Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang regio Midden-IJssel
Tekst van het document
Op dit moment wordt door de initiatiefnemende aanbieder gezocht naar een passende locatie voor deze te realiseren woonzorgvoorziening. Daar waar zich mogelijkheden voordoen om noodzakelijk regionaal aanbod gericht uit te breiden, overwegen wij dit. Het gaat hierbij met name om aanbod wat kwalitatief ontbreekt bijv. vanwege een noodzakelijk specialisme (bijv. ondersteuning voor mensen met licht verstandelijke beperkingen) of vanwege een meer leeftijdsspecifieke benadering (bijv. ondersteuning gericht op jongvolwassenen). Vernieuwing aanbod beschermd wonen óók vanwege mogelijke personeelstekorten Ook verkennen we de komende periode met aanbieders en clientvertegenwoordigers hoe de ondersteuning anders georganiseerd kan worden, waardoor continuïteit van beschermd wonen gewaarborgd blijft. Vernieuwing is ook nodig gezien de (verwachte) personeelstekorten op middellange termijn, ook als het gaat om beschermd wonen. Daarbij zullen wij met aanbieders en clientvertegenwoordigers onderzoeken bijvoorbeeld of bij het toezicht bij beschermd wonen (op sommige locaties) volstaan kan worden met nachtelijke bereikbaarheid (waarna een begeleider bij een incidentele oproep snel ter plaatse kan zijn) in plaats van 24x7-uurs beschikbaarheid op de locatie. Daarbij hebben we er oog voor dat de veiligheid, doeltreffendheid en clientgerichtheid gewaarborgd blijft.
Hierbij betrekken we ook de Zorgkantoren in onze regio. Onderlinge samenwerking van aanbieders ten aanzien van de 24x7-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid is ook denkbaar en/of het benutten van technologie. Daar waar nodig nemen we hiertoe de regie om dit te doen realiseren. Overgangen tussen verschillende wettelijke kaders Het zorgdragen voor sluitende ketens draagt bij aan de continuïteit van zorg, hulp en ondersteuning. Zeker waar er overgang is tussen wetten vraagt dit de aandacht. Van zorgprofessionals en toegangsmedewerkers wordt verwacht dat zij pro-actief communiceren met elkaar en met de inwoner om te waarborgen dat er continuïteit van zorg, hulp en ondersteuning is en te voorkomen dat inwoners van ‘het kastje naar de muur’ worden gestuurd. Ook beleidsmatig vraagt dit de aandacht. We treden in contact met zorgverzekeraars en zorgkantoren als er zich vraagstukken voordoen bij de overgang van Wmo (bijvoorbeeld bij beschermd wonen of 32
De veldtafel is een casuïstiekoverleg waarbij alle beschermd wonen aanbieders (en ook zorgkantoor Salland) en de regionale toegang voor beschermd wonen/maatschappelijke opvang aansluiten en complexe casuïstiek kunnen bespreken. Dit overleg is mede op verzoek van de aanbieders beschermd wonen ingericht. De veldtafel heeft tot doel het plaatsings- en doorstroomproces verder te verbeteren. 33 Voor zover daar cliënten beschermd wonen vanuit onze regio zullen gaan verblijven en een toekenning beschermd wonen hebben, op grond van de Wmo 2015.
17
opvang) naar de Wet langdurige zorg of als het gaat om de samenhang met de Zorgverzekeringswet. Bij het Rijk en (via de) VNG dringen we aan op sluitende afspraken als het gaat om de forensische zorg en het sociaal domein. Daar waar die landelijke afspraken niet binnen afzienbare tijd concreet genoeg tot stand komen maken we hierover regionale afspraken. Maar ook de samenwerking tussen gemeenten onderling en binnen gemeenten blijft de aandacht vragen. Veelal gaat het immers over overgangen binnen het sociaal domein. Een belangrijke inzet is en blijft om een goede overgang van de Jeugdwet (met verblijf) naar de Wmo (in dit geval beschermd wonen) te waarborgen. Uit tal van rapporten blijkt immers dat het bereiken van de 18e verjaardag nadrukkelijk een risico vormt in het waarborgen van de continuïteit van ingezette zorg, hulp en ondersteuning. Daarbij is het net iets meer dan de helft van de inwoners die in de regio beschermd wonen (op grond van de Wmo 2015) verblijft jongvolwassen. Om die continuïteit in hulp en ondersteuning beter te waarborgen hebben we vanaf de zomer 2021 een regionale werkwijze ‘Overgang jeugdhulp met verblijf naar beschermd wonen’ tot stand gebracht. Belangrijke elementen daarin zijn dat aanbieders samen met de jongere via een perspectiefplan tijdig (vanaf 16,5 jaar) werken aan perspectief voor de jongere, zodat de overgang meer vloeiend verloopt.
