CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bijlage 4 Archeologisch onderzoek Raalte Elzenlaan 3

Raadsvergadering 18 juli 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Raalte Kern, Elzenlaan (Stappenbelt) (bespreekstuk)5.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 997

Archeologisch bureauonderzoek

Elzenlaan 3, Raalte, gemeente Raalte (OV).

oktober 2022 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 997

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte (OV) Auteur: Erwin Brouwer

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: J. Wijnen Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876

© Laagland Archeologie BV, Almelo, oktober 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v3.1

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in oktober 2022 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Elzenlaan 3 te Raalte. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de huidige opstallen ten gunste van nieuwbouw. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Het plangebied ligt in een dekzandgebied, op de lagere flank of aan de voet van een zuidelijk gelegen dekzandrug. Wat noordelijker ligt een dalvormige laagte (lager gelegen gebied). Op basis van historisch landgebruik en terreininrichting kan de aanwezigheid van een plaggendek worden verondersteld. De natuurlijke bodem onder het plangebied bestaat vermoedelijk uit een veldpodzolbodem. In de omgeving zijn resten uit de Bronstijd en de Late Middeleeuwen bekend. Raalte is ontstaan in de Vroege Middeleeuwen. Het plangebied ligt aan een oude uitvalsweg, die in ieder geval tot in de Late Middeleeuwen is terug te voeren. Er zijn aanwijzingen dat de zuidwestzijde van het plangebied vanaf begin 18e eeuw bebouwing kende.

In 1832 en vermoedelijk ook daarvoor was waarschijnlijk een smederij gevestigd in dat zuidwestelijke plangebied. Dit deel van het plangebied is sindsdien vermoedelijk aldoor bebouwd gebleven tot circa 1988. Het resterende deel van het plangebied was tot ongeveer 1953 nog in gebruik als akker. Sindsdien is het geleidelijk bebouwd geraakt. Sinds ongeveer 1970 stond er een loods van een machinefabriek. In 2018 bleek illegaal onder de vloer van de loods een grote illegale wietkelder van 150 m2 te zijn gegraven. Andere verstoringen zijn – afgezien van een poerenfundering – niet bekend. Voor de periode Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen kan een middelhoge verwachting worden aangehouden. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen geldt daarbij een hoge verwachting. Voor de Nieuwe Tijd kan een zeer hoge verwachting worden aangehouden. Die verwachting geldt specifiek voor het meest westelijke plangebied langs de huidige Deventerweg. In het resterende plangebied kunnen afvalkuilen uit deze periode worden verwacht. Op basis van het booronderzoek worden archeologische resten verwacht. Indien hier bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden, is archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van verkennende boringen van toepassing. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Raalte. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. Satijn.

Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting _________________________________________________ 3 1 Inleiding ___________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek______________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 5 Administratieve gegevens __________________________________________ 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Gemeentelijk beleid _______________________________________________ 9 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 10

2 Inventarisatie_______________________________________________ 11 2.1 2.2 2.3

Inleiding _______________________________________________________ 11 Landschappelijke ontwikkeling______________________________________ 11 Archeologie ____________________________________________________ 13

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

Bekende archeologische waarden _________________________________ 13 Waarnemingen _______________________________________________ 13 AMK-terreinen ________________________________________________ 13 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 13 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 13

Historie _______________________________________________________ 15

3 Conclusie en verwachtingsmodel ________________________________ 19 3.1 3.2 3.3

Conclusie ______________________________________________________ 19 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 19 Advies ________________________________________________________ 20

literatuur ____________________________________________________ 21 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ________________________________________ 23 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ______________________________ 24 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _______________________________ 25 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _______________________ 26 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ___________ 27 BIJLAGE 6 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _____ 28 BIJLAGE 7 Verklarende woordenlijst ______________________________ 29

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte (OV). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Raalte heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Elzenlaan 3 in Raalte, gemeente Raalte (OV), zie onderstaande afbeelding.

