Raadsvoorstel en -besluit fusie RSJ - GGD
Tekst van het document
PROCEDUREBLAD BEHANDELING RAADSVOORSTEL Het college verzoekt u dit raadsvoorstel te behandelen Onderwerp
Fusie RSJ - GGD
Zaaknummer
26087-2025
B&W vergadering
20 mei 2025
Agendacommissie
2 juni 2025
Raadsvergadering
26 juni 2025
Portefeuillehouder
Mevr. G.H. (Gerria) Toeter
Behandelend ambtenaar
Marlon Oostewechel
Fatale termijn(en)
Bijlage(n): (beslisdocumenten die meegezonden moeten worden)
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering
26 juni 2025
Zaaknummer
26087-2025
Onderwerp
Fusie RSJ - GGD
Portefeuillehouder
Mevr. G.H. (Gerria) Toeter
Voor informatie
Marlon Oostewechel
Samenvatting In het gezamenlijke bestuurlijk overleg met bestuurders van GGD IJsselland (hierna GGD) en Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland (hierna RSJ) op donderdag 24 april 2025 is besloten om de colleges van de deelnemende gemeenten voor te stellen de taken van de RSJ onder te brengen bij de GGD en het RSJ op te heffen met toepassing van het opgestelde liquidatieplan. De colleges stellen hun gemeenteraden in de gelegenheid een zienswijze in te dienen over dit voorstel.
Beslispunten 1.
Gelet op het voorgenomen besluit om de gemeenschappelijke regeling Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland op te heffen en de taken onder te brengen bij de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland – zoals opgenomen in bijgaand ontwerpbesluit – aan het college te laten weten of, en zo ja welke, zienswijze uw raad wil indienen op de voorgenomen besluiten tot: a. opheffing van de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland; b. het verlenen van instemming aan het concept-liquidatieplan voor het RSJ IJsselland; en c. vaststelling van de zevende wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland.
Inleiding In december 2024 besloot het bestuur van het Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (RSJ) een fusie met GGD IJsselland nader te onderzoeken, met als perspectief om deze fusie voor het eind van 2025 te realiseren. Inzet was de kwetsbaarheid te verminderen en het RSJ om te vormen naar een robuuste en wendbare organisatie die ook in de toekomst adequaat kan acteren bij veranderende behoeften. Het algemeen bestuur van GGD IJsselland heeft kennisgenomen van dit voornemen en daartegen geen bedenkingen ingebracht. Tijdens de nadere verkenning is gebleken dat de beoogde versterking van RSJ IJsselland door de fusie met GGD IJsselland daadwerkelijk kan worden gerealiseerd en dat de taken van RSJ binnen de GGD kunnen worden belegd met behoud van de waardevolle elementen in de verhouding tussen gemeenten en RSJ, met bovendien inhoudelijke en organisatorische synergievoordelen. Met de voorliggende voorstellen wordt als opvolging van het onderzoek het proces in gang gezet om de taken van RSJ IJsselland onder te brengen bij GGD IJsselland. Parallel wordt door het bestuur van RSJ IJsselland aan de colleges voorgesteld de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland op te heffen. In de notitie ‘Samen robuust’ staan de uitkomsten van onderzoek naar de voorgenomen fusie van het RSJ en de GGD.
De notitie biedt argumenten en een kader voor de overgang van RSJ naar GGD en is opgesteld door het management van beide organisaties. In dit document wordt uitgewerkt hoe de integratie binnen GGD wordt vormgegeven. Kansen en aandachtspunten worden geadresseerd. Het fusiedocument behandelt de visie op inhoudelijke synergie tussen taken van RSJ en GGD en de sturing daarop, de incidentele en structurele effecten op de begroting, een passende governancestructuur voor de sturing en samenwerking met gemeenten, de 2
organisatorische consequenties van de inbedding van RSJ in de GGD-organisatie en een doorkijk naar de financiële effecten. Het document bevat de bestuurlijke hoofdlijnen en kaders voor de verdere ontwikkeling, die in overleg tussen GGD, RSJ en gemeenten nader wordt ingevuld.
Beoogd effect Het onderbrengen van taken van het RSJ bij de GGD en daardoor realiseren van een robuuste uitvoering van taken van het RSJ.
