Reactienota zienswijzen
Tekst van het document
Reactienota naar aanleiding van de zienswijzen tegen de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen en de ontwerp-omgevingsvergunningen met uitgebreide voorbereidingsprocedure voor het realiseren van een grondgebonden zonnepark (Kanaaldijk Zuid – oost en Kanaaldijk Zuid – west) inclusief de aanleg van enkele natuurvriendelijke oevers en het plaatsen van een hekwerk, aan de Kanaaldijk Zuid te Heino (zaaknummer 17994-2020) Project De aanvraag omgevingsvergunning heeft betrekking op een tweetal verzoeken om vergunning voor het realiseren van een grondgebonden zonnepark inclusief de daarvoor vereiste gebouwen en bouwwerken, de aanleg van oevers en het plaatsen van een hek op de percelen kadastraal bekend gemeente Heino, sectie L, nummers 241, 270 en 271, gelegen aan de Kanaaldijk Zuid te Heino. Het project valt uiteen in twee delen: het oostelijk deel en het westelijk deel. Voor elk deel is een afzonderlijk verzoek om vergunning ingediend. Bij besluit van 25 juni 2020 heeft de gemeenteraad een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen afgegeven ten behoeve van het gehele project. Bestemmingsplan: Van toepassing zijn de bestemmingsplannen “Buitengebied Raalte”, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening”, vastgesteld op 8 juni 2012 respectievelijk 30 mei 2013 en 19 februari 2015. Ter plaatse geldt de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”.
Het plan voldoet niet aan het bestemmingsplan. Er is ook vergunning gevraagd voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waarin dit in een bestemmingsplan is bepaald. Deze werkzaamheden voldoen aan het bestemmingsplan. Ontwerpbesluit omgevingsvergunning: De ontwerp-verklaring en de ontwerpbesluiten hebben vanaf 9 juli 2020 gedurende 6 weken ter visie gelegen. Laatste dag van de termijn was derhalve 20 augustus 2020. Publicatie heeft plaats gevonden in de Staatscourant, het Weekblad voor Salland en op de gemeentelijke website.
Zienswijzen Naar aanleiding van de tervisielegging van de ontwerpbesluiten is een aantal zienswijzen ingediend door Werkgroep Kanaaldijk-Zuid te Heino. De ingebrachte zienswijzen hebben betrekking op het gehele project, dus zo wel het oostelijke als het westelijke deel. Ook hebben wij een reactie ontvangen van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). De zienswijzen zijn ontvangen binnen de hiervoor genoemde termijn van zes weken en daarmee ontvankelijk.
In de onderstaande tabel hebben wij de zienswijzen van appellanten zakelijk en in verkorte weergave opgenomen, met daarnaast onze reactie op de ingebrachte zienswijze en de conclusie ten aanzien van de zienswijze.
Zienswijzen Zienswijze 1 1.1
Werkgroep Kanaaldijk-Zuid De gekozen locatie is landschappelijk, ecologisch, technisch/economisch en wat betreft beleving niet wenselijk. Ook schiet de informatievoorziening door de initiatiefnemer te kort, is de dialoog met de omgeving slecht uitgevoerd en is het zogenaamde draagvlak niet op een correcte wijze verkregen.
Reactie gemeente Raalte Wij beschouwen dit als een inleiding op de hierna verder uitgewerkte zienswijzen.
Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen. 1.2
De initiatiefnemer geeft aan nieuwe elementen toe te voegen om de landschappelijke karakteristieken te versterken. Dat betreft echter 9,2 ha. aan technische installaties, die door 5 ha. (al bestaand) landschap opnieuw in te richten niet kan worden gecompenseerd, laat staan versterkt. Het Oversticht geeft in haar advies ook aan, dat de inzet op de KGO (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) dient te worden vergroot
In de conclusie van haar advies d.d. 25 februari 2020 geeft Het Oversticht aan, dat bij ontwikkelingen als de onderhavige naast de basisinspanning aanvullende randvoorwaarden worden opgenomen in de advisering (KGO). Zij is van mening, dat de basisinspanning voldoende is uitgewerkt. De gebiedskenmerken worden versterkt, waardoor wordt bijgedragen aan de kwaliteit voor landschap; tevens is sprake van een positieve invloed op de flora en fauna. Zij adviseert de KGO te vergroten door versterking van de oorspronkelijke landschappelijke structuur, versterking van de natuurwaarden/biodiversiteit, monitoring van de bodemkwaliteit en een passend ontwerp voor de schuilhut voor schapen. Aanvullend wordt als randvoorwaarde voorgesteld uit te werken op welke wijze de ontwikkeling sociaal maatschappelijk kan bijdragen aan het gebied. Een en ander is uitgewerkt in het door de initiatiefnemer ingediende Landschappelijk Inpassingsplan van oktober 2020. Naar onze mening wordt hiermee op voldoende wijze invulling gegeven aan een goede landschappelijke inpassing. Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen.