5

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van circa 1785 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Overijssel

Gemeente

Raalte

Plaats

Raalte

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

Elzenlaan 3

Kadastrale perceelnummer(s) 1

RTE00-F-3356, - 4483

Laagland Archeologie projectnummer

EB-RAEL221

Datum conceptrapportage

10-10-2022

Datum definitief rapport

1

kadastralekaart.com 6

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

XY-coördinaten

215405/488645 215445/488620 215375/488620 215430/488590

Kaartblad

2

27F

Oppervlakte/lengte Plangebied

circa 1785 m2

Datering

Laat-Paleolithicum - Nieuwe Tijd

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5299291100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek

Opdrachtgever

BJZ.nu

Goedkeuring bevoegde overheid

nog niet beoordeeld

Bevoegde overheid

gemeente Raalte

Adviseur namens bevoegde overheid

O. Satijn

Beheer documentatie E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel grotendeels bebouwd (bedrijfshal). Het onbebouwde deel is in gebruik als tuin/plantsoen. Van de bedrijfshal zijn geen bouwtekeningen beschikbaar. Van een na 1970 aangebouwd pand zijn tekeningen aanwezig waaruit een fundering op poeren blijkt. Deze zijn ongeveer 70 cm min peil ingegraven. De poeren rusten op betonplaten met een doorsnede van ongeveer 50 cm. Vermoedelijk is bij het resterende gebouw sprake van een soortgelijke, wellicht iets zwaardere fundering. Het pand was gedurende lange tijd in gebruik als machinefabriek (Stappenbelt) en daarna als kringloopwinkel. Het pand kwam in 2018 in het landelijke nieuws doordat men vanuit een aangrenzende garagebox een tunnel had gegraven onder de oude fabriek en er vervolgens een grote ondergrondse wietplantage had aangelegd. Dit kwam aan het licht doordat de toenmalige eigenaar (Stappenbelt) merkte dat de vloer 4 cm verzakt was. De oorzaak hiervan kon niet geduid worden: onder het pand lag alleen ‘zand en een riolering’. Een aannemer maakte een gat in de vloer, waarna vervolgens een wietplantage compleet met werkende technische installaties werd ontdekt. Bij nader onderzoek werd vastgesteld dat de daders ongeveer 175 m3 zand hadden weggehaald over een oppervlakte van 150 m2.

De tunnel naar de kelder had een hoogte van 1,75 m.3 De loods heeft een omvang van 1280 m2: ongeveer 12 procent van de bodem is dus in belangrijke mate verstoord (zie onderstaande foto en https://www.youtube.com/watch?v=oAQGE2zXTY). Afgaande op de garagebox van waaruit de tunnel is gegraven is de bodem in het noordelijke en/of noordoostelijke deel van het plangebied verstoord.

3

bron: sallandcentraal.nl 8

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Afbeelding 2. graafwerkzaamheden na de vondst van de hennepkwekerij. Foto: Hissink; Bron: De Stentor.

Er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 Alle huidige bebouwing wordt gesloopt ten gunste van nieuwe woningen. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 3. Huidige situatie. Bron: pdok.nl

1.5 GEMEENTELIJK BELEID In het bestemmingsplan Raalte Kern (art 26) ligt het plangebied in een zone ‘Waarde – Archeologische verwachtingswaarde’. Archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m2. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven. Normaliter is het bestemmingsplan gebaseerd op een archeologische verwachtingskaart die een gemeente voor het eigen grondgebied heeft laten opstellen. Hier is dat kennelijk niet het geval: op de gemeentelijke verwachtingskaart (Bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een lage verwachting.

4

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.

10

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Geologisch ligt het plangebied in een zone met dekzand en overige periglaciale afzettingen, gevormd in de loop van de laatste ijstijd (Weichselien). De afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Het terrein lag hoog genoeg om aldoor vrij van veengroei van enige betekenis te zijn geweest gedurende het Holoceen. In de wijde omgeving komen geen stuwwallen of oude beekdalen voor. Op de geomorfologische kaart (0) ligt het plangebied in een uitstulpende zone met dekzandwelvingen. Deze kunnen als overgangszone worden gezien van een dekzandrug vlak ten zuiden van het plangebied naar een dalvormige laagte westelijk, noordelijk en oostelijk van het plangebied. Noordelijk van de dalvormige laagte ligt nog een dekzandrug. Dekzandruggen liggen meestal wat hoger. Door de hogere ligging is de waterhuishouding meestal beter en in veel gevallen heeft zich een podzolbodem kunnen vormen. Een dalvormige laagte is een zeer langgerekte terreindepressie die in één richting helt. Meestal zijn ze ontstaan gedurende het Weichselien. Doordat het oppervlak bevroren was, stroomde het oppervlaktewater (sneeuwsmeltwater) over het maaiveld weg en verzamelde zich daarbij in de laaggelegen delen. Geleidelijk werden hierdoor dalvormige laagten uitgesleten.

Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is veel van de oorspronkelijke morfologie verdwenen onder de huidige bebouwing. De dekzandrug ten zuiden van het plangebied is nog goed herkenbaar, evenals de dekzandrug ten noorden van het plangebied. Delen van de dalvormige laagte zijn eveneens nog herkenbaar. Onderstaande afbeelding toont een detailopname van het AHN. Ter hoogte van het plangebied zijn geen aanwijzingen voor significante ophoging of ontgrondingen te zien. De wijk ten oosten van het plangebied is duidelijk opgehoogd.

11

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Afbeelding 4. Detailopname van het plangebied op het AHN.

Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in een ongekarteerd gebied (bebouwde kom). De bodemkaart is daarom niet opgenomen in dit rapport. Voorsorterend op een beschrijving van de historische situatie (paragraaf 2.4) blijkt dat in historische tijden het plangebied overwegend in gebruik was als bouwland. In dit deel van Nederland was het vanaf ongeveer de Nieuwe Tijd gebruikelijk plaggenbemesting toe te passen als middel om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Door plaggenbemesting ontstond in de loop der tijd een dik plaggendek, vaak van 50 cm of meer. Het is aannemelijk dat in het plangebied een dergelijk plaggendek voorkomt. De oudste enkeerdgronden zijn meestal ontstaan op locaties die ook vóór het in zwang komen van plaggenbemesting al als akker in gebruik waren. Dat waren meestal relatief hooggelegen, goed ontwaterde zandgronden (dekzandruggen) die redelijk goed met de toenmalige landbouwtechnieken konden worden bewerkt. Door deze eigenschappen zijn deze gronden vaak al heel vroeg – soms al vanaf het midden-Neolithicum – in gebruik genomen als landbouwgrond. Of dat hier het geval is, is niet te zeggen. Op basis van de verkaveling en het toponiem (‘olykamp’) van de bouwlanden in het plangebied kan aangenomen worden dat het hier om een kampontginning gaat. Dat zijn meestal relatief late (17e-18e eeuwse) en kleinschalige ontginningen.

In dat geval zijn de bodemcondities mogelijk wat minder geschikt. In deze studie wordt van dit laatste uitgegaan, mede gezien het gegeven dat in het plangebied sprake is van een wat lager gelegen dekzandwelving. In dat geval is vermoedelijk onder het plaggendek een veldpodzolbodem te verwachten.

12

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 6 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plangebied zijn geen bekende waarden geregistreerd.

2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied zijn diverse waarnemingen bekend: zaakid. 2818674100 (circa 330 m N) betreft de vondst van divers aardewerk en steengoed uit de Late Middeleeuwen (complextype: bewoning incl. verdediging). De vondsten zijn gedaan op de stort naast een bouwput even ten zuidoosten van de Plaskerk en aan de rand van de voormalige Raalter Enk. zaakid. 3121742100 (circa 370 m N) betreft de vondst van een kuil met aardewerk uit de Bronstijd, twee waterputten, een afvalkuil en een oven uit de Nieuwe Tijd. Een en ander is aangetroffen tijdens een archeologische inspectie in 2000. Voor wat betreft de Bronstijd wordt een kleine nederzetting vermoed. In de Late Middeleeuwen lag de vindplaats op de rand van de Raalter Enk. Op deze locatie zijn in veldbrandovens bakstenen vervaardigd voor de bouw van stenen huizen in het dorp.

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied geen AMK-terreinen geregistreerd.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een lage verwachting op archeologische resten. Het is niet bekend waar die verwachting op gebaseerd is. Gezien de ligging aan een historische uitvalsweg die in ieder geval teruggaat tot in de Middeleeuwen, op een historische enk en in een overgangszone tussen hogere en lage zandgronden is een waardering met een lage verwachting opmerkelijk.

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 6. 13

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

zaakid. 2034593100, 2043113100 en 2071383100 (circa 485 m NO) betreffen een booronderzoek van Synthegra BV uit 2003.5 Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor alle perioden. Bij het booronderzoek is gebleken dat de bovenste 50 à 90 cm van alle boringen sterk verstoord is. Twee van de zes boringen zijn gestaakt op de puinverharding. In drie boringen is onder het verstoorde pakket nog een restant van het plaggendek waargenomen. Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. zaakid. 3990200100 (circa 420 m NW) betreft een booronderzoek van Hamaland Advies vof uit 2016.6 Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor vondsten van het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Bij het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem grotendeels intact is en bestaat uit een recente ophogingslaag met daaronder de oorspronkelijke bouwvoor en het plaggendek. Onder een van de boringen is een intacte veldpodzol aangetroffen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. zaakid. 4012215100 (circa 420 m NO) betreft een proefsleuvenonderzoek van Archeodienst Gelderland BV uit 2016.7 Hier is het booronderzoek met zaakid.

