Toelichting
Tekst van het document
3.3
Bodem
Bij de herinrichting van het stationsgebied Heino zullen er significante grondroerende graafwerkzaamheden plaatsvinden aan en rondom het spoor en het emplacement. Het is daarom van belang dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit inzichtelijk wordt gemaakt. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in opdracht van ProRail door BK Ingenieurs een verkennend bodem en verhardingsonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 (zie Bijlage 7). Voor het onderzoek zijn verschillende boringen uitgevoerd. Resultaten Bodemkwaliteit Ter plaatse van de deellocaties worden in de geanalyseerde mengmonsters van de zintuiglijk schone boven- en ondergrond geen tot maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. Ter plaatse van deellocatie 4 (zie tabel 1) zijn in mengmonsters H4-MM3 en H4-MM5 sterk verhoogde gehalten PAK aangetoond. Dit betreft mengmonsters van grond met een bijmenging bestaande uit baksteen. Deze monsters zijn uitgesplitst en geanalyseerd op PAK. Hieruit volgt dat PAK enkel licht verhoogd aanwezig is. PFAS wordt niet verhoogd aangetoond boven de landelijke achtergrondwaarde. Waterbodem In de waterbodem van deellocatie H6 (zie tabel 1) wordt in het slib enkel een verhoogd gehalte zink aangetoond. Dit vormt echter geen belemmeringen voor de verwerking van het slib.
Hergebruiksmogelijkheden grond De zintuiglijk schone boven- en ondergrond ter plaatse van de deellocaties is altijd toepasbaar (lokaal indicatief klasse 'Wonen') op basis van de parameters uit het standaardpakket grond. De zintuiglijk baksteenhoudende grond ter plaatse van deellocatie 4 voldoet indicatief aan klasse 'Wonen' of 'Industrie'. Ten aanzien van PFAS voldoet de grond indicatief aan klasse 'Landbouw/natuur'. Asbest Er is zowel op het maaiveld als in de contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) visueel geen asbest aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond heeft derhalve niet plaatsgevonden. Grondwater In het grondwater worden over het algemeen licht verhoogde concentraties zware metalen (hoofdzakelijk barium) aangetoond. In peilbuis H2.002 wordt (zie tabel 1) barium matig verhoogd aangetoond. De herkomst van de licht verhoogde concentraties is onbekend. Waarschijnlijk betreft het van nature verhoogde achtergrondconcentraties. Conclusie In onderstaande tabel zijn de resultaten en conclusies weergegeven van het uitgevoerde bodemonderzoek.
32
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Tabel 1: samenvatting resultaten deellocaties
Op basis van voorliggend onderzoek worden geen verdere belemmeringen geconstateerd ten opzichte van de voorgenomen bestemmingswijziging.
3.4
Water
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is door Arcadis een Watertoets uitgevoerd, zie Bijlage 8. Het beschrijft de waterhuishoudkundige ontwerpuitgangspunten voortkomend uit het vigerend waterbeleid en de mogelijkheden die ontstaan door de aanwezige geohydrologische gebiedskenmerken. De watertoets omvat het gehele project, maar binnen dit bestemmingsplan is enkel het gedeelte van het P+R terrein van toepassing. 3.4.1
Grondwater
Het dichtstbijzijnde grondwatermeetpunt is op circa 700 meter van het plangebied gelegen, waarbij er geen grondwatermeetdata beschikbaar over de omgeving aan de noordzijde van het station. Gelet op de afstand is dit grondwaterpunt niet representatief voor het plangebied.
Figuur 17: Ligging grondwatermeetpunt
33
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Echter blijkt uit het MIPWA (grondwatermodel voor Noordoost Nederland) dat het plangebied aan de zuidzijde van het spoor op circa 0,3 m-mv ligt en circa 2,2 m-mv ter plaatse van de spoorlijn zelf. Aan de noordkant ligt de grondwaterpeil eveneens op circa 2,2 m-mv (NAP +1,9m).
