Standpuntenbrief LTO Salland tav RES aan Gemeente Raalte website
Tekst van het document
Gemeente Raalte Raadsleden en griffie Zwolsestraat 16 8101 AC Raalte
Datum: 28-04-2021
Referentie:
Betreft:Standpunt agrarische belangenbehartigers - RESsen Overijssel
Beste heer, mevrouw, De agrarische belangenbehartiger in LTO Salland is voorstander van duurzame energie: een brede maatschappelijke opgave, waar we als land- en tuinbouw graag aan bijdragen. We zetten ons als sector nu al stevig in voor duurzame opwek, 80 procent van de huidige opwek komt namelijk uit landelijk gebied. We vinden wel dat bij de ruimtelijke invulling een zorgvuldige afweging van maatschappelijke kosten en baten gemaakt moet worden. Zon op landbouwgrond is onnodig, maatschappelijk ongewenst (blijkt ook uit uw eigen onderzoeken) en moet vooralsnog uitgesloten worden. Onze argumenten daarvoor vindt u in deze brief. Een overzicht van enkele misverstanden en het maatschappelijk debat vindt u in de bijlage.
Nederland is een klein land met veel ruimteclaims, waarvan de energietransitie er slechts één is. Er liggen ruimteclaims rond woningbouw, ruimte voor rivieren en wateropslag, ruimte voor natuur, nieuwe wegen, bedrijventerreinen en recreatie. Daarnaast is er een sterke maatschappelijke en politieke druk richting circulaire en natuurinclusieve landbouw. Voor die extensivering is niet minder, maar juist meer landbouwgrond nodig. De steeds schaarser wordende landbouwgrond is rijk aan maatschappelijke toegevoegde waarde. Naast de productie van veilig en gezond voedsel betreft dat o.a. koolstofvastlegging, goed bodemleven en een beleefbaar landschap. Ook in de gemeente Raalte spelen deze uitdagingen.
Als LTO Salland merken wij dat er veel vragen leven en zorgen zijn over de aanleg van grote zonneparken vanuit oogpunt van: 1) Voedselproductie; hoe gaan we de groeiende wereldbevolking voeden? Is er nu een overschot aan voedsel in de wereld wat rechtvaardigt dat vruchtbare grond onttrokken kan worden? Is doorgerekend of bij afname voedselproductie straks voedsel duurder wordt? En zo ja, wat is de impact hiervan op met name de minima van de gemeente Raalte? Hoeveel mensen zijn er nu al afhankelijk van de voedselbank?
2) Bodem; wat is impact op de vruchtbaarheid van de bodem? Op de organische stof gehalte in de bodem, wat weer van belang is voor koolstofvastlegging? 3) Natuur/biodiversiteit: in hoeverre kan er gegarandeerd worden dat er ook werkelijk voldaan wordt aan realisatie van biodiversiteit bij aanleg parken en niet alleen op papier? 4) Milieu; als zonnepanelen voor 80% recyclebaar zijn, welke oplossing is er dan voor de overig 20%? 5) Klimaat; is bekend in hoeverre industrialisatie opwarming veroorzaakt? (gras met vermogen om warmte te absorberen wordt bebouwd met panelen die warmte afgeven). 6) Landschap; het Sallandse coulisselandschap wordt voor 25 jaar ingrijpend aangetast, wat is impact hiervan op inwoners, recreatie en toeristen? 7) Weidevogels; wordt afname habitatgebied weidevogels meegewogen? 8) Leefbaarheid; er zijn participatie richtlijnen aangenomen, maar in hoeverre wordt er ook echt democratisch besloten? Graag zien wij dat deze (en vast nog vele andere) vragen meegewogen worden alvorens er zulke ingrijpende beslissingen worden genomen voor de duur van 25 jaar. Tot 2030 is het mogelijk om de doelstelling te halen d.m.v. gebruik van de bovenste treden van de zonneladder. Wij kunnen ons dan ook niet voorstellen dat u, als raadslid, ervoor kiest om de zonneladder te negeren door op voorhand medewerking te verlenen aan de aanleg van grote zonneparken.