2450422100 aan vooraf gegaan. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is geconstateerd dat eventuele bewoningssporen grotendeels verdwenen zijn vanwege aftopping van de bodem. De aftopping van de bodem is vermoedelijk gebeurd tijdens landbouwactiviteiten en/of erosie in het verleden. De meeste gevonden sporen dateren uit de 17e tot vroege 19e eeuw. In een van de werkputten zijn aanwijzingen gevonden voor bewoning die ouder is, mogelijk zelfs tot de prehistorie. De gaafheid van deze sporen is echter laag. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. zaakid. 4624188100 (circa 205 m N) betreft een booronderzoek van Econsultancy BV uit 2018.8 Het onderzoek bevindt zich op 130 m ten zuiden van het plangebied. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek kunnen archeologische sporen verwacht worden van de Bronstijd tot en met de Nieuwe Tijd. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem tot aan de C-Horizont verstoord is. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. zaakid. 5213616100 (circa 365 m N) betreft een bureauonderzoek9, gevolgd door een archeologische begeleiding waarvan de resultaten nog niet bekend zijn.

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten uit de Middeleeuwen – Nieuwe tijd verwacht.

5

Bergman, Kremer, en Plasmeijer 2003

6

Van der Kuijl 2016

7

Loonen 2016

8

Holl 2018

9

Brouwer e.a., 2022 14

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

2.4 HISTORIE

Raalte is een oud esdorp. Het kerspel (kerkdorp) Raalte wordt voor het eerst genoemd in 1265.10 Het begin van het vroegmiddeleeuwse dorp is ontstaan op de plek waar nu de Plaskerk staat. Op de Hottingerkaart uit circa 1787 (zie onderstaande afbeelding) is het plangebied deels bebouwd. De voorloper van de huidige Deventerstraat is al aangegeven. Ook op een kaart van vóór 1677 komt deze voor.11 Dit was een van de oude uitvalswegen van Raalte en is waarschijnlijk eveneens tot in de Vroege Middeleeuwen terug te voeren.

Afbeelding 5. Uitsnede uit de Hottingerkaart, circa 1787. De blauwe cirkel benadert de locatie van het plangebied.

10

Er is een document bekend dat valselijk uit 1123 dateert; dit betreft een oorkonde waarin staat dat de kerk van Raalte tot dan in bezit was van ene Liafgerus. Deze persoon werd door de Duitse keizer onteigend, waarbij de Raalter kerk werd geschonken aan het kapittel van St. Lebuïnus in Deventer. Dit document betreft echter zeer waarschijnlijk een vervalsing van een eeuw later (bron: Van der Velde e.a., 2007). 11

geraadpleegd is de Transisalania Provincia vulgo van Over-Yssel van N. ten Have (bron: vu.contentdm.oclc.org). Op deze kaart komt overigens in en rondom het plangebied geen bebouwing voor. Dat is waarschijnlijk vooral te wijten aan het geringe detailniveau van deze kaart. 15

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)12 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) overwegend aangeduid als bouwland (genaamd: de Olij Kampen). In de westhoek staat een schuur, behorend bij het nabijgelegen huis met erf, eigendom van de smid Berend Hendrik Wassink. De schuur betreft vermoedelijk diens werkplaats. In 1832 werd het plangebied gerekend tot Tijenraan. Tijenraan is een samenvoeging van een gerechtsplaats (tije)13 en een voormalig stuk bos of heide dat geruimd was om het in ontginning te nemen (raan, van ‘rooien’). Op basis van een lijst van ingezetenen van de gemeente Raalte uit 1811 zijn vanaf in ieder geval 1749 smeden met de naam Wassink op deze locatie te verwachten.14 Rond 1711 wordt een Wassink woonachtig in Tijenraan genoemd. 15 Het ligt voor de hand te vermoeden dat diens domicilie ook in/grenzend aan het plangebied lag. Smederijen waren locaties waar met open vuur gewerkt werd. Dergelijke ambachten waren in verband met brandgevaar meestal aan de rand van bewoningskernen gesitueerd, of daarbuiten. De Olij Kampen waren rond 1832 eigendom van Wassink. De benaming ‘kampen’ verwijst naar een kleinschalige landbouwontginning. ‘Olij’ kan naar een raap-/koolof lijnzaadakker verwijzen.

