Natuurwaardenonderzoek
Tekst van het document
Docnr8
Rapportage Natuurwaardenonderzoek i.v.m. nieuwbouw van een bedrijfswoning aan de Verversweg 2 in Heino
Rapportnr. 2025-073
EcoNatura Onderzoek voor Natuur & Landschap
Science for Nature & People In opdracht van:
Colofon Titel: Natuurwaardenonderzoek i.v.m. nieuwbouw van een bedrijfswoning aan de Verversweg 2 in Heino. Status: Projectcode: Uitvoering: Vormgeving: Fotografie en illustratie:
3 oktober 2025 2025-073
(BSc. Hons)
©
Opdrachtnemer EcoNatura Gewestlaan 45 7431 AJ Diepenveen
Opdrachtgever:
Contactpersoon: M E @ziggo.nl Internet: www.econatura.nl
Contactpersoon: T E @forfarmers.eu
Kvk: 55217060
Uw kenmerk:
Verversweg 2 8141 PM Heino
©EcoNatura - Onderzoek voor Natuur & Landschap I Science for Nature & People Beeldmateriaal ©EcoNatura tenzij anders vermeld. De schriftelijke informatie in deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt met toestemming van de opdrachtgever en vermelding van de bron. Te citeren als:
(2025). Natuurwaardenonderzoek i.v.m. nieuwbouw van een bedrijfswoning aan de Verversweg 2 in Heino. EcoNatura rapportnr. 2025-073. EcoNatura, Diepenveen.
Inhoud 1.
INLEIDING................................................................................................................. 1
Vraag- en doelstelling ......................................................................................................... 1 Plangebied ..................................................................................................................... 2 Ingreep en invloedsfeer .................................................................................................. 2 2.
WERKWIJZE .............................................................................................................. 6
3.
RESULTATEN VELDONDERZOEK ............................................................................. 7 Ecologische karakterisering van het onderzoeksgebied .................................................... 7 Ligging ten opzichte van beschermde natuurgebieden ..................................................... 7 Natura 2000 ................................................................................................................... 7 Natuurnetwerk Overijssel ............................................................................................... 8 Beschermde en bijzondere flora en fauna........................................................................ 9 (Vaat)planten ................................................................................................................. 9 Ongewervelde dieren ..................................................................................................... 9 Vissen ............................................................................................................................ 9 Herpetofauna ............................................................................................................... 10 (Broed)vogels ...............................................................................................................
10 Grondgebonden zoogdieren.......................................................................................... 11 Vleermuizen ................................................................................................................. 11
4.
ECOLOGISCHE EFFECTBEOORDELING .................................................................. 12
5.
CONCLUSIE EN BEOORDELING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET ....... 13 Beoordeling Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland ................................................ 13 Beoordeling soortbescherming ..................................................................................... 13 Aanbevelingen ............................................................................................................. 13 Eindoordeel .................................................................................................................. 14
Algemene literatuurbronnen ....................................................................................................... 15 Resume ecologisch deskundige ................................................................................................... 17
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
1. INLEIDING Vraag- en doelstelling In verband met bouw van een bedrijfswoning op een varkenshouderij aan de Verversweg 2 in Heino heeft de iniatiefnemer ( ) middels FarmConsult (contactpersoon: Mw. gevraagd om een ecologisch quickscan of tegenwoordig natuurwaardenonderzoek genoemd. Dit behelst een verkennend onderzoek naar mogelijke essentiële habitatfuncties of vaste verblijven van beschermde flora en fauna binnen de invloedsfeer van de betreffende ontwikkeling of ingreep. Specifiek geformuleerd als volgt: Het gevraagde onderzoek richt zich allereerst op het aantonen of gemotiveerd uitsluiten van beschermde en andere belangwekkende (Rodelijst) natuurwaarden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de nieuwe gebruiksfunctie. Daarnaast wordt onderzocht of de betreffende ontwikkeling of ingreep wel of geen (landschaps)ecologische relatie heeft met een beschermd natuurgebied in de omgeving. Bij aangetoond habitat van beschermde flora en/of fauna binnen de invloedsfeer van de ontwikkeling of ingreep, wordt vervolgens met een ecologische effecten-analyse beoordeeld of er sprake is (significant) negatieve, neutrale of ook mogelijk positieve effecten. Oftewel, of er uiteindelijk wel of geen sprake is van een zogenoemde Flora en fauna activiteit in het licht van de nieuwe Omgevingswet1.
