CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 20 januari 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Evenbelterweg 7 Raalte, omgeving Evenbelterweg 7 (hamerstuk)19.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 42, omgeving Evenbelterweg 7

September 2021

Status: Ontwerp

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 42, omgeving Evenbelterweg 7

Plannaam: Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 IMRO-nummer: NL.IMRO.0177.BP20210004-ON01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: September 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ......................................................... 9

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 3.2

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 32 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 32 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 33 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 34 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 35 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 37 GEUR ...................................................................................................................................................... 39 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 40 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 42 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 42

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 45 6.1 6.2 6.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 45 VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 45 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 47

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 48 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 48 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 48 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 49

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 51 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK & ZIENSWIJZEN ........................................ 52 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 52 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 52 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 52

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 53 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 54 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 55 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

QUICKSCAN NATUURWAARDEN ............................................................................................................ 56 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 57

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Evenbelterweg 7 in het buitengebied van Raalte bevindt zich een kwekerijbedrijf. Op het erf staan een bedrijfswoning, bedrijfsgebouw en een kassencomplex. Initiatiefnemer is voornemens te stoppen met de bedrijfsvoering en wil de bedrijfsbebouwing met een omvang van 11.784 m2 slopen en inzetten in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling (Beleidsnota Erven in Beweging). De sloopmeters geven het recht op twee compensatiebouwkavels. Eén van de compensatiekavels wordt gesitueerd aan de Evenbelterweg, ten noorden van het woonerf Evenbelterweg 9. De twee compensatiekavel wordt verkocht ten behoeve van een ontwikkeling elders, waarvoor een separatie planprocedure wordt doorlopen. De bestaande bedrijfswoning krijgt eveneens een reguliere woonfunctie. De gemeente Raalte heeft naar aanleiding van een principeverzoek ingestemd met de Rood-voor-Roodontwikkeling. Omdat de gewenste ontwikkeling niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, moet het bestemmingsplan herzien worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologisch-juridische kaders om het voornemen mogelijk te maken en toont eveneens aan dat het voornemen in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Evenbelterweg 7, in het buitengebied van de gemeente Raalte, op circa 1,7 kilometer ten westen van de kern Raalte. De indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van Raalte en de directe omgeving wordt weergegeven in de afbeelding 1.1. In de afbeelding is het plangebied indicatief aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: Pdok)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7’ bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. IMRO-nummer: NL.IMRO.0177.BP20210004-ON01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte”, inclusief 1e correctieve herziening en 2e correctieve herziening. Het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” is op 8 juni 2012 vastgesteld door de gemeenteraad en in werking getreden op 17 oktober 2012. De correctieve herzieningen zijn nadien vastgesteld. Ter plaatse van het plangebied geldt eveneens het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte geconsolideerd”, welke is geconsolideerd op 25 februari 2016. In een geconsolideerde versie van een bestemmingsplan worden alle relevante, van toepassing zijnde regels en bestemmingen binnen het betreffende bestemmingsplan weergegeven in één set van regels en op één verbeelding. Een geconsolideerd bestemmingsplan heeft echter geen juridische status. Tot slot gelden ter plaatse de bestemmingsplannen “Paraplubestemmingsplan Parkeren” (vastgesteld op 27 september 2018) en “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” (vastgesteld op 10 september 2020). Het verzamelplan voorziet in aanpassingen in de regels naar aanleiding van aanpassingen in beleid. Een verzamelplan heeft wel een juridische status. In dit geval is met name het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte” relevant. Tevens is het bestemmingsplan “Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020” relevant, aangezien daar de meest actuele regelgeving in staat.

