CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel en -besluit actualiseren Algemene Subsidieverordening

Raadsvergadering 12 februari 2026, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Aanpassing Algemene Subsidieverordening (bespreekstuk)4.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PROCEDUREBLAD BEHANDELING RAADSVOORSTEL Het college verzoekt u dit raadsvoorstel te behandelen Onderwerp

Actualiseren Algemene subsidieverordening

Zaaknummer

53523-2025

B&W vergadering

9 december 2025

Agendacommissie

15 december 2025

Raadsvergadering

22 januari 2025

Portefeuillehouder

Dhr. R.J. (Rob) Zuidema

Behandelend ambtenaar

Eline Paalman-Stegeman telefoon: 0572-347962, e-mail:

Fatale termijn(en)

Bijlage(n): Was/wordt tabel wijzigingen Asv VNG-ledenbrief Lbr. 19/047 VNG-ledenbrief Lbr. 16/056

RAADSVOORSTEL Raadsvergadering

22 januari 2025

Zaaknummer

53525-2025

Onderwerp

Actualiseren Algemene subsidieverordening

Portefeuillehouder

Dhr. R.J. (Rob) Zuidema

Voor informatie

Eline Paalman-Stegeman telefoon: 0572-347962, e-mail:

Samenvatting In 2014 is de huidige Algemene subsidieverordening (Asv) vastgesteld. Nu is verloop van tijd en de wijziging van de modelverordening van de VNG aanleiding voor actualisatie van de verordening. Er zijn diverse redactionele aanpassingen doorgevoerd. De voor de praktijk het meest in het oog springende wijzigingen zijn de verhoging van de bedragen voor de subsidieverantwoording en het verschuiven van de bevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen van de raad naar het college.

Beslispunten 1.

De Algemene subsidieverordening Raalte 2014 te wijzigen overeenkomstig bijgevoegd concept raadsbesluit.

Inleiding In 2014 is de huidige Algemene subsidieverordening vastgesteld. Een aantal ontwikkelingen was toen aanleiding voor een nieuwe verordening, zoals deregulering/ administratieve lastenverlichting en bevindingen uit de interne controle. Nu is verloop van tijd en de periodieke wijziging van de modelverordening van de VNG aanleiding voor het actualiseren van de verordening. Er zijn diverse kleine redactionele aanpassingen doorgevoerd. Deze wijzigingen waren tot nu toe van te geringe aard om uw raad een voorstel voor te leggen. De voor de praktijk het meest in het oog springende wijzigingen zijn de twee inhoudelijke wijzigingen: de verhoging van de drempelbedragen voor de subsidieverantwoording en het verschuiven van de bevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen van de raad naar het college. De artikelen die gewijzigd worden, zijn opgenomen in het raadsbesluit. De Algemene subsidieverordening is van toepassing op gemeentelijke subsidieverlening op alle beleidsterreinen, tenzij uw raad over een onderwerp een specifieke subsidieverordening heeft vastgesteld. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval in de Subsidieverordening Gecertificeerde Instellingen Regio IJsselland.

De Algemene subsidieverordening is de paraplu boven door het college vastgestelde subsidieregelingen, zoals bijvoorbeeld de Subsidieregeling Sociaal Beleid, de Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen en de Subsidieregeling toekomst kerkgebouwen.

2

Het systeem van subsidieverlening zit als volgt in elkaar: De raad of het college bepalen dat ze voor het realiseren van een beleidsdoel het subsidie instrument willen inzetten. Subsidie is een positief financieel instrumenten om te sturen op door de overheid gewenst gedrag. De spelregels voor toepassing van het subsidie instrument zijn vervolgens allereerst geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens de Awb is voor het verstrekken van subsidies een wettelijk kader vereist. Op gemeentelijk niveau is dat een verordening. De Algemene subsidieverordening regelt het proces, de werkwijze van afhandeling van subsidieverzoeken. Het subsidiebeleid, het doel waarvoor de subsidie wordt ingezet, ligt niet vast in de verordening. Het is vastgelegd in beleidsdocumenten en verder uitgewerkt in nadere regels van het college. Op dit moment kennen we bijvoorbeeld de Subsidieregeling Sociaal Beleid, de Subsidieregeling klimaatadaptieve maatregelen, de Subsidieregeling toekomst kerkgebouwen en de Subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed. De financiële kaders voor het realiseren van beleidsdoelen stelt uw raad vast in de begroting.

