CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025

Informatievoorziening raad 1 juni 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Cvs Technische richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-20252.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 Inleiding Hierbij doen wij u de technische richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 toekomen. 1.

Opstellen begroting 2022

1.1. Begroting op basis van bestaand beleid Evenals vorige jaren wordt de begroting 2022 vanuit de basis opgebouwd d.w.z. vanuit de taakvelden naar een programmabegroting. De ramingen in de vastgestelde begroting 2021 en in de meerjarenraming 20222024 incl. de daarbij behorende begrotingswijzigingen dienen als vertrekpunt voor de ramingen begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Autonome ontwikkelingen als gevolg van toename van areaal (m2 groen) of aantallen (bijvoorbeeld inwoners) mogen primitief worden geraamd. 1.2. Vertaling kadernota 2022-2025 naar nieuw beleid begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 De kadernota 2022-2025 welke op 24 juni 2021 naar verwachting door de raad wordt vastgesteld, is het richtinggevend kader voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2025, zowel op inhoud als financiën. Het door de raad vastgestelde richtinggevend kader dient vertaald te worden in de begroting 2022 en MJR 2023-2025. Het nieuw beleid uit de kadernota wordt in de programma’s van de begroting 2022 beknopt toegelicht onder de kop “nieuw beleid kadernota 2022-2025”. Op basis van deze informatie is het aan de raad om daadwerkelijk de gevraagde financiële middelen bij de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 beschikbaar te stellen om de inhoudelijke voorstellen te realiseren. 1.3. Nieuw beleid nog niet financieel geprioriteerd c.q.

nieuw beleid van beperkte omvang nog niet voorzien bij de kadernota 2022-2025. Bij het opstellen van de kadernota 2022-2025 waren de inhoudelijke ambities veel groter dan het financieel kader toeliet. In afwachting van wat de komende meicirculaire 2021 gaat brengen is hierbij de afweging in financiële prioritering deels doorgeschoven naar de begrotingsvoorbereiding 2022 en meerjarenraming 2023-2025. Daarnaast kan de komende kabinetsformatie, inclusief de ontwikkelingen rondom de algemene uitkering gemeentefonds, van wezenlijke invloed zijn op het financieel perspectief richting de komende begroting. Bovendien is niet bekend hoe de gevolgen van het coronavirus/coronavaccinatie zich de komende periode gaan ontwikkelen en wat de financiële impact hiervan is op zowel rijks- provinciaal als gemeentelijk niveau. Het nieuw beleid dat bij de kadernota 2022-2025 nog niet financieel is geprioriteerd c.q. wijzigingen hierop ten opzichte van de kadernota dient aanvullend op de kadernota 2022-2025 opgenomen te worden in de

begroting 2022. Schrijf dit beleid kort en krachtig op onder de kop ‘nieuw c.q. gewijzigd beleid na kadernota 2022-2025’. Dit geldt ook als zich nog nieuw beleid van beperkte omvang aandient na de kadernota 2022-2025. Immers in de kadernota zijn alleen ‘de grote brokken’ opgenomen. Motiveer duidelijk de noodzaak hiervan en beoordeel hierbij ook nadrukkelijk de mogelijkheid of je voor dit beleid van beperkte omvang dekking kunt vinden binnen je eigen begroting door toepassing van ‘nieuw voor oud beleid’. Bij de begroting 2022 is er derhalve geen ruimte om opnieuw nieuw beleid in te dienen van substantiële omvang tenzij aangetoond kan worden dat dit onvoorzien, onontkoombaar en onuitstelbaar is tot de volgende kadernota. 1.4. De drie decentralisaties sociaal domein neutraal ramen Per 1 januari 2015 is een aantal taken binnen het sociaal domein naar de gemeenten overgegaan. Het gaat om de participatiewet, de nieuwe jeugdwet en de overheveling van de AWBZ-functies begeleiding en dagbesteding. De meicirculaire 2021 vormt een belangrijk financieel kader voor deze decentralisaties. In de transformatie van het sociaal domein houden we rekening met het door de raad geformuleerde uitgangspunt dat de juiste zorg op de juiste plaats belandt binnen de beschikbare financiële middelen.

Voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 blijft uitgangspunt dat de taken structureel uitgevoerd dienen te worden binnen de budgetten die daarvoor van het rijk worden ontvangen. Wel is voor de overgangsperiode de reserve sociaal domein beschikbaar welke als eenmalig dekkingsmiddel kan worden ingezet. 1.5. IJkpunten voor berekening van het renteomslagpercentage Bij het bepalen van het renteomslagpercentage is het van belang vooraf helderheid te hebben in de te hanteren ijkpunten. Voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 worden hierbij de volgende ijkpunten in acht genomen:  de door de accountant vastgestelde jaarrekening 2020 en de daarbij behorende balans vormt de basis voor de berekening van het renteomslagpercentage.  hieraan worden toegevoegd de mutaties uit de begroting 2021 tot en met 1 mei 2021. 2.

