CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

t en r_Landgoed DAII, PH nr.1, omgeving Zuthemerweg_vastgesteld_16-09-2024

Raadsvergadering 28 november 2024, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Landgoed den Alerdinck, partiële herziening nr. 1, omgeving Zuthemerweg (bespreekstuk)20.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Planspecifiek Het plangebied maakt onderdeel uit van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (hierna: WDODelta). Zij heeft een watervisie voor de komende tien jaar. Deze visie laat zien waar zij als Waterschap voor staan. De rode draad is klimaatverandering en het beperken van de gevolgen daarvan samen met de omgeving. De titel van de 'Watervisie' is 'meer dan water'. De watervisie is het kompas voor de komende tien jaar en laat zien wat inwoners, bedrijven, organisaties en mede-overheden van het waterschap mogen verwachten. Het waterbeheerprogramma van WDODelta bevat de uitwerking van de ambities in de Watervisie 'meer dan water' en geeft voor de periode 2022 tot en met 2027 aan wat de maatregelen zijn om het watersysteem, de waterketen en de waterkeringen op orde te brengen. Ook zijn de maatschappelijke doelen voor duurzaamheid, circulaire bedrijfsvoering, klimaatadaptatie, educatie en voorlichting uitgewerkt. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bestaat uit drie delen: - Waterbeheerprogramma WDODelta 2022-2027 - Gebiedsuitwerkingen WBP 2022-2027 - KRW factsheets en achtergronddocument In de gebiedsuitwerkingen zijn de doelen en maatregelen voor de vijf deelgebieden uitgewerkt. De gebiedskenmerken worden beschreven, de ontwikkelingen in het gebied en de doelen en maatregelen zijn uitgebreid toegelicht. Het plangebied is onderdeel van de Gebiedsuitwerking Salland.

Het WDODelta hanteert de driestapsstrategieën “vasthouden – bergen - afvoeren” (kwantiteit) en “schoonhouden – scheiden – zuiveren” (kwaliteit). Een afname van de aanwezige ruimte voor waterberging ten gevolge van de uitvoering van ruimtelijke maatregelen moet worden gecompenseerd. In eerste instantie moet deze compensatie binnen het plangebied worden gerealiseerd. Bij het vasthouden van hemelwater hanteert WDODelta infiltreren in de bodem als uitgangspunt. Watertoets Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld, zie bijlage 4. Hieruit blijkt dat er geen (beschermingszones van) beschermde waterkeringen/watergangen in het plangebied liggen. Voor het plan dient de normale watertoetsprocedure te worden doorlopen vanwege de ligging in overstroombaar gebied en de toename aan verharding. Deze toename kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Hieronder wordt op de relevante wateraspecten ingegaan. Watersysteem/waterkeringen Het plangebied is gesitueerd in het buitengebied van de gemeente Raalte, tussen de kern Laag Zuthem en de provinciale weg N35. De regionale grondwaterstroming is van zuidoost naar noordwest. Op de dekzandruggen zijgt het water weg in de ondergrond, de lager gelegen gebieden daartussen zijn intermediair gebied. Binnen het plangebied ligt geen primaire of regionale waterkering.

Aan de noordzijde van het plangebied ligt een sloot, deze is niet van dusdanig belang dat die op de legger van het waterschap is opgenomen. Het plan leidt niet tot wijzigingen in het watersysteem. Het plangebied ligt in peilgebied 458 van het waterschap Drents Overijsselse Delta. De gemiddelde hoogste grondwaterstand ligt op 1,05 m +NAP en de gemiddeld laagste grondwaterstand op 0,48 m +NAP (volgens het dichtstbij gelegen meetpunt B27F0048 van Vitens). Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 80 centimeter geadviseerd tussen GHG en de onderzijde bouwvloer. Uitgaande van bovenstaande gegevens ligt de GHG op 1,05 m +NAP, de hoogte van het maaiveld bedraagt hier ca. 1,90 m +NAP. Aan de gewenste 80 cm ontwateringsdiepte wordt voldaan.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

