CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zwolsestraat 82 - 84 Raalte (hamerstuk)16.621 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84

Juni 2021

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84

Plannaam:

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 IMRO-nummer: NL.IMRO.0177.BP20200010-ON01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: Juni 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIEM ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 GEBIEDSBESCHRIJVING EN HUIDIGE SITUATIE ...................................... 10 2.1 2.2

GEBIEDSBESCHRIJVING ................................................................................................................................ 10 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ..................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 12 3.1 3.3

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 26 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 26 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 27 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 34 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 35 TRILLINGSHINDER....................................................................................................................................... 37

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 39 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 39 VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 42 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 42 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 42 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 43

HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 46 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 46 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 46 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 46

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 47 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

AKOESTISCH ONDERZOEK WEG- EN RAILVERKEERSLAWAAI .......................................................................... 48 ONTWERPBESCHIKKING HOGERE WAARDE ............................................................................................... 49 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 50 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 51 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 52 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK............................................................................................................... 53 TRILLINGSHINDERONDERZOEK .............................................................................................................. 54 WATERPARAGRAAF KORTE PROCEDURE .................................................................................................. 55

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie Zwolsestraat 82-84 en de tussenliggende gronden. Initiatiefnemer is voornemens twee woningen op de gronden tussen de woonpercelen Zwolsestraat 82 en 84 te realiseren op basis van het beleidsdocument ‘Erven in Beweging’. Hiervoor is ter compensatie circa 2.065 m2 aan landschapontsierende bebouwing in het buitengebied gesloopt. Deze sloopmeters zijn in de sloopbank vastgelegd. Daarnaast bestaat de wens de bouwvlakken en woonbestemmingen van de woningen aan de Zwolsestraat 82 en 84 te vergroten, zodat ter plaatse ruimere bouwmogelijkheden ontstaan. Met name wat betreft de Zwolsestraat 82 is sprake van een kleine woning met weinig uitbreidingsmogelijkheden. Met het verruimen van de bouwmogelijkheden wordt meer aangesloten bij de bouwmogelijkheden van in de omgeving aanwezige woonpercelen en woonpercelen in het buitengebied. De gewenste ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening benodigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologisch-juridische kaders om het voornemen mogelijk te maken en toont eveneens aan dat het voornemen in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan Zwolsestraat 82-84 en de tussenliggende gronden in de kern Raalte. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied indicatief met rode lijn weergegeven.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: Atlas van Overijssel)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het ‘Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84’ bestaat uit de volgende stukken: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp • •

verbeelding (tek.nr. IMRO-nummer: NL.IMRO.0177. BP20200010-ON01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologische regiem

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Raalte, Drostenkamp”, dat op 20 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Raalte. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen met daarin een globale weergave het plangebied (rode lijn). Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Raalte, Drostenkamp’ (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp 1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als ‘Groen’, ‘Tuin’ en ‘Wonen - 1’ met bouwvlak en de bouwaanduiding ´vrijstaand’. Verder geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde hoog’. Hierna wordt kort ingegaan op deze bestemmingen. Groen Gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn bestemd voor (infiltratie)groenvoorzieningen, bermen en beplanting, voet- en rijwielpaden, speelvoorzieningen, warterlopen en waterpartijen en daaraan ondergeschikte voorzieningen. Ter plaatse zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Tuin Gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, de daarbij behorende verhardingen, erven en terreinen en daaraan ondergeschikte voorzieningen. Ter plaatse mogen, met uitzondering van onder meer erkers, serres, luifels en balkons voor de voorgevel, geen gebouwen worden gebouwd. Daarnaast zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Wonen - 1 De voor ‘Wonen – 1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in vrijstaande woningen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’, al dan niet in combinatie met een beroep en/of bedrijf aan huis. Daarnaast zijn daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en aan de bestemming ondergeschikte overige voorzieningen toegestaan.

