CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

rapport_210521_am01_Blankenfoort_Heino

Informatievoorziening raad 8 december 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Collegevoorstel en -besluit aankoop Braakman42.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Raalte Milieutechnisch bodem-, fundatie-en asfaltonderzoek op de toekomstige locatie van bedrijventerrein Blankenfoort te Heino projectnummer: 210521/am/sh datum: 11 augustus 2021

Opdrachtgever Gemeente Raalte Zwolsestraat 16 8101 AC RAALTE Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl

BRL-SIKB 2000

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING............................................................................................................................. 1

2

VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 4

ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 3 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 4 ONDERZOEKSSTRATEGIE ...................................................................................... 5 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 8 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 9 LABORATORIUM ONDERZOEK ............................................................................ 10 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................. 10 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; ASFALT .................................. 16 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ................................... 16 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN; FUNDATIE .............................. 17

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 19

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 19 ANALYSERESULTATEN TOEKOMSTIG BEDRIJVENTERREIN ................................ 19 ANALYSERESULTATEN LENTHEWEG MET WEGBERMEN .................................... 21 ANALYSERESULTATEN TOEKOMSTIGE AANSLUITING BEDRIJVENTERREIN ....... 21 ASFALTVERHARDINGEN [TEERHOUDENDHEID].................................................. 21 FUNDATIE [SAMENSTELLING, UITLOGING EN ASBEST] ....................................... 22 DOORLATENDHEIDSMETING ............................................................................... 22 SAMENVATTENDE CONCLUSIES .......................................................................... 23

BIJLAGEN: 1 Kadastraal overzicht 2 Boorbeschrijvingen 3 Toetsingstabellen, analyserapporten en foto’s boorkernen 3.1 vaste bodem 3.2 grondwater 3.3 asfalt inclusief foto’s boorkernen 3.4 Samenstelling en uitloging puinfundatie 3.5 asbest 4 Monsternemingsplan en -formulieren asbest 5 Relevante historische informatie 6 Resultaten K-waarde bepalingen TEKENING: 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuizen

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

1

INLEIDING

In opdracht van de Gemeente Raalte is in juni 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een milieutechnisch bodem-, fundatie- en asfaltonderzoek uitgevoerd op de toekomstige locatie van bedrijventerrein Blankenfoort te Heino. Voor een kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie verwijzen wij naar bijlage 1. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herinrichting van de locatie. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit van de locatie, alsmede het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden/civieltechnische eigenschappen van de vrijkomende bouwstoffen. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar.

Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).

1

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

2

VOORONDERZOEK

In de NEN-5725 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:

verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN

1. locatiegegevens 2.bodemopbouw en geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit 4. gebruik/beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 5. terreinverkenning

eigendomssituatie hoogteligging bodemopbouw antropogene lagen in de bodem geohydrologie geval van ernstige bodemverontreiniging kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken voormalig huidig toekomst asbestverdacht voorafgaand aan de uitvoering

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

C

D

E

F

G

O O O

A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel

2.1

Onderzoeksaanleiding

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725. Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden; • informatie voorgaand bodemonderzoek; • informatie Omgevingsdienst IJsselland; • omgevingsrapportage provincie Overijssel; • informatie bodemloket; • www.topotijdreis.nl; • BagViewer; • Kadaster; • grondwaterkaart van Nederland. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. De relevante gegevens zijn opgenomen in bijlage 5.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

2

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

2.2

Achtergrondinformatie

De onderzoekslocatie betreft het toekomstige bedrijventerrein Blankenfoort en is gelegen ten oosten van het bestaande bedrijventerrein. Tussen het huidige en toekomstige gebied ligt de Lentheweg. Het onderzoeksgebied beslaat 3 deellocaties: A. Toekomstig bedrijventerrein: kadastraal bekend onder gemeente Heino, sectie B, nr. 3336 (ged). Momenteel is dit terrein in gebruik als wei/-bouwland. Het westelijk deel van dit terrein zal worden heringericht, het oostelijk deel blijft in gebruik als agrarisch perceel. Het te onderzoeken perceel heeft een oppervlakte van circa 5,75 ha. Het terrein is voor zover bekend altijd agrarisch in gebruik geweest. Binnen het gebied hebben enkele watergangen/greppels en een pad gelopen, daarnaast zijn hier enkele voormalige en bestaande dammen aanwezig; B. Lentheweg weg en bermen (globaal vanaf Lentheweg 10 in noordelijke richting): kadastraal bekend onder gemeente Heino, sectie B, nr. 3160. Het totale oppervlakte van dit deel bedraagt circa 2.400 m², waarvan circa 1.100 m2 verhard is met asfalt. Het is onbekend of dit teerhoudend of niet teerhoudend asfalt betreft en of zich een fundatie onder de asfaltverharding bevindt; C. Aansluiting van het huidig op toekomstig bedrijventerrein (tussen percelen L.J. Costerstraat 35 en 37): kadastraal bekend als gemeente Heino, sectie B, nr.3289.

Deze deellocatie is als groen in gebruik en omvat een totale oppervlakte van circa 1.000 m². De aansluiting wordt doorsneden door de Lentheweg. De Lentheweg wordt als separate deellocatie onderzocht. Voor de inrichting van het terrein verwijzen wij naar de tekening 1-1. 2.3

Historische informatie

Op de locatie is in augustus 2020 door SWECO Nederland BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 372926). Het terreindeel “Lentheweg” maakte geen deel uit van het onderzoek. Tijdens dit onderzoek zijn in de bovengrond geen tot licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, tetrachlooretheen, naftaleen, en licht tot matig verhoogde gehalten aan barium aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van informatie uit het voorgaand onderzoek en “www.topotijdreis.nl” blijkt dat op de locatie diverse sloten en gronddammen aanwezig zijn (geweest). Vanaf circa 1987 is een (puin)pad zichtbaar, wat vanaf de zuidzijde tot op circa 2/3 van het perceel in noordelijke richting loopt. Dit pad is niet meer aanwezig.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

3

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

2.4

Bodemopbouw en geohydrologie

Regionale bodemopbouw Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (het rapport 27 oost, 28 west (TNO-DGV, 1985)). Uit dit rapport en uit bodemkundig onderzoek ter plaatse van de locatie zijn de volgende regionale gegevens samengevat. Tabel 2:

schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw

pakket 1e WVP Form. van Twente en Kreftenheye scheidende laag Form. van Drenthe 2e WVP Form van Urk, Enschede, Harderwijk basis Form van Breda Toelichting:

diepte (m-mv) 0-30 30-70 70-200

samenstelling matig fijn tot matig grof zand klei fijn tot matig grof zand

parameters kD-waarde 2500 m2 *d-1 -

>200

klei

-

WVP = watervoerend pakket

ca.

