Ontwerp bp station Raalte - toelichting, regels, bijlagen
Tekst van het document
Bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte Gemeente Raalte
NL.IMRO.0177.BP20230002-ON01 ONTWERP 30 mei 2023
Contactpersoon Robin Wientjes T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Planbeschrijving
7
1.3
Vigerend bestemmingsplan
12
1.4
Leeswijzer
15
Hoofdstuk 2
Beleidskader
16
2.1
Europees en Rijksbeleid
16
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
19
2.3
Gemeentelijk beleid
21
Hoofdstuk 3
Milieu- en omgevingsaspecten
23
3.1
Natuur
23
3.2
Archeologie
28
3.3
Bodem
28
3.4
Water
30
3.5
Geluid
33
3.6
Luchtkwaliteit
33
3
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
3.7
Verkeer en parkeren
34
3.8
Externe veiligheid
35
3.9
Bedrijven- en milieuzonering
35
3.10 Ontplofbare oorlogsresten
36
3.11 Landschap
36
3.12 M.e.r.-beoordeling
37
Hoofdstuk 4
Toelichting op de planregels
39
4.1
Inleiding
39
4.2
Bestemmingsregels
39
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
41
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41
5.2
Financiële uitvoerbaarheid
42
Bijlagen
43
Bijlage 1
Quickscan Natuurwetgeving
44
Bijlage 2
AERIUS-berekening
76
Bijlage 3
Bomeninventarisatie
87
Bijlage 4
Bodemonderzoek
95
Bijlage 5
Watertoets
1000
Bijlage 6
Vooronderzoek Oorlogsresten
1043
Bijlage 7
Bodembelastingkaart Oorlogsresten
1104
Regels Hoofdstuk 1
1107 Inleidende regels
1108
Artikel 1
Begrippen
1108
Artikel 2
Wijze van meten
1110
4
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
1111
Artikel 3
Groen
1111
Artikel 4
Verkeer - Railverkeer
1113
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
1114
Algemene regels
1115
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
1115
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
1116
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
1117
Artikel 9
Overige regels
1118
Overgangs- en slotregels
1119
Artikel 10
Overgangsrecht
1119
Artikel 11
Slotregel
1120
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
5
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
6
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
Het stationsgebied van Raalte wordt opnieuw ingericht. De totale herinrichting van het stationsgebied bevat de volgende ontwikkelingen: herinrichting P+R, verplaatsing van het busstation, inrichting van de Kiss & Ride (K&R), realisatie van een nieuwe fietsenstalling en een nieuwe watergang en wadi. Daarnaast wordt bij de herinrichting van het stationsgebied ook een langzaamverkeersonderdoorgang gerealiseerd die onder de spoorbaan Zwolle-Wierden doorgaat. De langzaamverkeersonderdoorgang verbindt Raalte Noord en Raalte Centrum en gelijktijdig kan het gebruikt worden als ontsluiting van de perrons. De voorziene herinrichting past niet geheel binnen het vigerende bestemmingsplan, waardoor er sprake is van handelen in strijd met de regels van de ruimtelijke ordening. De herinrichting van het P+R terrein is bijvoorbeeld al mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Deze is daarom niet meegenomen in voorliggend plan.
1.1
Aanleiding
De aanleiding van de herinrichting van het station(splein) is de noodzaak om de transferveiligheid te verbeteren in Raalte. Het huidige middenperron is te smal en wordt vervangen door 2 zijperrons. Tevens heeft de gemeente Raalte de wens om een ongelijkvloerse kruising (onderdoorgang) onder het spoor door te realiseren. Deze onderdoorgang is bestemd voor langzaamverkeer en moet een verbinding maken tussen Raalte Noord en Raalte Centrum. Het voornemen voor de langzaamverkeersonderdoorgang heeft ertoe geleid om de stationsingang te verschuiven naar het westen. De onderdoorgang kan dan ook gebruikt worden als ontsluiting van de perrons. Het verplaatsen van de ingang heeft, gelet op overstaptijden tussen bus en trein, tot gevolg dat het busstation richting de nieuwe ingang wordt verschoven. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een nieuwe inrichting van de stationsomgeving van Raalte. Met de nieuwe inrichting van het station wordt het tevens mogelijk de benodigde uitbreiding van het aantal fietsenstallingen mee te nemen en kan op het huidige voorplein de benodigde uitbreiding van het aantal autoparkeerplaatsen op het P+R terrein worden gerealiseerd. Dit laatste valt buiten het plangebied, omdat het (toekomstig) P+R terrein past binnen het vigerende bestemmingsplan.
De beoogde herinrichting van het stationsgebied is deels strijdig met de vigerende bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3), met uitzondering van de gronden waarvan de bestemming al juist is. Om de ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Planbeschrijving
1.2.1
Locatie
Het plangebied omvat het station van Raalte en enkele omliggende percelen, gelegen aan het stationsplein. Ten noorden en noordoosten van het plangebied ligt het bedrijventerrein Spoorzone, waar enkele bedrijven gevestigd zijn waaronder het bedrijf Beaphar. In het noordwesten liggen agrarisch landbouwpercelen met een A-watergang. De watergang vormt een scheiding tussen de agrarische percelen en het bedrijventerrein Spoorzone. Aan de zuidzijde van het plangebied is de wijk Blekkerhoek gelegen. Tussen het stationsgebied en de wijk in ligt deels een groenstrook en de weg 'Ceintuurbaan'. In het zuidoosten van het plangebied is de busstation gelegen. Het busstation grenst ook aan de woonwijk Blekkerhoek. Ten westen van het plangebied, op ongeveer 100 meter afstand, is een sportterrein gelegen met een tennisbaan en enkele andere sportvelden. Op enige afstand van het plangebied zijn
7
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
enkele scholen gelegen, zowel basisscholen als middelbare scholen. De dichtstbijzijnde (basis)school is op ongeveer 750 meter afstand gelegen. Een impressie van de huidige situatie van het plangebied is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: plangebied en omgeving
1.2.2
Huidige situatie
Het station Raalte bestaat uit een smal eilandperron, dat aan de zuidzijde ontsloten wordt door middel van een overpad met spoorbomen. Het eilandperron ligt tussen twee sporen in.
