CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing DD 08-03-2021

Informatievoorziening raad 14 juli 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel afwijken bestemmingsplan woning Wijheseweg 6023.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing

Wijheseweg 58b Raalte

Status: Definitief Datum: 8 maart 2021

Plangegevens Naam: Plantype:

Wijheseweg 58b Raalte Ruimtelijke onderbouwing

Datum:

8 maart 2021

Projectnummer:

21AF070

Opdrachtgever:

Dhr.

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Contactpersoon:

MSc

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 43 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | E info@ad-fontem.nl

Inhoud 1

Inleiding ....................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling..................................................................................................... 4

1.2

Projectgebied ....................................................................................................................... 4

1.3

Huidige situatie .................................................................................................................... 4

1.4

Vigerend bestemmingsplan ‘Wijheseweg 58 (De Stamhoeve)’ ............................................. 5

1.5

Opzet van de ruimtelijke onderbouwing............................................................................... 6

2

Projectomschrijving...................................................................................................................... 7

3

Beleid ........................................................................................................................................... 8 3.1

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ................................................................................. 8

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 8

3.2

5

Provinciaal beleid ................................................................................................................. 9

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel ............................................................................................. 9

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel............................................................................... 10

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel .............................................................. 10

3.3 4

Rijksbeleid ............................................................................................................................ 8

Gemeentelijk beleid ........................................................................................................... 13

Omgevingsaspecten ................................................................................................................... 15 4.1

Vormvrije mer-beoordeling ................................................................................................ 15

4.2

Bedrijven en Milieuzonering ............................................................................................... 15

4.3

Geluid ................................................................................................................................. 17

4.4

Bodem ................................................................................................................................ 17

4.5

Externe veiligheid ............................................................................................................... 19

4.6

Luchtkwaliteit ..................................................................................................................... 20

4.7

Natuurwaarden .................................................................................................................. 21

4.8

Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................................... 23

4.9

Water ................................................................................................................................. 25

4.10

Verkeer en parkeren ........................................................................................................... 26

Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................... 28

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

Aan de Wijheseweg 58, in het buitengebied van Raalte, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. In maart 2012 is voor dit erf een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit betrof een rood -voorrood ontwikkeling waarbij een deel van de agrarisch bebouwing wordt gesaneerd. Ter compensatie van de sloop werden zorgwoning en andere maatschappelijke/recreatieve functies mogelijk gemaakt. Het project is gerealiseerd onder de naam ‘de Stamhoeve’. Daarbij is de bestaande bedrijfswoning gebruikt als burgerwoning door de eigenaar van het terrein. Binnen het bestemmingsplan is tevens een locatie gereserveerd voor een zorgwoning. De locatie van de beoogde zorgwoning is aangegeven met een functieaanduiding binnen het geldende bestemmingsplan. Momenteel is een plan ontwikkeld om in plaats van een zorgwoning, een reguliere woning te ontwikkelen. De beoogde woning past niet geheel binnen het aangewezen aanduidingsvlak. Ook is er sprake van een reguliere woning, in plaats van een zorgwoning. Het beoogde ontwerp past daarom niet binnen de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan. De gemeente Raalte heeft echter aangegeven bereid te zijn medewerking te kunnen verlenen aan voorliggend plan, door af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. Dit kan mogelijk gemaakt wor den middels een procedure buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo).

Bij deze procedure dient aangetoond te worden dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet daarin.

1.2

Projectgebied

Het plangebied is gelegen aan de Wijheseweg 58b, de provinciale verbindingsweg tussen Wijhe en Raalte. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk burgerwoningen, agrarische bedrijven en bijbehorende gronden.

Figuur 1.1: Ligging plangebied aan de Wijheseweg, tussen Wijhe en Raalte (bron: PDOK)

1.3

Huidige situatie

In de huidige situatie is er sprake van een woonerf met meerdere (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing. Het plan omvat het slopen van meerdere (voormalige) agrarische bebouwing om zodoende nieuwe functies mogelijk te maken. In het vigerende bestemmingsplan zijn de beoogde functies aangeduid met een functieaanduiding. Het betreft onder andere een theeschenkerij, praktijkruimte, werkplaats en een zorgwoning.

