Statenbrief Stand van zaken en vooruitblik aanpak stikstof 20211105
Tekst van het document
PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL
Provincie Overijssel
Reg.nr.
Luttenbergstraat 2
Dat. ontv.:
8000 GB Zwolle
Postbus 10078
1 2 MEI 2021
Telefoon 038 499 88 99 Fax 088 118 8671 overijssel.nl postbus@overijssel.nl
Provinciale Staten van Overijssel
KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21 Inlichtingen
bij
PieterDikhoff Telefoon 038 499 75 67 P.Dikhoff@overi1ssel.nl Joost Houtkamp Telefoon 038 499 82 48 J.HoutkamD@overiissel.nl
Datum
Kenmerk
11.05.2021
2021/0119925
Onderwerp: stand van zaken en vooruitblik
Bijlagen
Uw brief
Uw kenmerk
aanpak stikstof
We hebben met u afgesproken u regelmatig te informeren over de stand van zaken van de aanpak stikstof. Dat doen we via Staten brieven voorafgaand aan en mondeling tijdens de vergaderingen van de commissie Landbouw en Natuur, door middel van specifiekeinformatiesessies voor PS-leden en wanneer besluitvorming aan de orde is in de Statenvergaderingen. In deze brief, een vervolg op die van 16maart 2021 (kenmerk 2021/0060635),gaan we in op de inzet en voortgang op de verschillende schakels van onze aanpak. We bieden u met deze brief de mogelijkheid om onze inzet op de stikstofaanpak te agenderen en te bespreken. Overijsselseaanpak stikstof Wij werken via de vijf schakels: bronmaatregelen; natuurherstel; vergunningverlening, toezicht en handhaving; verdeling stikstof ruimteen de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA), waarin de verschillende aspecten samenkomen. Met als doelstellingen een robuustere natuur, perspectiefvoor maatschappelijke en economische ontwikkelingen en een toekomstbestendig Overijssel door slimme combinaties met andere opgaven. Omdat de stikstofaanpak nog volop in beweging is, hanteren we een gefaseerde,adaptieve aanpak. De processen van de Gebiedsgerichte Aanpak en de Ontwikkelopgave zijn sterk met elkaar verweven. In de gebiedsdata is gekozen voor een separaat hoofdstuk over natuur om alle ontwikkelingen goed in beeld te hebben.
Er Is goede samenwerking tussen beide processen om kansen die zich over en weeraandienen te benutten. Landelijke doelstelling Landelijke resultaatsverolichtino vastoeleod Zoals al is opgenomen in onze maart-brief, zijn inmiddels in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) de zogenaamde omgevingswaarden^ (in 2025 ten minste 40%; in 2030 ten minste 50% en in 2035 ten minste 74%) als resultaatsverplichting^ vastgelegd. De wet is ook door de Eerste Kamer aangenomen en treedt vermoedelijk in werking in de zomer van 2021. De omgevingswaarden zijn tot stand gekomen op basis van verschillende rapporten^. De voortgang zal worden gemonitord en ^ Het percentage van het areaal van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden waarop de depositie van stikstof niet groter is dan de hoeveelheid in mol per hectare perjaar waarboven verslechtering van de kwaliteit van die habitats niet op voorhand is uit te sluiten. ^ Deze resultaatsverplichting geldt voor het Rijk, provincies spannen zich in om de maatregelen effectiefuit te voeren. ^ https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/06/08/niet-alles-kan-overal , https://www.rivm.nl/sites/default/files/2020-04/V4%20Presentatie%20BWO%206%20maart%202020.pdf
Datum verzending
t 2 mei 2021
"Overijssel
provincie
stand van zaken en vooruitblik
aanpak stikstof
geëvalueerd.Het preciezemoment van evaluatiemoet nog worden vastgelegd. De minister heeft toegezegd'' in die evaluatieook de haalbaarheid van de omgevingswaarde in 2035 meete nemen. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat een landelijk gemiddelde daling van emissiesvan respectievelijk 10%, 26%en 50% moet ieiden tot de omgevingswaarden in 2025, 2030 en 2035. Wij houden de wettelijkverplichtedoeistellingen aan als kaders voor beleid en uitvoering. Voor de periode tot 2030 heeft het Rijk een pakket maatregelen vastgelegd dat moet leiden tot de benodigde reductievan stikstofemissies en -deposities in 2030. Voor het uitvoeren van die maatregelen zijn ook middelen beschikbaar gesteld. Provincies spannen zich in om de maatregelen zo effectief mogelijk in te zetten. Voor de periode na 2030 zijn nog geen maatregelen en middelen beschikbaar gesteld. Toekomst landelijk stikstofbeleid door nieuwe coalitie De wet geeft een duidelijk kader voor de periode tot 2030. Er is een aantal ambtelijke verkenningen^ en rapporten verschenen die aangeven dat de huidige landelijke inzet onvoldoende is om de Europese verplichtingen te haien. Door de gezamenlijke provincies is het belang van tijdige en voidoende bronmaatregelen tijdens het BestuurlijkOverleg van 22 april nog eens benadrukt.
