CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan buitengebied Raalte, omgeving Holterweg 52 en 54 Heeten (hamerstuk)14.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze zorgplicht houdt in dat iedereen 'voldoende zorg' in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.

4.2.2

Gebiedsbescherming

Niet stikstof-gerelateerde effecten Op ongeveer 4 km afstand liggen de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden het Boetelerveld en de Sallandse Heuvelrug. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 34

tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een stikstofberekening is noodzakelijk voor de uitvoeringsfase van het project (sloop en nieuwbouw). Ondanks dat de woningen conform wetgeving gasloos worden gebouwd is ook voor de gebruiksfase een stikstofberekening noodzakelijk door een toename van verkeer naar het erf. Bijlage 5 Stikstofberekeninglaat zien dat de (sloop- en bouw)werkzaamheden en gebruiksfase aan de Holterweg 52/54 te Raalte geen resultaten c.q. depositieresultaten geeft boven 0,00 mol N/ha/jaar. Hiermee is een vergunning in het kader van de wet Natuurbescherming, onderdeel stikstof, niet aan de orde voor de desbetreffende werkzaamheden. De voorgenomen ontwikkeling wordt hiermee uitvoerbaar geacht.

4.2.3

Houtopstanden

Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

4.2.4

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied is niet gelegen in of naast NNN-gebied. Het NNN kent in de provincie Overijssel geen externe werking. Een nadere toetsing is daarmee niet noodzakelijk.

4.3 Archeologische waarden Archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte' (8 juni 2012) zijn dubbelbestemmingen opgenomen die de archeologische waarden in het buitengebied van Raalte borgen. Aan het plangebied is de dubbelestemming 'Waarde - Archeologie 1' toegekend. Gronden met deze bestemming zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een verwachtingszone met hoge archeologische verwachtingen. In principe is voor bouwwerkzaamheden een omgevingsvergunning met archeologisch onderzoek verplicht. Voor bouwwerken met een oppervlakte van ten hoogste 2.500m2 geldt echter een vrijstelling.

De te realiseren woningen blijven ruim onder deze grens, waardoor een archeologisch onderzoek niet benodigd is.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 35

4.4 Cultuurhistorische waarden Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen. Met het voorliggende plan worden geen cultuurhistorische waarden gesloopt of aangetast. De staat van de monumentale rietgedekte boerderij is bijzonder goed. Door de goede bouwkundige staat zijn er geen constructieve maatregelen nodig om een dubbele woonfunctie mogelijk te maken. Wel worden de wanden, vloeren en daken beter geïsoleerd. Dit kan echter zonder de buitenschil van de boerderij geweld aan te doen. Aangezien er weinig daglicht naar binnen komt in (delen van) de boerderij, is het noodzakelijk om ter plaatse van de bestaande openingen (zoals de staldeuren) glas toe te passen. Hierdoor komt er meer daglicht naar binnen, zonder dat de buitenkant van de boerderij wordt aangetast. Daarnaast worden er waarschijnlijk dakramen geplaatst die in een rustig patroon worden toegepast. De monumentale boerderij wordt dan ook in stand gehouden, waarbij de bestaande uiterlijke kenmerken in tact blijven. Zie voor meer informatie ook het beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan.

4.5 Water Het is verplicht om in elk bestemmingsplan een waterparagraaf op te nemen. In deze waterparagraaf wordt een overzicht gegeven van het beleid dat van toepassing is op het plangebied. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat in het plan mogelijkheden bestaan voor een goede waterhuishouding. Europees beleid Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater verbeterd zodat het water chemisch en ecologisch (weer) gezond wordt. Alle waterbeheerders moeten ervoor zorgen dat de waterkwaliteit in 2015 op orde is. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op stroomgebied niveau plannen opgesteld. In deze stroomgebiedplannen staan de concrete doelstellingen en maatregelen beschreven voor de verschillende stroomgebieden. Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.

De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. De provincie werkt nauw samen met Waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 36

regionale waterbeheerplannen opgesteld. De Provinciale staten hebben de wettelijke bevoegdheid tot het instellen en opheffen van waterschappen, tot regeling van hun gebied, taken, inrichting, samenstelling van hun bestuur en tot de verder reglementering van waterschappen. De manier waarop de waterschappen hun taak uitoefenen is onderhevig aan provinciaal toezicht doordat het waterbeheerplan de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoeft. Dus de provincie stelt de regels en de waterschappen doen verder de uitvoering van het waterbeheer. Waterschap Drents Overijsselse Delta Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma van waterschap Drents Overijsselse Delta beschrijft de doelen en maatregelen voor de periode 2022-2027. In het waterbeheerprogramma worden verscheidene uitdagingen geformuleerd, zoals klimaatverandering, circulaire economie, energie, milieukwaliteit, multifunctioneel ruimtegebruik en de transitie van het landelijk gebied. Er zijn verschillende doelen geformuleerd die het waterschap wil bereiken: voldoende water (kwantiteit), een goede waterkwaliteit, schoon water, waterveiligheid, duurzaamheid en verbinding met de omgeving/samenleving.