Beoogd effect Actuele subsidiespelregels zodat een efficiënte afhandeling van subsidieverzoeken in overeenstemming met de Algemene wet bestuursrecht en, voor zover van toepassing, Europese regelgeving plaatsvindt met uiteindelijk streven het realiseren van beleidsdoelen.

Argumenten 1.1 Met het wijzigen van de regeling beschikken we weer over een actuele verordening. De huidige Asv is vastgesteld in 2014. Sindsdien is onder andere Europese regelgeving en andere wetgeving gewijzigd of ingevoerd. Ook heeft de VNG de modelverordening, waarop onze Asv gebaseerd is, in de loop van de tijd geactualiseerd. De huidige Asv is daardoor verouderd. Om in lijn te blijven met actuele wet- en regelgeving is het nodig de Asv periodiek te actualiseren.

1.2 Het bij het college neerleggen van de bevoegdheid om subsidieplafonds vast te stellen zorgt voor meer efficiëntie en duidelijkheid. De bevoegdheid om een subsidieplafond vast te stellen wordt in de Asv meestal aan het college toegekend, omdat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering van beleid en het verdelen van middelen binnen de begroting. Het vaststellen van subsidieplafonds is een uitvoeringsbeslissing, omdat het gaat om het verdelen van middelen binnen de door uw raad vastgestelde kaders (scheiding tussen kaderstelling door de raad en uitvoering door het college). Op basis van de huidige verordening stelt uw raad echter de subsidieplafonds vast. De subsidieplafonds staan in een bijlage bij de begroting en soms in afzonderlijke begrotingshoofdstukken. Vervolgens is het aan het college om subsidieregelingen vast te stellen waarin wordt uitgewerkt voor welke subsidiabele activiteiten dit subsidiebudget beschikbaar is. Deze splitsing van bevoegdheden is om meerdere redenen (technisch, bedrijfsmatig, bestuurlijk) onpraktisch in de uitvoering. 3

De subsidieregelingen en subsidieplafonds zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De subsidieregeling bepaalt wat subsidiabel is en hoe verdeling plaatsvindt. Het subsidieplafond bepaalt hoeveel geld beschikbaar is en voorkomt overschrijding van de begroting. Door deze koppeling kan het college integraal sturen op inhoud én financiën, wat past bij zijn uitvoerende rol binnen het gemeentelijk beleid. Het is daarom logischer en het zorgt bovendien voor een snellere en duidelijkere afstemming wanneer beide taken bij hetzelfde bestuursorgaan komen te liggen. Het college kan sneller anticiperen op ontwikkelingen in de praktijk (bijvoorbeeld door binnen de mogelijkheden van de begroting budgetten te verschuiven). Deze wijziging draagt bij aan een efficiënte besluitvorming. Het past ook bij de systematiek dat de raad in de begroting de budgetten vaststelt waarna het college bevoegd is die budgetten te besteden binnen de door de raad vastgestelde kaders. Verantwoording vindt plaats via de reguliere planning en control cyclus en via beleidsevaluaties.

1.3 Het verhogen van de drempelbedragen voor verantwoording draagt bij aan een efficiënte afhandeling van subsidieverzoeken. De tweede inhoudelijk wijziging is het verhogen van de drempelbedragen voor de verantwoording van de besteding van de subsidie door de subsidieontvangers. De drempelbedragen zijn sinds 2014 niet meer gewijzigd. Het verhogen van deze bedragen draagt bij aan vermindering van administratieve lasten bij subsidieontvangers. Ook draagt het bij aan efficiënte afhandeling van aanvragen voor subsidievaststelling. Enige vorm van verantwoording is echter wel wenselijk om de rechtmatigheid van de subsidiebesteding te kunnen beoordelen, zowel voor de vaststelling van de subsidie als voor de rechtmatigheidscontrole door de gemeentelijke accountant. Met de nieuwe drempelbedragen denken we een balans te hebben gevonden tussen de (kosten van) verantwoording, rechtmatigheidsbeoordeling en efficiënte behandeling van subsidieaanvragen. De drempelbedragen voor de eindverantwoording is verdeeld in drie categorieën. In de laagste categorie hoeft de ontvanger de besteding van de subsidie niet of heel beperkt te verantwoorden. In de tweede categorie vindt verantwoording plaats aan de hand een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of en hoe de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en een overzicht van aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten.