Het is nog niet duidelijk hoe een nieuwe regering met deze adviezen om zal gaan en of er een nadere inhoudelijke en financiële invulling komt voor de periode van 2030 tot 2035. Vanuit IPO wordt de lobby-inzet hierop voorbereid. Vertaling landelijke omoevinoswaarden vraagt zorgvuldigheid De in de wet gehanteerde omgevingswaarden gelden voor het gehelelandelijke areaal stikstofgevoelige natuur. Het Rijk heeft ervoor gekozen in de wet geen vertaling te maken naar provincies of afzonderlijke Natura 2000-gebieden. Er is niet vastgelegd in welke Natura 2000-gebieden welkewaarden moeten gelden of hoeveel areaal in Overijssel moet gaan voldoen. De omgevingswaarden gelden niet per Natura 2000-gebied. Dit geeft flexibiliteit in de uitvoering maar maakt een vertaling naar provincies en gebieden moeilijk. Maatwerk is dus mogelijk in gebieden met een hoge depositie uit het buitenland®. Zorgvuldigheid is belangrijk omdat keuzesecologische, sociale en financiële gevolgen hebben. Een verkeerdevertaling kan ook leiden tot uitvoeringsproblemen in de praktijk. In sommige gebieden is een omgevingswaarde van 50% in 2030 simpelweg niet haalbaar, maar een verderereductievan depositie wel noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de Europese doelen.
Een onzorgvuldige vertaling van de landelijke omgevingswaarde kan betekenen dat de focus te veel op gebieden met een makkelijk haalbare opgave komt te liggen en te weinig op gebieden met een grote overschrijding. Een afname van een flinke overschrijding leidt namelijk niet tot een verbetering van de omgevingswaarde, maar is ecologisch juist wel van grote waarde. Bovendien is dit noodzakelijk om te voldoen aan onze verantwoordelijkheid om de stikstofdepositie in kwetsbare gebieden te reduceren.Ook zien we in jurisprudentiedat de noodzaak om te reducerensteeds urgenter wordt. Zie hiervoor ook de actualiteit onder het kopje vergunningverlening, toezicht en handhaving. Een volgende stap die meerduidelijkheid gaat geven is de doorrekening van de landelijke bronmaat regelen. Naar verwachting komen de resultaten hiervan in het najaar. De doorrekening geeft een prognose van de opbrengst van de landelijke maatregelen in Overijssel voor de periode tot 2030. De daadwerkelijke uitvoering van de maatregelen zal vervolgens inzicht gaan geven in hoeverre die prognose in de praktijk ook wordt gehaald. Het Rijk zal gaan bijsturen wanneer de resultaten van de bronmaat regelen achterblijven. Vast staat dat de opgave groot is en voor vrijwel alle partijen in Overijssel inzet zal vragen.