Direct navolgend worden eerst het plangebied, ontwikkeling/ingreep en de methodiek van het ecologisch onderzoek belicht. Vervolgens de bevindingen uit het veld- en bronnenonderzoek, die dan met een effecten-beoordeling worden belicht. Hieruit volgt tenslotte of er in ecojuridisch licht wel of geen bezwaren zijn tegen het initiatief in het licht van de vigerende natuurbescherming, op basis van een ecologische risicoschatting. Omgevingswet in het kort: Bescherming van flora, fauna en natuurgebieden De Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking is getreden, bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke ontwikkeling in Nederland, inclusief de bescherming van flora, fauna en natuurgebieden. Deze wet integreert onder andere de voormalige Wet natuurbescherming en stelt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen conform de Zorgplicht rekening door initiatiefnemers van ruimtelijke projecten rekening moet worden gehouden met biodiversiteit en (beschermde) ecologische waarden.
1
https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/flora-en-fauna-activiteit/florafauna-activiteit/
1
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Belangrijke aspecten:
Flora en fauna: Projecten moeten voldoen aan de specifieke zorgplicht en wettelijke beschermingsregels voor soorten, zoals broedvogels, vleermuizen en beschermde planten. Vergunningen kunnen nodig zijn bij mogelijke verstoring of vernietiging van leefgebieden. Natuurgebieden: Voor Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en specifieke onderdelen daarvan gelden strikte regels. Plannen die deze gebieden significant kunnen aantasten, vereisen een passende beoordeling en soms een vergunning. Vergunningen en maatregelen: Activiteiten met mogelijke negatieve effecten op natuurwaarden moeten worden gemitigeerd of gecompenseerd. Monitoring en ecologisch onderzoek zijn vaak vereist voorafgaand aan ingrepen. Integraal beleid: De Omgevingswet stimuleert een samenhangende aanpak waarbij natuurbelangen in balans worden gebracht met economische en maatschappelijke doelen.
Deze wet vereist dat initiatiefnemers vroegtijdig ecologische effecten in kaart brengen en passende maatregelen treffen om negatieve impact te voorkomen dan wel te minimaliseren.
Voor meer informatie over het ecologisch onderzoek van EcoNatura en informatie over de vigerende natuurwetgeving surf naar: www.econatura.nl
Plan- en onderzoeksgebied en ingreep Plangebied Het plangebied (zie ligging in Figuur 1) valt binnen een biologisch varkensbedrijf aan de Verversweg 2 in Heino (Overijssel). Op het terrein staan meerdere varkensstallen met opstallen en een bestaande woning. Het grotere erf bestaat uit verharding, gazon, hagen en verspreide (laan)bomen. Figuur 3 geeft enkele foto-impressies van het plan- en onderzoeksgebied tijdens het veldbezoek op 3 oktober 2025, met nadruk op het weilandperceel waarop de nieuwbouw is gepland (zie Figuur 1 en 2) en de directe omgeving.
Ingreep en invloedsfeer De ingreep betreft volgens de initiatiefnemer het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning met twee objecten en een oprit, binnen een weilandperceel naast de bestaande woning. Hiervoor hoeft niets te worden gesloopt. Zie bouwplan in Figuur 3.
2
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Figuur 1. Ligging van het onderzoeks- met plangebied aan de Verversweg 2 in Heino.
3
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Figuur 2. Indrukken van het plangebied (rechtsboven) en directe omgeving aan de Verversweg 2 in Heino op 3 oktober 2025.
4
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Figuur 3. Bouwplan nieuwe bedrijfswoning.