12

bron: hisgis.nl

13

dit was een open plek, vermoedelijk op de locatie waar nu de Plaskerk staat

14

bron: raalte-historie.nl

15

bron: Yumpu.com 16

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Afbeelding 6. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Geel: hooiland, beige: bouwland, lichtgroen: weideland, donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, lichtpaars: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de topografische kaart van 1918 (zie Afbeelding 7) is het pand in de noordwesthoek verdwenen. In de zuidwesthoek lijkt nu een volwaardige woning aanwezig. Langs de Deventerstraat is voorts meer bebouwing verschenen ten opzichte van 1832. Op de kaart van 1832 is daarnaast een reliëf aangegeven, min of meer grenzend aan het zuidelijke plangebied. Dit betreft waarschijnlijk de hierboven vermelde dekzandrug. Op basis van deze topografische kaart kan verondersteld worden dat het plangebied op de lagere helling/aan de voet van deze dekzandrug ligt. Op de topografische kaart van 1970 is het plangebied voor een belangrijk deel bebouwd. Deze kaart geeft (net als de meeste topografische kaarten) nog de situatie van de voorgaande jaren aan. Het huidige pand dateert uit 1970 (of is in 1970 verbouwd).16 De woning in de zuidwesthoek is na 1988 van de kaart verdwenen.

16

bron: bagviewer.nl 17

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1918. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1970. Bron: topotijdreis.nl.

18

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE

Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het plangebied ligt in een dekzandgebied, op de lagere flank of aan de voet van een zuidelijk gelegen dekzandrug. Wat noordelijker ligt een dalvormige laagte (lager gelegen gebied). De bodemkundige situatie is niet bekend, maar op basis van historisch landgebruik en terreininrichting kan de aanwezigheid van een plaggendek worden verondersteld. De dikte hiervan is niet bekend, maar zal vermoedelijk rond 50 cm liggen. De natuurlijke bodem onder het plangebied bestaat vermoedelijk uit een veldpodzolbodem. In de omgeving zijn resten uit de Bronstijd en de Late Middeleeuwen bekend. Raalte is ontstaan in de Vroege Middeleeuwen. Het plangebied ligt aan een oude uitvalsweg, die in ieder geval tot in de Late Middeleeuwen is terug te voeren. Er zijn aanwijzingen dat de zuidwestzijde van het plangebied vanaf begin 18e eeuw bebouwing kende. Vanaf 1787 is bebouwing aldaar tamelijk zeker. Het kan niet uitgesloten worden dat de bebouwing terug gaat tot in de 17e eeuw of nog vroeger. In 1832 en vermoedelijk ook daarvoor was waarschijnlijk een smederij gevestigd in dat zuidwestelijke plangebied. Dit deel van het plangebied is sindsdien vermoedelijk aldoor bebouwd gebleven tot circa 1988. Het resterende deel van het plangebied was tot ongeveer 1953 nog in gebruik als akker. Sindsdien is het geleidelijk bebouwd geraakt.

Sinds ongeveer 1970 stond er een loods van een machinefabriek. In 2018 bleek illegaal onder de vloer van de loods een grote illegale wietkelder van 150 m2 te zijn gegraven. Andere verstoringen zijn – afgezien van een poerenfundering – niet bekend.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Voor de periode Neolithicum tot en met Late Middeleeuwen kan een middelhoge verwachting worden aangehouden. Die verwachting is gebaseerd op de landschappelijke omstandigheden: die waren waarschijnlijk geschikt voor bewoning, maar in de onmiddellijke omgeving kwamen hogergelegen gronden voor die waarschijnlijk betere mogelijkheden boden. Langs het plangebied liep een uitvalsweg die tot in ieder geval de Late Middeleeuwen is terug te voeren. Vanaf in ieder geval 1787 was het plangebied bebouwd en in 1832 was een smederij in of naast het plangebied gevestigd. Op basis kunnen bewoningsresten, sporen van ijzerbewerking, afvalkuilen en erfinrichting worden verwacht. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen geldt daarbij een hoge verwachting. Voor de Nieuwe Tijd kan een zeer hoge verwachting worden aangehouden. Die verwachting geldt specifiek voor het meest westelijke plangebied langs de huidige Deventerweg. Het resterende plangebied was in gebruik als akker. Sporen van bebouwing van voor circa 1953 zijn hier niet te verwachten. Wel kunnen afvalkuilen uit deze periode worden verwacht.

