Ontwerp bestemmingsplan station Raalte - toelichting, regels, bijlagen
Tekst van het document
Categorieën De wet onderscheidt drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • • •
Soorten Vogelrichtlijn, ook wel Vogelrichtlijnsoorten genoemd (Wnb §3.1) Soorten Habitatrichtlijn, ook wel Habitatrichtlijnsoorten genoemd (Wnb §3.2) Andere soorten (Wnb §3.3)
Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd (artikel 3.1 lid 1). Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen alle in het wild levende dieren zoals genoemd in (artikel 3.5 lid 1): • bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, • bijlage II bij het Verdrag van Bern of; • bijlage I bij het Verdrag van Bonn; en (in hun natuurlijke verspreidingsgebied) planten van soorten, genoemd in (artikel 3.5, lid 5): • bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; • bijlage I bij het Verdrag van Bern. Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat echter in de Wnb §3.2 “soorten Habitatrichtlijn” als titel heeft, wordt dit ook hier zo gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming.
Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen op de bijlage bij de wet (artikel 3.10, lid 1 onder a en c). 22
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Verbodsbepalingen Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om (artikel 3.1): • •
in het wild levende vogels te doden of te vangen (lid 1). opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (lid 2). • eieren te rapen en deze onder zich te hebben (lid 3). • opzettelijk te storen (lid 4), tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (lid 5). Voor Habitatrichtlijnsoorten is het verboden om (artikel 3.5): • • • • •
in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen (lid 1). opzettelijk te verstoren (lid 2). eieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen (lid 3). de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen (lid 4). planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (lid 5). Voor Andere soorten is het verboden om (artikel 3.10, lid 1): • • •
in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen (onderdeel a); de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen (onderdeel b). vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (onderdeel c).
Hierboven is voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten aangegeven dat verstoring niet is toegestaan. Niet iedere verstoring in het kader van de wet is relevant is. Het moet gaan om verstoring die voor soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Een tijdelijke verandering van gedrag valt hier niet zonder meer over. Zie voor meer informatie het volgende tekstkader. Juridisch kader verstoring beschermde soorten Niet iedere toename van verstoringsbronnen leidt tot een daadwerkelijk effect dat in het kader van de wet is voorzien als verstoring. Voor een individu dat sprake is van opzettelijke verstoring als niet in de directe omgeving (tijdelijk) uitwijkmogelijkheden voor handen zijn en de functionaliteit van het leefgebied door verstoring wordt aangetast. Dit si verschillende keren bevestigd door de Raad van State. Hieronder staan twee delen van uitspraken waarin dit bevestigd is: ECLI:NL:RVS:2009:BI3701: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr.
200607283/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van de Ffw.” ECLI:NL:RVS:2020:1125: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM8836), geldt bij de uitleg van artikel 10 van de Flora- en faunawet als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling. Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek kan niet worden aangemerkt als opzettelijke verontrusting in de zin van deze bepaling. De Afdeling volgt deze interpretatie eveneens ten aanzien van het in het vierde lid van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb neergelegde verbod van opzettelijke storing.”
Gedragscodes, vrijstellingen en ontheffingen Gedragscode
23
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
De in het voorgaande beschreven verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd volgens een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode (artikel 3.31, lid 1). Het moet dan gaan om handelingen die plaatsvinden in het kader van: a. een bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; b. een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; c. een bestendig gebruik; d. ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling Provinciale staten en de minister van LNV kunnen vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen (artikel 3.3, lid 2-4; artikel 3.8, lid 2-5; artikel 3.10, lid 2). Voor zover het gaat om de hiervoor beschreven verbodsbepalingen, kan in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting een ontheffing worden verleend van de verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 en 3.10, dus ten aanzien van alle beschermde soorten. Een vrijstelling mag alleen worden verleend wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze zijn gelijk aan de voorwaarden waaronder een ontheffing verleend kan worden (zie hier onder). Voor welke soorten een vrijstelling geldt, verschilt per bevoegd gezag (ministerie van LNV en de afzonderlijke provincies).