kD-waarde = doorlaatvermogen of transmissiviteit

Grondwaterstroming: In het eerste watervoerende pakket stroomt het grondwater in noordwestelijke richting.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

4

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

2.5

Onderzoeksstrategie

De te hanteren onderzoeksstrategie is in overleg met de Omgevingsdienst bepaald en sluit deels aan op de NEN-5740-5707 en betreft deels maatwerk. A: Toekomstig bedrijventerrein (5,75 ha) Voor de onderzoeksopzet voor het bouw-/weiland is uitgegaan van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op een onverdachte locatie (“ONV” uit de NEN5740), aangevuld met een verkennend asbestonderzoek conform de strategie voor een onverdachte grootschalige locatie (strategie 6.4.3. uit de NEN 5707). In aanvulling op de norm zijn alle boringen doorgezet tot tenminste 2 m-mv. Ter vaststelling van de het gemiddelde gehalte aan PFAS in de bovengrond zijn 3 analyses op PFAS uitgevoerd. Ter plaatse van de huidige en voormalige dammen en de voormalige sloottracés en het voormalige pad zijn extra boringen geplaatst. Van de dammen, slootracés en het voormalige pad zijn separate mengmonsters samengesteld. De boringen in de toekomstige weg zijn, ter vaststelling van de actuele bodemopbouw, doorgezet tot 3 m-mv. Ter plaatse van de toekomstige kavels zijn infiltratiemetingen uitgevoerd om de doorlatendheid van de bodem vast te stellen. In totaal zijn 9 infiltratiemetingen (K-waarde bepalingen) uitgevoerd. De K-waarde is bepaald middels de zgn. ‘omgekeerde boorgat methode’. Per meetpunt wordt de tijd gemeten die nodig is om een bepaalde hoeveelheid water in de bodem te laten infiltreren.

Aan de hand hiervan wordt de K-waarde berekend. Voor de bepaling in welk traject de K-waarde wordt bepaald wordt rekening gehouden met de verwachte aanlegdiepte van de infiltrerende voorzieningen. Van het zand uit de ondergrond, ter plaatse van de aan te leggen WADI, is indicatief bepaald of dit geschikt is voor zand in zandbed, zand in ophoging of drainagezand (conform RAW). B: Lentheweg met bermen (2.400 m²) Voor het onderzoek van de wegbermen is aansluiting gezocht bij de onderzoeksstrategie op een verdachte lijnvormige locatie met een diffuse verspreiding en heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming (“VED-HE-L” uit de NEN-5740). Boringen in de wegberm zijn doorgezet tot minimaal 2,0 m-mv. Monsters van “onder de weg” en uit de bermen zijn niet opgemengd. Het grondwater is niet onderzocht. De bovengrond uit de wegbermen is tevens op PFAS onderzocht. Naar aanleiding van de analyseresultaten heeft aanvullend chemisch onderzoek plaatsgevonden. Voor de vaststelling van de kwaliteit van het vrijkomende asfalt uit de Lentheweg is het onderzoek uitgevoerd zoals omschreven in de CROW-publicatie 210 “richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt” (2015 met wijzigingsbladen april 2017 en september 2018). Belangrijkste voorwaarden zijn de minimaal uit te voeren boringen per oppervlakte asfalt, en de minimaal uit te voeren analyses per tonnage aan te leveren asfalt.

Alle kernen zijn in het laboratorium beoordeeld middels de PAK-detector. Op basis van de hierbij verkregen informatie zijn 2 kernen geselecteerd voor analyse in het laboratorium op PAK. De kwaliteit van de fundering onder de asfaltverharding is vastgesteld, inclusief de soort en opbouw per onderscheiden laag. Het aanwezige fundatiemateriaal is indicatief (geen AP-04) geanalyseerd op samenstelling (PAK, PCB’s en min. olie) en uitloging (cascade) en op asbest (NEN-5897).

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

5

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Omdat het fundatiemateriaal ten behoeve van het asbestonderzoek is verzameld vanuit de boorgaten in het asfalt, is per monster minder monstermateriaal aangeleverd dan de in de NEN-5897 voorgeschreven hoeveelheid van 25 kg. C: Aansluiting op bestaand bedrijventerrein (1.000 m²) De bestaande weg L.J. Costerstraat wordt voor een deel opgebroken om de nieuwe weg hier op te laten aansluiten. Derhalve is de kwaliteit van het asfalt op teerhoudendheid bepaald. Voor het onderzoek op teerhoudendheid is 1 asfaltboring geplaatst. Van de boorkern is in het laboratorium de PAK-markertest en laagopbouw bepaald en is 1 DLC analyse uitgevoerd. Voor het onderzoek van de vaste bodem in de toekomstige weg is uitgegaan van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek op een onverdachte locatie (“ONV” uit de NEN-5740), aangevuld met een verkennend asbestonderzoek conform de strategie voor onverdachte locatie (strategie 6.4.2. uit de NEN 5707). In aanvulling op de norm zijn alle boringen doorgezet tot tenminste 2 m-mv. De bovengrond is tevens op PFAS onderzocht. Het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

6

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Tabel 3:

veld- en laboratoriumonderzoek boringen tot 0,5 m-mv

veldonderzoek waarvan tot > 2 m-mv

met peilbuis

5,75 ha. onv

70

70

7

asbestonderzoek

36 x putje 30 x 30 #

-

(vm) gronddammen (8)

8

8

-

vml. pad circa 160 m1

3 x 3@

9

@

(vml.) sloten 3 x 100 m1

3 x (2 x3@)

18

-

sublocatie/onderdeel

laboratoriumonderzoek vaste bodem

grondwater

A: bouw-/weiland

K-waarde bepalingen

9 x tijdelijke peilbuis

8 x NEN-grond(bg)* 8 x NEN-grond(og)* 3 x PFAS (28) 1 x RAW-bepaling 4 x asbest (grond) 2 x NEN-grond* 2 x asbest (grond) 1 x NEN-grond* 1 x asbest (grond) 3 x NEN-grond* 3 x asbest (grond) 6 x min.olie 9 x K-waarde bepaling

7 x NEN-water* -

B: Lentheweg + berm

Lentheweg 1.100 m2 asfalt-/fundatie ondergrond

en

wegberm 2 x 300 m1

4

4

-

2x7

2x7

-

2 x NEN-grond* 2 x constructie + marker lab. 1 x DLC-analyse 1 x asbest (grond) 1 x asbest in puin 1 x samenstelling puin 1 x cascadetest in puin 2 x NEN-grond(bg) 2 x NEN-grond(og) 2 x PFAS (28) 2 x asbest (grond) 6 x PAK

-

-

C: aansluiting op bestaand bedrijventerrein

aansluiting Costerstraat

L.J.

