Reactie college op gevraagd advies
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein Raalte Uw kenmerk Zaaknummer 57440-2023 Voor informatie Judith Broekhuizen
Onderwerp Reactie op gevraagd advies Wijzigingsverordening
Datum Bijlagen
14 november 2023 -
Geachte mevrouw Lensen en andere leden van de Adviesraad Raalte, Op 5 oktober 2023 ontvingen wij uw reactie op onze adviesaanvraag met betrekking tot de ‘wijzigingen in de Verordening domein sociaal gemeente Raalte’ (hierna te noemen: Wijzigingsverordening). Wij danken u hartelijk voor uw advies over de wijzigingen en de aanvullende adviezen die u heeft gegeven. In deze brief geven wij onze reactie. Wij herhalen uw schriftelijke adviezen of suggesties en geven daaronder vervolgens onze reactie. Uw advies en deze brief worden ter informatie aan de gemeenteraad aangeboden bij de behandeling van de Verordening. Voor de volledigheid willen wij meegeven dat uw eerste drie adviezen betrekking hebben op de bestaande tekst in de verordening en niet specifiek op de wijziging die ter advisering aan u is voorgelegd. Toch zullen wij deze adviezen hieronder inhoudelijk beantwoorden. Reactie op uw schriftelijke advies
Bij 2.1.2. punt 1 schrijft u: In het geval van Wmo- en jeugdhulp registreert en bevestigt de gemeente de ontvangst van de hulpvraag en neemt deze in behandeling. Wij adviseren hierbij een termijn op te nemen wanneer de hulpvraag uiterlijk in behandeling wordt genomen. Bijvoorbeeld ‘en neemt deze binnen zes weken in behandeling’. In de wet staat beschreven dat we ons moeten houden aan een beslistermijn. Een beslistermijn gaat verder dan een behandeltermijn. In de Algemene wet bestuursrecht is opgenomen dat het bestuursorgaan binnen een redelijke termijn moet besluiten op een aanvraag, in elk geval binnen 8 weken. Deze termijn hebben wij overgenomen in de Verordening domein sociaal. Dit staat beschreven in artikel 2.3.5. Omdat hierin niets wordt gewijzigd, vindt u die gegevens niet terug in de wijzigingsverordening. Omdat de beslistermijn al staat beschreven in de verordening en omdat wij denken dat het hanteren van een beslistermijn voor onze inwoners meer duidelijkheid geeft over het proces dan een behandeltermijn, hebben we besloten dit niet aan te passen in onze verordening.
Bij 2.1.2. punt 2 geeft u het volgende aan: De gemeente nodigt de inwoner uit voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan. Wij adviseren in de uitnodiging aan te geven dat bij het gesprek een naaste, ervaringsdeskundige of cliëntondersteuner uitgenodigd kan worden door de inwoner zodat deze waar nodig kan ondersteunen bij het gesprek. We vinden het belangrijk dat onze inwoners weten van de mogelijkheid om iemand mee te nemen naar een gesprek. Daarom zijn we op dit moment bezig om de mogelijkheid van cliëntondersteuning nog beter onder de aandacht te brengen. Bij een uitnodiging voor een gesprek, sturen wij de folder over cliëntondersteuning mee. Alsnog lijkt het ons goed om ook in de brief te wijzen op de mogelijkheid om iemand mee te nemen naar het
gesprek. We nemen uw advies dan ook over en screenen onze brieven hierop. Daar waar van toepassing, nemen we dit punt op in onze uitnodiging. Voor de volledigheid: De mogelijkheid van cliëntondersteuning staat in onze verordening opgenomen in artikel 2.1.2 lid 5.