Ons dringende verzoek is dan ook om voor nu zon op landbouwgrond uit te sluiten, en het gebruik van de zonneladder te stimuleren. Hiermee geef je innovaties en kleinschalige, lokale initiatieven de kans. Met als bijkomend voordeel dat bij deze initiatieven 100% eigenaarschap vaak wel tot de mogelijkheden behoord. Zon op landbouwgrond heeft meer financiële dan energetische potentie. Het openhouden van die optie door overheden leidt tot een aanhoudende stroom initiatieven die niet aansluiten bij de gewenste ontwikkelvolgorde. Energie-opwek op andere locaties dan landbouwgrond kent beperkingen, is lastiger (“gedoe-factor” ) en kent een lager (maar niet persé negatief) financieel rendement. Maar zon op daken en no-regret is wel de vorm van opwekking waar in de samenleving het meeste draagvlak voor is . Dus wat willen we? Sturen op geld of op maatschappelijke waarden?
Zonder actief beleid en stimulering komt er weinig terecht van de zonneladder. Het verwerkelijken van de zonneladder als ruimtelijk principe vraagt om stevige sturing en stimulering vanuit overheden (zie ook advies landelijke NP RES werkgroep “knelpunten zon-op-daken”). Hierbij is behoefte aan een andere rol van de overheid dan de huidige praktijk. In plaats van kaders stellen aan geld gedreven marktinitiatieven, moet de markt geprikkeld worden tot creativiteit en goede voorstellen.
Zonnevelden op landbouwgrond hebben bovendien een dubbel negatief effect op de landbouwstructuur. Ze onttrekken de schaars vrijkomende gronden en ze storen de grondgebonden ontwikkeling van omliggende bedrijven door de toevallige ligging.
We zien het werk van de landelijke adviesgroep zon op dak graag terug in een hogere inrekening van het potentieel, evenals het advies van PBL/NPRES rond de wind/zon verhouding (4 op 1). De combinatie van die twee factoren maakt dat landbouwgrond vooralsnog uitgesloten kan blijven. Die uitsluiting zal een stimulans zijn voor een energietransitie langs de voorkeursvolgorde waar wij graag aan mee werken!
Samen met overheden willen wij ons inzetten voor de uitrol van zon op daken, erven en restgronden in combinatie met opwek uit wind. Wij vragen u met klem om doelgericht beleid op het volgen van de zonneladder, te beginnen met het uitsluiten van zonnevelden op waardevolle landbouwgronden. Daarnaast vragen we om een overtuigende inzet op stimulering en facilitering van zon op daken en zon op no-regret locaties.
Kortom: laten we het platteland begrazen, in plaats van beglazen!
Ten slotte wijzen we nog op het verwarrende vaststellingsproces van de RES. Het heet een regionale energiestrategie te zijn maar het plan is heel anders (op inhoud en volume) dan het opgestelde gemeentelijke zon- en windbeleid. Zonder harmonisatie van zon- en windbeleid is straks voor onze ondernemers niet duidelijk waar ze aan toe zijn. Waar u in uw document de RES schetst als input voor de gemeentelijke omgevingsvisies ontstaat onduidelijkheid. Dat geldt zeker voor RES West Overijssel waar de RES 1.0 straks vastgesteld moet worden als besproken hoofdlijnenakkoord met tal van amendementen uit gemeenteraden. Wij vrezen onduidelijkheid over beleidslijnen met alle nadelen van dien.
LTO Salland vraagt u concreet om de zonneladder een oprechte kans te geven door zon op landbouwgrond – vooralsnog – uit te sluiten en te verbinden aan een provinciaal ontheffingenbeleid.
Voor vragen of opmerkingen over deze standpuntenbrief kunt u zich wenden tot Maureen Fakkert, via mail: maureenfakkert123@gmail.com of telefonisch op 06-36563723
Namens LTO Salland Met vriendelijke groet,
Bijlage hieronder: misverstanden en maatschappelijk debat
BIJLAGE Misverstanden en maatschappelijk debat
Misverstand 1: Zon op dak en no-regret is maar voor een klein deel in te zetten In de fase concept RES is zon op dak en no-regret locaties beperkt ingerekend met een factor 0,4 vanwege specifieke belemmeringen en beperkingen. De onafhankelijke landelijke NP RES werkgroep ‘zon op dak’ concludeert echter in haar eindadvies dat veel beperkingen zijn opgelost, of zijn gebaseerd op ontbrekende kennis en bereidheid. Van de resterende belemmeringen zijn er veel die op korte termijn opgelost kunnen worden. Er is dus alle reden om in een visie document als de RES 1.0 (immers een ontwikkelingsrichting) de eerder genoemde factor 0,3 opwaarts bij te stellen. Ons inziens moet 0,6 haalbaar zijn. We missen die bijstelling in voorliggende RES 1.0 waarin u een tegengestelde beweging maakt naar 0,25 !
