CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport en advies .tussenvoorziening jongeren Raalte & Olst-Wijhe. DEF

Informatievoorziening raad 21 december 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Pilot Kamers met Aandacht5.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies - plan van aanpak 'Verkenning tussenvoorziening jongeren Raalte & Olst-Wijhe' Joris van Rest en Koen van Bremen, juli 2023

1. Aanleiding De vijf gemeenten binnen de samenwerkingsregio Midden-IJssel voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang willen de verdere beweging maken van beschermd wonen naar beschermd thuis. Ondersteuning dichtbij huis organiseren, zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Om een volgende stap te maken in deze ontwikkeling, willen de gemeenten vernieuwend aanbod ontwikkelen onder meer via ‘tussenvoorzieningen’. Voorzieningen die voorzien in een behoefte van inwoners voor wie beschermd (of beschut) wonen te intensieve ondersteuning is, maar voor wie ambulante ondersteuning thuis (nog) niet afdoende is. De gemeentes Raalte en Olst-Wijhe zijn daarom, in samenwerking met de samenwerkingsregio Midden-IJssel voor BW/MO, gestart om met de lokale partners deze behoefte nader te verkennen. Koen van Bremen en Joris van Rest hebben daarbij de gemeenten ondersteund, in opdracht van de Regio Midden-IJssel. Dit advies is de uitkomst van het proces dat het afgelopen jaar gezamenlijk is doorlopen.

2. Proces De behoeften van de doelgroep en passende woonvormen zijn uitgewerkt met input vanuit de lokale partners en met ervaringen vanuit andere regio’s en projecten in Nederland. De benutte inbreng was onder meer: -

Omschrijving van doelgroepen van jongeren (bijvoorbeeld uit bestaand onderzoek en verkenningen) Casuïstiek besproken en input opgehaald in de werksessies met hulpverleners, sociaal teams, jongerenwerk, woningcorporatie, gemeente, etc. Input vanuit team regionale toegang beschermd wonen Informatie vanuit de uitvraag naar aantallen jongeren en hun woon- en ondersteuningsbehoefte onder zorgaanbieders, jeugd- en wmo-consulenten.

In de werksessies is veel kwalitatieve informatie opgehaald. De uitvraag geeft daarnaast meer duidelijkheid over de omvang van de groep jongeren waarvoor we wooninitiatieven willen realiseren. Het is goed om te realiseren dat een uitvraag geen volledig beeld van het aantal jongeren in kwetsbare positie kan geven. Er zijn ook jongeren niet in beeld van de hulpverlening.

1

De volgende organisaties waren aanwezig bij de werksessies en leverden input voor de uitvraag: ● Vriendendiensten ● ABC de Cirkel ● RIBW ● Salland Wonen ● WijZ Welzijn (niet aanwezig wel input) ● Parabool ● Gemeente Olst-Wijhe ● Gemeente Raalte NB. Bij de concretisering van de projecten (zie stappenplan verder in deze notitie) richting realisatie is het advies om ruimte in te bouwen voor input van jongeren zelf en ervaringsdeskundigen.

Wat is een ‘tussenvoorziening’ Het begrip tussenvoorziening blijkt verschillende beelden en interpretaties op te roepen. Ten behoeve van de eenduidigheid hanteren wij de volgende omschrijving: "Een tussenvoorziening is een tijdelijke woonplek met begeleiding, waarvan het idee is dat iemand kan doorstromen naar een reguliere kamer, studio, appartement of woning. Een tussenvoorziening is in de meeste gevallen geen locatie ‘van een zorgaanbieder’. De ondersteuning is gericht op het zo normaal mogelijk wonen en op het kunnen doorstromen richting een eigen woonplek. De wijze waarop iemand huurt verschilt per tussenvoorziening en wordt bepaald op grond van de kwetsbaarheden en behoeften van de beoogde doelgroep. Er zijn allerlei varianten (qua grootte, clustering, begeleiding, etc.) mogelijk." Essentieel zijn de elementen: tijdelijk, woonplek (inwoner heeft een woonvraag) en ondersteuning (inwoner heeft een bepaalde mate van ondersteuning nodig). Dat iemand een woonplek nodig heeft (niet in een zorginstelling, zo normaal mogelijk) is het uitgangspunt, de benodigde ondersteuning wordt daar omheen georganiseerd (formeel en/of informeel).

Een belangrijk verschil tussen een tussenvoorziening en beschut wonen ligt dan ook op het punt van ondersteuning en begeleiding: Bij beschut wonen is wonen en zorg aan elkaar gekoppeld en bij een tussenvoorziening is het wonen leidend en is de ondersteuning daar dan ook volledig op gericht. Bij een tussenvoorziening is er bovendien geen 24 uurs nabijheid (soms wel 24uurs bereikbaarheid, maar lang niet altijd). Bij beschut wonen is er aanwezigheid overdag en ’s avonds, en is er in de nacht oproepbaarheid.

