CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp bp uitbreiding Blankenfoort (toelichting + regels en bijlagen)

Raadsvergadering 9 december 2021, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan uitbreiding bedrijventerrein Blankenfoort (bespreekstuk)28.992 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blankenfoort

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

13 13 15 21

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bodem 4.3 Lucht 4.4 Geluid 4.5 Geur 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Externe veiligheid 4.8 Explosieven 4.9 Water 4.10 Ecologie 4.11 Stikstofdepositie 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Cultuurhistorie 4.14 Archeologie 4.15 Economische uitvoerbaarheid

25 25 26 27 28 29 30 31 34 35 37 38 39 40 41 41

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Wijze van bestemmen

43 43 43

Hoofdstuk 6 Procedure 6.1 Algemeen 6.2 Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro 6.4 Verslag zienswijzen

45 45 45 45 45

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan, Sweco, 08-12-2020 Bijlage 2 Strategisch plan bedrijventerreinen voor Raalte, gemeente Raalte, November 2020 Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie m.e.r-beoordeling concept, Sweco, 28-04-2021 Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek, Sweco, 26-08-2020 Bijlage 5 Akoestisch onderzoek, Sweco, 23-04-2021 Bijlage 6 Geuronderzoek, Sweco, 15-04-2021 Bijlage 7 NGE-onderzoek, Sweco, 13-08-2020

47 48 74 84 101 182 254 274

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 2 van 469

Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

Watertoets en waterparagraaf, Sweco, 21-09-2020 Bureaustudie ecologie, Sweco, 07-07-2020 AERIUS-berekening, Sweco, 29-10-2020 Archeologisch bureauonderzoek, Sweco, 02-10-2020

Regels

291 336 356 406

429

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

430 430 434

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Bedrijf Groen Verkeer Water

435 435 438 440 441

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels Algemene procedureregels

443 443 444 445 446 447

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

448 448 449

Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten

451 452

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 3 van 469

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 4 van 469

Toelichting

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 5 van 469

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

In Heino is een groeiende vraag naar ruimte voor bedrijvigheid van ondernemers die hun bedrijf willen uitbreiden of een nieuw bedrijf willen bouwen. In de huidige situatie ontbreken in Heino echter de ruimte en mogelijkheden hiervoor. Uit een inventarisatie van bedrijvenvereniging Heino Aktief is gebleken dat er behoefte is aan circa 3,5 hectare netto uitgeefbaar bedrijventerrein. De gemeenteraad van Raalte heeft daarom op 9 juli 2019 besloten om bedrijventerrein Blankenfoort in Heino uit te breiden. De gemeente (hierna initiatiefnemer) houdt hierbij de regie over de verwerving, exploitatie en kaveluitgifte en kiest hiermee voor een actief grondbeleid. Met de beoogde uitbreiding wordt er uitgegaan van een netto uitgeefbaar oppervlak van circa 3,5 hectare. De uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort, in aansluiting op de gronden van het huidige bedrijventerrein, is niet in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan zijn de gronden van het plangebied grotendeels voorzien van een agrarische bestemming. Om de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort ter plaatse juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. Daarom is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing

Het plangebied van de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein bevindt zich aan de noordzijde van Heino in de gemeente Raalte. In de huidige situatie zijn de gronden in gebruik voor agrarische doeleinden. Ten oosten en ten zuiden van het plangebied bevinden zich eveneens agrarische gronden. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Rondweg Heino (N35) en aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Lentheweg. De Lentheweg betreft een doodlopende weg en dient als toegangsweg voor de aanliggende woningen. Grenzend aan de westzijde van deze weg ligt het huidige bedrijventerrein Blankenfoort. Het overgrote deel van het plangebied valt binnen het perceel dat bekend staat onder de kadastrale gemeente Heino, sectie B, perceel 3336. Het deel van de Lentheweg dat ook onderdeel uitmaakt van het plangebied staat kadastraal bekend onder sectie B, perceel 3160. Daarnaast maakt ook nog een deel van het groen ten westen van de Lentheweg onderdeel uit van het plangebied. Het plangebied heeft een totaal oppervlak van circa 5,5 hectare. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 6 van 469

Globale ligging plangebied (wit omcirkeld, bron: Google Maps)

Globale begrenzing plangebied (wit omkaderd, bron: Google Maps)

Voor de exacte begrenzing van het plangebied dient de digitale verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan te worden geraadpleegd.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 7 van 469

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Buitengebied' van toepassing en twee correctieve herzieningen ('Buitengebied Raalte , correctieve herziening' en 'Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening). Deze plannen zijn samengevoegd in het plan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd' De geconsolideerde versie van het bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Raalte op 25 februari 2016. Aan de westzijde valt het plangebied deels buiten de grenzen van Buitengebied Raalte. Deze gronden maken onderdeel uit van het bestemmingsplan Heino, vastgesteld op 22 april 2010. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied.

