CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Raalte Kern, gronden tussen de Hartkamp en Zonnehof (locatie De Ware) ( hamerstuk)12.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Uitgangspunt is om het regenwater waar mogelijk binnen het plangebied te infiltreren waarbij overtollig hemelwater wordt afgevoerd naar het gemengde rioleringsstelsel ter plaatse van de Hartkampweg. Bij een verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan zal rekening worden met de minimaal benodigde bergingscapaciteit van 20 mm. Het gebruik van uitlogende materialen Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen worden materialen die uitlogen en het oppervlaktewatersysteem kunnen verontreinigen niet gebruikt. 4.8.5

Watertoets

Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de korte procedure kan worden doorlopen. Dit betekent dat geen belangen van het waterschap worden geraakt. Het bestemmingsplan ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt aan het waterschap toegezonden om het waterschap in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Een samenvatting van de watertoets is als Bijlage 3 opgenomen.

34

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing Archeologie De gemeente Raalte heeft het archeologiebeleid vastgelegd in een beleidsnota archeologie. Deze beleidsnota, in combinatie met de archeologische verwachtings- en beleidskaart vormen de handvatten voor het archeologiebeleid binnen de gemeente Raalte. In de beleidsnota zijn de volgende verwachtingskenmerken opgenomen: Buitengebied: Er geldt een onderzoeksplicht in gebieden met een hoge verwachting bij plangebieden groter dan 2.500 m² én bij een verstoring dieper dan 50 cm. Er geldt een onderzoeksplicht in gebieden met een middelhoge verwachting bij plangebieden groter dan 5.000 m² én bij een verstoring dieper dan 50 cm. Lage verwachting: onderzoeksplicht bij plangebieden groter dan 10 ha én bij een verstoring dieper dan 50 cm.

Bebouwde kom: Er geldt een onderzoeksplicht in gebieden met een hoge archeologische verwachting bij plangebieden groter dan 100 m² én bij een verstoring dieper dan 50 cm. Er geldt een onderzoeksplicht in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting bij plangebieden groter dan 250 m² én bij een verstoring dieper dan 50 cm. Lage verwachting: onderzoeksplicht bij plangebieden groter dan 5 ha én bij een verstoring dieper dan 50 cm. Bovenstaande is alleen geldig wanneer binnen een straal van 50 meter geen archeologische waarnemingen/vondstmeldingen bekend zijn. Archeologische waarde (AMK-terreinen): Bij terreinen waarvan de archeologische waarde bekend is, is het beleid behoud in situ. Is dit niet mogelijk dan geldt altijd een onderzoeksplicht. Vooraf wordt advies gevraagd aan de regio-archeoloog. Zoals op navolgende afbeelding is te zien is het plangebied op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart gelegen binnen de bebouwde kom in een gebied met een lage verwachting.

35

Kaartfragment archeologische verwachtingskaart (plangebied binnen rode contour) Aangezien het plangebied kleiner is dan 5 ha en op een grotere afstand dan 50 meter van een AMK-terrein is gelegen, geldt geen archeologische onderzoeksplicht. Cultuurhistorie Binnen het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle objecten. Met de ontwikkeling vindt ook geen aantasting van historische lijnen of elementen plaats. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.10 Ecologie Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten. Toetsing Door EcoTierra is in januari 2020 een quickscan flora en fauna uitgevoerd5. De conclusies uit dit onderzoek worden hierna behandeld. Het rapport van het onderzoek is als Bijlage 4 bijgevoegd.