31

Afvalwater Hemelwater wordt gescheiden van het afvalwater. In de omgeving is geen riolering aanwezig, de woningen zullen een eigen installatie krijgen voor de behandeling van het afvalwater (iba-voorziening). Waterberging Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het hemelwater dat op de daken en verhard oppervlak valt wordt gescheiden opgevangen en afgevoerd. Om wateroverlast te voorkomen dient er voldoende ruimte te zijn om ook bij fikse regenbuien dit water te kunnen bergen. Het waterschap hanteert hiervoor de volgende regel: verhard oppervlak (m2) x 0,08 = m3 waterberging Het plan gaat uit van 4 vrijstaande woningen met inpandige berging en een gezamenlijke berging in de vorm van een hooiberg op een gezamenlijk erf. Daarnaast een vrijstaande woning wat meer achteraf gelegen aan de westzijde van het plangebied. De oppervlakte aan gebouwen bedraagt circa 1.000 m². Daarnaast wordt er ca. 900 m2 aan verharding toegevoegd. In totaal is er 1.900 x 0,08 = 152 m3 waterberging nodig. Het hemelwater dat op de daken van de nieuw te bouwen woningen en oppervlakteverhardingen valt, wordt afgevoerd naar het omliggende grasland en daar in de bodem infiltreren. De tuin en de boomgaard liggen lager dan het erf, zodat het hemelwater daarheen afstroomt. Het hemelwater mag niet afstromen naar naastgelegen percelen.

Indien nodig kan extra ruimte voor waterberging worden gerealiseerd in de vorm van een wadi of een vijver. De aanleg van een laagte bevordert tevens de biodiversiteit. De oppervlakte van het perceel bedraagt bijna 1,1 ha, waarmee gesteld wordt dat op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig om deze waterberging te kunnen realiseren. In welke vorm dit wordt uitgevoerd zal worden bepaald bij de verdere uitwerking van het bouwplan door de toekomstige eigenaren van de woning en het landgoed als eigenaar van de gronden. Om te zorgen dat het afstromende hemelwater schoon blijft mogen geen uitlogende materialen worden gebruikt. Er mag ook niet rechtstreeks vanaf het dak en verharding op het oppervlaktewater worden geloosd (dan is eerst een bodempassage vereist). Overstromingsrisico Als gevolg van klimaatverandering nemen de overstromingsrisico's toe. De gevolgen van een overstroming worden bepaald door de waterdiepte en de snelheid waarmee een gebied overstroomt. Uit de kaarten van de atlasleefomgeving.nl is af te lezen dat het plangebied een kleine kans heeft op overstromingen en dat de overstromingsdiepte 0,5 tot maximaal 2,0 meter bedraagt. De eerdere woningbouwlocatie De Hofstee heeft een middelgrote overstromingskans. De nieuwe locatie scoort derhalve beter. Het plangebied ligt op het randje van de IJsseldelta waar een zeker risico op overstroming aanwezig is.

De provincie Overijssel verplicht voor gebieden waar een kans op overstroming bestaat om een overstromingsrisicoparagraaf op te nemen. Bij de nieuwbouw van woningen dient rekening gehouden te worden met mogelijke overstromingen. Het betreft hierbij bewustwording dat bouwen in overstroombare gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt. Ten aanzien van de bouw kan gedacht worden aan het verhogen van het perceel (indien mogelijk), voldoende hoog aanbrengen van het vloerpeil, verhoogde drempels en de mogelijkheid voor tijdelijke schotten. Ook kan bij de inrichting van de woningen rekening gehouden worden met een eventuele overstroming, zoals het plaatsen van de minder gevoelige ruimten op de begane grond. De ontwikkeling (5 woningen) is dermate beperkt dat het niet zorgt voor een onevenredige toename van het aantal personen en kwetsbare functies in het gebied. Door de iets hoger gelegen ligging op de dekzandrug is het risico bovendien lager dan dat in de wijdere omgeving richting IJsseldelta. Verondersteld mag worden dat

32 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

de personen in het plangebied zelfredzaam zijn en het plangebied in geval van overstroming daardoor kunnen ontvluchten. De woonkavels worden direct ontsloten op de Zuthemerweg. In geval van calamiteiten is de bereikbaarheid is zodoende gewaarborgd. Conclusie Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.