2
1.3
Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde bevindt zich een landschapselement, dat deel uitmaakt van het Nieuwe Natuurnetgebied Nederland (NNN). Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten en een samenhang te creëren met omliggende weidegronden. Een zonnepark met transformatorhuisjes pal naast deze gronden doet hieraan afbreuk. De door Eelerwoude uitgevoerde quick scan is onzorgvuldig te noemen. Er wordt geen melding gemaakt van de aanwezigheid van de (beschermde) koekoek. Er is voor gekozen het onderzoek op 25 juni 2019 uit te voeren, bij een tropische hitte. Al deze omstandigheden vragen om een aanvullend onderzoek op het juiste tijdstip. Het beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing geschiedt niet Kostbaar Salland, maar door een omwonende van het park. In hoeverre is de kwaliteit van het onderhoud geborgd en welke kwaliteitsnormen worden hiervoor gehanteerd? Wie is verantwoordelijk en daarmee aanspreekbaar?
De landschapselementen aan de noord- en de westzijde zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland. De realisatie van de natuurdoelen gaat zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. In het Landschappelijk Inpassingsplan is aangegeven, hoe de initiatiefnemer denkt invulling te geven aan de doeleinden van NNN. Het enkele feit, dat in het onderzoek één type vogel niet is aangetroffen, wil niet zeggen, dat het onderzoek, de Toetsing Wet natuurbescherming, daarmee ook is aan te merken als onzorgvuldig. Aan de vergunning is de voorwaarde verbonden, dat de landschappelijke inpassing moet worden aangebracht en in stand moet worden gehouden. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het voldoen aan de instandhoudingsplicht. Hij zal – indien dit noodzakelijk mocht blijken – door ons ook worden aangesproken op een goede kwaliteit van de landschappelijke inpassing. Een handhavingstraject kan hierop volgen. Daarnaast zijn in een anterieure overeenkomst tevens bepalingen opgenomen inzake landschappelijke inpassing en beheer waaraan de vergunninghouders zich dienen te houden. Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen.
1.4
Vanuit technisch/economisch oogpunt is de gekozen locatie niet wenselijk: de afstand naar een geschikt onderstation is veel te groot. Deze grote afstand brengt de nodige verliezen met zich mee. Bovendien moet Enexis de nodige aanpassingen doen om het prk aan te sluiten op het elektriciteitsnet; deze werkzaamheden kunnen 1,5 tot 2 jaar in beslag nemen.
Het betreft hier de economische uitvoerbaarheid van het project. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven op welke wijze de initiatiefnemer de financiële kant afdekt. Er zijn voor de overheid geen kosten aan verbonden. Er behoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld, omdat het kostenverhaal met een ontwikkelingsovereenkomst is geregeld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid afdoende gegarandeerd. Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen.
3
1.5
De werkgroep zet grote vraagtekens bij de wijze waarop initiatiefnemer de omwonenden bij het hele project heeft betrokken. Er is volgens de werkgroep sprake van willekeur in de benadering en uitnodiging van direct omwonenden. De initiatiefnemer lijkt in de aanvangsperiode van het hele project niet echt bereid mee te werken aan fysieke informatiebijeenkomsten. Ook de website is op dat moment slecht of helemaal niet bereikbaar. De toezegging dat een grote kring omwonenden inspraak zou krijgen, is niet gestand gedaan. Het participatievoorstel voor de omwonenden is gaandeweg iets verruimd, maar daar is aan toegevoegd, dat moet worden beschikt over een offerte en een factuur. Tot op heden zijn vele omwonenden hiervan niet op de hoogte en is wederom draagvlak gecreëerd op gegevens die niet kloppen. Ook is geld geboden om zienswijzen niet in te dienen.
