CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Statenweg 11-13 Augustus 2021

Informatievoorziening raad 25 augustus 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Cvs afwijken bestemmingsplan voor het bouwen van een 2 ^1 kap woning aan de Statenweg 11 en 13 in Heino31.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing

Statenweg ong., Heino

Augustus 2021

Status: Definitief

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Statenweg ong., Heino

Plannaam: Plannummer: Plantype: Datum:

Statenweg ong., Heino 2020-469 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Augustus 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 3 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 2 PROJECTBESCHRIJVING ................................................................... 8 2.1 2.2 2.3

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 9 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 12

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 3.1 3.2 3.3

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 22

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 25 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

GELUID .................................................................................................................................................... 25 BODEM.................................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 36 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 38

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG ........................................................................... 42 6.1 6.2

WETTELIJKE VOOROVERLEG.......................................................................................................................... 42 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 42

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2

BODEMRAPPORTAGES......................................................................................................................... 43 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 44

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Aan de Statenweg te Heino (gemeente Raalte), ten noorden van de (zorg)woningen aan de Statenweg 5 t/m 15 ligt een nog onbebouwd stuk grond. Op basis van het geldende bestemmingsplan is mogelijk om hier een vrijstaande woning te realiseren, gebleken is dat er onvoldoende vraag is naar vrijstaande woningen. De vraag naar een twee-onder-een-kap woning is er wel. Initiatiefnemer is daarom voornemens om op een deel van deze gronden twee-onder-een-kap woningen te realiseren. Het voornemen is niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Heino’, omdat op basis van dit bestemmingsplan ter plaatse van het projectgebied uitsluitend is toegestaan om vrijstaande woningen te bouwen. Daarnaast wordt op meerdere andere punten afgeweken van hetgeen is toegestaan in het geldende bestemmingsplan, namelijk op de volgende punten: -

het bouwvlak, de beoogde woningen staan deels buiten het bouwvlak geprojecteerd; het aantal woningen; het type woningen; de afstand woning tot aan perceelgrens; de nokhoogte bijgebouw; het bebouwingspercentage.

In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied ligt aan de Statenweg tegenover het woon-zorgcomplex ‘Huis ter Heijde’. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied weergegeven ten opzichte van de kern Heino (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode kader).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied ligt binnen de bestemmingsplannen ‘Heino’ (vastgesteld 22 april 2010) en ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ (vastgesteld 27 september 2018). In voorliggend geval is ten aanzien van het planologisch regime hoofdzakelijk het bestemmingsplan ‘Heino’ van belang. Het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ dient uitsluitend ter verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte in bestemmingsplannen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het geldende bestemmingsplan opgenomen. Met rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede vigerende bestemmingsplan (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemmingen en strijdigheid

1.3.2.1 Bestemmingsplan ‘Heino’ Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Heino’ zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemmingen ‘Wonen – 3’, ‘Tuin’, ‘Groen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Binnen de bestemming ‘Wonen -3’ zijn de gronden voorzien van een bouwvlak en een ‘specifieke bouwaanduiding – bouwregels’. Daarnaast geldt binnen de hiervoor genoemde bestemmingen de functieaanduiding ‘waardevolle boom’. Enkelbestemming ‘Wonen-3’ De voor ‘Wonen-3’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een bedrijf of beroep ter plaatste van de aanduiding ‘vrijstaand’, aan- en bijgebouwen en ter plaatse van de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing aanduiding ‘waardevolle boom’, voor karakteristieke boombeplanting. Daarnaast zijn tevens de daar bijhorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Met daaraan ondergeschikte waterlopen en waterpartijen, groenvoorzieningen en wegen en paden. Voor het bouwen van het hoofdgebouw gelden de regels dat deze uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd. De goothoogte, bouwhoogte van het hoofdgebouw dienen te voldoen aan de maatvoering eisen die behoren bij de ‘specifieke bouwaanduiding – bouwregels’. Voor gronden met deze aanduiding is bepaald dat er maximaal vier vrijstaande woningen zijn toegestaan (over het gehele bouwvlak waar deze aanduiding is opgenomen). Daarnaast gelden er maatvoeringseisen voor de maximale goot- en bouwhoogte, afstanden tot perceelsgrenzen en het bebouwingspercentage. Aan en bijgebouwen dienen tenminste 3,00 meter achter het verlengde van de voorgevels van het gebouw te worden gebouwd. De gebouwen dienen dan wel tenminste 1,00 meter uit de perceelgrens te worden gebouwd. Daarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing niet meer mag bedragen dan 50% van het bouwperceel.