Samenwerking en een warme overdracht tussen de jeugdzorgaanbieder en de aanbieder van beschermd wonen is daarvoor van belang. Waar een aanbod beschermd wonen nodig lijkt is het van belang dat de jongere tijdig wordt aangemeld. Hierdoor kan tijdig een passend aanbod beschermd wonen worden geboden. In die situaties waar er toch nog geen tijdig aanbod beschermd wonen kan worden geboden, en verlengde jeugdzorg niet aan de orde is, kan door de werkwijze het verblijf in de jeugdhulpinstelling tijdelijk worden voortgezet en gefinancierd als beschermd wonen. Ons doel is dat – met deze werkwijze en onze aanpak terugdringen wachttijden – deze situatie niet vaak hoeft voor te komen. Bieden van begeleiding voor, bij en na uitstroom Voor inwoners die tijdelijk een beroep hebben moeten doen op beschermd wonen is het weer zelfstandig gaan wonen een belangrijk en spannend moment. De stap en overgang van beschermd wonen (in een instelling) naar begeleiding thuis (ambulant) wordt door inwoners soms als groot ervaren. Begeleiders binnen het beschermd wonen begeleiden inwoners actief naar passende vervolgondersteuning en passende huisvesting zo mogelijk in een buurt waar een inwoner positieve contacten heeft, zodat het risico op terugval wordt verkleind. Ervaringsdeskundigen (vanuit de instellingen voor beschermd wonen) kunnen een belangrijke rol daarbij spelen.
Een goede overdracht is van belang. Ook is er veelal een wens bij inwoners om begeleiding voor, bij en na uitstroom (nog tijdelijk vanuit de instelling voor beschermd wonen) mogelijk te maken. De regio verkend of hierin meer nodig is dan nu al kan worden geboden door aanbieders en/of het proces van uitstroom geoptimaliseerd kan worden. Hoe wordt dit zichtbaar? •
• • •
• • •
De regio als geheel zet de aanpak terugdringen wachttijden beschermd wonen voort: vernieuwing en ketenoptimalisatie en waar nodig gericht uitbreiden van noodzakelijk en ontbrekend aanbod beschermd wonen. Hiermee wordt instroom waar mogelijk voorkomen, en doorstroom en uitstroom bevordert. De regio als geheel zet de veldtafel beschermd wonen voort, met als doelen betere plaatsingen van inwoners, minder uitval bij trajecten beschermd wonen en daarmee een betere doorstroom. De regio als geheel subsidieert een regionale woonzorgvoorziening voor mensen met complexe problematiek, zodra deze tot stand is gebracht en voor zover er cliënten beschermd wonen (op grond van de Wmo 2015) uit onze regio verblijven. De regio als geheel onderzoekt – mede in verband met (verwachte) personeelstekorten in de zorg – samen met aanbieders en clientvertegenwoordigers en in afstemming met Zorgkantoren hoe de ondersteuning beschermd wonen anders georganiseerd kan worden, waardoor de continuïteit van noodzakelijke begeleiding en toezicht maar ook de veiligheid, doeltreffendheid en clientgerichtheid gewaarborgd blijft. Daarbij is expliciete aandacht voor de al dan niet noodzaak van (24uurs)beschikbaarheid van personeel op de locaties en technische mogelijkheden.
