CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) (bespreekstuk)12.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'gemengd gebied' wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' als volgt omschreven: 'Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.' De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied ligt aan de Elzenlaan waar in de omgeving naast enkele bedrijfsfuncties overwegend woonfuncties aanwezig zijn. Het gebied kan daarom worden aangemerkt als omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Onderstaande tabel geeft de richtafstanden weer voor de verschillende omgevingstypes:

Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

5.5.3

Beoordeling

Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: • •

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'Wonen' wordt niet aangemerkt als milieubelastende functie voor de omgeving, de ontwikkeling levert dan ook geen belemmeringen op met betrekking tot het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In de nabijheid van het plangebied zijn twee bedrijfsfuncties en een kantoorfunctie aanwezig. Deze functies en de bijbehorende richtafstanden zijn in de onderstaande tabel weergegeven.

Functie

Milieucategorie

Richtafstand

Kantoorfunctie Deventerstraat 43 Bedrijfsfunctie Deventerstraat 44 Bedrijfsfunctie Deventerstraat 18-22

1

10 m

Daadwerkelijke afstand (circa) 22 m

Maximaal 2

30 m

48 m

Maximaal 2

30 m

56 m

Geconcludeerd wordt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Ecologie

5.6.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 5.6.2 Gebiedsbescherming 5.6.2.1 Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk ader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet binnen of op korte afstand van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Boetelerveld’ ligt op een afstand van circa 2,8 kilometer van het plangebied. Gelet op de grote afstand zijn direct negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling zoals geluid- en lichthinder op voorhand uit te sluiten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting Om significant negatieve effecten als gevolg indirecte hinder in de vorm van stikstofdepositie uit te sluiten is door BJZ.nu een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening is gebleken dat er geen sprake is van significante stikstofdepositie op gevoelige Natura 2000-gebieden. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 2. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied behoort niet tot het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die tot NNN behoren liggen op circa 1,1 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de onderlinge afstand tot de NNN is geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. 5.6.3 Soortenbescherming 5.6.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing.

Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.6.3.2 Situatie plangebied Aangezien de bestaande bebouwing op het perceel gesloopt wordt, is een quickscan naar beschermde soorten noodzakelijk. In voorliggend geval is door BJZ.nu een quickscan flora/fauna uitgevoerd. Uit deze quickscan is gebleken dat er door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten geen vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde soorten wordt verstoord, beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. 5.6.4

Conclusie

De ecologische aspecten vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.7

Archeologie & cultuurhistorie

5.7.1 Archeologie 5.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied In voorliggend geval wordt er een bouwproject gerealiseerd groter dan 100m². Op basis van de geldende archeologische dubbelbestemming is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. In voorliggend geval is er door Laagland Archeologie een bureauonderzoek uitgevoerd naar de in het plangebied aanwezige BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting archeologische waarden. Uit dit onderzoek is gebleken dat er archeologische resten worden verwacht op de locatie. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. Hierdoor is een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek noodzakelijk. Op dit moment is het grootste deel van het plangebied verhard (betonvloeren). Daarom is het wenselijk het onderzoek uit te voeren op het moment dat de bovengrondse bebouwing is verwijderd en het terrein toegankelijk is voor booronderzoek. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze toelichting. Het verkennend booronderzoek zal na de sloop van de aanwezige bebouwing in het plangebied plaatsvinden. Gelet op het vorenstaande is er besloten om de reeds aanwezige archeologische dubbelbestemming voor het plangebied over te nemen en daarmee de onderzoeksplicht juridisch te borgen via het bestemmingsplan. 5.7.2 Cultuurhistorie 5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.

In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt met betrekking tot voorliggend plan. 5.7.3

Conclusie

Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Het aspect ‘archeologie’ dient nader onderzocht te worden ten tijde van de omgevingsvergunning voor de bouwaanvraag.

5.8

Besluit milieueffectrapportage

5.8.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • •

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r. Beoordeling gehanteerd. 5.8.2 Beoordeling 5.8.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 2,8 kilometer afstand van het plangebied. Uit de stikstofberekening is gebleken dat er geen sprake is van significante stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Er wordt geconcludeerd dat er geen sprake zal zijn van een aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit project dan ook niet noodzakelijk. 5.8.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor het voldoet aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r.

Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.beoordeling noodzakelijk. Uit jurisprudentie volgt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van de realisatie van acht woningen. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet (onevenredig) toeneemt.

Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 5.8.3

Conclusie

Dit plan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig omdat het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de voorliggend plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Beleid waterschap Drents Overijsselse Delta

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Drents Overijsselse Delta heeft in de vergadering van 7 oktober het ‘Waterbeheerplan 2016-2021’ vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema’s waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op:

• • • 6.2 6.2.1

voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Waterparagraaf Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsprocedure

Het waterschap Drents Overijsselse Delta in geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenaamde ‘korte procedure’ van de watertoets van toepassing is. De bijbehorende rapportage is als bijlage 5 van deze toelichting opgenomen. 6.2.3

Wateraspecten

Door het slopen van de bedrijfsbebouwing en het realiseren van woningen met bijbehorende erven op het perceel vindt een forse afname van het verhard oppervlak plaats. Er is dan ook voldoende onverhard oppervlak aanwezig om hemelwater in de bodem te kunnen infiltreren. Dit betreft een forse verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De nieuw te bouwen woningen zullen op het gemeentelijk rioleringsstelsel worden aangesloten. Afvalwater wordt op het gemeentelijk rioleringsstelsel afgevoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012, waarbij zoveel mogelijk is aangesloten bij de systematiek van het bestemmingsplan “Raalte Kern”. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • • • 7.2.2

Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1)

In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. •

Wijze van meten (Artikel 2)

Om op een eenduidig manier afstanden, oppervlaktes en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 7.2.3

Bestemmingsregels

Dit hoofdstuk bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in onder andere: • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte, etc.); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting • • •

7.2.4

Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen van de bebouwing; Specifieke gebruiksregels: regels omtrent toegestaan en verboden gebruik binnen de bestemming; Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarden er mag worden afgeweken van de bouwregels met betrekking tot de dakhelling; Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel

Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. •

Algemene gebruiksregels

In dit artikel wordt aangeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan en welke uitzonderingen hierop gelden. •

Algemene afwijkingsregels

In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. •

Algemene procedureregels

In dit artikel worden de algemene procedureregels beschreven. Deze regels geven aan welke procedure van toepassing is op de genoemde punten. •

Overige regels

In dit artikel worden algemene bouwregels omtrent parkeren beschreven. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Tuin (Artikel 3) De bestemming ‘Tuin’ is opgenomen ter plaatse van de beoogde voorerven en voortuinen. Hierbij is aangesloten op het bestemmingsplan “Raalte Kern” waarbij omliggende woonpercelen eveneens een tuinbestemming hebben ter plaatse van het voorerf. Gronden met de bestemming ’Tuin’ zijn bestemd voor tuinen, verhardingen, erven, erkers, terreinen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Daaraan ondergeschikt zijn in- en uitritten, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, (infiltratie)groenvoorzieningen en water

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting toegestaan. In de bouwregels is opgenomen dat binnen de tuinbestemming geen gebouwen mogen worden gebouwd. Verkeer – Verblijfsgebied (Artikel 4) De bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ is opgenomen ter plaatse van de beoogde parkeerplaatsen, garageboxen en in- en uitritten gelegen achter de woonpercelen. Daarnaast is ter plaatse van de beoogde garageboxen de aanduiding ‘garage’ opgenomen. Hierbij is aangesloten op het bestemmingsplan “Raalte Kern” waarbij omliggende verkeersvoorzieningen eveneens zijn aangeduid met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied. Gronden met de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ zijn aangewezen voor woonstraten, pleinen, paden, garages, voet- en rijwielpaden en -tunnels. Binnen de bouwregels is opgenomen dat garageboxen enkel gebouwd mogen worden ter plaatse van de aanduiding ‘garage’ en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. Wonen - 2 (Artikel 5) De bestemming 'Wonen-2' is opgenomen ter plaatse van de bouwlocatie voor de nieuw te bouwen woningen. Gronden met de bestemming 'Wonen - 2' zijn bestemd voor wonen, eventueel in combinatie met ruimte voor een beroep en/of bedrijf aan huis met de daarbijbehorende aanbouwen, bijgebouwen, tuinen, erven, terreinen en bouwwerken. Hierbij is aangesloten op de omliggende woonpercelen die eveneens voorzien zijn van de bestemming ‘Wonen – 2’.

Ter plaatse van de gestapelde woning is de aanduiding ‘gestapeld opgenomen en ter plaatse van de rijwoningen is de aanduiding ‘aaneengebouwd’ opgenomen. De bouwregels voor ‘Wonen – 2’ zijn gewijzigd ten opzichte van het geldend bestemmingsplan “Raalte Kern” op de volgende punten: -

-

-

De minimale dakhelling van hoofdgebouwen is gewijzigd van 25 graden naar 15 graden, zodat het lessenaarsdak van de gestapelde woning met de beoogde dakhelling mogelijk kan worden gemaakt. De aanduiding “bijgebouw” is toegevoegd ter plaatse van het bijgebouw bij de gestapelde woning. Via deze manier zijn is het bijgebouw op de beoogde locatie (minder dan 3 meter achter de voorgevel) toegestaan. De minimale dakhelling voor aanbouwen en bijgebouwen is gewijzigd van 25 graden naar 0 graden, zodat bijgebouwen met een plat dak gebouwd kunnen worden.

Waarde – Archeologische verwachtingswaarde (Artikel 6) Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat er archeologische resten worden verwacht op de locatie Hierdoor is een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek noodzakelijk. Het verkennend booronderzoek zal na de sloop van de aanwezige bebouwing in het plangebied plaatsvinden. Gelet op het vorenstaande is er besloten om de reeds aanwezige archeologische dubbelbestemming voor het plangebied onverkort over te nemen en daarmee de onderzoeksplicht juridisch te borgen via het bestemmingsplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarmee de economische uitvoerbaarheid is verzekerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting

HOOFDSTUK 9 9.1

VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Het plan wordt in kader van vooroverleg naar de Provincie Overijssel toegezonden. 9.1.3

Waterschap Drents-Overijsselse Delta

In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde korte procedure van de watertoets wordt toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. Het vooroverleg met het waterschap is hiermee afgerond.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval is afgezien van het gebruik maken van een voorontwerpbestemmingsplan.

9.3

Zienswijzen

Deze paragraaf wordt nader ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) Toelichting

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1

Bodemonderzoek

Bijlage 2

AERIUS-berekening

Bijlage 3

Quickscan flora fauna

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

Bijlage 5

Digitale watertoets

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=9dce1d22-9999-44ad-8827-110c04696331