1

1

-

1.000 m2 onv

7

7

1

asbestonderzoek

7 x putje 30x30

-

1 x constructie + marker lab. 1 x DLC-analyse 1 x asbest in puin 1 x samenstelling puin 1 x cascadetest in puin 1 x NEN-grond(bg)* 1 x NEN-grond(og)* 1 x PFAS (28) 1 x asbest (grond)

* : inclusief arseen en chroom @ : dwars op het tracé zijn raaien van 3 boringen geplaatst

-

1 x NEN-water* -

# : in combinatie met onverdacht

De samenstelling van de in tabel 3 genoemde “NEN-pakketten” is samengevat in tabel 4. Tabel 4:

samenstelling NEN Pakketten

Parameters zware metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink PCB’s PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen minerale olie vluchtige aromaten (incl. naftaleen en styreen) VCK (vluchtige chloorkoolwaterstoffen) bromoform

NEN-grond

NEN-grondwater

X

X

X X X -

X X X X

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

7

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

2.6

Betrouwbaarheid onderzoek

Onderhavig onderzoek beschrijft de actuele bodemkwaliteit en heeft alleen betrekking op de bodem van de terreindelen, welke zijn beschreven in het vooronderzoek van deze rapportage. De in het vooronderzoek geraadpleegde bronnen kunnen mogelijk onvolledig zijn. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Het onderzoek is gebaseerd op het nemen van een, conform de geldende richtlijnen, representatief geacht aantal monsters. Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten moet rekening worden gehouden met het feit dat analyses mogelijk zijn uitgevoerd op basis van mengmonsters, waardoor lokaal hogere concentraties van de onderzochte stoffen niet zijn uit te sluiten. Tevens kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte (verdachte) deellocaties en blijft het mogelijk dat lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Een bodemonderzoek betreft een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen. Het onderzoek moet worden beoordeeld als één geheel, en betreft een inschatting van de bodemkwaliteit, op een bepaald moment. Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen. Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Voor eventueel hieruit voortvloeiende schade en/of gevolgen aanvaardt Hunneman Milieu-Advies Raalte BV op geen enkele wijze aansprakelijkheid.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

8

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

3

VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK

3.1

Veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd op 4, 7, 8, 15, 22, 23 en 28 t/m 30 juni 2021. De milieutechnische veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de BRL-1001, 2001 en/of 2018 gecertificeerde medewerker dhr. W. Jansen met assistentie van dhr. T. in ’t Veld van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV. Voor het milieutechnisch onderzoek zijn 139 boringen geplaatst (1 t/m 71 + 81 t/m 115 + 151 t/m 168 + 171 t/m 177 en K-1 t/m K-9), waarvan 8 boringen zijn afgewerkt als peilbuis voor de monstername van het grondwater. Voor het bepalen van de doorlatendheid zijn 9 boringen afgewerkt als tijdelijke peilbuis. De maximale boordiepte bedraagt 3,0 m-mv. Alle boringen zijn doorgezet tot minimaal 2,0 m-mv. Ten behoeve van het onderzoek zijn 5 kernboringen verricht in het asfalt. De resultaten van het doorlatendheidsonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6. Voorafgaand aan het verkennend asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn 55 monsterpunten uit het milieutechnisch onderzoek handmatig gegraven tot maximaal 0,5 m-mv, met een minimale oppervlakte van 0,09 m2 (30 x 30 cm). De monsterpunten zijn met behulp van een grondboor (diameter 12 cm) doorgezet tot de onderliggende/ongeroerde bodemlaag.

De opgegraven grond is uitgespreid over een zeef, met een maaswijdte van 20 mm. Het achterblijvende residu op de zeef is geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. Van de uitgezeefde grond zijn mengmonsters samengesteld van de actuele contactzone (0,0-0,5 m-mv), voor de analytische bepaling van asbest in grond. Van het onder de asfaltverharding uit de Lentheweg aangetroffen fundatiemateriaal, is een mengmonster samengesteld voor analyse op asbest in puin. Aangezien het fundatiemateriaal is verzameld vanuit de boorgaten in het asfalt, is volstaan met circa 12 kg in plaats van de vereiste 25 kg monstermateriaal. In bijlage 4 zijn de monsternameformulieren asbest opgenomen. Voor de doorlatendheidsmetingen zijn 9 handboringen K-1 t/m K-9 op 1,3~1,5 m-mv afgewerkt als tijdelijke peilbuis. De peilbuizen zijn voorzien van een filter van 1,0 meter. De K-waarde is bepaald middels de zgn. ‘omgekeerde boorgatmethode’. Per peilbuis is de tijd gemeten die nodig is om een bepaalde hoeveelheid water in de bodem te laten infiltreren. Aan de hand hiervan is de K-waarde berekend. De berekeningen van de Kwaarde zijn opgenomen in bijlage 6. Voor de situatie van de monsterpunten en peilbuizen verwijzen wij naar tekening 1-1. Bodemopbouw In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per boring en bodemlaag beschreven.

De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 2, en samengevat in tabel 5. Tabel 5: traject (m-mv) 0,0 ~ 0,5 0,5 ~ 1,2 1,2 ~ 3,0

samenvatting van het lokaal aangetroffen bodemprofiel (bouwland) hoofdnaam toevoeging zand, matig fijn matig siltig, matig humeus zand, matig grof tot matig fijn matig siltig zand, zeer grof tot matig fijn matig siltig, lokaal leem grondwaterstand: circa 1,0 m-mv

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

9

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldonderzoek is de opgeboorde grond beoordeeld op zintuiglijke waarneembare verontreinigingsindicaties. Hierbij is gelet op afwijkende kleur of geur (passief) van de bodem. In de vaste bodem, ter plaatse van het bouwland, zijn geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In bovengrond van de bermen van de Lentheweg en de toekomstige aansluiting op het bestaande bedrijventerrein zijn sporen grind en sporen tot zwakke bijmengingen met puin waargenomen. Onder de asfaltverharding van de Lentheweg is een puinfundatielaag aangetroffen tot maximaal 0,35 m-mv. Onder de asfaltverharding van de L.J. Costerstraat is geen puin aangetroffen. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op de bodem/puin aangetroffen. Eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in de boorbeschrijvingen (bijlage 2). Monstername Voor het chemisch onderzoek zijn uit de boringen, van iedere 0,5 m (0,2 m bij monstername met steekbus) of onderscheiden bodemlaag, monsters genomen. Op de deellocaties, waar de vluchtige verbindingen de kritische parameters zijn, is de monstername, voor zover technisch mogelijk, verricht met een steekbus. Op het volgende punt is afgeweken van het SIKB protocol 3001: Naar aanleiding van de analyseresultaten, afkomstig van de mengmonsters, zijn aanvullend individuele monsters ingezet voor analyse.