36

Gebiedsbescherming In het kader van gebiedsbescherming is gekeken of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden of gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied is niet gelegen in een gebied dat is aangewezen in het kader van Natura 2000. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 3,3 km het Natura 2000-gebied Boetelerveld. Gezien de relatief korte afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied kan niet op voorhand worden uitgesloten dat er sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van habitatsoorten. Derhalve is in januari 2020 door Buro Ontwerp & Omgeving een AERIUS-berekening6 uitgevoerd. Het rapport van het onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd. Hieruit blijkt dat het voorgenomen initiatief, zowel in de tijdelijke fase (de bouw van de woningen) als in de permanente fase (bewoning) niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen van de omliggende Natura 2000-gebieden. Significante negatieve effecten op deze gebieden, als gevolg van het initiatief, kunnen daarmee worden uitgesloten. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden als gevolg van externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van het zijn NNN uitgesloten. Soortenbescherming Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde soorten aangetroffen. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied. Er dient wel rekening te worden gehouden met broedende vogels binnen het plangebied. Bij de start van de werkzaamheden in het broedseizoen kunnen broedende vogels worden verstoord of gedood en/of nesten worden aangetast. Hiervoor kan geen ontheffing worden aangevraagd. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of op te starten en continu door te laten lopen, worden negatieve effecten op broedvogels voorkomen. Er is dan geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden opgestart, moet een ecoloog voorafgaand aan de start het terrein nalopen op aanwezigheid van broedgevallen. Grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Binnen het plangebied kunnen een aantal algemeen voorkomende soorten voorkomen.

Voor deze soorten heeft de provincie Overijssel een vrijstelling afgegeven voor het verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat voor de werkzaamheden geen ontheffing voor deze soorten nodig is. Vleermuizen

37

Er zijn geen vaste verblijf- en/of voortplantingsplaatsen vastgesteld binnen het plangebied. Er zullen door de ingreep ook geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan. Amfibieen, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van niet-vrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Ongewervelden/overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Samengevat is er geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming indien de verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming is in dat geval niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing Verkeer Om de verkeersgeneratie te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van CROW7. De zorgwoningen kunnen hierbinnen worden gecategoriseerd als 'Serviceflat' gelegen binnen de verstedelijkingsgraad 'weinig stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Op basis van de kengetallen geldt hiervoor een aantal verkeersbewegingen van gemiddeld 2,6 per woning per dag. Dit betekent dat met de realisatie van voorliggend project (24 x 2,6 =) 62,4 verkeersbewegingen per dag extra tot stand komen. Uitgaande van twaalf reguliere woningen in de categorie 'Huur, huis, sociale huur', is de verkeersaantrekkende werking 67,2 (12 x 5,6). De ontsluiting vindt plaats via de toegangsweg De Ware op de Hartkampweg. De capaciteit van beide wegen is voldoende om het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de geplande ontwikkeling op te vangen. Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de 'Parkeernormen Raalte 2015' zoals is vastgesteld op 3 november 2015.

Hieruit volgt een parkeerbehoefte van 1,2 parkeerplaatsen per woning voor de categorie 'Aanleunwoning en serviceflat' (zone 'rest bebouwde kom'). De totale parkeerbehoefte op basis van de parkeernormen komt daarmee op (24 x 1,2 =) 28,8

38

parkeerplaatsen. Omdat de doelgroep voor de zorgwoningen naar verwachting niet over een auto zal beschikken, zal de daadwerkelijke parkeerbehoefte lager liggen. Naar verwachting zal de behoefte voor de voorgenoemde functie minder dan 20 parkeerplaatsen bedragen. Uitgaande van twaalf toekomstige reguliere woningen in de categorie 'huur, sociale huur', is de parkeerbehoefte 19,2 (12 x 1,6). Gelet op het voorgaande worden in het plangebied 29 parkeerplaatsen gerealiseerd. In beide woonsituaties bedraagt de parkeerbehoefte voor het plangebied maximaal 20 parkeerplaatsen. Hiermee is naar verwachting voor zowel de situatie van 24 zorgwoningen als twaalf reguliere woningen sprake van voldoende parkeerplaatsen voor deze functies. In de huidige situatie wordt er in het plangebied geparkeerd. Dit parkeren vindt voornamelijk plaats door medewerkers van de naastgelegen zorgorganisatie Carinova. Omdat in de omgeving sprake is van een hoge parkeerdruk, worden de 9 extra gerealiseerde parkeerplaatsen in bruikleen gegeven aan Carinova. De 9 parkeerplaatsen zijn gelegen aan de noordzijde van het plangebied. Op de navolgende afbeelding zijn deze parkeerplaatsen geel omlijnd. Daarnaast worden er ten zuidwesten van het plangebied, op het terrein van Carinova nog eens 4 extra parkeerplaatsen aangelegd. Deze parkeerplaatsen zijn op navolgende afbeelding eveneens geel omlijnd.