U schrijft bij 2.1.2 punt 2 ook: Als de hulpvraag en de persoonlijke situatie van de inwoner voldoende bekend zijn bij de gemeente, kan de gemeente beslissen dat een gesprek niet nodig is. We adviseren dit te wijzigen in ‘Als de hulpvraag en de persoonlijke situatie van de inwoner voldoende bekend zijn bij de gemeente, kan de gemeente, samen met de inwoner, beslissen dat een gesprek niet nodig is. In de basis is het uitgangspunt dat we een gesprek voeren met de inwoner die de hulpvraag doet. Er zijn echter ook uitzonderingssituaties, waarbij het belangrijk of wenselijk is dat we snel kunnen besluiten. In die gevallen waarin we voldoende informatie hebben om een goede afweging te maken, is het helpend wanneer we niet eerst hoeven af te stemmen met de inwoner. Hierdoor wordt het proces sneller en efficiënter. Deze bepaling is dus bedoeld is voor specifieke situaties. Mocht een inwoner het niet eens zijn met een besluit, dan bestaat er altijd de mogelijkheid om bezwaar te maken. Ook als dat besluit in deze specifieke situatie is genomen zonder dat er een gesprek heeft plaatsgevonden met de betreffende inwoner. We hebben daarom besloten deze tekst in de verordening niet aan te passen.
Verder schrijft u bij punt 3.4.2 punt 3 in de verordening dat het werk niet mag leiden tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook geen oneerlijke concurrentie mag veroorzaken met andere organisaties. Dit ondersteunen wij ten zeerste, toch adviseren wij u sociale activering van de inwoner na te blijven streven en actief te zoeken naar een oplossing wanneer er sprake lijkt van arbeidsverdringing of oneerlijke concurrentie. De gemeente is verantwoordelijk om te borgen dat verdringing wordt voorkomen. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het bieden van passende ondersteuning aan inwoners (die behoren tot de doelgroep). Hierbij is ons motto: zo zelfstandig als mogelijk, met ondersteuning waar nodig. Wanneer we tot de conclusie komen dat sociale activering het best passende traject is voor een inwoner, zoeken wij daar een geschikte plek bij. Met als randvoorwaarde dat er geen sprake is van verdringing of oneerlijke concurrentie. Wanneer op een plek mogelijk wel sprake is van verdringing of oneerlijke concurrentie, dan zoeken we verder naar een plek waar dat geen belemmering vormt. Uw advies sluit dan ook aan bij onze huidige werkwijze.
Tot slot schrijft u bij 9.2.8A 1: De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die niet (voldoende) meewerkt aan het meewerken aan financieel ontzorgen, zoals bedoeld in artikel 56a lid 2 van de Participatiewet. Wij adviseren u in meer begrijpelijke taal te beschrijven wat u bedoelt met deze zin zodat inwoners die het betreffen begrijpen wat u bedoelt en er voorkomen wordt dat inwoners onbedoeld zich niet aan afspraken of regels houden. Dit advies nemen wij van harte over. Ook wij vinden het belangrijk dat onze boodschap goed overkomt. We hebben de tekst daarom herschreven in begrijpelijkere taal. De tekst wijzigen wij als volgt: ‘De gemeente verlaagt de uitkering van een inwoner die moet inburgeren op grond van de Wet inburgering 2021 en die niet (voldoende) meewerkt aan het financieel ontzorgen, zoals bedoeld in artikel 56a lid 2 van de Participatiewet. Financieel ontzorgen betekent dat zes maanden lang vaste lasten worden ingehouden op de uitkering. Meewerken betekent dat de inwoner de gemeente toestemming geeft om de betalingen van vaste lasten te doen uit de bijstandsuitkering.’ Tot slot Wij bedanken u nogmaals voor het positieve advies dat u hebt gegeven en uw waardevolle inbreng. Wij zijn verheugd te lezen dat u ons op de meeste punten steunt in onze keuzes voor de wijzigingen in de Verordening.
Mocht u naar aanleiding van deze brief nog vragen hebben, dan kunt u gerust contact opnemen met Judith Broekhuizen. Haar gegevens zijn bij u bekend. Met vriendelijke groet burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,
de secretaris Monique van Esterik
de waarnemend burgemeester Arco Hofland