De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In het kader van voorliggend plan is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het volledige onderzoekrapport is toegevoegd als bijlage 5. Hieronder worden de belangrijkste conclusies ten aanzien van gebiedsbescherming en soortenbescherming beschreven. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op een afstand van ca. 4 km. Deze afstand is dermate groot dat effecten als gevolg van trillingen, geluid, verstoring e.d. kunnen worden uitgesloten. Om het effect van stikstofuitstoot door het plan te bepalen is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd. Het rapport hiervan is opgenomen in bijlage 6. Hierin wordt geconcludeerd dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase niet toeneemt.

Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

33

De planlocatie ligt in de Zone Ondernemen met Natuur en Water. Het ontwikkelingsperspectief van de Zone Ondernemen met Natuur en Water is gericht op het behouden en ontwikkelen van de natuur- en landschapskwaliteiten en de versterking van het watersysteem, in samenhang met economische ontwikkeling. In voorliggend plan gaat de bouw van de woningen gepaard met de realisatie van bloemrijk grasland, een fruitboomgaard en kleine landschapselementen zoals struweel, bomen en hagen. De hoeveelheid verharding die wordt aangebracht is beperkt, waardoor er naar verwachting geen effecten ontstaan op de plaatselijke waterhuishouding. Met deze voorgenomen maatregelen gaat de ontwikkeling gepaard met versterking van de natuur- en landschapskwaliteiten en levert het plan een bijdrage aan de biodiversiteit. De rij laanbomen langs de Zuthemerweg wordt gerekend tot het Natuurnetwerk Nederland. Doel van het Natuurnetwerk Nederland is het beschermen, duurzaam ontwikkelen en in stand houden van een samenhangend netwerk van natuurgebieden, en het daarmee veilig stellen van de wezenlijke waarden en kenmerken in Overijssel. De bomenrij blijft met voorliggend plan in stand. In de oosthoek van het perceel ligt de bestaande toegang naar het agrarische perceel om met landbouwvoertuigen het land op te kunnen. Deze blijft gehandhaafd en zal ook de toegang zijn naar het toekomstige woonerf.

De inrit is breed genoeg voor al het verkeer (ook bouwverkeer) en er hoeven geen bomen te worden gekapt. Lanen zijn een wezenlijk onderdeel van landgoederen en deze bestaande laan blijft met voorliggend plan in stand. Er is derhalve geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden dan wel van het areaal NNN. Soortenbescherming Op basis van veldbezoek en bureaustudie is per soortgroep onderzocht wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving is voor het voorkomen van beschermde soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 5. Vanwege het huidige agrarische gebruik, waarbij er meerdere malen per jaar gemaaid wordt, ontbreken structuren die voor grondgebonden zoogdieren interessant zijn. Het bos in de directe omgeving van het plangebied biedt geschikter leefgebied. Het plangebied is geen verblijfplaats voor vleermuizen. De aanwezige boom is geïnspecteerd op de aanwezigheid van boomholtes of andere spleten of scheuren, maar deze zijn niet aanwezig. Mogelijk gebruiken vleermuizen de planlocatie wel als foerageergebied en/of als vliegroute. Door het ontbreken van groen- of lijnvormige structuren binnen het plangebied wordt dit echter niet aangemerkt als essentiële vliegroutes of essentieel foerageergebied.

Daarnaast zijn in de omgeving voldoende alternatieven aanwezig. Wel dienen maatregelen getroffen te worden om verstoring van vleermuizen te voorkomen en de functionaliteit van de vliegroute te waarborgen. Beschermde amfibieën, reptielen, vissen of insecten komen in het plangebied niet voor. Ook jaarrond beschermde nestlocaties zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De conclusie uit het onderzoek is dat het plangebied geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten flora en fauna. De uitvoering van het plan leidt niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel geldt te allen tijde de algemene zorgplicht. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, verblijfplaatsen van vleermuizen en algemene broedvogels in de omgeving. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.  Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.  Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten.

34 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

 

Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiode). Mocht verlichting tijdens de werkzaamheden noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). In de nieuwe situatie dient bij voorkeur tevens automatische verlichting gebruikt te worden en dient deze verlichting niet gericht te zijn op het bos om de planlocatie. Deze maatregelen dient opgevolgd te worden ten aanzien van mogelijke vleermuisverblijfplaatsen en vliegroutes. De werkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige.

Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.

De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.

4.4

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied enige plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui.

De beoogde woningen worden gerealiseerd in het plangebied waar de minste kans is op plasvorming waardoor er een kleine kans is dat er wateroverlast optreedt ter hoogte van de woningen. Hittestress Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de (gevoels)temperatuur in het plangebied kan stijgen. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige bouwnormen. Daarmee zijn de woningen minder gevoelig voor opwarming. Daarnaast wordt er in het beplantingsplan voldoende aandacht gegeven aan opgaand groen, waarmee het aantal schaduwplaatsen in het plangebied toeneemt en de hittestress van het totale gebied vermindert.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

35

Droogte Voorliggend plan voorziet in het verplaatsen van vijf woningen en is daarmee minder afhankelijk van grondwaterstanden en droogte. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren, blijft het hemelwater ook in het gebied zelf, zoals dat in de huidige situatie ook het geval is. Overstroming Het plangebied is gelegen in de omgeving van de IJssel en heeft daarmee een verhoogde kans op overstroming in het geval van een dijkbreuk. De woningen worden ontsloten door de Zuthemerweg en zijn derhalve goed bereikbaar voor hulpdiensten in het geval van nood. Het plan voorziet voldoende in het omgaan met de risico's van klimaatverandering.

4.5

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Verkeersgeneratie Onderhavig initiatief betreft een kleinschalig woningbouwinitiatief van 5 woningen. De beoogde woningen leveren een beperkte toename van het verkeer van en naar het plangebied. Kencijfers van het CROW gaan uit van 8 verkeersbewegingen per dag per woning. Voor dit plan betekent dit dus 40 verkeersbewegingen per dag. Het plangebied wordt ontsloten door de Zuthemerweg, een doorgaande 60 km weg tussen Laag Zuthem en Heino. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de verkeerstoename op te vangen. De ontsluiting van het erf loopt via een centrale toegang vanaf de Zuthemerweg. De weg naar de veldschuur woning wordt vormgegeven als karrespoor door de weide heen. Parkeren Naast de toegangsweg komt aan het begin van het erf een parkeergelegenheid (5 pp), onder meer voor bezoekers. De bewoners kunnen hun auto bij hun woning parkeren. De twee hoofdwoningen hebben een inpandige parkeergelegenheid 'op de deel'. Uitgaande van een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning zijn er in totaal 12 parkeerplaatsen nodig. In voorliggend plan zijn 13 parkeerplaatsen op maaiveld ingetekend en 2 inpandig. Daarmee wordt er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot verkeer en parkeren.

4.6

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.

36 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied maakt deel uit van het historische landgoed Den Alerdinck II, dat op drie oost-west gelegen dekzandruggen ligt. De lager gelegen gebieden daartussen hebben een heel ander karakter. De meest noordelijke is smal en is het minst bebouwd. Op de middelste rug ligt een aantal verspreid gelegen erven. De zuidelijke rug is het grootst en kent de meeste bebouwing, waaronder de havezathe Den Alerdinck en Huis De Colckhof.

De lager gelegen gebieden daartussen hebben een heel verschillend karakter. In het noordelijke deel liggen de landgoedbossen en bomenlanen. Dit landschap heeft de kenmerken van een coulissenlandschap. De afwisseling tussen agrarische percelen, bossen, lanen, houtwallen en erven maakt het landschap erg aantrekkelijk. Tussen de middelste en de zuidelijke dekzandrug ligt het lager gelegen en open gebied van de Kolkwetering. Dit is een gaaf open landschap met lange zichtlijnen. Enkele lange bomenlanen en de voormalige zeewaterkering verbinden het noordelijke en zuidelijke deel van het landgoed met elkaar. Over de weteringlaagte zijn de hogere ruggen met hun bebouwing duidelijk herkenbaar. De zeewaterkering is een bijzonder en waardevol cultuurhistorisch element.