2

3. Doelgroep - omvang en behoeften van jongeren in kwetsbare positie De uitvraag is gedaan onder de professionals die betrokken waren bij de werksessies en hun collega’s. Van de bij de professionals bekende jongeren in kwetsbare positie in Raalte en Olst-Wijhe is in kaart gebracht wat hun huidige verblijfsplek is en wat hun woonvraag en behoefte is. Door met een persoonskenmerk te werken blijven alle jongeren anoniem, maar er zijn geen dubbelingen in de uitvraag. Aantal jongeren en hun huidige woonplek We hebben een uitvraag in juni 2023 gedaan. Daarbij hebben ABC de Cirkel, Wijz, Vriendendiensten, RIBW en collega’s van de gemeente Raalte en Olst-Wijhe vanuit hun caseload (anoniem) jongeren ingebracht. Gezamenlijk hebben deze partijen organisatiebreed 37 unieke jongeren in beeld. In de uitvraag zijn jongeren aangedragen van 15 jaar tot en met 32 jaar. De verdeling van de jongeren naar leeftijd is als volgt:

7

7

15 tot en met 17 jaar

18 tot en met 22 jaar 4 23 tot en met 26 jaar

27 jaar en ouder 19

Zij vallen overal precies tussen - qua wonen, zorg, financiering. Het huidige aanbod kan volgens hun begeleiders niet bieden wat zij nodig hebben. De reden hiervoor verschilt per jongere. De meeste jongeren hebben weinig netwerk om op terug te vallen en/of moeite om een hulpvraag te stellen. Veel van de jongeren wonen of komen uit een ongezonde thuissituatie en vaak hebben jongeren al de nodige ervaringen gehad met hulpverlening. Het overgrote deel van de jongeren woont nog thuis en zou geholpen zijn met een woonplek die meer rust en structuur biedt.

3

De huidige woonplek van de 37 jongeren is als volgt: 1

1 1

thuiswonend

5

eigen woning (maar onhoudbaar) bankhoppend (bij een vriendin, ex-partner, oma, in caravan, etc.)

2

beschemd wonen kort verblijf huis 27

jeugdzorg

Behoeften van de jongeren De woonbehoefte is een inschatting van de professionals en laat een momentopname zien. Daarmee geeft het een eerste beeld aan welke woonvormen behoefte is. In de praktijk zal straks uiteraard meer in detail, en met de jongere zelf, besproken worden welke woonplek passend is. Voor elf van de jongeren schatten de begeleiders/toeleiders in dat een kamer of studio in een woonvorm met begeleiding een passende woonplek is. Bij een kwart van de groep wordt ingeschat dat een studio of flatje op een eigen plek het meeste aansluit bij hun kwetsbaarheden. Een derde van de jongeren zouden volgens begeleiders het beste gedijen met elkaar in een (eengezins)woning. Voor vijf jongeren is het nog niet duidelijk wat voor woonvorm het meest passend is, meestal doordat de begeleider hier nog geen goede inschatting van kan maken. Twee derde van de jongeren komt uit de gemeente Olst-Wijhe en één derde uit de gemeente Raalte. Van twee jongeren is het on De woonbehoefte van de 37 jongeren wordt door de begeleider of medewerker van de gemeente als volgt ingeschat:

4

4

een (zelfstandige) studio/flatje - echt een eigen plekje 12 een kamer in woonvorm (meer geclusterd, al dan niet gemengd)

9

een kamer in een (eengezins)woning (3/4 jongeren wonen samen nader onderzoek nodig 13

Drie vormen van behoeften onder jongeren in kwetsbare positie Op basis van alle input onderscheiden we drie vormen van behoeften op gebied van wonen en ondersteuning/begeleiding binnen de groep jongeren in kwetsbare positie waarvoor we nu geen (tijdige) oplossing kunnen vinden. Deze drie groepen zijn geen strikt afgebakende groepen, waarbij een jongere per se in één groep valt. De indeling is een hulpmiddel om tot een goede diversiteit aan woonvormen te komen, met de juiste ondersteuning en begeleiding. Het betreft woonvormen waarbij het wonen voorop staat en de ondersteuning gericht is op met name sociale skills (hoe verhoud ik me tot buren of huisgenoten bijvoorbeeld) en woonvaardigheden. Op dit moment weten we niet of er sprake is van een verdeling over kernen, en in hoeverre (kleinschalige) woonvormen in bijvoorbeeld Raalte, Heino, Heeten, Olst of Wijhe nodig zijn. Het ligt voor de hand om kleinschalige woonvormen (eengezinswoning en evt kamers met aandacht) te verspreiden over meerdere kernen. Voor een wat grotere woonvorm (bijv. gemengd wonen) ligt het voor de hand deze in de centrale kern te realiseren. 1. Jongeren die met (enige) ondersteuning op gebied van dagelijkse zaken en woonvaardigheden binnen één à twee jaar zelfstandig kunnen wonen.

Voorbeelden: ● jongeren met een ongezonde/onveilige/instabiele thuissituatie die nergens terecht kunnen ● jongeren die willen uitstromen uit BW, klaar zijn voor de volgende stap, maar er is geen goed alternatief. ● jongeren met schulden die het niet kunnen bolwerken ● jongeren waarvan een betrokken zorg/welzijnsorganisatie inschat dat hij/zij problemen gaat krijgen als de jongere niet op korte termijn een woonplek vindt (preventie).