De goothoogte, bouwhoogte en, bij toepassing van een hellend dak, de dakhelling van de aan- en bijgebouwen dienen te voldoen aan de maatvoeringseisen waarbij de goot maximaal 3,25 meter bedraagt, de bouwhoogte maximaal 5,50 meter is en de dakhelling minimaal 25% tot 60% bedraagt. Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen, parkeren en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Er mogen uitsluitend erfafscheidingen, botenhuizen, vlaggenmasten en erkers, luifels, balkons en dergelijke worden gebouwd. Enkelbestemming ‘Groen’ De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor infiltratiegroenvoorzieningen, bermen en planten, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, voet en rijwielpaden, calamiteitenroute, verhardingen, een volière en een muziekkoepel binnen de aangegeven bouwvlakken in de hof van rakhorst aan de Canadastraat. Ter plaatse van de aanduiding waardevolle boom is er plek voor karakteristieke boombeplanting.

Enkelbestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ De voor ‘Verkeer – verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonstraten, pleinen en paden, voet- en rijwielpaden, evenementen, parkeervoorzieningen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer- route langzaam verkeer’ een route voor langzaam verkeer, ‘waardevolle boom’ voor karakteristieke boombeplanting, ‘garage’ voor garages en bij ‘specifieke bouwaanduiding – luifel’ voor een luifel. 1.3.2.2 Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ Met het vaststellen van een ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, is op een efficiënte wijze binnen het gehele gemeentelijk grondgebied in één keer op een goede en eenduidige manier een toetsingskader met betrekking tot parkeren in de gemeente Raalte vastgelegd. Voor het projectgebied en de parkeernormen wordt gekeken naar de beleidsregels die gelden in het document ‘parkeernormen Raalte 2015’ Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de planologische verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte. De gemeente Raalte heeft namelijk de wens om de parkeerregeling van de gemeente vast te leggen in alle geldende bestemmingsplannen binnen de gemeentegrenzen. Deze parkeernormen zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 3 november 2015. 1.3.3

Strijdigheid

Op basis van het geldende bestemmingsplan is ter plaatse van het bouwvlak dat deels binnen het projectgebied ligt, toegestaan om vrijstaande woningen te realiseren. De voorgenomen bouw van twee-ondereen-kap woningen ter plaatse van het projectgebied is dan ook niet in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dit doordat het type woningen niet is toegestaan, en zodoende het maximum aantal woningen in het gehele bouwvlak wordt overschreden met één woning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing Daarnaast voldoet het bouwplan tevens op een aantal ondergeschikte punten niet aan de geldende maatvoering eisen. Uit een overleg met de grondeigenaar en de gemeente is tot een samenspraak gekomen om aan de Statenweg vijf nieuwe woningen te realiseren. Inmiddels zijn er drie vrijstaande woningen gebouwd en middels voorliggend plan wordt er invulling gegeven aan de laatste twee woningcontingenten op deze locatie. Om deze gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt via een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.9; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit wordt voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.7. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Raalte beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op alle relevante BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PROJECTBESCHRIJVING