Figuur 2: weergaven bestaand perron
Tevens bevinden zich aan de zuidzijde van het station enkele voorzieningen: 78 parkeerplaatsen 1072 fietsenstallingsplekken (overdekt) 38 reguliere fietskluizen 6 OV fietskluizen
8
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
16 bromfietsplekken (overdekt) 1 mindervaliden parkeerplaats 4 bushaltes Opstapplek voor treinvervangend vervoer Station Raalte is aan de zuidzijde bereikbaar vanaf het Stationsplein en de Stationsstraat. Dit is nu een onoverzichtelijke ingang. Het station ligt parallel aan de Ceintuurbaan. De Ceintuurbaan is een belangrijke doorgaande verbinding binnen Raalte en is onderdeel van de 30km-zone. Daarnaast is er tussen de Ceintuurbaan en het spoor een groene zone aanwezig, inclusief een onverhard wandelpad. Het station is vanaf de noordzijde niet direct bereikbaar. In figuur 3 wordt de huidige situatie weergegeven.
Figuur 3: huidige situatie station Raalte
1.2.3
Toekomstige situatie
Het voornemen is om het bestaande stationsgebied van Raalte te herinrichten. In de nieuwe ontwikkeling wordt het bestaande eilandperron vervangen door twee zijperrons en komt er een langzaamverkeersonderdoorgang die gecombineerd wordt met de opgangen van deze twee zijperrons. De onderdoorgang maakt ook een verbinding tussen Raalte Noord en Raalte centrum voor langzaamverkeer mogelijk. Tevens wordt de verkeersveiligheid bij het huidige voorplein verbeterd door het treffen van verschillende maatregelen. Hierdoor wordt de bereikbaarheid verbeterd en de stationsomgeving vernieuwd. Daarnaast zal er in het ontwerp rekening worden gehouden met de inpassing van een groene stationsomgeving. Een visuele weergaven van de toekomstige situatie is weergegeven in figuur 4 en 5.
9
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Figuur 4: Weergave van de toekomstige situatie (gezien vanuit het zuiden en het noorden)
Figuur 5: plattegrond toekomste situatie
Na de herinrichting moet op het station iedereen op een logische en comfortabele manier zijn/haar weg vinden in de aantrekkelijke, groen ingerichte en overzichtelijke stationsomgeving, zowel in het voor- als natransport. Dit betekent dat de ordening van de verschillende functionaliteiten overzichtelijk en gebruiksvriendelijk ingedeeld worden. De reizigers moeten het station veilig en makkelijk kunnen bereiken, en daarbij eenvoudig hun weg vinden naar de omgeving en/of busverbindingen. In de nieuwe situatie wordt het bestaande eilandperron vervangen door twee nieuwe zijperrons, die toegankelijk zijn door middel van trappen en hellingbanen. Tevens worden de perronopgangen voorzien van CheckIn/CheckOut paaltjes. Specifiek voor nieuwe zijperrons zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Er zal een perronbreedte gehanteerd worden van minimaal 3,7 meter Beide zijperrons geven de reizigers de mogelijkheid om beschut te wachten Ter ontsluiting van wordt er een nieuwe langzaam verkeerstunnel gerealiseerd worden Daarop aansluitend zal het station aan de zuidzijde voorzien worden van kaartverkoopautomaten voor trein en bus, de bushaltes, de fietsenstallingen en een K&R. De capaciteit van de fietsenstallingen van station Raalte wordt met de herinrichting van het stationsgebied uitgebreid.
De stallingen worden uitgevoerd als enkellaags overdekte stallingen, zoals ook in de bestaande situatie. De bestaande stallingen worden hergebruikt en aangevuld met nieuwe rekken. Voor het ontwerp van het busstation (één halte voor lijnbussen en twee haltes voor buurtbussen) is
10
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
gekozen om de in- en uitstaphaltes direct aan het voorplein te situeren. Indien er sprake is van treinvervangend vervoer kan dit aan de zuidzijde plaatsvinden op de bufferzone van de lijnbus en buurtbussen. Bij de bushaltes wordt een beschuttingssysteem gerealiseerd (zie figuur 6), zodat de busreizigers droog kunnen wachten. Het busstation wordt als eenrichtingsverkeer ingericht.
Figuur 6: Visualisatie bushalte met zitrand en beschuttingssysteem
Ook wordt er een P&R gerealiseerd met 2 mindervaliden parkeerplaatsen en circa 120 parkeerplaatsen, op de locatie waar zich nu deels het busstation en parkeerplaatsen bevinden. De realisatie van de nieuwe P+R past binnen het vigerende bestemmingsplan Raalte Kern, daarom wordt dit onderdeel niet verder meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Aan de noordzijde komt een nieuwe toegang tot het station met een hellingbaan voor invalide en een nieuwe fietsstallingen. Door deze ontwikkelingen aan de noordzijde moet de (A-)watergang worden verplaatst. Ten noorden van de fietsenstalling wordt een nieuwe watergang gerealiseerd samen met een wadi aan de westzijde van de stalling. De realisatie van de watergang en de wadi zijn mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Raalte (geconsolideerd 2020), daarom wordt dit onderdeel niet meegenomen in voorliggend bestemmingsplan.
Na de herinrichting van het stationsgebied beschikt het station Raalte over de volgende voorzieningen: K+R voorzieningen op het busstation Uitbreiding naar 1700 fietsenstallingen 44 fietskluizen Een OV-fiets voorziening in de fietsenstalling 16 bromfietsplekken 1 bushalte voor lijnbussen (zuidzijde) 2 bushaltes voor buurtbussen (zuidzijde) Bufferzone voor één lijnbus en twee buurtbussen Opstapplek voor treinvervangend vervoer Bereikbaarheid station Voor de werking van het station en de sociale veiligheid op het station is er extra aandacht besteedt aan de verbetering van de bereikbaarheid van het station en de noord/zuid verbinding. Hiervoor wordt de langzaamverkeersonderdoorgang gerealiseerd die de bereikbaarheid van de perrons verbeterd en een verbinding tussen noord en zuid mogelijk maakt. In figuur 7 wordt een visuele weergave gegeven van de onderdoorgang. Aansluitend op de langzaamverkeersonderdoorgang wordt een fietspad vanaf de Oude Linderteseweg (aan de noordzijde van het station) gerealiseerd. Op deze manier wordt een noord-zuid verbinding gemaakt voor langzaamverkeer. Het fietspad wordt niet meegenomen in voorliggend
11
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
bestemmingsplan, aangezien het fietspad past binnen het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Raalte (geconsolideerd 2020). De langzaamverkeersonderdoorgang wordt rolstoelvriendelijke gemaakt door het aanbrengen van flauwe hellingbanen (1:25). Ook voor de toegang naar de perrons worden hellingbanen van 1:25 toegepast, hierdoor kunnen alle reizigers de perrons bereiken.