5

2. Jongeren waarvoor het samenwonen (nog) niet tot de mogelijkheden behoort, maar waarvoor een eigen stabiele woonplek met ondersteuning en begeleiding cruciaal is om aan zijn/haar herstel en toekomst te kunnen werken. Voorbeelden: ● Jongeren vanuit de opvang in Deventer, die uit Raalte/Olst-Wijhe komen en/of hier graag willen wonen. ● Jongeren uit jeugdzorg waarbij het aanbod 18+ niet aansluit bij hun behoeften (verlengde jeugdzorg, BW, ambulante begeleiding) - gat tussen jeugdzorg en wonen. ● jongeren met diverse problematiek waarvan niet direct duidelijk is welke problematiek voorliggend is en waar ze terecht kunnen (lvb, ggz, verslaving, etc.) ● jongeren die moeilijk een hulpvraag kunnen stellen of onvoldoende in staat zijn te voldoen aan de eisen/regels vanuit een zorginstelling en dus uitvallen, terwijl zij wel (andersoortige, onvoorwaardelijke) hulp nodig hebben 3. Jongeren die vanwege hun kwetsbaarheid een prikkelarme woonomgeving nodig hebben maar die zichzelf verder in heel grote mate zelfstandig kunnen redden. Het betreft jongeren waarvoor een structurele woonplek nodig is met ondersteuning gericht op zelfstandig kunnen wonen. NB. Wat ‘prikkelarm’ precies inhoudt, verschilt per doelgroep/jongere (zie ook advies).

Voorbeelden: ● jongeren die makkelijk te verleiden zijn door foute jongeren of volwassenen en om die reden een woonomgeving nodig hebben zonder verleidingen, druk en foute aanloop. ● jonge kwetsbare moeders/ouders met kleine kinderen ● jongeren (inmiddels volwassenen) die beschermd zijn opgevoed door hun ouders waarbij de ouders op een gegeven moment te oud worden om voor hun kind te zorgen (bijvoorbeeld in geval van mensen met een stoornis in het autistisch spectrum), maar waarbij de persoon de vaardigheden mist om op eigen benen te staan. Gespikkeld, gemengd en geclusterd wonen Er zijn drie hoofdvormen van wonen te onderscheiden: gespikkeld, gemengd en geclusterd. Gespikkeld wonen betekent dat mensen in losse woningen, verspreid over een buurt of complex. Er is feitelijk geen verschil met regulier wonen. Gemengd wonen betekent dat er binnen één complex verschillende groepen (begeleide en onbegeleide) mensen doelbewust en in georganiseerd verband samen wonen, contact onderhouden en ook gezamenlijk activiteiten ondernemen. Geclusterd wonen betekent dat begeleide huurders samen wonen in één woonvorm met een gedeelde entree/voordeur en soms ook met gezamelijke ruimten (vaak gerund door een zorgaanbieder, maar dat hoeft niet per se).

Aantallen jongeren via regionale toegang BW Een tussenvoorziening is een stap tussen thuiswonend of een verblijf in een jeugdinstelling of Beschermd Wonen en zelfstandig wonen (al dan niet met begeleiding) voor jongeren die kwetsbaar zijn en/of zich in een kwetsbare positie bevinden. Een dergelijke stap kan 6

uitstroom vanuit huis, Jeugdzorg of BW naar zelfstandig wonen soepeler maken en zorgen voor een ‘zachte landing’. Op deze manier kan een jongere uit een problematische situatie worden gehaald, terugval worden voorkomen en kan de jongere op zichzelf gaan wonen als hij/zij er klaar voor is. Tegelijkertijd kan je een tussenvoorziening preventief inzetten als de inschatting is dat BW voorkomen kan worden door de juiste begeleiding te bieden en er perspectief is op zelfstandig wonen binnen afzienbare tijd. We hebben daarom ook bij de regionale toegang BW om cijfers gevraagd. Hier kwam het volgende beeld uit naar voren: Er zijn op dit moment 23 jongeren die in BW zitten of op de wachtlijst staan. 6 jongeren komen uit Olst-Wijhe en 17 jongere uit Raalte. Er staan 8 van de 23 jongeren op dit moment op de wachtlijst voor BW. Voor 2 jongeren is het perspectief om binnen het komende jaar uit te stromen. Er is 1 jongere op de wachtlijst genoemd waarbij het nog onduidelijk is of BW passend is. Hierbij kan het interessant zijn om te kijken of een tussenvoorziening aansluit bij de behoefte van deze jongere. Voor 15 jongeren is het uitstroomperspectief een zelfstandige woning/studio met enige vorm van begeleiding. Voor 1 jongere is het perspectief uitstroom naar een Wlz-plek en bij 2 jongeren wordt daar nog over getwijfeld. Bij de overige 5 jongeren kan nog geen inschatting worden gemaakt.

Het is verstandig om rekening te houden met de jongeren die vanuit BW naar zelfstandig wonen uitstromen in het bepalen van het aantal woonplekken voor de nog te realiseren tussenvoorziening(en).

7

4. Passende woonvormen De verschillende behoeften en kwetsbaarheden van de jongeren vragen om een passend aanbod aan woonvormen. Landelijk wordt er volop geëxperimenteerd met woonvormen die het vacuüm vullen tussen beschermd/beschut wonen enerzijds en regulier wonen anderzijds en zijn er vele goede voorbeelden. Op basis van een inventarisatie in Nederland en de regio van goede voorbeelden én op basis van de werksessies met professionals zijn we tot het volgende overzicht gekomen van passende woonvormen voor de drie onderscheiden behoeften van jongeren. De meeste van deze woonvormen kunnen als tussenvoorziening én als meer permanente woonplek worden gerealiseerd:

Behoeften 1. Jongeren die met lichte ondersteuning de stap naar (zelfstandig) wonen kunnen maken

Passende woonvormen

● ● ●

2. Jongeren waarvoor een eigen stabiele woonplek met ondersteuning en begeleiding cruciaal is om aan zijn/haar herstel en toekomst te kunnen werken.