Uitsnede vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Raalte geconsolideerd' (plangebied: rood omkaderd; bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Op 10 september 2020 is het verzamelplan Buitengebied Raalte vastgesteld waar het plangebied deels binnen valt. Met de vaststelling van het verzamelplan zijn er geen wijzigingen voor de gronden van het plangebied ten opzichte van het bestemmingsplan Buitenbied Raalte. Het Paraplubestemmingsplan Parkeren is van toepassing op het gehele grondgebied van de gemeente Raalte. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27 september 2018 en voorziet in de planologische verankering van het parkeerbeleid van de gemeente Raalte.

Enkelbestemmingen Het plangebied is grotendeels voorzien van de bestemming Agrarisch. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen uitsluitend binnen een bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Binnen het plangebied is echter geen bouwvlak aangewezen. De agrarische gronden zijn niet voorzien van een dubbelbestemming. Wel liggen de gronden binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - geen reconstructiezone'. Dit is van toepassing op het gehele gebied van de voormalige gemeente Heino. Het gerelateerde reconstructiebeleid is Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 8 van 469

inmiddels niet meer verkracht. De Lentheweg is voorzien van de bestemming Verkeer en de gronden van het plangebied ten westen van de weg hebben een groenbestemming. De beoogde ontwikkeling van een bedrijventerrein ter plaatse van het plangebied is niet in overeenstemming met de vigerende bestemmingsplannen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient er een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden. Hoofdstuk 4 bevat de uitvoerbaarheidsaspecten. Tot slot bevat de toelichting hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5) en de procedure van het plan (hoofdstuk 6).

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 9 van 469

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een agrarisch perceel welke gebruikt wordt ten behoeve van landbouw. Het perceel is in tweeën verdeeld door een smalle sloot/greppel die van noord naar zuid loopt, parallel aan de Lentheweg. Het plangebied en de nabije omgeving worden gekenmerkt door een open landschap. In het plangebied is geen opgaand groen aanwezig. Alleen op de grens met het bestaande bedrijventerrein aan de Lentheweg van het plangebied staan enkele houtopstanden. De beperkte begroeiing zorgt voor een weids zicht vanaf de N35. Navolgende afbeelding toont de huidige situatie van het plangebied (gezien vanaf de N35).

Huidige situatie plangebied (bron: Google Streetview)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Belang uitbreiding Blankenfoort

De gewenste uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort aan de oostzijde van het huidige terrein komt voort uit een inventarisatie van bedrijvenvereniging Heino Aktief. Hieruit is gebleken dat er behoefte is aan circa 3,5 hectare netto uitgeefbaar terrein voor bedrijven. Met de gemeenten in West Overijssel en de provincie zijn eerder afspraken gemaakt om vraag en aanbod van bedrijventerreinen in balans te houden. Op basis van uitgifte- en vraagcijfers zijn de programmeringsafspraken geactualiseerd en vastgelegd in een nieuw afsprakendocument. Op 19 juni 2019 is dit document door betrokken partijen ondertekend. Hierin is tevens de 3,5 hectare netto uitgeefbare bedrijfspercelen meegenomen. Een nadere onderbouwing van de behoefte is uitgewerkt in 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking. Met de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort wordt er meer ruimte geboden aan uitbreiding of nieuwe bedrijven van lokale ondernemers. Op deze manier wordt het bedrijfsleven van Heino gestimuleerd.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 10 van 469

2.2.2

Plan uitgangspunten

Voor de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein wordt aangesloten bij de bestaande groenstructuren in en nabij het plangebied. Daarnaast wordt het bedrijventerrein zo ingepast dat deze zo min mogelijk zichtbaar is en zo min mogelijk overlast geeft voor de woningen ten zuiden van het plangebied. Daarnaast worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het stedenbouwkundig plan is uitgangspunt voor de verbeelding van het bestemmingsplan en de toe te wijzen bestemmingen. Het plangebied wordt ontsloten via het bestaande bedrijventerrein ten westen van het plangebied. Voor de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort wordt uitgegaan van een maximale milieucategorie van 3.2. Het bedrijventerrein heeft een uitgeefbaar terrein met een netto oppervlakte van 3,5 hectare. 2.2.3

Stedenbouwkundig plan

Het stedenbouwkundig plan vormt de basis voor de inrichting van de uitbreiding van het bedrijventerrein Blankenfoort (Bijlage 1). Navolgende afbeelding toont het ruimtelijk casco voor de uitbreiding van het bedrijventerrein.

Ruimtelijk casco uitbreiding bedrijventerrein Blankenfoort (bron: Sweco) De noordelijke rand van het plangebied bestaat uit een brede watergang in het verlengde van de huidige waterpartij. Er wordt daarmee aangesloten op de bestaande waterstructuur. Bestaande zaksloten aan de oost- en westzijde voeren het water naar de berging aan de noordzijde van het plangebied. In het zuiden vormt een houtwal met opgaande beplanting een grens tussen het bedrijventerrein en de woningen. De houtwal zorgt ervoor dat de bedrijven aan het zicht van de woningen worden onttrokken en zorgt tevens voor een barrière voor geluidshinder. De ontsluiting van de

