijn op basis van het voorgaande plan “De Flierefluiter, Raarhoeksweg 49 e.o.” echter onverminderd van toepassing. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor onder andere een kinderboerderij met educatieve voorzieningen, een speeltuin, horeca-activiteiten (ter plaatse van een aanduiding), paardrijvoorzieningen, speelvoorzieningen (ter plaatse van de aanduiding), parkeervoorzieningen (ter plaatse van een aanduiding), een bedrijfswoning (ter plaatse van een aanduiding), bed and breakfast in de bedrijfswoning, kleinschalig
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp kamperen, watergangen en waterpartijen en overige voorzieningen. Ter plaatse van de bebouwing is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen een bebouwingspercentage van 20% opgenomen is. Groen Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de groene omzoming van het bedrijf. Deze gronden zijn met name bestemd voor groen en (infiltratie) groenvoorzieningen, watergangen, sloten en andere waterpartijen, een semi-verhard pad ter plaatse van een daarvoor opgenomen aanduiding en één ondergeschikt pad van maximaal 3 meter breed in westelijk geprojecteerde groenstrook met een lengte van 175 meter. Agrarisch met waarden – Landschapswaarden Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de beoogde uitbreiding van het recreatiebedrijf. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, alsmede voor het behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden. Er gelden aanvullende bepalingen voor agrarische bedrijven ten aanzien van de reconstructiewetzone – verwevingsgebied. Gezien het in dit geval niet gaat om een agrarisch bedrijf, maar het agrarische gebruik, heeft deze gebiedsaanduiding in dit geval geen relevantie. 1.4.3
Strijdigheid
Het beoogde plan is op meerdere punten strijdig. Zo is het ter plaatse van gronden met een agrarische bestemming niet mogelijk om functies ten aanzien van de recreatie- en speelboerderij te realiseren. Daarnaast is de vergroting van de bouwmogelijkheden planologisch niet mogelijk, aangezien het bebouwingspercentage van 20% in het bouwvlak hiermee wordt overschreden. Hiertoe dient het bouwvlak te worden uitgebreid. Ook is het realiseren van centrale horeca op een groter deel van het terrein en het toestaan van speelvoorzieningen over het gehele terrein op dit moment planologisch niet mogelijk. Tot slot dient de groene omzoming planologisch te worden voorzien van een passende bestemming en te worden geborgd in de regels. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend planologisch kader, waarbinnen de gewenste situatie planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de landschappelijke situatie van de omgeving en de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED
Omgeving plangebied
De Flierefluiter ligt in het landelijk gebied van Raalte-Noord. Het landelijk gebied van Raalte-Noord ligt ingeklemd tussen de stedelijke noordrand van de kern Raalte en een brede bosstrook, onderdeel van het NNN In het gebied zijn melkveehouderijen en intensieve veehouderijen gevestigd als eilanden in een overwegend open landschap. Het grootschalige landgoed ’t Reelaer en een regionale zandwinning zijn nu en in de toekomst beeldbepalende elementen. In het gebied is sprake van een forse dynamiek op het gebied van landbouw, waterbeleid, stedelijke uitbreiding, natuurontwikkeling en grootschalige zandwinning. Er zijn verschillende functies op het gebied van verblijfs- en dagrecreatie aanwezig.
2.2
De Flierefluiter
In 1994-1995 is de initiatiefnemer gestart met het recreatiebedrijf. Het gaat om een voormalig agrarisch bedrijf, dat in eigendom was bij de ouders van de initiatiefnemer. In 1994 heeft initiatiefnemer het bedrijf van zijn ouders overgenomen, inclusief 5,5 ha aan grond, en is toen gestart met de recreatie-activiteiten. De activiteiten werden voorheen als nevenactiviteit uitgevoerd. Sinds 2007 is het bedrijf aan te merken als zelfstandig recreatiebedrijf. Het bedrijf heeft voor het grootste gedeelte een dagrecreatieve functie gericht op kinderen. Op dit moment bestaat het bedrijf uit de volgende onderdelen: • • • • • • •
Een speeltuin (buiten en binnen); Een kinderboerderij met educatieve voorzieningen; Een doolhof; Een minicamping; Ondergeschikte horeca-activiteiten; Wonen in twee bedrijfswoningen; De bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen.