5
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
2. WERKWIJZE Het plangebied en de directe omgeving (binnen de geschatte invloedsfeer) zijn op de ochtend van EcoNatura van 3 oktober2025 onderzocht door ecoloog en milieukundige (zie resume aan het einde van dit rapport). Het onderzoek richtte zich op de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora en fauna). De weersomstandigheden aan het begin van de herfst waren gunstig voor het onderzoek: overwegend droog, bewolkt, lichte wind en circa 12 graden Celsius. Aan begin herfst was er echter nog maar amper dierenactiviteit waarneembaar. Op basis van waarnemingen en sporenonderzoek, in combinatie met een beoordeling van de habitatkwaliteit, kon een betrouwbare indruk worden verkregen van de natuurwaarden die jaarrond aanwezig kunnen zijn. Waar relevant of noodzakelijk is aanvullende informatie verzameld uit diverse gegevensbronnen, zoals digitale natuurbanken van particuliere gegevensorganisaties (waaronder de RAVON, SOVON, Vlinderstichting e.d.), natuuratlassen en beschikbare inventarisatieverslagen. Deze bronnen, waaronder de Nationale Databank Flora & Fauna (NDFF), geven echter niet altijd aan wat er in de loop der tijd niet is geïnventariseerd. Daarom is actualiserend veldonderzoek doorgaans noodzakelijk, gezien de snelle ecologische veranderingen in tijd en ruimte. Meestal worden gegevens geraadpleegd die niet ouder zijn dan vijf jaar of nog actueel genoeg zijn.
Voor zeldzame of moeilijk waarneembare soorten, zoals vleermuizen, de waterspitsmuis en kleine marterachtigen, kan aanvullend onderzoek nodig zijn bij onzekerheid. In complexe situaties wordt ook wetenschappelijke literatuur geraadpleegd ter onderbouwing van de ecologische effectanalyse. Indien nodig en passend binnen de mogelijkheden van het verkennende onderzoek, kunnen lokale natuurdeskundigen worden geraadpleegd om een vollediger ecologisch beeld te krijgen van het plangebied en de invloedsfeer. De habitatfunctionaliteit voor beschermde planten- en diersoorten binnen het plangebied en de mogelijke wijdere invloedsfeer of externe effecten van de ingreep en toekomstig terreingebruik is als volgt beoordeeld.
6
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
3. RESULTATEN VELDONDERZOEK Ecologische karakterisering van het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft een varkenshouderij op circa 800 meter ten oosten van het dorp Heino in de provincie Overijssel (Figuur 1). Het erf ligt in een coulissenlandschap met veel landschapselementen (waaronder oude eikenlanen) en wordt verder omringd door andere boerenerven, agrarische graslanden en akkers, en (zand)wegen. Op het erf met grotendeels een verhard oppervlak staan meerdere varkenstallen en een woning. Het plangebied ligt in een weiland van naar schatting 0,15 hectare. In een overhoek van het perceel bestaat een klein bosdeel met oudere bomen (overwegend eiken) en struiken, waaronder vlier en hulst. Het bos ligt hoger dan het weiland of heeft een steilrandje. In het weiland ligt een met ruigte begroeide zandberg. Het weiland bestaat overwegend uit Engels raaigras en heeft een hoge bemestingsgraad, waardoor kruidengroei (waaronder paardenbloem) beperkt is.
Ligging ten opzichte van beschermde natuurgebieden Natura 2000 Het plangebied ligt ruim buiten de begrenzingen van Natura 2000-gebieden in de regio (zie Figuur 4). Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is 38 – Rijntakken ten westen.
Figuur 4. Ligging van het plangebied ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden.
Vanuit een landschapsecologisch perspectief en met betrekking tot mogelijke uitstralende fysieke effecten – in dit geval zeer lokaal - is er geen aantoonbare ecologische relatie tussen de bestaande en voorgenomen nieuwe bedrijvigheid op het erf en de ecologische waarden van Natura 2000-gebieden. 7
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino Los van mogelijke stikstofemissies, die in een ander kader wellicht aanleiding kunnen geven tot een separate AERIUS-analyse, is een dergelijke analyse in deze casus naar verwachting niet relevant, gezien de beperkte schaal van de ingreep. Conclusie: relatie tussen het plangebied en Natura 2000-doelen Gezien de zeer beperkte en hoofdzakelijk lokale ingreep met weinig milieu-uitstraling binnen en buiten het plangebied en de aanzienlijke afstand tot Natura 2000-gebieden, bestaat er geen landschapsecologische relatie die nadere beschouwing vereist. Fysieke effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Natuurnetwerk Overijssel Het plangebied bevindt zich niet binnen of in de directe nabijheid van gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), specifiek de Overijsselse component. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt ten zuiden op circa 980 meter van het plangebied (zie Figuur 5). Er is geen sprake van een ecologische of fysieke relatie tussen de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied en de doelen (zoals kernkwaliteiten) van het Natuurnetwerk Nederland; conform de betreffende provinciale Omgevingsverordening.