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 11 van 469

bedrijfspercelen ligt aan de rand van het plangebied. Dit zorgt voor een grotere afstand tussen de bedrijven en de woningen en meer ruimte voor een groene rand. Een asymmetrisch wegprofiel op het terrein zorgt voor meer ruimte voor en robuuste bomenlaan op het terrein. De grotere bedrijfslocaties zijn beoogd aan de noordzijde van het plangebied, gericht op de N35. Centraal en aan de zuidelijke rand van het plangebied liggen grotere en kleinere bedrijfskavels (ca. 40 tot 70 m diep). Om verkeershinder voor de aanwonenden van de Lentheweg te voorkomen, wordt deze weg in de bocht ten noorden van de laatste woning afgesloten voor gemotoriseerd doorgaand verkeer. De weg gaat over in een fietspad met daarnaast een voetpad. Het voetpad wordt onderdeel van een wandelpadenstructuur om het bedrijventerrein heen. Het plangebied zal aan de westzijde ontsloten worden via het bestaande bedrijventerrein. Hiervoor wordt een aansluiting gemaakt op de hoek van de L.J. Costerstraat in de noordoosthoek van het bestaande bedrijventerrein.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 12 van 469

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI-gebied. Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van het nut en de noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 13 van 469

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Planspecifiek Met de wijziging van het bestemmingsplan voor de beoogde uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort in Heino, nemen de bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van de huidige situatie toe. Gezien de omvang van de beoogde uitbreiding van circa 5,5 hectare bruto bedrijventerrein is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve dient een beschrijving van de behoefte aan deze ontwikkeling opgenomen te worden. Tevens vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied. Navolgend zal de behoefte van de ontwikkeling worden aangetoond en wordt gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in deze behoefte kan worden voorzien. De West-Overijsselse gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland, Zwolle en de provincie Overijssel hebben met elkaar afspraken gemaakt over de programmering van bedrijventerreinen in West-Overijssel. De afspraken zijn bestendigd in 'Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2019-2022'. Deze regionale afstemming zorgt voor een evenwichtige markt voor bedrijventerreinen waarmee een sterke regionale economie en een duurzaam en kwalitatief hoogwaardig ruimtegebruik wordt gestimuleerd.

Uit de regionale afspraken blijkt dat de gemeente Raalte op papier een kwantitatief (in hectares) overaanbod heeft aan bedrijfsgrond voor de periode tot en met 2030. De gemeente Raalte heeft daarom met de regio afgesproken een strategisch plan op te stellen om in balans te komen. Stecgroep heeft ten behoeve van het op te stellen strategisch plan onderzoek gedaan naar de keuzes die in het strategisch plan gemaakt moeten worden. In drie kernen is op dit moment nog bedrijfsgrond beschikbaar of zijn er plannen om nieuwe bedrijfsgrond te realiseren, namelijk Raalte, Heeten en Heino (onderhavige ontwikkeling). In Raalte is aanbod beschikbaar op De Zegge VI en VII, deze gronden beschikken reeds over een onherroepelijk bestemmingsplan. Het aanbod van Heeten (0,2 hectare) en onderhavig plan van Heino (3,5 hectare) maken ook onderdeel uit van de regionale programmeringsafspraken maar liggen nog niet vast in een bestemmingsplan. In de marktregio staat buiten de gemeentegrenzen geen nieuw bestemmingsplan op de regionale planlijst (naast die van Heeten en onderhavig plan) Er is weliswaar een overaanbod voor de gehele gemeente Raalte, echter hebben ondernemers op de bedrijventerreinen vaak een lokale binding en zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de kernen.

Bovendien onderscheiden de kernen zich qua type bedrijvigheid die er gevestigd is, zowel in omvang van de bedrijven als in het aandeel van de bedrijventerreinen in de totale werkgelegenheid. Uit een inventarisatie van bedrijvenvereniging Heino aktief is gebleken dat er behoefte is aan de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort met circa 3,5 hectare netto uitgeefbaar terrein. Het betreft hier een lokale behoefte waarbij aangesloten wordt bij de vraag naar ruimte voor ondernemers om zich te vestigen of uit te breiden. De ontwikkeling wordt door de lokale ondernemersvereniging van Heino en een lijst van 20 á 25 in Heino gevestigde bedrijven die graag willen uitbreiden ondersteund. Met de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort wordt er meer ruimte geboden aan uitbreiding of nieuwe bedrijven van lokale ondernemers. Op deze manier wordt het bedrijfsleven van Heino gestimuleerd. Het Strategisch plan bedrijventerreinen Raalte (Bijlage 2) is inmiddels vastgesteld door het college. De belangrijkste conclusie uit dit strategisch plan is dat er geen maatregelen getroffen worden om bedrijventerreinen (tijdelijk) uit de markt te nemen. Er is op papier weliswaar sprake van enig overaanbod, maar in de praktijk komt dit neer op slechts enkele verspreid liggende nog Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 14 van 469