Hierdoor zijn de individuele monsters niet binnen de vastgestelde termijnen geaccepteerd en is als zodanig aangegeven op het analysecertificaat. De genoemde afwijking wordt als niet-kritisch beschouwd omdat de monsters in de tussenliggende periode geconditioneerd waren opgeslagen bij het laboratorium. Derhalve is het toegestaan het keurmerk “Kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB” te gebruiken. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen is na een standtijd van minimaal een week bemonsterd. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) van het grondwater zijn in het veld gemeten. De meetresultaten zijn weergegeven in tabel 15 en 16. 3.2

Laboratorium onderzoek

Op basis van de gehanteerde onderzoeksstrategie en waarnemingen uit het veld zijn mengmonsters geselecteerd voor analyse. De samenstelling van de (meng)-monsters is weergegeven in tabel 6 t/m 14 en 20. De analyses zijn uitgevoerd door een, door de RvA geaccrediteerd laboratorium, welke door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is erkend om, in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), analyses uit te voeren conform AS-3000 en AP-04. De resultaten van de analyses zijn weergegeven in tabel 6 t/m 13. 3.3

Toetsingscriteria en analyseresultaten NEN-parameters

Het toetsingskader voor de vaste bodem en het grondwater is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013” (Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). De vaste bodem wordt getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De meetwaarden voor de vaste bodem zijn afhankelijk gesteld van de gemeten organische stof- en/of lutumgehalten van de bodem, die meestal afwijken van de gehalten van de Standaardbodem. De volgende toetsingswaarden worden onderscheiden: Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

10

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

AW/S(•)1:De achtergrond- en/of streefwaarden geven het niveau aan waar beneden sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De waarden hebben betrekking op de in de natuur voorkomende achtergrondgehalten of detectiegrenzen bij stoffen die niet in natuurlijke milieus voorkomen. T (••)1:

De tussenwaarde betreft het gemiddelde van de interventiewaarde + achtergrondwaarde of streefwaarde waarboven, in beginsel, een nader onderzoek noodzakelijk is.

I (•••)1 :

De interventiewaarden geven het concentratieniveau voor verontreinigende stoffen aan, waarboven sprake is van ernstige bodemverontreiniging. In bijzondere situaties kan ook bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico’s voor de volksgezondheid en het ecosysteem. 1 De symbolen tussen haakjes corresponderen met de “overschrijdingssymbolen” van tabel 6 t/m 16.

Van een geval van ernstige bodemverontreiniging is sprake indien de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waarbij de gemiddelde concentratie van een verontreinigende stof in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde. Bodemverontreiniging die is ontstaan na 1 januari 1987 (nieuwe verontreiniging) valt onder de zgn. zorgplicht en dient zo spoedig mogelijk te worden gesaneerd. Tabel 6:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing bouwland

% H* = 10 % L*= 25 monster

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-01 MM-02 MM-03 MM-04 MM-05 MM-06

boring

1 t/m 7

9t/m13 + 24 t/m 28

29+30+ 45t/m51

52+ 64t/m70

41+43+54+ 56+57+59+ 60+62+71

22+33+37+42 +55+58+61

traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK

0,0~0,5 32• @ < < < < 0,16• < < < < < < < Ind

0,0~0,5 < @ < < < < 0,16• < < < < < < < AW

0,0~0,5 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0~0,5 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0~1,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0~0,5 24• @ < < < < 0,17• < < < < < < < AW

Tabel 7:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing bouwland

% H* = 10 % L*= 25 monster

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-07 MM-08 MM-11 MM-12 MM-13 MM-14

boring

14t/m16+ 18t/m21+23

32+34t/m36 +38+39+44

1+2+3

5+6+7

4+43+71

11+29+48

0,0~0,5 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0~0,5 35• @ < < < < < < < < < < < < Ind

0,5~2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5-2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0~2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5~2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK Toelichting: < • •• •••

: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde

½ (AW+I)

Iwaarde

20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -

48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -

76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde

½ (AW+I)

Iwaarde

20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -

48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -

76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

11

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Tabel 8:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing bouwland en vml. dammen

% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-15 MM-16 MM-17 MM-18 MM-31

Tabel 9:

50+64+69

43+56+59

55+58+61

22+33+37

81t/m88

0,5-2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5-2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5-2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5-2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0-0,4 41• @ < < < < < < < < < < < < Ind

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -

½ (AW+I) 48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -

Iwaarde 76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -

analyseresultaten vaste bodem en toetsing vml. dammen, vml. pad en vml. sloten

% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK

Tabel 10:

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-32 MM-33 MM-34 MM-35 MM-36 81t/m88

89t/m 97

98t/m103

104t/m109

110t/m 115

0,5-1,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0-0,4 42• @ < < < < < < < < < < < < Ind

0,0-0,4 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0~0,5 < @ < < < < < < < < < < < 540• NT

0,0~0,5 26• @ < < < < < < < < < < < < AW

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -

½ (AW+I) 48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -

Iwaarde 76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -

analyseresultaten vaste bodem en toetsing uitsplitsing MM-35

% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) min.olie indicatief BBK

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] 104-01 105-1 106-1 107-1 108-1 109-1

Toelichting: < • •• •••

: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde

104

105

106

107

108

109

0,0-0,4 < AW

0,0-0,4 < AW

0,0-0,5 < AW

0,0-0,4 < AW

0,0-0,4 < AW

0,0-0,4 < AW

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 190 -

½ (AW+I) 2595 -

Iwaarde 5000 -

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

12

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Tabel 11:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing Lentheweg

% H* = 10 % L*= 25 monster

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-21 MM-22 MM-23 MM-24 MM-25 MM-26

boring

151t/m154

151+152 +154

155t/m157+ 159t/m 161

162t/m168

156+159 +161

163+165 +167

traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK

0,3~0,5 27• @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5-2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,0-0,5 < @ < < < < < 60• < 52• < 40•• < 890• NT