Bij de laatste en hoogste categorie levert de subsidieontvanger als onderdeel van de verantwoordingsinformatie onder ander een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Met name deze controleverklaring brengt voor de subsidieontvanger de nodige kosten met zich mee, die bij het huidige drempelbedrag van € 50.000 niet meer in verhouding staat tot de hoogte van het subsidiebedrag. Uiteraard blijft het mogelijk in alle categorieën maatwerk op te nemen in subsidiebeschikkingen.

1.4 De voorgestelde wijzigingen van de verordening hebben geen invloed op het lokale subsidiebeleid. De Algemene subsidieverordening is een procedureregeling. Het bevat spelregels. Het subsidiebeleid (met welk doel verstrekt het gemeentebestuur subsidies, voor welke activiteiten, aan wie of wat, voor welk bedrag en tegen welke voorwaarden) ligt vast in door uw raad of door het college vastgestelde regelingen.

Participatie n.v.t.

Duurzaamheid n.v.t.

Kanttekeningen 1.1 Door de verantwoordings- en vaststellingsvereisten aan te passen op basis van de hoogte van de subsidie neemt het risico op onrechtmatige besteding licht toe. De huidige verantwoordings- en vaststellingsvereisten richten zich op drie categorieën drempelbedragen. Het gaat om de volgende subsidiebedragen: 1. € 0 t/m € 10.000, 2. € 10.001 t/m € 50.000 4

3. € 50.000+. Voor met name de eerste categorie geldt dat relatief weinig verantwoordingsvereisten aan de subsidieverlening zijn gekoppeld. Met de wijziging past u de categorieën voor verantwoording van subsidiebedragen als volgt aan: 1. € 0 t/m € 20.000 2. € 20.001 t/m € 125.000 3. € 125.000+. De aanpassing betekent dat de categorie subsidies waarvoor de minimale of lichte verantwoordingseisen gelden, groter wordt. Het risico op onrechtmatige besteding neemt daarmee licht toe. Daar staat echter tegenover dat de aanpassing leidt tot een vereenvoudiging en kostenbesparing voor inwoners en maatschappelijke organisaties. Bovendien blijft de mogelijkheid om ook bij deze categorie in de subsidiebeschikking maatwerk op te nemen als de situatie daar aanleiding toe geeft en de subsidieontvanger verplichtingen op te leggen over de wijze van afleggen van verantwoording over de besteding van de verleende subsidie.

Financiën en fiscale aspecten Er zijn geen financiële gevolgen bij het nemen van dit besluit.

Vervolg Nadat uw raad de wijziging van de verordening heeft vastgesteld, vindt de bekendmaking in het Gemeenteblad plaats. De bekendmaking is een voorwaarde voor inwerkingtreding. De wijziging treedt (met terugwerkende kracht) op 1 januari 2026 in werking.

Communicatie Via het proces van subsidieverlening informeren we subsidiepartners over de wijzigingen.

Bijlagen Bijlage Bijlage Bijlage

Was/wordt tabel wijzigingen Asv VNG-ledenbrief Lbr. 19/047 VNG-ledenbrief Lbr. 16/056

Burgemeester en wethouders van de gemeente Raalte,

de secretaris Monique van Esterik

de burgemeester Rob Zuidema

5

RAADSBESLUIT Zaaknummer

53523-2025

Besluit van de raad van de gemeente Raalte tot wijziging van de Algemene Subsidieverordening Raalte 2014 De raad van de gemeente Raalte; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 december 2025; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

Besluit: Artikel I De Algemene subsidieverordening Raalte 2014 wordt gewijzigd als volgt. A Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - budgetsubsidie: subsidie, eventueel op basis van een subsidieovereenkomst, welke voor een tijdvak van één of meerdere jaren wordt verleend op grond van producten en prestaties aan een rechtspersoon als bedoeld in afdeling 4.2.8 van de wet; - De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening(EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr.