Begrenzing van landgoed Den Alerdinck II met de ligging van het plangebied Het plangebied ligt ten westen van de kern Laag Zuthem, Het betreft een landbouwperceel, gelegen op de zuidelijke dekzandrug. Juist op de dekzandruggen is van oudsher bebouwing aanwezig. De keuze voor deze locatie past dan ook in de landschappelijke en cultuurhistorische structuur van het gebied. De voormalige zeewaterkering blijft met voorliggend plan in stand.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

37

Het ontwerp van het plan gaat uit van een nieuw 'Sallands erf' met een hiërarchische erfopbouw. Voor het initiatief is een inrichtings- en beeldkwaliteitplan opgesteld om te borgen dat de uitwerking voldoet aan de criteria die passen bij het landschapstype en de gewenste sfeer en uitstraling van het erf en de bebouwingarchitectuur. Het inrichtings- en beeldkwaliteitplan is te vinden in bijlage 1 bij de regels. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar deze bijlage en naar de toelichting in paragraaf 2.2. Archeologie Ten behoeve van het plan is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Het rapport is als bijlage 7 bijgevoegd. Op basis van het archeologisch vooronderzoek geldt een hoge archeologische verwachting. Het plangebied ligt op de flank van een dekzandrug. De top van het dekzand, het relevante archeologische niveau, is in het plangebied intact te beschouwen getuige de aanwezigheid van sporen van podzolering, zo blijkt uit het veldonderzoek. Dit betekent dat de hoge archeologische verwachting voor het plangebied op resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen van kracht blijft. Indien er resten aanwezig zullen zijn, zullen deze zich in de top van het dekzand als grondsporen aftekenen op een diepte van circa 45-125 cm -Mv.

Resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum zijn naar verwachting als gevolg van verploegen in het plangebied aangetast, vanwaar daarop sprake is van een lage archeologische verwachting. Als bodemingrepen dieper dan 15 cm -Mv reiken, bestaat er de kans dat archeologische resten verstoord zullen worden. Geadviseerd om voor de bouwlocaties vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid en kwaliteit van eventuele archeologische resten. Dit vervolgonderzoek, een inventariserend veldonderzoek (IVO), karterende/waarderende fase, kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor een dergelijk onderzoek is een Programma van Eisen (PVE) nodig, waarin de randvoorwaarden voor het onderzoek zijn vastgelegd. Dit document dient te worden beoordeeld en goedgekeurd door de gemeente. Voor het gebied waar geen bodemingrepen gepland zijn, wordt geadviseerd om een dubbelbestemming archeologie op te nemen. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot cultuurhistorie en archeologie.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente 38 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

39

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voor de plansystematiek en de regels is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan 'Landgoed Den Alerdinck II' en het bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020'. Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit twee plangebieden met de volgende bestemmingen: Locatie Zuthemerweg (nieuwe woningbouwlocatie)  'Wonen': waarbij de nieuwe woningen moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak. Op de verbeelding en in de regels zijn aanduidingen en maatvoeringen opgenomen voor de locatie van bijgebouwen, maximale goot- en bouwhoogte en de maximale inhoud. Voor de 'boerderijwoning' en de 'veldschuur' gelden grotere inhoudsmaten, omdat hier bijgebouwen inpandig dienen te worden gebouwd. Binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hooiberg' kan bovendien een gezamenlijk bijgebouw worden gebouwd in de vorm van een hooiberg of een steltenberg. Bij de uitvoering van het plan moet worden voldaan aan de criteria uit het Inrichtings- en beeldkwaliteitplan dat is opgenomen in bijlage 1 bij de regels.  'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden': deze bestemming geldt voor het deel van het perceel buiten het erf en de woonkavels. Conform het Inrichtings- en beeldkwaliteitplan zal dit worden ingericht en beheerd als bloemrijk grasland en fruitboomgaard; 40 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1', mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van waardevolle archeologische waarden in de bodem, ter plaatse van het gehele plangebied.