3.4.2
Oppervlaktewater
Aan weerszijden van de spoorlijn lopen sloten / greppels van circa 0,3 – 0,5 m diep. Het is onbekend of dit zaksloten zijn of dat er afvoer plaatsvindt via duikers. Er loopt een peilgrens door het projectgebied. Ten noorden van de spoorlijn ligt Peilgebied 397 dat afwatert in noordwestelijke richting naar de Nieuwe Wetering (NW) via de NW.25. Ten zuiden van de spoorlijn ligt Peilgebied 461 dat eveneens afwatert naar de Nieuwe Wetering (NW). De bodemhoogte van de sloten en greppels langs de spoorlijn liggen boven het maximale peil in deze peilgebieden. De gemeente geeft aan dat er geen verbindingen tussen de verschillende peilgebieden zitten. Watergang NW.25 is een primaire watergang in beheer van het waterschap. Deze watergang loopt ten noorden van het projectgebied in westelijke richting. Er lopen geen watergangen van het waterschap door het projectgebied zelf.
Figuur 18: oppervlaktewater in en rondom het plangebied.
3.4.3
Riolering
Binnen het plangebied zelf ligt geen riolering van de gemeente. Vanaf een gebouw net ten noorden van het plangebied loopt een drukriool in noordelijke richting. In de naastgelegen Stationsweg liggen twee persleidingen Ø 90mm en een vrijverval riool Ø 250mm. 3.4.4
Ontwerpuitgangspunten
Door de Gemeente Raalte, Waterschap Drents Overijsselse Delta en ProRail zijn (ontwerp-)uitgangspunten opgesteld. In algemene zin zijn de volgende (ontwerp-)uitgangspunten gehanteerd: De minimale ontwateringsdiepte voor wegen is 0,8 meter en voor wadi's 0,5 meter. Ondergrondse infiltratievoorzieningen dienen boven de GHG gelegd te worden.
34
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
De onderwateringsdiepte, ter plaatse van het hart van het spoor, dient minimaal 1 meter te bedragen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden (het overkluizen van watergang SW.55.98) dient de ontwatering van de spoorlijn gewaarborgd te worden. Iedere zijde van het spoor dient zijn eigen water te verwerken. Het hemelwater binnen het plangebied mag niet afgevoerd worden naar het openbare riool. Het watersysteem mag maximaal 1,6/l/s/ha water afvoeren. Ten tijde van een maximale bui, 111 mm in 48 uur, mag er geen water in de woningen komen en dienen belangrijke ontsluitingswegen vrij van water te blijven. Er dient een infiltratievoorziening aangelegd te worden met een minimale berging van 80 mm voor de toename in verhard oppervlak, die binnen tevens binnen 25 uur weer beschikbaar moet zijn voor de volgende bui. Dit is een maatregel waarmee het het hemelwater het grondwater op peil houdt en/of aanvult. Voor de toename verhard oppervlak, ten zuiden van de spoorlijn en in de fiets- en voetgangerstunnel, dient er een compenserende berging aangelegd te worden. Deze berging heeft geen bergingseis van 80 mm aangezien deze berging geen overloop heeft naar een watergang. Daarnaast hebben de gemeente Raalte en ProRail ook afzonderlijk specifieke eisen aangedragen op het ontwerp.
Gemeente Raalte Bij een ontwikkeling dient 20 mm hemelwater geborgen en geïnfiltreerd worden, niet enkel over de toename verhard oppervlak maar ook bij vervanging van de bestaande verhardingen. Afwatering dient op het terrein met een oor richting het bos ten noorden van de busbaan te geschieden. Hierbij dient mogelijk de berm iets verlaagd te worden. De te dempen greppel is getoetst aan artikel 10,1 van de Keur, waaraan voldaan is aan de criteria. Er dient rekening gehouden te worden met de eisen aan vormgeving van het hemelwaterstelsel, weergegeven in de Programma van Eisen Inrichting openbare ruimte (2021). Er dient rekening gehouden te worden met de gestelde eisen aan hemelwaterriool. ProRail De afwatering van een zandperron met een tegelbestrating via wegzijging door voegen bestrating; Maatgevende regenbui van 200 l/s/ha gedurende 15 minuten.