De gemeente Raalte hecht grote waarde aan het creëren van draagvlak voor (ingrijpende) ruimtelijke projecten: het is belangrijk de directe omgeving, die het meest de consequenties van een project als het onderhavige ondervindt, tijdig mee te nemen in het proces en goede en volledige informatie te verstrekken over alle zaken die bij het project zijn betrokken. Het voeren van een dialoog met de omgeving is daarom ook als een van de basisuitgangspunten opgenomen in de “richtlijnen voor zonneparken” zoals vastgesteld door de gemeenteraad. Het is evenwel nog steeds de initiatiefnemer die hieraan uitvoering moet geven. Als gemeente staan wij hier aan de zijlijn. Uiteraard volgen wij dit proces van draagvlak creëren met grote belangstelling, maar wij kunnen hier slechts in beperkte mate invloed op uitoefenen. Daar komt bij, dat in de beoordeling van de ruimtelijke plannen het eventueel ontbreken van draagvlak geen breekpunt kan zijn. Uiteraard heeft het wel invloed op de voortgang en de duur van het vergunningsproces: indien draagvlak bestaat voor een project zal er minder de behoefte zijn om zienswijzen in te brengen of (hoger) beroep in te stellen, hetgeen de snelheid alleen maar ten goede komt. Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen.
1.6
De werkgroep is van mening, dat de gemeente met twee maten meet. Bij het voornemen met betrekking tot het realiseren van een zonnepark aan de N35 werd de initiatiefnemer gesommeerd eerst een fysieke informatiebijeenkomst te houden alvorens een vergunning aan te vragen. In het onderhavige proces is initiatiefnemer niet op gelijke wijze gesommeerd; het heeft er alle schijn van, dat het gas nog dieper wordt ingetrapt. De zonneladder van 21 april 2020 is inmiddels provinciaal beleid en daarmee niet meer vrijblijvend. Waarom handelt de gemeente niet volgens deze zonneladder? Waarom wordt niet meer inzet getoond op redelijke alternatieven? Goede landbouwgronden dienen te worden ontzien.
Ook geldt, dat de gemeente niet kan bepalen op welk moment een initiatiefnemer een bepaalde actie onderneemt. Waar de appellant spreekt van “sommeren”, kan dat niets anders zijn dan “sterk aandringen op”. Wij kunnen niet verbieden een verzoek om vergunning in te dienen. Zodra een dergelijk verzoek is ingediend, moeten wij het met de vereiste zorgvuldigheid behandelen. Op het moment dat PowerField het initiatief genomen heeft, waren de ‘verscherpte voorwaarden van de Provincie Overijssel’ nog niet bekend of vastgelegd. De nieuwe handreiking zonnevelden van de provincie is van 21 april 2020. PowerField heeft vóór de vaststelling van de handreiking de vergunning aangevraagd, namelijk op 3 april 2020. Daarbij merken we op dat het doel en status van de handreiking het volgende is: De handreiking is een hulpmiddel voor initiatiefnemers, omwonenden van een zonneveld en voor gemeenten om hen te ondersteunen bij de ruimtelijke afweging voor zonnevelden, bij het ontwerp van een
4
kwalitatief goed zonneveld en bij het gesprek over het realiseren van voldoende en passende kwaliteit. De handreiking is gebaseerd op de regels voor ruimtelijke ontwikkeling en in het bijzonder voor zonnevelden in de provinciale Omgevingsverordening. Onderdelen uit de toelichting bij artikel 2.1.8 van de verordening worden voorzien van uitleg, specificatie van de zonneladder, ontwerpprincipes, maatgevende referenties, inspiratie met goede voorbeelden en aandachtspunten bij de uitvoering. De handreiking bevat geen eigenstandige dwingende bepalingen. De handreiking is daarmee niet vrijblijvend en geeft scherpte aan de toepassing van de verordening. Referenties geven bijvoorbeeld maat aan de kwaliteitsinvestering bij een zonneveld: niet als dwingende norm, wel als vertrekpunt voor maatwerk. Het zonnepark is wel getoetst aan artikel 2.1.8 van de Omgevingsverordening van de provincie en voldoet hieraan. Zie hiervoor paragraaf 3.3.2 van de Ruimtelijke Onderbouwing. In de beantwoording van Statenvragen op 31 augustus 2020 over dit zonnepark is het volgende gezegd over het bouwen op landbouwgrond: De kwaliteit van de grond is geen argument in de afweging of aan een zonneveld medewerking kan worden verleend.