Conclusie: relatie tussen het plangebied en natuurdoelen van het Natuurnetwerk Overijssel De voorgenomen ingreep binnen het plangebied en de uitstraling van werkzaamheden en toekomstig wonen is van zeer beperkte ruimtelijke omvang en bevindt zich op ruime afstand van het Natuurnetwerk Overijssel. Er is derhalve geen sprake van externe ecologische effecten, en nadere analyse is niet noodzakelijk.
Figuur 5. Ligging van het plangebied (doelteken) ten aanzien van onderdelen van het Overijssels Natuurnetwerk (donkergroen) en zones voor ondernemen met natuur en water buiten de NNN (lichtgroen). Bron: https://services.geodataoverijssel.nl/viewer/layer/B46_natuur_en_landschap/B46_Natuurnetwerk_Neder land
8
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Beschermde en bijzondere flora en fauna Hieronder worden de resultaten gepresenteerd van het ecologisch veldonderzoek naar natuurwaarden en belangrijke habitatfuncties binnen de invloedsfeer van het plangebied. De bevindingen zijn geordend per taxonomische soortgroep. Het onderzoek richtte zich op het zo betrouwbaar mogelijk aantonen, dan wel gemotiveerd uitsluiten van de aanwezigheid van standplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van Europees en nationaal beschermde flora en fauna. Daarnaast is specifiek gekeken naar soorten die vermeld staan op de Rode Lijst in het kader van de nieuwe Omgevingswet. (Vaat)planten Het plangebied betreft een boerenerf met een grotendeels in cultuur (gazon, tuinplanten, verharding, e.d.) gebracht oppervlak in een sterk vermestte omgeving of in overwegend agrarisch landschap. Binnen het weiland met plangebied met overwegend Engels raaigras en andere algemene grasen kruidensoorten (mogelijk in het voorjaar nog pinksterbloem) zijn geen bijzondere, zeldzame of beschermde plantensoorten aangetroffen en te verwachten. Dit geldt ook voor het aangrenzende en gelaagd stuk bos met algemene ondergroei van voedselrijke omstandigheden, dat bovendien met de bouw ongemoeid blijft.
Conclusie: voorkomen van beschermde en bijzondere vaatplanten Binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep ontbreken standplaatsen van beschermde plantensoorten en Rode Lijst-soorten volledig. Ongewervelde dieren Beschermde ongewervelde diersoorten, zoals dagvlinders, zijn afhankelijk van specifieke en bloemrijke inheemse vegetatie. In de huidige situatie ontbreekt een dergelijk habitat volledig. Conclusie: voorkomen van beschermde en bijzondere ongewervelden De afwezigheid van geschikt habitat sluit de aanwezigheid van beschermde of bijzondere ongewervelde dieren uit. Vissen Binnen het plangebied bevinden zich geen oppervlaktewateren die geschikt zijn als leefgebied voor beschermde vissoorten.
9
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino Conclusie: voorkomen van beschermde en bijzondere vissen Door het ontbreken van geschikt permanent (natuur)water komen beschermde of bijzondere vissoorten in deze situatie niet voor. Herpetofauna Amfibieën Net als vissen zijn amfibieën afhankelijk van natuurlijk oppervlaktewater voor hun voortplanting en van een geschikt achterland met natuurlijke vegetatie. In het plangebied ontbreekt geschikt voortplantingswater volledig. Reptielen Een specifiek en geschikt biotoop voor reptielen ontbreekt eveneens. Conclusie: voorkomen van beschermde herpetofauna De aanwezigheid van strikt beschermde herpetofauna kan op basis van ontbrekende habitatkenmerken volledig worden uitgesloten. (Broed)vogels Het plangebied en directe omgeving vallend binnen de verstorende invloedsfeer van nieuwbouw is onderzocht op nestmogelijkheden en sporen van broedvogels, met specifieke aandacht voor erf- en bosvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen, zoals in deze situatie mogelijk de buizerd (Buteo buteo), steenuil (Athene noctua), kerkuil (Tyto alba), huismus (Passer domesticus), spreeuw (Sturnus vulgaris), boerenzwaluw (Hirundo rustica), witte kwikstaart, zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros) en gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus).