Keur en legger De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. In de gebods- en verbodsbepalingen verwijst de keur naar de legger. .

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 37

Watertoets Op grond van artikel 12 van het Besluit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen voorzien worden van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het waterschap is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie Bijlage 6 Watertoets). Uit de watertoets is gebleken dat de korte procedure van toepassing is. Dat betekent dat het waterschap akkoord gaat met het plan, mits wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de standaard waterparagraaf en eventuele aanvullende adviezen. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt niet meer dan 1500 m2 . Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Ten behoeve van het plan neemt het totale verharde oppervlak juist af, door het slopen van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Vanuit het waterschap zijn er enkele adviezen meegegeven. Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter.

Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 38

Hoofdstuk 5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Nieuwe initiatieven hebben te maken met milieuaspecten. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Geur Bedrijven en milieuzonering Vormvrije m.e.r.-beoordeling Leidingen Verkeer en parkeren

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan, waarbij functiewijziging plaatsvindt, dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Hiertoe heeft binnen het plangebied aan de Holterweg 52 en 54 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden, welke is opgenomen als bijlage (zie Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Ten behoeve van het (asbest)bodemonderzoek zijn er in totaal 26 inspectiegaten gegraven en 3 boringen verricht. Er zijn 3 monsterpunten afgewerkt met een peilbuis. Tijdens het veldwerk is gebleken dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig fijn, zwak siltig, matig humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Plaatselijk zijn ook bodemvreemde materialen aangetroffen. Met uitzondering van aangetroffen zwerfasbest, zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuizen is aangetroffen op gemiddeld 1.70 m-mv.

Uit het bodemonderzoek zijn de volgende conclusies gekomen: Gehele terrein de bovengrond (BG I, en BG III) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met zink; de ondergrond (OG I en OG II) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium, zink en 1,1,2-trichloorethaan; het grondwater (PB 2) is licht verontreinigd met barium; mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 en MM FF - 04 zijn niet verontreinigd

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 39

met asbest. In de onderzochte bodemlagen ter plekke van het gehele terrein en in het grondwater zijn daarnaast geen verontreinigingen met arseen aangetoond. Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltanklocatie (circa 10 m2) de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB A1) is licht verontreinigd met naftaleen. Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone (circa 17 m2) mengmonster MM FF - B is niet verontreinigd met asbest. Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone (circa 27 m2) mengmonster MM FF - C is niet verontreinigd met asbest. De algehele conclusie is dat er vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar is tegen de geplande bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op erve de Heege, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik als woonperceel.

5.3 Geluid 5.3.1

Algemeen

Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Deze wet heeft als doel het terugdringen van hinder als gevolg van geluid. Op basis van deze wet dient bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect geluid door de akoestische situatie te beoordelen. De geluidsbronnen die de Wet geluidhinder behandelt zijn industrielawaai, verkeerslawaai en railverkeerslawaai. Railverkeerslawaai is op deze locatie niet van toepassing, omdat er geen spoorlijnen in de nabije omgeving aanwezig zijn. De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB), dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed.

Indien de waarde wordt overschreden kan noodzakelijk kan verzocht worden naar een ontheffing, om de waarde te verhogen tot 53 dB.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 40

5.3.2

Wegverkeerslawaai

De nieuwe woningen liggen in de wettelijke geluidzone van Holterweg. Gezien de afstand van de nieuwe woningen op deze gebiedsontsluitingsweg (80 km/uur) van minstens 250 meter, is de te verwachten geluidbelasting van wegverkeer op de woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde (Lden van 48 dB) van de Wet geluidhinder. Voor de vollediheid is daarnaast de kaart 'Geluid in Nederland (Lcum)' van Atlas Leefomgeving geraadpleegd. Een uitsnede van de kaart is onderstaand weergegeven. Hieruit blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse 45 à 46 dB bedraagt. Dat betekent dat de geluidsbelasting op het erf onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB blijft en dat het plan voor wat betreft het aspect 'wegverkeerslawaai' uitvoerbaar is.