Het is allereerst aan de grondeigenaar om te beoordelen of de betreffende gronden nodig zijn voor zijn agrarische bedrijfsvoering en op welke wijze de grond wordt ingezet ten behoeve van die bedrijfsvoering. Als de grondeigenaar bijvoorbeeld vindt dat een zonneveld een geschikte tweede tak is binnen het bedrijf of financieringsbron is om elders betere grond aan te kopen, dan kan hij een verzoek neerleggen bij de gemeente om de gronden te mogen gebruiken voor de aanleg van een zonneveld. De gemeente beoordeelt binnen de kaders van de Omgevingsverordening of aan zo’n verzoek medewerking kan worden verleend. Daarnaast is voldoende aannemelijk dat de opgave voor duurzame energie binnen de gemeente Raalte niet alleen op daken, restgronden gerealiseerd kan worden. (Trede 1 zonneladder) en daarmee ook andere (landbouw) gronden voor een klein deel benut moeten worden. De inzet voor dit zonnepark is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de opgaven vanuit het gebied, bijvoorbeeld door de afdracht aan de Stichting Kostbaar Salland voor het aanleggen en beheren van 5
landschapselementen in de directe omtrek van het gebied en de natuuropgaven in de omgeving. (Trede 2). De gronden zijn nu landbouwkundig in gebruik en hebben daarmee ook landbouwkundige waarde. Zij zijn wel lager gelegen dan de omgeving en ook geen direct onderdeel van de huiskavel van de twee betrokken agrarische grondeigenaren. Met dit zonnepark wordt wel mogelijk gemaakt dat zij een stabielere bedrijfsvoering kunnen voeren en bijv. voor hen gunstiger gelegen perceel kunnen verwerven. Ondanks dat het zonnepark vooraf niet als zodanig aan de ‘zonneladder’ is getoetst vinden wij het wel passen binnen de uitgangspunten zoals benoemd in de toepassing daarvan en vinden we de locatie van het zonnepark ruimtelijk verantwoord. Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen. 1.7
Betwijfeld wordt of Powerfield de juiste partij is om dit project uit te voeren: het doet veel moeite om het plan erdoor te drukken. De gemeenteraad moet zorgdragen, dat de gemeente Raalte als betrouwbaar en degelijk op de kaart blijft staan; het moet zich niet laten meesleuren door deze “zonnecowboy”.
Wij beschouwen dit als een conclusie van hetgeen appellant hiervoor in de zienswijzen heeft ingebracht. Daarnaast is een voorwaarde dat een lokale partij 50% van de productielocatie in eigendom krijgt. Daarmee wordt de lokale invloed op de uitvoering en besteding van opbrengsten verder geborgd. Conclusie: De zienswijze wordt niet overgenomen.
2 2.1
Waterschap Drents Overijsselse Delta Appellant kan niet instemmen met het planten van nieuwe bomen in het dijklichaam: dit is een aantasting van de sterkte van het dijklichaam.
De opmerking is terecht. De aanplant is nu nog opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. Dat nu op onderdelen de beplanting niet wordt aangebracht leidt ertoe dat bestaande “kijkvensters” richting het achterliggende landschap in stand blijven, waardoor het kan worden gezien en beleefd. De zonnepanelen liggen in een lager gelegen deel zodat je vanaf het dijklichaam er overheen kijkt. De aanpassing moet worden meegenomen in het inpassingsplan. Conclusie: De zienswijze wordt overgenomen.
6