Er zijn geen jaarrond beschermde nestplaatsen van bijvoorbeeld roofvogels en uilen binnen de invloedsfeer van de nieuwbouw en toekomstig wonen aangetroffen In het bosje werden alleen sporen gevonden van houtduiven, waarvan meerdere vogels daar mogelijk een slaapplaats betrekken. Ook is niet uitgesloten dat het bosje in de zomerperiode enkele algemene broedvogels herbergt, waaronder lijsterachtigen. Het weiland perceel is niet geschikt als broedplaats voor weidevogels als de kievit, of is daarvoor te kleinschalig en landschappelijk ingekapseld ten aanzien van bebouwing en wegen. Conclusie: voorkomen van beschermde broedvogels Binnen het bouwperceel en invloedsfeer van de nieuwe ontwikkeling waren geen nestplaatsmogelijkheden voor erf- en bosvogels aanwijsbaar.
10
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino Grondgebonden zoogdieren Het aangrenzende bosje, met ondergroei en een rommelige structuur van blad-, zand- en steenhopen, is in principe geschikt leefgebied voor beschermde kleine marterachtigen, zoals de wezel. Daarnaast zal het gebied sporadisch worden bezocht door grotere marterachtigen, zoals de bunzing en de steenmarter, als onderdeel van hun grotere territorium met bijbehorend jachtgebied. De voorgenomen nieuwbouw vormt echter geen belemmering voor deze habitatmogelijkheden. Wel is het van belang deze roofdieren gunstig gezind te blijven en hun leefomgeving waar mogelijk te versterken, gezien hun nuttige rol als natuurlijke rattenverdelgers. Het omliggende grasland zal incidenteel worden benut door hazen, die tijdens het veldbezoek in de directe omgeving van het erf zijn waargenomen. Voor deze soort worden echter geen knelpunten verwacht; bovendien betreft het momenteel nog een bejaagbare wildsoort. Conclusie: voorkomen van beschermde en bijzondere grondzoogdieren Op basis van het uitgevoerde sporenonderzoek en de habitatbeoordeling kunnen strikt beschermde grondgebonden zoogdieren en Rode Lijst-soorten binnen het plangebied en de invloedsfeer van de ingreep worden uitgesloten.
Vleermuizen Het weiland, dat wordt omringd door bomen en direct grenst aan een eikenbosje, is in principe geschikt als jacht- en navigatiegebied voor vleermuizen. Met name de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger hebben hier de meeste kans om foerageergebied te vinden. De voorgenomen nieuwbouw heeft echter geen invloed op beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel is het belangrijk om het betreffende gebied zo donker mogelijk te houden en het gebruik van fel kunstlicht te vermijden, zodat de foerageermogelijkheden zonder verstoring behouden blijven. Dit dient als borgende natuurmaatregel in de voorschriften te worden opgenomen. Conclusie Tijdens de inspectie zijn er geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van deze soortgroep is daarom niet noodzakelijk.