De Flierefluiter ligt op de hoek van de Raarhoeksweg en de Hogebroeksweg. Deze wegen vormen aan de oosten noordzijde de grens. Aan de beide andere zijden liggen agrarische gronden. Op het perceel staan twee bedrijfswoningen en verscheidene gebouwen ten behoeve van het bedrijf. Rondom de gebouwen liggen de eerder genoemde functies, waaronder een speeltuin, een zwembad, dierenweide, terras en groen. De ontsluiting van het bedrijf is gericht op de Hogebroeksweg, waar ook het huidige parkeerterrein ligt. In onderstaande afbeeldingen zijn een luchtfoto en impressies weergegeven van de huidige situatie op de Flierefluiter.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
Afbeelding 2.1
Luchtfoto huidige situatie (Bron: Provincie Overijssel)
Afbeelding 2.2
Impressie huidige situatie (Bron: www.flierefluiterraalte.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 3
PLANBESCHRIJVING
3.1
Ontwikkeling
3.1.1
Algemeen
Zoals aangegeven is initiatiefnemer voornemens om verscheidene ontwikkelingen door te voeren om een hoger bezoekersaantal te halen. Het gaat samengevat om het volgende: •
• • • •
Het vergroten van het bestaande bouwvlak ten behoeve van uitbreiding van de bebouwing. Voor de toename van bebouwing van maximaal 1.800 m2 wordt elders in het buitengebied maximaal 4.800 m2 gesloopt; Het vergroten van de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’ ten behoeve van het parkeren en de opwekking van duurzame energie; Het realiseren van een brede groenstrook omzoomd langs het uit te breiden deel; Het centraliseren van de horeca op het terrein; Het toestaan van speelvoorzieningen binnen de gehele bestemming ‘Cultuur & Ontspanning’.
Voor het geheel is een inrichtingsplan opgesteld. Hierna is daarvan een uitsnede weergegeven. Vervolgens wordt op de verschillende onderdelen van de ontwikkeling ingegaan. Het inrichtingsplan is overigens als bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Voor het geheel is tevens een landschappelijk inpassingsplan opgenomen. Hier wordt in paragraaf 3.1.3 nader op ingegaan.
Afbeelding 3.1
3.1.2
Plattegrond gewenste situatie (Bron: Initiatiefnemer)
Ontwikkeling
Het vergroten van het bestaande bouwvlak ten behoeve van uitbreiding van de bebouwing •
Algemeen
Initiatiefnemer is voornemens het bouwvlak te verruimen. In afbeelding 3.1 is een impressie van het beoogde bouwvlak (rood omlijnd) weergegeven. Uitbreiding van het bebouwingspercentage is (in overleg met de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp buren) niet wenselijk. Het nieuwe beoogde bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 20.000 m 2. Het bestaande bebouwingspercentage van 20% blijft gehandhaafd. Hierdoor betreft de totale toegestane oppervlakte aan gebouwen circa 4.000 m2. De extra bebouwing zal worden aangewend ten behoeve van een tuinkamer, een loods, uitbreiding van de kinderboerderij, horeca en een waterpark. Hierna wordt op de gewenste functies binnen de extra bebouwing ingegaan. De exacte invulling is nog niet bekend. Op deze wijze blijft er voor initiatiefnemer flexibiliteit in de invulling van de totale oppervlakte aan bebouwing. Allereerst is in afbeelding 3.2 een uitsnede weergegeven van het centrale deel (toekomstig bouwvlak) van de Flierefluiter.