Deze hoeveelheid water moet binnen 30 minuten zijn afgevoerd door een afvoersysteem; Hemelwaterafvoer van perronbevloering en/of een perronkap mag niet worden geloosd in de spoorbak; Perronoverkapping in een bebouwde omgeving voorzien van leidingsysteem met afvoer op bestaande hemelwaterafvoersystemen van de bebouwde omgeving; Hemelwaterafvoeren moeten inspecteerbaar en onderhoudbaar zijn, zonder invloed op de exploitatie van het spoor; Het afwateringssysteem van een perron mag geen uitspoeling van grond en taluduitspoeling veroorzaken. 100% zijdelingse oppervlakte afstroming. Afstromend water buiten baanlichaam afvoeren via watergangen of door infiltratie in de bodem. Er dient rekening gehouden te worden met water dat uit de omgeving toestroomt. De ontwateringsdiepte dient minimaal 1 meter te zijn, ter plaatse van hart spoor. Door het volgen van de voorgestelde maatregelen vormt het aspect water geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.
35
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
3.5
Geluid
Voor het aspect geluid is door Arcadis (2024) een geluidsparagraaf geschreven (zie Bijlage 9). Het nieuwe P+R-terrein van station Heino wordt ten zuiden van het station gerealiseerd en vervangt het huidige P+R-terrein aan de noordzijde. Met deze verplaatsing komt het parkeerterrein verder van de dichtstbijgelegen woning af te liggen. Het nieuwe P+R-terrein wordt gerealiseerd met een capaciteit van 66 parkeerplaatsen en wordt ingericht als een gratis P+R voorziening voor treinreizigers. Door een ruimtelijke scheiding te hanteren van tussen milieubelastende en milieugevoelige functies kan hinder voorkomen of beperkt worden. In de 'VNG-publicatie Bedrijven Milieuzonering' is voor een autoparkeerterrein een richtafstand aangegeven van 30 m tot een woning in een rustige woonwijk en van 10 m tot een woning in een gemengd gebied. De omgeving van het P+R-terrein kan beschouwd worden als een gemengd gebied vanwege de aanwezigheid van de spoorlijn Zwolle – Almelo. Aangezien de dichtstbijgelegen woning op grotere afstand van het nieuwe P+R-terrein ligt dan 10 m, wordt voldaan aan de richtafstand van VNG. In de huidige situatie heeft het bestaande P+R-terrein aan de noordkant van het spoor een capaciteit van 36 parkeerplaatsen. Het nieuwe P+R-terrein aan de zuidkant van het spoor heeft een capaciteit van 66 parkeerplaatsen.
De uitbreiding van het parkeerterrein met 30 parkeerplaatsen zal resulteren in een toename van het aantal verkeersbewegingen van/naar het P+R-terrein. Ervan uitgaande dat elke parkeerplaats 2 keer per dag wordt gebruikt en daarmee 4 ritten genereert, kan het aantal verkeersbewegingen per dag toenemen met maximaal 264 ritten op de Stationsweg tussen het huidige en nieuwe parkeerterrein. De huidige verkeersintensiteit op dit wegvak bedraagt 1.350 motorvoertuigen per etmaal. De geluidsbelasting neemt langs dit wegvak toe met maximaal 0,4 dB als gevolg van het extra verkeer. Ten noorden van de inrit naar het huidige parkeerterrein is de toename van de geluidsbelasting maximaal 0,2 dB. Een toename van de geluidsbelasting van het wegverkeer van minder dan 1 dB leidt niet tot akoestische herkenbaarheid voor omwonenden. Dit betekent dat de extra voertuigen van en naar het parkeerterrein voor het gehoor niet herkenbaar zijn ten opzichte van de andere voertuigen op de openbare weg.
3.6
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; het plan draagt 'niet in betekende mate' bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip 'niet in betekenende mate' is vastgelegd in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. Voor ontwikkelingen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor 'woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat'.