0,0-0,5 < @ < < < < < 59• < < < 12• < 370• Ind

0,5~2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

0,5~2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde

½ (AW+I)

Iwaarde

20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -

48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -

76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -

Tabel 12:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing uitsplitsing MM-23

% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) PAK (10)-tot. indicatief BBK

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] 155-01 156-01 157-01 159-01 160-01 161-01 155

156

157

159

160

161

0,0-0,5 22•• Ind

0,0-0,5 87••• NT

0,0-0,5 42••• NT

0,0-0,5 56••• NT

0,0-0,5 22•• Ind

0,0-0,5 80••• NT

standaard bodem (mg/kg d.s.) AWwaarde 1,5 -

½ (AW+I) 20,8 -

Iwaarde 40 -

Tabel 13:

analyseresultaten vaste bodem en toetsing toekomstige aansluiting bedr. terrein

% H* = 10 % L*= 25 monster boring traject (m-mv) arseen barium cadmium chroom kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10)-tot. PCB’s min.olie indicatief BBK

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-41 MM-42

Tabel 14:

171t/m176

171+173+176

0,0-0,5 < @ < < < < < < < < < < < < AW

1,0~2,0 < @ < < < < < < < < < < < < AW

AWwaarde 20 @ 0,6 55 15 40 0,15 50 2 35 140 1,5 0,02 190 -

½ (AW+I) 48 @ 6,8 117,5 118 115 18,08 290 96 67,5 430 20,8 0,51 2595 -

Iwaarde 76 @ 13 180 180 190 36 530 190 100 720 40 1 5000 -

analyseresultaten vaste bodem en toetsing PFAS

% H* = 10 % L*= 25 monster

gestandaardiseerde resultaten en overschrijdingen toetsingswaarden [BoToVa-toetsing is opgenomen in de bijlage] MM-101 MM-102 MM-103 MM-23 MM-24 MM-41

boring

2+9+11+24 +26+28+48+ 50+62+68

13+15+22+ 31+33+43+ 52+54+63+ 70

0,0~0,5 < < <

0,0~0,5 < < <

traject (m-mv) PFOS PFOA PFAS

standaard bodem (mg/kg d.s.)

6+16+17+35 155t/m15 +36+39+41+ 7+ 159t/m 56+58+61 161

0,0~0,5 < < <

Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde • •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding van de interventiewaarde

0,0-0,5 < < <

standaard bodem (in µg/kg d.s.)

162 t/m 168

171 t/m 176

AWwaarde

½ (AW+I)

I-waarde

0,0-0,5 < < <

0,0-0,5 < < <

1,4 1,9 1,4

@ @ @

@ @ @

-: niet geanalyseerd @: geen toetsoordeel mogelijk * : lutum- en humusgehalten standaard bodem H : organisch stof L : lutum

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

13

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Tabel 15:

analyseresultaten grondwater en toetsing

analyseresultaten (µg/l) peilbuis 1 2 filter (m-mv) 1,6-2,6 1,5-2,5 pH 6,34 6,66 EC (µs/cm) 721 719 troebelheid [NTU] 8,1 7,6 grondwater [m-mv] 1,04 0,96 zware metalen arseen < < barium 150• 400•• cadmium < < chroom < < kobalt < < koper < < kwik < < lood < < molybdeen < < nikkel < < zink < < vluchtige aromaten benzeen < < tolueen < < ethylbenzeen < < xylenen (som) < < styreen < < naftaleen < < gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan < < 1,2-dichloorethaan < < 1,1-dichlooretheen < < som C+T 1,2-dichlooretheen < < dichloormethaan < < dichloorpropanen < < tetrachlooretheen (per) < < tetrachloormethaan (tetra) < < 1,1,1-trichloorethaan < < 1,1,2-trichloorethaan < < trichlooretheen (tri) < < trichloormethaan (chloroform) < < vinylchloride < < < < minerale olie < < bromoform Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

toetsingswaarden (µg/l) 3 1,5-2,5 7,17 698 3,4 0,92

4 1,5-2,5 6,49 753 2,7 0,97

Swaarde

½(S+I)

Iwaarde

< 170• < < < < < < < < <

34• 250• < < < < < < < < <

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

< < < < < <

< < < < < <

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< < < < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < <

7 7 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 @

453,5 203,5 5 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 @

900 400 10 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

< : geen overschrijding detectiegrens en/of streefwaarde @ : geen toetsoordeel mogelijk -: niet bepaald

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

14

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Tabel 16:

analyseresultaten grondwater en toetsing

analyseresultaten (µg/l) peilbuis 5 6 filter (m-mv) 1,5-2,5 1,5-2,5 pH 7,64 6,63 EC (µs/cm) 797 791 troebelheid [NTU] 9,4 8,3 grondwater [m-mv] 0,91 0,95 zware metalen arseen < < barium 190• 210• cadmium < < chroom < < kobalt < < koper < < kwik < < lood < < molybdeen < < nikkel < < zink < < vluchtige aromaten benzeen < < tolueen < < ethylbenzeen < < xylenen (som) < < styreen < < naftaleen < < gechloreerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan < < 1,2-dichloorethaan < < 1,1-dichlooretheen < < som C+T 1,2-dichlooretheen < < dichloormethaan < < dichloorpropanen < < tetrachlooretheen (per) < < tetrachloormethaan (tetra) < < 1,1,1-trichloorethaan < < 1,1,2-trichloorethaan < < trichlooretheen (tri) < < trichloormethaan (chloroform) < < vinylchloride < < < < minerale olie < < bromoform Toelichting bij tabel: • : overschrijding van de streefwaarde •• : overschrijding van de tussenwaarde ••• : overschrijding interventiewaarde

toetsingswaarden (µg/l) 7 1,5-2,5 6,91 656 11,8 0,94

8 2,0-3,0 6,87 983 9,6 1,48

Swaarde

½(S+I)

Iwaarde

< 100• < < < < < < < < <

13• 360•• < < < < < < < < <

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

35 337,5 3,2 15,5 60 45 0,17 45 152,5 45 432,5

60 625 6 30 100 75 0,30 75 300 75 800

< < < < < <

< < < < < <

0,2 7 4 0,2 6 0,01

15,1 503,5 77 35,1 153 35

30 1000 150 70 300 70

< < < < < < < < < < < < < < <

< < < < < < < < < < < < < < <

7 7 0,01 0,01 0,01 0,8 0,01 0,01 0,01 0,01 24 6 0,01 50 @

453,5 203,5 5 10 500 40,4 20 5 150 65 262 203 2,5 325 @

900 400 10 20 1000 80 40 10 300 130 500 400 5 600 630

< : geen overschrijding detectiegrens en/of streefwaarde @ : geen toetsoordeel mogelijk -: niet bepaald