●

3. Jongeren die een prikkelarme omgeving nodig hebben****

●

●

● ●

Inwonend bij mensen in huis (kamers met aandacht) (gemiddeld 1 tot 5 jaar) Samen wonen in eengezinswoning* (gemiddeld 1 tot 3 jaar) Zelfstandige kamers/kleine studio’s in gemengde woonvorm** (diverse tijdsduur) Studio (gespikkelde woningen verspreid over de wijk)*** (permanent) Zelfstandige kamers/kleine studio’s in gemengde woonvorm** (permanent)

Eigen plekje/studio (gespikkelde woningen verspreid over de wijk) (permanent) Samen wonen in eengezinswoning (kan zowel tijdelijk als permanent) Zelfstandige kamers/kleine studio’s in geclusterde of gemengde woonvorm (permanant)

studio = kamer met keukentje en toilet/douche - kamer = keuken en sanitair delen

* Het samen wonen in één woning kan heel waardevol worden ingezet als preventief concept om te voorkomen dat een jongere in BW terecht komt of om te zorgen voor een succesvolle uitstroom uit jeugdzorg of BW (‘zachte landing’). Deze vorm is ook heel geschikt voor jongeren die nog geen 18 jaar zijn. ** Uit onderzoek onder een groot aantal wooninitiatieven voor jongeren komt naar voren dat mengen van jongeren met verschillende problematieken is aan te bevelen, zodat jongeren elkaar niet te veel beïnvloeden/ naar beneden halen. *** In geval van zwaardere problematiek en middelengebruik is samenwonen meestal geen goed alternatief.

8

**** Prikkelarme woonvorm: De woonbehoefte van deze jongeren is afhankelijk van hun precieze kwetsbaarheid. De woonvormen die zij nodig hebben zullen dus ook verschillend zijn. Veel jongeren zien op tegen alleen wonen, prikkelarm betekent dan ook niet per se alleen wonen. Het kan een geclusterde woonvorm zijn of een gemengde woonvorm. Prikkelarm duidt meer op de omgeving en het type buren of eventueel mede-bewoners. Is een tussenvoorziening als tijdelijke plek passend? Voor de jongeren in de 1e groep en een deel van de jongeren in de 2e groep is een tussenvoorziening een oplossing die goed aansluit bij hun levensfase en kwetsbaarheid. De ervaring leert dat jongeren uit zichzelf zullen willen doorstromen als hun levensfase verandert (inkomen, partner, etc.). Dit kan positief gestimuleerd worden door ondersteunen bij continueren van inschrijving bij woningcorporatie en reageren op woningen Bovendien zijn ‘achtervang’ afspraken over directe bemiddeling met woningcorporaties behulpzaam, mocht het een jongere gedurende een langere periode van reageren op woningen niet lukken om zelf een volgende woonplek te vinden. Hierdoor komen de woonplekken in de tussenvoorzieningen beschikbaar voor nieuwe jongeren. Voor een deel van de jongeren in groep 2 en voor de meeste jongeren in groep 3 zal een ‘tussenvoorziening’, in de zin van een tijdelijke plek, niet de voorkeur genieten.

Zij hebben vanwege hun kwetsbaarheid meer tijd, zekerheid en stabiliteit nodig. Belangrijk is dat bij hen ook het wonen voorop staat en niet de zorg (dus geen beschermd/beschut wonen), alleen de factor tijd is anders en mogelijk een wat hogere intensiteit van ondersteuning. Het verdient daarom aanbeveling om in de vervolgstappen richting realisatie hiermee rekening te houden.

9

5. Passende ondersteuning Naast het verkrijgen van toegang tot een woonplek, zoals een tussenvoorziening, is een belangrijke voorwaarde dat jongeren in een kwetsbare positie de juiste ondersteuning krijgen om het wonen daadwerkelijk tot een duurzaam succes te maken. Voor al deze jongeren geldt daarbij dat ze ondersteuning op het gebied van woonvaardigheden nodig hebben. Sommige van de jongeren hebben daarnaast ondersteuning nodig op gebied van het opbouwen van een netwerk, het hebben van een zinvolle daginvulling (school/studie/werk) en activiteiten daarbuiten om. Deze ondersteuning kan het beste als ‘voorliggende voorziening’ worden geboden, in de vorm van een laagdrempelige, flexibele woonondersteuning voor alle jongeren die komen wonen. Op welke wijze dit vorm te geven, is nader uit te werken in de realisatiefase. Dat kan met jongerenwerkers, woonbegeleiders, hospita’s, ervaringsdeskundigen, hoofdbewoners, sociaal beheerders, community coaches, maatjes, etc. Deze ondersteuning kan zowel formeel als informeel georganiseerd worden. Daarnaast kan het per doelgroep en woonvorm in zowel invulling als intensiteit verschillen. Als gezegd staat in de woonvormen, die wij in dit advies beogen, het wonen voorop en niet de zorg. Naast de meer algemene ondersteuning op gebied van wonen, kan het zijn dat een aantal jongeren (met name in groep 2) meer nodig hebben.