Situatie projectgebied

Het projectgebied ligt ten zuiden van het centrum van Heino aan de Statenweg. Ten noorden van het projectgebied ligt het woon-zorgcomplex Huis ter Heijne, waar men kan werken aan het herstel en revalidatie in de hiervoor beschikbare appartementen. In het westen, aan de andere kant, van de Statenweg ligt een groene strook die de functie agrarisch heeft. De omgeving in het oosten en zuiden wordt gekenmerkt door rustig wonen in het groen met de bijhorende tuinen, karakteristieke bomen en verkeersvoorzieningen. Het projectgebied is ingericht als grasland (braakliggende grond). Het gebied is bouwrijp gemaakt en wordt regelmatig onderhouden. De Statenweg loopt over in de Pastorieweg en komt uit op de Stationsweg. Het projectgebied is gelegen in een aftakking of zijweg van de Statenweg. De weg is verhard waaraan bewoners van het zorgcomplex haaks kunnen parkeren. Deze zijweg van de Statenweg is geen doorgaande weg. De ligging en begrenzing van het projectgebied worden weergeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1 middels een rode omlijning. In afbeelding 2.2 is de bestaande situatie van het projectgebied middels een straatbeeldfoto weergegeven (projectgebied ligt aan de rechterkant van de weg).

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.2

2.2

Straatbeeld ligging projectgebied (Bron: Google Maps)

Gewenste situatie

Het voornemen van de initiatiefnemer is om binnen het projectgebied een twee-onder-een-kap woning te realiseren. Deze twee-onder-een-kap woning komt in de plaats van een bestemde vrijstaande woning. Gebleken is dat er onvoldoende vraag is naar een vrijstaande woning op deze locatie. Gezocht is daarom naar een andere vorm. Een twee-onder-een-kap woning op de locatie aan de Statenweg blijkt wel gewenst aangezien er wordt gebouwd naar behoefte. De beide woningen zijn reeds verkocht en de kopers zijn bekend. In een vooroverleg met de gemeente Raalte en de omgeving (overleg 15 juli 2020) van het projectgebied is voorgesteld om af te wijken van de geldende bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan. De omgeving heeft positief op de ontwikkeling gereageerd. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de geldende planologische kaders om een twee-onder-een-kap woning te realiseren. Het projectgebied wordt gesplitst in twee kavels (zie afbeelding 2.3). Kavel 4 heeft een oppervlak van 425 m² en kavel 5 heeft een oppervlak van 761 m². De dakvorm van het hoofdgebouw is een schilddak waar de goothoogte van de voorgevel circa 6 meter en de nokhoogte van de woning circa 10 meter bedraagt. Het aangebouwde bijgebouw en de uitbouw aan de achterzijde worden uitgevoerd met plat dak. Qua omvang en uitstraling wordt aangesloten op de bebouwing in de omgeving.

Op deze wijze voegt de tweeonder-een-kap woning zich in de stedenbouwkundige kenmerken in de omgeving. De ‘groene’ bosrand kan worden behouden waardoor de kenmerkende groene omgeving behouden blijft. De woningen worden via de Statenweg ontsloten en op eigen terrein is er voldoende plek om te parkeren. In afbeelding 2.3 is een tekening van de nieuwe situatie opgenomen. In afbeelding 2.4 zijn geveltekeningen opgenomen van de beoogde twee-onder-een-kap woning en bijbehorend bebouwing. In afbeelding 2.5 is een 3D illustratie van de woningen opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.3

Tekening nieuwe situatie projectgebied (Bron: Bouwbedrijf Vosman B.V.)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 2.4

Gevelbeelden van de nieuwe woningen (Bron: Bouwbedrijf Vosman B.V.)

Afbeelding 2.5

3D illustratie van de nieuwe woningen (Bron: Bouwbedrijf Vosman B.V.)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Voor wat betreft de berekening van de parkeerbehoefte, wordt uitgegaan van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte dat is vastgelegd in het beleidsstuk ‘Parkeernomen Raalte 2015’. Samengevat worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:   

Functie woning: twee-onder-een-kap Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: rest bebouwde kom;

Op basis van voorgenoemde uitgangspunten wordt in de volgende twee sub paragrafen op de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie ingegaan. 2.3.2

Parkeren

Uitgaande van de hierboven genoemde uitgangspunten geldt voor de twee-onder-een-kap woning een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. In voorliggend geval is daardoor sprake van een parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen. In afbeelding 2.3 is te zien dat deze twee parkeerplaatsen ingetekend zijn per woning. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld. 2.3.3