Een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd. De goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen respectievelijk niet meer dan 4 en 10 meter bedragen. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen, waaronder mede begrepen overkappingen binnen de bestemming ‘Tuin’, bij een hoofdgebouw mag niet meer dan 75 m² bedragen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van de totale bebouwing niet meer mag bedragen dan 50% van de oppervlakte van het bouwperceel. Bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken blijven buiten beschouwing: (gedeelten van) gebouwen gelegen binnen het bouwvlak meer dan 3 m van de zijdelingse perceelsgrens aan de niet aangebouwde zijde(n) van het hoofdgebouw. Waarde – Archeologische verwachtingswaarde hoog De voor ' Waarde - Archeologische verwachtingswaarde hoog ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen (basisbestemmingen), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van twee compensatiewoningen is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Daarnaast dienen de woonbestemmingen behorende bij de Zwolsestraat 82 en Zwolsestraat 84 te worden vergroot. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd om het voornemen mogelijk te maken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in de benodigde juridisch-planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de Provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

HOOFDSTUK 2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING EN HUIDIGE SITUATIE

Gebiedsbeschrijving

Het plangebied ligt binnen het gebied Drostenkamp. Het gebied Drostenkamp is een gebied dat met name aan de zuidkant een groen karakter heeft (uitloopgebied voor meerdere wijken in Raalte), waarin een aantal maatschappelijke voorzieningen en een kleine woonwijk zijn gelegen. Aan de noordzijde liggen de sportvelden, die het gebied een groen karakter geven.

2.2

Huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt aan de Zwolsestraat 82-84 en de tussenliggende gronden. Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich grasland. Aan de oostzijde bevindt zich eveneens grasland en bevindt zich de spoorlijn Zwolle – Enschede. Aan de zuidzijde wordt het plangebied door de Sportlaan begrensd. Ten westen vormt de Zwolsestraat de grens. Het plangebied zelf bestaat uit twee woonpercelen, één in het noorden (nummer 84) en één in het zuiden (nummer 82) van het plangebied. Tussen en aan de oostzijde van de beide woonpercelen bevindt zich grasland. De woonpercelen zijn beide bebouwd met een woning. Aan de Zwolsestraat 82 bevindt zich daarnaast nog een aangebouwd bijbehorend bouwwerk en een vrijstaand bijbehorend bouwwerk. Aan de Zwolsestraat 84 bevindt zich een aangebouwd bijbehorend bouwwerk. De woningen hebben elk een eigen ontsluiting op de Zwolsestraat. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie van het plangebied op een luchtfoto weergegeven. Afbeelding 2.2 bevat twee straatbeelden. De bovenste foto betreft het straatbeeld ter plaatse van de Zwolsestraat 82. De onderste foto het straatbeeld ter plaatse van de Zwolsestraat 84.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie (bron: Atlas van Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

Afbeelding 2.2 Straatbeelden huidige situatie (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

3.1

Gewenste ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Het voornemen bestaat uit de realisatie van twee woningen op de onbebouwde gronden tussen de Zwolsestraat 82 en 84 op basis van het gemeentelijke beleidsdocument ‘Erven in beweging’. Ter compensatie van de te realiseren woningen is 2.065 m2 aan landschapontsierende bebouwing in het buitengebied gesloopt. Het gaat om circa 1.390 m2 aan de Boetelerveldweg 5 te Mariënheem en circa 675 m 2 aan de Looweg 11 te Luttenberg. Daarnaast worden de bestaande bestemmings- en bouwvlakken van de woningen aan de Zwolsestraat 82 en 84 vergroot, zodat er voor deze woonpercelen flexibelere en ruimere bouwmogelijkheden ontstaan. Er zal hierbij meer aangesloten worden bij de bouwmogelijkheden zoals deze gelden voor woonpercelen in Drostenkamp. In afbeelding 3.1 is de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 3.1 Gewenste situatie (Bron: initiatiefnemer)

3.1.2

Nieuwe woonpercelen

De te realiseren woningen worden als vrijstaande woningen uitgevoerd. De woningen krijgen een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 meter en 10 meter, zoals gebruikelijk in het geldende bestemmingsplan “Raalte, Drostenkamp”. Daarbij wordt per woning voorzien in maximaal 75 m2 aan bijgebouwen. De nieuwe woonpercelen worden landschappelijk ingepast, zoals uit afbeelding 3.1 blijkt. Zo wordt het plangebied onder andere voorzien van afschermende bomenrijen aan de noord- en zuidzijde.. Daarnaast worden enkele solitaire bomen aangeplant.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp 3.1.3

Uitbreiding bestaande woonpercelen

De bestaande woonpercelen worden uitgebreid. Het woonperceel Zwolsestraat 82 wordt in zowel richting het noorden als het oosten uitgebreid. Het woonperceel Zwolsestraat 84 wordt enkel richting het noorden uitgebreid. Daarnaast worden de bouwvlakken van deze woningen vergroot. Voor het overige blijven de regels van de Wonen – 1 bestemming zoals opgenomen in bestemmingsplan “Raalte, Drostenkamp” van toepassing.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt voor de parkeerbehoefte aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’, en voor de verkeersgeneratie bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW. De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. 3.3.2