Figuur 20: Geluidsbelasting ter plaatse van het erf (circa 45-46 dB)

5.3.3

Railverkeerlawaai

Van railverkeer in de nabijheid is geen sprake.Railverkeerlawaai vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.

5.3.4

Industrielawaai

Het dichtstbij gelegen industrieterrein ligt op minimaal 950 meter van de nieuw te realiseren woningen. Deze afstand is ruim voldoende. Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmeringen voor voorliggend plan.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 41

5.3.5

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de Holterweg 52-54 er wordt voldaan aan het aspect geluid. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van drie nieuwe woningen, waarvan één wordt gerealiseerd door middel van woningsplitsing en twee woningen nieuw worden gebouwd.

Gezien ruimschoots onder de bovengrens van 1.500 woning wordt gebleven, kan worden aangenomen dat de woningen niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er ook in de toekomstige situatie sprake blijft van een aanvaardbare luchtkwaliteit.

5.5 Externe veiligheid 5.5.1

Algemeen

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport. Het doel van het veiligheidsbeleid is zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken verplicht het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en op termijn ook het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev) gemeenten en provincies bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet op de ruimtelijke ordening afstand te houden tussen gevoelige objecten (zoals woningen) en risicovolle activiteiten. Geregeld is hoe gemeenten moeten omgaan met risico's voor mensen in de omgeving van een risicobron als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de risicobron. Afstanden die aangehouden moeten worden, worden bepaald door het plaatsgebonden risico van een risicovolle activiteit. Het ijkpunt voor het groepsrisico wordt bepaald door een oriëntatiewaarde. De externe veiligheid van risicobronnen wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de risicobron.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 42

5.5.2

Risico's in de omgeving van het plangebied

Om in beeld te brengen of er in de omgeving van het plangebied aan de Holterweg 52 en 54 externe risico's aanwezig zijn, is de risicokaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd. Op de risicokaart is te zien dat er zich in de directe omgeving van het plangebied geen risico bevinden voor wat betreft externe veiligheid. Het dichtstbijzijnde risico betreft een buisleiding, welke door de ruime afstand van 600 meter geen bedreiging vormt voor het woonerf aan de Holterweg 52 en 54. Daarnaast bevindt zich op een ruime afstand van 1,3 kilometer een tankstation. Gezien de ruime afstand tussen het erf aan de Holterweg en voorgenoemde externe risicobronnen in de omgeving, vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor voorliggend plan.

Figuur 18: Uitsnede risicokaart van Atlas Leefomgeving (plangebied wit omcirkeld)

5.6 Geur In artikel 3 lid 2 Wet geurhinder en veehouder zijn minimale afstandscriteria opgenomen, tussen geurgevoelige objecten en veehouderijen.Voor dieren met een geuremissiefactor, zoals varkens, gelden maximale waarden voor geurbelasting. In een concentratiegebied buiten de bebouwde kom geldt een maximale geurbelasting van 14,0 ouE / m3. Aan de Holterweg 43 is een varkensbedrijf aanwezig. Op basis van V-Stacks berekeningen is onderzocht of deze de betreffende geurnorm ter plaatse van het erf aan de Holterweg 52 en 54 niet overschrijden in de voorgrond- en achtergrondbelasting.. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De geurbelasting van de bestaande woning Holterweg 52 en de nieuw te bouwen woningen zijn berekend met het computermodel V-Stacks Vergunning (zie Bijlage 8 Geurrapportage). De achtergrondbelasting afkomstig van de voor het bepalen van de geurbelasting relevante veehouderijen rondom de bestaande woning binnen het plangebied is maximaal 7,01 ou/m3. De achtergrondbelasting afkomstig van de voor het bepalen van de geurbelasting relevante

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 43

veehouderijen rondom de nieuw te realiseren woningen binnen het plangebied is maximaal 6,65 ou/m3. Het percentage geurgehinderden veroorzaakt door de achtergrondbelasting op de nieuw te realiseren woningen is 5 tot 10%. Het woon- en leefklimaat in deze omstandigheden is als goed aan te merken. De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Holterweg 43-45 is op de bestaande woning maximaal 4,1 ou/m3. Het percentage geurgehinderden veroorzaakt door de voorgrondbelasting op de bestaande woning is 10 tot 15%. Het woon- en leefklimaat in deze omstandigheden is als redelijk goed aan te merken. De voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij Holterweg 43-45 is op de nieuw te realsieren woningen maximaal 3,4 ou/m3. Het percentage geurgehinderden veroorzaakt door de voorgrondbelasting op de nieuw te realiseren woningen is 5 tot 10%. Het woon- en leefklimaat in deze omstandigheden is als goed aan te merken. De voorgrondbelasting afkomstig van de omliggende veehouderijen voldoet aan de maximale voorgrondbelasting van 14,0 ou/m3 waardoor deze bedrijven nog uitbreidingsmogelijkheden hebben. De uitbreidingsmogelijkheden worden niet onevenredig beperkt door het initiatief. Conlusie is dat het aspect 'Geur' dan ook geen belemmering vormt voor voorliggend plan.