4

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

1.4

Vigerend bestemmingsplan ‘Wijheseweg 58 (De Stamhoeve)’

Het plangebied maakt deel uit van het bestemmingsplan ‘Wijheseweg 58 (De Stamhoeve)’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 maart 2012. In figuur 1.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied ligt binnen de enkelbestemming ‘Wonen’ Op het perceel ligt tevens een functieaanduiding ‘zorgwoning’.

Figuur 1.2: Fragment bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning' één zorgwoning; b) bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeer voorzieningen, tuinen, water en paardenbakken; met daaraan ondergeschikt: a) bed & breakfast; b) evenementen; c) kleinschalig kamperen met ten hoogste 5 standplaatsen; d) verkoop-aan-huis van streekeigen agrarische producten met een maximum vloeroppervlakte van 100 m2. Naast bestemmingsplan ‘Wijheseweg 58 (De Stamhoeve)’ is tevens het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, vastgesteld op 27 september 2018 van toepassing. Met dit bestemmingsplan wil de gemeente Raalte sturing geven op parkeren. Daarmee dient een bouwplan te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels "Parkeernormen Raalte 2015". Met het huidige plan is de beoogde bebouwing deels voorzien buiten het daarvoor aangewezen functieaanduiding. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de voorliggende ontwikkeling van een reguliere woning niet toegestaan. In het vigerende bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

Daarbij kan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning één woning van maximaal 750 m³ mag worden gebouwd, in plaats van een zorgwoning van maximaal 1.600 m³. De beoogde woning is echter buiten het aangewezen

5

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

aanduidingsvlak beoogd. Middels een buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo), kan worden afgeweken zodat de woning buiten het aangegeven aanduidingsvlak kan worden gebouwd. Bij deze procedure dient aangetoond te worden dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet daarin.

1.5

Opzet van de ruimtelijke onderbouwing

In de volgende hoofdstukken is het project nader toegelicht. In eerste instantie wordt ingegaan op het project zelf (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 stilgestaan bij het van belang zijnde overheidsbeleid (rijks/provinciaal en gemeentelijk beleid). In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan diverse omgevingsaspecten zoals geluid, archeologie, externe veiligheid, parkeren etc. Hoofdstuk 5 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de conclusie beschreven.

6

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

2

Projectomschrijving

Planomschrijving De initiatiefnemer is voornemens om een reguliere (schuur)woning te realiseren op het erf aan de Wijheseweg 58b in Raalte. Het betreft een langgerekt modern ontwerp dat uitkijkt over het weidse landschap. De inhoud van de beoogde woning bedraagt maximaal 750 m³, conform de uitzonderingsregels uit het vigerende bestemmingsplan. De woning wordt ontsloten via de gezamenlijke op- en inrit vanaf de Wijheseweg. Deze inrit ontsluit ook de woningen aan de Wijheseweg 58 en 58a. Parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is.

Figuur 2.1: beoogde footprint woning aan de Wijheseweg 58b in Raalte (bron: Reitsema & Partners)

Figuur 2.2: toekomstige schuurwoning (bron: Reitsema & Partners architecten)

7

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win -win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van in woners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een planologische functiewijziging van een zorgwoning naar burgerwoning in het buitengebied van Raalte. Het plan is gericht op een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd.

8

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Uit de uitspraken ECLI:NL:RVS:2014:4720 & ECLI:NL:RVS:2015:2921 blijkt namelijk dat de ontwikkeling van respectievelijk acht en elf woningen niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid Bro. In dit geval is er sprake van een relatief kleinschalige ontwikkeling waarbij de woning wordt gerealiseerd in het buitengebied, er is daarom geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro.

Mede gelet op het toevoegen van het geringe aantal van in totaal één woning én de vermindering van de bebouwde oppervlakte, is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van de Nota van toelichting behorend bij het besluit tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening kan geconcludeerd worden dat woning niet gezien wordt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder van duurzame verstedelijking. De ladder van duurzame ontwikkeling is daarom niet van toepassing op het voorliggende plan. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de ontwikkeling wordt bovendien in deze toelichting aangetoond.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebi eden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit.

Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities.

9

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van pr ovinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorg enomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke

10

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief aan de Wijheseweg in Raalte, wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Deze zijn vastgelegd in de regels behorende bij de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: • dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; • dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In voorliggend geval is sprake van een overschrijding van het aanduidingsvlak. Binnen het huidige aanduidingsvlak mag al gebouwd worden. Het betreft slechts een beperkte overschrijding. Daarbij worden elders op het erf landschapontsierende bebouwing gesloopt. Het plan levert daarmee een positieve bijdrage aan de algemene beginselen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Daarbij neemt de bebouwingsmogelijkheid af van 1.600 m³ (zorgwoning) naar maximaal 750 m³ (reguliere woning). Van extra ruimtebeslag op de groene omgeving is daarom geen sprake. Het plan is in overeenstemming met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

11

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (lid 1) In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerking voor voorliggend plan: Met voorliggende ontwikkeling wordt een aanduidingsvlak, met reeds bestaande bouwrechten, verruimd. Ter compensatie wordt er elders op het erf landschapontsierende bebouwing gesloopt. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing levert een bijdrage aan de ontstening van het buitengebied. Geconcludeerd kan worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene stedelijke omgeving. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Ontwikkelingsperspectieven (Bron: Provincie Overijssel)

Het plangebied is gelegen in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en Werken in het kleinschalige mixlandschap'. In het ontwikkelingsperspectief voor 'mixlandschap' wordt ruimte geboden aan een mix/verweving van verschillende functies. De plannen van initiatiefnemers doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en leveren geen extra belemmeringen op voor omliggende functies in de omgeving. Binnen dit perspectief is ruimte voor landbouw, landschapsontwikkeling, natuur, cultuurhistorie, vrije tijd, wonen en overige bedrijvigheid. Het onderhavig plan geeft invulling aan dit perspectief; landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt. In ruil hiervoor wordt het bouwvlak van het bestaande woonrecht in de gemeente Raalte verruimd. Het geheel wordt landschappelijk ingepast en levert zodoende een bijdrage aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit op de bouw - en slooplocatie.

12

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Gebiedskenmerken Voor het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken: • • • •

natuurlijke laag: beekdalen en natte laagtes en dekzandvlakte en ruggen; laag van het agrarisch cultuurlandschap: oude hoevenlandschap; stedelijke laag: n.v.t; laag van beleving: n.v.t.

Het plangebied maakt deel uit van de gebiedskenmerken beekdalen en natte laagtes en dekzandvlakte en ruggen. De ambitie voor beekdalen en natte laagtes is om de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. De ambitie voor dekzandvlakte en ruggen is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. De beoogde ontwikkeling van een schuurwoning doet daar geen afbreuk aan. Voor de laag van het agrarisch cultuurlandschap geldt het oude hoevenlandschap. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap. Met dit plan wordt rekening gehouden met omliggende functies en bestaande bebouwingsstructuren. De nieuwe bebouwing vormt één bouwmassa en wordt landschappelijke ingepast. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het ter plekke geldende gebiedskenmerk van de ‘Natuurlijke laag’ en ‘Laag van agrarisch cultuurlandschap’.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende plan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoordde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie horizon gemeente Raalte 2040 Op 26 november 2020 heeft de gemeente Raalte de Omgevingsvisie Horizon Gemeente Raalte 2040 vastgesteld. Het betreft een strategisch document dat richting geeft aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In de gemeente Raalte spelen drie structurele ontwikkelingen waar de energie en aandacht op wordt gericht: 1. 2. 3.

Hoe geven we vorm en invulling aan de ontwikkelingen in het buitengebied, zodat het een prettige plek blijft om te wonen, werken, ondernemen en recreëren? Hoe zorgen we dat bestaande wijken en dorpen leefbaar en aantrekkelijk blijven? Hoe creëren we de optimale randvoorwaarden voor wonen, werken, ondernemen en recreëren in Raalte?