Parkeerbehoefte

In het voorliggend bestemmingsplan worden twee extra woningen mogelijk gemaakt. Op basis van de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ geldt voor deze functie de volgende parkeernorm: Woningtype Koop, vrijstaande woning

Locatie Rest bebouwde kom

Parkeernorm 2,3 p.p. waarvan 0.3 bezoekers

De extra parkeerbehoefte in het plangebied komt per woning uit op 2,3, naar boven afgerond 3 parkeerplaatsen. De nieuwe erven zijn ruim genoeg opgezet om op eigen terrein in deze parkeerbehoefte te kunnen voorzien. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels. 3.3.3

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Gekeken wordt naar de verkeersgeneratie als gevolg van voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de huidige planologische situatie. Er worden twee extra woningen toegestaan. Gezien de ondergeschiktheid wordt verwacht dat deze functies in het slechtste geval voorzien in een hele beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Qua verkeersgeneratie worden voor de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Raalte) (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom Koop, vrijstaand: gemiddelde verkeersgeneratie: 8,2 verkeersbewegingen per weekdag per woning;

Uitgaande van de bovenstaande uitgangspunten is er sprake van een toename van 16,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal als gevolg van voorgenomen ontwikkeling. Gelet op het vorenstaande is van een onevenredig toename van de verkeersbewegingen geen sprake. De Zwolsestraat beschikt over voldoende capaciteit om de (zeer) beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen veilig en vlot te kunnen afhandelen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Toename van het ruimtebeslag is een belangrijke factor en daarnaast heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat bij het realiseren van een dergelijk aantal woningen, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het realiseren van twee extra woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 4.2.2

De Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven.

Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden.

Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan Provinciaal beleid

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes (Of-Vraag) Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn artikel 2.1.5 en artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de landschappelijke inpassing conform de geldende gebiedskenmerken. Daarnaast geeft voorliggend bestemmingsplan uitvoering aan reeds verworven bouwrechten uit de sloopbank, voortkomend uit de sloop van ruim 2.000 m2 landschapontsierende bebouwing uit het buitengebied. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2, lid 1 Realisatie nieuwe woningen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft onder andere de realisatie van twee compensatiewoningen in de kern Raalte. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale (eigen) behoefte. Daarom is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap’, op de grens met het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode cirkel aangeduid.

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

“Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap” Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. “Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken” De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ Binnen de geldende ontwikkelingsperspectieven wordt ruimte geboden aan het realiseren van woonfuncties. In dit geval is sprake van het realiseren van twee woningen op basis van het gemeentelijke rood voor rood beleid. De voorgenomen ontwikkeling is vanuit ruimtelijk- en functioneel oogpunt passend op de locatie. Van belemmeringen ten aanzien van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven of andere functies is geen sprake. Verwezen wordt naar hoofdstuk 5 waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. De nieuwe woonerven worden passend in het bestaande landschap ingepast. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen.

In voorliggende situatie is vanwege de ligging in het buitengebied de ‘Stedelijke laag’ niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de "Natuurlijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen". In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’

In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Oude hoevenlandschap”. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Om de locatie op een zorgvuldige wijze in te passen is een erfinrichtingstekening opgesteld. In hoofdstuk 3 is hier al nader op ingegaan. Er wordt voorzien in het aanbrengen van groenstructuren op de perceelsgrenzen van de nieuwe woonpercelen. Hiermee wordt in voldoende mate rekening gehouden met de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Laag van de beleving’

In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Het plangebied (rode lijn) ligt in het gebiedstype ‘IJssellinie inundatieveld’. Aan dit gebiedstype zijn in de Omgevingsvisie geen uitgangspunten gekoppeld.