11
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
4. ECOLOGISCHE EFFECTBEOORDELING Op basis van het veldonderzoek zijn binnen het plangebied en de invloedsfeer van de nieuwe ontwikkeling geen beschermde diersoorten aangetroffen met verblijfplaatsen of essentiële habitatonderdelen. Dit betekent dat jaarrond gebruik van verblijfplaatsen, voortplantingsplekken en andere belangrijke habitatfuncties van beschermde diersoorten en Rode Lijst-soorten op dit moment kan worden uitgesloten. Wel is het van belang, in verband met het zomerse broedseizoen van meer algemene vogelsoorten in het aangrenzende bos of op het erf, om verstorende bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk buiten deze periode te plannen, bij voorkeur in de herfst- of wintermaanden. Dit valt onder de wettelijke Zorgplicht. Hiermee valt de geplande ontwikkeling onder een ecologisch neutrale ingreep. Als aanvullende aanbeveling wordt een ecologische erfinrichting meegegeven, gericht op natuurversterking. Hierbij kan worden gedacht aan het creëren van verblijfsmogelijkheden voor erfvogels, zoals de steenuil, huiszwaluw en gekraagde roodstaart, evenals voor vleermuizen. Ter inspiratie kunnen de volgende bronnen worden geraadpleegd:
https://www.vogelbescherming.nl/docs/d507b455-cb0f-4a15-a416-fa7716607970.pdf https://boerenlandvogels.info/erfvogels https://nvwk.nl/projecten-van-de-nvwk/erfvogelwerkgroep/ ErvenPlus – handleiding voor natuurvriendelijke erfinrichting (Brabants Landschap, Landschapsbeheer Nederland) landschapsbeheergelderland.nl/wp-content/uploads/Handreiking-Rijnwaarden.pdf https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/202401/Brochure%20Vleermuisvriendelijk%20Bouwen.pdf
12
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
5. CONCLUSIE EN BEOORDELING IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET In de nieuwe Omgevingswet2 staat dat wanneer er sprake is van een Flora en fauna activiteit rakend aan landelijk of Europees beschermde planten- en diersoorten, of activiteiten die in nadelige zin kunnen raken aan de Instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden, dit dan in een kritisch licht dient te worden beoordeeld. Uit de voorgaande ecologische analyse kan het volgende in ecojuridisch licht worden geconcludeerd.
Beoordeling Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Het plangebied met zeer lokale ingreep ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebieden en maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), specifiek onderdelen van het Overijssels natuurnetwerk. Er bestaat actueel geen fysieke landschapsecologische relatie tussen de ingreep en deze beschermde gebieden, en significante negatieve effecten zijn daarmee uitgesloten.
Beoordeling soortbescherming Op basis van de Omgevingswet worden actueel – ten tijde van het onderzoek - geen negatieve maar neutrale effecten verwacht op de onderzochte en voor de situatie relevante soorten met natuurbeschermingsbelang.
Aanbevelingen Het volgende wordt aanbevolen voor het invullen van een volledige ecologische effectbeoordeling en ecojuridische dekking: Altijd werkzaamheden met ver uitstralende verstoring (in dit geval met betrekking tot nieuwbouw) buiten de vogelbroedtijd of gedurende herfst en in winter uitvoeren in verband met niet uit te sluiten of onverhoopte nestvestigingen in de toekomst en broedvogels in directe omgeving van het plangebied, met name mogelijk in het naastliggende stuk bos. Houd te allen tijde rekening met de Specifieke Zorgplicht (artikel 11.27, Bal) om nadelige effecten op beschermde natuurwaarden te voorkomen en daarmee overtreding van de Omgevingswet, onderdeel natuurbescherming, te vermijden. Voor meer informatie: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/zorgplicht/specifieke-zorgplicht-activiteitenbal/ Versterk het nieuwe erf liefst met extra faunavoorzieningen – zoals nestkasten - voor de vestiging en voortplanting van bijvoorbeeld voor bijzondere erfvogels als de gekraagde
2
https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/
13
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino roodstaart en steenuil. Zo is plaatsing van een steenuilenkast zeer goed mogelijk in een van de eiken in de rand van het naastliggende bos.
Eindoordeel Met het onderhavige ecologisch onderzoek zijn geen beschermde natuurwaarden en/of Rodelijstsoorten vastgesteld die negatief beïnvloedt kunnen worden door de beschreven ingreep en daarmee vergunning plichtig zouden zijn.