Voor voorliggende ontwikkeling is met name kernopgave 1 van belang. Deze gaat in op het buitengebied van de gemeente Raalte. Het buitengebied – kernopgave 1 Het buitengebied is van oudsher de plek voor landbouw. Behalve een productielandschap is het ook een plek waar rusten natuurschoon te vinden is. Dit beeld is, ook in de gemeente Raalte, aan het kantelen door de vele ontwikkelingen die op het landelijke gebied afkomen en deels met elkaar conflicteren. Denk hierbij aan ontwikkelingen in de landbouw (stoppende boeren en VAB),

13

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

klimaatverandering, de opwekking van duurzame energie en recreatie en toerisme. Raalte als groen en innovatief productielandschap is de ambitie. Deze ambitie vraagt om regie, maar ook samenwerking. Hierbij zijn de volgende vijf ontwikkelingsrichtingen geformuleerd: 1. Er wordt gekozen voor een sterk en afwisselend landschap door het verder te ontwikkelen, te versterken en te behouden wat waardevol is; 2. Er wordt gekozen voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap door middel van technologie, innovatie en experiment; 3. Kansen om in stedelijk gebied energie duurzaam op te wekken worden gegrepen. Tegelijkertijd is er erkenning dat de opgave te groot is om alleen in stedelijk gebied op te lossen en daardoor voor een groot deel ook een plek in het buitengebied vindt. Hierbij gaat de strategie uit van een initiatiefrijke samenleving die bouwt op draagvlak, zowel sociaal als financieel, met heldere doelstellingen als kader; 4. Er wordt gekozen voor een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productielandschap, waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie; 5. Er wordt gekozen voor kleinschalige recreatie, die past in het landschap en die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied. Toets Voorliggend initiatief is in lijn met de Omgevingsvisie.

Het plan maakt een woning mogelijk van maximaal 750 m³ op een locatie waar een zorgwoning van maximaal 1.600 m³ beoogd was. Dit draagt bij aan een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Ook neemt met voorliggende ontwikkeling de bebouwingsmogelijkheid van het buitengebied van Raalte af. Daarnaast voorziet het voorliggende ontwerp van de schuurwoning in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Landschapsontwikkelingsplan Deventer, Olst-Wijhe en Raalte De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte hebben een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld met als doel een gezamenlijk kader te bieden (23 september 2008), op basis waarvan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied kunnen worden beoordeeld, teneinde de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken. Het LOP bevat vier belangrijke componenten: • inventarisatie en analyse; • de LOP-visie 'Een plus voor het landschap'; • thematische uitwerkingen; • het uitvoeringsprogramma Thema-uitwerkingen In deze rapportage is met name aandacht geschonken aan erven, als belangrijke drager van het Sallandse landschap. De erven van Salland veranderen. Enerzijds door schaalvergroting in de landbouw, anderzijds door veranderende gebruiksfuncties zoals burgerbewoning. De schaalvergroting betekent dat de agrarische erven een steeds grotere invloed hebben op de structuur en de beleving van het landschap.

De kwaliteit van nieuwe stallen, schuren en loodsen is direct van invloed op de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Door de transformatie van agrarische erven naar burgererven vervalt de agrarische functie. De opgave ligt dan in het behouden van het landelijke karakter waar de verstening op de loer ligt. In het LOP worden de schaalvergroting van de agrarische erven en de transformatie van agrarisch erf naar burgererf gezien als motoren om het landschap van Salland te ontwikkelen. Met de beelden in de rapportage worden stallenbouwers, agrariërs, beleidsmakers, architecten en landschapsontwerpers gestimuleerd om de kwaliteit van het agrarische erf en daarmee de kwaliteit van het landelijk gebied in Salland te waarborgen. Toets Met onderhavig plan wordt aangesloten bij het landschapsontwikkelingsplan. Het plan richt zich op de versterking van de bestaande waarden en heeft oog voor de historische waarde van de erfstructuur.

14

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

4

Omgevingsaspecten

4.1

Vormvrije mer-beoordeling

Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige mil ieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Er wordt middels deze omgevingsvergunning een reguliere woning van 750 m³, in plaats van een zorgwoning met een bouwmogelijkheid van 1.600 m³, mogelijk gemaakt. Door de kleinschalige omvang van het project wordt de ontwikkeling niet aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.