717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op deminimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.

702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); - jaarlijkse subsidie: subsidie per kalenderjaar, niet zijnde een budgetsubsidie;

6

-

onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); wet: Algemene wet bestuursrecht;

B Artikel 2 komt te luiden: Artikel 2 Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is), kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. C Artikel 3 komt te luiden: Artikel 3 Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. D Artikel 4 komt te luiden: Artikel 4 Staatssteunregels 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.

Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. E Artikel 5 komt te luiden: Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en 7

b.

3. 4.

de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

F Artikel 6 komt te luiden: Artikel 6 Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld gebeurt dit met gebruikmaking daarvan. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: 1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; 2° Een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring). e. als het een budgetsubsidie betreft, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3.

Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken als burgemeester en wethouders van mening zijn dat ook andere dan, of slechts enkele, van de in lid 2 en 3 genoemde gegevens noodzakelijk of voldoende zijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag. G Artikel 7 komt te luiden: Artikel 7 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een budgetsubsidie wordt ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een nieuwe of eerste aanvraag voor de subsidieverlening voor een budgetsubsidie dient voor 1 april van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar bij het college te worden ingediend. 3. Een subsidieaanvraag voor een budgetsubsidie waarvan het subsidie bedrag hoger is dan de subsidieverlening (gecompenseerd met indexering gemeentebegroting) van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, wordt geacht een nieuwe aanvraag te zijn. 4. Een aanvraag om een jaarlijkse subsidie wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 5.

Andere aanvragen om subsidie worden tenminste acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ingediend. 6. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

8

H Artikel 9 komt te luiden: Artikel 9 Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of; b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b.

als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f. als de activiteiten tot doel hebben de godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke identiteit van de instelling in stand te houden of te versterken; g. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. I Artikel 11 komt te luiden: Artikel 11 Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a.

beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. J Artikel 12 komt te luiden: Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

9

1.

2.

3.

4.

Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet.

Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

K Artikel 13, eerste lid, komt te luiden: 1.

De subsidieontvanger van een budgetsubsidie behoeft de toestemming van burgemeester en wethouders voor de rechtshandelingen bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f, g, i en j van de wet.

L Artikel 14 komt te luiden: Artikel 14 Eindverantwoording subsidies tot en met € 20.000 1. Subsidies tot en met € 20.000 worden door burgemeester en wethouders direct vastgesteld of worden verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen acht weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Bij verleningsbeschikking kan de subsidieontvanger worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt ambtshalve vaststelling plaats binnen acht weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. M Artikel 15 komt te luiden: Artikel 15 Eindverantwoording subsidies tussen € 20.000 en € 125.000 1. Bij subsidies van meer dan € 20.000 en ten hoogste € 125.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een budgetsubsidie uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend na afloop van de subsidietermijn; b. in andere gevallen uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2.

De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan en een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of kan worden bepaald dat op een andere manier of met andere gegevens wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.

10

N Artikel 16 komt te luiden: Artikel 16 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 125.000 1. Bij subsidies van meer dan € 125.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een budgetsubsidie uiterlijk op 1 juli van het jaar volgend na afloop van de subsidietermijn; b. in andere gevallen uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. O Artikel 17 komt te luiden: Artikel 17 Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 20.000 1. Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot vaststelling. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd. 3.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 stellen burgemeester en wethouders een budgetsubsidie vast uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag tot vaststelling van die budgetsubsidie is ingediend. 4. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 5. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid en 16, eerste lid is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. P Artikel 18 komt te luiden: Artikel 18 Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een budgetsubsidie een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan burgemeester en wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. Q Artikel 19 komt te luiden: Artikel 19 Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.

Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

11

2. 3.

Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

R Artikel 20 komt te luiden: Artikel 20 Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidie-aanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. S Artikel 21 (Overgangsbepalingen) vervalt.

Artikel II Dit besluit treedt in werking op 22 januari 2026 en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Aldus besloten in de vergadering van 22 januari 2026.

de griffier Karin Zomer

de voorzitter Rob Zuidema

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=4c33bd76-05b2-45d4-ae1c-729f895e34ae