14
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Algemene literatuurbronnen Collins, J. (Ed.). (2016). Bat surveys for professional ecologists: Good practice guidelines (3rd ed.). The Bat Conservation Trust. Douma, M., Zoon, C. P. M., & Bode, A. D. (2011). De zoogdieren van Overijssel: Leefwijze en verspreiding in de periode 1970 t/m 2010. Uitgeverij Profiel. Forman, R. T. T. (2014). Urban ecology. Cambridge University Press. Gibson, S. (2021). Swifts and us: The life of the bird that sleeps in the sky. William Collins. Lack, D. (2018). Swifts in a tower. Unicorn. Maanen, E. van, & Hoksberg, M. (2007). Samenleven met een vreemde snuiter in Deventer: Een beheerplan voor het mens- en diervriendelijk omgaan met steenmarterproblematiek. Ecogroen rapportage nr. 07110. Mitchell-Jones, A. J. (2004). Bat mitigation guidelines. English Nature. Mitchell-Jones, A. J., & McLeish, A. P. (2004). Bat workers manual. Joint Nature Conservation Committee (JNCC). Plas-Haarsma, M. van der. (2009). De huismus. Nieuw Amsterdam Uitgevers. Simon, M. S., Hüttenbügel, S., & Smit-Viergutz, J. (2004). Ecology and conservation of bats in villages and towns: Results of the scientific part of the testing & development project. Creating a network of roost sites for bat species inhabiting human settlement. Bundesamt für Naturschutz. Snow, D. W., & Perrins, C. M. (1998).
The birds of the Western Palearctic: Concise edition of the handbook of the birds of Europe, the Middle East and North Africa (Vol. 2). Oxford University Press. Treweek, J. (1996). Ecology and environmental impact assessment. Journal of Applied Ecology, 33(1), 191–199. Treweek, J. (1999). Ecological impact assessment. Wiley-Blackwell.
Internetbronnen BIJ12. (2023, juli). Kennisdocument Gierzwaluw 2.0. Https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/07/Kennisdocument-Gierzwaluw-2.0-juli-2023.pdf BIJ12. (n.d.). Kennisdocumenten soorten en natuurbescherming. Https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumenten-soortennatuurbescherming/ Sovon Vogelonderzoek Nederland. (n.d.). Sovon – Vogelonderzoek en monitoring in Nederland. Https://www.sovon.nl
15
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino De Vlinderstichting. (n.d.). Kenniscentrum voor dagvlinders, nachtvlinders en libellen. Https://www.vlinderstichting.nl Waarneming.nl. (n.d.). Online platform voor natuurwaarnemingen in Nederland. Https://www.waarneming.nl Verspreidingsatlas.nl. (n.d.). Verspreidingsgegevens van planten, dieren en paddenstoelen in Nederland. Https://www.verspreidingsatlas.nl
16
EcoNatura rapportage 2025 – 073 Natuurwaardenonderzoek Verversweg 2 in Heino
Resume ecologisch deskundige (1967) studeerde biologie aan de Universiteit van Adelaide (Australië) en natuurwetenschappelijke milieukunde, met specialisatie in milieubiologie, natuurbescherming en milieu- en natuurwetgeving, aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Na zijn studie milieukunde werkte hij in het buitenland aan verschillende natuurbeschermingsprojecten en rewilding-initiatieven, waaronder de oprichting van grootschalige beschermde natuurgebieden in Roemenië en Georgië. Sinds de eeuwwisseling is werkzaam als praktijkgerichte en onafhankelijk adviserend ecologisch onderzoeker en heeft hij zich gespecialiseerd in ecologische beoordelingen. Hij heeft een breed scala aan ‘cases’ behandeld, waaruit hij veel referenties kan putten en betrouwbare milieu-relaties kan inschatten. Hobbymatig doet sinds zijn jeugd onderzoek op het terrein van dierecologie, met een specifieke focus op de biologie en ecologie van roofvogels, uilen en roofzoogdieren (zowel groot als klein). In Nederland was hij pionier in veldonderzoek naar marterachtigen, waarbij hij innoverend gebruik maakte van nieuwe technieken en methoden om diverse soorten uit deze groep (waaronder de heimelijke kleine marters) te onderzoeken en monitoren.
Momenteel neemt ook onderzoek naar de ecologie van wolvenvestiging in het moderne cultuurlandschap en in relatie met menselijke belangen veel van zijn professionele tijd in beslag.
17