Opgave vastleooen in Gebiedsolan In de Wsn is opgenomen dat Gedeputeerde Staten binnen tweejaar na inwerkingtreding van de wet een Gebiedsplan'' vaststellen. Het plan beschrijft de gebiedsgerichte uitwerking van de landelijke omgevingswaarde, de binnen en buiten de Natura 2000-gebieden uitgevoerde of uit te voeren maatregelen die bijdragen aan de vermindering van stikstofdepositie en het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen, en de sociaal economische effecten hiervan. Ook biedt het plan de ruimte om bestaande of nieuwe Rijksmaatregelen in te ruilen voor maatregelen die beter passen bij de lokale of provinciale situatie. De te ontwikkelen Gebiedsagenda's in Overijssel geven de input voor dit Gebiedsplan. In dit provinciale Gebiedsplan wordt ook de vertaling gemaakt naar de (depositie) omgevingswaarde die met de ■* https://www.eerstekamer.nl/verslag/20210302/verslag ^ https://www.aanpakstikstof.nl/actueel/nieuws/2021/03/19/verkenningen-voor-stikstofopgave-voor-de-langere-termijn ^ Vraag 8: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35334-85.html ^ artikel 1.12fa
Pagina 2
stand van zaken en vooruitblik aanpak stikstof
gebiedsaanpak in Overijssel wordt behaald. We kijken daarin ook vooruit naar mogelijke maatregelen voor de resultaatsverplichting van het Rijk in 2035 en de instrumenten die we daarvoor van het Rijk nodig hebben. Dit doen we bovendien om inzichtelijk te hebben welke maatregelen nodig zijn om dit doel te bereiken en te voorkomen dat we nu maatregelen nemen die de realisatie van het 2035-doel belemmeren. Bronmaatregelen Vrijwillige ookoopregelina voor veehouderijen nabil natuurgebieden Tussen 19 januari en 28 februari 2021 konden veehouderijbedrijven zich aanmelden voorde uitvoering van de eerstetranche van de LNV-regeling provinciale aankoop veehouderijbedrijven nabij natuur gebieden. Er hebben zich 24 veehouderijbedrijven aangemeld. Al deze aanmeldingen zijn gecontroleerd en op basis van de kaders en randvoorwaarden is de ranking opgemaakt. Na besluitvorming hierover door GS krijgen alle individuele aanmelders bericht over hun aanmelding, positie in de ranking en wat dit betekent voor het vervolg. We verwachten medio mei de gesprekken te kunnen starten om de geselecteerde veehouderijbedrijven een aanbod te doen en te proberen overeenstemming te bereiken. Samen met een aantal andere provincies zijn we momenteel in gesprek met het Rijk om extra middelen te krijgen voor de uitvoering van deze eerstetranche, zodat we meeraanmelders een aanbod kunnen doen.
We verwachten voor de zomer duidelijkheid hierover. Zie ook onze brief van 6mei 2021, kenmerk 2021/0107932. Natuurherstel Met onze brief van 27 april 2021 (kenmerk 2021/0094983) hebben we u nader geïnformeerd over het proces Koers Landelijk Gebied en de natuuropgave. Vergunningverlening,
toezicht en handhaving
Vergunningverlening De status van de informatie uit onze maart-brief is nog actueel.Achter de schermen gebeurt er veel maar is nog veel in ontwikkeling. Wel overleggen we intensief met onze partners en in IPO-verband over verschillende uitspraken van de Raad van State en over beleidsmatige aspecten. Voor onze gemeentelijkepartners hebben we een webinar georganiseerd om de lijnen kort te houden en afspraken te maken. Ook doen we actief meeaan een botsproef om de eerstemeldingen te legaliseren. De ambtelijke organisatie verwacht over een maand te kunnen starten met een intern opleidings programma om een aantal schoolverlaters op te leiden tot vergunningverleners. Deze keuzewordt gemaakt omdat werven van ervaren vergunningverleners niet succesvol blijkt in een competitieve markt. In een volgende brief geven we een uitvoeriger update, ook ten aanzien van de werkvoorraad, verdeling over de sectoren en intern/extern salderen. Toezicht en handhaving Op 11 mei 2021 zijn bij de Rechtbank Overijssel tweezittingen gepland naar aanleiding van door de stichting Mobilisation for the Environment (MOB) ingestelde beroepen. De eerstezaak gaat over een handhavingsverzoek voor beweiden en bemesten zonder vergunning.
Wij stellen ons daarin op het standpunt dat het beweiden en bemesten niet vergunningplichtig is, omdat er geen significante effecten zijn ten opzichte van de referentiedatum.Op de datum waarop de betreffende Matura 2000-gebieden zijn aangewezen, waren de percelen al agrarisch in gebruik. Als de Rechtbank - en uiteindelijk in hoger beroep de Afdeling bestuursrechtspraakvan de Raad van State - tot de conclusie komt dat wél een vergunningplicht geldt, kunnen de provincies gedwongen worden om handhavend op te treden. Met name voor bemesten kan dan een knelpunt ontstaan met de afvoer van mest uit veehouderijen. Bemesten is (vrijwei) nergens in Nederland vergund. Het verlenen van vergunningen voor bemesten is in de huidige overbelaste situatie nagenoeg onmogelijk en alternatieven voor mestverwerking in Nederland zijn er vrijwel niet. Voor beweiden zijn de gevolgen relatief minder groot, omdat in de meestegevallen de emissievan dieren in de wei kan worden gesaldeerd met stalemissies. De tweedezaak betreft handhaving van een PAS-melding. In Overijssel zijn circa 560 PAS-meldingen gedaan, veelal ten behoeve van uitbreidingen van bestaande bedrijven.
Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State inzake de Programmatische Aanpak Stikstof van mei 2019 zijn deze uitbreidingen vergunningplichtig en is daarmee sprake van een overtreding als een uitbreiding zonder vergunning is gerealiseerd.Wij hebben evenwel handhavingsverzoeken op PAS-meldingen afgewezen. Wij vinden handhaving onredelijk, primair omdat de betrokken ondernemers geen verwijt kan worden gemaakt. Zij hebben vertrouwd op blijkens de uitspraak van de Raad van State ondeugdelijke regelgeving. In de Wsn is opgenomen dat de minister van LNV samen met Gedeputeerde Staten van de provincies zorg draagt
Pagina 3
"^verijssel
provincie
stand van zaken en vooruitblik
aanpak stikstof
voor het legaliseren van de zgn. PAS-melders. De minister stelt zo spoedig mogelijk een programma vast met maatregelen om de gevolgen van de stikstofdepositie van deze projecten te mitigeren of te compenseren. Deze maatregelen worden binnen drie jaar na de vaststelling van het programma uitgevoerd. Door RVO is inmiddels geïnventariseerd welke meldingen nog actueelzijn en voldoen aan de gesteldevoorwaarden voor legalisatie. Er zijn echter nog maar beperkt bronmaatregelen gerealiseerdom de uitstoot van de PAS-melders te mitigeren. Het is daarom de vraag hoe de rechtbank zal oordelen over de afwijzing van het handhavingsverzoek. Naast deze zaken lopen er alleen in Overijssel acht vergelijkbare zaken over beweiden en bemesten en elf andere meldingszaken. De uitspraak volgt in de regel zes tot acht weken na de zitting. Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof Waar staan we. waar komen we vandaan Op 28 oktober 2020 (kenmerk 2020/1102363)hebt u een besluit genomen over de kaders voor de GGA. Een cruciaal onderdeel van deze aanpak is het opstellen van een Gebiedsanalyse per GGA-gebied, met daarin een overzicht van de opgaven in het gebied en analyses van o.a. de omvang en herkomst van stikstofdepositie. We hebben toegezegd om - zodra deze Gebiedsanalyses gereedzijn (verwachting was Q2 2021) - de duiding ervan met u te bespreken. De Gebiedsanalyses zijn echter nog niet afgerond.
Met deze brief informeren we u waar we nu staan. De oebiedsdata Per gebied is eind vorig jaar gestart met het in kaart brengen van de gebiedsdata. De Gebiedsteams, ondersteund door externe bureaus, hebben hierin de partners aan de Gebiedstafels meegenomen. De data hebben niet alleen betrekking op stikstof, maar ook op de samenhang met andere opgaven in de provincie zoals het tegengaan van droogte, de energietransitie, klimaatvraagstukken, natuur en landbouw. Het resultaat is een brede verzameling gedetailleerdestatistische gegevens, in sommige GGA-gebieden al aangevuld met andere gebiedsspecifiekeelementen zoals raakvlakken met bestaande gebiedsprocessen. De gegevens zijn afkomstig uit openbare bronnen van RIVM, BIJ12, CBS, PBL en aangevuld met gegevens die bij de provincie bekend zijn. Ook partijen uit de GGA-gebieden hebben informatie aangeleverd. De gebiedsdata zijn bij elkaar gebracht In een digitale tooi, een Interactieve viewerdie uit een aantal hoofdstukken bestaat: ■ Gebiedsdoorsnede: de belangrijkste opgaven en thema's uit alle data (wordt gevuld in afstemming met de Gebiedstafels); ■ Stikstof; ■ Natuur; ■ Landbouw; ■ Veenweide; ■ Overige thema's. De gebiedsdata zijn het vertrekpuntvoor het vervolggesprek In de zes GGA-gebieden.