Verkeer

Op basis van de genoemde uitgangspunten geldt voor een twee-onder-een-kap woning een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Dit komt in totaal neer op 15,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De wegen rondom het projectgebied kunnen deze lichte toename van verkeersgeneratie eenvoudig en veilig afwikkelen. 2.3.4

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

3.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing 3.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De Barro bevat onder andere regels voor grote rivieren, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, IJsselmeergebied en erfgoederen. 3.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De SVIR heeft een dusdanig schaalniveau dat deze niet specifiek ingaat op kleinschalige lokale ontwikkeling zoals in de onderbouwing wordt behandeld. Het projectgebied ligt niet in een gebied waar de nationale regels van de Barro de beleidsruimte van andere overheden inperken. Qua Ladder voor duurzame verstedelijking wordt opgemerkt dat het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien er wel sprake is van een (geringe) toename van bouwmogelijkheden, dan is doorgaans sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In voorliggend geval wordt een woning met bijbehorend bouwwerk gerealiseerd, de hoeveelheid bebouwing neemt toe. Met betrekking tot het realiseren van woningen is onder meer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraken blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In dit geval wordt één woning toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat een verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk is. Het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau staat de ontwikkeling niet in de weg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Op 13 november 2019 hebben Provinciale Staten de Actualisatie 2018/2019 gewijzigd vastgesteld. 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema’s voor de Omgevingsvisie zijn: 1. Duurzaamheid; 2. Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu’s; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; • investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; • zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; • ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal. Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Afbeelding 3.1

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing 3.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

3.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Toetsing van voorliggend initiatief aan het uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel geeft globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn met name ‘Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik’ (artikel 2.1.3) en ‘Realisatie nieuwe woningen’ (artikel 2.2.2) van belang. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval wordt een planologisch toegestane vrijstaande woning vervangen voor een twee-ondereen-kap woning. De gronden behoren reeds tot het bestaand stedelijk gebied van Heino en beschikt tevens over een stedelijke bestemming (‘Wonen – 3’). Van nieuw ruimtebeslag op de groene omgeving is geenszins sprake. Op deze wijze wordt er een andere woontypologie toegevoegd aan de huidige voorraad. Samenvattend wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1.

2. 3.

4.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Er is sprake van kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan de te realiseren woningen, aangezien deze voor lokale behoefte gebouwd wordt. De huidige twee-onder-een-kap woning zorgt voor meer keuze en aanbod en draagt zo bij aan de doorstroming. De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de omgevingsverordening Overijssel 3.2.4.2 Waar – ontwikkelingsperspectieven Het projectgebied ligt buiten het centrum van Heino. Het projectgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 3.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de omgevingsvisie opgenomen, waarbij het projectgebied met een rode omlijning is weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.2

Uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ Het projectgebied betreft een grasveld met de bestemming ‘Wonen - 3’. Ter plaatse van de gronden met deze bestemming mogen al vier vrijstaande woningen gerealiseerd worden.

Het voornemen ziet toe om ter plaatse van één van deze (bestemde) vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap woningen te realiseren. De gronden behoren reeds tot het bestaand stedelijk gebied van Heino. Gelet op de reeds aanwezige omliggende woonfuncties is het toevoegen van een nieuwe woning op deze locatie passend. Gesteld wordt dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing 3.2.4.3 Hoe – Gebiedskenmerken Met behulp van de gebiedskenmerken, de 'Natuurlijke laag', de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap', de 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving', wordt de doorwerking van het provinciaal ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de Omgevingsvisie op gebieds- en uitvoeringsniveau geborgd. Bij ieder nieuw ruimtelijk initiatief moet getoetst worden aan deze gebiedskenmerken. De ‘Natuurlijke laag’ en de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ kunnen in dit geval buiten beschouwing blijven aangezien de oorspronkelijke waarden van deze lagen niet meer voorkomen in het projectgebied. 1.