Zij kunnen dan net als ieder andere inwoner in aanmerking komen voor een traject via de zorgverzekeringswet of een Wmo-indicatie, afhankelijk van de hulpvraag die zij hebben. Deze begeleiding op hulpvragen of behandeling is individueel en op maat en staat idealiter los van het wonen (deze begeleiding vindt in tegenstelling tot de woonondersteuning ook niet per se in de woning/ achter de voordeur plaats, maar kan ook een wekelijks bezoek aan een psycholoog/coach betreffen). Wil een jongere stabiel kunnen wonen en de rust en het vertrouwen krijgen dat hij/zij ook kan blijven wonen, dan mag deze begeleiding/hulpverlening ook nooit worden gekoppeld aan het wooncontract (als voorwaarde). Een jongere kan prima stabiel wonen én een hulpvraag hebben of zelfs in behandeling zitten. Het één sluit het ander niet uit, zo wijzen talloze wetenschappelijke onderzoeken op gebied van onder meer Housing First inmiddels uit. Sterker nog: een stabiele woonplek leidt tot een afname van hulpvragen. Door eindelijk tot rust te komen kan een jongere werken aan zijn/haar herstel.

10

6. Conclusies en adviezen Op basis van alle verzamelde inzichten komen we tot een aantal conclusies over het wonen op maat voor jongeren met kwetsbaarheden of in kwetsbare positie in Olst-Wijhe en Raalte: 1. Urgent woonplekken nodig voor minimaal 37 jongeren in kwetsbare positie Veel kwetsbare jongeren al vanaf 15 jaar en jongvolwassenen hebben geen woonplek, terwijl hun situatie kwetsbaar is. Op basis van de uitvraag zien wij een minimale behoefte van 37 kamers/studio’s verspreid over een aantal woonvormen. Ieder van deze woonvormen kan in de vorm van een tussenvoorziening met tijdige doorstroming worden gerealiseerd, of met een voor de jongere meer permanent karakter. Dit zal in de uitwerking nader vorm moeten krijgen. Het verdient aanbeveling om in gesprek met begeleiders en jongeren zelf te verdiepen in welke kern zij het beste kunnen wonen, en in hoeverre het voor de jongere verschil maakt of hij/zij in de grotere kern (Raalte, Olst of Wijhe) komt te wonen. Gezien de grootte van beide gemeenten zal het ingewikkeld worden om in iedere kern (als die behoefte er is) een woonvorm te realiseren. 2. Variatie in woonvormen nodig Er is een variëteit aan woonaanbod/woonvormen nodig, zodat jongeren in de voor hem of haar passende woning/kamer terecht kunnen komen. Op basis van de uitvraag en opgehaalde informatie lijken ten minste drie woonvormen nodig: A.

Samenwonen in eengezinswoningen en Kamers met Aandacht Dit is op dit moment voor een vierde van de jongeren die in beeld zijn de ingeschatte woonbehoefte. Omdat het grootste deel van de jongeren thuis wonen is dit de meest kansrijke woonvorm: Een deel van de jongeren is nog geen 18 jaar en een aanzienlijk deel van de jongeren is jonger dan 21 jaar. Voor hen zal een kamer in een eengezinswoning of een Kamer met Aandacht de enige (financiële) optie zijn om uit huis te kunnen gaan. De ervaring is dat deze vraag in de praktijk groter is. Deze woonvormen zijn voor meerdere jongeren in kwetsbare positie een goede woonplek. Deze jongeren zijn nu niet in beeld bij de hulpverlening, bijvoorbeeld omdat zij geen concrete hulpvraag hebben gesteld, of omdat hun ouders niet in hulpverlening zitten. Advies: Start zo spoedig mogelijk met eengezinswoningen en Kamers met aandacht Het is mogelijk om vrij snel concreet te starten met de woonvorm ‘samen wonen in eengezinswoningen’: Start bijvoorbeeld met twee of drie eengezinswoningen voor 6 à 9 jongeren die met enige ondersteuning de stap naar zelfstandig wonen kunnen zetten. Monitor hoe dit gaat om het concept verder te verfijnen/verbeteren. Overleg met de woningcorporatie(s) of op korte termijn één of meerdere woningen bestemd kunnen worden voor jongeren en organiseer middelen voor de woonondersteuning. Zie voorts het stappenplan hieronder.

11

B. Samen wonen in een woonvorm met begeleiding Dit is voor een derde deel van de jongeren op dit moment de ingeschatte woonbehoefte. Zij hebben volgens de begeleiders een ander vorm van samenwonen en (woon)ondersteuning nodig dan de jongeren die in een eengezinswoning kunnen wonen. Advies: Zo spoedig mogelijk nader verdiepen in deze casuïstiek wat de jongeren nodig hebben De begeleiders/toegangmedewerkers hebben aangegeven dat zij op dit moment voor 13 jongeren een geclusterde woonvorm nodig hebben. Daarnaast is het voor nog eens 4 jongeren met wat complexere problematiek nog onduidelijk welke woonvorm zij nodig hebben. Het verdient aanbeveling voor deze en toekomstig vergelijkbare casussen nader te verkennen hoe dit precies vorm te geven. Welke woonvorm hebben de professionals precies voor ogen, en waarom, en hoe kijken de jongeren hier zelf tegenaan: ● een vorm gelijkend op beschut wonen? ● een kamertraining woonvorm? ● of zouden deze prima in een eengezinswoning passen, maar bedoelen de professionals dat ze meer begeleiding nodig hebben? C. Losse, zelfstandige studio’s Dit is voor een derde van de jongeren op dit moment de ingeschatte woonbehoefte, voornamelijk vanuit hun kwetsbaarheid, en kan vorm krijgen in bijvoorbeeld gemengd wonen of in de vorm van ‘tuinkamers met aandacht’, een tiny house op het erf of in de achtertuin bij mensen.