Afbeelding 3.2
•
Uitsnede toekomstig bouwvlak inclusief invulling (Bron: Initiatiefnemer)
Tuinkamer
De tuinkamer betreft een serre-achtige ruimte die wordt gebruik ten behoeve van het terras en uitbreiding van de horeca. Daarnaast zorgt de tuinkamer ervoor dat een betere verbinding ontstaat tussen de nieuwe entree en de oude entree van de speelschuur. •
Kinderboerderij
Op het perceel is reeds een kinderboerderij aanwezig. Momenteel ligt deze versnipperd over het terrein. initiatiefnemer is voornemens om deze te centraliseren en er een beter geheel van te maken om zodoende meer kwaliteit te bieden. Hierbij wordt ook gedacht aan een educatieve functie. Daarnaast wil initiatiefnemer er andersoortige dieren houden. Te denken valt aan landbouwhuisdieren in hele kleine verschijningen zoals een mini-ezel, microvarken en mini-koeien. Dit vraagt een andere huisvesting. De bestaande huisvesting zal in ieder geval moeten worden vergroot. De reeds aanwezige weiden vormen een buffer tussen de speeltuin en het perceel van de buren en de eigen bedrijfswoningen. De precieze grootte en de locatie van het nieuwe dierenverblijf is nog niet bekend. Initiatiefnemer wil voor het vernieuwde dierenverblijf een gebouw van circa 300 m2 bouwen. •
Loods
Door deze bouwvlakvergroting komt een bestaande schuur (afbeelding 3.1: de schuur in het noordoostelijke deel van het bouwvlak) in het bouwvlak te liggen. Deze schuur wordt momenteel nog aangemerkt als bouwwerk geen gebouw zijnde, omdat het niet met wanden omsloten is. Na verbouwing zal dit een gebouw betreffen. De schuur is nu in gebruik als opslag. Initiatiefnemer wenst dit bouwwerk te verbouwen naar een volwaardig gebouw en in gebruik te nemen ten behoeve van de Flierefluiter. Het idee is nu om dit gebouw te gebruiken als werkplaats, opslag, speelvoorziening en dierenverblijf. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp Zowel de werkplaats en opslag als het dierenverblijf zijn bedoeld voor bedrijfsmatig gebruik, in dit geval de Flierefluiter. Deze ontwikkeling is voornamelijk gewenst vanuit het oogpunt van veiligheid. Door de werkplaats en opslag buiten het zicht te situeren is de kans kleiner dat bezoekers (o.a. kinderen) in aanraking komen met de eventueel gevaarlijke materialen. Daarbij kan het gebouw worden afgesloten. Daarnaast is de ontwikkeling vanuit het oogpunt van een efficiëntere bedrijfsvoering gewenst. Materialen zijn op één locatie aanwezig en het verzorgen van de dieren van de kinderboerderij kan op één locatie plaats vinden. •
Waterpark
Initiatiefnemer is voornemens binnen het nieuwe, vergrote bouwvlak een waterpark te realiseren. De exacte locatie is nog niet bekend. Uitgangspunt is wel om deze functie zodanig te situeren dat er geen sprake is van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Met de richtafstanden zal in dit bestemmingsplan dan ook rekening worden gehouden. Om het waterpark weersbestendig te maken is het wenselijk om het te overdekken. Het is wenselijk om daarnaast ondersteunende horeca te realiseren nabij het waterpark. Deze horeca blijft ondergeschikt aan de hoofdfunctie van het gehele perceel. In een volgend kopje wordt hier nader op ingegaan. •
Overig
Naast bovenstaande bebouwing dient te worden vermeld dat er in het zuiden van het terrein (nabij de ponybak) een klein gebouw staat (circa 100 m2). Dit gebouw staat buiten het beoogde bouwvlak. Het is niet wenselijk het bouwvlak zodanig te verruimen dat het gebouw hierbinnen komt te staan. Hierdoor zouden namelijk de bouwmogelijkheden nabij het perceel van de buren te groot worden. In dit bestemmingsplan is dit gebouw daarom specifiek vastgelegd. •
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)
In dit geval gaat het om de uitbreiding van de bebouwing van 1.800 m2 van een niet-agrarisch bedrijf. Naast een landschappelijke inpassing van de geplande uitbreiding zal er ook een ruimtelijke compensatie geleverd moeten worden voor deze extra bebouwing en vergroting van de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’. Hier wordt aangesloten bij de schuur voor schuur regeling uit de gemeentelijke beleidsnota ‘Erven in beweging’. Ter compensatie van de extra bebouwingsmogelijkheden zal elders 4.800 m2 voormalige (landschapsontsierende) bebouwing in het buitengebied van Raalte dienen te worden gesloopt (zie onderstaand schema) Oppervlakte 1.800 m2
Totaal
Sloop Tot 100 m2
Verhouding 1:1
101-500 m2
1:2
501 m +
1:3
totaal Sloop 100 m2 voor 100 m2 bebouwing Sloop 800 m2 voor 400 m2 bebouwing Sloop 3.900 m2 voor 1.300 m2 bebouwing Sloop 4.800 m2 voor 1.800 m2 bebouwing