beschikbare kavels op de Zegge VII. Ook is op basis van het onderzoek gebleken dat er nauwelijks uitwisseling is met buurgemeenten. Gelet op de voortvarende uitgifte is binnen afzienbare tijd geen sprake meer van overprogrammering. Bovendien wordt in het plan geconstateerd dat voor de kernen Heino en Heeten sprake is van een onderprogrammering voor bedrijventerreinen. Het college heeft reeds instemming gegeven voor de uitbreiding van 3,5 hectare bedrijventerrein in Heino. De uitbreiding van het bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied is in dit geval wenselijk. De uitbreiding is in aansluiting op het bestaande bedrijventerrein en is reeds opgenomen als uitbreidingslocatie in de structuurvisie van Raalte. Bovendien is er binnen bestaand stedelijk gebied geen ruimte voor een dergelijke opgave en enige afstand tot het woongebied van Heino heeft met betrekking tot een goed woon- en leefklimaat de voorkeur. Voor onderhavig plan is zowel de behoefte als de ligging buiten bestaand stedelijk gebied onderbouwd. Er wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang gezien voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.

Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieus betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hierbij.

Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 15 van 469

instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.2

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 16 van 469

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel) Planspecifiek Indien het initiatief, uitbreiding bedrijventerrein Blankenfoort in Heino, wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes vormen de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. In het kader van de toekomstige wetswijziging wordt hier reeds aan getoetst in aanvulling op de Ladder voor duurzame verstedelijking conform Artikel 3.1.6. Besluit ruimtelijke ordening. De beleidskeuzes hebben betrekking op integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming, zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De beleidskeuzes worden navolgend onderbouwd. 1. Integraliteit Voor de onderbouwing van de integraliteit van het plan worden navolgend de relevante belangen en beleidsambities afgewogen. De beoogde ontwikkeling heeft niet direct te maken met de woonomgeving. Echter heeft de realisatie van het bedrijventerrein wel invloed op de woonomgeving in de nabijheid van het plangebied. De ambitie 'goed en plezierig wonen' is derhalve indirect van belang.

Hieraan wordt invulling gegeven door de bedrijvigheid zo goed mogelijk te situeren ten opzichte van de woningen (en mogelijk toekomstig woongebied). Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een brede groenstrook ontwikkeld om voldoende scheiding tussen woongebied en bedrijvigheid te behouden. Voor economie en vestigingsklimaat is de ambitie voor vitale werklocaties die aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven van belang. Aan de vitaliteit van het bedrijventerrein wordt invulling gegeven door voldoende ruimte in te bouwen zodat ook in de toekomst aangesloten kan worden bij veranderende behoefte. Er moet constant worden afgewogen of er wordt aangesloten bij de Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 17 van 469

vraag zodat er balans is en blijft tussen vraag en aanbod. Voor onderhavige uitbreiding heeft reeds regionale afstemming plaats gevonden. Het plangebied ligt in overstroombaar gebied. Dit zijn gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen. Er dient derhalve extra rekening gehouden te worden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtroutes, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt. Daarnaast valt het plangebied binnen het gebied dat wateraanvoergebied is voor het IJsselmeer. In droge tijden kan dit gebied worden voorzien van water vanuit het IJsselmeer. Het beleid is er allereerst op gericht om het beschikbare water zo zuinig mogelijk te gebruiken en om de neerslag zo veel mogelijk in het gebied vast te houden. Dit vermindert de aanvoer van water, wat energie spaart en de waterkwaliteit bevordert. Hier wordt onder andere invulling aangegeven door waterberging te creëren aan de noordzijde van het plangebied. Net als bij het naastgelegen bedrijventerrein wordt hier een zone gerealiseerd waar water voor langere tijd geborgen kan worden. Daarnaast voorziet de ontwikkeling in zoveel mogelijk groen aan de randen en langs de benodigde infrastructuur. Dit groen zorgt er voor dat hemelwater in eerste instantie vastgehouden kan worden.

Er wordt in het plan rekening gehouden met de verschillende beleidsambities. Op deze manier is er sprake van een integraal plan. 2. Toekomstbestendigheid De eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties open houdt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het beoogde bedrijventerrein sluit aan de op huidige vraag. Het bedrijventerrein biedt ruimte aan bedrijven van verschillende aard (t/m categorie 3.2) en omvang. De toekomstige bedrijven zullen van lokaal belang zijn. Wanneer in de toekomst de vraag verandert kan hier op worden ingespeeld. 3. Concentratiebeleid Het concentratiebeleid van de provincie Overijssel houdt in dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Cleantech regio (Deventer). Voor de overige kernen geldt dat er voor lokale behoefte en bijzondere doelgroepen gebouwd mag worden. Deze kernen mogen ruimte bieden aan lokaal gewortelde bedrijvigheid.