Argumenten 1.1 Voor de overdracht van RSJ-taken zijn aanpassing van de GR GGD IJsselland en opheffing van de GR RSJ noodzakelijk. In juridische zin betekent het voornemen tot fusie dat de taken van RSJ worden opgenomen in de GR GGD IJsselland en dat tegelijk de gemeenschappelijke regeling van RSJ wordt beëindigd. Bij de wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt één-op-één aangesloten bij de bestaande tekst van de gemeenschappelijke regeling van RSJ IJsselland. In het bijgevoegde concept-collegebesluit zijn beide besluiten (wijziging GR GGD en opheffing GR RSJ) in één besluit opgenomen, zodat de samenhang tussen beide optimaal tot zijn recht komt. Dit document dient uiteindelijk door tenminste twee derde van deelnemende colleges te worden vastgesteld. Eerst worden echter de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen over het voorstel. In een volgende fase vragen de colleges toestemming aan de raden voor het nemen van het voorgenomen besluit. Daarna volgt definitieve besluitvorming in de colleges.
2.1 Voor de opheffing van het RSJ is een zgn. ‘liquidatieplan’ verplicht. De gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland bepaalt (artikel 26) dat een liquidatieplan moet worden opgesteld. In het artikel wordt bepaald wat in ieder geval in het plan moet worden opgenomen: Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel en regelt ook de gevolgen voor de door de bedrijfsvoeringsorganisatie gevormde archieven. Bijlage 4 bevat het bedoelde concept liquidatieplan. Het is een sober liquidatieplan, waarin niet wordt ingegaan op de argumenten voor de liquidatie en overdracht naar GGD IJsselland. Deze zijn opgenomen in het document ‘Samen robuust’. Het liquidatieplan wordt door het bestuur van het RSJ vastgesteld. De colleges en raden krijgen de gelegenheid een zienswijze op dit plan kenbaar te maken aan het bestuur.
2.2 Door de overgang naar GGD IJsselland wordt de robuustheid van RSJ versterkt en geborgd. Het RSJ kan door inbedding in de GGD robuuster worden georganiseerd. Kwetsbare functies binnen het RSJ worden van een achterwacht voorzien, zodat de kwaliteit en continuïteit beter geborgd is. Als onderdeel van GGD IJsselland profiteert het RSJ-team van de bedrijfsvoeringscapaciteit en facilitaire voorzieningen die de GGD – deels samen met de Veiligheidsregio – georganiseerd heeft. Voor die functies gelden duidelijke schaalvoordelen, die zowel de kwaliteit als de kosten positief beïnvloeden. Tot slot ontstaat er in de nieuwe situatie meer gelaagdheid tussen strategische en tactisch-operationele aansturing van RSJ. Hierdoor is het beter mogelijk om managementvraagstukken op het juiste niveau neer te leggen, wat de effectiviteit van sturing ten goede komt.
2.3 Bij de overgang worden de waardevolle elementen van het huidige RSJ behouden. Het is de expliciete wens om de bestaande kwaliteiten van het RSJ te behouden. Om dit optimaal vorm te geven, worden de bestaande medewerkers allemaal overgenomen, blijft het RSJ binnen GGD IJsselland een zelfstandig herkenbaar team en blijft ook het ‘merk’ RSJ zichtbaar. Ook blijft er aparte bestuurlijke aandacht voor jeugd. In het verlengde hiervan wordt de taak van RSJ binnen GGD als apart onderdeel in de begroting opgenomen.
2.4 De overgang van RSJ naar GGD levert inhoudelijke en financiële synergievoordelen op.
3
Een belangrijke reden om uit verschillende opties voor versterking van de robuustheid van het RSJ te kiezen voor samengaan met GGD IJsselland ligt in de te verwachten synergievoordelen. o Inhoudelijk synergiemogelijkheden omdat de verbinding tussen jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg in de regionale visie en activiteiten wordt versterkt en analyses kunnen worden verrijkt door koppeling van monitors. o Financiële synergiemogelijkheden kunnen worden behaald bij huisvestings- en facilitaire kosten, omdat deze al gedekt zijn binnen de huidige GGD-begroting. Daarnaast zijn synergievoordelen te verwachten omdat het RSJ niet meer zelfstandig in HR-beleid, ICT-beleid, gegevensbescherming en dergelijke hoeft te voorzien. Tegenover deze synergievoordelen staan ook nog enkele zaken die als financieel risico gelden. Deze zijn benoemd onder ‘kosten, baten en dekking’.
Participatie N.v.t.
Duurzaamheid Door de fusie wordt een robuust en toekomstbestendig RSJ beoogd.