Overigens wordt opgemerkt dat de geplande uitbreiding gefaseerd zal en kan worden uitgevoerd. Daarom wordt het redelijk geacht om het te slopen oppervlakte in het bestemmingsplan zodanig vast te leggen dat er pas gesloopt hoeft te worden op het moment dat er een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan. Op deze manier kan de initiatiefnemer de sloop gefaseerd uitvoeren en hoeft niet op één moment een forse investering te worden gedaan. Praktisch gezien komt het er op neer dan voor iedere m 2 aan bebouwing 2,67 m2 verwijderd dient te worden (4.800/1.800 = 2,67 m2). Het vergroten van de bestemming Cultuur en Ontspanning ten behoeve van het parkeren en de opwekking van duurzame energie •
Parkeren
Momenteel beschikt de Flierefluiter over semi-verharde parkeerplaatsen. Deze bevinden zich aan de noord- en westzijde van het huidige recreatieperceel. Het is wenselijk om deze parkeerplaatsen te behouden. Wel zal er door de groei van de Flierefluiter een grotere parkeerbehoefte ontstaan dan momenteel het geval is. In de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp nieuwe situatie wordt er in totaal 4.000 m2 aan bebouwing toegestaan. Dit zorgt voor een hogere parkeerbehoefte. In paragraaf 3.2 (Verkeer en parkeren) is dit nader gespecificeerd. Hiervoor is een terrein aan de westzijde van de huidige parkeerplaatsen (in afbeelding 3.1 weergegeven) aangewezen. Het is wenselijk hier het extra parkeerterrein aan te leggen. Het terrein heeft een oppervlakte van circa 5.000 m2. Hier is voldoende ruimte voor de extra parkeerbehoefte. Het terrein wat nu nog agrarisch bestemd is, zal meegenomen worden in de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’. Op basis van praktijkervaringen van initiatiefnemer wordt dit parkeerterrein met name gebruikt op piekdagen. Het aantal inritten verandert niet. Het parkeerterrein zal worden ontsloten via de ontsluiting van het huidige parkeerterrein. Het parkeerterrein zal op een zodanige wijze worden ingepast dat de ruimtelijke impact op de omgeving beperkt blijft. •
Duurzame energie
In het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is ruimte voor één windmolen binnen het bouwvlak. Dit is mogelijk via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Initiatiefnemer is voornemens twee windmolens te plaatsen. Wat betreft de hoogte wordt aangesloten bij de maximale tiphoogte voor windmolens van 25 meter die in het bestemmingsplan voor het buitengebied van Raalte is opgenomen. Hierdoor kan worden voorzien in de wenselijke verdere intensivering van elektrisch aangedreven apparaten. Het zoekgebied voor de windmolens bevind zich aan de zuidwestzijde van het perceel gelijk met het zoekgebied voor de zonnepanelen. Dit gebied bevindt zich ten zuiden van het beoogde parkeerterrein. Initiatiefnemer wil daarnaast ook meer energie opwekken met zonnepanelen. Dit wil men bereiken door onder andere veldopstellingen van zonnepanelen te realiseren. Voor grondgebonden zonnepanelen wordt gekozen vanwege het feit dat de beschikbare daken al gebruikt worden. Het aantal zonnepanelen is nog niet duidelijk en zal mede worden bepaald aan de hand van de energiebehoefte van de Flierefluiter. Een schatting gaat uit van 200 zonnepanelen. Tot slot wil men het terrein dat beoogd is voor de duurzame energieopwekking tevens gebruiken ten behoeve van het spelen. Hierbij kan worden gedacht aan een natuurbelevenispad of een speelweide.
Daarnaast wil men hier de mogelijkheid bieden om te rijden met trekker/huifkar. Hierbij is er geen sprake van het bouwen van gebouwen. Ter plaatse is dan ook geen bouwvlak aanwezig. In de volgende uitsnede (ingezoomde weergave van afbeelding 3.1) is het één en ander weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
Afbeelding 3.3
Uitsnede beoogde invulling uitbreiding (Bron: Initiatiefnemer)
Het realiseren van een brede groenstrook omzoomd langs het uit te breiden deel Aan de zuidzijde van het terrein ligt een groenstrook. In afbeelding 3.1 is de groenstrook weergegeven. Het is wenselijk deze groenstrook aan te passen tot een breedte van 15 meter, gerekend vanaf de perceelgrens van de buren. Daarnaast is het wenselijk om in de nieuwe situatie de semi-verharde paden niet meer specifiek vast te leggen. Uitzondering hierop vormt de groenstrook ter plaatse van de loods (zie afbeelding 3.1). Hier kan de 15 meter groen niet worden gehaald i.v.m. de situering van de loods en het pad. Vanwege het aanleggen van het nieuwe parkeerterrein (zie volgende kopje) zal er een groenstrook aan de westzijde aangelegd moeten worden. Het is wenselijk om de groenstrook door te trekken achter en naast (zuid- en westzijde) het terrein, zodat het gehele nieuwe terrein wordt ingepast en afgeschermd ten opzichte van de buren, zodat er geen sprake is van overlast. Deze extra groenstrook kan tevens worden aangemerkt als een groencompensatie als gevolg van de vergroting van het bouwvlak. Er zijn mogelijkheden om de benodigde investering in de groene omgeving hier plaats te laten vinden. Hierbij valt eventueel te denken aan plas-dras voorzieningen nabij de watergang. In overleg met het waterschap, zullen deze plannen concreet worden uitgewerkt.
