Richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 college van 7 mei 2024
Tekst van het document
Richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Inleiding Hierbij doen wij u de richtlijnen voor het opstellen van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 toekomen. 1. Opstellen begroting 2025 1.1. Begroting op basis van bestaand beleid Evenals vorige jaren wordt de begroting 2025 vanuit de basis opgebouwd d.w.z. vanuit de taakvelden naar een programmabegroting. De ramingen in de vastgestelde begroting 2024 en in de meerjarenraming 20252027 incl. de daarbij behorende begrotingswijzigingen dienen als vertrekpunt voor de ramingen begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Autonome ontwikkelingen als gevolg van toename van areaal (m2 groen) of aantallen (bijvoorbeeld inwoners) mogen primitief worden geraamd. Dit geldt ook voor wettelijk verplicht beleid, taken waar een rijksvergoeding tegenover staat en onontkoombare en onuitstelbare autonome ontwikkelingen bestaand beleid, anders dan bovengenoemde toename van areaal. Substantiële afwijkingen bestaand beleid worden in de bestaande begroting toegelicht en komen ook tot uitdrukking in het in de begroting opgenomen analyse overzicht ‘mutaties bestaand beleid’. 1.2. Aanvragen nieuw beleid Voor aanvragen nieuw beleid moet altijd een format nieuw beleid/ extra uitgaven worden ingediend. De aanvragen nieuw beleid worden gemeente breed integraal afgewogen.
Het college doet hierbij in het kader van de begrotingsvoorbereiding voorstellen aan de raad. 1.3. IJkpunten voor berekening van het renteomslagpercentage Bij het bepalen van het renteomslagpercentage is het van belang vooraf helderheid te hebben in de te hanteren ijkpunten. Voor de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 worden hierbij de volgende ijkpunten in acht genomen: • de door de accountant goedgekeurde jaarrekening 2023 en de daarbij behorende balans vormen de basis voor de berekening van het renteomslagpercentage. • hieraan worden toegevoegd de mutaties uit de begroting 2024 tot en met 1 mei 2024.
1
2. Rekenregels voor de ramingen in de begroting 2025 inclusief de meerjarenraming tot en met 2028 2.1. Volume mutaties en autonome ontwikkelingen
Aantal inwoners Omschrijving Aantal inwoners per 1 januari
2024 38.367
2025 38.450
2026 38.500
2027 38.550
2028 38.600
Per 1 januari 2024 had de gemeente Raalte 38.367 inwoners. Het aantal inwoners is in de periode 1-1-2023 tot 1-1-2024 gedaald met 123 (van 38.490 naar 38.367). Voor het jaar 2025 houden we rekening met een stijging van 83 inwoners ten opzichte van 2024. Voor de jaren 2026-2028 hebben we rekening gehouden met een stijging van 50 inwoners per jaar tot 38.600 vanaf 2028. Jaarlijks wordt op basis van het werkelijk aantal inwoners geëxtrapoleerd voor een periode van 4 jaar. Hierbij maken we gebruik van de langjarige CBSprognose bevolkingsontwikkeling 2023-2050. Overigens, tussen 1 januari 2024 en 1 april 2024 is het aantal inwoners gedaald van 38.367 naar 38.349.
Aantal verblijfsobjecten Omschrijving Aantal verblijfsobjecten (met woonfunctie) per 1 januari
2024 16.460
2025 16.603
2026 16.699
2027 16.820
2028 16.909
Het aantal verblijfsobjecten (met woonfunctie) is ontleend aan het feitelijke aantal woningen in de BAGregistratie op 1-1-2024 en in meerjarenperspectief geëxtrapoleerd. De toename van het aantal woningen (verblijfsobjecten) is gebaseerd op de geprognosticeerde toename van de Primos prognose 2023. We gebruiken de Primos prognose omdat deze landelijk en door de Provincie Overijssel gebruikt wordt. Echter de afgelopen jaren is voor de gemeente Raalte gebleken dat Primos (veelal te) behoudend is. Ook houdt Primos geen rekening met de groeiopgave gemeente Raalte. 2.2. Loonkostenontwikkeling gemeentepersoneel De huidige CAO gemeenten 2024/2025 heeft een looptijd tot en met 31-03-2025. Deze CAO is eind 2023 vastgesteld waarbij onder meer vanaf 1 januari 2024 een loonstijging is opgenomen van 4,75% en per 1 oktober 2024 een loonstijging van 1,25% welke doorwerking heeft voor het begrotingsjaar 2025 en volgende. In de begroting 2024 is al rekening gehouden met een loonkostenontwikkeling van 5,2%. De verwachting is dat de in de begroting 2024 opgenomen loonontwikkeling voldoende is voor de bekostiging van de loonkostenstijging in 2024. Voor het jaar 2025 houden we rekening met een loon en premiestijging van 4,4% ten opzichte van de begroting 2024 (incl. na-ijleffect loonkostenstijging per 1 oktober 2024 huidige CAO).