5.7 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkómen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Hierin zijn voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Met het realiseren van een milieugevoelige bestemming (drie nieuwe wooneenheden) is het nodig dat milieuzonering heeft plaatsgevonden om voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds te garanderen.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 44

Relatie met de voorgenoment ontwikkeling Rond het plangebied liggen enkele (intensieve) veehouderijen. De dichtstbijzijnde veehouderijen zijn gelegen aan de Cellenweg 4, Holterweg 43 en Holterweg 50. Het bedrijf aan de Holterweg 43 betreft een intensieve veehouderij (varkens) op circa 330 meter, waarvoor een richtafstand van 200 meter geldt voor het aspect geur. Hoewel aan deze richtafstand wordt voldaan, is op verzoek van de gemeente een geuronderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat de geurbelasting op de nieuw te realiseren woningen ruimschoots onder de 4,0 ouE / m3 blijft (zie ook paragraaf 5.6 en Bijlage 8 Geurrapportage). De bedrijven aan de Cellenweg 4 en Holterweg 50 betreffen respectievelijk een veehandel en melkveehouderij. Hiervoor geldt een richtafstand 100 meter, waaraan met een afstand van 130 (Holterweg 50) en 180 meter (Cellenweg 4) minimaal wordt voldaan. Hiermee kan worden geconcludeerd dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook worden er geen bedrijven in de omgeving, met het voorgenomen plan, belemmerd in hun bedrijfsvoering.

5.8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorliggende ontwikkeling hoeft niet beschouwd te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, waarmee toetsing aan het Besluit MER derhalve niet aan de orde is. Aangezien het voorgenomen plan ook niet tot significante effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden leidt, geldt er vanuit die kant ook geen MER-plicht. Op basis van de uitkomsten in deze toelichting met betrekking tot de ligging, kenmerken en de potentiële effecten van het plan, is inzichtelijk gemaakt dat er ook geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Op de locaties, en in de directe omgevingen, worden geen bijzondere kenmerken geschaad door dit initiatief. Geconludeerd kan worden dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 45

5.9 Leidingen Ten behoeve van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse kabels en planologisch relevante leidingen. In de bodem van het plangebied liggen voor zover bekend geen primaire hoofdleidingen, die beperkend zijn voor het voorliggende plan.

5.10

Verkeer en parkeren

5.10.1 Parkeren In het voorliggende plan worden drie extra wooneenheden (waarvan twee middels nieuwbouw en één middels woningsplitsing) gerealiseerd. Op basis van de nota 'Parkeernormen Raalte 2015' geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (afgerond 3). Het erf in het plangebied (ook voor de vervangende woning) is ruim van opzet, waarmee aan de parkeernorm kan worden voldaan. Parkeren vindt plaats bij de woningen. Daarnaast zijn is er op het erf genoeg ruimte voor extra parkeerplekken voor bezoekers en dergelijke. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels.

5.10.2 Verkeer De ontwikkeling zorgt voor een beperkte toename aan woonverkeer, vanwege de realisatie van drie nieuwe wooneenheden. Echter, zijn er wegens het staken van de agrarische activiteiten in de toekomst geen verkeersbewegingen meer van (grootschalig) landbouw verkeer. Daarmee zal het totale aantal verkeersbewegingen naar verwachting afnemen of in ieder geval gelijk blijven. Het erf heeft reeds een verkeersveilige ontsluiting op de Holtwerweg, welke gehandhaafd blijft.

5.11

Conclusie

In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen met zich meebrengt.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 46

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten 6.1 Inleiding en opzet van de regels In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de juridische regeling (de regels en de verbeelding) van dit bestemmingsplan is vormgegeven. Met betrekking tot de regels en de verbeelding is aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd'. Ten aanzien van het bestemmingsplan is een viertal regels opgenomen: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en een slotregel.

6.2 Verantwoording van de regels 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen: Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Artikel 3 Wonen De bestaande woning, de nieuw te realiseren woning en bijbehorende bijgebouwen en tuinen zijn voorzien van de bestemming Wonen. De inhoudsmaat voor woningen bedraagt maximaal 750 m³, middels een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding is dit verankerd. Artikel 4 Waarde - Archeologie - 1 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' is heeft betrekking op de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een zone met een hoge archeologische verwachting. Artikel 5 Waarde - Landschap - 1 Deze dubbelbestemming is opgenomen voor respectievelijk de essen en de kommen.