Het centraliseren van de horeca op het terrein In de huidige situatie is de horeca uitsluitend toegestaan ter plaatse van de daarvoor opgenomen functieaanduiding. Initiatiefnemer is voornemens dit te verruimen. Het is wenselijk om op nagenoeg het gehele terrein ondersteunende horeca toe te staan, inclusief het terras aan de noordzijde van de speelschuur. Deze is al aanwezig en dient planologisch ingepast te worden. Vanuit praktisch oogpunt is dit wenselijk. De horeca-activiteiten zullen uitsluitend gericht zijn als ondersteunende activiteit van de speeltuin. Het horeca-assortiment wil men graag uitbreiden met een ‘pannenkoekenrestaurant’. De verkooppunten voor horeca zullen worden geconcentreerd. Voor het overige is het gebruiken van horeca over het gehele terrein wenselijk, om de bedrijfsvoering uitvoerbaar te laten zijn. Het is niet mogelijk en wenselijk te beperken waar BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp mensen hun consumptie kunnen nuttigen. Het is momenteel namelijk ook al de praktijk dat gasten met een hapje/drankje over het gehele terrein lopen. De horeca is gericht op de bezoekers van de Flierefluiter, het is voor ‘externen’ dus niet mogelijk om hier gebruik van te maken. Hiermee is beoogd de horeca ondergeschikt te houden. Er wordt wel alcohol zoals bier en wijn geschonken, maar dit is een hele kleine hoeveelheid. Het gros wat er verkocht wordt, is koffie en frisdrank. Het toestaan van speelvoorzieningen binnen de gehele bestemming ‘Cultuur & Ontspanning’ In het nieuwe bestemmingsplan zullen de speeltoestellen binnen de bestemming geplaatst mogen worden. Momenteel zijn de speelvoorzieningen middels een functieaanduiding op een bepaalde locatie vastgelegd. Het is wenselijk om de speelvoorzieningen overal toe te staan. Wel is er onderscheid in bouwhoogte binnen en buiten het bouwvlak. De bouwhoogte buiten het bouwvlak zal 5 meter bedragen. Voor een bepaald deel is een maximum bouwhoogte van 2 meter opgenomen. Dit is gedaan om een aangrenzend erf niet te beperken. Binnen het bouwvlak zal het 8 meter bedragen.
Het planologisch vertalen van de minicamping, doolhof en bedrijfswoning Tot slot dient te worden vermeld dat voor de bedrijfswoning, minicamping en doolhof in het verleden een omgevingsvergunning is verleend. Met onderhavig bestemmingsplan worden deze omgevingsvergunning planologisch vertaald in het bestemmingsplan, zodat er een volledig en actueel juridisch-planologisch kader ontstaat. 3.1.3
Landschappelijke inpassing
Voor het geheel is door Groenpartner Avereest een landschapsplan opgesteld. Het volledige plan is als bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Algemeen De toekomstige, nog aan te leggen beplanting langs de speelweide wordt aangesloten op de al aanwezige omliggende beplanting. Dit betekent een versterking van de huidige al aanwezige patronen, waarbij aangesloten wordt bij de uitgangspunten van het jonge ontginningslandschap. Hierdoor krijgen het erf een meer natuurlijke en karakteristieke uitstraling. Op het erf versterkt de beplanting de eenheid en daardoor de ruimtelijke kwaliteit. Om de oorspronkelijke uitstraling van het gebied in ere te herstellen wordt ook gekozen voor gebied gebonden plantsoorten. Een poel wordt gedempt. De andere poel blijft gehandhaafd Struweel Struweel bestaat vooral uit licht minnende struiken die laag blijven (bijvoorbeeld braam) of hoog uitgroeien (zoals meidoorn). Struwelen kunnen zelfstandige begroeiingen zijn of randen van houtopstanden vormen. Kenmerkend voor struwelen is de overheersing van struiken die minimaal 1 meter, maar meestal 2 tot 5 meter hoog zijn, zoals meidoorn, sleedoorn, vlier, kornoelje, grauwe wilg en braam. Verder komen in struwelen klimplanten voor als hop, kamperfoelie en bosrank. Behalve natuurlijke zijn er ook aangeplante struwelen.