Afbeelding 4.5 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” Aangezien er geen uitgangspunten gelden ten aanzien van het IJssellinie inundatieveld, wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Laag van de beleving is. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveau’s. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kerkopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 4.3.1.2 Toekomstbestendige wijken en dorpen Ambitie: Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven De gemeente omarmt de verduurzamingsopgave van de wijken en dorpen en de demografische veranderingen die hier plaatsvinden. De gemeente ziet de noodzaak en kans om samen te werken aan een verbouwing van onze wijken en dorpen tot duurzame, gezonde, klimaat- en levensloopbestendige leefomgevingen. Transformatie is een kans om ruimte te geven aan nieuwe woonvormen. Gemeente Raalte als proeftuin waarin gemeente, bewoners en bedrijven samen invulling geven aan eigentijds wonen. In de gemeente Raalte kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden doordat vol wordt ingezet op diversiteit; er is ruimte voor flexibel ontwikkelen en renoveren en nieuwe manieren van collectief wonen. Er is voor ieder wat wils. Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar zijn mogelijkheden om te laten zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven.

Ontwikkelingsrichtingen De ambitie vraagt om een gemeente die de samenleving de ruimte geeft om duurzame en nieuwe woonvormen te ontwikkelen, maar ook richtinggevend en regisserend is bij ingrijpende veranderingen. Hiervoor zijn vijf ontwikkelrichtingen opgesteld. 1. 2. 3. 4. 5.

Toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaat adaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig; Flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie; Samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn; Nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern; Woningbouw voor een bovenlokale behoefte. Dorpen leefbaar houden door in elk dorp ruimte te geven voor woningbouw en bedrijvigheid zodat minimaal de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’ De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de lokale behoefte aan woningen in de kern Raalte. De te realiseren woningen worden mogelijk gemaakt op basis van het gemeentelijke woonbeleid en zijn ook in overeenstemming met de uitgangspunten uit dit beleid. Zie hiervoor ook paragraaf 4.3.2. De beoogde woningen worden gasloos uitgevoerd. Daarnaast zijn de woningen ook levensloopbestendig uit te voeren. 4.3.2

Beleidsnota Erven in beweging

4.3.2.1 Algemeen Op 21 december 2017 is de beleidsnota ‘Erven in beweging’ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. Aanleiding hiervoor zijn de veranderingen in het buitengebied van Raalte. In de periode 2012 – 2030 komt naar verwachting ca 300.000 m2 agrarische bebouwing vrij door bedrijfsbeëindiging van agrarische bedrijven. Om te voorkomen dat op grote schaal leegstand ontstaat bevat de beleidsnota ‘ Erven in beweging’ een aantal

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp aanvullende mogelijkheden/instrumenten om leegstand tegen te gaan. De gemeente Raalte zet in op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken. Anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt kan worden. Met de extra mogelijkheden die dit beleid bevat heeft een eigenaar van een erf met leegstaande gebouwen onder andere de volgende mogelijkheden: •

• • •

Naast een woning bouwen in ruil voor sloop van minimaal 850 m2 (rood voor rood regeling) ook de mogelijkheid om op een andere locatie de compensatiewoning te bouwen in ruil voor sloop van minimaal 1000 m2; Een (niet-agrarisch) bedrijf starten; Oppervlakte bijgebouwen verruimen van 100m2 naar 150 m²; Extra (bij)gebouwen bouwen bij een woning of bedrijf in ruil voor sloop van een veelvoud aan gebouwen (schuur voor schuur regeling).

4.3.2.2 Rood voor rood Met de Rood voor Rood regeling kan een woning worden gebouwd en met de opbrengst daarvan gebouwen worden gesloopt. Doel van de regeling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, door sloop van ontsierende gebouwen. Er moet minimaal 850 m² worden gesloopt om voor de bouw van een woning in aanmerking te komen. Voorwaarde is dat alle landschapontsierende gebouwen op een erf dat deelneemt aan Rood voor Rood worden gesloopt. De Rood voor Rood regeling is een instrument dat met name voor grotere bebouwingsoppervlakten een goed sloopmiddel blijft. Door de regeling op enkele punten aan te passen kan het instrument aan effectiviteit winnen en kunnen woningen worden gerealiseerd die beter aansluiten op de behoefte (zowel qua plek als qua type). De belangrijkste aanpassingen: •