36
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
3.6.1
Onderzoek met NIBM-tool
De ontwikkeling betreft de herinrichting rondom het station, bestaande uit het verplaatsen van een busstation, K+R en de aanleg van de P+R. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn de extra verkeersbewegingen relevant. Om de situatie te beoordelen is aangenomen dat in het maatgevende jaar 2023 er 72 parkeervakken 2 maal per dag worden bezet (=288 voertuigbewegingen) en er dagelijks 200 voertuigbewegingen zijn ten behoeve van de K+R en ieder uur 2 bussen halteren tussen 6 en 23 uur (= 24 voertuigbewegingen, ca 2,5 % vrachtverkeer). Op basis van de NIBM tool draagt het plan niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (zie figuur 19).
Figuur 19: uitkomst NIM-tool verkeersgeneratie parkeren Heino
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse geïnventariseerd. Op basis van de NSL Monitoringstool blijkt dat nu en in de toekomst de luchtkwaliteit (gemeten in fijnstof; PM2,5, PM10 en stikstofdioxide; NO2) ter plaatse van het plangebied voldoet aan de gestelde grenswaarde van 25 en 40 µg/m³ voor zowel fijnstof als stikstofdioxide. Het aantal dagen dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 µg/m³ lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. Er worden geen effecten verwacht op het goede woon- en leefklimaat ten gevolge van het P+R terrein. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor voorliggende ontwikkeling.
3.7
Verkeer en parkeren
In de huidige situatie heeft het bestaande P+R-terrein van station Heino, gelegen aan de noordkant van het spoor, een capaciteit van 35 reguliere parkeerplaatsen en 1 parkeerplaats voor invaliden. In de nieuwe situatie zal aan de zuidzijde een nieuw P+R-terrein worden gerealiseerd met een capaciteit van 64 reguliere parkeerplaatsen en 2 parkeerplaatsen voor mindervaliden, een uitbreiding van 30 parkeerplaatsen. De uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen zal resulteren in een toename van het aantal verkeersbewegingen van/naar het P+R-terrein. Uitgaande dat elke parkeerplaats 2 keer per dag wordt gebruikt en daarmee 4 ritten genereert, zal het aantal verkeersbewegingen per dag met maximaal 120 ritten toenemen. De verkeersgeneratie van het P+R-terrein in de nieuwe situatie komt daarmee uit op ongeveer 260 ritten per dag. Het zuidelijke parkeerterrein zal een nieuwe aansluiting krijgen op de Stationsweg welke middels een uitritconstructie wordt vormgegeven. De Stationsweg heeft voldoende capaciteit om het aantal extra ritten te verwerken. Op het zuidelijke parkeerterrein is tevens een K+R strook voorzien. Met het ontwerp van het P&R terrein wordt rekening gehouden dat de bus voor treinvervangend vervoer zijn draaicirkel kan halen. Op deze manier wordt het mogelijk om ook op station Heino treinvervangend vervoer aan te bieden. Deze bus kan halteren op de Kiss & Ride strook.
Het P+R terrein is ingericht conform het PvE Maaiveld parkeren van NS Stations als 'Gratis P+R voorziening'. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen.
37
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
3.8
Externe veiligheid
Op basis van de Algemene Risicokaart van Nederland (bezocht op: 29-11-2022) zijn geen risicovolle objecten in het plangebied of de directe omgeving aanwezig die in het kader van externe veiligheid nader geanalyseerd moeten worden.