Onder lokaal gewortelde bedrijvigheid wordt verstaan: bedrijven die hun oorsprong of verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen en waar ze toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur en het voorzieningenniveau. Met de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort wordt ruimte geboden aan lokaal gewortelde bedrijvigheid. 4. (boven)Regionale afstemming Door middel van het onderzoek naar bedrijventerreinen in Heino (door Heino Aktief), heeft er regionale afstemming plaatsgevonden. 5. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 18 van 469

Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Het plangebied voor de uitbreiding van het bedrijventerrein is in de structuurvisie van de gemeente reeds aangewezen als uitbreidingslocatie voor bedrijventerrein. Het plangebied ligt niet binnen bestaand stedelijk gebied maar wel direct aangrenzend aan bestaand stedelijk gebied. Het plangebied grenst direct aan het bestaande bedrijventerrein en vormt hier een uitbreiding van. Binnen bestaand stedelijk gebied is niet voldoende ruimte om een in een dergelijke uitbreiding te voorzien. Bovendien is het niet wenselijk om een bedrijventerrein in de nabijheid van woningen te situeren. Het plangebied vormt daarmee een logische en passende locatie voor de beoogde ontwikkeling. Naast de generieke beleidskeuzes gelden er voor het plangebied ook gebiedsspecifieke beleidskeuzes. Het plangebied is aangewezen als boringsvrije zone Salland Diep op de kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming.

Er geldt een vergunningplicht voor alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden maaiveld. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van toepassing omdat het plangebied zich in het buitengebied bevindt. Voor de groene omgeving zijn 3 ontwikkelperspectieven te onderscheiden: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap Voor onderhavig gebied is het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap van toepassing. Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Met de beoogde situatie wordt het buitengebied in gebruik genomen voor de vestiging van verschillende bedrijven.

Er wordt aangesloten bij het ontwikkelingsperspectief door de bestaande landschapselementen zo goed mogelijk te behouden. Door een zorgvuldige inpassing, afwisseling van landschapselementen en bedrijvigheid en overgangszones naar aangrenzende gebieden is er sprake van een kleinschalig mixlandschap. Omdat er in de huidige situatie geen cultuurhistorisch waardevolle elementen of waardevolle natuur aanwezig is in het plangebied is er ook niet de mogelijkheid om dit te behouden. Door groen- en waterstructuren door te trekken en te realiseren zal er wel natuurwaarde worden toegevoegd aan het gebied. Gebiedskenmerken De laatste stap is toetsen hoe de ontwikkeling vormgegeven kan worden. Dit wordt gedaan aan de hand van gebiedskenmerken. Er worden vier lagen onderscheiden: laag van de beleving, stedelijke laag, laag van de agrarische cultuurlandschappen en de natuurlijke laag. De ontwikkeling dient in lijn te zijn met de gebiedskenmerken van de verschillende lagen. De relevante kenmerken zullen derhalve navolgend benoemd worden. Laag van de beleving Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 19 van 469

Het plangebied maakt onderdeel uit van het inundatieveld IJssellinie. Dit betreft een 'baken in de tijd'. De ambitie voor bakens in de tijd is verbindingen en verbanden creëren tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Bakens van deze tijd kunnen worden toegevoegd en monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden moeten bewust ingezet worden. In de huidige situatie zijn er zijn geen 'bakens in de tijd' in het plangebied aanwezig. Er bevinden zich geen religieuze, archeologische of geologische monumenten in het plangebied. Met de uitbreiding van het bedrijventerrein worden dan ook geen bakens in de tijd aangetast of verwijderd. Stedelijke laag Het plangebied bevindt zich niet in stedelijk gebied. Er zijn dan ook geen kenmerken van de stedelijke laag voor het plangebied. De stedelijke laag vormt geen belemmering voor de uitbreiding van het bedrijventerrein. Laag van de agrarische cultuurlandschappen Het plangebied bevindt zich in het oude hoevenlandschap. Dit landschap wordt gekenmerkt door verspreide erven en werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zochten.

Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. De essen en esjes krijgen een beschermde bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf. Voor ontwikkeling in dit landschap geldt dat deze bijdragen aan behoud en accentuering van de dragende structuren van het oude hoevenlandschap en aan de samenhang en aan de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Ter plaatse van het plangebied zijn geen essen of karakteristieke elementen, zoals houtwallen, van het oude hoevelandschap aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling wordt het oude hoevelandschap dan ook niet aangetast. Het aanwezig slotenpatroon blijft behouden. Natuurlijke laag Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied dat is aangewezen als 'beekdalen en natte laagtes'. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water en continuïteit van het systeem zijn leidend.

Daarnaast is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen en natte laagtes belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. In het stedenbouwkundig plan is aandacht besteed aan de natuurlijke laag door de bestaande zaksloten te behouden. Daarnaast is er aan de noordrand van het plangebied een waterbergingsgebied beoogd. Het gebied zal voorzien in een brede zone voor waterberging die in het verlengde van de ten westen gelegen waterpartij ligt. De zaksloten aan de oost- en westzijde voeren het water naar de berging aan de noordzijde. Op deze manier wordt voorzien in voldoende waterberging voor het gebied en wordt wateroverlast bestreden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 20 van 469