Hierna wordt nader op de planologische situatie weergegevens via een kaartuitsnede van ruimtelijkeplannen.nl. In de volgende paragraaf worden de bestemmingen nader beschreven.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied Raalte’ (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de gronden binnen het plangebied gebied bestemd als ‘Agrarisch´. Het plangebied is daarnaast deels voorzien van een bouwvlak, waarbinnen de aanduiding ‘glastuinbouw’ geldt. Verder beschikt een deel van de gronden over de dubbelbestemmingen ‘Waarde – BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp Archeologie -2’ en ‘Waarde – Landschap – 1’. Tot slot is het gehele plangebied voorzien van de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. De gronden met een agrarische bestemming zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, waarbij in dit geval specifiek een glastuinbouwbedrijf toegestaan is. Daarnaast is er één bedrijfswoning toegestaan. Ondergeschikt zijn onder andere bed & breakfast, evenementen, extensieve dagrecreatie en kleinschalige bedrijven- en beroepen aan huis toegestaan. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’ geldt dat agrarische bouwvlakken onder voorwaarden kunnen worden vergroot. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -2’ zijn de gronden behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologische verwachtingszone met een middelhoge archeologische verwachting. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap – 1’ zijn de gronden behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van waarden die samenhangen met de essen. Het gaat hierbij om openheid en reliëf. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een compensatiewoning aan de Evenbelterweg en het gebruiken van de bestaande bedrijfswoning voor reguliere bewoning is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Een herziening van het bestemmingsplan is benodigd om het voornemen mogelijk te maken. Met voorliggend bestemmingsplan wordt voorzien in de benodigde juridisch-planologische kaders op basis waarvan de voorgenomen ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de Provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en zienswijzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED

Het plangebied ligt aan de Evenbelterweg 7 op circa 1,7 kilometer ten westen van de kern Raalte. De omgeving kenmerkt zich door het agrarische landschap met verspreid liggende agrarische erven en woonerven. De belangrijkste ruimtelijke structuurdragers betreffen de Evenbelterweg en Wijheseweg (N756). Verder bevindt zich op enige afstand ten noordoosten van het plangebied een beeldbepalende hoogspanningsleiding. Het plangebied ligt op de overgang van de Sallandse Heuvelrug naar het nattere rivierenlandschap. Het is een relatief half open gebied. Langs de wegen en rondom erven komt opgaande beplanting voor. Van oorsprong kwamen er ook hagen in het gebied voor en meer perceelgrensbeplanting. Deze zijn door de jaren heen verdwenen. Het erf aan de Evenbelterweg is een glastuinbouwbedrijf die in de tweede helft van de 20e eeuw is ontstaan. Het beslaat ruim een hectare kassen (11.784 m2) met daarvoor een schuur en bedrijfswoning. Het erf Evenbelterweg is sober en functioneel ingericht. Er is een duidelijke scheiding tussen het ‘voor’ erf met bomen en enige sierbeplanting en het achtererf dat veel functioneler is ingericht met enkele schuren. De kassen liggen vrij naakt in het landschap en kennen door hun verschijning en omvang een grote impact op de omgeving. De erven langs de Evenbelterweg liggen half open in het landschap.

Op de erven is veelal beplanting in de vorm van bomen en houtsingels aanwezig. Ook staan er in het gebied nog relicten van wat ooit houtsingels/hagen waren. De gronden ten noorden van het woonerf Evenbelterweg 9, waar de compensatiewoning wordt gebouwd zijn in gebruik voor opengrondteelt. In afbeelding 2.1 en 2.2. zijn een luchtfoto en foto’s van het plangebied opgenomen.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

Afbeelding 2.2 foto’s plangebied (Bron: De Erfontwikkelaar)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

HOOFDSTUK 3

PLANBESCHRIJVING

3.1

Gewenste ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Initiatiefnemer is voornemens te stoppen met de bedrijfsvoering van het kwekerijbedrijf aan de Evenbelterweg 7 in Raalte. Omdat er geen vervolgfunctie voor het agrarische erf is wil men de bedrijfsbebouwing met een omvang van 11.784 m2 slopen en inzetten in het kader van de Rood-voor-Roodregeling (Beleidsnota Erven in Beweging). De sloopmeters geven het recht op twee compensatiebouwkavels. Eén van de compensatiekavels wordt gesitueerd aan de Evenbelterweg, ten noorden van het woonerf Evenbelterweg 9. De tweede compensatiekavel wordt verkocht ten behoeve van een ontwikkeling elders, waarvoor een separatie planprocedure wordt doorlopen. De bestaande bedrijfswoning krijgt eveneens een reguliere woonfunctie. De rest van het plangebied wordt ingericht als agrarisch gebied. 3.1.2

Sloop

De initiatiefnemer is voornemens het kassencomplex met een omvang van 11.784 m2 te slopen. In afbeelding 3.1 zijn de te slopen gebouwen weergegeven (rood omkaderd). Zoals te zien is, worden de bestaande bedrijfswoning en bijbehorende schuur behouden.