19

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).17 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, dicht onder een plaggendek. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. In het westelijke plangebied is vanaf ongeveer de 17e eeuw baksteen te verwachten. In het plangebied kunnen daarnaast resten worden verwacht die samenhangen met de smederij: grote hoeveelheden houtskool en steenkool, hamerslag, verbrande leem en afval. In het noordoostelijke plangebied is sprake van een omvangrijke en waarschijnlijk diepgaande verstoring.

3.3 ADVIES

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal minimaal zes grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten. Op dit moment is het grootste deel van het plangebied verhard (betonvloeren). We adviseren dit booronderzoek uit te voeren op het moment dat de bovengrondse bebouwing is verwijderd en het terrein toegankelijk is voor booronderzoek. We adviseren vooralsnog in het bestemmingsplan een aanduiding omtrent archeologie op te nemen. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Raalte, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer O.

Satijn Mochten bij graafwerkzaamheden op enig moment archeologische resten worden aangetroffen of resten waarvan redelijkerwijs vermoedt kan worden dat het om archeologische resten gaat, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

17

bron: Tol e.a., 2006. 20

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Bergman, W.A., Kremer, H. en Plasmeijer, D.D.F., 2003. Rapportage Aanvullende Archeologische Inventarisatie AAI De Omloop 4 t/m 10 te Raalte. Zelhem. Borsboom, A.J. en Verhagen, J.W.H.P., 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Brouwer, E.W. en A. Ponten, 2022. Bureauonderzoek Grote Markt te Raalte, gemeente Raalte (OV). Laagland archeologie rapport 867. Almelo Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Holl, J. 2014. Archeologisch onderzoek Brugstraat 2/Deventerstraat 5 & 5a te Raalte. Zwolle. Kuijl, van der, E.E.A., 2016. Bureauonderzoek en karterend booronderzoek Archeologie Plangebied Westdorplaan 25 te Raalte. Zelhem. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012.

Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 6-10-2022 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 5-10-2022 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 5-10-2022

21

Archeologisch bureauonderzoek Elzenlaan 3 te Raalte, gemeente Raalte, Overijssel

gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Bron: gemeente Raalte. Geraadpleegd op 5-10-2022 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 6-10-2022 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 5-102022

22

BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS

23

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

24

BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

25

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

26

BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

gwk

27

BIJLAGE 6 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

28

BIJLAGE 7 VERKLARENDE WOORDENLIJST Ambacht - een ambacht was vroeger een rechtsgebied, een ambtsgebied of vrije heerlijkheid, in Holland, Zeeland of Vlaanderen waar de landsheer een ambtenaar, de zogenaamde ambachtsheer, voor bestuur en rechtspraak had aangesteld, onder andere op waterstaatkundig gebied. AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Formatie van Boxtel – de Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd. Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolische afzettingen), niet-eolische afzettingen zoals löss, kleinschalige fluviatiele afzettingen, hellingafzettingen, en lacustiene afzettingen.

Kampontginning – kampontginningen zijn veelal kleinschalige, meestal vrij late ontginningen die vanuit een of een beperkt aantal personen is opgezet (eenmanses). Vaak zijn diverse kampontginningen op den duur samengegroeid tot een grotere es. Laagpakket van Wierden - (Boxtelformatie). Tot dit laagpakket worden de dekzanden gerekend. Dekzand is gedurende het laat-Weichselien – vroeg-Holoceen gevormd onder invloed van de wind Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed.

Stuwwallen - de stuwwallen zijn in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238 – 126 duizend jaar geleden) gevormd. Gedurende deze ijstijd waren grote delen van Nederland bedekt met landijs. Het gewicht van het ijspakket, dat vele honderden meters dik kon zijn, perste oudere afzettingen onder het ijs weg. Aan de voor- en zijkanten van gletsjertongen ontstonden hierdoor opgestuwde heuvels. De stuwwal kenmerkt zich door een patroon van min of meer evenwijdig lopende dagzomen, die soms door een overschuivingsvlak worden gescheiden. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost). 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=5eeaec9f-012e-4f65-8973-f69c41108cad