De ‘Stedelijke laag’

In de stedelijke laag is de koppeling van de sociale en fysieke dynamiek van de stedelijke functies aan het verbindende netwerk van wegen, paden, spoorwegen en kanalen een belangrijk ordenend principe. Efficiëntie en nabijheid zijn belangrijke vestigingsoverwegingen, maar daarbij wordt kwaliteit eigenheid en onderscheidend vermogen (mede gevormd door de historie) van de regio steeds belangrijker. Steden zijn de economische motors van Overijssel. Ook hier is sprake van een rijk palet: dorpen met centrumfuncties, landstadjes, steden en stedelijke netwerken. Elk met een eigen karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw en kwaliteiten. Het projectgebied is volgens de stedelijke laag gelegen in het gebiedstype ‘woonwijken 1955-nu’. In afbeelding 3.3 is het projectgebied met een rood kader weergegeven.

Afbeelding 3.3

Uitsnede van de stedelijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

‘Woonwijken 1955 – nu’ De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing Als ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de “Stedelijke laag” In het voorliggende geval wordt een woning gerealiseerd in een bestaande naoorlogse wijk. Bij de ontwikkeling wordt het karakter aangepast aan de bebouwing van de omgeving. De groenstructuren in de wijk blijven behouden. Geconcludeerd wordt dat de invulling van de locatie in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'. 2.

De ‘Laag van beleving’

In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. De verblijfsrecreatiecomplexen, de attracties, de routes voor wandelen, fietsen en varen zijn een belangrijke economische factor geworden met een vergelijkbaar aandeel in de economie als de agrarische sector. Dit alles verandert het aanzien, de gewenste gebruiksmogelijkheden en betekenis van het buitengebied. Aan het 'belevingslandschap' ontleent Overijssel zijn tijdsdiepte, maar ook zijn aantrekkingskracht. Steeds vaker worden de kwaliteiten uit het verleden ingezet in plannen door daar met nieuwe kwaliteiten, gebruiks- en verschijningsvormen op voort te bouwen.

De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' aangeduid met ‘IJsellinie inundatieveld’. In afbeelding 3.4 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 3.4

Uitsnede van de laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing ‘Bakens in de tijd, IJsellinie inundatieveld’ Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden in de geschiedeniswording van Overijsel. Er zijn in de provincie Overijsel geologische monumenten, plaatsen, schansen, verdedigingslinies, kapelletjes, religieuze monumenten, historische wegen tot landschappelijke ensembles zoals De Kolonie. Bakens zijn niet alleen (water)torens en andere hoge, kenmerkende bouwsels, ook patronen als de (ruil)verkavelingsstructuur vormen een baken in de tijd. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijds- diepte’ tot intense indrukken leidt. Het behouden van deze karakteristieken identiteit is zeer waardevol. De ambitie is om verbindingen tussen de bakens, het landschap en de bebouwing aan te brengen. Hierdoor zal de culturele historische waarden zich ontwikkelen tot recreatieve routes. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van de beleving' De locatie is op de kaart ‘laag van de beleving’ aangeduid met ‘IJsellinie inundatieveld’. In de Omgevingsvisie zijn geen extra uitgangspunten opgenomen. 3.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciale beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Horizon Gemeente Raalte 2040 – Onze omgevingsvisie

3.3.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie ‘Horizon Gemeente Raalte 2040 is op 26 november 2020 vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. In de omgevingsvisie legt de gemeente Raalte gezamenlijke spelregels vast en wordt er richting gegeven aan de opgaven van de toekomst. De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. 3.3.1.2 Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven De gemeente Raalte omarmd de verduurzamingsopgave van de wijken en dorpen en de demografische veranderingen die plaats vinden. De gemeente ziet de noodzaak om samen te werken aan een verbouwing van de wijken en dorpen tot duurzame, gezonde, klimaat- en levensloopbestendige leefomgevingen. Transformatie is een kans om ruimte te geven aan nieuwe woonvormen. In de gemeente moet jong en oud, arm en rijk, een passende woning vinden doordat vol wordt ingezet op diversiteit; er is ruimte voor flexibel ontwikkelen en renoveren en nieuwe manieren van collectief wonen. Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar laat de gemeente zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven. Daarbij worden de kansen benut die het lokale bedrijfsleven biedt, in de bouw en innovatieve maakindustrie.