Locatie De Hofstee (wegbestemmen voormalige woonlocatie De Hofstee) De eerdere woonbestemming wordt gewijzigd in de bestemmingen:  'Natuur': op het oostelijke deel van het plangebied, aansluitend op het bestaande bos;  'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden': het westelijke deel krijgt een agrarische bestemming. De perceelsgrens van de aanliggende agrarische gronden wordt in een rechte lijn doorgetrokken. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd.  Over dit plangebied ligt bovendien een gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - straalpad', ten behoeve van bescherming van de straalverbinding. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

41

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk overleg toegezonden naar de relevante instanties. Adviezen worden in het plan verwerkt.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

De buurt is in de initiatief- en schetsontwerpfase op de hoogte gesteld van het plan door middel van een persoonlijk gesprek. De reacties op het plan zijn wisselend, sommigen vinden het een mooi plan en hebben geen bezwaar, anderen vinden dat de woningen gebouwd zouden moeten worden in het dorp. Enkelen vrezen hinder te ondervonden door lichtuitstraling, geluidoverlast of horizonvervuiling. Tevens is kennis gemaakt en gesproken met het voltallige bestuur van de Vereniging Plaatselijk Belang Laag Zuthem (hierna: PB). Diverse gevoeligheden zijn besproken en er is geconstateerd dat er, hoewel er sprake is van 'oud zeer' vanuit het verleden, eigenlijk geen zwaarwegende kwesties aan de orde zijn. Afgesproken is dat drie stappen doorlopen zullen worden om in het dorp het draagvlak en begrip voor het landgoed te vergroten en daarmee ook voor het beoogde bouwproject: 1. De bewoners van Laag Zuthem een wandeling aanbieden over het landgoed. Dit is gebeurd op 26 maart 2022. Er liepen 23 mensen mee, de sfeer was positief. De beoogde bouwlocatie aan de Zuthemerweg is bezocht en het initiatief is op hoofdlijnen toegelicht. 2. In de voorjaarsledenvergadering 2022 van PB was een inleiding ingepland over het landgoed op basis van het boek "Een toekomst waarborgen" door auteur Jan van de Wetering.

Op verzoek van het bestuur van PB is dit echter doorgeschoven naar een nader te bepalen tijdstip, omdat er andere, dringender zaken op de agenda komen en er daarom geen tijd was voor een inleiding over het landgoed. 3. Een informatieavond over het bouwproject. Deze vond plaats op 21 december 2023 aan het begin van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Verder zijn de eigenaren/beheerders van de twee meest nabije/aangrenzende landgoederen per email benaderd en gevraagd om hun mening.

42 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

6.4

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn in deze periode drie zienswijzen ingediend. In de Nota van Zienswijzen in bijlage 10 zijn deze samengevat en van een antwoord voorzien. Op verzoek van het waterschap Drents Overijsselse Delta is de waterparagraaf in de toelichting op een aantal onderdelen aangevuld. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met de uitwerking in de waterparagraaf. De zienswijzen hebben op enkele punten geleid tot wijziging van het bestemmingsplan. In de Nota van Zienswijzen in bijlage 10 is een overzicht opgenomen van de wijzigingen.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

43

44 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlagen bij de toelichting

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

45

46 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 1

Bodemonderzoek

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

47

48 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

49

50 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 3

Geuronderzoek

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

51

52 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 4

Digitale Watertoets

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

53

54 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 5

Quickscan Wet natuurbescherming

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

55

56 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 6

Voortoets stikstofdepositie

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

57

58 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

59

60 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 8

Advies regioarcheoloog

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

61

62 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 9

Onderbouwing locatiekeuze Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

63

64 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Bijlage 10

Nota van Zienswijzen

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

65

66 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Regels

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

67

68 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg met identificatienummer NL.IMRO.0177.BP20230001-VG01 van de gemeente Raalte. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie, bestaande uit de kaart NL.IMRO.0177.BP20230001-VG01. 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat qua vorm, ligging en omvang ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 afhankelijke woonruimte een voor de huisvesting van een (zelfstandig) huishouden geschikt gebouw, dat ruimtelijk ondergeschikt is en/of een geheel vormt met het hoofdgebouw en blijvend onderdeel uitmaakt van de kavel van het hoofdgebouw. 1.8 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.