De regio als geheel blijft in overleg treden met zorgverzekeraars en zorgkantoren als er zich vraagstukken voordoen bij de overgang van Wmo (bijvoorbeeld bij beschermd wonen of opvang) naar de Wet langdurige zorg of als het gaat om de samenhang met de Zorgverzekeringswet. De regio als geheel blijft bij het Rijk en (via de) VNG aandringen op sluitende afspraken als het gaat om de overgang tussen forensische zorg en beschermd wonen of – indien deze niet op afzienbare tijd voldoende concreet tot stand komen – maakt de regio als geheel deze regionaal. De regio als geheel voert – samen met de gemeenten in de regio – de regionale werkwijze overgang jeugdhulp met verblijf naar beschermd wonen uit en waar nodig optimaliseert deze. De werkwijze is gericht op het bieden van perspectief en continuïteit van hulp en ondersteuning aan
18
•
jongeren met jeugdhulp met verblijf die bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar aangewezen zijn op beschermd wonen. De regio verkent of meer of andere begeleiding bij en na uitstroorm nodig is dan nu door aanbieders van beschermd wonen wordt geboden en of het proces van uitstroom geoptimaliseerd kan worden. Dit zodat de stap van beschermd wonen naar weer zelfstandig wonen voor inwoners makkelijker gemaakt kan worden.
19
Actielijn 5: Maatschappelijke opvang als vangnet én springplank Dak- en thuisloosheid Ieder mens heeft recht op een veilige en betaalbare plek om te wonen. Ons land telt een te groot aantal dakloze mensen, die deze basis van een eigen woonplek niet hebben. Terwijl juist voor dakloze mensen een eigen thuis het beste startpunt is voor het werken aan herstel en het opbouwen van een toekomst. Daarom is recent het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis vastgesteld. Maatschappelijke opvang als vangnet We bieden regionaal onderdak én begeleiding aan mensen die de thuissituatie hebben (moeten) verlaten en zich niet op eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving. Daarmee zijn deze voorzieningen een vangnet voor deze inwoners. We dragen regionaal zorg voor de continuïteit en kwaliteit van maatschappelijke opvangvoorzieningen34, en ook de toegang daartoe. Het gaat daarbij om 24-uursopvang, crisisopvang en ’tijdelijk onderdak met begeleiding’ (voorheen: ambulante crisisopvang). Bij de maatschappelijke opvang is het doel het verblijf in de maatschappelijke opvang niet langer dan nodig te laten duren en zo snel mogelijk een duurzame (woon)plek te vinden. Het verblijf in de maatschappelijke opvang is gericht op stabilisatie en vervolgens op maatschappelijk activering, herstel, participatie naar vermogen en zelfredzaamheid.
Ook wordt met het bieden van maatschappelijke opvang een bijdrage geleverd aan de veiligheid van cliënten en de omgeving en wordt maatschappelijke overlast zo veel mogelijk voorkomen. Wij vinden dat elke inwoner die dakloos raakt er één te veel is. Alhoewel wij de afgelopen periode een groei zien in het aantal mensen die de thuissituatie hebben (moeten) verlaten, zijn wij vastbesloten deze situatie in de komende periode te keren. Naast de meer preventieve maatregelen (zoals genoemd in de actielijnen 2 en 3) gaat het om verschillende hieronder toegelichte acties en maatregelen die rechtstreeks betrekking hebben op het voorkomen van dakloosheid en het bieden van opvang waar nodig. Dak- en thuisloosheid voorkomen, met prioriteit voor jongeren Elk van de gemeenten in de regio zet de komende periode maximaal in op het voorkómen van dakloosheid onder haar inwoners via de actielijnen 1 t/m 3. De gemeenten in de regio realiseren hiertoe ook de lokale acties die onder meer opgenomen zijn in het vastgestelde Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. Bij het voorkomen van dakloosheid hebben we de komende periode regionaal prioriteit voor jongvolwassenen.
Wij zijn t/m 2025 vanuit actielijn 2 verder aan de slag met de uitvoering van de extra preventieve maatregelen vanuit de regionale verkenning maximaal voorkomen dakloosheid jongeren regio Midden-IJssel op de gebieden inkomen, scholing/werk, wonen, en hulp en ondersteuning. Daarbij dient, gedurende het verblijf in een jeugdhulpinstelling, meer aandacht te komen voor het aanleren van woonvaardigheden, zodat jongeren – na de jeugdzorgperiode - in staat zijn om desgewenst en waar mogelijk zelfstandig te wonen. Dakloosheid van inwoners die ontstaat terwijl zij opgenomen zijn voor behandeling, beschermd wonen (via Wmo of Wlz) of forensische verblijfszorg ontvangen of direct aansluitend aan detentie achten wij onaanvaardbaar. Daar waar deze situaties voorkomen kunnen worden dringt de regio als geheel aan op (sluitende) afspraken met de betreffende zorgfinanciers of aanbieders. Housing first Naast het voorkomen van dakloosheid, beogen we een zgn. ‘paradigmashift’. In lijn met het Nationaal Actieplan zetten we in op Wonen eerst of anders gezegd: herstel begint met een huis 32.