Rekenregels voor de ramingen in de begroting 2022 inclusief de meerjarenraming tot en met 2025

2.1. Volume mutaties en autonome ontwikkelingen Aantal inwoners Omschrijving 2021 Aantal inwoners per 1 januari 37.911

2022 38.000

2023 38.050

2024 38.100

2025 38.150

Per 1 januari 2021 had de gemeente Raalte 37.911 inwoners. Het aantal inwoners is in de periode 1-1-2020 tot 1-1-2021 gestegen met 187 (van 37.724 naar 37.911). Voor het jaar 2022 houden we rekening met een stijging van (afgerond) 90 inwoners ten opzicht van 2021. Voor de jaren 2023-2025 hebben we rekening gehouden met een stijging van 50 inwoners per jaar tot 38.150 vanaf 2025. Jaarlijks wordt op basis van het werkelijk aantal inwoners geëxtrapoleerd voor een periode van 4 jaar. Hierbij maken we gebruik van de langjarige CBS prognose bevolkingsontwikkeling 2020-2050. Aantal verblijfsobjecten Omschrijving Aantal verblijfsobjecten (met woonfunctie) per 1 januari

2021 15.899

2022 16.072

2023 16.132

2024 16.192

2025 16.272

Het aantal verblijfsobjecten (met woonfunctie) is ontleend aan het feitelijke aantal woningen in de BAGregistratie op 1-1-2021 en in meerjarenperspectief geëxtrapoleerd. De toename van het aantal woningen (verblijfsobjecten) is gebaseerd op de geprognotiseerde toename van de Primos prognose 2019. 2.2. Loonkostenontwikkeling

De huidige CAO Gemeenten 2019/2020 heeft een looptijd tot en met 31-12-2020. Op dit moment is nog niet in te schatten wanneer de CAO vanaf 1 januari 2021 en volgende beschikbaar is en wat hiervan de resultaten zijn. Voorshands houden we rekening met een loonstijging van 1,5% over het jaar 2021 (conform de begrotingsrichtlijnen 2021 en reeds verwerkt in de begroting 2021) en met een loonstijging van 1,5% over het jaar 2022. Daarnaast moet rekening gehouden worden met een premiestijging/ stijging wg. Lasten pensioenpremies van 1% over het jaar 2022. Totaal derhalve een stijging van 2,5% ten opzichte van de begroting 2021. Deze loonstijging kan om bijstelling vragen zodra de nieuwe cao gemeenten/verwachte stijging soc.lasten wg premies bekend is dan wel dat de looncompensatie die we via de algemene uitkering ontvangen (mei/juni circulaire 2021) een afwijkend beeld laat zien ten opzichte van de geraamde bedragen. 2.3. Uurtarieven medewerkers Jaarlijks berekenen we de uurtarieven voor de medewerkers. Via het berekenen van deze uurtarieven rekenen we de salariskosten en overhead toe aan de producten of projecten waarvoor we werken (deel van de organisatie via tijdschrijven), of passen we de uurtarieven toe bij de tariefberekening van verschillende lokale heffingen. De uurtarieven 2022 worden berekend op basis van de volgende uitgangspunten: 1.

Bij de berekening van het uurtarief 2022 wordt voor de loongerelateerde componenten rekening gehouden met een verwachte loonkostenontwikkeling van 2,5% voor het jaar 2022. 2. Bij de berekening van het uurtarief 2022 wordt voor de niet loongerelateerde componenten rekening gehouden met een verwachte prijsontwikkeling van 1% voor het jaar 2022. 3. Het uurtarief voor 2022 wordt afgerond op hele euro’s, bij afwijking € 0,49 en lager naar beneden, bij € 0,50 en hoger naar boven. 2.4. Prijsontwikkeling De prijsstijging op diensten en leveringen van derden, energielasten en subsidies voor de begroting 2022 ten opzichte van 2021 is bepaald op 1,0 %. Dit cijfer is als volgt bepaald:

2.5. Kosten en opbrengsten aanpassingen grondexploitaties Grond- weg en waterbouw (GWW) Voor de kostenstijging van GWW binnen de grondexploitatie wordt een percentage van 1% per jaar voor 2022 e.v. gehanteerd. (Bron: Bouwkostenindex). Plankosten Voor het jaar 2022 wordt binnen de grondexploitatie een kostenstijging plankosten doorgevoerd van 2% en voor 2023 en de jaren daarna een kostenstijging plankosten van eveneens 2%. (Bron: Metafoor; Outlook grondexploitaties 2021). Opbrengstenstijging woningbouw Gezien de marktontwikkelingen wordt een jaarlijkse opbrengstenstijging van 1% vanaf 2022 binnen de betreffende grondexploitaties doorgevoerd. Bij de bepaling van de opbrengstenstijging is naast de stijging van de waarde van een woning ook rekening gehouden met de stijging van de bouwkosten en extra investeringen in het kader van duurzaamheid.