• •

•

De voorwaarde dat de compensatiewoning op een slooplocatie moet worden gebouwd komt te vervallen. De woning moet wel aansluitend op bestaande bebouwing c.q. op een bestaand erf worden gebouwd. Inzet van sloopmeters uit de sloopbank is mogelijk. Er kunnen andere woningtypen worden gebouwd dan de (nu gebruikelijke) vrijstaande woningen mits deze passen in het gemeentelijk woonbeleid. Bijvoorbeeld: woonvormen met meerdere generaties op één erf, knooperven, kleinere wooneenheden in één gebouw of een tweede bedrijfswoning. De woonvorm moet qua verschijningsvorm / ontwerp passen in het buitengebied (bijv. geen rijwoningen, maar meerdere woningen in een boerderijvorm). De strikte voorwaarde dat alle (voormalige) bedrijfsgebouwen gesloopt moeten worden komt te vervallen om maatwerk mogelijk te maken. Sloop van alle landschapontsierende gebouwen op een erf blijft het uitgangspunt. In combinatie met de mogelijkheid om meer bijgebouwen bij een woning te laten staan is het mogelijk meer dan 150m2 aan bijgebouwen te laten staan, mits per saldo voldoende kwaliteitswinst wordt behaald.

4.3.2.3 Rood voor Rood woningen in het dorp Vanuit het streven om zo min mogelijk in het buitengebied te bouwen is het wenselijk om rood voor rood woningen zo veel mogelijk in, of aansluitend aan, bebouwd gebied te bouwen. In de praktijk is dit bijna nooit haalbaar omdat de grondprijzen in gebieden die aangemerkt zijn voor woningbouw te hoog zijn om RvR financieel haalbaar te maken. Gronden die in de structuurvisie voor woningbouw zijn aangemerkt en die (vanwege de teruggelopen vraag naar woningen) zijn afgeboekt naar een agrarische waarde, zijn in theorie wel geschikt als alternatieve locatie voor een Rood voor Rood woning op een erf in het buitengebied. Het is ook denkbaar dat dit beter aansluit bij woonbehoeften (niet iedereen wil buitenaf wonen). De gemeente onderzoekt of er belangstelling is om Rood voor Rood woningen in één van de dorpen terug te bouwen en of dit ook financieel haalbaar te maken is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsnota Erven in beweging Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van twee woningen ter compensatie van de inzet van reeds gesloopte meters die zijn gereserveerd in de sloopbank, op basis van de Beleidsnota Erven in beweging. De te realiseren woningen worden aan de rand van de kern Raalte gerealiseerd en voldoen daarmee aan de wens ook rood voor rood woningen in de dorpen mogelijk te maken. De woningen worden tussen twee bestaande woningen gerealiseerd en voldoen daarmee aan de eis om woningen aansluitend aan bestaande bebouwing te realiseren. Al met al wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Beleidsnota Erven in beweging. 4.3.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de hiervoor beschreven beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en trillingshinder.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

De te realiseren compensatiewoningen worden aangemerkt als nieuwe geluidsgevoelige objecten. In voorliggend geval is er een akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. In paragraaf 5.1.2.2 en 5.1.2.3 wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. 5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Vanwege een wijziging van de Wet milieubeheer gelden sinds 1 juli 2012 de zogenoemde ‘geluidproductieplafonds’ voor hoofdspoorwegen en rijkswegen. Een geluidproductieplafond geeft de toegestane geluidproductie (geluidwaarde in Lden) vanwege een weg of spoorweg aan. Hiermee wordt een onbelemmerdere groei van geluidshinder tegengegaan. Op basis van deze geluidproductieplafonds zijn de breedtes van de geluidzones gedefinieerd (artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder). De geluidzones zijn te beschouwen als aandachtsgebieden of onderzoeksgebieden.

De zonebreedte op basis van de gpp’s zijn: Hoogte gpp Gpp lager dan 56 dB Gpp tussen 56 en 61 dB Gpp tussen 61 en 66 dB Gpp tussen 66 een 71 dB Gpp tussen 71 en 74 dB Gpp hoger dan 74 dB

Breedte geluidzone 100 m 200 m 300 m 600 m 900 m 1200 m

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Raalte, Drostenkamp, partiële herziening nr. 2, Zwolsestraat omgeving 82-84 Ontwerp Het plangebied ligt nabij referentiepunt 44301, waar een gpp van 54dB geldt. De geluidszone ter plaatse bedraagt dan ook 100 meter. De te realiseren woningen liggen binnen deze geluidszone. Hiermee is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Op grond van het uitgevoerde akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de geluidsbelasting als gevolg van railverkeerslawaai hoogstens 55 dB bedraagt ter plaatse van de nieuwe woningen. Hiermee wordt aan de voorkeurswaarde van 55 dB voldaan. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft het aspect railverkeerslawaai. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=31e0dce7-1d87-4d83-9202-bb62025e763d