Hiermee worden in totaal 13 parkeerplaatsen toegevoegd voor Carinova ter compensatie van het parkeren in het huidige plangebied. Het plangebied wordt tijdelijk (tot aan realisatie van de woningen) afgesloten, waardoor parkeren in het plangebied niet langer mogelijk is. Dit biedt de mogelijkheid om te kijken wat het effect van het buiten gebruik stellen van deze parkeerruimte op de omgeving van het plangebied is. Indien dit leidt tot negatieve effecten op de parkeersituatie in de omgeving van het plangebied, dan zullen SallandWonen en Carinova er gezamenlijk voor zorgen dat er voldoende (extra) parkeerplaatsen worden aangelegd. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig in het plangebied en op het terrein van Carinova.

39

Overzicht parkeerplaatsen in en aansluitend aan het plangebied Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

40

Hoofdstuk 5

Toelichting op de planregels

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 5.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

41

5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Nadere toelichting op de regels

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan is de bestemming 'Maatschappelijk ' opgenomen. Hieronder volgt een korte toelichting op de genoemde bestemming.

42

Maatschappelijk De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en enkele ondergeschikte bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals wegen, straten, paden en parkeervoorzieningen, water en (infiltratie)groenvoorzieningen. Verder is het toegestaan om zorgwoningen binnen het bouwvlak te bouwen met een maximale bouwhoogte van 9 meter. Bij de woningen zijn ook aanbouwen en bijgebouwen bij het hoofdgebouw toegestaan. De maatvoeringseisen hiervoor zijn opgenomen in de bouwregels. Daarnaast zijn er bouwregels opgenomen voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde en overkappingen. Binnen dit bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt voor Burgemeester en wethouders om met een omgevingsvergunning maximaal twaalf reguliere woningen toe te staan. Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. 5.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

43

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Algemeen Gelet op het bepaalde in artikel 3.1 Wro moet in het kader van een bestemmingsplan onder andere inzicht worden verschaft in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In verband daarmee is eerst onderzocht of voor het onderhavige bestemmingsplan op grond van artikel 6.12, eerste lid Wro de verplichting bestaat om één of meer exploitatieplannen vast te stellen. Op grond van artikel 6.12, lid 1 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. Dit zijn de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer gebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m2 bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan van deze verplichting worden afgezien, indien (globaal) sprake is van de volgende factoren: het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is, en; het bepalen van een fasering en/of het vastleggen van locatie-eisen niet noodzakelijk is. Toetsing Tussen de gemeente SallandWonen is een anterieure overeenkomst gesloten. Het opstellen van een exploitatieplan is in dat geval niet noodzakelijk. De financiële haalbaarheid van het plan wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

6.2

Maatschappelijkeuitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg

In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Waterschap Het plan is via de watertoets afgestemd met het waterschap. Provincie Het plan is afgestemd met de provincie. De provincie is akkoord met het initiatief.

44

Directe omgeving In het voortraject heeft afstemming plaats gevonden met de directe omwonenden. Zij zijn op de hoogte van de geplande ontwikkelingen. 6.2.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan wordt voor de duur van zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzageligging in dit bestemmingsplan weergegeven.

45

Eindnoten

1. Buro Ontwerp & Omgeving, 14 april 2020, Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem en puin, De Ware te Raalte. projectnummer 3185.01 2. atlasleefomgeving.nl 3. https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ 4. Buro Ontwerp & Omgeving, 25 februari 2020, Quickscan bedrijven en milieuzonering, projectnummer 3185.01 5. EcoTierra, 20 januari 2020, Braakliggend terrein aan de Hartkampweg te Raalte, Rapportkenmerk: Q2019.019 6. Buro Ontwerp & Omgeving, 28 januari 2020, Memo effectenbeoordeling stikstofdepositie, projectnummer 3185.01 7. CROW, december 2018, Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=f4b450fb-5d93-41cb-ac58-99b45731c28e