Figuur 7: visualisatie fietsverbinding en noord/zuid verbinding
Duurzaamheid Tevens staat in de herinrichting van het stationsgebied duurzaamheid centraal, specifiek gericht op ecologie, klimaatadaptatie en circulariteit. Vanuit het ontwerp is de groene invulling van de stationsomgeving erg belangrijk. De reden hiervoor is dat door de herinrichting van het stationsgebied een aantal bomen gekapt moeten worden. Om de negatieve effecten hiervan tegen te gaan, zullen voor iedere gekapte boom, twee nieuwe bomen worden aangeplant. Voor de nieuwe groene invulling zal de bestaande groenstrook, met struinpad, langs de Ceintuurbaan (richting het oosten) worden versterkt. De voorpleinen worden voorzien van plantvakken met zitranden. Deze worden ingevuld met bomen, heesters en een mix van vaste planten. Aan de noordzijde worden de randen rondom de stationsomgeving ingevuld met een bloemrijk grasmengsel. Op deze manier ontstaat een representatieve stationsomgeving die bijdraagt aan de biodiversiteit en het afvangen van fijnstof. De hoeveelheid verharding is in het ontwerp zoveel als mogelijk geminimaliseerd. Op plaatsen waar het noodzakelijk is om verharding aan te brengen, wordt er gekeken of het mogelijk is om waterdoorlatende verharding toe te passen. Daarnaast worden uitwerkingen, waar mogelijk, met de bestaande verhardingsmaterialen uitgevoerd. Tevens wordt de bestaande fietsenstalling en bestrating zoveel mogelijk hergebruikt.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het plangebied vigeren meerdere bestemmingsplannen. De huidige juridische regeling van de betreffende gronden is neergelegd in de volgende ruimtelijke plannen: Bestemmingsplan Raalte Kern, vastgesteld op 28 januari 2010. Buitengebied Raalte, vastgesteld 8 juni 2012. Buitengebied Raalte, correctieve herziening, vastgesteld op 30 mei 2013. Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening, vastgesteld op 19 februari 2015. Buitengebied Raalte, Verzamelplan Verzamelplan 2020, vastgesteld op 10 september 2020. Buitengebied Raalte geconsolideerd 2020, vastgesteld op 2 juni 2021. Paraplubestemmingsplan Parkeren, vastgesteld op 27 september 2018.
12
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Figuur 8: vigerende bestemmingen plangebied.
De zuidzijde van het plangebied valt in het bestemmingsplan Raalte Kern. Binnen het plangebied liggen de bestemmingen 'Verkeer - railverkeer', 'Bedrijf' en 'Groen'. Daarbij beschikken de enkelbestemmingen Verkeer - railverkeer en Bedrijf deels over een bouwvlak. De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met de enkelbestemming Bedrijf en Natuur. Enkelbestemming Bedrijf Binnen de enkelbestemming bedrijf zijn de gronden bestemd voor: bedrijven in de categorieën 1 en 2 zoals vermeld in Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten; productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; [specifieke aanduidingen die niet voor deze locatie gelden]. met de daarbijbehorende: tuinen, erven en terreinen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. met daaraan ondergeschikt: nutsvoorzieningen; wegen, straten en paden; parkeervoorzieningen; (infiltratie)groenvoorzieningen; water. De ontwikkeling van de fietsenstalling, het busstation, K+R en de onderdoorgang zijn geen bedrijfsactiviteiten zoals benoemd onder de regels van de enkelbestemming Bedrijf. Ook kunnen de ontwikkelingen niet gezien worden als onderschikte voorzieningen. Enkelbestemming Groen Binnen de enkelbestemming Groen zijn de gronden bestemd voor:
13
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
(infiltratie) groenvoorzieningen; bermen en beplanting; voet- en rijwielpaden en -tunnels; speelvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen; route voor langzaam verkeer; calamiteitenroute; [specifieke aanduidingen die niet voor deze locatie gelden]. met de daarbijbehorende: bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: in- en uitritten; nutsvoorzieningen; kunstobjecten; kunstwerken; verhardingen; paden; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen zoals een berg(bezink)voorziening; evenementen. De voorgenomen ontwikkeling van het busstation en de K+R zijn in strijd met bovengenoemde regels voor de enkelbestemming Groen. Deze ontwikkelingen kunnen niet onder de ongeschikte functies worden geschaard. Gelet op het voorgaande, staat het vigerende bestemmingsplan de herinrichting van het stationsgebied (aan de zuidzijde) niet toe. De noordzijde van het plangebied valt in het bestemmingsplan Buitengebied Raalte. Binnen het plangebied liggen de bestemmingen 'Verkeer - railverkeer' en 'Agrarisch met waarden Landschapswaarden'. Ook geldt er een gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied', hieruit volgen geen belemmeringen voor de herinrichting van het stationsgebied. De voorgenomen ontwikkeling is strijdig met de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Binnen de enkelbestemming Agrarisch met waarden - Landschapswaarden zijn de gronden bestemd voor: de uitoefening van een agrarisch bedrijf; Alsmede voor: [specifieke aanduidingen die niet voor deze locatie gelden]. behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke waarde van de gronden, zoals deze tot uitdrukking komt in het reliëf, de kleinschaligheid, de openheid en de beplantingselementen (houtsingels en houtwallen); bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kuilvoerplaten, sleufsilo's, voedersilo's, mestvoorzieningen, teeltondersteunende voorzieningen, paardenbakken, groen, nutsvoorzieningen, in- en uitritten, (erf)ontsluitingen en voet- en fietspaden, water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding waaronder ook voorzieningen ten behoeve van het tijdelijk bergen van water; Met daaraan ondergeschikt:
14
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
bed & breakfast; evenementen; extensieve dagrecreatie; kleinschalige beroepen- en bedrijven-aan-huis; kleinschalig kamperen ter plaatse van specifieke adressen. De voorgenomen ontwikkeling van de langzaamverkeersonderdoorgang en de fietsenstalling zijn in strijd met bovengenoemde regels voor de enkelbestemming Agrarisch met waarden - Landschapswaarden. Gelet op het voorgaande, staat het vigerende bestemmingsplan de herinrichting van het stationsgebied (aan de noordzijde) niet toe. De gewenste herinrichting van het stationsgebied is deels strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Om de herinrichting mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht op de verschillende van toepassing zijnde niveaus, waarbinnen de activiteit plaatsvindt. In hoofdstuk 3 worden de milieu- en omgevingsaspecten van het initiatief getoetst. Hoofdstuk 4 behandelt de maatschappelijke en financiële haalbaarheid van het plan.