Indien er in de agrarische bestemmingen mogelijkheden worden geboden die niet van toepassing zijn op de essen of de kommen is dat in deze artikelen aangegeven.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 47

3. Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de algemene regels: Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaren verschillen. De regeling is met name van belang met het oog op woningbouw. Artikel 7 Algemene bouwregels Dit artikel bevat een aantal algemene bouwregels. Artikel 8 Algemene gebruiksregels Naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State is gebleken dat wonen in bijgebouwen is toegestaan als dit niet expliciet is uitgesloten. Omdat dit niet gewenst is, wordt in deze gebruiksregel wonen in bijgebouwen uitgesloten. Ook zijn prostitutiebedrijven en permanente bewoning van recreatiewoningen en plattelandskamers niet toegestaan. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Algemene afwijkingsregels zijn opgenomen voor zaken die niet voor één specifieke bestemming gelden, maar in meerdere bestemmingen voorkomen en bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een aanduiding. In dit bestemmingsplan zijn o.a. algemene afwijkingsregels opgenomen voor kleinschalige windturbines. Tevens is er een afwijkingsregel opgenomen voor de herbouw van woningen buiten bestaande fundamenten.

Indien aangetoond kan worden dat aan de voorkeursgrenswaarde en de overige voorwaarden wordt voldaan, is herbouw buiten de bestaande fundamenten toegestaan. Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Naast de algemene afwijkingsregels zijn er ook algemene wijzigingsregels die in dit artikel worden beschreven. Artikel 11 Overige regels In dit artikel zijn twee overige regels opgenomen. Eén omtrent de werking van wettelijke regelingen en één omtrent het toegelaten gebruik in afwijking van de bestemming. 4. Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat de regels betreffende overgangsrecht en de slotregel. Artikel 12 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in lid 12.1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met afwijking van het bevoegd gezag. Het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik staat in artikel 12.2. Het betreft de

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 48

overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Artikel 13 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 49

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uitvoerbaarheid van het te ontwikkelen plan. De ruimtelijke uitvoerbaarheid, de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid wordt beschreven.

7.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen project past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Geconstateerd is dat er geen omgeving- en milieukundige belemmeringen zijn. Ruimtelijk is de voorgenomen ontwikkeling daarmee uitvoerbaar.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3.1

Vooroverleg

Provincie Overijssel Voorliggend plan is voorgelegd aan Provincie Overijssel. Zij hebben aangegeven in te stemmen met het plan daar het binnen het ruimtelijk beleid past. Dit advies is opgenomen in Bijlage 9 Advies Provincie Overijssel. GGD IJsselland Het bestemmingsplan is ter advies voorgelegd aan de adviseur Milieu en Gezondheid van GGD IJsselland. Zij geven aan in te stemmen met voorgenomen ontwikkeling en te attenderen op de gezondheidsrisico's door omliggende veehouderijen. Het volledige advies is opgenomen in Bijlage 10 Advies GGD. Waterschap Drents Overijsselse Delta Het voorliggende plan is afgestemd met het waterschap Drents Overijsselse Delta, door gebruik te maken van de digitale watertoets (zie paragraaf 4.5 en Bijlage 6 Watertoets). Omgeving De initiatiefnemer heeft een informatie-avond georganiseerd voor buren en belangstellenden van het erf. De avond is positief verlopen.

7.3.2

Zienswijzen

Voorliggend plan zal voor een periode van 6 weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode hebben belanghebbenden de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

7.4 Economische uitvoerbaarheid Het project betreft een particulier initiatief. Voor de activiteiten die worden uitgevoerd geldt dat de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk is voor de financiering van deze ontwikkelingen. Het plan leidt niet tot kosten voor de gemeente die via een exploitatieplan verhaald zouden

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 50

moeten worden. Voor de benodigde procedure worden leges geïnd en via een overeenkomst is geregeld dat alle eventuele planschade op de initiatiefnemer wordt verhaald. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid gewaarborgd. Het financiële risico van het project ligt bij de initiatiefnemer.

7.5 Conclusie Zoals uit voorgaande paragraven blijkt is het voorgenomen project ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar.

Buitengebied Raalte, part. herz. nr. 67, omgeving Holterweg 52 en 54 | Eelerwoude | 51

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c58daf45-afd7-4869-855b-709d7587ac8e