Dit percentage komt overeen met de ramingen van het Centraal planbureau, Centraal Economisch Plan 2024, februari 2024. 2.3. Uurtarieven medewerkers Jaarlijks berekenen we de uurtarieven voor de medewerkers. Via het berekenen van deze uurtarieven rekenen we de salariskosten en overhead toe aan de producten of projecten waarvoor we werken (deel van de organisatie via tijdschrijven), of passen we de uurtarieven toe bij de tariefberekening van verschillende lokale heffingen. De uurtarieven 2025 worden berekend op basis van de volgende uitgangspunten: 1. Bij de berekening van het uurtarief 2025 wordt voor de loongerelateerde componenten rekening gehouden met een verwachte loonkostenontwikkeling van 4,4% voor het jaar 2025 2. Bij de berekening van het uurtarief 2025 wordt voor de niet loongerelateerde componenten rekening gehouden met een gedifferentieerde prijsontwikkeling, zoals aangegeven in hoofdstuk 2.5. 3. Het uurtarief voor 2025 wordt rekenkundig afgerond op hele euro’s.
2.4. Toerekening (extra) overheadkosten Op 10 oktober 2023 heeft het college het beleidskader ‘toerekening overhead bij groei op krimp van de organisatie gemeente Raalte overheadkosten’ vastgesteld. Hierbij is aangegeven dat jaarlijks bij de begrotingsvoorbereiding actualisatie plaatsvindt van zowel de opbouw als de hoogte van de kostencomponenten, gebaseerd op de actuele BBV-voorschriften en de dan actuele begrotingscijfers. In 2024 willen we eerst ervaring opdoen met het eind 2023 vastgestelde beleidskader, om vervolgens eind 2024/ begin 2025 te evalueren. Voor het begrotingsjaar 2024 is de opslag overhead bepaald op een bedrag van 2
€ 25.000. Voor het begrotingsjaar 2025 continueren we dit bedrag van € 25.000. Voor het begrotingsjaar 2026 kunnen we dan de resultaten van de evaluatie eind 2024/begin 2025 meenemen. 2.5. Prijsontwikkeling De algemene prijsontwikkeling voor het begrotingsjaar 2025 ten opzichte van het begrotingsjaar is berekend op 2,5%. Zie ook onderstaande tabel voor een totaaloverzicht:
Prijsontwikkeling
2022
2023
2024
2025
prijs bruto binnenlands product in %
5,5
7,7
4
2,3
a f: reeds verwerkte pri js s ti jgi ngen i n de pri mi ti eve begroti ng 2022-2025 i n %
1,0
3,0
6,0
a f: reeds verwerkte pri js ontwi kkel i ng i n de zomernota 2022 en 2023 a f: i n zomernota 2023 a a nvul l ende pri js ontwi kkel i ngen gera a md, wa a rva n a l g. pri js s ti jgi ngen ca . een bedra g va n a fgerond 700.000. Op een vol ume (2023) va n 23 ml n. i s di t a fgerond ca 3%
2
2,0
subtotaal correcti efa ctor 2022-2024 (werkel i jke pri js s ti jgi ng 2022-2024 i s bepa a l d op 5,5% + 7,7% + 4,0% =17,2%, terwi jl i n de begroti ng/zomernota 2022-2024 3,0% + 8,0% + 6,0% i s gera a md. Tota a l derha l ve 17,0%)
2,5
subtotaal
Prijsindex 2025 CPB-Kerngegevens-CEP-2024-februari-2024.pdf
3,0 -0,3
-2
0,2 2,5
2,5
2.6. Kosten en opbrengsten aanpassingen grondexploitaties Voor de kosten en opbrengsten aanpassingen grondexploitaties worden de volgende kostenstijgingen en opbrengstenstijgingen gehanteerd 2024
20252026
2027 e.v
Woningprijzen (bestaande bouw) Bouwkosten
4,0% 3,0%
3,0% 2,0%
2,0% 2,0%
GWW kosten Groenvoorziening
3,0% 5,0%
2,0% 2,0%
2,0% 2,0%
5,0% € 129,00
4,0%
2,0%
Disconteringsvoet Rente grondexploitaties
2,0% 1,30%
2,0% 2,30%