De beoogde activiteit wordt niet in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage benoemd. In dit geval is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.

4.2

Bedrijven en Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milie u sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is.

15

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In het voorliggende geval is er sprake van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering

Toets Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Raalte. Het plangebied wordt overwegend omgeven door agrarische en natuurgronden (bos). Op grond hiervan geldt het omgevingstype 'rustig buitengebied' voor het plangebied. Bij de realisatie van een nieuwe functie/bestemming dient te worden gekeken naar de omgeving waarin de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd wordt. Daarbij gaat het om de externe werking en de interne werking: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. Met voorliggend plan wordt een woonfunctie mogelijk gemaakt. Wonen is geen milieubelastende functie. Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt derhalve niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving. In voorliggende ontwikkeling wordt in plaats van een zorgwoning, een reguliere woning mogelijk gemaakt binnen een bestaande woonbestemming.

Het bouwvlak komt echter wel dichterbij het dichtstbijzijnde agrarische perceel (Wijheseweg 64) te liggen. De afstand van het agrarisch perceel tot het nieuwe bouwvlak bedraagt circa 140 meter. Aan de Wijheseweg 64 is momenteel een melkveebedrijf gevestigd. Voor het fokken en houden van rundvee geldt een richtafstand van 100 meter, in verband met aspect geur. Aan de richtafstanden wordt derhalve ruimschoots voldaan. Hiermee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en wordt voorkomen dat bedrijven worden belemmerd in de mogelijkheden.

16

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

4.3

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: • Woningen. • Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). • Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Het plangebied ligt op ongeveer 220 meter vanaf de Wijheseweg (N756). Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) is de ontwikkeling daarmee onderzoeksplichting. De gemeente Raalte beschikt echter over een milieumodel. Deze is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Wijheseweg 58 (De Stamhoeve)’. Op basis van dit model geldt voor het perceel aan de Wijheseweg 58 een belasting lager dan 48 dB op de voorgevel. Deze is opgenomen in onderstaande afbeelding.

Daarmee is de geluidsbelasting op de woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het pl an.

Figuur 4.2: milieumodel gemeente Raalte (bron: bestemmingsplan Wijheseweg 58)

4.4

Bodem

Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Bij een ruimtelijk plan moet worden bepaald of de bodemkwaliteit van het betreffende gebied geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiervoor is er sprake van een wettelijke verplichting om informatie over de bodemkwaliteit te inzichtelijk te maken. Hierbij is het van

17

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

belang te weten of er mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Op basis van de Woningwet, de Wabo en bijbehorende regelgeving gelden de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: • als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; • het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; • als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; • als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Toets Door Hunneman Milieu en Advies is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het bodemonderzoek is als bijlage opgenomen. Hieronder worden de resultaten van het verkennend bodemonderzoek weergegeven.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: Asbestonderzoek Zintuiglijk zijn ter plaatse van boring 4 en 7, puinbijmengingen waargenomen in de bodemlaag vanaf 0,0 tot 0,15 m-mv en 1,0-1,5 m-mv. In de vaste bodem ter plaatse van de overige boringen zijn geen noemenswaardige bijmengingen aan bodemvreemde materialen waargenomen. In de bodem is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de actuele contactzone onder de drupzone binnen RE -01 [0,0~0,3 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch 0,5 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gehalte blijft ruim beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. In de actuele contactzone binnen RE-02 [0,0-0,5 m-mv] is, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, analytisch geen gewogen asbest aangetoond. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Vaste bodem en grondwater Analytisch zijn in mengmonster MM-01 van de bovengrond, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan kwik en PAK, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. De aangetoonde gehalten aan kwik en PAK overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Analytisch zijn in mengmonster MM-02 van de humeuse ondergrond [ws.

oud maaiveld], van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in mengmonster MM-03 van de ondergrond, van de geanalyseerde parameters, een gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Analytisch zijn in mengmonster MM-04 van de puinhoudende bodemlagen, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater (peilbuis 1) is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. Conclusies en aanbevelingen