15
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Europees en Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Met de NOVI brengt het Rijk in beeld waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving, stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Die keuzes in de fysieke leefomgeving maakt het Rijk niet alleen. Keuzes worden samen gemaakt met medeoverheden, kennisinstellingen, maatschappelijke partijen en burgers. Dit vraagt een goed samenspel tussen al deze partijen; een integrale aanpak.
De toenemende druk op de fysieke leefomgeving vraagt om een actieve Rijksoverheid om richting te geven aan de toekomstige fysieke leefomgeving van Nederland. Regie vanuit het Rijk betekent echter niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden; wel het geven van richting op grote opgaven en regie op goed samenspel, zowel publiek als publiek/privaat. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De NOVI richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden De steden en regio's sterker en leefbaar maken. Het landelijke gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
Ad.1 ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie Nederland dient zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. Door middel van het Programma Energiehoofdstructuur zet het Rijk zich in op deze reserveringen te garanderen. Ad. 2 duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld.
Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.
16
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. Ad 3. Sterke en gezonde steden en regio's Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt deze uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. In de steden bewegen we onszelf in 2050 nog gemakkelijker en efficiënter met de fiets, te voet en vooral met het openbaar vervoer. Dit vraagt om een slimme en veilige inrichting van de (verkeers)ruimte zodat iedereen veilig gebruik kan maken van verschillende netwerken en vervoerswijzen. Hiermee zullen de knelpunten op de weg, spoor en water verholpen worden. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn er ook goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio.
Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezond leefstijl en maatschappelijke particiaptie bevorderd en versterkt het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Toekomstbestendigeontwikkeling van het landelijk gebied Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kaptiaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten.
Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen.
17
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Figuur 9: prioriteiten en afwegingsprincipes NOVI
De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met het voorliggend plan De ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt, doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijke beleid van het Rijk. De voorgenomen ontwikkeling maakt een duurzaam, veilig en snel openbaar vervoersnetwerk mogelijk om de Nederlandse bereikbaarheid een impuls te geven. 2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals hoofdwegen en - spoorwegen, buisleidingen van nationaal belang, de Ecologische hoofdstructuur (nu NNN), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en erfgoederen van uitzonderlijke waarde. De regels uit het Barro zijn voor wat betreft een aantal onderwerpen verder uitgewerkt in het Rarro (bijvoorbeeld de uitbreiding van het hoofdwegennet). Gelet op het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende Regeling van de algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn voor de projectlocatie een tweetal onderwerpen van toepassing: Hoofdwegen en landelijke spoorwegen In het Besluit is opgenomen dat er aanwijzingen van reserveringsgebieden gelden voor de verbreding van bestaande hoofdwegen. Dit geldt eveneens voor de mogelijke aanleg van nieuwe landelijk spoorwegen. Het is onder andere niet toegestaan om omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken te plaatsen binnen een reserveringsgebied. Zowel de nabijgelegen snelweg als een mogelijk nieuwe landelijk spoorweg bevinden zich niet in of nabij de projectlocatie. Natuurnetwerk Nederland Bij provinciale verordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden aangewezen.
Hieruit volgen ook regels waaraan omgevingsvergunningen ten behoeve van afwijken van het bestemmingsplan aan moeten voldoen, onder andere dat zij per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de
18
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Hierop zijn een aantal uitzonderingen van toepassing. De voorgenomen projectlocatie bevindt zich niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Relatie met het voorliggend plan Er zijn geen onderwerpen of rijksbelangen uit het Barro waarmee het voornemen strijdig is.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Overijssel 2017
De Omgevingsvisie Overijssel wordt jaarlijks geactualiseerd. De meest recente versie is de Omgevingsvisie Overijssel 2022, vastgesteld door PS op 4 oktober 2022. In de Omgevingsvisie Overijssel staan maatschappelijke opgaven in Overijssel, die zijn ontstaan in gesprekken tussen overheden, organisaties en particulieren. De leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel zijn: 1. Duurzaamheid 2. Ruimtelijke kwaliteit 3. Sociale kwaliteit De provinciale hoofddoelen zijn in verschillende hoofdstukken opgenomen en vertaald in provinciale ambities. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden maar een schets van hoe de provincie de ambities wil realiseren. De regels behorend bij de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 2.2.2). Relatie met het voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling sluit aan op de beleidsambities van de provincie. Met de herinrichting van het station van Raalte wordt het infrastructuurknooppunt verbeterd, hierbij wordt het openbaar vervoer gestimuleerd (duurzaamheid) en wordt er een impuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit van het stationsgebied.
De ontwikkeling sluit aan op de omgevingsvisie van de provincie.
2.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er één van. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening Overijssel is sinds 1 mei 2017 van kracht en wordt net als de omgevingsvisie ieder jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie betreft die van 16 november 2022. De Omgevingsverordening Overijssel richt zich net zoals de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Overijssel. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. Ook bij voorliggend plan is rekening gehouden met de diverse beleidsonderwerpen waarvoor regels zijn opgesteld in de omgevingsverordening en die van toepassing zijn op onderhavige locatie, zoals overstroombare gebieden
19
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
en Nationaal landschap IJsseldelta. Op plaatsen waar de herinrichting van het stationsgebied conflicteert met provinciale waarden uit de omgevingsverordening. worden door ProRail passende maatregelen genomen zodat aantasting van de waarden wordt vermeden. Hieronder wordt ingegaan op de specifieke waarden die gelden binnen het plangebied en die mogelijk betrekking hebben op het voornemen. Landschap: Beekdalen en natte laagtes De voorgenomen ontwikkeling ligt grotendeels in een gebied met een dekzandvlakte en ruggen. Daarbij ligt het gebied ook in een zandgebied. Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. De ambitie van de provincie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water en indien het bestaande (agrarisch) gebruik dat toelaat natuurlijke dynamiek. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de beekdalen en natte laagtes.