Struwelen dienden vroeger vaak en fungeren soms nog steeds als perceel scheiding. Langs het perceel naar de wetering wordt voorgesteld als onder begroeiing van de bestaande bomen(wilgen) een struweel met struikvormers aan te leggen bestaande uit de volgende soorten bosplantsoen; hazelaar, Gelderse roos, vuilboom en wilde lijsterbes. De beplanting wordt doorgetrokken tot aan de wetering en is 10 meter breed. De plantafstand bedraagt 1,7 bij 1,7 meter bestaand uit 4 rijen beplanting. Kniphaag Kniphagen zijn een lintvormig element die jaarlijks één tot meerdere keren wordt gesnoeid om een beperkte omvang te behouden. Een kniphaag kan bestaan uit één of meerdere soorten struiken. Doel van deze haag is de onttrekking aan het zicht van de daar aanwezige parkeerplaatsen en speelobjecten. De minimale hoogte van de haag zal uiteindelijk 1.30 m worden. De haag zal worden beheerd als een geschoren gemengde haag die 1 keer per jaar te snoeien. Met het aanleggen van deze haag en de voorgestelde beheersvorm wordt voldaan aan de eisen die de gemeente Raalte stelt aan het aan het zicht
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp onttrekken van de parkeerplaatsen. De haag is 5 meter breed en wordt twee rijig aangeplant. Er worden 4 st struiken in een meter geplant. Gemende haag Een gemengde haag bestaat uit zowel struweel als kniphagen. Deze haag zorgt voor een hogere natuurwaarde. Meerwaarde De voorgestelde ontwikkelingen leiden tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied van Raalte. Deze meerwaarde vertaalt zich in het volgende: 1. De oude waterlopen komen weer beter tot hun recht; 2. De parkeerplaatsen en speelobjecten zijn aan het zicht onttrokken en goed ingepast in het landschap; 3. Grotere biodiversiteit; 4. Hogere natuurwaarde (gemengde haag). Eindbeeld Het eindbeeld is een ideale woonomgeving voor mens en dier, ingepast in het landschap met herstelde oude structuren met; Een recreatieterrein met bijgebouwen passend in haar omgeving; Camouflage van de parkeerplaatsen en speelvoorzieningen; Het zichtbaar houden van het landschap van het beekdal. In afbeelding 3.4 is een uitsnede van de beoogde situatie opgenomen.
Afbeelding 3.4
Uitsnede landschapsplan (Bron: Groenpartner Avereest)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Raalte beschikt over een eigen parkeernota: de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’. Deze parkeernota biedt cijfers ten aanzien van de parkeerbehoefte. Er worden geen cijfers gegeven ten aanzien van de verkeersgeneratie. Voor de berekening van de parkeerbehoefte is daarom aangesloten bij de parkeernota en voor de berekening van de verkeersgeneratie is aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’. Bij de berekening van de verkeersgeneratie hanteert het CROW een bandbreedte (minimum en maximum). In dit geval is het gemiddelde genomen. In 2019 hebben ongeveer 100.000 mensen De Flierefluiter bezocht. Afgelopen zomer (2021) waren er op drukke dagen max. ca. 1.600 bezoekers per dag.
Op jaarbasis waren er in 2021 minder mensen, dit komt door bedrijfssluiting vanwege coronamaatregelen in het voorseizoen. Op dit moment is er in het huidige bestemmingsplan geen beperking van het aantal bezoekers per dag of jaar. Het bestuur van de gemeente Raalte wil graag een beperking van de groei van De Flierefluiter, maar ook dat het bedrijf wel ontwikkelingsmogelijkheden heeft. De Flierefluiter wil in het nieuwe bestemmingsplan een maximum bezoekersaantal van 2500 per dag en 150.000 per jaar. Dit wil ze o.a. bereiken door een groter en diverser aanbod van speelvoorzieningen en activiteiten.