3.2.3

Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

Gemeenten staan voor de uitdaging om de Omgevingsvisie te vertalen naar de gemeentelijke praktijk. Binnen de randvoorwaarden uit de Omgevingsvisie hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te ontwikkelen. Een van de hoofdlijnen van beleid is de zogenaamde Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Kort gezegd betekent dit dat er in het buitengebied ruimte is voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen, meer dan in het Streekplan het geval was, mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ontwikkelingsruimte en kwaliteitsprestaties moeten in evenwicht zijn. In een gezamenlijk project van 11 gemeenten en de provincie Overijssel is door middel van onderlinge kennisuitwisseling dieper ingegaan op de achtergronden van de ruimtelijke kwaliteitsprincipes voor de groene omgeving. De provincie heeft dit project gefaciliteerd. De contouren van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving vanuit provinciaal beleid zijn - samen met de wensen, vragen en verwachtingen van de deelnemende gemeenten - verder uitgewerkt en specifiek gemaakt. In themabijeenkomsten hebben gemeenten met elkaar kunnen sparren over een goede manier om de vertaling te maken naar de eigen praktijk en de eigen organisatie. Twee principes uit de Omgevingsvisie Overijssel vormen het vertrekpunt: 1. elke ontwikkeling dient bij te dragen aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit; 2.

de ontwikkelingsruimte die men krijgt dient in evenwicht te zijn met investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Planspecifiek Onder de Groene Omgeving wordt verstaan de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. Het plangebied maakt hier onderdeel van uit. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt mogelijkheden voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied, mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit is in de omgevingsverordening gewaarborgd door middel van het uitvoeringsmodel, bestaande uit generieke beleidskeuzen, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.2 is hier aan getoetst.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Raalte

De Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 is op 26 november 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie is een strategisch document dat richting geeft aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie ligt de focus op drie kernopgaven: één gericht op het buitengebied, één gericht op de directe woonomgeving en één gericht op Raalte in de regio. De kernopgaven zijn gebaseerd op wat de inwoners van de gemeente Belangrijk vinden. De volgende kernopgaven zijn door de gemeenteraad vastgesteld: 1. Hoe geven we vorm en invulling aan de ontwikkelingen in het buitengebied, zodat het een prettige plek blijft om te wonen, werken, ondernemen en recreëren? 2. Hoe zorgen we dat bestaande wijken en dorpen leefbaar en aantrekkelijk blijven? 3. Hoe creëren we de optimale randvoorwaarden voor wonen, werken, ondernemen en recreëren in Raalte? De ambitie voor het buitengebied van Raalte is: Raalte als groen en innovatief productielandschap. Bij deze ambitie zijn 5 ontwikkelinrichtingen opgesteld. Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 21 van 469

1. Wij kiezen voor een sterk en afwisselend landschap door het verder te ontwikkelen, te versterken en te behouden wat waardevol is. 2. Wij kiezen met technologie, innovatie en experiment voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap. 3. We grijpen de kansen in stedelijk gebied aan om energie duurzaam op te wekken. We erkennen tegelijkertijd dat de opgave te groot is om alleen in stedelijk gebied op te lossen en daardoor voor een groot deel ook in het buitengebied een plek vindt. We kiezen voor een strategie die uitgaat van onze initiatiefrijke samenleving en die bouwt op draagvlak, zowel sociaal als financieel, met heldere doelstellingen als kader. 4. Wij kiezen voor een vitaal, divers en gemengd buitengebied. Een werk- en productiegebied, waar een balans is met wonen, landschappelijke- en cultuurhistorische kwaliteiten, natuur en recreatie. 5. Wij kiezen voor kleinschalige recreatie, die past in het landschap en die aansluit op andere activiteiten in het buitengebied. De ambitie voor toekomstbestendige wijken en dorpen is: Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven. Bij deze ambitie zijn de volgende 5 ontwikkelrichtingen opgesteld: 1. Wij kiezen voor toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaatadaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig.

Wij zien hierbij een belangrijke regisserende rol voor de gemeente, die de samenwerking zoekt met andere partijen, stimuleert en aansluit bij waar de energie in de samenleving zit. 2. Wij kiezen voor de inzet van flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie. Zo zorgen we voor diversiteit en doorstroming en hebben onze wijken en dorpen in de toekomst meer te bieden. 3. Wij kiezen voor samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn, zoals in het centrum van Raalte en Heino. 4. Wij kiezen voor nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern. 5. We staan open voor woningbouw voor een bovenlokale behoefte. We houden onze dorpen leefbaar door in elk dorp ruimte te geven voor woningbouw en bedrijvigheid zodat minimaal de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen. De ambitie voor de identiteit en regio is: Raalte als het levendige hart van Salland. Bij de ambitie zijn de volgende 5 ontwikkelrichtingen opgesteld: 1. Wij kiezen voor een gemeente die zichzelf aanvullend op de stad positioneert: een plek waar men ruim woont, recreëert in het groen en met elkaar zorgt voor kwaliteit van leven 2.