De herinrichting van het stationsgebied vindt plaats in stedelijk gebied waardoor de waardes van beekdalen en natte laagtes niet worden aangetast. Binnen de herinrichting zal een watergang worden verplaatst en een wadi worden gecreëerd. Op deze manier is er aandacht besteed aan oppervlaktewater. Meer informatie over hoe omgegaan wordt met oppervlakte- en grondwater is te vinden in paragraaf 3.4. Landschap: oude hoevenlandschap De voorgenomen ontwikkeling ligt voor een gedeelte binnen het landschap 'oude hoevenlandschap'. Het landschap wordt gekenmerkt door verspreide erven. De verspreide erven zijn ontstaan doordat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zochten (die ze vonden bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen). Vanwege de kleinschaligheid van het hoevenlandschap is dit landschapstype gevoeliger voor verandering dan bijvoorbeeld het essenlandschap. De ambitie van de provincie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. De essen krijgen daarbij een beschermde bestemmingsregeling, gericht op de instandhouding van de karakteristieke openheid, de bodemkwaliteit en het reliëf. Bij de herinrichting van het stationsgebied zal rekening moeten worden gehouden met het oude hoevenlandschap.
Een nadere toelichting wordt gegeven in paragraaf 3.11 over landschap. Artikel 4.6.4 - drinkwatervoorziening en waterbescherming Onderhavige locatie is binnen de omgevingsverordening aangewezen als vergunningsplicht reservering Salland Diep. Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met mogelijk de boringsvrije zone van het Salland Diep, omdat er geen diepte boringen plaatsvinden. De drinkwatervoorziening en waterbescherming vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
20
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Figuur 10: drinkwatervoorziening en waterbescherming
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040
De Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 is vastgesteld op 26 november 2020. De omgevingsvisie geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van Raalte. De wettelijke basis voor de omgevingsvisie is de Wet ruimtelijke ordening totdat de nieuwe Omgevingswet in werking treedt. De gemeente heeft drie kernopgaven opgesteld zodat er sturing gegeven kan worden aan de ontwikkelingsrichting voor de verschillende geografische samenhangende gebiedsdelen: Het buitengebied De gemeente Raalte streeft ernaar om het groene en agrarische karakter van het buitengebied verder te ontwikkelen en waar nodig te beschermen. In de toekomst moet het buitengebied een divers en modern productie- en werklandschap worden met toekomstbestendige landbouw. Om dit te bereiken zijn er verschillende technologische innovaties nodig. Enerzijds zal er meer geïnvesteerd worden in innovaties waarbij robotisering, ICT en technologie centraal staan. Anderzijds zal er ruimte blijven bestaan voor meer kleinschalige productie en natuurinclusieve landbouw, zodat de bodemkwaliteit verbeterd wordt en de stikstofdepositie wordt teruggedrongen. De gemeente Raalte is er tevens van bewust dat de energietransitie voor een groot deel in het buitengebied zal landen, wat een belangrijke transformator van het landelijke gebied vormt. Toekomstbestendigewijken en dorpen Een duurzame samenleving is belangrijk.
De gemeente Raalte is van mening dat een duurzame samenleving voorziet op de toekomstbestendigheid van de dorpen en wijken, die gekenmerkt worden door kernwoorden als energieneutraal, klimaatadaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig. De gemeente Raalte ziet erop toe dat er een transformatie plaatsvindt. Zo vinden nieuwbouw en herinrichting plaats binnen bestaand bebouwd gebied, waarbij ook gekeken wordt naar nieuwe vormen van collectieve woonconcepten. Tevens dienen er voldoende ontmoetingsplekken ontwikkeld te worden in de dorpen en dienen voorzieningen goed bereikbaar te zijn. De bereikbaarheid van voorzieningen dient
21
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
voor elke inwoner toegankelijk te zijn. Om dat te bereiken dient het openbaar vervoer versterkt te worden. Identiteit en regio De gemeente Raalte wordt gezien als het hart van Salland en een kruispunt in de regio. Daarnaast grenst de gemeente Raalte aan economische kernen als Zwolle, Deventer en Twente. Het is voor de gemeente Raalte belangrijk om nog meer de samenwerking aan te gaan en zo te profiteren van deze economische kansen. Een optimale (digitale) bereikbaarheid - door middel van een robuuste hoofdinfrastructuur, stationsontwikkeling en nieuwe mobiliteitsconcepten - is daarom essentieel. De gemeente Raalte ziet op dit moment drie belangrijke elementen waarmee de bereikbaarheid verbeterd gaat worden: Robuuste hoofdinfrastructuur: Inzetten op versterking van de corridor Zwolle-Twente. Stationsontwikkeling: een verbetering van de snelle treinverbinding naar Zwolle en in mindere mate naar Twente. Daarbij dienen stationsgebieden versterkt te worden door voldoende P+R-faciliteiten. Nieuwe mobiliteitsconcepten: het ontstaan van nieuwe kansen voor de bereikbaar en een verduurzaming van de gemeente, doormiddel van bijvoorbeeld mobiele diensten op het gebied van autodelen. Relatie met het voorliggend plan De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de derde kernopgave, identiteit en regio.
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de optimalisatie van de bereikbaarheid en draagt specifiek bij aan de daarbij gewenste stationsontwikkeling. Met de voorgenomen ontwikkeling zal het nog aantrekkelijker worden om met de trein te reizen door het voor- en natransport beter te regelen. Ook het stationsgebied wordt versterkt door te zorgen voor voldoende P+R faciliteiten en het toevoegen van andere functies. De verbetering van het station Raalte met aanvulling van nieuwe parkeergelegenheden voor auto's en fietsen en betere bereikbaarheid voor de bussen draagt bij aan de ontwikkelrichting en daarmee de omgevingsvisie van de gemeente Raalte.
22
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Hoofdstuk 3
3.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Natuur
Door de voorgenomen ingreep is mogelijk sprake van negatieve effecten op beschermde soorten of beschermde gebieden, zoals Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna Wnb) en/of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS). Om deze reden is een Natuurtoets uitgevoerd om eventuele negatieve effecten op beschermde soorten en gebieden en benodigde vervolgstappen in beeld te brengen, zie Bijlage 1. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen tijdelijke effecten (gedurende de aanlegfase) en permanente effecten (na gebruiksfase). 3.1.1
Gebiedsbescherming
3.1.1.1 Natura 2000 Het projectgebied ligt ten noordwesten van Natura 2000-gebied 'Boetelerveld' (3,5 km), zie figuur 11. Door de afstand van enkele kilometers tot de Natura 2000-gebieden is er geen sprake van directe effecten zoals verstoring door geluid, trillingen, fysieke aanwezigheid of een andere verstoring. Wel is er mogelijk sprake van een indirect effect door een toename van stikstofdepositie door de inzet van materieel in de aanlegfase of toenemende verkeersbewegingen in de gebruikersfase. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling (zie Bijlage 2).