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

15

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

3.4

Toetsingscriteria en analyseresultaten; asfalt

In de wegtracés zijn in totaal 5 asfaltkernen geboord en zijn 3 asfaltkernen geselecteerd voor analyse in het laboratorium op PAK-marker en constructieopbouw. Naar aanleiding van de laboratoriumresultaten zijn 2 kernen geanalyseerd voor analyse op PAK. De geselecteerde kernen zijn weergegeven in tabel 17. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3. Voor hergebruik van asfalt geldt de norm van 75 mg/kg d.s. aan PAK-10. Indien het PAK (10)gehalte groter is dan 75 mg/kg d.s. dient het vrijkomende asfalt te worden afgevoerd naar een hiervoor erkende verwerker c.q. acceptant. Indien het PAK (10)gehalte kleiner is dan 75 mg/kg d.s. is het asfalt geschikt voor warm hergebruik. Tabel 17:

resultaten PAK-marker en PAK-analyses

dikte kern uitslag PAK-marker uitslag PAK-marker PAK (10) [mm] Hunneman [mm] Laboratorium (mm) [mg/kg d.s.] Asfaltverharding Lentheweg 151 100 70-100 152 102 75-102 79-102 < [laag 0-69 mm] 153 120 70-120 154 118 40-85 41-83 Asfaltverharding L.J. Costerstraat 177 200 geen geen 21 [laag 0-210 mm] * <75 : geschikt voor warm hergebruik : niet bepaald 75-250 : teerhoudend < : kleiner dan detectiegrens > 250 : teerhoudend en niet geschikt voor warm hergebruik nummer kern

3.5

Toetsingscriteria en analyseresultaten asbest

Voor asbestonderzoek is de interventiewaarde uit de “Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013” voor asbest in grond of puin (100 mg/kg d.s. gewogen) van toepassing. Conform de NEN 5707 wordt in een verkennend onderzoek asbest beoordeeld of sprake is van een verdachte of een onverdachte locatie op het voorkomen van asbest. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde, gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Alleen indien in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk.

Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

16

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Toetsing van de concentratie aan respirabele vezels (<0,5 mm) vindt plaats door toetsing van de gemeten concentratie aan de maximale waarde van 10 mg/kg d.s. (gewogen). Bij overschrijding van deze waarde is sprake van ‘onaanvaardbare risico’s buiten’. Uit onderzoek dat TNO (RIVM rapport 711701034/2003) heeft uitgevoerd blijkt dat zelfs voor het meest ‘losse’ niet-hechtgebonden asbest het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10%. Dit betekent dat bij een asbestconcentratie in de grond van 100 mg/kg d.s. de concentratie aan respirabele vezels nooit meer zal zijn dan 5~10 mg/kg d.s. en derhalve geen sprake is van ‘onaanvaardbare risico’s’ Grond of puin waarin een (gewogen) concentratie asbest boven de interventiewaarde wordt aangetroffen wordt, ongeacht het volume, beschouwd als verontreinigd met asbest. Indien na uitvoering van een nader onderzoek asbest in de grond of puin, een (gewogen) concentratie asbest lager dan de interventiewaarde wordt aangetoond, wordt de bodem als niet verontreinigd aangemerkt. Tabel 18:

analyseresultaten asbest in grond (fase verkennend derhalve indicatieve gehalten)

monstergegevens Monster

Sleuf/MP

traject (m-mv)

analyseresultaten (mg of mg/kg d.s.) materiaalbodem/puin bodem/puin gewogen* monster(s) > 0,5< 20 mm < 0,5 mm asbestgehalte >20 mm (mg) in mg/kg ds. in mg/kg ds. in de bodem

asbesttype soort asbest

H/NH

Bouwland (grootschalig onverdacht) RE-01 RE-02 RE-03 RE-04

9+11+13+24+26 +28+30+31+47 15+17+18+20+22 +33+35+37+39 45+48+50+52+64 +66+68+69+70 41+43+54+56+57 +59+60+62+71

0,0-0,5

-

0,1

n.a.

0,1

S

H

0,0-0,5

-

<

n.a.

<

-

-

0,0-0,5

-

<

n.a.

<

-

-

0,0-0,5

-

<

n.a.

<

-

-

-

< < < < < <

n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a.

< < < < < <

-

-

-

<

n.a.

<

-

-

-

< <

n.a. n.a.

< <

-

-

Vml. gronddammen, sloten en pad 84+86t/m88 0,0-0,4 RE-05 81t/m83+85 0,0-0,4 RE-06 89 t/m 97 0,0-0,4 RE-07 98 t/m 103 0,0-0,4 RE-08 104 t/m 109 0,0-0,5 RE-09 110 t/m 115 0,0-0,5 RE-10 Locatie aansluiting L.J. Costerstraat 8+171 t/m 176 0,0-0,5 RE-11 Wegbermen Lentheweg 155 t/m 161 0,0-0,5 RE-12 162 t/m 168 0,0-0,5 RE-13

Toelichting bij tabel: <: kleiner dan bepalingsgrens n.g.: niet geanalyseerd -: niet van toepassing n.a.: niet aangetoond S: serpentijn-asbest H: hechtgebonden asbest SL: sleuf A: amfibool NH: niet hechtgebonden asbest MP: monsterpunt *: gewogen concentratie asbest in de bodem of puin in mg/kg ds. wordt gevormd door de aangetoonde concentratie in het materiaal (verzamel)-monster aan asbestplaatjes in de gegraven monsterpunten en/of sleuven, vermeerderd met de aangetoonde concentratie aan asbest in het bodem/puin (meng)monster.

3.6

Toetsingscriteria en analyseresultaten; fundatie

Van het onder de asfaltverharding uit de Lentheweg aangetroffen fundatiemateriaal, is een mengmonster samengesteld voor analyse op asbest in puin. Aangezien het fundatiemateriaal is verzameld vanuit de boorgaten in het asfalt, is volstaan met circa 12 kg in plaats van de vereiste 25 kg monstermateriaal. Het fundatiemateriaal is indicatief geanalyseerd op samenstelling (PCB’s, PAK en minerale olie) en uitloging. De analyses zijn uitgevoerd door het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Omegam te Amsterdam. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan de maximaal toegestane samenstellingswaarden voor organische parameters (tabel 19) en de maximale emissiewaarden voor de anorganische parameters (tabel 20). De analyserapporten en toetsingsbladen zijn opgenomen in bijlage 3.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

17

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

Tabel 19:

analyseresultaten samenstellingswaarden organische parameters

Monstercode Boring traject m-mv PAK’s naftaleen fenantreen anthraceen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen indeno (1,2,3cd)pyreen PAK’s (som)-tot. Overige parameters PCB’s (som) min.olie asbest

Analyseresultaten (mg/kg d.s.) RE-15 151 t/m 154 0,1~0,35

Maximale waarde (mg/kg d.s.)