Wij kiezen voor een sterke wisselwerking tussen de gemeente Raalte en de omliggende regio, om zo te profiteren van economische kansen in Zwolle, Deventer en Twente. We onderscheiden ons met ons vakmanschap en onze open houding ten aanzien van vernieuwing. We dragen uit dat de gemeente Raalte ruimte geeft aan het slim toepassen van innovatie en technologie. 3. We kiezen voor optimale (digitale) bereikbaarheid voor onze inwoners en bedrijven, met een robuuste hoofdinfrastructuur, stationsontwikkeling en nieuwe mobiliteitsconcepten. 4. Wij kiezen voor een gemeente Raalte die zelfvoorzienend is qua energie en die waar noodzakelijk, mogelijk en wenselijk duurzame energie opwekt voor de regio. 5. Wij kiezen voor regionale samenwerking om jongeren te begeleiden en te behouden voor onze werkgevers en om inwoners, waar nodig, ook later in hun leven nieuwe vaardigheden bij te brengen. Planspecifiek De beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein vindt plaats in het buitengebied. De kernopgave

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 22 van 469

voor het buitengebied is derhalve van belang voor het initiatief. Er moet getoetst worden of de ontwikkeling in het buitengebied zorg draagt voor het behoud van een prettige plek om te wonen, werken, te ondernemen en de recreëren. De gemeente wil de afwisseling in het buitengebied behouden. Tevens dienen gebieden met hoge landschapswaarden en natuurwaarden zo veel mogelijk behouden te worden. Het plangebied heeft geen hoge landschaps- en natuurwaarden die worden aangetast. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan een divers landschap door het toepassen van bomen en water. De bestaande waterstructuur wordt doorgetrokken en waar mogelijk versterkt. De beoogde wandelpaden geven de mogelijkheid om een rondje te lopen om het bedrijventerrein en langs het buitengebied (voor bijvoorbeeld medewerkers op het bedrijventerrein). Met de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt er indirect ook rekening gehouden met de leefbaarheid van wijken dorpen. Aan de zuidzijde van het terrein is een brede groenstrook opgenomen om de bedrijven te onttrekken aan het directe zicht. Daarmee is er tevens rekening gehouden met de toekomstplannen voor een nieuwe woonwijk ten zuiden van het plangebied. Door nu al rekening te houden met mogelijke plannen kan een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd worden. Tot slot sluit de ontwikkeling ook aan bij de ambitie voor de identiteit en de regio.

Door te investeren en ruimte te bieden aan lokale ondernemers wordt de lokale economie ondersteund en gestimuleerd. Dit draagt bij aan een sterke positie in de regio. Er kan geconcludeerd worden dat de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort in overeenstemming is met de ambities van de omgevingsvisie. 3.3.2

Economische beleidsvisie 2005-2020

De gemeente Raalte heeft de economische beleidsvisie (2005) vastgesteld als onderdeel van de gemeentelijke visie 'Samen werken aan samen leven'. Raalte is een gemeente met negen kernen met ieder hun eigen kenmerk en dynamiek. Uit de economische beleidsvisie blijkt dat het niet slecht gaat met Raalte, maar dat de trends en ontwikkelingen dusdanig zijn dat er geen tijd is voor zelfgenoegzaamheid. De economische beleidsvisie bevat voorstellen voor een actief beleid voor de periode van 2005 tot 2020. De doelstellingen zijn: de regionaal verzorgende en schragende functie van Raalte vereist een aanpak die voornamelijk is gericht op het bestendigen en het beheerst uitbouwen van de traditionele bedrijvigheid; de gemeente Raalte wil haar kansen op het gebied van recreatie en toerisme gaan benutten; het winkelaanbod van de kern Raalte zal toewerken naar een onderscheidend vermogen ten opzichte van vergelijkbare winkelharten. Planspecifiek Met de uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort wordt er aangesloten bij het bestendigen en beheerst uitbouwen van de traditionele bedrijvigheid. Door ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe bedrijven wordt lokaal ondernemerschap ondersteund. Daarmee wordt er tevens bijgedragen aan de ambitie van de gemeente om een bruisende en vitale gemeente te realiseren.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 23 van 469

3.3.3

Bedrijventerreinenvisie gemeente Raalte

De gemeente Raalte heeft in 2010 de Bedrijventerreinenvisie 2010 gemeente Raalte vastgesteld. Dit document behandelt het relevante beleid ten aanzien van bedrijventerreinen, het economische profiel van de gemeente Raalte, de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de bedrijventerreinen in de gemeente, de grondprijzen en het uitgifteprotocol. Uit de visie blijkt dat het landelijke en het provinciale beleid ten aanzien van bedrijventerreinen inzet op duurzaamheid, aandacht voor kwaliteit en zorgvuldig omgaan met de bestaande ruimte. De ruimtelijk-economische ambitie van de gemeente is gericht op het versterken van de economische structuur en het bevorderen van de werkgelegenheid. De gemeente werkt samen met het bedrijfsleven aan optimale randvoorwaarden om het bedrijfsleven te versterken. Uit de visie komt naar voren dat de gemeente Raalte een belangrijke streekfunctie kent: de beroepsbevolking kent een zeer sterke lokale en regionale binding en de bedrijfsruimte is sterk lokaal georiënteerd.