Figuur 11: Ligging van het projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebieden
Stikstofdepositieberekening Op 26 januari 2023 is er voor de voorgenomen herinrichting van het station Raalte een stikstofdepositieberekening uitgevoerd (zie Bijlage 2). Omdat de aanpassingen aan de stations Heino en Raalte onderdeel zijn van het grotere project 'Verbetermaatregelen Zwolle-Enschede', is één berekening
23
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
uitgevoerd waarin alle werkzaamheden rond de stations zijn opgenomen. Voor de berekening is de AERIUS Calculator (versie 2022) gebruikt. De Aerius-Calculator is een rekenprogramma om de verspreiding van stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen per hectare terechtkomt (depositie). In de berekening is de depositie voor zowel de realisatie- als gebruiksfase inzichtelijk gemaakt. Wettelijk kader Bevoegd gezag De minister is bevoegd op grond van artikel 1.3, lid 1, sub a, onder 1º Besluit natuurbescherming aangezien deze ontwikkeling een voorziening is ten behoeve van het hoofdspoorweg. Op grond van artikel 1.1 Wet natuurbescherming wordt onder “Onze minister” de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verstaan. Toetsing In de handreiking voortoets staat dat als het gaat om tijdelijke depositie - op een (naderend) overbelast stikstofgevoelig habitat - ten gevolge van de inzet van materieel ten behoeve van de aanlegfase, van ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar, gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan mag bedragen. Dat betekent dat de totale stikstofvracht als gevolg van het project nooit meer dan 0,1 mol stikstof per hectare kan bedragen gedurende de looptijd van het project.
Met 'equivalent' wordt bedoeld dat het project ook bijvoorbeeld 0,03 mol/ha/j gedurende 3 jaar of 0,1 mol/ha/j gedurende 1 jaar mag veroorzaken. In alle andere gevallen ligt een Passende Beoordeling voor de hand. Met andere woorden, volgens de handreiking zijn in die gevallen dus geen significante effecten te verwachten. Als op basis van een voortoets significante effecten uit kunt sluiten, hoeft het project niet te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag aangezien er geen grond is voor een Wnb-vergunning. Berekening Uitgangspunten voor de realisatiefase zijn: De gehele herinrichting is in een keer gemodelleerd, aangezien er geen meerdere bouwjaren zijn. Hierdoor wordt de depositie als totaal benaderd en geldt deze voor de gehele bouwperiode. Hierdoor zijn er voor verkeersbronnen hoge emissiefactoren aangehouden. In de AERIUS-calculatie is 2023 gehanteerd als rekenjaar. Uitgangspunten voor de gebruiksfase gebruiksfase zijn: In de gebruiksfase zal het station een lichte verkeersaantrekkelijke werking hebben op de wegen rond de stations. Resultaten Uit de resultaten van de depositieberekening wordt geconcludeerd dat er in de realisatiefase een toename van 0,03 mol/ha optreedt.
Deze toename is berekend op onderstaande Natura 2000-gebieden: Boetelerveld (0,03 mol/ha) Vecht- en Beneden-Reggegebied (0,02 mol/ha) Veluwe (0,01 mol/ha) Sallandse Heuvelrug (0,01 mol/ha) Rijntakken (0,01 mol/ha) Wierdense Veld (0,01 mol/ha) Aangezien dit tijdelijke effecten betreffen, kan hierbij verwezen worden naar de 'Handreiking Voortoets Stikstof' (BIJ12, februari 2021), waarin een tijdelijke toename vanwege mobiele werktuigen is toegestaan van 0,05 mol/ha in 2 jaar (dus 0,1 mol/ha in 1 jaar). Hiermee voldoet de realisatiefase van voorgenomen
24
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
ontwikkeling aan de Handreiking Voortoets Stikstof. Voor de gebruiksfase van de nieuwe P&R terreinen van de stations bedraagt de stikstofdepositie vanwege de projectbijdrage 0,00 mol/ha per jaar. Hiermee is dus geen sprake van een toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect stikstof levert daarmee geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Significante negatieve op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, waarmee er geen vervolgstappen nodig zijn vanuit de Wnb.
3.1.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in of in de nabijheid van een NNN-gebied, hierdoor kunnen effecten op NNN worden uitgesloten.
3.1.2
Soortenbescherming
Voor het aspect soortbescherming zijn een bureauonderzoek en een veldbezoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Voor het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van vrij beschikbare informatie, zoals verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar. In het ecologische onderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied mogelijk de volgende beschermde soorten voorkomen: (Algemene) broedvogels Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Amfibieën Mogelijke effecten op de soorten kunnen niet worden uitgesloten. Binnen de provincie Overijssel geldt een vrijstelling voor algemeen voorkomende soorten, zoals grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Deze soorten zijn daarom niet meegenomen in het verdere onderzoek. Echter geldt voor deze soorten wel een zorgplicht. Door het toepassen van mitigerende maatregelen kunnen effecten op (algemene) broedvogels en vleermuizen worden voorkomen. Hieronder wordt per soort aangegeven welke maatregelen noodzakelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen. Door opvolging te geven aan deze maatregelen wordt ook een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voorkomen. (Algemene) broedvogels: Het plangebied heeft betekenis voor algemeen voorkomende broedvogels. Indien bomen en struiken gekapt en verwijderd worden, dient dit voorafgaand aan het broedseizoen plaats te vinden.
Het broedseizoen loopt van circa 15 maart t/m 15 juli. Indien de beoogde planning niet wordt behaald en werkzaamheden in het broedseizoen doorlopen dient er voorafgaand een controle op nesten te worden uitgevoerd. Indien er actieve nesten aangetroffen worden, worden werkzaamheden gestaakt en na het broedseizoen hervat. Indien werkzaamheden in het broedseizoen starten dient het plangebied voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden zodat vogels niet te broeden komen in het plangebied. Dit betekent het verwijderen van struiken en bomen. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden dient een ecoloog te controleren of er geen vogels broeden in het plangebied. Deze maatregelen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Vleermuizen: Het voorkomen van verblijfplaatsen in het plangebied is uitgesloten. Wel heeft het plangebied mogelijk betekenis als vliegroute. Voor vleermuizen is het van belang dat er geen gebruik gemaakt wordt van verlichting in de periode maart t/m november, tussen zonsopkomst en zonsondergang.