Figuur 20: uitsnede Algemene Risicokaart Nederland
Binnen het plangebied worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt, geproduceerd, opgeslagen of getransporteerd. Tevens worden geen nieuwe kwetsbare, beperkt kwetsbare of risicovolle objecten mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
3.9
Bedrijven- en milieuzonering
ProRail is voornemens het station van Heino her in te richten om het station te ontwikkelen tot een omgeving waarin iedereen op een logische en comfortabele manier zijn/haar weg kan vinden in de aantrekkelijke, groen ingerichte en overzichtelijke stationsomgeving, zowel in het voor- als natransport. De toekomstige ontwikkeling ziet toe op het verplaatsen van het P+R terrein naar de zuidkant, waardoor aan de noordkant een meer hoogwaardige ruimte voor fiets, bushalte en de K+R functie ontstaat. In voorliggend bestemmingsplan wordt ook een nieuwe groenstrook (met NNN waarden) mogelijk gemaakt, ter compensatie van de huidige groenstrook. Het onderdeel bedrijven- en milieuzonering is getoetst aan de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. In de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering zijn voorkeursafstanden voor geluidsgevoelige objecten opgenomen voor een autoparkeerterrein ten aanzien van geur en geluid. Volgens de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering bedraagt de voorkeursafstand voor geur 10 meter en voor geluid 30 meter. Uit onderzoek is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de gestelde voorkeursafstanden van zowel geur als geluid. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden.
38
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
3.10
Ontplofbare oorlogsresten
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een aanvullend onderzoek niet gesprongen explosieven uitgevoerd door REASeuro, zie Bijlage 10. Het onderzoek toont aan dat in de regio oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Gedurende WOII zijn binnen deelprojectlocatie A -Heino km 10.4 tot km 13.2 meerdere luchtaanvallen uitgevoerd, waarbij zowel vliegtuigbommen van 250 lb. en 500 lb. zijn afgeworpen en met boordwapens is geschoten. Ook hebben binnen dit gebied stellingen gestaan, waarin eventueel OO achtergebleven kunnen zijn. Aanwijzingen voor het gebruik van trilling gevoelige ontstekers zijn niet gevonden, waardoor alleen het ongecontroleerd toucheren, bewegen en/of deformeren van OO voorkomen dient te worden. Indien grondroerende werkzaamheden binnen op OO verdacht gebied en/of bodemlagen dienen plaats te gaan vinden, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de werkzaamheden een PRA-OO te laten uitvoeren. De PRA-OO is een bureaustudie waarin de risico ìs van de geplande grondroerende werkzaamheden in relatie tot de aan te treffen OO in kaart worden gebracht en waarbij de meest efficiënte mitigerende maatregelen worden voorgeschreven en toegelicht.
Het doel van de PRA-OO is antwoord te geven op de volgende vragen: Welke risico's ontstaan wanneer de werkzaamheden uitgevoerd worden binnen de op OO verdachte bodemlaag? Kunnen mitigerende maatregelen worden uitgevoerd, waardoor eventuele werkzaamheden in de op OO verdachte bodemlaag voorkomen kunnen worden? Wat is het advies met betrekking tot de eventueel uit te voeren detectiewerkzaamheden? Op basis van het rapport PRA-OO kan een gedegen inschatting worden gemaakt van de kosten en doorlooptijden van mitigerende maatregelen voor de uitvoeringsfase van een project en de consequenties die dit heeft voor de geplande werkzaamheden. Door het volgen van de voorgenoemde voorzorgsmaatregelen en het 'protocol aantreffen OO' vormt het aspect ontplofbare oorlogsresten geen belemmering voor de voorgenomen werkzaamheden.
3.11
Landschap
Op station Heino stap je uit midden in het groen. Het aangrenzende landgoed Rozendael zorgt voor een afwisselend decor bestaande uit landschapskamers begrenst met volwassen bossen en markante lanen. Het spoor en stationsomgeving zijn ingepakt met opgaande lineaire groenstructuren welke ook de begrenzing vormen voor de landschapskamers (weide en akkergronden). Hierdoor ligt de spoorzone veelal verscholen in het landschap. De monumentale beukenbomen langs de stationsweg verwelkomen je zoals op een landgoed. Onder het dak van de boomkronen is een overzichtelijke entreezone met vloeiende vormen ontworpen waarmee de twee nieuwe perrons toegankelijk worden gemaakt. De nieuwe zijperrons worden aan de omgevingszijde voorzien van (beuken)hagen. Hierdoor is het aanblik van de perrons groen. Door het P&R terrein naar de zuidkant te verplaatsen ontstaat er aan de noordkant een meer hoogwaardige ruimte voor fiets, bushalte en de K+R functie. De grote groenvakken worden ingezaaid met bloemrijk gras en enkele verspreid staande heesters. Nabij de entree worden ook vaste planten toegepast passend bij de schaduwrijke condities van de bomen. Het nieuwe parkeerterrein komt in de bestaande NNN-strook te liggen. De bestaande lineaire groenstructuur met bomen en struiken wordt gecompenseerd door verplaatsing en of herplant rondom het terrein.