Afbeelding 3.1 Sloopopgave (Bron: De Erfontwikkelaar)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp 3.1.3

Erfinrichting en landschap

Voor de ontwikkeling is door de Erfontwikkelaar een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing van het plangebied. Het volledige plan is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Hieronder wordt beknopt op de gemaakte keuzes ingegaan. Situering compensatiewoning Met de sloop van de kassen bestaat de mogelijkheid om op aan de Evenbelterweg één nieuwe compensatiewoning te bouwen. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat dit erf zich als eenheid met de overige erven langs de Evenbelterweg in het landschap moet blijven presenteren. Tevens moet het aansluiten op de gebiedskenmerken van de dekzandlaagten. Dat wordt deels bereikt door geen harde grenzen op het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen of andere bouwkundige elementen. Middels een afgewogen positionering van de compensatiewoning met bijgebouwen wordt het een passend ensemble, maar krijgt iedere wooneenheid wel een eigen plek. Kenmerkend is de verspringende bebouwing langs de Evenbelterweg. Daarom is gekozen om de woning haaks op de weg te situeren. Het bijgebouw daarentegen krijgt de richting van de bebouwing van de het zuidelijk gelegen erf. De nieuwe compensatiewoning zal een modern landelijke verschijning kennen. Het bijgebouw is daarbij onderdanig aan de woning.

Groenstructuur en inrichting erf Vanuit de landschapsontwikkelingsplan is het gewenst om in de dekzandlaagten de volgende kenmerken te versterken: • • • • • • • •

Open ruimtes omsloten door rechte wegen; erven met rationele opzet gekoppeld aan wegen; bebouwing gericht op weg; weg- en erfbeplantingen zijn belangrijkste ruimte vormende elementen; doorgaande structuren (weg/kanaal) passen zich aan omgeving aan, variatie open/gesloten erfbeplantingen langs lanen zijn rationeel en kennen heldere overgang van erf naar landschap; blokvormige verkaveling; erfbeplanting sluit aan bij natte karakter.

Over het algemeen zijn de erven half open, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en er is zicht op de bebouwing. De erven kennen een duidelijke clustering en worden veelal ontsloten door meerdere inritten (bijvoorbeeld schone en vuile weg, kavelpaden etc.). Op het erf worden solitaire bomen aangeplant om de verschillende erven met elkaar te verbinden. Tevens verzachten ze de volumes en maken dat de erven in elkaar overlopen. Doordat de kassen worden opgeruimd ontstaat er weer een agrarisch perceel. Deze zal langs de randen voorzien worden van perceelgrensbeplanting in de vorm van een losse rij bomen en struiken als Meidoorn/Am. Krentenboompje/ Sleedoorn. Her en der kunnen er in dit struweel enkele boomvormers worden geplant. Initiatiefnemer is voornemens om op het noordelijke perceel op termijn een voedselbos aan te leggen. Deze valt buiten dit plan en zal nader uitgewerkt worden. Wel moet rekening gehouden worden met de zonnepanelen van de noordwestelijke buren. Het is daarom niet wenselijk om de uiterste noordwesthoek te beplanten. De keuze voor de verharding op de erven moet in afstemming gemaakt worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden.