25
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Indien dit niet mogelijk is, is het belangrijk dat verlichting richting bosschages voorkomen wordt, er vleermuisvriendelijke verlichting gebruikt wordt en het verlichtingsplan wordt goedgekeurd door een ecoloog. De Wnb kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. Werk bij het snoeien/maaien één richting op en maai richting de westkant van het plangebied. Op deze manier kunnen soorten fauna vluchten richting het gebied waar niet gewerkt wordt. Conclusie Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten optreden op algemene broedvogels, vleermuizen, Grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Binnen de provincie Overijssel geldt een vrijstelling voor algemeen voorkomende soorten, voor grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Voor deze soorten zijn geen vervolgstappen nodig, wel geldt voor deze soorten nog de zorgplicht. De mogelijk negatieve effecten op algemene) broedvogels en vleermuizen kunnen worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (zoals hierboven genoemd).
Door opvolging te geven aan deze maatregelen is er geen sprake van een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming.
3.1.3
Bescherming houtopstanden
Rondom station Raalte ligt een groene zone van bomen. Navraag bij de gemeente Raalte heeft uitgewezen dat deze hele omgeving een beschermde groenstructuur is en daardoor de hoogste beleidsstatus heeft. Binnen het projectgebied zijn 88 bomen en 14 (bos)plantsoenvlakken geïnventariseerd. Om de herinrichting van het stationsgebied mogelijk te maken dienen er bomen gekapt te worden (zie figuur 12). Door Bomenwacht Nederland is een inventarisatie (zie Bijlage 3) en taxatie opgesteld voor de te kappen bomen .
26
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Figuur 12: Weergave van te kappen bomen en nieuw te planten bomen.
Op basis van de inventarisatie kan geconcludeerd worden dat de meeste bomen terecht een beschermde status hebben. Het overgrote deel van deze bomen heeft daarbij een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Voor de bomen binnen de gemeente Raalte geldt dat gemeentelijke bomen vergunningsplichtig zijn vanaf een stamdiameter van 35 cm. Dit is bij 135 van de 149 onderzochte bomen in hele gemeente Raalte het geval. De bosplantsoenstrook aan de noordzijde van station Raalte (zie figuur 13) is eveneens vergunningsplichtig, omdat dit een beschermde structuur betreft.
27
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Figuur 13: Bosplantsoenstrook aan de noordzijde van station Raalte (bron: gemeenteraalte.maps.arcgis.com), turquoise gearceerd
Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling dienen er bomen gekapt te worden (zie figuur 12) en wordt een deel van de bosplantsoenstrook (zie figuur 13) gerooid. Voor deze activiteiten zal een kapvergunning aangevraagd worden, hierbij zal ook worden ingegaan op de fysieke en financiële compensatie. Door de aanvraag van de kapvergunning worden de waarden van de bomen voldoende geborgd en zal binnen deze procedure afspraken worden gemaakt over compensatie. In het ontwerp van het stationsgebied is rekening gehouden met de aanplant van dertig nieuwe bomen. Voor iedere boom die gekapt wordt, worden twee nieuwe bomen aangeplant. Voor de nieuwe groene invulling zal onder andere de bestaande groenstrook, met struinpad, langs de Ceintuurbaan (richting het oosten) worden versterkt.
3.2
Archeologie
Voor deze locatie gelden geen verplichtingen op basis van het onderliggende bestemmingsplan. Het projectgebied is niet aangewezen als mogelijk archeologisch waardevol. Er is geen dubbelbestemming archeologie aanwezig. Er geldt dan ook geen verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Te allen tijde dient er wel rekening gehouden te worden met archeologische toevalsvondsten. Het aspect archeologie levert geen belemmeringen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
3.3
Bodem
Bij de herinrichting van het stationsgebied Raalte zullen er significante grondroerende graafwerkzaamheden plaatsvinden aan en rondom het spoor en het emplacement. Het is daarom van belang dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit inzichtelijk wordt gemaakt. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in opdracht van ProRail door BK Ingenieurs een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740 (zie Bijlage 4). Voor het onderzoek zijn verschillende boringen uitgevoerd.
28
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Resultaten Bodemkwaliteit Ter plaatse van de deellocaties worden in de geanalyseerde mengmonsters van de boven- en ondergrond geen tot maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. Ter plaatse van deellocatie R1 (zie tabel 1) werd in mengmonsters R1-MM10 (zie ook Bijlage 4) een sterk verhoogd gehalte PAK en matig verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. Dit monster is uitgesplitst en geanalyseerd op PAK en minerale olie. Hieruit volgt dat PAK en minerale olie enkel licht verhoogd aanwezig is in boring R1.005 van 0,5 tot 1,0 m -mv. Ter plaatse van deellocatie R5 (zie tabel 1) werd in mengmonster R5-MM8 een matig verhoogd gehalte PAK aangetoond en in mengmonster R5-MM10 een sterk verhoogd gehalte nikkel. Deze mengmonsters zijn uitgesplitst op de verdachte parameters. Nikkel werd niet meer aangetoond in de individuele monsters. PAK werd enkel in boring R5.008 matig verhoogd aangetoond op het traject van 0,6 tot 1,0 m -mv. Er is geen correlatie tussen de in de grond aanwezige bodemvreemde bijmenging en de aangetoond verhoogde gehalten. Ter plaatse van het weiland ten noorden van emplacement Raalte wordt PFOS verhoogd aangetoond in boringen R1.006, R4.002, R4.004, R4.005, R4.006 en R4.007. In de overige op PFAS geanalyseerde mengmonsters wordt PFAS niet verhoogd aangetoond boven de landelijke achtergrondwaarde.