Kanttekeningen 1.1 De bevoegdheden van het bestuur RSJ wijken af van die van het AB GGD. In de wijzigingen wordt dit verschil gehandhaafd, maar het voorstel is dit eind 2026 te evalueren. Anders dan bij overige taken van GGD IJsselland, dragen de colleges van B&W geen bevoegdheden over voor de uitvoering van RSJ-taken. Dit is conform de bestaande verdeling van taken en bevoegdheden bij RSJ IJsselland. Met de keuze om nu niets te veranderen in zowel het takenpakket als de verdeling van bevoegdheden tussen colleges en algemeen bestuur, houden we besluitvorming over de overgang simpel en zuiver. Het voorstel is om uiterlijk eind 2026 het takenpakket en de bevoegdheidsverdeling te evalueren op hun werking en passendheid in de nieuwe wetgeving. Dit laatste onder meer in het licht van de behandeling van de Wet verbetering continuïteit jeugdzorg. Voor gemeenteraden verandert hun positie niet ten opzichte van de bestaande situatie.
1.2 Bij enkele minder relevante verschillen tussen beide regelingen is de werkwijze van de GR GGD gevolgd. Bij enkele minder relevante verschillen tussen de gemeenschappelijke regelingen van RSJ en GGD is ervoor gekozen de bestaande regeling van de GGD te volgen. Volledigheidshalve melden we deze verschillen hieronder: - Zienswijzen: De GGD kent een ruimere bepaling om zienswijzen aan raden te vragen dan de RSJ. De GGD heeft bepaald (art. 12a) dat ook andere dan verplichte onderwerpen voor zienswijzen aan de raden kunnen worden voorgelegd. RSJ kent een dergelijke bepaling niet. De regeling van de GGD geldt voortaan ook voor de RSJ-onderwerpen. - Zienswijze bij begrotingswijzigingen: er is een subtiel verschil in zienswijzeprocedures tussen beide regelingen in geval van begrotingswijzigingen (niet bij de begroting zelf. Bij RSJ hoeft aan gemeenteraden geen zienswijze op begrotingswijzigingen te worden gevraagd als hierdoor de gemeentelijke bijdragen niet veranderen (art. 18, lid 8 GR RSJ); bij GGD geldt dit als de gemeentelijke bijdragen niet worden verhoogd (art. 48a GR GGD). In de voorgestelde regeling is aangesloten bij de bestaande GGD-tekst. - Besluitvorming toetreding en wijziging gemeenschappelijke regeling: in de GR RSJ is bepaald dat voor besluiten over toetreding (art. 23) en wijziging van de GR (art. 25 GR RSJ) unanimiteit vereist is.
Bij de GGD is voor beide besluiten een twee-derde meerderheid vereist (art. 54 en 57 GR GGD). Gekozen is voor aansluiting bij de GGD-bepalingen. Aangezien de regio-indeling van GGD’en en, na de wijziging van de jeugdwet, ook die van jeugdregio’s landelijk wordt bepaald, is het artikel over toetreding overigens materieel van klein belang.
4
-
-
Bevoorschotting: In de GR RSJ is geen bepaling opgenomen over bevoorschotting, in de GR GGD wel (art. 49) – daarin is vastgelegd dat de gemeenten twee keer per jaar een voorschot betalen voor de begroting. Dit levert in de praktijk geen problemen op en daarom is daarbij aangesloten. Inspraak inwoners: De GGD heeft een regeling waarmee ingezetenen (inwoners) via een verzoekschrift en inspraak bij AB-vergaderingen zich tot het AB kunnen richten (art. 12b). Het RSJ kent deze bepaling niet. In de ontwerpregeling gelden de inspraakmogelijkheden voortaan ook voor de RSJ-taken.
1.3 De liquidatie is technisch niet complex, maar vraagt wel scherp oog voor draagvlak en continuïteit. Tijdens het verkennend onderzoek zijn alle relevante organisatorische, juridische en financiële aspecten onderzocht. Er zijn geen zaken naar voren gekomen die een bestuurlijk risico vormen. De financiële risico’s zijn ofwel al in beeld, ofwel van overzichtelijke omvang. Er is en wordt veel geïnvesteerd in het draagvlak onder de medewerkers van RSJ. De verkenning van de fusie is besproken en er is al een begin gemaakt met bijeenkomsten met het management van de GGD om te zorgen voor een goede landing. De komende maanden worden inzichten nader uitgewerkt en vertaald in praktische maatregelen en een begrotingswijziging voor de GGD. Het behoud van draagvlak bij de medewerkers en een zorgvuldige voorbereiding van alle aspecten van de overdracht vraagt de komende tijd aandacht van het management van zowel RSJ als GGD.