18

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

In de bodem is zintuiglijk geen asbest aangetroffen. Analytisch is geen asbest aangetoond boven de ½ interventiewaarde. In de vaste bodem en in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de analyseresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan, milieutechnisch gezien, geen bezwaren voor de voorgenomen verkoop van de locatie. Hunneman Milieu en Advies adviseert om bij eventuele ontwikkeling van de locatie te werken met en gesloten grondbalans. Indien grond vrijkomt en van de locatie wordt afgevoerd is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing (Bbk). De aangetoonde verhogingen in de vaste bodem kunnen, bij toetsing aan het Bbk, beperkingen opleveren ten aanzien van het (her)gebruik elders. Af te voeren grond dient eventueel AP-04 te worden ingekeurd, voor de bepaling van de definitieve afzetmogelijkheden. Het aspect ‘bodem’ levert derhalve geen belemmering op voor de uitvoering van onderhavig plan.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal wor den op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In figuur 4.3 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Het plangebied is hierin rood weergegeven.

Figuur 4.3: Risicokaart plangebied (bron risicokaart.nl)

19

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Toets Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 210 meter van het plangebied van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen, derhalve geldt dat het plangebied: • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.6

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO 2 ) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor - en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO 2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Het voorgenomen plan voorziet in de ontwikkeling van een reguliere (schuur)woning van maximaal 750 m³ in plaats van een zorgwoning van maximaal 1.600 m³. Dit aantal valt ruim onder de

20

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

drempelwaarde van 1.500 woningen en valt onder de drempelwaarde voor de vrijstelling aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Onderstaande tabel toont de NIBM-tool, welke aangeeft of een ontwikkeling al dan niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van luchtkwaliteit. Hierbij is rekening gehouden met een toename van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal (op basis van de CROW-uitgave Toekomstbestendig Parkeren). Dit is berekent op basis van een gemiddelde verkeersgeneratie van per woning (niet-stedelijk, buitengebied, vrijstaande koopwoning).

Figuur 4.4: NIBM-tool (bron: InfoMil)

Op basis van de worst-case berekening is aangetoond dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht. Er wordt dan ook voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tevens kan de realisatie van woningen niet aangemerkt worden als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘luchtkwaliteit’ geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

4.7

Natuurwaarden

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toets Om de aanwezige natuurwaarden in beeld te brengen is door Ruimte voor Advies een Ecologische Quickscan uitgevoerd (versie 1.0). De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden in bijlage 3. De conclusies van de Quickscan zijn als volgt. Overzicht van de bevindingen

21

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Figuur 4.5: overzicht van de bevindingen Wijheseweg 58 Raalte (bron: Ruimte voor Advies)

Soortenbescherming Vleermuizen • De te slopen en renoveren bebouwing en de te kappen bomen zijn ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Nader onderzoek naar vaste rust- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen is niet nodig. • Op het erf kunnen nieuwe kansen voor vleermuizen gecreëerd worden door het realiseren van voorzieningen die kunnen dienen als verblijfplaats. • Tijdens de werkzaamheden kan enige mate van verstoring voorkomen door het gebruik van verlichting. De kans op verstoring van de vliegroutes en foerageergebied treedt alleen op in de schemering en nachtelijke uren. Is het werken in de avond- en vroege morgenuren onvermijdelijk, dan zijn maatregelen met betrekking tot verlichting vereist. Dit kan door het gebruik van amberkleurige verlichting en afschermende armaturen en het beperken van de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter. In de periode december -maart zijn vleermuizen niet actief en zijn deze maatregelen niet nodig. Broedvogels • Sloop en renovatie van de bijgebouwen leidt niet tot aantasting van vaste, jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels. Wel kunnen nesten van overige broedvogels aangetast worden, zie volgende punt. • Tijdens het broedseizoen zijn broedgevallen van algemene broedvogels zoals zanglijster, winterkoning, roodborst en houtduif mogelijk op het terrein.