De gebiedsdata zijn vanaf 12 mei te raadplegen op https://www.kennishuboveriissel.nl/ Tijdens de geplande informatiesessie op 9 juni 2021 geven we een toelichting op de verzameldedata aan de hand van de viewer. Gebiedsanalyses, gebiedsdata en bronmaatregelen Om te komen tot de In de Wsn vastgelegde omgevingswaarden neemt het Rijk verschillende bronmaatregelen®, zoals de opkoopregelingen voor bedrijven met een grote emissie van stikstof en het Omschakelfonds. Om van de gebiedsdata naar de daadwerkelijke Gebiedsanalyses te komen, hebben we zicht nodig op de doorrekening van de effecten van deze landelijke bronmaatregelen. Hoewel de doorrekeningen van het Rijk begin dit jaar werden verwacht, is inmiddels bekend dat de resultaten pas in het najaar beschikbaar komen. Tot die tijd zullen we nog met de gebiedsdata zelf aan de slag moeten.
® Kamerbrief+24+april+voortgang+stikstofproblematiek+structurele+aanpak
Pagina 4
(l).pdf
stand van zaken en vooruitblik aanpak stikstof
Gebiedspartners vragen richtinaoevende kaders Terwijl de vertaling van de opgave landelijk nog in ontwikkeling is, en de landelijke opgave nog kan wijzigen, vragen de partners in de gebieden om meerrichting. Nu wij de gebiedsdata beschikbaar stellen, kan de volgende stap worden gezet om die richtinggevende kaders uit te werken. Om meerrichting te geven aan alle betrokkenen geven we daarom de volgende kaders mee: a. We hanteren het doel van 2030 en kijken vooruit naar 2035. We brengen op provinciaal niveau alle mogelijke maatregelen in beeld die bij kunnen dragen aan de resultaatsverplichting van het Rijk voor 2035. In het Gebiedsplan werken we vervolgens uit wat nodig is om die opgave in Overijssel uit te voeren. Op deze manier houden we regie op de maatregelen en kunnen we deze het best laten aansluiten op de Overijsselsesituatie. Zo zorgen we dat de maatregelen voor de korte termijn passen bij de lange termijn en houden we oog voor de totale opgave. We kijken daarbij niet alleen naar stikstof, maar ook naar de opgave voor broeikasgassen uit het Klimaatakkoord (CO2, methaan en lachgas). b. We hanteren de landelijke emissiereductieals richtinggevend kader voor de deelgebieden. Een emissiereductieis hanteerbaar en geeft duidelijkheid. De gebiedsdata geven de achtergrondinformatie op basis waarvan de 'hoe'-vraag kan worden beantwoord. Dit gebeurt in de Gebiedsagenda's. c.
De opgave in Overijssel moet gezamenlijk en haalbaar zijn. Dit betekent dat Overijssel een haalbare bijdrage levertaan de landelijke opgave, maar ook een doorvertaling naar deelgebieden evenredig is. Dit betekent ook dat alle bedrijven aan de al bestaande regelgeving moeten voldoen. d. De opgave van Overijssel geldt voor alle sectoren. De beschikbare data maakt inzichtelijk dat het aandeei van de agrarische sector in Overijssel groot Is. Tegelijkertijdis deze sector verweven met de leefbaarheid op het platteland, onze voedselproductie en beheer van het landschep. Daarom stellen we een specifiekeaanpak op voor deze sector, die gericht is op starters, blijvers en stoppers. Starters zijn de jonge ondernemers die vaak door bedrijfsopvolging in een bedrijf instappen. Aandacht voor deze groep is van belang om hun kennis te benutten, en de mogelijkheden voor het toepassen van de nieuwste innovatieve technieken en nieuwe manieren van landbouw. Deze bedrijven zullen nog velejaren actief zijn en van grote waarde voor de leefbaarheid van het landelijk gebied. Ook de blijvende bedrijven hebben een waardevolle positie in de lokale omgeving. Zij staan voor een transitieopgave en zullen worden geconfronteerd met de landelijke bronmaatregelen.