Misverstand 2: De claim op landbouwgrond gaat maar over een klein deel van het areaal Landbouwgrond is vaak generaties lang in bezit als productiemiddel van dezelfde bedrijven. Het kadaster en de WUR monitoren de mobiliteit van landbouwgrond. Voor onze regio berekenden ze die op ca 0,28%. Als in de RES scenario’s gedacht wordt aan 4 tot 10 %. procent, claimt dit dus de ontwikkelruimte van tientallen jaren. Daar komt bij dat ruimteclaims van bijv. verstedelijking vanuit kernen ontwikkelen en de schaduw jaren vooruit werpen. Ontwikkelaars van zonnevelden slagen daarentegen vooral bij stoppende of uitfaserende boeren. De velden landen als confetti in de landbouwstructuur en schaden de ontwikkelruimte van extensiverende bedrijven die serieus werk willen maken van de vraag naar meer grondgebonden en kringlooplandbouw.
Misverstand 3: De RES ambitie tot 2030 is niet in te vullen zonder inzet van landbouwgrond. Zonnevelden op landbouwgrond zijn niet nodig om de RES doelstellingen tot 2030 te halen. De cijfermatige analyses van het NP RES tonen de enorme potentie van andere vormen van opwek. Het gaat om de juiste keuzes en gericht beleid!
Misverstand 4: Ontwikkelaars vergoeden de maatschappelijk kosten Zelfs de grote velden betalen niet verder dan het transformatorstation. Alle netwerkkosten die verbonden zijn aan de onbalans op het net en de vrije ruimte die aangehouden moet worden om de zonnepiek op te vangen komt voor rekening van de maatschappij. Verder slurpt de mismatch tussen vraag en aanbod (zon piekt op momenten van lage vraag) de SDE subsidie op en verslechtert het de businesscase van innovatieve opwekvormen.
LTO Noord staat in haar standpunten allesbehalve alleen. Een korte en niet limitatieve bloemlezing:
Het College van Rijksadviseurs schetst in haar rapport ‘Via Parijs’ de ontwikkeling van zonnevelden als een ongewenste stedelijke functie in het buitengebied. Het college roept u op tot een verbod! Martien Visser Lector energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen stelt dat er geen noodzaak is om nu ‘hals over kop’ keuzes te maken omdat de doelstellingen van de RES ook via autonome ontwikkeling al in zicht komen. Wouter Veldhuis, Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving, wijst er in een interview in Nieuwsuur op dat grootschalige zonnevelden leiden tot grootschalige subsidie-export, en een ongewenste invloed hebben op de leefomgeving. hoogleraar energietransitie Jan Rotmans wijst op de verkeerde volgorde in ontwikkeling en dat eerst alle inspanning gericht zou moeten zijn op het volleggen van alle daken en no-regret. Het Planbureau voor de Leefomgeving en het NP RES zelf schrijven op grond van netefficiency en maatschappelijke kosten een verhouding van 4 wind op 1 zon voor. Bureau Overmorgen (als procesregisseur verbonden aan meerdere RES Regio’s) publiceerde een benchmark die leert dat 93,5 % van de potentieel geschikte bedrijfsdaken nog geen zonnepanelen heeft. De Wageningen Universiteit onderzocht de ruimtebehoefte en het ruimtegebruik. Ze publiceerde onlangs in ‘De Gelderlander’ een artikel getiteld ‘de strijd om de laatste vierkante meters grond’.
TNO concludeert in haar white paper ‘zonpositief’, van maart 2021, dat Zonne-energie bij uitstek geschikt is om te integreren en te combineren, zodat ruimte dubbel of meervoudig kan worden gebruikt. En ook dat de sterk dalende kosten van deze vorm van opwek het mogelijk maken om te kiezen voor andere maatschappelijke argumenten dan verduurzaming van de opwek alleen.
Inzet LTO Nederland/LTO Salland LTO Nederland werkt mee aan het aanpakken van netwerkproblemen. O.a. door deelname aan de PPS energie landbouw. LTO Nederland werkt samen met Holland Solar aan een deskundig advies voor een stimuleringsbeleid om zon op dak en zon op no-regret te maximaliseren. LTO Noord, waar wij onderdeel van uitmaken, voert tientallen projecten uit rond innovatie op energiegebied en het stimuleren van de uitrol van agrarische opwek bij onze leden.