In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de inrichtingstekening weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

Afbeelding 3.2 Uitsnede erfinrichtingstekening (Bron: De Erfontwikkelaar)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. In dit geval wordt voor de parkeerbehoefte aangesloten bij de uitgangspunten uit de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’, en voor de verkeersgeneratie bij de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW. De kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. Ook de stedelijkheidsgraad is van invloed op het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen en dus op de hoogte van het parkeerkencijfer. Onder stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. In de vermelde publicatie van het CROW worden parkeerkencijfers weergegeven onderverdeeld naar functies, de stedelijke zone en de stedelijkheidsgraad. 3.2.2

Parkeerbehoefte

In het voorliggend bestemmingsplan wordt één extra woning mogelijk gemaakt. Op basis van de nota ‘Parkeernormen Raalte 2015’ geldt voor deze functie de volgende parkeernorm: Woningtype Koop, vrijstaande woning

Locatie Buitengebied

Parkeernorm 2,4 p.p. waarvan 0.3 bezoekers

De extra parkeerbehoefte in het plangebied komt daarmee uit op 2,4, naar boven afgerond 3 parkeerplaatsen. Het nieuwe erf wordt ruim genoeg opgezet om op eigen terrein in deze parkeerbehoefte te kunnen voorzien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp In afbeelding 3.2 is dit zichtbaar. De realisatie en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen is in dit bestemmingsplan geborgd middels het opnemen van specifieke parkeerregels in de planregels. Het omzetten van de agrarische bedrijfswoning aan de Evenbelterweg 7 leidt niet tot extra parkeerbehoefte. 3.2.3

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Gekeken wordt naar de verkeersgeneratie als gevolg van voorgenomen ontwikkeling ten opzichte van de huidige planologische situatie. Er worden een extra woning van toegevoegd. Een dergelijke ontwikkeling zorgt slechts voor een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Hier tegenover staat dat de agrarische bestemming voor een glastuinbouwbedrijf met bijbehorende verkeersgeneratie volledig komt te vervallen. Het nieuwe woonerf krijgt een verkeersveilige ontsluiting op de Evenbelterweg en de omliggende hebben ruim voldoende capaciteit om de geringe toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen. 3.2.4

Conclusie

De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de Rood-voor-Rood-ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie

Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel

Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Sterke en gezonde steden en regio’s

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties

4.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing aan het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In voorliggend geval gaat het om een Rood-voor-Rood-ontwikkeling in het buitengebied van Raalte. Een dergelijke ontwikkeling valt niet onder het begrip ‘Stedelijke ontwikkeling’. Daarnaast blijkt uit Afdelingsjurisprudentie dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Toename van het ruimtebeslag is een belangrijke factor en daarnaast heeft de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat bij het realiseren van een dergelijk aantal woningen, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het realiseren van één extra woning in het kader van een Rood-voor-Rood-regeling. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1

Uitgangspunten van de Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: • •

Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit.

Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 4.2.2

De Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities.

Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden.

Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan Provinciaal beleid

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes (Of-Vraag) Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn artikel 1.2.3, artikel 2.1.5, artikel 2.1.6 artikel 2.2.2 en artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1. 2.

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 In voorliggend geval gaat het om een Rood-voor-Rood-ontwikkeling waarbij per een landschapsontsierend kassencomplex wordt gesloopt. Hiervoor in de plaats wordt één compensatiewoning met bijbehorend bijgebouw gerealiseerd. Het tweede bouwrecht wordt ingezet voor een separatie ontwikkeling. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist een afname. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats op en aansluitend aan bestaande erven. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1.

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel De ontwikkeling voorziet in een toename van de ruimtelijke kwaliteit, door sloop van ontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van de nieuwe situatie (bestaand agrarisch erf en erf compensatiewoning).

Tevens wordt gesteld dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief, voldoet aan het uitvoeringsmodel en aan de provinciale vier-lagen benadering. In komende subparagraven wordt daar nader op ingegaan. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.5. Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene omgeving (lid 1) 1.

Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5. – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving (het buitengebied) van de gemeente Raalte. Deze meerwaarde vertaalt zich in: •

het slopen van landschapontsierende bebouwing; door het slopen van een kascomplex van circa 11.784 m2, neemt de hoeveelheid landschapontsierende bebouwing in het buitengebied substantieel af;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp •

het versterken van de landschappelijke kwaliteit (zie ook paragraaf 3.1), door het bestaande erf en de nieuwbouwlocatie conform de gebiedskenmerken landschappelijk in te passen;

Hiermee wordt voldaan aan het beleid van de provincie Overijssel met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsimpuls in de groene omgeving. In paragraaf 4.2.4.2 wordt beschreven dat het project past binnen de ontwikkelingsperspectieven. Artikel 2.2.2, lid 1 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 lid 1 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling wordt één compensatiewoning in het buitengebied van de gemeente Raalte gerealiseerd. Daarnaast krijgt de bestaande bedrijfswoning een reguliere woonfunctie en wordt hiermee voor een bredere doelgroep toegankelijk. De woningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en wordt gebouwd voor de lokale (eigen) behoefte. Daarom is voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.6.4 Vergunningplicht reservering Salland Diep 1. 2.

3.

4.

Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt. Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is geen sprake van onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld. Er is op basis hiervan ten behoeve van het voornemen dan ook geen vergunning noodzakelijk. Gesteld wordt dat het voornemen niet strijdig is met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de boringsvrije zone (artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening). Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: •

de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp •

agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap;

•

wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap.

Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen waarbij het plangebied via de cirkel indicatief is weergegeven.

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ In het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ is de woonfunctie een veelvoorkomende en passende functie. Met de realisatie van de voorgenomen Rood-voor-rood-ontwikkeling vindt een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitsimpuls plaats. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gestelde in ‘Ontwikkelingsperspectief’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggende situatie is vanwege de ligging in het buitengebied de ‘Stedelijke laag’ niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen. Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Natuurlijke laag" aangeduid met de gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen", zoals in afbeelding 4.3 is te zien.

Afbeelding 4.3 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp “Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’

In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Oude Hoevenlandschap”, zoals te zien is in afbeelding 4.4.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp

Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Zoals blijkt uit het ruimtelijk kwaliteitsplan is bij de nieuwe erfinrichting en situering van bebouwing aangesloten bij de gebiedskenmerken van het essen- en hoevenlandschap. Uitgangspunten zijn onder andere erven met een rationele opzet gericht op de weg en een blokvormige verkaveling. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3.

De ‘Laag van de beleving’

In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp leefomgeving te versterken. Het plangebied ligt in het gebiedstype ‘Donkerte’ en daarnaast in het ‘IJssellinie inundatieveld’. Aan dit laatste gebiedstype zijn in de Omgevingsvisie geen uitgangspunten gekoppeld.

Afbeelding 4.5 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in een toename van kunstlicht. Het kassencomplex met bijbehorende lichtuitstraling wordt gesloopt. Daarbij is een zekere lichtuitstraling inherent aan een woonfunctie. Wel zal

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiele herziening nr 42, omgeving Evenbelterweg 7 Ontwerp onnodig lichtgebruik worden voorkomen. Hiermee is het initiatief in overeenstemming met de ‘laag van beleving’. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveaus. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kerkopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. In voorliggend geval is de kernopgave voor het buitengebied relevant. 4.3.1.2 Buitengebied In de Omgevingsvisie beschrijft de gemeente Raalte haar ambities en ontwikkelrichtingen voor het buitengebied. Het buitengebied is van oudsher de plek voor landbouw. Behalve een productielandschap is het ook een plek waar rust en natuurschoon te vinden is. Dit beeld is, ook in de gemeente Raalte, aan het kantelen door de vele ontwikkelingen die op het landelijke gebied afkomen en deels met elkaar conflicteren. Denk hierbij aan ontwikkelingen in de landbouw (stoppende boeren en VAB), klimaatverandering, de opwekking van duurzame energie en recreatie en toerisme. Raalte als groen en innovatief productielandschap is de ambitie. Deze ambitie vraagt om regie, maar ook samenwerking. Hierbij zijn de volgende vijf ontwikkelingsrichtingen geformuleerd: 1. 2. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=e43a5bcc-174e-4400-82f8-494edc5f1668