We zien ook dat deze groep inzet op het toepassen van nieuwe technieken, meergaat beweiden, alternatieve verdienmodellen ontwikkelt, het bestaande goede werk in de natuurontwikkeling uitbreidt, gaat werken met een schoner wagenpark, of zelfstandig of met anderen komt tot alternatieve schonere werkwijzen. Het bieden van duurzaam perspectiefvoor deze bedrijven in de transitieperiode is van groot belang. Stoppende bedrijven bieden kansen om bij te dragen aan emissiereductie,ruimtete bieden aan andere bedrijven of functieveranderingen mogelijk te maken. Een beperkt aantal stoppende bedrijven kan gebruik maken van de landelijke opkoop- en beëindigingsmaatregelen. Voor de overige bedrijven die willen stoppen bieden we bestaande regelingen zoals Rood-voor-Rood. Indien nodig maken we deze regelingen meerpassend voor de opgave in het landelijk gebied. Hoe verder in de gebieden de komende periode De gebiedsdata zijn van groot belang voor de gesprekken in de gebieden de komende periode. Conform het Statenvoorstel werken we per GGA-gebied toe naar een Gebiedsanalyse en vervolgens een Gebiedsagenda. De gebiedsdata vormen de basis voor de Gebiedsanalyses. De vertraging in het afronden van de Gebiedsanalyses als gevolg van de latere oplevering van de doorrekening van de landelijke bronmaatregelen werkt door in het opstarten van het proces om te komen tot Gebiedsagenda's.
Waar we eerderhebben aangekondigd dat deze naar verwachting medio 2022 opgeleverd worden, schuift dit nu op naar later dat jaar. Hoewel de doorrekening van de bronmaatregelen nog even op zich laat wachten, kan in de zes gebieden al wel gekeken worden naar de mogelijkheden die er zijn op dit moment. De richtinggevende kaders, in combinatie met de beschikbare gebiedsdata bieden de komende periode voldoende aanknopingspunten om vervolgstappen te zetten, zoals het in beeld brengen van alle mogelijke maatregelen. Dat doen we op provinciaal en gebiedsspecifiek niveau. De gebiedsdata geven inzicht in welkespecifiekemogelijkheden er zijn voor de verschillende gebieden, bijvoorbeeld als het gaat om stoppende bedrijven, of bedrijven die juist op zoek zijn naar stikstofruimte. Om deze makkelijker bij elkaar te brengen wordt momenteel gewerkt aan het opzetten van een matchingssysteem. Bedoeling hiervan is als provincie een actievererol
Pagina 5
"^verijssel
provincie
stand van zaken en vooruitblik aanpak stikstof
te spelen bij het aan elkaar koppelen van stikstofaanbieders en stikstofvragers, niet in de verdeling of het verhandelen van stikstof ruimte. Door het hanteren van de landelijke emissiereductieals richtinggevend kader voor de deelgebieden kunnen we concreter aan de slag met de gebiedspartners. Een emissieopgave is hanteerbaar omdat op gebiedsniveau regie mogelijk is op emissie, terwijl voor deposities altijd afhankelijkheid bestaat van andere gebieden. De gebiedsdata maken deze afhankelijkheid ook inzichtelijk. Een (deel)gebied kan dus verantwoordelijkheid nemen voor de emissie, maar niet voor de deposities. Dit geeft duidelijkheid en gezamenlijkheid. Uiteindelijk geldt voor de Natura 2000-gebieden de depositie van stikstof. Voor de effecten van depositie op deze gebieden is een landelijk schaalniveau noodzakelijk en wordt AERIUS gebruikt. Het Rijk zal jaarlijks de effecten van depositie per Natura 2000-gebied in de actualisatie van AERIUS doorrekenen. Op 16juni nemen we u mee in de dan actuelestand van zaken, waarbij we willen inzoomen op de duiding van de gebiedsdata zoals dat vanaf 12 mei kan plaatsvinden in de gebieden en hoe dit zich verhoudt tot de kaders die u heeft meegegevenin het besluit van 28 oktober 2020.
Verdeling stikstofruimte Zoals in de voortgangsbrief van maart is opgenomen, werken we samen met het Rijk aan uitbreiding van het instrumentarium voor salderen en hebben provincies het initiatief genomen om te komen tot een stikstofregistratiesysteem dat bijdraagt aan de vergunningverlening op de middellange termijn. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan spelregelsvoor toepassing van de stikstofdepositiebank (SDB, voorheen: regionaal stikstofregistratiesysteem). Wij zijn voornemens deze spelregelsnog voor de zomer in de beleidsregels op te nemen, waarna een eersteversie van de SDB operationeel kan worden. Hierover informeren we u tijdig. Het Rijk heeft de intentie om de afspraken aankomend najaar op te nemen in een ministeriële regeling. Gedeputeerde Staten van Overijssel,
voorzitter, A.P. Heidema
secretaris, N. Versteeg
Pagina 6