Advies: Zet met woningcorporatie(s) een gemengd wonen project op Gelet op de behoefte is er urgentie om (minimaal) één gemengd wonen project op te zetten voor jongeren met zowel lichtere als complexere hulpvragen én reguliere huurders (jongeren en / of volwassenen). Op deze wijze komen ook reguliere woningzoekenden aan bod. Een complex dat past in de schaal van beide gemeenten met bijvoorbeeld circa 25 tot 30 studio’s en/of kamers voor begeleide en onbegeleide bewoners. Benut daarbij leegstand vastgoed (van de gemeente, woningcorporatie, beleggers, etc.) of kom in samenspraak met de woningcorporatie(s) tot nieuwbouw. Het trekkerschap kan bij de woningcorporatie/het fysieke domein liggen, waarbij vanuit sociaal domein vorm wordt gegeven aan het ondersteunings- en communityconcept In de regio Utrecht (waar gemengd wonen is ontstaan) neemt een woningcorporatie (waaronder Mitros en Portaal) veelal de leidende rol op zich in het project, in nauwe afstemming met een zorgpartij (waaronder De Tussenvoorziening en Leger des Heils) en de gemeente. Het is zeer de moeite waard om de leergang Wat is gemengd wonen? | Leergang gemengd wonen te volgen.

12

Advies: Verken of Tuinkamers met Aandacht een interessant concept is in Olst-Wijhe en Raalte Gelet op het landelijke karakter van beide gemeenten waarbij mensen over het algemeen nog meer naar elkaar omkijken alsook de ruimte hebben in hun tuin/op het erf, zou het innovatieve ‘tuinkamers met aandacht’ een zeer interessant concept kunnen zijn om de aanzienlijke ingeschatte behoefte aan zelfstandige studio’s in te vullen, waarbij wel sprake is van ondersteuning en enige mate van toezicht. 3. Benodigde begeleiding /ondersteuning tijdig organiseren Voor het slagen van de genoemde woonvormen is het noodzakelijk dat de jongeren adequaat en direct geholpen worden. Systeemvraagstukken over financiering, verantwoordelijkheden en rollen kunnen dit in de weg staan. Daarom moet dit zo veel mogelijk met afspraken worden ondervangen voor de realisatie van de woonvormen. Hierbij is het belangrijk om bij de toekomstige selectie/intake de juiste woonvorm te matchen met de behoefte/ kwetsbaarheden van de jongeren. Des te beter dit lukt, des te beter de jongere kan werken aan zijn eigen woonvaardigheden; des te groter de kans op succes. Ook ontstaat dan op een natuurlijke manier doorstroming, omdat een jongere dan (net als ieder ander mens) op een gegeven moment toe is aan een nieuwe stap. De kamer of kleine studio past dan niet meer bij de nieuwe levensfase van de jongere.

Ga nader in gesprek met begeleiders welke mogelijkheden zij hebben om flexibel begeleiding te kunnen bieden aan jongeren en wat er eventueel nodig is om hierbij nog beter aan te sluiten bij de jongeren (met name aan jongeren die verspreid/gespikkeld wonen). Met flexibel bedoelen we onder meer: beschikbaarheid (per app) op tijden dat het voor de jongeren nodig is, een groot incasseringsvermogen bevattend en gericht op het normaal wonen en doorstroming in plaats van op het willen bieden van hulpverlening. Het gaat hier niet om nieuwe producten, het gaat om de mindset en de wijze waarop ondersteuning en begeleiding worden geboden. Verken ook welke partijen passen bij de verschillende woonvormen en de desbetreffende ondersteuningsbehoeften. Kies per woonvorm of meerdere woonvormen bij voorkeur één partij die woonondersteuning kan bieden en één partij die de community-opbouw oppakt. Idealiter zijn maximaal 2 à 3 partijen betrokken (woningcorporatie, woonondersteuning, community-opbouw). De ervaring elders leert dat als meerdere partijen betrokken zijn, dit al gauw leidt tot onduidelijkheid: Zowel voor de jongeren zelf, de wooncommunity (wie is verantwoordelijk) als in de samenwerking tussen de betrokken personen en partijen (corporatie, gemeente, zorg, activering, welzijn, buurt, etc.).

Het is belangrijk om als gemeente en corporatie regie te houden om te zorgen dat de focus op het zo normaal mogelijk wonen centraal blijft staan. Het betreffen immers bovenal woonplekken en geen zorgplekken. 4. Ondersteun proactief jongeren en ouders voor prikkelarm wonen Overweeg of je als gemeente proactief op zoek wilt gaan naar jongeren en ouders die een prikkelarme woonomgeving nodig hebben. Realiseer deze prikkelarme woonvorm(en) met de jongeren zelf en hun ouders (bijvoorbeeld als Collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO)-project, ouderinitiatief en/of in samenwerking met een woningcorporatie en afhankelijk van de jongeren mogelijk qua financiering met het zorgkantoor).