Financiën en fiscale aspecten Naast de winst aan robuustheid en inhoudelijke synergie, biedt de overgang van RSJ naar GGD ook in financieel opzicht synergievoordeel. Concreet kunnen op korte termijn synergievoordelen worden behaald bij huisvestingsen facilitaire kosten, omdat deze al gedekt zijn binnen de huidige GGD-begroting. Daarnaast zijn synergievoordelen te verwachten omdat het RSJ niet meer zelfstandig in HR-beleid, ICT-beleid, gegevensbescherming en dergelijke hoeft te voorzien. De overgangs- en advieskosten zijn ook gedekt binnen de huidige GGD-begroting. Tegenover deze synergievoordelen staan ook nog enkele zaken die als financieel risico gelden: - Er is op dit moment besluitvorming in voorbereiding over de versterking van contractmanagement bij het RSJ. Onderdeel hiervan is een voorstel tot uitbreiding van de capaciteit. - Van de communicatiefunctie is het beeld dat de huidige invulling onvoldoende aansluit bij de ambities. Mogelijk is hierop versterking nodig; dit is nog niet binnen de GGD aanwezig. - In de huidige RSJ-begroting is een aantal activiteiten incidenteel gedekt (projectmiddelen voor bv. aanpak wachttijden, transformatieconvenant, Hervormingsagenda). De vraag is of de activiteiten aan het eind van de financieringstermijn ook daadwerkelijk beëindigd kunnen worden.
Zo niet, dan moeten gemeenten een afweging maken tussen de noodzaak van continuering van de betreffende taken en de hiervoor benodigde financiële middelen. Dit verschilt overigens niet van de huidige situatie. - Voor de verdere uitwerking richting overgang van medewerkers per 1 januari 2026 zijn op beperkte schaal incidentele kosten te verwachten. De geschetste risico’s zijn ofwel al bestuurlijk in beeld, ofwel van geringe omvang. Er is geen sprake van kostenstijgingen als gevolg van de overgang van RSJ naar GGD; incidentele kosten kunnen worden opgevangen in de bestaande begrotingen. Bovenstaande kansen en risico’s worden de komende maanden nader uitgewerkt. In dit najaar zal de GGD een begrotingswijziging indienen op de begroting 2026 waarin de meerjarenbegroting van het RSJ wordt opgenomen in de GGD-begroting.
Vervolg De gemeenteraad heeft tot 30 juni 2025 de gelegenheid een zienswijze in te dienen. Eventueel ontvangen zienswijzen worden in juli besproken in de besturen van RSJ en GGD. Een eventueel aangepast voorstel wordt daarna aan colleges gezonden als ‘voorgenomen besluit’. De colleges vragen hun raden dan om toestemming tot het nemen van dat besluit. Na verkregen toestemming nemen de college definitieve besluiten. Beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2026.
5
Parallel bereiden management van GGD en RSJ de ‘overgang van onderneming’ verder voor. Dat behelst praktische voorbereiding en een activa/passiva-transactie. Parallel werken GGD, RSJ en gemeenten ambtelijk verder uit hoe de nieuw voorgestelde samenwerking praktisch vorm krijgt.
Communicatie Na raadsbesluit wordt er een mededeling gedaan aan de besturen van beide GR-en.
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Concept voorgenomen besluit tot opheffing RSJ, instemming liquidatieplan en wijziging van de GR GGD Toelichting bij het concept voorgenomen besluit Concept liquidatieplan Notitie ‘Samen Robuust’ Ontvangen brief GGD en RSJ
burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,
de secretaris Monique van Esterik
de burgemeester Rob Zuidema
6
RAADSBESLUIT 26087-2025
Zaaknummer
De raad van de gemeente Raalte, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 mei 2025
Besluit: 1.
Gelet op het voorgenomen besluit om de gemeenschappelijke regeling Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland op te heffen en de taken onder te brengen bij de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland tot het wel/niet indienen van een zienswijze.
Aldus besloten in de vergadering van 26 juni 2025.
de griffier Karin Zomer
de voorzitter Rob Zuidema
7