In dit geval is door Roelofs een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. De berekening van de parkeersituatie en de verkeersgeneratie zijn in dit onderzoek verwerkt. Het volledige onderzoek is als bijlage 3 opgenomen. De informatie in volgende paragrafen is ontleend aan dit onderzoek. 3.3.2
Uitgangspunten
Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
3.3.3
Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Raalte)1 Stedelijke zone: buitengebied Situatie parkeren
Om de parkeerbehoefte van het plan te kunnen beoordelen is in onderstaande tabel aangegeven hoeveel parkeerplaatsen voor de nieuwe situatie benodigd zijn. In dit geval wordt de functie ‘recreatie- en speelboerderij’ niet specifiek genoemd in de parkeernota. Wanneer naar de functies in de parkeernota wordt gekeken, dan kan de functie het beste worden vergeleken met de functie ‘Indoorspeeltuin (kinderspeelhal) zeer groot’. De gemeentelijke parkeernota licht deze functie als volgt toe: Zelfstandig functionerende speelgelegenheden, die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en attractiepark. Omvang groter dan 5.000 m² bvo. De grootte qua bvo is in dit geval maximaal 4.000 m2. Er is echter tevens een groot deel outdoorvoorzieningen aanwezig, op een terrein van circa 6 hectare (60.000 m2). Daarom wordt uitgegaan van de functie ‘Indoorspeeltuin (kinderspeelhal) zeer groot’. Hierna wordt de parkeerbehoefte in beeld gebracht.
1 Omgevingsadressendichtheid 2016 (Bron: CBS Statline)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp Type
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal) zeer groot Totaal
Gemiddeld aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bvo 6,4
Totaal aantal parkeerplaatsen 256 (6,4*40) 256
Omdat hier ook een deel van de activiteiten buiten plaats vinden zal de relatie met het oppervlakte bvo hier leiden tot een onderschatting van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Voor het bepalen van de verkeerskundige effecten is de maximale dag maatgevend: 2.500 bezoekers. Op basis van beschikbaar gestelde gegevens uit het boekingssysteem is de aankomst van de bezoekers en de gemiddelde bezoekduur afgeleid. Hieruit volgt dat de gemiddelde bezoekduur ca. 3,5 uur betreft. Op basis van deze gegevens is een inschatting gemaakt van de bezoekersaantallen over de dag. Omdat de Parkeernormen Raalte 2015 uitgaan van gemiddelde normen ten opzichte van de minimum en maximum waarden volgens CROW is ook hier het gemiddelde aangehouden: 3,25. Op een dag van 2.500 bezoekers zijn hiervan 1.500 tegelijkertijd aanwezig wat een maximale parkeerbehoefte 464. In het ontwerp zijn nu 470 parkeerplaatsen opgenomen, wat overeenkomt met de behoefte bij 2.500 bezoekers. Het personeel heeft een eigen parkeervoorziening, waarbij moet worden opgemerkt dat het personeel voor een groot deel bestaat uit scholieren/studenten die met de fiets komen. Maximaal 4 personeelsleden komen met de eigen auto. Schoolreisjes doen ook de Flierefluiter aan en komen met een touringcar, maximaal 8 per dag. Dit gebeurt niet op piekdagen waardoor er voldoende parkeergelegenheid is.
Bovendien neemt relatief minder parkeerruimte in. Een bus biedt plaats van ca. 50 personen en heeft een breedte van 2,55 meter breed en een lengte van ca. 14 m. Met wat ruimte om in/uit te kunnen draaien heb je hiervoor 8 haaksparkeerplaatsen nodig. Dit staat dan gelijk aan 50 personen/3,25=15 auto’s. Omdat de schoolreisjes vooraf geboekt zijn kunnen de parkeerplaatsen voor de bussen gereserveerd/afgezet worden. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er ruim voldoende parkeergelegenheid aanwezig is en daarmee voldaan wordt aan de normen volgens de parkeernota. Conclusie is dat parkeren geen problemen oplevert. 3.3.4
Situatie verkeer
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is het aantal verkeersbewegingen (heen en terug) dat wordt gegenereerd door bezoeker en medewerkers van De Flierefluiter. Bij 2.500 bezoekers komen met 770 auto’s (2.500/3,25 personen per auto) die komen en gaan wat 1.540 verkeersbewegingen op een dag geeft. Daar komen bij de verkeersbewegingen van het personeel en bevoorrading (maximaal 2x per dag), welke op 20 per dag worden ingeschat. Hiermee komt het totaal op 1.560 voertuigbewegingen per dag. Het is niet de verwachting dat het aandeel fietsverkeer zal toenemen. Momenteel zijn het met name bezoekers uit Raalte-Noord die met de fiets komen. De uitbreiding zal met name bezoekers trekken van verder weg (bijvoorbeeld Zwolle, Deventer en Nijverdal) die niet met de fiets zullen komen. De bestaande fietsenstalling zal daardoor blijven voldoen. Deze bezoekers generen verkeer op 3 ontsluitingsroutes, die na het verlaten van de N-wegen bestaan uit erftoegangswegen, extra verkeer. Deze wegen hebben, die voor het grootste deel een breedte van 4,5 à 5,0m hebben, een leefbare capaciteit van 3.000mvt/etmaal. Op basis van uitgevoerde tellingen en de berekende verkeersgeneratie blijkt dat ook na uitbreiding van de Flierefluiter op drukke dagen het verkeersaanbod hier onder de 1.750mvt/etmaal zal blijven, waarmee gesteld kan worden dat deze wegen leefbaar blijven.