<0,15 1,1 1,4 2,2 1,4 1,4 1,2 1,7 1,2 1,4 13

5 (3) 20 (3) 10 (3) 35 (3) 40 (3) 10 (3) 40 (3) 10 (3) 40 (3) 40 (3) 50 (4,7)

<0,0049 90 <1,7

0,5 (7) 500 (5) 100 (6)

Toelichting bij tabel: •: overschrijding van de maximaal toegestane samenstellingswaarden - : geen overschrijding #: vrijstelling max. samenstellingswaarde (3) deze maximale samenstellingswaarden gelden niet voor bitumenproducten*2, asfaltproducten*3 en granulaten*4. (4) voor bitumenproducten*2 en asfaltproducten*3 geldt een maximale samenstellingswaarde van 75 mg/kg d.s. voor PAK’s (som). (5) deze maximale samenstellingswaarde geldt niet voor rubberproducten*1, toegepast op of onder kunstgrasvelden, bitumenproducten*2 en asfaltproducten*3. Voor granulaten*4 en vormzand geldt een maximale waarde van 1.000 mg/kg droge stof. (6) Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). Deze eis bedraagt 0 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest. (7) de definitie van de somparameters wordt gegeven in bijlage N (8) betreft maximaal aangetoonde gehalte in sleuf 401 *1

*2

*3 *4

onder rubberproducten wordt verstaan: rubbergranulaat van personen- en bedrijfsautobanden (SBR-rubber), rubbergranulaat op basis van thermoplastisch-elastomeren (TPE) en rubbergranulaat op basis van elastomeren (EPDM) en functionele mengsels met rubbergranulaat; onder bitumenproducten wordt verstaan: bitumen dakbedekkings- en afdichtingsmaterialen, vormgegeven bouwstoffen met een bitumen coating, en secundair bitumengranulaat dat zodanig is toegepast dat in de eindtoepassing een functionele constructie van samenhangend bitumengranulaat ontstaat; onder asfaltproducten wordt verstaan: asfalt, asfaltbeton, asfaltgranulaat en civieltechnisch functionele mengsels met asfaltgranulaat; onder granulaten wordt verstaan: menggranulaat, hydraulisch menggranulaat, betongranulaat, metselwerkgranulaat brekerzeefzand en recyclingbrekerzand.

Tabel 20: Monstercode boring traject m-mv Metalen Antimoon Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Seleen Tin Vanadium Zink Anionen Bromide Chloride Fluoride Sulfaat

analyseresultaten maximale emissiewaarden anorganisch parameters analyseresultaten (mg/kg d.s.) RE-15 151 t/m 154 0,1~0,35

maximale emissie-waarden (mg/kg d.s.) Niet-vormgegeven (NV)

IBC-bouwstoffen (IBC)

< < < < < < < < < < < < < < <

0,32 0,9 22 0,04 0,63 0,54 0,9 0,02 2,3 1,0 0,44 0,15 0,4 1,8 (1) 4,5

0,7 2 100 0,06 7 2,4 10 0,08 8,3 15 2,1 3 2,3 20 14

< < < <

20 (2) 616 (2) 55 (2) 2430(2)

34 8.800 1.500 20.000

Toelichting bij tabel: < : geen overschrijding •: overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarden niet vormgegeven bouwstof (ongeïsoleerde toepassing) ••: overschrijding van de maximaal toegestane emissiewaarden geïsoleerde toepassing (1): bij toepassing in opp. water maximaal 460 mg/kg d.s. (V) en 4,6 mg/kg d.s. (NV) (2): bij toepassing in zeewater/brak natuurlijk chloride gehalte > 5000 mg/l geen max. emissiewaarden voor chloride en bromide. Maximale emissiewaarden voor fluoride en bromide vermenigvuldigen met factor 4.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

18

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

4

INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN

In opdracht van de Gemeente Raalte is in juni 2021, door Hunneman Milieu-Advies Raalte BV, een milieutechnisch bodem-, fundatie- en asfaltonderzoek uitgevoerd, op de toekomstige locatie van bedrijventerrein Blankenfoort te Heino. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herinrichting van de locatie, en heeft tot doel het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit van de locatie, alsmede het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden/civieltechnische eigenschappen van de vrijkomende bouwstoffen. 4.1

Asbestonderzoek

In de vaste bodem, ter plaatse van het bouwland, zijn geen noemenswaardige bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de bovengrond van de bermen van de Lentheweg en de toekomstige aansluiting op het bestaande bedrijventerrein zijn sporen tot zwakke bijmengingen met puin waargenomen. Onder de asfaltverharding van de Lentheweg is een puinfundatielaag aangetroffen tot maximaal 0,35 m-mv. Onder de asfaltverharding van de L.J. Costerstraat is geen puin aangetroffen. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op de bodem/puin aangetroffen. Bouwland In de actuele contactzone binnen RE-01 t/m RE-04 [0,0-0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, maximaal 0,1 mg/kg d.s. aan gewogen asbest aangetoond. Het aangetoonde gehalte blijft ruim beneden de ½ interventiewaarde (50 mg/kg d.s.). In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Vml. gronddammen, sloten en pad In de actuele contactzone binnen RE-05 t/m RE-10 [0,0~0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. Aansluiting L.J. Costerstraat In de actuele contactzone binnen RE-11 [0,0~0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen.