De lijst met vrijgestelde soorten van het ministerie is alleen van toepassing op handelingen waarvoor de minister van EZ het gevoegd gezag is. Voor handelingen waarvoor gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn, geldt de vrijstellingslijst van de betreffende provincie. De provincie Overijssel heeft een vrijstelling verleend voor de volgende soorten: Zoogdieren • • • • • • • • • •
Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Gewone bosspitsmuis Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis
• • • •
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
Amfibieën • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker
Ontheffing Voor soorten waarvoor (in de betreffende provincie) geen vrijstelling geldt, moet wanneer niet volgens een gedragscode wordt gewerkt een ontheffing worden aangevraagd wanneer er een handeling wordt uitgevoerd waardoor een verbodsbepalingen van artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wnb wordt overtreden (artikel 3.3 lid 1 en 3; artikel 3.8 lid 1 en 3; artikel 3.10 lid 2). Of deze ontheffing kan worden verleend, hangt af of voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan, verschillen per beschermingscategorie: Voor Vogelrichtlijnsoorten moet voor een ontheffing worden voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 3.3, lid 4): • •
24
er bestaat geen andere bevredigende oplossing (onderdeel a). het project is nodig (onderdeel b): – 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; – 2°. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; – 3°. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; – 4°. ter bescherming van flora of fauna; – 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, of – 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
•
de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (onderdeel c).
Voor Habitatrichtlijnsoorten moet voor een ontheffing worden voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 3.7, lid 5): • •
•
er bestaat geen andere bevredigende oplossing (onderdeel a). het project is nodig (onderdeel b): – 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; – 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; – 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; – 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of – 5°.
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (onderdeel c).
Voor Andere soorten geldt in aanvulling op alle voorwaarden voor Habitatrichtlijnsoorten ook dat het project nodig is voor één of meerder van de aanvullende wettelijke belangen (artikel 3.10, lid 2): • • • • • • • • •
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde (onderdeel a). ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen (onderdeel b). ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden (onderdeel c). ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren (onderdeel d). in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw (onderdeel e). in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer (onderdeel f). in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied (onderdeel g). in het algemeen belang (onderdeel h). bestendig gebruik (onderdeel i).
Geen andere bevredigende oplossing betekent -ook in combinatie met de in artikel 1.11 beschreven zorgplicht- dat wanneer een overtreding redelijkerwijs te voorkomen is, en ontheffing niet mogelijk is. De werkzaamheden moeten dan op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er geen overtreding van de wet plaatsvindt. Te denken valt aan het kappen van bomen buiten het broedseizoen, of het afzetten van en het wegvangen van soorten in het werkgebied.
25
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Bijlage B Impressie locaties Overgang Rozendael
26
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Station Heino
27
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Station Raalte (stationsgebied)
Station Wierden west (wissel splitsing)
28
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Station Wierden oost (geluidsscherm)
29
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Colofon VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING R-562500 VERBETERMAATREGELEN ZWOLLE - ENSCHEDE
KLANT ProRail AUTEUR Annabet Galema DATUM 6 mei 2022 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
Arjen Goutbeek Projectleider & Senior Adviseur Natuur
30
Datum: 6 mei 2022
VZE-ECO-RAP-001 - QUICKSCAN NATUURWETGEVING
Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van €3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. Postbus 63 9400 AB Assen Nederland T +31 (0)88 4261 261
Arcadis. Improving quality of life
Volg ons op 31
Datum: 6 mei 2022
arcadis-nederland
arcadis_nl
ArcadisNetherlands
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Bijlage 2 AERIUS-berekening
76
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Werkzaamheden stations Heino en Raalte - Beoogd
Resultaten
Werkzaamheden stations Heino en Raalte - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