Het in deellocatie R3A aanwezige porfiermateriaal is toepasbaar als niet vormgegeven bouwstof. Hergebruiksmogelijkheden grond De boven- en ondergrond ter plaatse van de deellocaties R1 (ten noorden van het spoor) tot en met R4 is altijd toepasbaar (lokaal indicatief klasse 'Wonen') op basis van de parameters uit het standaardpakket grond. Ter plaatse van deellocatie R1 (ten zuiden van het spoor) en R5 is voldoet de grond aan klasse 'Wonen' of 'Industrie' of is de grond 'altijd toepasbaar'. Ten aanzien van PFAS voldoet de grond aan klasse 'Landbouw/natuur' met uitzondering van het weiland ten noorden van emplacement Raalte. In het weiland voldoet de grond op basis van PFOS aan klasse 'Wonen' (klei) of is de grond niet toepasbaar. Asbest Er is zowel op het maaiveld als in de contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) visueel geen asbest aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van asbest-in-grond heeft derhalve niet plaatsgevonden. Grondwater In het grondwater wordt over het maximaal licht verhoogde concentraties zware metalen (hoofdzakelijk barium) aangetoond. De herkomst van de licht verhoogde concentraties is onbekend. Waarschijnlijk betreft het van nature verhoogde achtergrondconcentraties. Conclusie In onderstaande tabel zijn de resultaten en conclusies weergegeven van het uitgevoerde bodemonderzoek.
29
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Tabel 1: samenvatting resultaten deellocaties
Binnen het plangebied van de herinrichting van het stationsgebied Raalte is sprake van een bekend geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK (Wbb geval 1) waarbij nazorg van toepassing is en gebruiksbeperkingen gelden (in stand houden afdekkingen). In voorliggend onderzoek is aanvullend onderzoek naar deze PAK verontreiniging uitgevoerd en zijn maximaal matig verhoogde gehalten PAK aangetoond. De sterke verontreinigingen zijn niet aangetoond in dit bodemonderzoek. Vermoede-lijk is sprake van overwegend licht tot matig verhoogde gehalten PAK ter plaatse van Wbb-geval 1 met incidenteel een sterk verhoogd gehalte PAK. Gemiddeld wordt de interventiewaarde niet overschreden. Voorafgaand aan de werkzaamheden in de verontreinigde grond dient voor begin van de werkzaamheden een goedgekeurde BUS-melding of (deel)saneringsplan beschikbaar te zijn. De melding of het plan dient te worden ingediend bij en goedgekeurd door het bevoegde gezag. Om dit te borgen is een voorwaardelijke verplichting bodemsanering opgenomen in de regels, zie artikel 7.2 Voorwaardelijke verplichting bodemsanering
3.4
Water
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen is door Arcadis een Watertoets uitgevoerd in het kader van de Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening, zie Bijlage 5. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. Het beschrijft de waterhuishoudkundige ontwerpuitgangspunten voortkomend uit het vigerend waterbeleid en de mogelijkheden die ontstaan door de aanwezige geohydrologische gebiedskenmerken.
3.4.1
Grondwater
Uit de MIPWA (grondwatermodel voor Noordoost Nederland) blijkt dat de GHG binnen het plangebied ligt tussen circa 0,7 m-mv aan de noordkant van het spoor en circa 3,4 m-mv ter plaatse van de spoorlijn zelf. Aan de zuidkant ligt de GHG op circa 1,2 m-mv. De GLG ligt circa 0,5m lager dan de GHG.
30
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
3.4.2
Oppervlaktewater
In figuur 14 is te zien dat het plangebied in een beschermingszone oppervlaktewater ligt. Watergang SW.55.98 is een primaire watergang in beheer van het waterschap. Deze watergang loopt door het projectgebied in westelijke richting. Deze watergang loopt direct langs de noordzijde van de spoorlijn en heeft derhalve een ontwaterende functie voor het spoor. Ten oosten van het station ligt een inlaatduiker die tijdens lange droge perioden vers water vanaf het Overijsselsch kanaal het gebied inlaat. Het waterschap geeft aan dat watergang SW.55.98 cruciaal is. Dit met name omdat de benedenstrooms gelegen landbouwgebieden via deze watergang worden voorzien van water tijdens droge perioden. Langs de watergangen loopt een onderhoudspad 5 m breed. Net ten oosten van het gebied bevindt zich een bodemval. Bovenstrooms van deze bodemval (peilgebied 540) ligt het rustwaterpeil NAP +3,30m. Benedenstrooms van de bodemval (peilgebied 612), waaronder het plangebied, ligt het rustwaterpeil op NAP +3,00m. Dit waterpeil wordt bepaald door Stuw SW.55.98-S1 gelegen in de Hondemotswetering. Het waterschap heeft aangegeven dat de duiker Ø 500 mm onder het spoor door, net benedenstrooms van het station, gevoelig is voor verstopping. De bovenstroomse kant van deze duiker wordt in verband met verstopping een aantal keer per jaar gereinigd.
Ten noorden van het plangebied ligt een retentie van de gemeente, aangeduid met SW.55.174 in figuur 10. Een overstort van het VGS-riool Oude Linderteseweg loost op de noordkant van deze retentie. De retentie voert af via een duiker Ø315mm naar watergang SW.55.98.
Figuur 14: oppervlaktewater in en rondom het plangebied
3.4.3
Riolering
In de Ceintuurbaan is de hoofdrijbaan aangesloten op het gemengde riool. In de parallelrijbaan ligt naast het gemengde riool ook een hemelwaterriool. Ten noorden van het spoor ligt een transportleiding van het waterschap buiten het projectgebied.
31
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
3.4.4
Ontwerpuitgangspunten
Door de Gemeente Raalte, Waterschap Drents Overijsselse Delta en ProRail zijn (ontwerp-)uitgangspunten opgesteld. In algemene zin zijn de volgende (ontwerp-)uitgangspunten gehanteerd: De minimale ontwateringsdiepte voor wegen is 0,8 meter en voor wadi's 0,5 meter. Ondergrondse infiltratievoorzieningen dienen boven de GHG gelegd te worden. De onderwateringsdiepte, ter plaatse van het hart van het spoor, dient minimaal 1 meter te bedragen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden (het overkluizen van watergang SW.55.98) dient de ontwatering van de spoorlijn gewaarborgd te worden. Iedere zijde van het spoor dient zijn eigen water te verwerken. Het hemelwater binnen het plangebied mag niet afgevoerd worden naar het openbare riool. Het watersysteem mag maximaal 1,6/l/s/ha water afvoeren. Ten tijde van een maximale bui, 111 mm in 48 uur, mag er geen water in de woningen komen en dienen belangrijke ontsluitingswegen vrij van water te blijven. Er dient een infiltratievoorziening aangelegd te worden met een minimale berging van 80 mm voor de toename in verhard oppervlak, die binnen tevens binnen 25 uur weer beschikbaar moet zijn voor de volgende bui. Dit is een maatregel waarmee het hemelwater het grondwater op peil houdt en/of aanvult.