Planspecifiek De aantallen en oppervlakten die in de bedrijventerreinenvisie genoemd worden zijn inmiddels al niet meer actueel. De ambitie van de gemeente is nog wel relevant. De ambitie van de gemeente Raalte is om de lokale bedrijvigheid zo goed mogelijk te accommoderen en om zoveel mogelijk ruimte in diverse branches te kunnen bieden. De gemeente streeft ernaar om een gevarieerd en compleet aanbod aan bedrijventerreinen aan te bieden. Verregaande thematisering wil de gemeente voorkomen, omdat dit niet goed aansluit bij de wensen van de bedrijven. De uitbreiding van bedrijventerrein Blankenfoort sluit aan bij deze ambitie. Er wordt ruimte geboden aan een verscheidenheid aan bedrijven (tot en met categorie 3.2). Op deze manier kan er goed en flexibel worden ingespeeld op de behoefte. 3.3.4

Welstandsnota

De gemeente Raalte heeft met ingang van 2016 het welstandstoezicht afgeschaft. Het welstandsvrij bouwen past binnen de landelijke ontwikkeling van wet- en regelgeving binnen de bouwsector, zoals het verruimen van vergunningsvrij bouwen en het privatiseren van de bouwtoets. Dit zijn belangrijke stappen in een ontwikkeling waarbij de verantwoordelijkheid veel meer komt te liggen bij de bouwers en de overheid zich er minder mee bemoeit.

Planspecifiek Bedrijventerreinen kennen een grote diversiteit aan bebouwing die in een belangrijke mate wordt bepaald door de specifieke functie van het gebouw. Door vrijheid te geven aan bedrijven worden ontwikkelingen gestimuleerd. Representativiteit speelt normaliter een belangrijke rol bij bedrijven en geeft daarmee een borging voor de kwaliteit van de ontwikkelingen. De gemeente houdt er rekening mee dat welstandsvrij bouwen de diversiteit zal vergroten. De gemeente vindt dat acceptabel voor de bedrijventerreinen. De welstandsnota vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 24 van 469

Hoofdstuk 4

4.1

Uitvoerbaarheid

Milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c.

het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: Door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; Het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; De initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r.

genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling valt onder categorie D 11.3 (de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein) van het Besluit milieueffectrapportage. De drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. van 75 hectare wordt niet overschreden. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de 'Europese richtlijn milieueffectbeoordeling' te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is een separate aanmeldingsnotitie opgesteld. Het concept is als bijlage bijgevoegd (Bijlage 3). Op basis van effectenbeoordeling zoals opgenomen in de aanmeldingsnotitie kan geconcludeerd worden dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Nader onderzoek in een MER wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 25 van 469

4.2

Bodem

In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Planspecifiek Om de milieuhygiënische bodemkwaliteit van het plangebied vast te stellen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 4). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik vanuit milieuhygiënisch oogpunt mogelijk is. De resultaten geven een indicatie van de (her)gebruiksmogelijkheden van eventueel vrijkomende grond en of bij graafwerkzaamheden aanvullende arbeidshygiënische veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Uit het onderzoek komen de volgende conclusies en adviezen: Beschrijven milieuhygiënische bodemkwaliteit Met uitzondering van enkele licht verhoogde waarden aan arseen, kwik en PAK zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde in de grond aangetoond. Door de verhoogde waarden wijkt de kwaliteit van de bovengrond plaatselijk enigszins af van de verwachte bodemkwaliteit voor onverdachte locaties volgens de bodemkwaliteitskaart. De verhoogde waarden aan arseen hebben vermoedelijk een natuurlijke oorzaak. Voor de overige verhoogde waarden is geen concreet aanwijsbare oorzaak, deze zijn vermoedelijk veroorzaakt door (historisch) antropogene activiteiten op of nabij het perceel. In het grondwater zijn licht verhoogde waarden aan arseen, tetrachlooretheen, naftaleen en licht tot matig verhoogde waarden aan barium aangetoond.

De verhoogde waarden aan arseen en barium hebben vermoedelijk een natuurlijke achtergrond en worden derhalve niet als verontreiniging beschouwd. Voor de verhoogde waarden aan tetrachlooretheen en naftaleen is geen concreet aanwijsbare oorzaak, deze zijn vermoedelijk veroorzaakt door (historisch) antropogene activiteiten op of nabij het perceel. Door de aangetoonde verhoogde waarden in grond en grondwater wijkt het onderzoeksresultaat enigszins af van de hypothese. Het resultaat geeft echter geen aanleiding voor aanvullend of nader bodemonderzoek. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geeft geen belemmeringen voor de geplande ontwikkeling van het landbouwperceel tot bedrijventerrein met bodemfunctieklasse Industrie. Hergebruik grond De vastgestelde kwaliteit van de bovengrond komt overeen met een bodemkwaliteitsklasse, variërend van klasse Altijd Toepasbaar tot Wonen en Industrie. Dit wijkt af van de verwachtingen op basis van de bodemkwaliteitskaart. Hergebruik van grond binnen het project is mogelijk (besluit bodemkwaliteit niet van toepassing). Bij toepassing elders is eerst een partijkeuring noodzakelijk. De kwaliteit van de ondergrond komt, net als de verwachte kwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, overeen met een bodemkwaliteitsklasse Altijd Toepasbaar. Daarom kan de Bestemmingsplan Heino, uitbreiding bedrijventerrein Blanken foort Pagina 26 van 469

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=67c0fd1f-3c48-4c7e-b856-1b7c1b067e16