Bussen moeten worden geadviseerd om via de oostelijke ontsluiting de Flierefluiter aan te rijden en te verlaten om zo maar een kort deel (1.600m) over de smalle relatief smalle wegen te rijden. Er is nu al sprake van bermschade op de ontsluitingswegen van/naar de Flierefluiter. Het veilig houden van de bermen zal in de toekomst meer onderhoud vragen als er door de wegbeheerder geen maatregelen getroffen worden. De verkeersveiligheid is in de huidige situatie al een aandachtspunt voor met name fietsverkeer. Het verkeer rijdt relatief hard (15% rijdt harder dan 75km/h) over de erftoegangswegen waar 60km/h de toegestane maximum snelheid is. Op een weg waar uitwijken door de aanwezige bomen beperkt is, kan dit tot onveilige BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp situatie leiden. Ook zonder de ontwikkeling van de Flierefluiter wordt het treffen van maatregelen om de snelheid te verlagen geadviseerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel
Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio’s
Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties
4.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). Toepasselijkheid Ladder voor duurzame verstedelijking Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. In dit geval gaat het om de uitbreiding van de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’ met circa 17.000 m2. Daarnaast is er planologisch sprake van het vergroten van de bouwmogelijkheden tot 2.200 m2 binnen dezelfde bestemming. Hiermee is er sprake van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt aan de ladder getoetst. Is er een behoefte aan de ontwikkeling? De beoogde uitbreiding is ingegeven door de wens om meer bezoekers te trekken in de dalmomenten/periode. Dit wil men creëren door meer weeronafhankelijke functies te realiseren, zoals het (indoor)waterpark en meer indoor-speelvoorzieningen in de extra bebouwing. Hierdoor wordt het bedrijf toekomstbestendiger.
De Flierefluiter betreft een gerenommeerd bedrijf die door de jaren heen steeds meer bekendheid heeft geworven. Het bedrijf is inmiddels meermaals verkozen tot leukste uitje van Overijssel door leden van de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp ANWB. Daarbij groeit het bezoekersaantal al jaren. Hiermee kan worden gesteld dat er behoefte is aan de uitbreiding van de ontwikkeling, waarmee het bedrijf een brede scala aan activiteiten kan bieden aan de gasten en tevens meer bezoekers kan trekken in de dalmomenten, wat de toekomstbestendigheid ten goede komt. Er is in voorliggend geval dan ook sprake van concrete behoefte aan de ontwikkeling. Ligt het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied? Het plangebied ligt, gelet op de hiervoor beschreven definitie, niet binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op het ruimtebeslag van deze functies in combinatie met de omgevingskwaliteiten van de omgeving van het plangebied is ook geen ruimte beschikbaar (te maken) binnen bestaande stedelijk gebied. De Flierefluiter betreft een lokaal geworteld bedrijf, die gelet op de activiteiten (speeltuin, kinderboerderij recreatie) als passend kan worden beschouwd in het buitengebied. Vanwege haar agrarisch aanverwante activiteiten (kinderboerderij) heeft het bedrijf een sterke binding met het buitengebied. In de directe omgeving komen meer recreatiebedrijven voor.
Voor dergelijke functies geldt dat het functies betreffen die in het buitengebied horen, gezien de ligging op een voormalige boerderijlocatie in een natuurrijke omgeving deel uitmaakt van de beleving en uitstraling van het bedrijf. Aanvullend wordt gesteld dat er per saldo geen sprake is van extra ruimtebeslag op het buitengebied, aangezien er een meervoud aan landschapsontsierende bebouwing dient te worden gesloopt als compensatie van de extra bouwmogelijkheden. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het Rijksbeleid. 4.1.2
Toetsing aan het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. De ontwikkeling is in overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is daarmee sprake van overeenstemming met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.1
Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •
Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.
Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 45, omgeving Hogebroeksweg 15 Ontwerp 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.