Hierdoor treedt er geen verlies in oppervlakte op in het NNN-gebied. Voorwaarde is om de kwaliteit van het groen te verhogen met gebiedseigen soorten en een robuuste struik- en bomenlaag. De afwatering van het stationsgebied is zichtbaar door het water via een bovengronds systeem richting een natuurlijke wadi te leiden. Deze wadi vormt ook de overgang tussen het parkeerterrein, de nieuwe NNN-strook en de lagergelegen weilanden van Landgoed Rozendael. De ruimtelijke relatie tussen de noord- en zuidzijde wordt versterkt door in de middenberm van de
39
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
parkeerplaats een rij grote bomen te planten reagerend op de bestaande beukenbomen aan de noordzijde. Aan weerszijde van het spoor ontstaat hierdoor op termijn een herkenbare groenstructuur.
3.12
M.e.r.-beoordeling
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.), moet bij initiatieven voor (het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan MER-plichtig, project MER-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Er is geen sprake van een activiteit die wordt benoemd in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r., waardoor er geen sprake is van een m.e.r.-plicht. Van een m.e.r.-beoordelingsplicht is sprake als de activiteit en het te nemen besluit voldoen aan de beschrijvingen uit kolommen 1, 2 en 4 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De drempelwaarden genoemd in bijlage D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. zijn richtwaarden. Wanneer een project de in bijlage D, kolom 1, beschreven activiteiten bevat is het, ongeacht de omvang van de activiteiten, noodzakelijk om te toetsen of sprake is van een project met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Tabel 2: Relevante categoriën bijlage bij besluit m.e.r.
Categorie D2.2: niet van toepassing Er is geen sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse spoorweg waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is, of aangevraagd wordt. Categorie D11.2: niet van toepassing
40
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. hangt af van het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit mer. Dit hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Voorgenomen ontwikkeling is beperkt van aard, aangezien een grootdeel van het plangebied op dit moment al functioneert als stationsgebied. Beperkte (versnipperde) deelgebieden moeten middels voorliggend bestemmingsplan gewijzigd worden als bestemming. Het gaat hierbij om de bestemmingen Natuur (die wordt verplaatst) en Agrarisch met waarden - Landschapswaarden. Daarnaast wordt enkel het stationsgebied heringericht, waarmee de aantal treinbewegingen en busbewegingen gelijk blijven. Buiten de groenstrook met natuurwaarden (NNN) worden er geen aspecten gewijzigd, die leiden tot een grotere milieubelasting. In de paragrafen 3.1 tot en met 3.10 wordt ook onderbouwd dat er geen significante negatieve effecten op de omgeving plaatsvinden. De NNN-waarden worden binnen het plangebied in afstemming en samenwerking met de Provincie gecompenseerd, waarmee deze natuurwaarden ook voldoende worden geborgd. Tevens wordt natuurontwikkeling niet als stedelijke ontwikkeling gezien.