ProRail , Zwolle-Enschede, stationsaanpassingen Heino en Raalte Verbetermaatregelen Zwolle-Enschede - Werkzaamheden aan stations Heino en Raalte RVRoVDGvdJq1 26 januari 2023, 17:05 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2023
0,03 mol/ha/j 3.675,91 ha 0,00 ha 0,03 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j
13,9 kg/j 5413816
926,4 kg/j
Boetelerveld
2/10
Projectberekening
Werkzaamheden stations Heino en Raalte (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden stationsomgeving Raalte 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden spoor en perrons Raalte 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden Stationsomgeving Heino 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden wandelbuis Heino 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Werkzaamheden spoor en perron Heino Verkeersnetwerk
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
7,2 kg/j 458,7 kg/j 2,0 kg/j 165,4 kg/j 1,5 kg/j 49,8 kg/j 0,5 kg/j 82,3 kg/j 2,4 kg/j 160,7 kg/j 0,2 kg/j 9,5 kg/j
3/10
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
4/10
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Werkzaamheden stations Heino en Raalte" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
3.675,91
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Boetelerveld (41) Vecht- en BenedenReggegebied (39) Veluwe (57) Sallandse Heuvelrug (42) Rijntakken (38) Wierdense Veld (43)
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
50,87
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
2.644,32
3.675,91
0,03
2.287,69
50,87
0,03
493,91
2.475,09
493,91
2.377,35 688,74
2.583,25 2.644,32
54,60 10,44
2.232,93 2.164,95
0,00
0,00
0,00
0,00
0,02
0,00
0,00
2.377,35 688,74
0,01 0,01
0,00 0,00
0,00 0,00
54,60 10,44
0,01 0,01
0,00 0,00
0,00 0,00
5/10
Projectberekening
Werkzaamheden stations Heino en Raalte, Rekenjaar 2023 1
Naam
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Locatie Oppervlakte Naam
Werkzaamheden stationsomgeving Raalte X:215593,33 Y:489678,19 2,41 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: 8153 l/j <56 kW nee Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja
26446 l/j
Werktuigen StageIIIA, 75-560kW
753 l/j
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
4392 u/j
NOₓ 185,0 kg/j NH₃ 61,1 g/j 1352 u/j 1587 l/j NOₓ 149,5 kg/j NH₃ 6,3 kg/j 20 u/j NOₓ 11,4 kg/j NH₃ 5,6 g/j 564 u/j NOₓ 112,8 kg/j NH₃ 0,8 kg/j
Zware Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan utiliteitsvoertuigen 6L cilinderinhoud) op diesel 2
Naam
458,7 kg/j 7,2 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Locatie Oppervlakte Naam
Werkzaamheden spoor en perrons Raalte X:215615,05 Y:489695,56 0,90 ha Stageklasse
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, <56 kW SCR: nee
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
991 l/j
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja
8037 l/j
Werktuigen StageIIIA, 75-560kW
1205 l/j
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
Zware Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan Utiliteitsvoertuigen 6L cilinderinhoud) op diesel Werktuigen Stage-I, Stage-I, <= 2001, >= 560 kW, diesel, >560 kW SCR: nee
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
165,4 kg/j 2,0 kg/j
2452 l/j
484 u/j
NOₓ
22,2 kg/j NH₃ 7,4 g/j 760 u/j 482 l/j NOₓ 47,3 kg/j NH₃ 1,9 kg/j 32 u/j NOₓ 18,2 kg/j NH₃ 9,0 g/j 20 u/j NOₓ 4,0 kg/j NH₃ 29,4 g/j 20 u/j NOₓ 73,7 kg/j NH₃ 18,4 g/j 6/10
Projectberekening
3
Naam
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Locatie Oppervlakte Naam
Werkzaamheden Stationsomgeving Heino X:211770,45 Y:493567,1 1,38 ha Stageklasse
NOₓ NH₃
49,8 kg/j 1,5 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
Werktuigen Stage-V, <56 kW
Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, 634 l/j SCR: nee
224 u/j
Werktuigen Stage-V, 75-560kW
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
348 u/j 379 l/j
4
Naam Locatie Lengte
6322 l/j
NOₓ
13,8 kg/j NH₃ 4,8 g/j NOₓ 36,0 kg/j NH₃ 1,5 kg/j
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
Werkzaamheden wandelbuis Heino X:211538,74 Y:493825,33 266,88 m Stageklasse
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, <56 kW SCR: nee
NOₓ NH₃
82,3 kg/j 0,5 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
1730 l/j
1052 u/j
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja
898 l/j
80 u/j
Werktuigen StageIIIA, 75-560kW
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
452 l/j
12 u/j
Zware utiliteitsvoertuigen
Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
152 u/j
NOₓ
54 l/j
39,9 kg/j NH₃ 13,0 g/j NOₓ 5,2 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 6,8 kg/j NH₃ 3,4 g/j NOₓ 30,4 kg/j NH₃ 0,2 kg/j
7/10
Projectberekening
5
Naam
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Locatie Oppervlakte Naam
Werkzaamheden spoor en perron Heino X:211731,08 Y:493617,74 0,61 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, <56 kW SCR: nee
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik
1107 l/j
Werktuigen Stage-V, Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, 75-560kW SCR: ja