Opbrengstenstijging bedrijventerrein Bij de aankoop van een nieuw perceel vergelijkt de ondernemer meerdere opties. Hierbij wordt ook gekeken naar omliggende gemeenten. Vanuit de huidige marktsituatie is er geen aanleiding een opbrengstenstijging door te voeren in de grondexploitaties voor het bedrijventerrein. 2.6. Renteontwikkelingen en rentepercentages Het BBV schrijft voor dat alleen de werkelijk berekende rente mag worden toegerekend aan de taakvelden. Het renteomslagpercentage volgt uit de berekeningen bij de begroting 2022. Wel is er een keuze om het bij de begroting (voor) gecalculeerde renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% af te ronden. De gemeente Raalte hanteert het werkelijk berekende rentepercentage (zonder afronding). Hieronder zijn de cijfermatige uitgangspunten die jaarlijks vastgesteld worden aangegeven:

2.7. Subsidies en bijdragen Voor zover de subsidiebedragen geen vaste bijdragen betreffen, wordt bij het ramen van de te verstrekken inkomensoverdrachten/subsidies rekening gehouden met een prijsstijging van 1,0% ten opzichte van de in de begroting 2021 geldende bedragen. De prijsstijging van de personele lasten wordt overeenkomstig de voor die organisatie geldende CAO geraamd. Voor gesubsidieerde instellingen (o.a. subsidiecontracten) gelden in principe de afspraken die in het verleden zijn gemaakt m.b.t. budgetsubsidies (bijv. bibliotheek). Wijzigingen t.o.v. de voorgaande begroting dienen expliciet aangegeven te worden. Met taakuitbreidingen mag in de subsidieramingen voor het jaar 2022 geen rekening worden gehouden; deze moeten afzonderlijk worden aangemeld.

Hogere loon- en prijsstijgingen, anders dan in deze uitgangspunten opgenomen, moeten afzonderlijk aangekaart worden en in eerste instantie door het college worden beoordeeld voor het wordt verwerkt in de primitieve begroting. Hierbij is het goed te vermelden dat het subsidiebeleid in de komende periode wordt herijkt. 2.8. Tariefvoorstellen Jaarlijks worden de geraamde kosten, opbrengsten en kostendekkendheid van de tarieven in beeld gebracht. De tariefvoorstellen voor 2022 worden in principe gelijktijdig met de programmabegroting aan het college respectievelijk de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd (maar in ieder geval vóór 1 januari 2022). De geraamde kostendekkendheid geeft aan wat de maximale ruimte is om de tarieven te verhogen. Daar waar uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid worden de tarieven aangepast om dit te bereiken. In de gevallen waarbij niet uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid wordt rekening gehouden met verschillende factoren (sociaal-maatschappelijke motieven, acceptatie van tarief/verhoging, vergelijking met omliggende gemeenten en wettelijke (maximum) tarieven). Waar mogelijk hanteren we voor 2022 een stijgingspercentage van 1,0%. Dit percentage is gelijk aan de prijscompensatie voor diensten en leveringen. Hierbij blijft de geraamde kostendekkendheid wel inzichtelijk. 2.9.

Belastingvoorstellen Onroerende Zaak Belasting, woonforensen- en precario- belasting Het inflatiepercentage dat voor het begrotingsjaar 2022 wordt gehanteerd voor de tariefstijging Onroerende Zaak Belasting (OZB), woonforensen- en precario- belasting is bepaald op 2,5%. Dit is gebaseerd op het CBS inflatiecijfer. Zie onderstaande opbouw.

Stijging toeristenbelasting: Het tarief voor de toeristenbelasting wordt verhoogd van € 0,90 per overnachting naar € 0,95 per overnachting. Dit is inclusief de inflatie 2022 van 2,5% en de uitgestelde inflatie vanaf 2020 (2020: 1,5%, 2021: 1,5%). Hierdoor komen we voor 2022 weer op een afgerond tarief van € 0,05 uit. Stijging reclamebelasting: Nihil. De tarieven voor de reclamebelasting zijn in 2017 verhoogd als gevolg van het afschaffen van betaald parkeren en de verplichting van de ondernemers om € 750.000 daarin bij te dragen, in 10 jaarlijkse termijnen. De tarieven volgens de verordening reclamebelasting 2017 blijven daarom maximaal 10 jaar in stand. Met de ondernemers is destijds afgesproken dat de tarieven reclamebelasting gedurende de periode van verhoogde reclamebelasting als gevolg van het afschaffen van betaald parkeren niet worden verhoogd c.q. geïndexeerd. Na het verstrijken van de periode van tien jaar, of zo veel eerder indien de overeengekomen bijdrage eerder is voldaan, past de gemeente de tarieven van de reclamebelasting weer aan, zodat het voorheen geldende tarief wordt gehanteerd, eventueel met de voor deze belastingvorm gebruikelijke indexering. De reclamebelasting bestaat naast bovenstaande jaarlijkse € 75.000 ter compensatie van de gemiste inkomsten parkeren uit een bijdrage aan het ondernemersfonds ter grootte van € 65.000 per jaar.

Door de coronacrisis is in de raadsvergadering van 22 april 2021 besloten om voor het jaar 2021 de reclamebelasting

ter compensatie van de parkeerinkomsten (€ 75.000) kwijt te schelden. De dekking van deze gemiste inkomsten is gevonden in de gemeentelijke stelpost “Corona”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a2e6649d-9ac9-4060-910b-bb7ff282e566