1.9 archeologische verwachtingswaarde de kans op het aantreffen van archeologische resten in een bepaald gebied. 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 bed en breakfast een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt binnen de woning. Onder een bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur. 1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.15 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, of ander bouwwerk, met een dak.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

69

1.16 bijgebouw een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat zowel bouwkundig als functioneel ondergeschikt is aan een (bedrijfs)woning waarbij het volgende geldt:  functioneel ondergeschikt betekent dat bewoning van bijgebouwen niet is toegestaan (met uitzondering van bewoningsfuncties zoals bijkeukens, bergingen en natte groepen);  bouwkundig ondergeschikt betekent dat het bijgebouw moet voldoen aan de voor bijgebouwen geldende bouwregels. 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.22 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.23 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.24 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.25 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.26 huishouden één, of meerdere personen, die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn. 1.27 kleinschalige beroepen- en bedrijven-aan-huis een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning of bijgebouw door de bewoner wordt uitgeoefend alsmede het in een woning of bijgebouw door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen meldingplicht op grond van het Activiteitenbesluit of vergunningplicht op grond van het Besluit omgevingsrecht geldt, op een oppervlak van niet meer dan 35% van de maximaal toegestane bebouwing met een maximum van 100 m² en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.

1.28 landschappelijke inpassing de situering van de ontwikkeling waarbij rekening gehouden wordt met de landschappelijke kenmerken van de nabije omgeving en waarbij de ontwikkeling wordt ingepast middels bijvoorbeeld erfbeplanting.

70 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

1.29 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid van gebiedskenmerken en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.30 maaiveld het oppervlak (of de hoogte daarvan) van het land of de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft. 1.31 mantelzorg langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. 1.32 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna. 1.33 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden en bouwwerken, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming. 1.34 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.35 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.36 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.37 peil a. voor een bouwwerk, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: een horizontaal vlak gelegen op 30 cm boven de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 10 cm boven de hoogte van het aansluitend afgewerkte terrein ter hoogte van de hoofdingang, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.38 Staat van Bedrijfsactiviteiten de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.39 steltenberg een steltenberg is een hooiberg met een onderbouw die minimaal 0,5 meter onder de kap is aangekapt aan één of meerdere zijden. 1.40 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.41 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

71

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een antenne-installatie  ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;  ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.6 de inhoud van een bouwwerk, niet zijnde recreatiewoningen tussen de bovenkant van de begane grondvloer, de binnenzijde van de buitenmuren en/of scheidsmuren en de binnenzijde van daken en dakkapellen, met dien verstande dat wanneer er sprake is van een kelder gemeten dient te worden tussen de bovenkant van de vloer van de kelder, de binnenzijde van de buitenmuren (en/of het hart van de scheidsmuren) en de binnenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.

72 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. akkerbouw en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond met uitzondering van sier-, fruit- en bollenteelt; b. grondgebonden veehouderij: het houden van melk -en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond; c. behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid, de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen), kwelgebieden, bijzondere graslanden en/of met deze biotopen samenhangende fauna; d. waterhuishoudkundige doeleinden; e. recreatief medegebruik, uitsluitend op de opengestelde wegen en paden. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels : a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1,00 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3,00 meter bedragen.

3.3 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; b. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage met uitzondering van het vervangen van bestaande drainage; c. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; d. de aanleg van verhardingen > 50 m² (zoals verharde wandel -of fietspaden en kavelpaden). 3.3.2 Uitzonderingen op verbod Het verbod van lid 3.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de ontwikkelingsvisie voor het landgoed; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; c. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

73

3.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden' te wijzigen in de bestemming Natuur, met dien verstande dat er geen onevenredige beperkingen ontstaan als gevolg van de wijziging voor omringende bestaande bestemmingen.

74 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Artikel 4

Natuur

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden; b. bos en bosbouw; c. waterhuishoudkundige doeleinden; d. waterpartijen, sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; met daaraan ondergeschikt: e. agrarisch medegebruik; f. extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik; g. paden en wegen; h. infrastructurele voorzieningen; i. openbare nutsvoorzieningen. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten ten dienste van de bestemming worden gebouwd met uitzondering van overkappingen; b. de bouwhoogte van een hoogzit ten behoeve van het observeren van het wild bedraagt ten hoogste 8 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; d. de hoogte van terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen.