9776 l/j
Werktuigen StageIIIA, 75-560kW
Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
904 l/j
Zware utiliteitsvoertuigen
Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel
Werktuigen Stage-I, Stage-I, <= 2001, >= 560 kW, diesel, >560 kW SCR: nee 6
1962 l/j
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bouwverkeer Heino, noordzijde X:211961,13 Y:493683,7 465,60 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
Max. snelheid
160,7 kg/j 2,4 kg/j
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
548 u/j
NOₓ
24,9 kg/j NH₃ 8,3 g/j 852 u/j 587 l/j NOₓ 56,8 kg/j NH₃ 2,3 kg/j 24 u/j NOₓ 13,7 kg/j NH₃ 6,8 g/j 32 u/j NOₓ 6,4 kg/j NH₃ 47,0 g/j 16 u/j NOₓ 58,9 kg/j NH₃ 14,7 g/j
Links Rechts NOₓ 0,6 kg/j Type scherm - NO₂ 0,2 kg/j Hoogte - NH₃ 15,5 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
493 p/jaar 0 p/jaar 337 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
8/10
Projectberekening
7
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Werkverkeer Heino, zuidzijde X:211781,21 Y:493418,59 296,94 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 8
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Werkverkeer station Raalte, noordzijde X:215858,66 Y:489640,91 945,95 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9
Max. snelheid
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Werkverkeer station Raalte, zuidzijde X:215048,48 Y:489500,33 1.340,92 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j Type scherm - NO₂ 0,1 kg/j Hoogte - NH₃ 9,9 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
493 p/jaar 0 p/jaar 337 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 3,5 kg/j Type scherm - NO₂ 1,0 kg/j Hoogte - NH₃ 87,0 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
1555 p/jaar 0 p/jaar 887 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ 4,9 kg/j Type scherm - NO₂ 1,4 kg/j Hoogte - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigen
1555 p/jaar 0 p/jaar 887 p/jaar 0 p/jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
9/10
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230126_290cbff6e8 Database versie 2022_290cbff6e8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RVRoVDGvdJq1 (26 januari 2023)
10/10
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Bijlage 3 Bomeninventarisatie
87
NOTITIE INVENTARISATIE LANDGOED ‘T ROZENDAEL, STATION HEINO-RAALTE-WIERDEN Aan
:
E. Buitink Arcadis Nederland B.V.
Van
:
L. van der Wal Bomenwacht Nederland
Datum
:
28 juli 2022
Projectcode
:
22277
INLEIDING In opdracht van Arcadis Nederland B.V., de heer E. Buitink, heeft Bomenwacht Nederland een bomeninventarisatie en taxatie uitgevoerd bij 156 bomen en 19 (bos)plantsoenvakken op de volgende locaties: • Landgoed ‘t Rozendael • Station Heino • Station Raalte • Station Wierden Aanleiding van deze inventarisatie en taxatie wordt gevormd door het voornemen werkzaamheden uit te voeren rondom het spoortraject Zwolle-Enschede. Na de presentatie van de plannen krijgen omwonenden de mogelijkheid om mee te denken over de plannen voor de stations. In de tweede helft van 2022 wil ProRail de plannen definitief maken. In 2023 start ProRail met de aanbesteding van het project. De werkzaamheden vinden naar verwachting in 2024 plaats. De 156 bomen en 19 (bos)plantsoenvlakken staan binnen het onderzoeksgebied en ondervinden mogelijk (negatieve) gevolgen van de uit te voeren werkzaamheden. Om de gevolgen van de diverse varianten op de omgeving in beeld te brengen, is het nodig dat er een inventarisatie van de aanwezige boombeplanting wordt uitgevoerd. De doelstelling van de basisinventarisatie is meerledig: • In kaart brengen van de algemene boomgegevens, de conditie, gebreken en de toekomstverwachting voor de bomen. • Bepalen van de boomwaarde (conform NVTB). L.
van der Wal, Adviseur Bomen en European Tree Technician bij Bomenwacht Nederland, heeft op 7, 8 en 11 juli 2022 het onderzoek uitgevoerd en vervolgens deze notitie opgesteld.
1 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
SITUATIE De onderzoeksbomen en (bos)plantsoenen staan op 4 verschillende locaties: • Station Heino • Station Raalte • Station Wierden • Landgoed ‘t Rozendael Station Heino Het huidige eilandperron op station Heino is te smal. Het station krijgt daarom een upgrade met twee nieuwe zijperrons en een aangepast P+R-terrein. De nieuwe perronopgangen schuiven naar het oosten in de richting van de overweg. De overweg bij het station wordt aangepast, zodat voetgangers aan de stationszijde van de overweg meer ruimte krijgen. Door deze aanpassing wordt het voor treinen mogelijk om het station veilig te passeren terwijl ze op snelheid blijven rijden. Zo kan worden gezorgd voor een kortere reistijd tussen Zwolle en Enschede (bron: prorail.nl). Rond het station staan oude (beuken)lanen waaraan de hoogste beleidsstatus is toegekend. Deze bomen genieten de hoogste bescherming. In totaal zijn binnen het projectgebied 38 bomen en 2 bosplantsoenvlakken geïnventariseerd.
Ontwerp van station Heino (bron: prorail.nl).