13

Interessant kan zijn om het concept ‘onvoorwaardelijk wonen’ in Nijmegen te verkennen voor het samenwonen in één woning bij deze doelgroep. De zorgaanbieder Pactum werkt ook aan een ‘lichtere’ vorm voor dezelfde doelgroep. Zie voorts ook Belangenverenging ouderinitiatieven en wooninitiatieven voor andere interessante projecten elders. 5. Betrek jongeren zelf en/of ervaringsdeskundigen Zodra besloten is welke woonvormen gerealiseerd worden, is het verstandig om jongeren zelf en/of ervaringsdeskundigen mee te laten denken. Ons advies is dit niet te vroeg te doen in verband met mogelijke verwachtingen die kunnen ontstaan. Ook is het fijn voor jongeren dat ze over zo concreet mogelijke punten kunnen meedenken, die ook daadwerkelijk verwerkt kunnen worden in de realisatiefase. 6. Volg de aantallen van jongeren in kwetsbare positie alsook hun behoeften Het is bijzonder waardevol om (halfjaarlijks) te monitoren via een herhaalde uitvraag naar aantallen jongeren met woonvraag. Zo houd je de behoefte en urgentie scherp in beeld en kun je waar nodig bijsturen. De betrokkenen zijn inmiddels bekend met de uitvraag, waardoor een herhaalde exercitie steeds sneller kan verlopen. Ook kunnen dan punten van verfijning worden meegenomen, zoals bijvoorbeeld meer inzicht uit welke kernen binnen de gemeente Raalte en Olst-Wijhe de jongeren komen. 7.

Samenwerking wonen en sociaal Het realiseren van woonvormen draagt bij aan de oplossing, maar om de problematiek op te lossen zijn meer inspanningen op de woningmarkt nodig. Bijvoorbeeld om te zorgen voor voldoende huisvesting voor doorstroming en om te voorkomen dat jongeren in de problemen komen. In zowel Olst-Wijhe als Raalte zijn de medewerkers vanuit wonen aangehaakt alsook de woningcorporaties nauw betrokken. In die zin staan alle seinen op groen voor een vruchtbaar vervolg. In de volgende fase van het project is het waardevol om de samenwerking tussen fysiek en sociaal verder te intensiveren en ook goed na te denken bij welke afdeling het project onder te brengen, zodat de route naar realisatie zo goed en snel mogelijk kan worden afgelegd. 8. Stem regionaal af en leer van elkaar In de vijf gemeenten van de MOBW regio wordt op dit moment gewerkt aan wonen op maat voor jongeren in kwetsbare positie (alsook aan andere direct gerelateerde projecten zoals Housing First). Veel van de uitdagingen zijn vergelijkbaar, alsook de gekozen oplossingen. Het advies is om een regionale expertisegroep (beleid én uitvoering) op te zetten om van elkaar te leren en uit te wisselen.

14

7. Stappenplan ‘Samen wonen in eengezinswoningen’ Om tot samen wonen in eengezinswoningen te komen is het nodig een aantal stappen te doorlopen. Hier een staccato overzicht van deze stappen. Stap 1: Besluitvorming (go / no go) - opdracht - financiering - projectleider Stap 2. Samenwerkingsafspraken maken - overeenkomst gemeenten en woningcorporatie over beschikbaar stellen van eengezinswoningen en procesafspraken - per woonvorm: keuze en selectie van partij die woonondersteuning gaat bieden - wie is regievoerder, wat zijn rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen (sociaal team, welzijn, woningcorporatie, zorgaanbieders, etc.) Stap 3: Projectgroep formeren van de samenwerkende partijen - woningcorporatie - gemeente (beleid + uitvoering) - ondersteunende partij - welzijn - ervaringsdeskundigen Stap 4: Doelgroep definitief bepalen - Jongeren die met lichte ondersteuning de stap naar (zelfstandig) wonen kunnen maken - leeftijdsgrenzen bepalen - jongeren kunnen samen wonen (een goede intake is belangrijk) - jongeren hebben inkomen uit studiefinanciering, bijdrage ouders en/of (bij)baan - jongeren hebben een daginvulling (school, studie, werk) Stap 5: Panel van jongeren opzetten - bespreken van behoeften - eisen ten aanzien van de woning - welke jongeren kunnen samen wonen - ideeën over kennismaken met buren - ideeën over activiteiten Stap 6: Uitwerken

ondersteuning/begeleidingsconcept - hoe ziet de woonondersteuning er uit (wat is het wel, wat is het niet) - financiering van de woonondersteuning (subsidie?) - wat als een jongere meer nodig heeft (Wmo individueel) - wat doen we op gebied van activering/participatie van de jongeren? Stap 7: Procesafspraken maken - proces van toeleiding: wie brengt jongeren in, waar en hoe? 15

-

inhoud en organisatie van selectie en intake: wie doet de selectie en bepaalt uiteindelijk wie er mag komen wonen? huur/gebruikersovereenkomst (en eventueel voorwaarden) afspraken omtrent uitstroom / doorstroom naar andere woning afspraken omtrent terugval/uitval