4.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 teneinde het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van het beheer en het onderhoud van het landgoed, met inachtneming van het volgende: a. het gebouw dient noodzakelijk te zijn voor beheer en onderhoud; b. de oppervlakte per gebouw bedraagt ten hoogste 50 m²; c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 4 meter. 4.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden van de gronden; b. de verkeersveiligheid; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

75

4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden; d. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; e. het aanbrengen van drainage; f. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen. 4.5.2 Uitzonderingen op het verbod Het in lid 4.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de ontwikkelingsvisie voor het landgoed; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij de bouwregels in acht zijn genomen; c. normaal onderhoud en beheer en/of de uitvoering van een bosbeheerplan ten dienste van de bestemming betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

4.5.3 Voorwaarde voor de omgevingsvergunning De in lid 4.5.1 vermelde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurwetenschappelijke en/of landschappelijke waarden van de gronden en/of de waterhuishoudkundige functie van de gronden.

76 Zuthemerweg

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen daaronder begrepen kleinschalige beroepen en bedrijven aan huis; b. bed & breakfast; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd; b. per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan; c. bijgebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak dan wel binnen de aanduiding 'bijgebouwen'; d. en verder geldt het volgende:

1.

2.

3.

max. inhoud max. oppervlak gebouwen ter plaatse van de aanduiding maat- voering 'specifieke vorm van wonen op de boerderijwoning' verbeelding bijgebouwen bij 1. inpandig gebouwen ter plaatse van de aanduiding 700 m3 'specifieke vorm van wonen schuurwoning' bijgebouwen bij 2. 75 m² gebouwen ter plaatse van de aanduiding 800 m3 'specifieke vorm van wonen - veldschuur' bijgebouwen bij 3. gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-hooiberg' erf- of terreinafscheidingen - voor de voorgevel - overige plaatsen overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

e.

f.

inpandig 60 m²

max. max. dakgoothoogte bouwhoogte helling 3m 10 m 20°/55°

3m

10 m

20°/55° 20°/55°

3m 3 m, aan één zijde 6m

6m 10 m

20°/55° 20°/55°

20°/55° 5m

7m

1m 2m 3m

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bouwen - hooiberg' is een gebouw toegestaan in de vorm van een hooiberg of een steltenberg met een maximale goothoogte en bouwhoogte van 5 en 7 meter; er dient te worden voldaan aan de eisen zoals opgenomen in hoofdstuk 5 Beeldkwaliteit van het Inrichtings- en beeldkwaliteitplan in bijlage 1 bij de regels.

Landgoed den Alerdinck II, partiële herziening nr.1, omgeving Zuthemerweg

77

5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de hoogte van erf- of terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1 meter; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter. 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Bed en breakfast a. bed & breakfast is uitsluitend toegestaan in de woning c.q. in de aan de woning aangebouwde (bij)gebouwen; b. het aantal slaapplaatsen ten behoeve van bed & breakfast bedraagt ten hoogste 4. 5.3.2 Kleinschalige beroepen- en bedrijven aan huis a. de vloeroppervlakte ten behoeve van kleinschalige beroepen en bedrijven aan huis bedraagt ten hoogste 35% van de maximaal toegestane bebouwing met een maximum van 100 m²; b. in het kader van deze kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is geen horeca en detailhandel toegestaan. 5.3.3 Voorwaardelijke verplichting archeologisch vervolgonderzoek Alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning kan worden verleend dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin: a. de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b.

wordt aangetoond dat de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. 5.3.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a Voorwaarde landschappelijke inpassing Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het niet aanleggen van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in hoofdstuk 6 Beplantingsplan van het Inrichtings- en beeldkwaliteitplan in bijlage 1 bij de regels, waarbij geldt dat: a. de maatregelen C, D en F dienen te zijn uitgevoerd binnen binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan; b. maatregel E dient op de betreffende kavel te zijn uitgevoerd binnen 18 maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning; c. de overige maatregelen dienen te zijn uitgevoerd binnen 12 maanden nadat de laatste woning is opgeleverd; d. de inrichting dient zodanig in stand te worden gehouden dat blijvend sprake is van een landschappelijke inpassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=74fe1459-f71c-405e-b7ef-b68a028ac0c9