Station Raalte Station Raalte krijgt twee nieuwe zijperrons en nieuw meubilair. De toegang van het station en het vernieuwde busstation worden verschoven naar het westen. Zo wordt het mogelijk om de ongelijkvloers kruisende fiets- en voetgangersverbinding tussen Raalte Noord en Raalte Centrum te combineren. De ontsluiting van de twee nieuwe perrons wordt via hellingbanen en trappen gecombineerd met de fiets- en voetgangerstunnel onder het spoor. Het aansluitende deel van de fiets- en voetgangersverbinding, inclusief het ongelijkvloers kruisen van de N35, is onderdeel van het project Knooppunt Raalte.
2 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Er lopen momenteel 2 verkenningen waarin Raalte naar voren komt als potentiële woningbouwlocatie en station Raalte wordt gezien als een interessante mobiliteitshub in het kader van de bereikbaarheid van de regio Zwolle en Twente. Het nieuwe station is hierop voorbereid en partijen hebben uitgesproken dat zij zich zullen inspannen om de gebiedsontwikkeling van de strook tussen spoor en N35 vorm te geven (bron: prorail.nl). Rondom station Raalte ligt een groene zone van bomen. Navraag bij de gemeente Raalte heeft uitgewezen dat deze hele omgeving een beschermde groenstructuur is en daardoor de hoogste beleidsstatus heeft. Binnen het projectgebied zijn 88 bomen en 14 (bos)plantsoenvlakken geïnventariseerd.
Ontwerp van station Raalte (bron: prorail.nl).
Station Wierden Op station Wierden is ProRail voornemens om de wissels te saneren en te vervangen. Daarmee kunnen de treinen sneller het station binnenrijden. Hier vallen 7 bomen binnen het projectgebied. Dit zijn eiken van 70 tot 100 jaar oud. Deze bomen hebben volgens de verkregen informatie van de gemeente Wierden geen beschermde status en vallen zelfs niet onder de kapverordening.
Projectlocatie van station Wierden (bron: uitvoeringsbestand Bomenwacht).
3 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Landgoed ‘t Rozendael ProRail is voornemens om hier, in plaats van de (onbewaakte) overweg, een fietstunnel te realiseren. Hierdoor dient ook een nieuwe ontsluitingsweg te worden gemaakt ten noorden van het spoor. Landgoed ‘t Rozendael is groen erfgoed en heeft daarom een beschermde status. Hier vallen 23 zomereiken en 1 bosplantsoenvlak binnen het projectgebied.
Projectlocatie van station Wierden (bron: uitvoeringsbestand Bomenwacht).
RESULTATEN Op basis van de inventarisatie kan geconcludeerd worden dat de meeste bomen terecht een beschermde status hebben. Het overgrote deel van deze bomen heeft daarbij een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Voor de bomen binnen de gemeente Raalte geldt dat gemeentelijke bomen vergunningsplichtig zijn vanaf een stamdiameter van 35 cm. Dit is bij 135 van de 149 onderzoeksbomen binnen de gemeente Raalte het geval. De bosplantsoenstrook aan de noordzijde van station Raalte is eveneens vergunningsplichtig, omdat dit een beschermde structuur betreft (zie afbeelding op de volgende pagina).
4 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Bosplantsoenstrook aan de noordzijde van station Raalte (bron: gemeenteraalte.maps.arcgis.com).
Per boom zijn de resultaten van de inventarisatie terug te vinden op het registratieformulier in bijlage E. Op alle 4 locaties gaat het om monumentale bomen van 100 jaar of ouder. Er staan ook bomen (met name in bosplantsoenvakken) die aanzienlijk jonger zijn. De onderzoeksbomen hebben een grote belevingswaarde door de groene corridor die zij vormen tussen de omgeving en het spoor. Wij hebben ter illustratie een foto-overzicht bijgevoegd in bijlage G.
TAXATIE Totale vervangingskosten bomen Voor 4 bomen zijn geen vervangingskosten berekend vanwege de zeer beperkte toekomstverwachting. De totale vervangingskosten voor de overige 152 bomen bedragen afgerond (op honderdtallen) exclusief btw € 1.049.400,Conform de richtlijnen NVTB 2019 kan schaalvoordeel worden toegepast. Het uitgangspunt is dat de stichtingskosten per boom afnemen naar mate het aantal te compenseren bomen toeneemt.