Wegbermen Lentheweg In de actuele contactzone binnen RE-12 en RE-13 [0,0~0,5 m-mv] is analytisch, in de fractie > 0,5 mm en < 20 mm, geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. In de fractie <0,5 mm zijn geen vrije vezels aangetroffen. 4.2

Analyseresultaten Toekomstig bedrijventerrein

Bouwland In de bovengrondmengmonsters van het bouwland (MM-01 t/m MM-08) zijn, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan arseen en/of kwik, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. De licht verhoogde gehalten aan arseen en/of kwik overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de tussenwaarden. In de ondergrondmengmonsters van het bouwland (MM-11 t/m MM-18) zijn, van de geanalyseerde parameters geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

19

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

RAW-zand 22.06.01/.02/.03 Van de zandondergrond, ter hoogte van de aan te leggen WADI, is een mengmonster samengesteld (MM-43) voor het bepalen van de civieltechnische hergebruiksmogelijkheden. Op basis van de toetsing RAW-zand is de onderzochte zandondergrond geschikt voor toepassing als zand in aanvulling/ophoging en zand in zandbed. De zandondergrond is niet geschikt voor toepassing als draineerzand. Gronddammen In het bovengrondmengmonster van de gronddammen (MM-31) zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan arseen, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het licht verhoogde gehalte aan arseen overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de tussenwaarde. In het ondergrondmengmonster van de gronddammen (MM-32) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Voormalig pad In het bovengrondmengmonster van het voormalige pad (MM-33) zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan arseen, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het licht verhoogde gehalte aan arseen overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de tussenwaarde.

Voormalige sloten In de bovengrondmengmonsters van de voormalige sloten (MM-34 t/m MM-36) zijn, met uitzondering van licht verhoogde gehalten aan arseen en/of minerale olie in MM-35 en MM-36, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. De licht verhoogde gehalten aan arseen en/of minerale olie overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de tussenwaarden. Omdat zintuiglijk geen olie is waargenomen zijn de monsters, waaruit MM-35 is samengesteld, separaat geanalyseerd op minerale olie. Hierbij zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie meer aangetoond. PFAS Van de bovengrond van het bouwland zijn 3 mengmonsters samengesteld (MM-101 t/m MM-103) voor analyse op PFAS. PFAS is niet aangetoond boven de achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwater (peilbuis 1 t/m 7) zijn, met uitzondering van een matig verhoogd gehalte aan barium in peilbuis 2, geen tot licht verhoogde gehalten aan barium en/of arseen aangetoond. Het matig verhoogde gehalte aan barium overschrijdt in geringe mate de tussenwaarde. De overige licht verhoogd aangetoonde gehalten aan arseen en barium overschrijden de streefwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Aangezien geen aanwijsbare antropogene bron aanwezig is, die het verhoogde gehalte aan barium kan hebben veroorzaakt, verwachten wij dat dit een van nature verhoogde achtergrondwaarde betreft.

Nader onderzoek naar dit gehalte achten wij niet noodzakelijk.

Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

20

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

4.3

Analyseresultaten Lentheweg met wegbermen

Onder de asfaltverharding van de Lentheweg is een puinfundatielaag aanwezig. In het mengmonster van de bodemlaag onder de puinfundatie (MM-21) zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan arseen, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. Het licht verhoogd gehalte aan arseen overschrijdt de achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de tussenwaarde. In het mengmonster van de bovengrond van de wegberm aan de oostzijde van de Lentheweg (MM-23) zijn licht verhoogde gehalten aan lood, nikkel en minerale olie, en een matig verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. De licht verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarden. Het aangetoonde gehalte aan PAK overschrijdt de tussenwaarde, de interventiewaarde wordt niet overschreden. Naar aanleiding van het matig verhoogd aangetoonde gehalte aan PAK zijn de monsters, waaruit MM-23 is samengesteld, separaat geanalyseerd op PAK. In de separaat geanalyseerde monsters zijn matig tot sterk verhoogde gehalten aan PAK aangetoond. De maximaal aangetoonde gehalten overschrijden de interventiewaarde. In het mengmonster van de bovengrond van de wegberm aan de westzijde van de Lentheweg (MM-24) zijn licht verhoogde gehalten aan lood, PAK en minerale olie aangetoond.

De licht verhoogd aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar blijven beneden de tussenwaarde. In de mengmonsters van de ondergrond (MM-22, MM-25 en MM-26) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In de mengmonsters van de bovengrond (MM-23 en MM-24) zijn geen gehalten aan PFAS aangetoond boven de achtergrondwaarden. 4.4

Analyseresultaten Toekomstige aansluiting bedrijventerrein

In de mengmonsters van de bovengrond (MM-41) en ondergrond (MM-42) zijn, van de geanalyseerde parameters, geen gehalten aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het mengmonsters van de bovengrond zijn geen gehalten aan PFAS aangetoond boven de achtergrondwaarden. In het grondwater (peilbuis 8) zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan arseen, en een matig verhoogd gehalte aan barium, geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. Het matig verhoogde gehalte aan barium overschrijdt in geringe mate de tussenwaarde. Het licht verhoogd aangetoonde gehalte aan arseen overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde. Aangezien geen aanwijsbare antropogene bron aanwezig is, die het verhoogde gehalte aan barium kan hebben veroorzaakt, verwachten wij dat dit een van nature verhoogde achtergrondwaarde betreft. Nader onderzoek naar dit gehalte achten wij niet noodzakelijk. 4.5

Asfaltverhardingen [teerhoudendheid]

De dikte van de asfaltverharding in de Lentheweg is gemiddeld 11 cm. In alle 4 de beoordeelde kernen uit de Lentheweg is een PAK-indicatie waargenomen die duidt op teerhoudend asfalt. De teerhoudenheid is aangetroffen in een tussenlaag en/of in een onderliggende “gepenetreerde slakkenlaag”. Milieutechnisch onderzoek, Toekomstig bedrijventerrein Blankenfoort te Heino

21

_________________________________________________Hunneman Milieu-Advies__________________

De asfaltlagen, waarin geen PAK-indicatie is waargenomen, zijn op basis van een uitgevoerde DLC-analyse niet-teerhoudend. De dikte van de asfaltverharding in de L.C. Costerstraat is 22 cm. In de beoordeelde kern is geen PAK-indicatie waargenomen die duidt op teerhoudend asfalt. Op basis van de uitgevoerde DLC-analyse is het asfalt uit de L.C. Costerstraat niet-teerhoudend. 4.6

Fundatie [samenstelling, uitloging en asbest]

Onder de asfaltverharding van de Lentheweg is een fundatielaag aangetroffen tot maximaal 0,35 m-mv. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in het fundatiemateriaal aangetroffen. Analytisch zijn in de fundatielaag (RE-15) geen gehalten aangetoond boven de maximaal toegestane samenstellingswaarden voor organische parameters en de maximaal toegestane emissiewaarden voor de anorganische parameters. In de fundatielaag is geen asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. Bij indicatieve toetsing aan het Bbk is de fundatielaag toepasbaar als niet-vormgegeven bouwstof. 4.7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=b5790663-ee67-4e95-abe9-4cb857d52cc5