Hiermee hoeft voorgenomen ontwikkeling niet aangeduid te worden als stedelijk ontwikkelingsproject. Geconcludeerd kan worden dat er geen vormvrije m.e.r.- beoordeling niet benodigd is omdat de activiteit niet valt onder activiteiten benoemd in derdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
41
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Toelichting op de planregels
In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. Een actueel bestemmingsplan met een heldere regeling draagt bij aan de handhaafbaarheid van de inrichting van het plangebied en geldt als toetsingskader voor het gebruik en de bouwmogelijkheden. 4.1
Inleiding
De regels geven inhoud aan de aangegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij dit bestemmingsplan is zo veel mogelijk aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte'. Verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen, met de bijbehorende aanduidingen die in het gebied voorkomen, in beeld gebracht. Regels De opbouw van de regels is gelijk aan die van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw van de regels is als volgt: hoofdstuk 'Inleidende regels' van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de 'Begrippen' (artikel 1), waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. In artikel 2 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden; in hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn waar mogelijk flexibiliteitsbepalingen opgenomen (wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden); in hoofdstuk ‘Algemene regels’ staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, voor het hele plangebied gelden.
Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken; hoofdstuk 'Overgangs- en slotregels' van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling. 4.2
Bestemmingsregels
Navolgend wordt de bestemmingen nader toegelicht. Natuur Deze bestemming is toegekend aan nieuw te ontwikkelen natuurgebied. Dit betreft compensatiegebied voor het aantasten van NNN-gebied door de aanleg van de P+R. Binnen deze bestemming is het oprichten van gebouwen ten behoeve van de bestemming uitsluitend via een afwijkingsregel toegestaan. Verkeer - Railverkeer Naast spoorwegvoorzieningen zijn hier onder meer wegen, straten, paden, parkeervoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegelaten.
42
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1.1
Participatie
Om de omwonenden in een vroeg stadium te informeren over de plannen om het traject Zwolle-Enschede te verbeteren, zijn er voor het stationsgebied Heino bewonersavonden georganiseerd op 31 mei 2022 en 24 november 2022. Op basis van een vlekkenplan heeft dit de mogelijkheid gegeven aan lokale bewoners om mee te denken over opstellingsvarianten en inspraak te hebben waarom voor specifieke ontwerpbesluiten is gekozen. Daarnaast zijn er de tijdens het opstellen van het Referentie-ontwerp klankbordgroep avonden georganiseerd waarop de geïnteresseerden konden meedenken. Deze input is (waar mogelijk) meegenomen in de huidige ontwerpen, in de laatste klankbordgroepen is dit ook teruggekoppeld aan de omwonenden.
5.1.2
Bestemmingsplanprocedure
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro). Gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van ProRail en de gemeente zodat de uitvoering van het plan feitelijk gerealiseerd kan worden. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Hiervoor is het voorontwerpbestemmingsplan aan de gebruikelijke overlegpartners van de gemeente (namelijk de Provincie Overijssel en de Waterschap Drents Overijsselse Delta) verzonden. Inhoudelijke reacties die binnen zijn gekomen op het plan, zijn verwerkt. Vastellingsprocedure Nadat alle vooroverlegreacties bekend zijn, is het ontwerp bestemmingsplan opgesteld. Dit ontwerp bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd.
Het bestemmingsplan 'Buitengebied, P+R Heino' heeft van donderdag 22 juni 2023 tot en met woensdag 2 augustus 2023 in ontwerp ter inzage gelegen. In de periode heeft het ontwerp bestemmingsplan ter voldoening aan artikel 3.8. van de Wet op de ruimtelijke ordening voor een ieder ter inzage gelegen. Daarnaast is het ontwerp digitaal raadpleegbaar geweest via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn kon een ieder naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken aan de raad van de gemeente Raalte. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzes ingediend. De beantwoording van de zienswijze is terug te vinden in Bijlage 11. Hierin worden ook de eventuele wijzigingen op het bestemmingsplan beschreven. Het bestemmingsplan is op @@@ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling
43
bestemmingsplan Buitengebied Raalte, P+R Heino (vastgesteld)
Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
5.2
Financiële uitvoerbaarheid
In bestuurlijk overleg d.d. 2 december 2022 hebben Ministerie, Provincie, ProRail, NS en Gemeente zich garant gesteld voor het benodigde budget en de benodigde gronden. Er is voldoende budget beschikbaar om de financiële uitvoerbaarheid van het project als positief te beoordelen.
44
Arcadis Nederland B.V. www.arcadis.com