5 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
De staffelkorting is: • 1 boom • 2 of 3 bomen • 4 of 5 bomen • 6 tot 10 bomen • 10 bomen
geen korting -15% -25% -30% -35%
Na toepassing van de 35% staffelkorting zijn de totale vervangingskosten voor 152 bomen € 682.110,- exclusief btw. Totale vervangingskosten bosplantsoenvakken In de volgende tabel zijn per bosplantsoenvak de oppervlakte en de vervangingskosten weergegeven. Vak-
Oppervlakte
Prijs/m2
nummer
Kapitalisatiefactor *
Vervangingskosten (afgerond op vijftallen) ex. btw
1
290 m2
€ 11,16
0,8
€ 2.590,-
2
2610 m2
€ 11,16
0,8
€ 23.300,-
14
1225 m2
€ 11,16
0,8
€ 10.935,-
15
3915 m2
€ 11,16
0,8
€ 34.950,-
17
5200 m2
€ 11,16
0,8
€ 46.425,-
18
350 m2
€ 11,16
0,8
€ 3.125,-
19
160 m2
€ 11,16
0,8
€ 1.430,Totaal
€ 122.755,-
CONCLUSIE EN ADVIES Mochten de voorgenomen plannen ongewijzigd doorgang vinden, dan heeft desastreuze gevolgen voor de omgeving. Deze (monumentale) bomen zijn van grote waarde voor de aanwezige fauna die hier huist. Vanwege holtes en broedgelegenheden in de oude bomen zal vanuit de Wet natuurbescherming onderzoek verricht moeten worden naar eventuele aanwezigheid van vogels en zoogdieren. Ook doorvliegroutes van vleermuizen zullen ongetwijfeld een rol spelen in het kader van de Wet natuurbescherming. Bovendien hebben deze een hele belangrijke functie in vorm van de ecosysteemdiensten die deze bomen leveren. Deze bomen vormen een essentiële bijdrage aan waterberging, wegvangen van fijnstof, hittestress, vastleggen CO2, dient als nectar-/stuifmeelbron voor insecten en als voedselbron voor vogels. Tijdens het veldwerk is gebleken dat er (vooral in Raalte) veel onrust is onder de bewoners vanwege de voorgenomen plannen. Provincie Overijssel ondersteunt het initiatief om het tracé Zwolle-Enschede aan te passen, valt te lezen op de website van ProRail. Tegelijkertijd wil de provincie 1,1 miljoen bomen aanplanten. Dit staat in schril contrast met hetgeen hier gaat gebeuren als de plannen ongewijzigd doorgang vinden. Het behoud van (oude) bestaande bomen is vele malen belangrijker dan de aanplant van nieuwe spillen.
6 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
Wij willen adviseren om goed te kijken of de bomen in het plan in te passen zijn. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan zal moeten worden onderzocht of het plan aangepast kan worden door het tracé te verschuiven naar locaties zonder, of met minder waardevolle bomen. Het laten uitvoeren van een BEA (Bomen Effect Analyse) biedt hierbij inzichten in de mogelijkheden.
BIJLAGEN Bijlage A: Bijlage B: Bijlage C: Bijlage D: Bijlage E: Bijlage F: Bijlage G: Bijlage H: Bijlage I:
Overzichtstekening landgoed ‘t Rozendael Overzichtstekening station Heino Overzichtstekening station Raalte Overzichtstekening station Wierden Registratieformulier bomen Registratieformulier (bos)plantsoenvakken Foto-overzicht Taxatieverslag Bomenposter “Werken rond bomen”
7 van 7 Landgoed ‘t Rozendael, station Heino, Raalte en Wierden
bestemmingsplan Raalte Kern, Station Raalte (ontwerp)
Bijlage 4 Bodemonderzoek
95
BK Ingenieurs B.V.
Verkennend bodem- en verhardingsonderzoek Zwolle - Enschede verbetermaatregelen (R-562500)
Opdrachtgever:
ProRail BV Postbus 2038 3500 GA UTRECHT
Projectnummer:
224490
Project ProRail:
R-562500
Geocode en kilometrering:
Geocode 206: 1.4 en 2.53 (Zwolle) Geocode 206: 11.85 t/m 12.82 (Emplacement Heino e.o.) Geocode 206: 17.56 t/m 18.40 (Emplacement Raalte e.o.) Geocode 605: 33.15 t/m 34.15 (Wierden e.o.)
Versienummer:
1.0 - Definitief
Kenmerk
NIKN/224490/1.0/JEGI
Plaats, datum:
Nieuwegein, 19 januari 2023
Ravenswade 54k (4de verdieping) 3439 LD Nieuwegein 088 321 25 30 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01 Bekijk onze certificaten hier
BK ingenieurs pagina 2 van 36
Inhoudsopgave
pagina
1 2
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 4 Vooronderzoek .............................................................................................................................................................................................. 5 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie............................................................................................ 5 2.2 Voorgaand bodemonderzoek ....................................................................................................................................................... 6 2.3 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ................................................................................................................. 9 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................................... 10 2.5 Onderzoekshypotheses en -strategieën ................................................................................................................................