Housing First is een succesvol model en betreft een vorm van zelfstandig wonen met ambulante, intensieve begeleiding en is bedoeld voor dakloze inwoners, waarbij de toewijzing van een woning (zo snel mogelijk na het ontstaan van dakloosheid of zelfs daarvoor) de start is van een traject waarbij zelfstandig wonen het doel is. Uit onze regionale verkenning is gebleken dat er draagvlak en mogelijkheden zijn om Housing First in te voeren in de regio. We voeren dan ook 'Housing First' in zo spoedig mogelijk in 2024. Elk van de gemeenten in de regio heeft hiertoe (prestatie)afspraken gemaakt met alle woningcorporaties die actief zijn in de gemeente. Housing First wordt ingevoerd in nauwe samenwerking met corporaties en gemeenten. Ter uitvoering hiervan wordt een regionaal Housing Firstteam ingericht van aanbieders wat zorg zal dragen voor selectie en begeleiding van cliënten, gedurende het Housing First-traject. Vernieuwingen in de maatschappelijke opvang: naast vangnet ook springplank [maatschappelijke] opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten […] en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015). 34
20
Naast de inzet op het voorkomen van dakloosheid én Housing first draagt vernieuwing van de wijze waarop opvang geboden wordt bij aan het terugdringen van de tijd dat inwoners noodgedwongen gebruik moeten maken van maatschappelijke opvang. Deze inzet op vernieuwing is ook hard nodig omdat het aantal inwoners dat gelijktijdig gebruik maakt van met name 24-uursopvang in de periode 2022-2023 ook in onze regio sterk is gestegen. Dit overigens in lijn met het beeld in andere regio’s. Deze situatie noodzaakte ons extra tijdelijke extra opvangcapaciteit te realiseren. Op dit moment is een grote vernieuwing aan de orde als het gaat om de maatschappelijke opvang. Dit is ook nodig omdat cliënten ons inziens té lang verblijven in de maatschappelijke opvang en de opvang voor jongvolwassenen niet passend ingericht is. Onze ambitie is om het deel van de cliënten maatschappelijke opvang met een trajectduur langer dan 3 maanden te laten dalen in de periode van 2024 t/m 2026 tot 1/3e van de cliënten of lager. Uiteraard blijft maatwerk mogelijk, maar een langer verblijf is vaak niet behulpzaam voor inwoners. De maatschappelijke opvang moet immers niet alleen een vangnet zijn, maar ook een springplank naar herstel en een stabiele huisvestingsituatie. Naast de inzet van Housing First dragen de volgende vernieuwingen in de maatschappelijke opvang daaraan bij.
In lijn met het Nationaal Actieplan Dakloosheid is er sprake van een ‘ombouw’ van de opvangvoorzieningen in de regio. Zo is het afgelopen periode de renovatie van de regionale nachtpvang gerealiseerd. Daarmee is deze opvangvoorziening vanaf uiterlijk 1-1-2024 toegerust voor de nabije toekomst en ook beter toegankelijk voor mensen met beperkingen. Daarbij is uitgangspunt éénpersoonskamers waardoor verwachting is dat inwoners sneller tot rust, herstel en van daaruit tot uitstroom kunnen komen. 35 Dit in lijn met het Nationaal Actieplan. Ook is deze opvang – na een pilotperiode – vanaf 1-1-2024 structureel een 24-uursopvang. Hiermee wordt inwoners niet enkel 24-uursopvang geboden (in plaats van enkel opvang in de avond/nacht), maar worden inwoners ook actief toegeleid naar werk, scholing of andere betekenisvolle daginvulling. Ook 24-uursopvang en dagactivering draagt nadrukkelijk bij aan rust en herstel van inwoners in de opvang. Ook daarvan is de ervaring dat dit leidt tot sneller herstel en uitstroom. Daarnaast is in de regionale verkenning extra maatregelen voorkomen dakloosheid jongvolwassenen36 onder meer geconstateerd dat de huidige maatschappelijke opvangvoorzieningen in onze regio onvoldoende tegemoetkomen aan de behoefte van dak- en thuisloze jongeren.