2,0% 2,30%
Grondopbrengst woningbouw Grondopbrengst bedrijventerrein
1,0%
1,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Plankosten extern / intern Plankosten intern / uurtarief
Bron: collegebesluit 16 januari 2024 nr. 1153-2024 Positionpaper parameters grondexploitatie 2024 onder andere gebaseerd op Metafoor; Outlook grondexploitaties 2024.
3
2.7. Renteontwikkelingen en rentepercentages Het BBV schrijft voor dat alleen de werkelijk berekende rente mag worden toegerekend aan de taakvelden. Het renteomslagpercentage volgt uit de berekeningen bij de begroting 2025. Wel is er een keuze om het bij de begroting (voor) gecalculeerde renteomslagpercentage binnen een marge van 0,5% af te ronden. De gemeente Raalte hanteert het werkelijk berekende rentepercentage (zonder afronding). Hieronder zijn de cijfermatige uitgangspunten, die jaarlijks vastgesteld worden, aangegeven: Rentecomponent
Rentepercentage Toelichting
Rekenrente exploitatie
PM
Het BBV schrijft voor dat alleen de werkelijke berekende rente mag worden toegerekend aan de taakvelden. Het renteomslagpercentage volgt derhalve uit de berekeningen bij de begroting 2025. Voor het jaar 2024 is het percentage berekend op 2,3 %
kortlopend middellang
3,7 3,25
tarief 3 april 2024 1 jaar Moneybroker World tarief 3 april 2024 10 jaar fixe BNG
langlopend
3,13
tarief 8 april 2024 40 jaar fixe AFS
PM
Bespaarde rente over het eigen vermogen is gemaximeerd op het gewogen gemiddelde rentepercentage over de aangetrokken financieringsmiddelen. Dit percentage wordt voor 2025 nog berekend. Voor het jaar 2024 is het percentage berekend op 2,49 %
PM
Conform de BBV notitie rente 2023 mag vanaf de begroting 2025 de rentetoerekening aan grondexploitaties plaatsvinden op basis van het renteomslagpercentage. Tot en met 2024 was de rentetoerekening aan grondexploitaties gebaseerd op het gewogen gemiddelde van de leningenportefeuille waarbij over aandeel eigen vermogen geen rentetoerekening mag plaats vinden aan de grondexploitatie. Dit percentage wordt voor 2025 nog berekend, voor 2024 is een percentage gehanteerd van 1,3%.
2
Betreft disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties (conform BBV notitie; 2025: ook 2%
renteomslagpercentage Nieuwe investeringen
Extern financieringsmiddel (over financieringstekort)
Intern financieringsmiddel (rente reserves en voorzieningen)
bespaarde rente
Rekenrente Grondexploitatie Boekwaarden van de investeringen
Nieuwe investeringen
Disconteringsvoet
2.8. Subsidies en bijdragen Voor zover de subsidiebedragen geen vaste bijdragen betreffen, wordt bij het ramen van de te verstrekken inkomensoverdrachten/subsidies rekening gehouden met een prijsstijging van 2,5% ten opzichte van de in de primitieve begroting 2024 geldende bedragen. De prijsstijging van de personele lasten wordt overeenkomstig de voor die organisatie geldende CAO geraamd. Voor gesubsidieerde instellingen (o.a. subsidiecontracten) gelden in principe de afspraken die in het verleden zijn gemaakt m.b.t. budgetsubsidies (bijv. bibliotheek). Wijzigingen t.o.v. de voorgaande begroting dienen expliciet aangegeven te worden. Met nieuw beleid mag in de subsidieramingen voor het jaar 2025 geen rekening worden gehouden; deze moeten afzonderlijk worden aangemeld.