10 2.5.1 Verkennend bodemonderzoek ............................................................................................................................................. 10 2.5.2 Waterbodemonderzoek te dempen watergang ........................................................................................................... 10 2.5.3 Asfaltonderzoek .......................................................................................................................................................................... 11 2.5.4 Funderingsonderzoek ............................................................................................................................................................... 11 3 Uitgevoerd onderzoek ..............................................................................................................................................................................12 3.1 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................................................................. 12 3.2 Uitgevoerd onderzoek...................................................................................................................................................................
12 3.2.1 Bodemonderzoek ....................................................................................................................................................................... 12 3.2.2 Asfaltonderzoek .......................................................................................................................................................................... 13 3.2.3 Funderingsonderzoek ............................................................................................................................................................... 14 4 Resultaten onderzoek ...............................................................................................................................................................................16 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................................... 16 4.2 Verhardingsopbouw en zintuiglijke waarnemingen ......................................................................................................... 17 4.3 Normering en toetsingsresultaten ...........................................................................................................................................
17 4.4 Interpretatie resultaten (water)bodemonderzoek ............................................................................................................. 31 4.5 Interpretatie resultaten asfaltonderzoek ............................................................................................................................... 33 4.6 Interpretatie resultaten funderingsonderzoek .................................................................................................................... 33 5 Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................................................................................34 5.1 Aanbevelingen .................................................................................................................................................................................. 35
Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 19 januari 2023
BK ingenieurs pagina 3 van 36
Bijlagen 1
Tekeningen en foto’s 1.1 Overzichtstekening deellocaties 1.2 Overzichtstekening emplacementen Heino en Raalte 1.3 Overzichtstekening seinen en bovenportaalmasten 1.4 Locatiefoto’s 2 Boorprofielen 3 Analyserapporten 3.1 Analyserapporten grond 3.2 Analyserapporten grondwater 3.3 Analyserapporten asfalt 3.4 Analyserapporten fundering 3.5 Analyserapporten asbest-in-puin 3.6 Disclaimer SGS EA met toelichting op voetnoten 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond BoToVa T1 4.2 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond BoToVa T12 4.3 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond PFAS (landelijke) 4.4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen waterbodem BoToVa T3, T5 en T11 4.5 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grondwater BoToVa T13 4.6 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen fundering/puin BoToVa T16 4.7 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen fundering/puin BoToVa T17 5 Toetsingskader PFAS 6 Verklarende woordenlijst 7 Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000 8 Notitie Invloed diffuse spoorgebonden processen op de bodemkwaliteit van spoorgronden
Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 19 januari 2023
BK ingenieurs pagina 4 van 36
1
Inleiding
In opdracht van ProRail BV. heeft BK Ingenieurs B.V. in november en december 2022 een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd op het traject Zwolle - Enschede en ter plaatse van emplacementen Heino en Raalte. Aanleiding ProRail B.V. is bezig met de voorbereiding van het project Verbetermaatregelen Zwolle - Enschede (R-562500). Ten behoeve van dit project zullen diverse aanpassingen aan en rondom het spoor Geocode 206 en 605 gaan plaatsvinden. Ter plaatse van emplacement Raalte en Heino vindt een grote herontwikkeling van het stationsgebied plaatst. Hiertoe zullen significante grondroerende graafwerkzaamheden plaatsvinden aan en rondom het spoor en het emplacement. Ten behoeve van de uitvoering dient de bodemkwaliteit in voldoende mate inzichtelijk te zijn en dient een verkennend bodemonderzoek conform/gebaseerd op NEN 5740 te worden uitgevoerd.
Doel onderzoek Het doel van het verkennend bodem- en verhardingsonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en eventueel de daaruit vrijkomende grond om: • de noodzaak tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek vast te stellen; • de te hanteren Arbomaatregelen en veiligheidsklasse bij grondwerkzaamheden te kunnen bepalen; • de (her)gebruiksmogelijkheden conform het Besluit Bodemkwaliteit te bepalen; • een inschatting te maken van de risico’s met betrekking tot geld, tijd en scope voor de uitvoeringsfase. Tevens dient voor de herontwikkelingen rondom de emplacementen Heino en Raalte een bestemmingswijziging ingediend te worden. Hiervoor wordt een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Dit onderzoek is hier geschikt voor. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen en protocollen als weergegeven in tabel 1. tabel 1: normen en protocollen Type onderzoek
Norm/protocol
Uitvoering
Vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Verkennend waterbodemonderzoek Asfaltonderzoek Funderingsonderzoek (samenstelling en uitloging) Verkennend asbest-in-puin(funderings)onderzoek
NEN 5725:2017 NEN 5740:2009+A1:2016 NEN 5720:2017 CROW-publicatie 2010:2015 Indicatief, geen AP04 NEN 5897+C2:2017
conform conform conform conform niet conform AP04 niet conform
Beperking van het bodem-, verhardings- en asbestonderzoek: Bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. De hergebruiksmogelijkheden van de grond en de fundering dienen als indicatief te worden beschouwd, het betreft geen onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit. Hoewel het veldonderzoek met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is verricht, blijft asbestonderzoek van de bodem en fundering, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, een steekproef. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat vooral asbestverontreinigingen zeer heterogeen verdeeld kunnen zijn. Bij asbestverontreinigingen is de kans een verontreinigingskern te missen daarom groter dan bij mobiele chemische verontreinigingen. Indeling van de rapportage Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. Het uitgevoerde onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5.
Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 19 januari 2023
BK ingenieurs pagina 5 van 36
2
Vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek (hypothese A volgens de NEN 5725) De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door informatie van de opdrachtgever (Railmaps) en de gemeente Raalte (via Omgevingsdienst IJsselland). Daarnaast zijn gegevens geïnterpreteerd van www.bodemloket.nl, Cyclomedia, www.topotijdreis.nl en topografische- en geohydrologische kaarten. Ten slotte is een terreinverkenning uitgevoerd.
2.1
Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie
De gegevens van de onderzoekslocatie staan vermeld in tabel 2. Hierbij is reeds rekening gehouden met diverse deellocaties. De topografische ligging van de deellocatie is weergegeven in bijlage 1.1. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1.2 en 1.3. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. In bijlage 1.4 is een foto-overzicht van de locatie opgenomen. tabel 2: gegevens onderzoekslocatie Adres Oppervlakte
Seinen en bovenportaalmasten Afbakening geografisch gebied (onderzoekslocatie)
Traject Zwolle - Enschede verbetermaatregelen Emplacement Heino (totaal circa 13.400 m²) Deellocatie H1: Aanleg tunnel 400 m² Deellocatie H2: Verwijderen perron 700 m² Deellocatie H3a: Aanleg perron zuidzijde 600 m² Deellocatie H3b: Aanleg perron noordzijde 600 m² Deellocatie H4: Stationsgebied noordzijde 3.800 m² Deellocatie H5: Stationsgebied zuidzijde 5.600 m² Deellocatie H6: Te dempen watergang 1.700 m² Emplacement Raalte (totaal circa 24.870 m²) Deellocatie R1: Aanleg tunnel 1.120 m² Deellocatie R2: Verwijderen perron 600 m² Deellocatie R3a: Aanleg perron noordzijde 700 m² Deellocatie R3b: Aanleg perron zuidzijde 700 m² Deellocatie R4: Stationsgebied noordzijde 5.450 m² Deellocatie R5: Stationsgebied zuidzijde 16.300 m² In totaal 65 puntlocaties De afbakening van de onderzoekslocatie staat aangegeven op de situatietekening in bijlage 1.2. Voor de onderzoeksdiepte is maximaal 1,5 m -mv aangehouden. Ter plaatse van de nieuw aan te leggen tunnels is als maximale onderzoeksdiepte 5,0 m -mv (Heino) of 8,0 m -mv (Raalte) aangehouden. Ter plaatse van de seinen en bovenportaalmasten is als maximale onderzoeksdiepte 1,0 m -mv aangehouden.
In tabel 3 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. tabel 3: historische, huidige en toekomstige bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie
Alle deellocaties hebben al enkele jaren/decennia een spoorgerelateerde functie. Hoogstwaarschijnlijk waren zij daarvoor in gebruik als buitengebied. Voormalige bodembedreigende Spoorgerelateerde activiteiten (zie hiervoor bijlage 8, notitie invloed diffuse spoorgebonden activiteiten processen op de bodemkwaliteit van spoorgronden). Verwachting ten aanzien van In het verleden is mogelijk asbesthoudende coating toegepast op spoorpilaren/kasten asbest op/nabij de deellocaties. Dit is echter ten tijden van het schrijven van het bodemonderzoek onbekend. De bodem is, als deze niet puinhoudend is, niet asbestverdacht. Verwachting ten aanzien van Op de deellocaties kunnen in het verleden activiteiten plaatsgevonden hebben die mogelijk PFAS een PFAS-verontreiniging veroorzaakt kunnen hebben, zoals het gebruik van PFAS-houdend blusschuim. Er is echter geen directe verdenking op het voorkomen van PFAS. Doorgaans komen de hoogste gehalten PFAS in de bovengrond voor.
Zwolle - Enschede verbetermaatregelen verkennend bodem- en verhardingsonderzoek | 224490 | 19 januari 2023