Hierdoor maken jongeren hier soms geen gebruik van (terwijl zij dat wel nodig hebben) en daardoor kan hulp hen onvoldoende bereiken. Wij willen dat jongeren in nood gebruik kunnen maken van de voorzieningen die daarvoor zijn. Daarom realiseren we met onze maatschappelijke partners een meer optimale opvangsituatie voor jongvolwassenen in lijn met deze verkenning. Op korte termijn in 2024 zal daartoe worden gestart met een opvang (in combinatie met plaatsen beschermd wonen) voor jongvolwassenen in plaats van de huidige ambulante crisisopvang. In plaats van de huidige wat meer grootschalige ambulante crisisopvang zullen een beperkt(er) aantal plaatsen ’Tijdelijk onderdak met begeleiding’ meer kleinschalig elders in Deventer gerealiseerd worden. Daarnaast is de inzet dat tijdelijk een beperkt aantal plaatsen ’Tijdelijk onderdak met begeleiding’ meer decentraal gerealiseerd worden in Zutphen, welke primair gericht zullen zijn op inwoners vanuit de gemeente Zutphen (en waar nodig de gemeente Lochem). Zo sluiten we beter en laagdrempeliger aan bij de ondersteuningsbehoefte van inwoners in de regio als geheel. Hoe wordt dit zichtbaar? • Elk van de gemeenten in de regio realiseren de lokale acties die opgenomen zijn in het Nationaal Actieplan Dakloosheid.
• Elk van de gemeenten in de regio realiseren uiterlijk in de periode t/m 2025 de invoering van de preventieve maatregelen die genoemd zijn in de regionale verkenning maximaal voorkomen dakloosheid jongvolwassenen. • De regio als geheel dringt bij zorgfinanciers of zorgaanbieders aan op sluitende afspraken daar waar dakloosheid nog ontstaat bij inwoners terwijl zij opgenomen zijn voor behandeling, beschermd wonen (via Wmo of Wlz) of forensische verblijfszorg ontvangen of direct aansluitend aan detentie.
35
Ook bieden 1-persoonskamers in beginsel de mogelijkheden om een huisdier mee te nemen, mits voldaan kan worden aan bepaalde door aanbieder te stellen voorwaarden. Voor sommige inwoners die dakloos raken is dat een belangrijk punt. 36 Uitgevoerd door de Stichting Zwerfjongeren Nederland in opdracht van de samenwerkingsregio beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
21
•
•
•
•
De regio als geheel voert 'Housing First' in zo spoedig mogelijk in 2024. Dit in nauwe samenwerking met corporaties en gemeenten. Hiertoe wordt een regionaal Housing Firstteam ingericht van aanbieders wat zorg zal dragen voor selectie en begeleiding van cliënten, gedurende het Housing First-traject. Vanaf 1-1-2024 is de (24-uurs)opvang toekomstbestendig dat wil zeggen: structureel 24 uur per dag beschikbaar, met als uitgangspunt éénpersoonskamers en beter toegankelijk voor mensen met beperkingen. En gericht op activering van diegenen die er gebruik van maken. Hierdoor kan de voorziening meer doeltreffend en cliëntgericht worden benut en wordt het herstel en daarmee de uitstroom bevorderd. De regio als geheel draagt er zorg voor dat de betrokken maatschappelijke partner een meer optimale opvangsituatie voor jongvolwassenen realiseert en kan realiseren in lijn met de maatregelen op het onderdeel opvang in de regionale verkenning extra maatregelen maximaal voorkomen dakloosheid jongeren. Hiertoe wordt in 2024 een opvang voor jongvolwassenen gerealiseerd (in combinatie met beschermd wonen). De regio als geheel draagt zorg voor de bekostiging van een beperkt aantal plaatsen ‘Tijdelijk onderdak met begeleiding’ (voorheen: ambulante crisisopvang) in Deventer en (tijdelijk in) Zutphen. Dit in plaats van de meer grootschalige ambulante crisisopvang in Deventer.
22