3.3.1.3 Ontwikkelrichtingen De ambitie vraagt om een gemeente die de samenleving de ruimte geeft om duurzame en nieuwe woonvormen te ontwikkelen, maar ook richtinggevend en regisserend is bij ingrijpende veranderingen. Daarbij houdt de gemeente vast aan vijf ontwikkelrichtingen: 1. 2.

Toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaat adaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig; Inzet van flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing 3.

4.

Samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekke geclusterd zijn; Kiezen voor nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern; Openstaan voor woningbouw voor een bovenlokale behoefte.

3.3.1.2 Toetsing aan Horizon Gemeente Raalte 2040 – Onze omgevingsvisie De in voorliggende ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Middels voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de toekomstbestendigheid van Heino middels woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied. De woningbouw is beoogd op woonkavel waarbij geen sprake is van schade aan bestaande groenelementen in de kern Heino. De woonfunctie voorziet verder in de invulling van concrete woningbehoefte voor de kern Heino. Daarnaast worden de beoogde woningen gasloos uitgevoerd wat bijdraagt aan het energieneutraal bouwen. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen initiatief in overeenstemming is met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. 3.3.2

Programma Wonen 2021-2025

3.3.2.1 Algemeen In de nota Programma Wonen 2021-2025 geeft gemeente Raalte aan hoe ze de komende jaren willen werken aan het wonen in de gemeente. Het woonbeleid kent een aantal accentverschuivingen ten opzichte van het huidige woonbeleid. Er is de laatste jaren een toenemende woningkrapte te zien in zowel de koop- als de huursector en steeds maar stijgende koopprijzen. Tegelijkertijd zal het aantal huishoudens de komende jaren nog groeien. Dit komt enerzijds door de autonome ontwikkeling van gezinsverdunning en anderzijds door het vestigingsoverschot zoals we die de afgelopen jaren ook kenden. De inwoners van de gemeente wonen graag in Raalte en onder gezinnen is Raalte een aantrekkelijke gemeente om naar toe te verhuizen. Landelijk is sprake van woningnood en de regio en provincie hebben een forse groeiambitie die de grote steden niet kunnen oplossen zonder overige gemeenten in de regio. De gemeente Raalte wil graag haar bijdrage leveren aan deze groeiambitie en ziet dit als een kans. De ambitie van de gemeente Raalte op wonen is dat: jong en oud, arm en rijk, een passende woningen kunnen vinden in een toekomstbestendige woonomgeving, waarbij de ruimte wordt gegeven aan eigenzinnig wonen voor huidige en nieuwe inwoners. Deze ambitie wordt uitgewerkt in de volgende thema’s: 1. 2. 3. 4. 5.

Langer zelfstandig wonen in Raalte Duurzaam wonen in Raalte Kopen in Raalte Huren in Raalte Bouwen in Raalte