Stap 8: Woningkeuze - opstellen van eisen (aantal kamers, grootte woning, maximale huur, servicekosten en GWE, ligging, buurt) - zoektocht naar woningen die in mutatie komen - goed informeren en betrekken van de directe buren (geen participatieproces met de buurt, het is gewoon wonen) - eventuele kamervergunning procedure? Stap 9: Inrichting en aankleding woningen - deuren met sloten - stoffering - meubilair en keukenspullen Stap 10: Voorbereidingen - briefing / training intakers - werving woonondersteuning (mogelijk ook training) - uitwisseling van intakers en ondersteuners met bijvoorbeeld woonprojecten in Enschede - voorbereiding toeleiding, intake en selectie Stap 11: Start - toeleiding en selectie van jongeren - intakers met jongeren - kennismaken met woonondersteuning - sleuteloverdracht aan bewoners - feestelijk moment met buurt Stap 12: Monitoring en evaluatie - herstel van de jongeren (stabiel wonen, doorstroom, ondersteuningsbehoefte, etc.) - kosten en baten: kassabonnen methodiek? - evaluatie op basis van vooraf opgestelde punten Indicatief geschat budget Voor de uitvoering van dit project met 2 eengezinswoningen gedurende 2 jaar (inclusief voorbereiding) is de inschatting van de benodigde middelen als volgt. Deze begroting zal nader geconcretiseerd kunnen worden als bovenstaande stappen worden doorlopen.

16

Eenmalige investering

budget

projectleider

4-8 uur per week, afhankelijk van inzet betrokken partijen en precieze rol, in het begin € 15.000 - 40.000 intensiever, later minder

inrichting en aankleding van 3 eengezinswoningen € 20.000

toelichting

mogelijke dekking

- gemeente - fondsen

afhankelijk van staat van woningen

- woningcorporatie - fondsen

€ 60.000

2-4 uur per week per jongere (deels groepsgewijs, deels individueel)

- gemeente (Wmo) - fondsen

huur van 3 woningen + servicekosten+ GWE + belastingen

€ 37.500

inschatting van alle woonkosten

- jongeren zelf - huurtoeslag - gemeente (bij 18-)

sociaal huismeester

€ 10.000

2-4 uur per week

- woningcorporatie

Structurele kosten per jaar

woonondersteuning 9 jongeren

Totaal geschatte eenmalige investering = € 35.000 - € 60.000,Totaal geschatte structurele kosten per jaar = € 107.500,Dekking van deze middelen kan vanuit (een combinatie van) Wmo, fondsen, samenwerkingspartners en de jongeren zelf. Maatschappelijke baten Notabene: Als deze jongeren geen kamer zouden krijgen in een woning met passende ondersteuning zouden de kosten vanuit de Wmo individuele begeleiding vele malen hoger zijn. In diverse steden blijkt dat een dergelijke preventieve aanpak niet alleen heel veel inhoudelijke baten heeft voor de jongeren zelf, maar ook heel veel maatschappelijke en financiële baten voor de samenleving / gemeente. Bijvoorbeeld in Enschede werkt WoonStAP met kassabonnen, waarbij wordt aangetoond hoe de kosten en baten zich verhouden en wat de (maatschappelijke) meerwaarde is van de jongerenwoningen.

17

8. Stappenplan ‘Gemengd wonen’ Het stappenplan voor gemengd wonen kent een vergelijkbare procesaanpak. Een aantal belangrijke verschillen is: 1) het betreft een groter complex, dus dat is een meer intensief locatiekeuze proces met mogelijk ook ruimtelijk-juridische procedures (afhankelijk van verbouw of nieuwbouw) en meer besluitvormingsmomenten 2) een gemengd wonen project wordt nog meer dan het samenwonen in een eengezinswoning ingestoken vanuit het wonen. Het ontwikkelen van een wooncomplex in de vorm van een gemengd wonen project is vanuit vastgoed kant bekeken voor een woningcorporatie een regulier project. 3) de ondersteuningsbehoefte en de samenwerkingspartner vanuit de zorg zullen anders zijn omdat ook jongeren met meer complexe hulpvragen in het gemengd wonen project een plek krijgen 4) er is meer aandacht voor een community opbouw: community coach, sociaal beheerder, woonvereniging met bestuur, onbegeleide huurders op motivatie geselecteerd, etc. 5) vanzelfsprekend kent het gemengd wonen project ook een andere begroting en dekking, een en ander afhankelijk van de schaal van het project, of het bestaand vastgoed is, verbouw of nieuwbouw, de aanvliegroute (vanuit de corporatie) en welke groepen van huurders een plek dienen te krijgen in het complex.

Om de volgende stap te kunnen zetten is het advies om een projectgroep vanuit de (beide) gemeente(n) (wonen, vastgoed, ro, sociaal, inkomen) met direct betrokken partijen te formeren en een projectleider aan te trekken. Afhankelijk van de snelheid van het proces en de beschikbare inzet vanuit de gemeente kan een projectleider voor 4 tot 8 uur per week ingezet worden tot aan de start van de realisatiefase. De verwachting is dat deze fase (van onder meer samenwerkingsafspraken, uitwerking begeleidingsconcept, locatiezoektocht) circa een jaar zal duren.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=e0d06ae4-4097-4300-ae40-5f72728810f3