4
2.9. Tarief en belasting voorstellen Leges en tarieven Jaarlijks worden de geraamde kosten, opbrengsten en kostendekkendheid van de tarieven in beeld gebracht. De tariefvoorstellen voor 2025 worden in principe gelijktijdig met de programmabegroting aan het college respectievelijk de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd (maar in ieder geval vóór 1 januari 2025). De geraamde kostendekkendheid geeft aan wat de maximale ruimte is om de tarieven te verhogen. Daar waar uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid worden de tarieven aangepast om dit te bereiken. In de gevallen waarbij niet uitgegaan wordt van 100% kostendekkendheid wordt rekening gehouden met verschillende factoren (sociaal-maatschappelijke motieven, acceptatie van tarief/verhoging, vergelijking met omliggende gemeenten en wettelijke (maximum) tarieven). Waar mogelijk hanteren we voor 2025 een stijgingspercentage van 2,5%. Dit percentage is gelijk aan de prijsindex 2025. Hierbij blijft de geraamde kostendekkendheid inzichtelijk. Woonlasten
Riool en afvalstoffenheffing Met ingang van het begrotingsjaar 2025 is de (extra) tegemoetkoming in de riool en afvalstoffenheffing afgebouwd. Dit betekent dat we vanaf het jaar 2025 weer uitgaan van 100% kostendekkende tarieven zonder (extra) tegemoetkoming. De rioolheffing 2025 wordt gebaseerd op het geactualiseerde kostendekkingsplan GRP. De afvalstoffenheffing wordt gebaseerd op de te verwachten uitgaven 2025.
Onroerende Zaak Belasting (OZB) Voor de Onroerende Zaak Belasting hanteren we een tariefstijging van 2,5%. Dit percentage is gelijk aan de prijsindex 2025. Woonforensen- en precariobelasting Het tarief van de woonforensen- en precariobelasting wordt verhoogd met 2,5% zijnde de prijsindex 2025. Toeristenbelasting Nihil Het huidige tarief voor de toeristenbelasting bedraagt €1,50 per overnachting. In principe zouden de tarieven voor de toeristenbelasting met de prijsindex van 2,5% verhoogd moeten worden. Omdat we dan niet op afgeronde bedragen uitkomen handhaven we het tarief voor 2025 op € 1,50. De indexering 2024 van 2,5% berekenen we in de tarieven door op het moment dat we tot een afgerond bedrag van € 0,05 uitkomen. Reclamebelasting De tarieven voor de reclamebelasting zijn in 2017 verhoogd als gevolg van het afschaffen van betaald parkeren en de verplichting van de ondernemers om € 750.000 daarin bij te dragen, in 10-jaarlijkse termijnen. De tarieven volgens de verordening 2017 blijven maximaal tien jaar in stand. In 2021 is in overleg met het ROV en de Stichting Ondernemersfonds Raalte (SOR) de bijdrage voor betaald parkeren niet geheven vanwege toename van de leegstand en de coronacrisis. Naast de bijdrage voor het afschaffen van betaald parkeren wordt er reclamebelasting geheven van de ondernemers voor activiteiten in het centrum.
Uit overleg met het ROV en de SOR is gebleken dat een bedrag lager dan € 65.000 niet wenselijk is, omdat dit ertoe zou leiden dat er minder georganiseerd kan worden in het centrum. Vanaf 2022 wordt er een jaarlijkse inflatie indexering toegepast. Voorgesteld wordt om bij de begroting 2025 een indexering van 2,5% toe te passen op de reclamebelasting, zijnde de reguliere prijsindex 2025.
5