In voorliggend geval zijn met name de thema’s ‘Duurzaam wonen in Raalte’ en ‘Bouwen in Raalte’ van belang. Hierna wordt ingegaan op de relevante thema’s. 3.3.2.2 Duurzaam wonen in de gemeente Raalte De klimaatdoelstellingen, de nieuwe eisen aan nieuwbouwwoningen (BENG) en omslag naar een aardgasvrije gebouwde omgeving per 2050 maakt dat er een grote opgave ligt. Door klimaatverandering zijn maatregelen nodig om Raalte klimaatbestendig en waterrobuust te maken. De gemeente Raalte omarmd de duurzaamheidsopgave die er ligt. De gemeente Raalte wil in 2050 energieneutraal zijn. Dit betekent dat in 2030 CO2 uitstoot is gereduceerd met 49%. De verduurzaming van de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing woningvoorraad levert hier een bijdrage aan. Onze woonomgeving is zoveel mogelijk klimaatbestendig, waterrobuust en biodivers. 3.3.2.3 Bouwen in Raalte In het thema ‘Bouwen in Raalte’ komen alle thema’s samen. Het wonen in de gemeente Raalte betekent relatief rustig en groen wonen met een goed voorzieningsniveau binnen handbereik en een goede bereikbaarheid over de weg en het spoor. De gemeente Raalte voorziet met de nieuwbouw primair in de woonbehoefte van de inwoners van de gemeente Raalte en realiseren een ‘plus’ om de woning schaarste te verminderen en vestigers van buiten te faciliteren. De gemeente Raalte zet in op het toevoegen van woningbouwprojecten die de diversiteit van de woningvoorraad vergroten en waar de gemeente nu en in de toekomst trots op is. Om aan de woningvraag van dit moment te voldoen, versnelt en verhoogt de gemeente haar bouwopgave. De woningen worden gerealiseerd voor lokale behoefte en het leveren van een bijdrage aan oplossen van woning schaarste in de regio. Voor de planningsperiode van 2020-2030 gaat de gemeente uit van 1.500 – 2.000 woningen (ipv de 700 woningen tot 2030 waar de gemeente tot nu toe van uitging).

3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Programma Wonen 2021-2025 Om het woningtekort het hoofd te bieden en de ambitie van de gemeente waar te maken, heeft de gemeente haar bouwopgave verhoogd en versnelt. Voor de planningperiode van 2020-2030 gaat de gemeente uit van het realiseren van 1500-2000. Onderhavige ontwikkeling levert met de bouw van twee twee-onder-een-kap woningen een bijdrage aan deze bouwopgave. Daarnaast geeft de ontwikkeling invulling aan de vraag naar een divers woningaanbod en een aantrekkelijk woon- en leefmilieu. Tot slot voldoen de nieuw te realiseren woningen aan de recente duurzaamheidseisen en zullen gasloos worden gerealiseerd. Hiermee wordt bijdragen aan de duurzaamheidsopgave die er voor de gemeente Raalte ligt. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met het Programma Wonen 2021-2030. 3.3.3

Welstandsnota Raalte 2016

3.3.3.1 Algemeen De Welstandsnota 2016 Raalte is per 1 januari 2016 in werking getreden. Dit is vastgesteld in de vergadering van 29 oktober 2015. Het uitgangspunt van de welstandsnota is dat voor alle gebieden in de gemeente Raalte een welstandsvrij beleid geldt. In de van toepassing zijnde wetgeving betekent dit dat in de hoofdzaak geen redelijke eisen van welstand worden toegepast op een aanvraag in de omgevingsvergunning. De gemeente ziet dat vele initiatiefnemers de kwaliteiten van de omgeving en bestaande bebouwing meenemen in de nieuwe bouwplannen. De gemeente kan via de excessenregeling in buitensporige situaties (waarbij ernstige strijd met redelijke eisen van welstand) nog steeds invloed uitoefenen op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze regeling stelt de gemeente in staat om ook achteraf op te treden tegen excessen. In paragraaf 4.3 van de ‘Welstandsnota Gemeente Raalte 2016’ is deze excessenregeling nader uitgewerkt. 3.3.3.2 Toetsing aan Welstandsnota De tekeningen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 geven een beeld van de gewenste uitstraling van de nieuwe woning. Deze tekeningen geven een eerste indruk van het gebouw en bijgebouwen. In de gemeente Raalte is het toegestaan welstandsvrij te bouwen en wordt er ingegaan op de beste bedoelingen van de initiatiefnemer.

Verwachting is dan ook dat de gemeente op voorhand en na realisatie geen excessenregeling toepast op de woning aan de Statenweg. 3.3.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Ruimtelijke onderbouwing, Omgevingsvergunning, Statenweg ong., Heino Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage en water.

4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. 4.1.2

Situatie projectgebied

Voorliggend project voorzien in de realisatie van geluidsgevoelige objecten, namelijk woningbouw. 4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=eefd5eb6-79b1-43c1-a5d2-7fbbdec49b16