Uitvoering van de werkzaamheden kan tijdens het broedseizoen leiden tot het verstoring of vernieling van nesten van algemene broedvogel. • Broedgevallen kunnen zich zowel in te slopen bebouwing als in de te kappen bomen voordoen. Het is van belang om mogelijk verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het treffen van preventieve maatregelen om broedgevallen te voorkomen is in dit geval praktisch gezien niet realistisch. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode. Indicatief wordt vaak de periode 15 maart tot 15 juli gehanteerd omdat de kans op broedgevallen van veel soorten dan groot is, maar het kan afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden ook korter of langer duren. Bepalend is de vraag of er sprake is van een broedgeval; zolang het

22

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

•

nest bezet is, geldt dat het betreffende nest niet mag worden verstoord. Ontheffing is niet mogelijk. Werkzaamheden tijdens het ‘reguliere’ broedseizoen is uitsluitend mogelijk nadat een broedvogelcheck door een erkend broedvogeldeskundige heeft uitgewezen dat er geen broedgevallen binnen invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Voor soorten als boerenzwaluw, huiszwaluw, huismus, ringmus, spreeuw is en blijft het erf in potentie zeer geschikt als leefgebied en/of broedlocatie indien er voldoende gelegenheid tot nestelen is. Nestgelegenheid lijkt op dit moment een limiterende factor. De mogelijkheden voor deze en andere erfvogels kunnen worden vergroot door bijvoorbeeld het plaatsen van voor deze soorten geschikte nestkasten of nestkommen (boerenzwaluw, huiszwaluw).

Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. Maai voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden de begroeiing rondom de te slopen bebouwing, verwijder opgeslagen materiaal uit de bebouwing en verwijder eerst de dakbedekking alvorens tot daadwerkelijke sloop over te gaan zodat eventueel aanwezige dieren de kans hebben om te vluchten. Calamiteiten • De quickscan en aanvullende onderzoeken geven geen garantie wat betreft toekomstige vestiging van beschermde soorten. Worden er tijdens de werkzaamheden onverwacht toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk tijdelijk stil en neem contact op met een erkend ecologisch deskundige. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

Gebiedsbescherming •

De locatie ligt op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. Effecten op kernkwaliteiten, ontwikkelingsdoelen en instandhoudingsdoelstellingen van NNN en Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten.

Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘natuurwaarden’ geen belemmering oplevert voor onderhavig plan.

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

23

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Archeologie Voor het perceel aan de Wijheseweg 58b in Raalte geldt een lage archeologische verwachting. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht voor plangebieden groter dan 10 ha. in het landelijk gebied en groter dan 5 ha. in de bebouwde kom en/of gelegen binnen een straal van 50 m van AMK terreinen en bij bodemingrepen dieper dan 50 cm - maaiveld. Het plangebied valt hier ruimschoots onder. Dit betekent dat geen aanvullend archeologisch onderzoek benodigd is. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

Figuur 4.6: archeologische verwachtingskaart gemeente Raalte (bron: gemeente Raalte)

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.

Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van provincie Overijssel blijkt dat er geen cultuurhistorische waarden bevinden in het plangebied. De ten zuiden van het plangebied gelegen provinciale weg (Wijheseweg) is aangeduid als ‘historische infrastructuur’. Met voorgenomen ontwikkeling wordt dit niet aangetast. Het aspect ‘Cultuurhistorie’ levert geen belemmeringen op voor onderhavig plan.

24

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

Figuur 4.7: Cultuurhistorische waardenkaart Overijssel (bron: provincie Overijssel)

4.9

Water

Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Rui mtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden.

Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de taken vastgelegd in het Waterbeheerplan 2016 2021. Hieronder volgt een toelichting op de doelen in het waterbeheerplan.

25

Ruimtelijke onderbouwing – Wijheseweg 58b Raalte

•

•

•

Overstromingen, wateroverlast of droogte te voorkomen of beperken. Inwoners kunnen hierdoor op een goede manier wonen en werken. Boeren en natuurbeheerders kunnen goed gebruik maken van de grond. Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het (oppervlakte)water is belangrijk. Het water is schoon en gezond en inwoners kunnen hiervan genieten. Ook de doelen voor w aterkwaliteit die voortvloeien uit Europese wetgeving; de Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van het plan. Afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. We proberen niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen. Ook willen we van deze stoffen nieuwe producten maken en nieuwe toepassingen zoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=80999280-542e-456b-9eaf-fcb30ff5f3c5